maandag 9 maart 2026

Wetsvoorstel houdende harmonisatie van de diverse wetgevingen die onder Binnenlandse Zaken vallen, met de boeken I en II van het Strafwetboek van 29 februari 2024.

Dit wetsvoorstel heeft als doel diverse wetten binnen het domein van Binnenlandse Zaken in overeenstemming te brengen met het nieuwe Strafwetboek van 29 februari 2024, dat op 8 april 2026 in werking treedt. Hieronder volgt een uitgebreid en artikelsgewijs overzicht van de voorgestelde wijzigingen.

HOOFDSTUK 1: Algemene bepaling

  • Artikel 1: Dit is een louter technisch artikel dat bevestigt dat de wet een aangelegenheid regelt zoals bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

HOOFDSTUK 2: Veiligheid en preventie

Afdeling 1: Wijziging van de Nieuwe Gemeentewet

  • Artikel 2: Past artikel 119ter aan. Verwijzingen naar het beroepsgeheim en het casusoverleg worden geactualiseerd naar de overeenstemmende artikelen in het nieuwe Strafwetboek (o.a. art. 352 en 353, §2). Daarnaast wordt de lange lijst van misdrijven in de vijfde en zesde paragraaf (die bepalen wanneer informatie gedeeld mag worden) volledig hernummerd conform de nieuwe codificatie.

Afdeling 2: Wijziging van de Voetbalwet (21 december 1998)

  • Artikel 3: Wijzigt de straffen voor de illegale verkoop of aankoop van tickets (Art. 38). De gevangenisstraf wordt vervangen door een straf van niveau 2 en de maximale boete wordt vastgesteld op 4.000 euro.
  • Artikel 4: Haft artikel 39 op (poging tot misdrijf), omdat het nieuwe Strafwetboek de poging tot opzettelijke misdrijven voortaan systematisch strafbaar stelt.
  • Artikel 5: In artikel 40 wordt de term "bijzondere verbeurdverklaring" gewijzigd naar simpelweg "verbeurdverklaring" om de terminologie te harmoniseren.
  • Artikel 6: De strafmaat in artikel 41bis wordt aangepast naar een straf van niveau 2 (maximaal 8.000 euro boete).
  • Artikel 7: Haft artikel 42 op. Dit artikel herinnerde eraan dat de algemene regels van het Strafwetboek van toepassing zijn; aangezien artikel 77 van het nieuwe Strafwetboek dit nu van rechtswege bepaalt, is dit artikel overbodig.
  • Artikelen 8 & 9: Actualiseren de verwijzingen naar het beroepsgeheim in de artikelen 43 en 43bis naar artikel 352 van het nieuwe Strafwetboek.

Afdeling 3: Wijziging van de Camerawet (21 maart 2007)

  • Artikel 10: Past de geldboetes in artikel 13 aan. Omdat de "opdeciemen" (de coëfficiënt waarmee boetes worden verhoogd) worden afgeschaft en geïntegreerd in het nieuwe Strafwetboek, worden de basisbedragen in de wet vermenigvuldigd met 8 om op hetzelfde niveau te blijven.

Afdeling 4: Wijziging van de Wet Gemeenschapswachten (15 mei 2007)

  • Artikel 11: Wijzigt de integriteitsvoorwaarden. Kandidaten mogen niet veroordeeld zijn tot een straf van niveau 1 tot 8 (ter vervanging van de termen 'criminele' of 'correctionele' straf). De bestaande uitzonderingen voor verkeersovertredingen en onopzettelijke slagen en verwondingen bij een ongeval blijven behouden, maar de verwijzing wordt geactualiseerd naar artikel 218 van het nieuwe Strafwetboek.

