donderdag 26 februari 2026

Integraal verslag Commissie Justitie 26 februari 2026

 

Ingetraal verslag Commissie Justtite 26 februari 2026

Bron: https://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/56/ic320.pdf

Bestand met bladwijzers en inhoudstafel: https://vlaamsemagistraten.allsync.com/s/eM9tFoYk9rjX5mi

Samenvatting door AI

Hieronder volgt een overzicht van de vragen die zijn behandeld tijdens de commissievergadering voor Justitie op 25 februari 2026, inclusief de inhoud van de vragen en de antwoorden van Minister Annelies Verlinden.

1. De Moslimbroederschap en Tareq Al-Suwaidan

  • Gesteld door: Koen Metsu (N-VA).
  • Inhoud: Metsu vraagt of België, in navolging van Frankrijk, zal pleiten voor de opname van de Moslimbroederschap op de EU-lijst van terroristische organisaties. Daarnaast stelt hij vragen over de Koeweitse leider Tareq Al-Suwaidan, wiens nationaliteit is ingetrokken en die eerder de toegang tot België werd geweigerd.
  • Antwoord Minister: De opname op de EU-lijst is nog niet behandeld in de bevoegde werkgroep; voor het Belgische standpunt verwijst zij naar de minister van Buitenlandse Zaken. Over Al-Suwaidan kan zij niet ingaan op individuele dossiers, maar zij benadrukt dat de diensten waakzaam blijven voor buitenlandse haatpropagandisten.

vrijdag 20 februari 2026

Learning Resources, Inc. v. Trump

 Bron

In deze rechtszaak (Learning Resources, Inc. v. Trump) heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof bepaald dat de president niet de bevoegdheid heeft om importtarieven (invoerrechten) op te leggen op basis van de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA).

Hier is een gedetailleerde, maar begrijpelijke uitleg van wat er precies is beslist en waarom:

De aanleiding van de zaak Kort na zijn aantreden riep president Trump de nationale noodtoestand uit om twee problemen aan te pakken: de smokkel van illegale drugs (vanuit Canada, Mexico en China) en grote handelstekorten met het buitenland. Om deze problemen op te lossen, gebruikte hij een wet genaamd IEEPA. Deze wet geeft de president in noodsituaties brede economische bevoegdheden. Op basis van deze wet legde de president forse importtarieven op aan verschillende landen, zoals een heffing van 25% op Canadese en Mexicaanse producten en tot wel 145% op Chinese producten. Amerikaanse bedrijven spanden een rechtszaak aan omdat ze vonden dat de president de wet hiervoor niet mocht gebruiken.

woensdag 18 februari 2026

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht.

Bron

De bespreking is ingedeeld per hoofdstuk zoals in het ontwerp.

HOOFDSTUK 1: Algemene bepaling

Artikel 1 Dit is een standaardbepaling die aangeeft dat de wet een aangelegenheid regelt als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet (federale bevoegdheid).


HOOFDSTUK 2: De opdeciemen (geldboetes)

Dit hoofdstuk is complex omdat het een brug slaat tussen het oude systeem van geldboetes en het nieuwe Strafwetboek.

Artikel 2 Dit artikel wijzigt de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen (de toeslagen op boetes).

  • Context: In het nieuwe Strafwetboek zijn de basisbedragen van boetes al verhoogd (vermenigvuldigd met 8) om de "teller van de opdeciemen op nul te zetten". Echter, een andere wet (van 19 december 2025) heeft de opdeciemen in het oude systeem verhoogd naar 90 (coëfficiënt 10).
  • De nieuwe regel: Om te zorgen dat de boetes onder het nieuwe Strafwetboek klppen met de recente verhogingen, worden boetes onder het nieuwe wetboek verhoogd met 2,5 opdeciemen. Dit lijkt klein, maar komt bovenop de reeds verhoogde basisbedragen in het nieuwe wetboek.
  • Overgangsregeling: Voor feiten die dateren van vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek, blijft het oude systeem gelden (oude basisbedragen + 90 opdeciemen), tenzij de feiten nog ouder zijn (van voor de wet van 19 december 2025), dan geldt 70 opdeciemen.
  • Terminologie: De term "bijzondere wet" wordt vervangen door "wetten en reglementen" om aan te sluiten bij de terminologie van het nieuwe Strafwetboek.

