Uitleg van het wetsontwerp over de "Woonstbetredingen"
Wat is het doel van dit wetsontwerp? Dit wetsontwerp
is bedoeld om de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en de politie de bevoegdheid
te geven om, zonder toestemming, de woning te betreden van een vreemdeling die
illegaal in het land verblijft. Het doel hiervan is om deze persoon aan te
houden en het land uit te zetten. Momenteel kampt de politie met een praktisch
probleem: als ze bij iemand aanbellen om een uitwijzing uit te voeren en de
persoon weigert de deur open te doen, mag de politie niet zomaar naar binnen.
Dit wetsontwerp wil die "maas in de wet" dichten.
Voor wie geldt dit? De overheid benadrukt dat dit
niet zomaar bij iedereen mag gebeuren. De maatregel is gericht op vreemdelingen
die aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Ze
hebben alle beroepsprocedures uitgeput en een definitief bevel gekregen om
het land te verlaten,.
- Ze
weigeren mee te werken aan hun eigen vertrek.
- Er
zijn duidelijke redenen om aan te nemen dat ze een gevaar vormen voor
de openbare orde of de nationale veiligheid,.
Hoe gaat het in zijn werk? (De spelregels) De politie
mag niet zomaar een deur intrappen. Er is een vaste procedure opgesteld:
- Machtiging
van een rechter: De DVZ moet altijd vooraf toestemming (een
machtiging) vragen aan een onafhankelijke onderzoeksrechter,.
- Laatste
redmiddel: De inval mag alleen als een "ultimum remedium"
(laatste redmiddel) worden gebruikt, dus wanneer alle andere, minder
ingrijpende manieren om de persoon uit te wijzen zijn mislukt,.
- Tijdstip:
De woonstbetreding mag enkel plaatsvinden tussen 5 uur 's ochtends en 21
uur 's avonds,.
- Zoeken
naar papieren: Als de vreemdeling weigert zijn identiteits- of
verblijfspapieren te geven, mag de politie de woning doorzoeken om deze
documenten te vinden en in beslag te nemen,.
Waarom is er dan zoveel ophef over? Aan dit
wetsontwerp is een groot aantal adviezen toegevoegd van belangrijke instanties
(zoals de Raad van State, de privacycommissie, het Kinderrechtencommissariaat
en rechters zelf). Zij uiten bijzonder zware kritiek,. Dit zijn de
belangrijkste bezwaren:
- Inbreuk
op de privacy van onschuldige derden: De politie mag niet alleen
binnenvallen in de eigen woning van de vreemdeling, maar ook in de woning
van een derde (bijvoorbeeld vrienden, familie of kennissen) als ze
vermoeden dat de vreemdeling daar verblijft,. Critici vinden dit een
buitenproportionele schending van de grondrechten van mensen die zelf geen
misdrijf hebben gepleegd,.
- Kritiek
van de onderzoeksrechters: Onderzoeksrechters zijn magistraten die
normaal gesproken zware strafrechtelijke onderzoeken leiden. Zij weigeren
"de gewapende arm" van de DVZ te worden voor een puur
administratieve uitzettingsprocedure. Ze vinden dat de wet hen dwingt om
een zware dwangmaatregel goed te keuren, zonder dat ze de mogelijkheid
hebben om het volledige dossier in te zien of de proportionaliteit goed te
beoordelen,.
- Trauma
voor kinderen: Zowel Myria (het Federaal Migratiecentrum) als het
Kinderrechtencommissariaat waarschuwen voor de enorme psychologische
impact op kinderen. Een politie-inval, mogelijk om 5 uur 's ochtends,
waarbij ouders met dwang of handboeien worden meegenomen, is extreem
traumatiserend,. Het wetsontwerp zegt wel dat de rechter rekening moet
houden met kinderen, maar de organisaties vinden deze garanties veel te
vaag en onvoldoende uitgewerkt,.
- Vage
term "openbare orde": Het ontwerp focust op personen die een
gevaar zijn voor de "openbare orde". Critici wijzen erop dat dit
begrip in de wet niet helder is afgebakend, waardoor de maatregel in
theorie toch voor een heel brede groep ingezet zou kunnen worden, en er
een risico is op willekeur.
Adviezen (ingesloten in bron)
1. Raad van State (RvS) De Raad van State focust zich op de juridische kwaliteit en de grondrechten.
- Inbreuk op grondrechten: De regeling vormt een zeer ernstige inmenging in het recht op privacy en de onschendbaarheid van de woning.