Afdeling 5: Wijziging van de GAS-wet (24 juni 2013)

  • Artikel 12: Actualiseert de lijst van gemengde inbreuken (misdrijven waarvoor een gemeentelijke administratieve sanctie kan worden opgelegd):
    • Zware gemengde inbreuken: Omvatten nu o.a. slagen en verwondingen (art. 194 en 198), beledigingen (art. 244), zware gevallen van vandalisme (art. 516-517) en zegelverbreking (art. 666).
    • Lichte gemengde inbreuken: Omvatten o.a. diefstal (art. 463 e.v.), algemeen vandalisme (art. 515) en het verbergen van het gezicht (art. 423).
    • Gedepenaliseerde feiten: Zaken als nachtlawaai of het vernielen van omheiningen zijn in het nieuwe Strafwetboek gedepenaliseerd, maar gemeenten kunnen deze nu als zuiver administratieve inbreuk blijven bestraffen.
  • Artikel 13: Verwijdert het woord "autonome" bij de probatiestraf, conform de nieuwe terminologie.

Afdeling 6: Wijziging van de Wet Private Veiligheid (2 oktober 2017)

  • Artikelen 14 & 15: In de Franstalige versie wordt de term "délits" vervangen door "infractions", aangezien het nieuwe Strafwetboek geen onderscheid meer maakt tussen overtreding, wanbedrijf en misdaad.
  • Artikelen 16 & 17: De integriteitsvoorwaarden voor ondernemingen (rechtspersonen) en personeel (natuurlijke personen) worden aangepast naar de nieuwe strafschaal (niveau 1 tot 8).
  • Artikel 18: Actualiseert verwijzingen naar specifieke artikelen over o.a. informaticacriminaliteit.
  • Artikel 19: Past de overgangsmaatregel voor personeel dat al in dienst was op 10 november 2017 aan.
  • Artikel 20: Voegt artikel 275/1 in. Dit is cruciaal voor de overgang: het stelt oude correctionele en criminele straffen gelijk aan de nieuwe niveaus 1 tot 8, zodat oude veroordelingen hun uitsluitende effect behouden.

Afdeling 7: Wijziging van de Wet Private Opsporing (18 mei 2024)

  • Artikelen 21 & 22: Past de integriteitsvoorwaarden voor ondernemingen en natuurlijke personen aan naar de straffen van niveau 1 tot 8.
  • Artikel 23: Actualiseert de verwijzing naar de straf voor de schending van het beroepsgeheim naar artikel 352.
  • Artikel 24: Past de overgangsmaatregel voor privédetectives aan.
  • Artikel 25: Voegt artikel 179/1 in voor de gelijkstelling van oude straffen met de nieuwe strafniveaus.

HOOFDSTUK 3: Nationaal Crisiscentrum

Afdeling 1: Verwerking van passagiersgegevens (25 december 2016)

  • Artikel 26: Vervangt artikel 48. Het verbod op het onthullen van geheimen door personen die meewerken aan de wet wordt nu bestraft met een straf van niveau 2.
  • Artikel 27: Inbreuken op de wet zelf worden voortaan bestraft met een straf van niveau 1.

Afdeling 2: Wazigmaking nucleaire installaties (23 maart 2020)

  • Artikelen 28 & 29: De straffen voor het onrechtmatig maken of verspreiden van (lucht)foto's van nucleaire of kritieke inrichtingen worden aangepast naar een straf van niveau 2.

Afdeling 3: Epidemische noodsituatie (14 augustus 2021)

  • Artikel 30: Overtredingen van de maatregelen tijdens een epidemische noodsituatie worden voortaan bestraft met een straf van niveau 1.

HOOFDSTUK 4: Slot- en overgangsbepalingen

  • Artikel 31: Voorziet in een overgangsregeling voor lopende GAS-procedures. Feiten die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van deze wet, worden afgehandeld volgens de regels die op dat moment van toepassing waren. Dit voorkomt verwarring bij gedepenaliseerde feiten zoals nachtlawaai.
  • Artikel 32: Bepaalt dat deze wet in werking treedt op dezelfde dag als het nieuwe Strafwetboek (8 april 2026).

donderdag 5 maart 2026

Tuchregime gevangenen België - 2026

Bron

I. Inleiding

Wat is het doel van deze regeling en de basiswet? De regeling streeft naar uniformiteit in het tuchtregime tussen de verschillende Belgische gevangenissen. Dit waarborgt dat inbreuken overal op een gepaste wijze worden gesanctioneerd.