Advies Raad van State - hervorming B.T.W.

Bron

Hier is een uitvoerige en eenvoudige bespreking van het advies van de Raad van State (nr. 78.759/3) van 5 februari 2026 over de geplande BTW-hervormingen.

Bron

Waarover gaat het?

De regering wil de BTW-tarieven moderniseren in het kader van een begrotingsakkoord. Het doel is enerzijds extra inkomsten (begroting) en anderzijds een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op consumptie.

Concreet liggen er vijf grote maatregelen op tafel in dit ontwerp van Koninklijk Besluit:

  1. Pesticiden: BTW omhoog van 12% naar 21%.
  2. Logies (hotels/campings): BTW omhoog van 6% naar 12%.
  3. Afhaalmaaltijden en bepaalde voeding: BTW omhoog van 6% naar 12%.
  4. Niet-alcoholische dranken op restaurant: BTW omlaag van 21% naar 12%.
  5. Cultuur en vermaak: Opsplitsing waarbij sommige tickets van 6% naar 12% gaan.

De Raad van State is zeer kritisch over verschillende onderdelen. Hieronder bespreken we de knelpunten per onderwerp, inclusief de voorbeelden uit de tekst.

𝟴 𝗙𝗘𝗕𝗥𝗨𝗔𝗥𝗜 𝟮𝟬𝟮𝟲. - 𝗪𝗲𝘁 𝗯𝗲𝘁𝗿𝗲𝗳𝗳𝗲𝗻𝗱𝗲 𝗵𝗲𝘁 𝗮𝗳𝗻𝗲𝗺𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗿𝘂𝗴𝘀𝘁𝗲𝘀𝘁𝗲𝗻 𝗶𝗻 𝗱𝗲 𝘁𝗿𝗮𝗻𝘀𝗶𝘁𝗶𝗲𝗵𝘂𝗶𝘇𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗱𝗲 𝘃𝗲𝗿𝘃𝗮𝗹𝗹𝗲𝗻𝘃𝗲𝗿𝗸𝗹𝗮𝗿𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗕𝗲𝗹𝗴𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗻𝗮𝘁𝗶𝗼𝗻𝗮𝗹𝗶𝘁𝗲𝗶𝘁

Bron

Deze wet van 8 februari 2026 regelt twee totaal verschillende zaken: drugstesten voor gevangenen in transitiehuizen en nieuwe regels over het verliezen van de Belgische nationaliteit.


Deel 1: Drugstesten in transitiehuizen

Een transitiehuis is een plek waar gevangenen het einde van hun straf uitzitten om zich voor te bereiden op hun terugkeer in de maatschappij. De wet voert hier strengere regels in om de veiligheid te garanderen.

1. Wanneer mag er getest worden? De verantwoordelijke van het transitiehuis mag beslissen om een gevangene te testen op drugs of andere verboden middelen. Dit kan in twee situaties gebeuren:

  • Als er persoonlijke aanwijzingen zijn dat iemand drugs gebruikt.
  • Via willekeurige controles (steekproeven) op regelmatige tijdstippen.

maandag 16 februari 2026

Wetsontwerpbetreffende de regeling van een tijdelijk wettelijk kader inzake de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, met het oog op de inwerkingtreding van het nieuw Strafwetboek

Bron

Dit wetsontwerp fungeert als een "tijdelijke brug". Omdat het nieuwe Strafwetboek op 8 april 2026 ingaat, maar het definitieve wetboek voor de uitvoering van die straffen nog niet klaar is (verwacht tegen 2029), regelt deze wet hoe straffen in die tussenperiode concreet worden uitgevoerd.


HOOFDSTUK 1: Algemene Bepaling

Artikel 1: Dit is een standaardformule die aangeeft dat deze wet zaken regelt die volgens de Grondwet door de federale overheid moeten worden bepaald.

