I. Inleiding
Wat is het doel van deze regeling en de basiswet? De
regeling streeft naar uniformiteit in het tuchtregime tussen de verschillende
Belgische gevangenissen. Dit waarborgt dat inbreuken overal op een gepaste
wijze worden gesanctioneerd.
II. Algemene bepalingen (artt. 122 – 127)
Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten van het
tuchtregime? Het regime is bedoeld om de orde en veiligheid te bewaren met
eerbiediging van de waardigheid en het zelfrespect van de gedetineerde. Het
beroep op de tuchtprocedure moet beperkt blijven tot situaties waarin dit
absoluut noodzakelijk is voor de veiligheid en er geen andere middelen, zoals
bemiddeling of excuses, meer mogelijk zijn.
Welke juridische regels beschermen de gedetineerde tegen
willekeur? Een gedetineerde mag uitsluitend gestraft worden voor inbreuken
en met sancties die specifiek in de basiswet staan omschreven. Daarnaast geldt
dat men voor één specifieke tuchtrechtelijke inbreuk slechts eenmaal gestraft
mag worden. Ook is het verboden om gedetineerden zelf te belasten met de
handhaving van de tucht binnen de gevangenis.
Wie heeft de macht om een straf op te leggen?
Uitsluitend de directeur is bevoegd om tuchtsancties op te leggen. Indien een
inbreuk tegen een directeur zelf is gepleegd, moet deze zich onthouden en wordt
de bevoegdheid uitgeoefend door het inrichtingshoofd of de regionale directeur
om de onpartijdigheid te garanderen.
III. De tuchtrechtelijke inbreuken (artt. 128-131)
Welke categorieën inbreuken bestaan er? Inbreuken
worden volgens hun ernst ingedeeld in twee verschillende categorieën.
Wat valt onder de zwaarste inbreuken (eerste categorie)?
Dit omvat onder meer opzettelijke aantasting van de fysieke of psychische
integriteit, diefstal, opzettelijke vernieling, ontsnapping en het bezit van
drugs of verboden substanties. Ook collectieve acties die de veiligheid ernstig
in gevaar brengen en het bezit van technologische middelen voor onregelmatige
communicatie vallen hieronder.
Wat zijn voorbeelden van minder zware inbreuken (tweede
categorie)? Hiertoe behoren het beledigen van personen, het niet naleven
van het huishoudelijk reglement, het negeren van bevelen van het personeel en
het veroorzaken van lawaaihinder. Ook het niet rein houden van de
verblijfsruimte of de gemeenschappelijke lokalen wordt als een inbreuk van de
tweede categorie beschouwd.
Worden een poging of hulp bij een inbreuk ook bestraft?
Ja, zowel de poging tot het plegen van een inbreuk als het deelnemen aan een
inbreuk worden op precies dezelfde manier bestraft als de inbreuk zelf.
IV. De tuchtsancties (artt. 132-142)
Wat zijn de algemene sancties die altijd kunnen worden
opgelegd? De lichtste sancties zijn de berisping met inschrijving in het
tuchtregister en de beperking van aankopen in de kantine voor maximaal 30
dagen. Toiletartikelen en postzegels mogen bij een kantineverbod echter nooit
ontzegd worden.
Wat houdt 'afzondering in de verblijfsruimte' in? De
gedetineerde verblijft in zijn eigen, normaal uitgeruste cel en mag niet
deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten, sport of wandelingen. Dit duurt
maximaal 30 dagen voor zware inbreuken en 15 dagen voor lichtere inbreuken. Men
behoudt wel het recht op bezoek van familie en minstens één uur buitenlucht per
dag.
Wanneer wordt iemand in een strafcel (cachot) geplaatst?
Dit is de zwaarste sanctie waarbij de gedetineerde in een speciaal uitgeruste
cel verblijft voor maximaal 9 dagen (14 bij gijzeling) voor zware feiten, of 3
dagen voor lichte feiten. Zwangere vrouwen of moeders met jonge kinderen zijn
hiervan uitgesloten, en een directeur en arts moeten de gedetineerde dagelijks
bezoeken.
Wat zijn 'spiegelende' of bijzondere sancties? Dit
zijn sancties die direct verband houden met de aard van de fout, zoals de
ontzegging van het recht op telefoon, bezoek of bibliotheek voor maximaal 30
dagen. Ook deelname aan gezamenlijk werk, sport of cultuur kan voor deze
periode worden ontzegd.
V. De tuchtprocedure (artt. 143-144)
Hoe begint een tuchtzaak officieel? Zodra een
personeelslid een vermoedelijke inbreuk vaststelt, stelt hij binnen twee dagen
een nauwkeurig en objectief rapport op voor de directeur. Dit rapport heeft op
dat moment nog geen invloed op de dagelijkse levensvoorwaarden van de
gedetineerde.
Welke beslissing neemt de directeur na het ontvangen van
het rapport? De directeur beslist uiterlijk binnen zeven dagen of er een
tuchtprocedure wordt opgestart. Hij kan ook oordelen dat een procedure niet
nodig is, bijvoorbeeld als een waarschuwing volstaat of als de feiten niet
bewezen zijn.
Hoe verloopt de hoorzitting voor de gedetineerde? De
gedetineerde wordt gehoord binnen zeven dagen na de melding en heeft het recht
om zijn dossier in te kijken. Hij mag zich laten bijstaan door een advocaat en
van het hele gesprek wordt een verslag gemaakt.
Wanneer en hoe wordt de definitieve beslissing genomen?
De directeur moet uiterlijk binnen 24 uur na de hoorzitting een beslissing
nemen. Deze beslissing moet schriftelijk worden gemotiveerd en rekening houden
met de ernst van de feiten en eventuele verzachtende omstandigheden.
Kan een straf ook met uitstel worden gegeven? Ja, de
directeur kan een sanctie met een proeftijd van maximaal drie maanden opleggen.
De straf wordt dan pas uitgevoerd als de gedetineerde binnen die periode
opnieuw een tuchtrechtelijke inbreuk pleegt.
VI. De voorlopige maatregel (art. 145)
Wat gebeurt er als er een direct gevaar is voor de
veiligheid? Bij acute onveiligheid of collectieve acties kan de directeur
onmiddellijk een voorlopige maatregel nemen, zoals tijdelijke opsluiting in een
beveiligde cel. Dit is een ordemaatregel om de rust te herstellen; de duur
ervan moet later worden afgetrokken van een eventuele tuchtsanctie.
VII - XII. Overige bepalingen
Hoe worden tuchtsancties officieel geregistreerd?
Elke gevangenis houdt een algemeen register bij van alle sancties. Daarnaast
heeft elke gedetineerde een individueel register in zijn dossier dat hem volgt
als hij naar een andere gevangenis wordt overgeplaatst.
Welke extra rechten gelden voor geïnterneerden en bij
taalproblemen? Geïnterneerden moeten tijdens de procedure altijd door een
advocaat worden bijgestaan. Bij taalbarrières moet de gevangenis zorgen voor
een tolk of vertaler zodat de gedetineerde de procedure en de stukken volledig
begrijpt.
Wat houdt een geldige motivering van de beslissing
precies in? De directeur mag geen standaardformuleringen gebruiken, maar
moet concreet uitleggen welke feiten bewezen zijn verklaard. De motivering moet
ook aantonen dat de straf in verhouding staat tot de ernst van de feiten.