II. Algemene bepalingen (artt. 122 – 127)

Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten van het tuchtregime? Het regime is bedoeld om de orde en veiligheid te bewaren met eerbiediging van de waardigheid en het zelfrespect van de gedetineerde. Het beroep op de tuchtprocedure moet beperkt blijven tot situaties waarin dit absoluut noodzakelijk is voor de veiligheid en er geen andere middelen, zoals bemiddeling of excuses, meer mogelijk zijn.

Welke juridische regels beschermen de gedetineerde tegen willekeur? Een gedetineerde mag uitsluitend gestraft worden voor inbreuken en met sancties die specifiek in de basiswet staan omschreven. Daarnaast geldt dat men voor één specifieke tuchtrechtelijke inbreuk slechts eenmaal gestraft mag worden. Ook is het verboden om gedetineerden zelf te belasten met de handhaving van de tucht binnen de gevangenis.

Wie heeft de macht om een straf op te leggen? Uitsluitend de directeur is bevoegd om tuchtsancties op te leggen. Indien een inbreuk tegen een directeur zelf is gepleegd, moet deze zich onthouden en wordt de bevoegdheid uitgeoefend door het inrichtingshoofd of de regionale directeur om de onpartijdigheid te garanderen.

III. De tuchtrechtelijke inbreuken (artt. 128-131)

Welke categorieën inbreuken bestaan er? Inbreuken worden volgens hun ernst ingedeeld in twee verschillende categorieën.

Wat valt onder de zwaarste inbreuken (eerste categorie)? Dit omvat onder meer opzettelijke aantasting van de fysieke of psychische integriteit, diefstal, opzettelijke vernieling, ontsnapping en het bezit van drugs of verboden substanties. Ook collectieve acties die de veiligheid ernstig in gevaar brengen en het bezit van technologische middelen voor onregelmatige communicatie vallen hieronder.

Wat zijn voorbeelden van minder zware inbreuken (tweede categorie)? Hiertoe behoren het beledigen van personen, het niet naleven van het huishoudelijk reglement, het negeren van bevelen van het personeel en het veroorzaken van lawaaihinder. Ook het niet rein houden van de verblijfsruimte of de gemeenschappelijke lokalen wordt als een inbreuk van de tweede categorie beschouwd.

Worden een poging of hulp bij een inbreuk ook bestraft? Ja, zowel de poging tot het plegen van een inbreuk als het deelnemen aan een inbreuk worden op precies dezelfde manier bestraft als de inbreuk zelf.

IV. De tuchtsancties (artt. 132-142)

Wat zijn de algemene sancties die altijd kunnen worden opgelegd? De lichtste sancties zijn de berisping met inschrijving in het tuchtregister en de beperking van aankopen in de kantine voor maximaal 30 dagen. Toiletartikelen en postzegels mogen bij een kantineverbod echter nooit ontzegd worden.

Wat houdt 'afzondering in de verblijfsruimte' in? De gedetineerde verblijft in zijn eigen, normaal uitgeruste cel en mag niet deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten, sport of wandelingen. Dit duurt maximaal 30 dagen voor zware inbreuken en 15 dagen voor lichtere inbreuken. Men behoudt wel het recht op bezoek van familie en minstens één uur buitenlucht per dag.

Wanneer wordt iemand in een strafcel (cachot) geplaatst? Dit is de zwaarste sanctie waarbij de gedetineerde in een speciaal uitgeruste cel verblijft voor maximaal 9 dagen (14 bij gijzeling) voor zware feiten, of 3 dagen voor lichte feiten. Zwangere vrouwen of moeders met jonge kinderen zijn hiervan uitgesloten, en een directeur en arts moeten de gedetineerde dagelijks bezoeken.

Wat zijn 'spiegelende' of bijzondere sancties? Dit zijn sancties die direct verband houden met de aard van de fout, zoals de ontzegging van het recht op telefoon, bezoek of bibliotheek voor maximaal 30 dagen. Ook deelname aan gezamenlijk werk, sport of cultuur kan voor deze periode worden ontzegd.