HOOFDSTUK 2: Het Tijdelijk Kader (De kern van de zaak)

Afdeling 1: Definities

Artikel 2: Hier wordt vastgelegd wat wordt bedoeld met de "bevoegde dienst van de gemeenschappen". In mensentaal zijn dit de Justitiehuizen. Zij staan in voor de controle van enkelbanden en de begeleiding van veroordeelden.

woensdag 11 februari 2026

Wetgevend verslag procureur-generaal bij het Hof van Cassatie - 2025

Bron

Het doel van dit verslag is om de wetgever (het Parlement) te adviseren over fouten, leemtes of vertragingen in de huidige wetgeving en oplossingen aan te reiken.

De samenvatting is opgedeeld in drie grote blokken, zoals gepresenteerd in het verslag: de grote hervorming van de strafprocedure (Deel A), de nieuwe specifieke voorstellen voor 2025 (Deel B) en de herhaling van eerdere belangrijke voorstellen (Deel C).

Gebruik van AI bij het verspreiden van posts op sociale media.




Ik gebruik AI bij het verspreiden van berichten op LinkedIn en andere sociale media om juridische informatie sneller en toegankelijker te maken, zonder de bron of de eigen verantwoordelijkheid van de lezer te vervangen. Ik wil vooral drempels verlagen: mensen moeten meteen kunnen zien waarover een arrest of uitspraak gaat, en daarna—als het voor hen relevant is—de originele beslissing of publicatie raadplegen.

Bij mijn posts deel ik geregeld rechtspraak van onder meer het Hof van Cassatie, het EHRM, het Hof van Justitie en de Raad van State. Daarnaast verspreid ik ook juridische artikels en duidingsstukken die relevant zijn voor de praktijk of het bredere debat. In de praktijk betekent dat vaak: snel een kernsamenvatting maken (wat is de vraag, wat beslist het hof/auteur, wat is de mogelijke impact), zodat professionals en geïnteresseerden niet eerst tientallen pagina’s moeten doorploegen om te weten of het de moeite is om verder te lezen. Die snelheid is niet gratuit: in een digitale nieuwsstroom is informatie al snel “oud nieuws”, terwijl het maatschappelijk en juridisch belang net ligt in een tijdige verspreiding.

AI is daarbij een hulpmiddel, geen eindpunt. Het kan helpen om grote teksten te structureren, hoofdpunten te detecteren en een eerste begrijpelijke samenvatting te formuleren. Ik probeer die samenvattingen bovendien in de mate van het mogelijke te vereenvoudigen naar heldere, begrijpelijke taal, zonder de kern geweld aan te doen—zeker wanneer het gaat om complexe motiveringen of technische procespunten. Maar ik pretendeer niet dat een socialemediapost—met of zonder AI—de plaats kan innemen van de authentieke tekst, de context van het dossier, of een juridisch onderbouwde interpretatie. Daarom vermeld ik consequent de bron, zodat iedereen de originele uitspraak of het originele artikel kan nalezen en controleren.

Net daar ligt ook de kern van de verantwoordelijkheidsvraag. Een samenvatting is per definitie een selectie: ze verkort, vereenvoudigt en laat nuances weg. Dat geldt voor menselijke samenvattingen evenzeer als voor AI-ondersteunde teksten. Wie een beslissing of artikel professioneel of inhoudelijk wil gebruiken (voor advies, pleidooi, beleid, onderzoek, publicatie of eigen standpunt), moet altijd terug naar de primaire bron: de volledige uitspraak of tekst, de overwegingen/argumentatie, de draagwijdte, eventuele afzonderlijke opinies, en de relevante context. De verantwoordelijkheid om iets als “correct” of “toepasbaar” te beschouwen, kan dus niet rusten op een korte post, maar op de lezer/gebruiker die de bron controleert.

Ik besteed daarbij ook aandacht aan privacy en proportionaliteit. Waar berichten of documenten privacygevoelige gegevens bevatten, anonimiseer ik die of verwijder ik wat nodig is, zodat personen niet (rechtstreeks of onrechtstreeks) kunnen worden geïdentificeerd. Die zorgvuldigheid is essentieel: het doel is informeren over rechtspraak en juridische inzichten, niet het blootstellen van betrokkenen.