- Rechten van huisgenoten (derden): Er is geen enkele bijzondere regel voorzien om de belangen van onschuldige derden (zoals huisgenoten of kinderen) die in de woning verblijven adequaat te beschermen.
- Gebrek aan controle: Er is in de wet geen procedure voorzien voor een controle achteraf (a posteriori) van de machtiging van de rechter.
- Vaagheid: De voorwaarden om een machtiging te krijgen (zoals "gevaar voor de openbare orde") moeten veel scherper en duidelijker in de wet worden omschreven.
2. Vereniging van Onderzoeksrechters De rechters die de machtiging moeten uitschrijven, zijn principieel tegen hun voorziene rol in dit ontwerp.
- Instrumentalisering: Zij weigeren "de gewapende arm" van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) te worden voor het uitvoeren van een louter administratieve maatregel.
- Marginale toetsing: De rechter krijgt geen volledig dossier te zien, mag niet oordelen of de maatregel op dat moment echt gepast is (opportuniteit), en fungeert zo slechts als een formele stempel.
- Disproportioneel geweld: Ze vinden de wet te ver gaan, omdat de politie mag zoeken, dwang gebruiken en kasten mag openen, bevoegdheden die normaal enkel in een zwaar strafrechtelijk onderzoek bestaan.
3. Federaal Migratiecentrum (Myria) Myria waakt over de grondrechten van vreemdelingen en heeft forse kritiek op de rechtsbescherming en definities.
- Gevaar voor willekeur: Begrippen zoals het vormen van een "gevaar voor de openbare orde" of een "gebrek aan medewerking" zijn veel te ruim en vaag geformuleerd, waardoor de DVZ te veel vrij spel krijgt.
- Geen daadwerkelijk beroep: De geviseerde persoon heeft geen enkel direct rechtsmiddel om in beroep te gaan tegen de beslissing van de onderzoeksrechter.
- Kwetsbare profielen: De wet besteedt geen specifieke aandacht aan de bescherming van kwetsbare personen zoals zwangere vrouwen, zieken, ouderen of mensen met een handicap.
4. Kinderrechtencommissariaat / Délégué général aux droits de l'enfant Zij bekijken de wet puur vanuit de impact op kinderen en jongeren.
- Traumatische impact: Een politie-inval, mogelijk om 5 uur 's ochtends met gewapende agenten, brengt enorme psychologische schade en stress toe aan aanwezige kinderen.
- Zwakke "kind-toets": De wet zegt wel dat de rechter rekening moet houden met kinderen, maar dit is juridisch te zwak verankerd; het vereist geen grondige weging van het belang van het kind.
- Gezinsscheiding: Het is volstrekt onduidelijk wat de procedures zijn voor de opvang van de kinderen als hun ouders plots worden meegenomen en vastgehouden.
5. Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) & Controleorgaan op de politionele informatie (COC) Deze privacywaakhonden bekijken hoe er met de persoonsgegevens wordt omgegaan.
- Ontbreken van een wettelijke basis: De essentiële regels rond dataverwerking (wie bewaart wat, hoelang, en met welk doel) ontbreken volledig in het wetsontwerp en de Vreemdelingenwet.
- Privacy van derden: Er is een zeer groot risico dat persoonsgegevens van onschuldige burgers (huisgenoten of mensen die tijdelijk onderdak bieden) onrechtmatig geregistreerd worden in politiedatabanken en die van de DVZ.
- Geen logging: Er is geen wettelijke verplichting voorzien om digitaal bij te houden wie de systemen raadpleegt (logging), wat controle op misbruik onmogelijk maakt.
6. College van procureurs-generaal Zij bekijken de wet vanuit de algemene werking van Justitie en het Openbaar Ministerie.
- Buitenspel gezet: Het Openbaar Ministerie (het parket) speelt vreemd genoeg geen enkele rol in deze nieuwe procedure.
- Werklast: Er is geen enkele inschatting gemaakt van de extra werklast voor de onderzoeksrechters, waardoor zij afgeleid dreigen te worden van hun echte strafrechtelijke kerntaken.
- Praktische uitvoering: Het is onduidelijk wie de verantwoordelijkheid draagt voor de overbrenging van de vreemdeling naar een gesloten centrum na de arrestatie, wat mogelijk tot extra druk op de veiligheid en werklast van de politie leidt.
7. Comité P (Toezicht op de politiediensten) Het Comité P onderzoekt de praktische werkbaarheid voor de politie op het terrein.