V. De tuchtprocedure (artt. 143-144)

Hoe begint een tuchtzaak officieel? Zodra een personeelslid een vermoedelijke inbreuk vaststelt, stelt hij binnen twee dagen een nauwkeurig en objectief rapport op voor de directeur. Dit rapport heeft op dat moment nog geen invloed op de dagelijkse levensvoorwaarden van de gedetineerde.

Welke beslissing neemt de directeur na het ontvangen van het rapport? De directeur beslist uiterlijk binnen zeven dagen of er een tuchtprocedure wordt opgestart. Hij kan ook oordelen dat een procedure niet nodig is, bijvoorbeeld als een waarschuwing volstaat of als de feiten niet bewezen zijn.

Hoe verloopt de hoorzitting voor de gedetineerde? De gedetineerde wordt gehoord binnen zeven dagen na de melding en heeft het recht om zijn dossier in te kijken. Hij mag zich laten bijstaan door een advocaat en van het hele gesprek wordt een verslag gemaakt.

Wanneer en hoe wordt de definitieve beslissing genomen? De directeur moet uiterlijk binnen 24 uur na de hoorzitting een beslissing nemen. Deze beslissing moet schriftelijk worden gemotiveerd en rekening houden met de ernst van de feiten en eventuele verzachtende omstandigheden.

Kan een straf ook met uitstel worden gegeven? Ja, de directeur kan een sanctie met een proeftijd van maximaal drie maanden opleggen. De straf wordt dan pas uitgevoerd als de gedetineerde binnen die periode opnieuw een tuchtrechtelijke inbreuk pleegt.

VI. De voorlopige maatregel (art. 145)

Wat gebeurt er als er een direct gevaar is voor de veiligheid? Bij acute onveiligheid of collectieve acties kan de directeur onmiddellijk een voorlopige maatregel nemen, zoals tijdelijke opsluiting in een beveiligde cel. Dit is een ordemaatregel om de rust te herstellen; de duur ervan moet later worden afgetrokken van een eventuele tuchtsanctie.

VII - XII. Overige bepalingen

Hoe worden tuchtsancties officieel geregistreerd? Elke gevangenis houdt een algemeen register bij van alle sancties. Daarnaast heeft elke gedetineerde een individueel register in zijn dossier dat hem volgt als hij naar een andere gevangenis wordt overgeplaatst.

Welke extra rechten gelden voor geïnterneerden en bij taalproblemen? Geïnterneerden moeten tijdens de procedure altijd door een advocaat worden bijgestaan. Bij taalbarrières moet de gevangenis zorgen voor een tolk of vertaler zodat de gedetineerde de procedure en de stukken volledig begrijpt.

Wat houdt een geldige motivering van de beslissing precies in? De directeur mag geen standaardformuleringen gebruiken, maar moet concreet uitleggen welke feiten bewezen zijn verklaard. De motivering moet ook aantonen dat de straf in verhouding staat tot de ernst van de feiten.

 Zie ook toelichting door Orde van Vlaamse Balies


woensdag 4 maart 2026

Schriftelijke vragen en antwoorden 26 november 2025

Bron

Tekst met bladwijzers en inhoudstafel


Vraag 598: Belgische politici in dossiers van de Staatsveiligheid (VSSE)

  • Vraag: Hoeveel politici komen voor in VSSE-dossiers, wat zijn de criteria voor hun opname en bestaan er "gereserveerde dossiers" voor mandatarissen?
  • Antwoord: De VSSE hanteert een interne procedure waarbij de minister en het Comité I worden ingelicht als een politicus bewust of onbewust bijdraagt aan een dreiging. Dossiers waarin zij slechts toevallig worden genoemd, worden niet gemeld. Er bestaan geen "gereserveerde dossiers" voor politici en er is geen toename van dergelijke dossiers vastgesteld.