Soms komt er kritiek op het gebruik van AI, alsof dat automatisch onzorgvuldigheid zou betekenen. Ik begrijp die bezorgdheid: AI kan fouten maken, kan te stellig formuleren of nuance missen. Daarom kies ik voor transparantie (bronvermelding), voor bescheidenheid in claims (geen “definitieve” conclusies in een korte post), voor privacybescherming waar nodig, en voor het doel dat voor mij centraal staat: snelle signaalfunctie en toegankelijkheid. Wie vervolgens dieper wil gaan, kan dat meteen doen via de bron die ik deel.

Kort gezegd: ik gebruik AI om rechtspraak én juridische artikels sneller te ontsluiten en begrijpelijker te maken, niet om autoriteit te claimen boven de originele teksten. Mijn posts zijn bedoeld als wegwijzer en startpunt; de finale toetsing en het correcte gebruik van de informatie blijft—zoals het hoort in een rechtsstaat—bij de gebruiker die de authentieke bron raadpleegt.

maandag 9 februari 2026

Artikel 19 redt consument: lening opgeschort zolang er niet geleverd is.

Uitspraak vrederechter Neufchateau


De kern van de zaak: Wie heeft er gewonnen?

Meneer P1 (de consument) heeft gewonnen. De rechter heeft geoordeeld dat de bank (S.A. B.) hem al het geld moet terugbetalen dat hij jarenlang heeft betaald voor een lening voor zonnepanelen die nooit zijn geplaatst.

Hieronder wordt stap voor stap uitgelegd wat er is gebeurd en waarom de rechter dit besloot.


1. Het verhaal: Wat is er gebeurd?

  • De aankoop: In juni 2012 tekende Meneer P1 een contract met een bedrijf (S1) voor de aankoop en installatie van zonnepanelen. De prijs was aanzienlijk: ruim € 53.000.
  • De lening: Om dit te kunnen betalen, sloot Meneer P1 via een tussenpersoon een lening af bij de bank (S.A. B.). De lening bedroeg precies het bedrag van de aankoop.
  • De betaling: De bank maakte het geld over naar Meneer P1, die vervolgens de leverancier van de zonnepanelen betaalde.
  • Het probleem: Het bedrijf dat de zonnepanelen moest leveren (S1), ging failliet en heeft de panelen nooit geleverd of geïnstalleerd.
  • De schade: Ondanks dat hij geen panelen had, heeft Meneer P1 jarenlang (van 2012 tot 2019) zijn lening aan de bank netjes afbetaald. In totaal had hij al meer dan € 63.000 aan de bank betaald (inclusief rente).

2. Het conflict: Waarom stapten ze naar de rechter?

Meneer P1 vond het onrechtvaardig dat hij moest betalen voor iets dat hij nooit had gekregen. Hij eiste dat de bank hem al zijn geld teruggaf.

De bank (S.A. B.) was het daar niet mee eens. Zij stelden:

  1. Wij hebben het geld destijds gewoon uitgeleend, dus u moet terugbetalen.
  2. In het contract staat niet specifiek welk goed er gekocht werd, dus de lening staat los van de zonnepanelen.
  3. Wij wisten niet wanneer of hoe er geleverd zou worden.

3. De beslissing van de rechter

De Vrederechter in Neufchâteau stelde Meneer P1 in het gelijk op basis van Artikel 19 van de wet op het consumentenkrediet.

Dit artikel beschermt burgers. De regel is simpel: Als een lening specifiek bedoeld is voor een bepaald product (zoals zonnepanelen), en dat product wordt niet geleverd, dan hoeft u de lening (nog) niet terug te betalen.