- Verwarrende bevoegdheden: De wet spreekt afwisselend over "politieambtenaren" en "officieren van gerechtelijke politie", wat onduidelijk maakt wie de machtiging precies mag of moet uitvoeren.
- Onduidelijkheid rond dwang en geweld: De tekst verwijst naar het gebruik van "dwang", maar linkt dit aan artikelen die eigenlijk over "geweld" en het gebruik van handboeien gaan, wat verwarring schept.
- Ontbreken van richtlijnen ter plaatse: Er staat nergens wat een politieagent ter plaatse concreet moet doen als hij een ouder moet arresteren en er enkel minderjarige kinderen achterblijven.
Op basis van de verdediging van de regering in het document, kunnen diverse gefundeerde, kritische vragen worden gesteld die de kritiek van de adviesorganen weerleggen:
1. Als het louter weigeren om de deur te openen volstaat om een verwijderingsbevel te blokkeren, is er dan nog wel sprake van een afdwingbaar overheidsbeleid?
Momenteel is er een lacune in de wet waardoor politiediensten een woning niet met dwang mogen betreden om een illegaal verblijvende persoon aan te houden, wat ertoe leidt dat sommige politiezones weigerachtig staan tegenover het uitvoeren van adrescontroles . Het wetsontwerp beargumenteert dat de betreding een absoluut noodzakelijke maatregel (ultimum remedium) is voor situaties waarin de vreemdeling weigert mee te werken en alle andere, minder ingrijpende middelen geen resultaat hebben opgeleverd.
2. Waarom wordt de controle door een onderzoeksrechter als "instrumentalisering" gezien, terwijl dit in een rechtsstaat net de ultieme garantie tegen politiewillekeur is?
De vereniging van onderzoeksrechters weigert "de gewapende arm" van de Dienst Vreemdelingenzaken te worden. De regering stelt echter dat de voorafgaande tussenkomst van een onafhankelijke en onpartijdige magistraat precies de belangrijkste waarborg is om misbruik te voorkomen . De rol van de rechter is hierbij niet louter formeel; hij moet de noodzaak en proportionaliteit van de inval beoordelen, waken over de grondrechten en kan zelf de concrete modaliteiten bepalen (zoals beperktere uren of de verplichte aanwezigheid van een arts).
3. Welke toegevoegde waarde heeft een compleet nieuwe, vertragende beroepsprocedure als het bestaande rechtssysteem al in voldoende waarborgen voorziet?
Instanties zoals de Raad van State en Myria bekritiseren het gebrek aan een apart beroep achteraf tegen de machtiging van de onderzoeksrechter. De regering weerlegt dit door te benadrukken dat het creëren van een specifieke sui generis beroepsmogelijkheid geen enkele meerwaarde biedt . De vreemdeling kan immers, net zoals vandaag, bij de Raadkamer beroep aantekenen tegen zijn vasthouding in het gesloten centrum en daar eventuele onregelmatigheden over de woonstbetreding opwerpen, waarna hij bij misbruik onmiddellijk kan worden vrijgelaten.
4. Als een inval in de woning van derden verboden zou zijn, wordt de wet dan niet extreem eenvoudig te omzeilen?
Er is veel kritiek op het feit dat de politie ook bij vrienden of familie mag binnenvallen. De regering stelt echter dat de inval moet gebeuren op de plaats waar de vreemdeling effectief verblijft, ongeacht of die eigendom is van een derde . Als men dit zou verbieden, zou een gezochte vreemdeling zich simpelweg immuun kunnen maken voor uitzetting door tijdelijk bij iemand anders in te trekken. Bovendien zijn onschuldige derden niet rechteloos: als een inval onwettig blijkt, kunnen zij een schadeclaim wegens buitencontractuele aansprakelijkheid indienen of een strafklacht neerleggen wegens huisvredebreuk (art. 148 Strafwetboek).
5. Hoe kan de overheid de maatschappij nog beschermen als pertinente weigeraars met een gevaarlijk profiel niet meer met dwang mogen worden uitgezet?
De adviesorganen focussen sterk op de privacy, maar het wetsontwerp is specifiek afgebakend tot vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid . Als deze specifieke risicogroep alle procedures heeft uitgeput, weigert vrijwillig te vertrekken en elke medewerking aan de overheid weigert, rest er volgens de regering geen enkele andere doeltreffende optie meer dan de gedwongen woonstbetreding om de openbare veiligheid te garanderen.