Vraag 599: Vestiging van het BBNJ-secretariaat in Brussel

  • Vraag: Wat is de strategie en wat zijn de kosten van de Belgische campagne om het VN-secretariaat voor oceaanbescherming (BBNJ) naar Brussel te halen?
  • Antwoord: België profileert Brussel als een strategisch diplomatiek en wetenschappelijk knooppunt. De campagne kost jaarlijks tussen de €60.000 en €80.000. Een beslissing wordt uiterlijk in januari 2027 verwacht.

Vraag 600: Personeelstekort bij magistratuur en parketten

  • Vraag: Hoeveel vacatures zijn er voor magistraten en hoe reageert de minister op de noodkreet over de structurele onderfinanciering?
  • Antwoord: Er lopen momenteel 109 benoemingsprocedures voor magistraten en 361 voor gerechtspersoneel. Er is €21 miljoen vrijgemaakt voor extra personeel om de werkdruk te verlichten.

Vraag 601, 602, 613, 614, 615, 617, 619, 620 & 625

  • Onderwerpen: Voedseltekort in gevangenissen, religieuze voeding, digitalisering, tewerkstelling/opleiding gedetineerden, agressie tegen cipiers, minderjarigen in het drugscircuit, het BKOC en morele bijstand.
  • Vraag: Diverse gedetailleerde vragen over statistieken en operationele werking.
  • Antwoord: De antwoorden op deze vragen zijn rechtstreeks naar de vraagstellers gestuurd vanwege hun omvang en zijn niet opgenomen in het publieke bulletin.

Vraag 603: Religieuze voeding in Forensisch Psychiatrische Centra (FPC)

  • Vraag: Wat zijn de richtlijnen voor halal-voeding in FPC's?
  • Antwoord: De afdelingen in FPC Gent en Antwerpen hebben autonomie over maaltijden; patiënten kunnen in overleg maaltijden kiezen die passen bij hun geloofsovertuiging. Halal-voeding is beschikbaar.

Vraag 604: Religieuze voeding in detentiehuizen

  • Vraag: Wordt er halal-voeding aangeboden in detentiehuizen zoals Kortrijk?
  • Antwoord: Bewoners worden bij aankomst bevraagd over hun voorkeuren. Enkel detentiehuis Kortrijk biedt direct halal-gecertificeerde ingrediënten aan. Er wordt geen specifiek menu op basis van ritueel geslacht vlees standaard aangeboden, maar bewoners kunnen dit zelf aankopen en bereiden.

Vraag 605: Niet-uitvoering van Europese aanhoudingsbevelen (EAB)

  • Vraag: Hoe vaak weigeren andere EU-landen Belgische EAB's vanwege de staat van onze gevangenissen?
  • Antwoord: Tussen 2022 en 2025 is slechts één Belgisch EAB geweigerd door een Duitse rechtbank (juni 2025) op grond van de fundamentele rechten.

Vraag 606 & 610: Capaciteit parket Halle-Vilvoorde

  • Vraag: Hoe wordt de werklast in Halle-Vilvoorde aangepakt en komt er een eigen rechtbank?
  • Antwoord: Er zijn 21 magistraten effectief werkzaam op een wettelijk kader van 24; vacatures zijn uitgeschreven om dit aan te vullen. Het regeerakkoord voorziet niet in de oprichting van een aparte rechtbank.

Vraag 607: Gerechtigheid voor de Jezidi-gemeenschap

  • Vraag: Wat doet België om daders van de genocide op de Jezidi's te vervolgen?
  • Antwoord: België is actief in een internationaal onderzoeksteam (JIT). Onlangs werd een Belgische IS-strijder tot levenslang veroordeeld voor genocide; er lopen nog onderzoeken naar ongeveer 15 andere personen.

Vraag 608: Aantal zorgvolmachten

  • Vraag: Hoeveel zorgvolmachten worden er geregistreerd en waarom is er een groot verschil tussen de regio's?
  • Antwoord: In de eerste helft van 2025 waren er ruim 66.000 zorgvolmachten, waarvan 90% in Vlaanderen. Om misbruik te voorkomen, komt er vanaf september 2027 een nationaal register voor professionele bewindvoerders.