De rechter oordeelde als volgt:

  • Duidelijk doel: Het was voor iedereen overduidelijk dat deze lening bedoeld was voor zonnepanelen. In de documenten van de bank stond letterlijk "doel van het krediet: aankoop zonnepanelen" en er werd gesproken over "groene certificaten".
  • Kennis van de bank: De bank wist precies waar het geld voor diende. De rechter noemde het ongeloofwaardig dat de bank dit ontkende.
  • Geen levering = Geen terugbetaling: Omdat de zonnepanelen nooit zijn geleverd, had de verplichting om de lening terug te betalen nooit mogen beginnen. De lening is "geschorst" zolang er niet geleverd wordt.
  • Risico voor de bank: De bank had voorzichtiger moeten zijn en een bewijs van levering moeten vragen voordat ze de lening lieten ingaan. Omdat ze dat niet deden, is het risico voor de bank.

4. Het resultaat: Wat moet er nu gebeuren?

De rechter heeft de volgende maatregelen opgelegd:

  1. Terugbetaling: De bank (S.A. B.) moet € 63.324,06 terugbetalen aan Meneer P1. Dit is het totaalbedrag dat hij door de jaren heen aan de bank heeft betaald.
  2. Rente: De bank moet daar bovenop ook nog rente betalen voor de tijd dat ze dit geld onterecht in bezit hadden.
  3. Kosten: De bank moet de juridische kosten van Meneer P1 betalen, vastgesteld op € 4.500.
  4. Tegeneis afgewezen: De bank wilde nog een restbedrag van ongeveer € 1.000 van Meneer P1 hebben, maar de rechter heeft dit afgewezen.

Samenvatting voor de burger

Omdat de lening specifiek diende voor zonnepanelen en deze nooit zijn geplaatst, oordeelde de rechter dat de consument niet hoefde te betalen voor de lening. De bank moet al het geld dat de consument al had betaald, terugstorten.

Commissie Justitie 4 februari 2026

Commissie Justitie 4 februari 2026

Op basis van de bronnen geeft de minister van Justitie een gedetailleerde uiteenzetting over de problematiek van de overbevolking in de gevangenissen. Dit wordt erkend als een grote uitdaging die al decennia aansleept en zwaar weegt op zowel de veiligheid van het personeel als de menswaardigheid van de detentie.

Hieronder volgt een gedetailleerd overzicht van wat er precies gezegd wordt:

Uitspraak NEDERLANDSTALIGE TUCHTRAAD VAN BEROEP VOOR ADVOCATEN

 

Inleiding

Deze zaak betreft een principieel geschil over de vraag of een advocaat tegelijkertijd actief mag zijn als gastvrouw in een restaurant. De kern van de zaak draait om de onverenigbaarheid tussen het beroep van advocaat en het drijven van handel, zoals vastgelegd in artikel 437 van het Gerechtelijk Wetboek.

zaterdag 7 februari 2026

Advies 78.759/3 van 5 februari 2026 van Raad van State over B.T.W.

Bron- advies Raad van State - document op 7 februari 2026 nog niet publiek beschikbaar, wel via Linkedin Prof. M. Maus


Dit advies is zeer kritisch over de juridische kwaliteit en de haalbaarheid van de voorgestelde fiscale hervormingen.

1. Wat is het doel van het ontwerp?

De regering wil, in het kader van een meerjarig begrotingsakkoord, de btw-tarieven "moderniseren" en harmoniseren. Dit houdt concreet een aantal tariefwijzigingen in die vanaf 1 maart 2026 zouden moeten ingaan:

  • Pesticiden: Verhoging van 12% naar 21%.
  • Logies & Camping: Verhoging van 6% naar 12% voor gemeubelde logies (hotels, Airbnb) en campings.
  • Afhaalmaaltijden: Verhoging van 6% naar 12% voor bepaalde bereide maaltijden en voedingsmiddelen (om dit gelijk te trekken met restaurantdiensten).
  • Niet-alcoholische dranken (horeca): Verlaging van 21% naar 12% in restaurants en cafés.
  • Cultuur & Vermaak: Verhoging van 6% naar 12% voor toegang tot veel inrichtingen, maar met behoud van 6% voor specifieke "hoge" kunsten.

donderdag 5 februari 2026

Arrest Hof van Beroep Gent - wraking

Bron

Op 5 februari 2026 heeft het hof van beroep in Gent een belangrijke beslissing genomen in de rechtszaak die bekendstaat als ‘Samba – Kriva Rochem’. Hieronder leg ik u uit wat er precies is gebeurd en wat dit betekent voor de zaak.

Wat is er gebeurd?

Op 5 januari 2026 vond er een zitting plaats bij de rechtbank in Brugge. Normaal gesproken krijgen alle partijen (de advocaten, de beklaagden en de procureur) de kans om hun verhaal te doen en bewijzen op tafel te leggen. In deze zaak gebeurde echter iets ongebruikelijks: de rechtbank sloot de debatten onmiddellijk na de opening van de zitting.

dinsdag 3 februari 2026

Wetsontwerp houdende diverse technische en dringende bepalingen

Bron

Dit wetsontwerp bevat een groot aantal wijzigingen die uiteenlopende aspecten van de Belgische rechtsgang en de werking van Justitie beïnvloeden. Gezien het belang volgt hier een grondige analyse per artikel en per thema op basis van de bronnen.

𝟭. 𝗡𝗼𝘁𝗮𝗿𝗶𝘀𝗮𝗺𝗯𝘁 𝗲𝗻 𝗱𝗶𝘀𝗰𝗶𝗽𝗹𝗶𝗻𝗮𝗶𝗿𝗲 𝗽𝗿𝗼𝗰𝗲𝗱𝘂𝗿𝗲𝘀

  • Art. 2: Wanneer een gerechtelijke lasthebber (zoals een bewindvoerder) officieel handelt, mag op akten het kantooradres worden vermeld in plaats van het privéadres (de woonplaats).
  • Art. 3-4: Verduidelijking van de terminologie in tuchtzaken voor notarissen. Een dossier wordt niet langer "geseponeerd", maar de vervolging wordt beëindigd.

Vonnis ondernemingsrechtbank Antwerpen 29 januari 2026

Bron

Dit vonnis van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen van 29 januari 2026 behandelt een complex geschil over schade die is ontstaan tijdens verbouwingswerken aan een herbestemde kazerne. De zaak verduidelijkt hoe de aansprakelijkheid verdeeld wordt tussen de bouwheer, de aannemers, de ingenieur en hun verzekeraars wanneer er iets misgaat bij funderingswerken.


1. De basis: Waarom is de bouwheer aansprakelijk voor de buren?

In deze zaak leed een mede-eigenaar (Eigenaar B) schade door de werken die een andere mede-eigenaar (Vastgoed A) liet uitvoeren. De rechtbank hanteert hier het principe van foutloze burenhinder.

  • Evenwicht tussen buren: Een eigenaar mag zijn eigendom gebruiken, maar mag het evenwicht met de buren niet verstoren door hinder op te leggen die de "gewone ongemakken" overtreft.
  • Geen fout nodig: Zelfs als de bouwheer (de opdrachtgever van de werken) zelf niets verkeerd heeft gedaan, is hij toch aansprakelijk als de werken abnormale hinder veroorzaken. Omdat de schade hier inherent was aan de funderingswerken die de bouwheer had toegestaan, moet deze de schade aan de buur vergoeden.

maandag 2 februari 2026

Dragen van een hoofddoek - arrest Arbeidshof Luik

Bron

Dank aan Unia die dit op haar website plaatste: https://www.unia.be/nl/wetgeving-en-rechtspraak/rechtspraak/arbeidshof-luik-afdeling-luik-27-januari-2026

1. De Feiten

Het geschil betreft mevrouw (hierna "de werkneemster"), die sinds 2016 werkzaam is als administratief medewerkster bij de Gemeente Ans.