Vraag 609: Hulp bij onwettig verblijf (Vreemdelingenwet)

  • Vraag: Hoe wordt de uitzondering voor humanitaire hulp bij illegaal verblijf toegepast?
  • Antwoord: De minister van Justitie verwijst deze vraag door naar de minister van Asiel en Migratie, die hiervoor bevoegd is.

Vraag 611: Ontsnappingen en fouilleringen

  • Vraag: Worden gedetineerden systematisch gefouilleerd bij vrijlating en hoe evolueert het aantal ontsnappingen?
  • Antwoord: Er is geen systematische fouille bij vrijlating, enkel bij concrete aanwijzingen. In 2024 waren er 31 ontsnappingen uit alle inrichtingen samen.

Vraag 612: Tekort aan forensisch psychiaters

  • Vraag: Hoeveel forensisch psychiaters zijn er en wat wordt gedaan aan het tekort?
  • Antwoord: Er is een nieuwe rubriek "forensisch psychiater" in het deskundigenregister aangemaakt. 17 reeds erkende psychiaters zijn verzocht zich hierin te laten registreren.

Vraag 616 & 618: Begeleiding gedetineerden en ketenpartners

  • Vraag: Welke middelen gaan naar de begeleiding van gedetineerden en verslavingszorg?
  • Antwoord: De hulp- en dienstverlening aan gedetineerden valt onder de bevoegdheid van de gemeenschappen; de minister verwijst de vraagstellers naar hen door.

Vraag 621: Vredegerecht te Philippeville

  • Vraag: Gaan de bouwplannen voor het vredegerecht nog door nu de FOD Financiën daar vertrekt?
  • Antwoord: De impact van het vertrek van Financiën valt onder minister Vanessa Matz. De behoeften van Justitie voor een vredegerecht in Philippeville blijven echter ongewijzigd.

Vraag 622: Niet-naleving van het omgangsrecht

  • Vraag: Wat wordt er gedaan als ouders het omgangsrecht met hun kinderen niet respecteren?
  • Antwoord: De wet voorziet in dwangsommen en zelfs strafrechtelijke sancties, maar de focus ligt primair op bemiddeling en het belang van het kind.

Vraag 623: Cel Kunst en Antiek

  • Vraag: Wat is de capaciteit van de politiecel die kunstsmokkel bestrijdt?
  • Antwoord: De cel bestaat uit twee gespecialiseerde leden. Zij beheren de ARTIST-databank, die dagelijks wordt bijgewerkt.

Vraag 624: Sabotageacties 'Code Rood' in de Gentse haven

  • Vraag: Hoe staat het met de vervolging na de acties bij Cargill in maart 2025?
  • Antwoord: Er zijn 43 personen geïdentificeerd. Er loopt momenteel een gerechtelijk onderzoek bij een onderzoeksrechter in Gent; over lopende onderzoeken kan geen verdere informatie worden gegeven.

donderdag 26 februari 2026

Integraal verslag Commissie Justitie 26 februari 2026

 

Ingetraal verslag Commissie Justtite 26 februari 2026

Bron: https://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/56/ic320.pdf

Bestand met bladwijzers en inhoudstafel: https://vlaamsemagistraten.allsync.com/s/eM9tFoYk9rjX5mi

Samenvatting door AI

Hieronder volgt een overzicht van de vragen die zijn behandeld tijdens de commissievergadering voor Justitie op 25 februari 2026, inclusief de inhoud van de vragen en de antwoorden van Minister Annelies Verlinden.