  • Functie: Zij bekleedt een functie waarbij zij voornamelijk waakt over de naleving van wetgeving inzake overheidsopdrachten en juridische bijstand verleent aan gemeentelijke diensten. Haar contact met het publiek was beperkt (ongeveer vijf keer per jaar vóór de coronaperiode).
  • Het verzoek: Eind 2020 uitte de werkneemster de wens om op het werk een hoofddoek te dragen om religieuze redenen.
  • Reactie gemeente: Op 18 februari 2021 nam het gemeentecollege een individuele beslissing die haar verbood levensbeschouwelijke tekens te dragen in afwachting van een algemene regeling. Deze werd op 26 februari 2021 vervangen door een nieuwe, gelijkluidende beslissing.
  • Wijziging arbeidsreglement: Op 29 maart 2021 wijzigde de gemeenteraad artikel 9 van het arbeidsreglement. Dit artikel voerde een "exclusieve neutraliteit" in: het is werknemers verboden enig ostentatief teken te dragen dat politieke, filosofische of religieuze overtuigingen onthult, ongeacht of zij contact hebben met het publiek of niet.
  • Juridische stappen: De werkneemster vocht deze beslissingen aan bij de Raad van State en de burgerlijke rechtbank (in kort geding afgewezen). Vervolgens startte zij een stakingsvordering op basis van de Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007.

zondag 1 februari 2026

Wet van 26 april 2024 betreffende de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG)

Bron

Wet van 26 april 2024 betreffende de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG)


TITEL I — Algemene bepalingen en definities (Artikel 1-2)

V: Waarover gaat deze wet en wat wordt verstaan onder seksueel geweld? A: Deze wet regelt de organisatie en werking van de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG). Er worden specifieke definities gehanteerd om de zorg af te stemmen op de tijdsduur na de feiten:

  • Seksueel geweld: Strafbare feiten zoals verkrachting en aantasting van de seksuele integriteit.
  • Acuut seksueel geweld: Geweld dat 7 dagen of korter geleden plaatsvond.
  • Post-acuut seksueel geweld: Geweld dat langer dan 7 dagen maar minder dan 30 dagen geleden plaatsvond.
  • Niet-acuut seksueel geweld: Geweld dat langer dan 30 dagen geleden plaatsvond.

Ook begrippen als "steunfiguur" (iemand die het slachtoffer ondersteunt) en "forensisch onderzoek" (sporenonderzoek) worden hier gedefinieerd.

Vonnissen ondernemingsrechtbanken 2025 - stand 1 februari 2026

Bron (RSS feed - Juportal)

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250102.1

02 januari 2025

Link naar uitspraak

Aanneming, Kwalificatie overeenkomst, Promotor, Gebreken, Ontbinding, Schadevergoeding, Onderaanneming, Vrijwaring, Expertiserapport, Mindergenot

Deze zaak betreft een geschil tussen een curator van een ontwikkelaar, een aannemer, een onderaannemer en kopers over gebreken in dakwerken. De rechtbank herkwalificeerde de overeenkomst tussen ontwikkelaar en aannemer van hoofdaanneming naar verkoop-promotie omdat de eiser zelf geen werken uitvoerde. De rechtbank ontbond de overeenkomst ten laste van de aannemer wegens ernstige tekortkomingen vastgesteld door de deskundige, maar matigde de gevolgen door behoud van de reeds betaalde prijs. De aannemer werd veroordeeld tot schadevergoeding aan de kopers voor gevolgschade en mindergenot. De onderaannemer werd op zijn beurt veroordeeld tot vrijwaring van de aannemer.

Uber - Gerechtshof Amsterdam - 27 januari 2026

Bron

De Feiten

De kern van de zaak is de vraag of de mensen die via het platform van Uber ritten verzorgen, dit doen als werknemers of als zelfstandig ondernemers. De vereniging ([geïntimeerde 8]) stapte naar de rechter om vast te laten leggen dat alle chauffeurs (of een specifieke groep) een arbeidsovereenkomst hebben met Uber. Als dat zo is, moet Uber zich houden aan de CAO Zorgvervoer en Taxi en de chauffeurs volgens die regels betalen.

Beslissing van de eerste rechter (de rechtbank)

De eerste rechter die zich over deze zaak boog, gaf de vereniging gelijk. De rechtbank oordeelde destijds dat de chauffeurs wél op basis van een arbeidsovereenkomst werkten. Dit betekende dat Uber volgens die eerste uitspraak verplicht was om de chauffeurs te behandelen als werknemers en hen te betalen volgens de cao voor taxivervoer. Uber was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep bij het gerechtshof.