1. De Moslimbroederschap en Tareq Al-Suwaidan

  • Gesteld door: Koen Metsu (N-VA).
  • Inhoud: Metsu vraagt of België, in navolging van Frankrijk, zal pleiten voor de opname van de Moslimbroederschap op de EU-lijst van terroristische organisaties. Daarnaast stelt hij vragen over de Koeweitse leider Tareq Al-Suwaidan, wiens nationaliteit is ingetrokken en die eerder de toegang tot België werd geweigerd.
  • Antwoord Minister: De opname op de EU-lijst is nog niet behandeld in de bevoegde werkgroep; voor het Belgische standpunt verwijst zij naar de minister van Buitenlandse Zaken. Over Al-Suwaidan kan zij niet ingaan op individuele dossiers, maar zij benadrukt dat de diensten waakzaam blijven voor buitenlandse haatpropagandisten.

vrijdag 20 februari 2026

Learning Resources, Inc. v. Trump

 Bron

In deze rechtszaak (Learning Resources, Inc. v. Trump) heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof bepaald dat de president niet de bevoegdheid heeft om importtarieven (invoerrechten) op te leggen op basis van de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA).

Hier is een gedetailleerde, maar begrijpelijke uitleg van wat er precies is beslist en waarom:

De aanleiding van de zaak Kort na zijn aantreden riep president Trump de nationale noodtoestand uit om twee problemen aan te pakken: de smokkel van illegale drugs (vanuit Canada, Mexico en China) en grote handelstekorten met het buitenland. Om deze problemen op te lossen, gebruikte hij een wet genaamd IEEPA. Deze wet geeft de president in noodsituaties brede economische bevoegdheden. Op basis van deze wet legde de president forse importtarieven op aan verschillende landen, zoals een heffing van 25% op Canadese en Mexicaanse producten en tot wel 145% op Chinese producten. Amerikaanse bedrijven spanden een rechtszaak aan omdat ze vonden dat de president de wet hiervoor niet mocht gebruiken.

woensdag 18 februari 2026

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht.

Bron

De bespreking is ingedeeld per hoofdstuk zoals in het ontwerp.

HOOFDSTUK 1: Algemene bepaling

Artikel 1 Dit is een standaardbepaling die aangeeft dat de wet een aangelegenheid regelt als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet (federale bevoegdheid).


HOOFDSTUK 2: De opdeciemen (geldboetes)

Dit hoofdstuk is complex omdat het een brug slaat tussen het oude systeem van geldboetes en het nieuwe Strafwetboek.

Artikel 2 Dit artikel wijzigt de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen (de toeslagen op boetes).

  • Context: In het nieuwe Strafwetboek zijn de basisbedragen van boetes al verhoogd (vermenigvuldigd met 8) om de "teller van de opdeciemen op nul te zetten". Echter, een andere wet (van 19 december 2025) heeft de opdeciemen in het oude systeem verhoogd naar 90 (coëfficiënt 10).
  • De nieuwe regel: Om te zorgen dat de boetes onder het nieuwe Strafwetboek klppen met de recente verhogingen, worden boetes onder het nieuwe wetboek verhoogd met 2,5 opdeciemen. Dit lijkt klein, maar komt bovenop de reeds verhoogde basisbedragen in het nieuwe wetboek.
  • Overgangsregeling: Voor feiten die dateren van vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek, blijft het oude systeem gelden (oude basisbedragen + 90 opdeciemen), tenzij de feiten nog ouder zijn (van voor de wet van 19 december 2025), dan geldt 70 opdeciemen.
  • Terminologie: De term "bijzondere wet" wordt vervangen door "wetten en reglementen" om aan te sluiten bij de terminologie van het nieuwe Strafwetboek.

Advies Raad van State - hervorming B.T.W.

Bron

Hier is een uitvoerige en eenvoudige bespreking van het advies van de Raad van State (nr. 78.759/3) van 5 februari 2026 over de geplande BTW-hervormingen.

Bron

Waarover gaat het?

De regering wil de BTW-tarieven moderniseren in het kader van een begrotingsakkoord. Het doel is enerzijds extra inkomsten (begroting) en anderzijds een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op consumptie.

Concreet liggen er vijf grote maatregelen op tafel in dit ontwerp van Koninklijk Besluit:

  1. Pesticiden: BTW omhoog van 12% naar 21%.
  2. Logies (hotels/campings): BTW omhoog van 6% naar 12%.
  3. Afhaalmaaltijden en bepaalde voeding: BTW omhoog van 6% naar 12%.
  4. Niet-alcoholische dranken op restaurant: BTW omlaag van 21% naar 12%.
  5. Cultuur en vermaak: Opsplitsing waarbij sommige tickets van 6% naar 12% gaan.

De Raad van State is zeer kritisch over verschillende onderdelen. Hieronder bespreken we de knelpunten per onderwerp, inclusief de voorbeelden uit de tekst.

𝟴 𝗙𝗘𝗕𝗥𝗨𝗔𝗥𝗜 𝟮𝟬𝟮𝟲. - 𝗪𝗲𝘁 𝗯𝗲𝘁𝗿𝗲𝗳𝗳𝗲𝗻𝗱𝗲 𝗵𝗲𝘁 𝗮𝗳𝗻𝗲𝗺𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗿𝘂𝗴𝘀𝘁𝗲𝘀𝘁𝗲𝗻 𝗶𝗻 𝗱𝗲 𝘁𝗿𝗮𝗻𝘀𝗶𝘁𝗶𝗲𝗵𝘂𝗶𝘇𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗱𝗲 𝘃𝗲𝗿𝘃𝗮𝗹𝗹𝗲𝗻𝘃𝗲𝗿𝗸𝗹𝗮𝗿𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗕𝗲𝗹𝗴𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗻𝗮𝘁𝗶𝗼𝗻𝗮𝗹𝗶𝘁𝗲𝗶𝘁

Bron

Deze wet van 8 februari 2026 regelt twee totaal verschillende zaken: drugstesten voor gevangenen in transitiehuizen en nieuwe regels over het verliezen van de Belgische nationaliteit.


Deel 1: Drugstesten in transitiehuizen

Een transitiehuis is een plek waar gevangenen het einde van hun straf uitzitten om zich voor te bereiden op hun terugkeer in de maatschappij. De wet voert hier strengere regels in om de veiligheid te garanderen.

1. Wanneer mag er getest worden? De verantwoordelijke van het transitiehuis mag beslissen om een gevangene te testen op drugs of andere verboden middelen. Dit kan in twee situaties gebeuren:

  • Als er persoonlijke aanwijzingen zijn dat iemand drugs gebruikt.
  • Via willekeurige controles (steekproeven) op regelmatige tijdstippen.

maandag 16 februari 2026

Wetsontwerpbetreffende de regeling van een tijdelijk wettelijk kader inzake de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, met het oog op de inwerkingtreding van het nieuw Strafwetboek

Bron

Dit wetsontwerp fungeert als een "tijdelijke brug". Omdat het nieuwe Strafwetboek op 8 april 2026 ingaat, maar het definitieve wetboek voor de uitvoering van die straffen nog niet klaar is (verwacht tegen 2029), regelt deze wet hoe straffen in die tussenperiode concreet worden uitgevoerd.


HOOFDSTUK 1: Algemene Bepaling

Artikel 1: Dit is een standaardformule die aangeeft dat deze wet zaken regelt die volgens de Grondwet door de federale overheid moeten worden bepaald.

HOOFDSTUK 2: Het Tijdelijk Kader (De kern van de zaak)

Afdeling 1: Definities

Artikel 2: Hier wordt vastgelegd wat wordt bedoeld met de "bevoegde dienst van de gemeenschappen". In mensentaal zijn dit de Justitiehuizen. Zij staan in voor de controle van enkelbanden en de begeleiding van veroordeelden.

woensdag 11 februari 2026

Wetgevend verslag procureur-generaal bij het Hof van Cassatie - 2025

Bron

Het doel van dit verslag is om de wetgever (het Parlement) te adviseren over fouten, leemtes of vertragingen in de huidige wetgeving en oplossingen aan te reiken.

De samenvatting is opgedeeld in drie grote blokken, zoals gepresenteerd in het verslag: de grote hervorming van de strafprocedure (Deel A), de nieuwe specifieke voorstellen voor 2025 (Deel B) en de herhaling van eerdere belangrijke voorstellen (Deel C).