vrijdag 26 juni 2026

Schriftelijke vragen en antwoorden Minister van Justitie - 27 februari 2026

Bron


Vraag 872 (Jean-Marie Dedecker): Zal de wetgeving rond kansspelen proactief worden aangepast aan de invoering van de digitale identiteitskaart (voor EPIS-controles), om zo te vermijden dat uitbaters van wedkantoren op korte termijn met dubbele en hoge technische kosten worden opgezadeld?

Antwoord: Aangezien de bevoegdheid over de Kansspelcommissie wordt overgedragen aan de minister van Economie, is deze vraag naar hem doorverwezen voor verdere afhandeling.

Vraag 875 (Gilles Foret): Wat is het tijdpad voor de aangekondigde verhoging van de verkeers- en strafrechtelijke boetes, en welke garanties zijn er dat dit transparant, proportioneel en bevorderlijk voor de werking van Justitie zal verlopen?

Antwoord: De verhoging van de opdeciemen trad in werking op 1 februari 2026 en dient als correctie op de levensduurte. De maatregel bewaart de rechtsgelijkheid, respecteert de beoordelingsmarge van de rechter en de opbrengsten maken deel uit van een bredere strategie om de werking van Justitie te versterken. Aan een reglementair kader voor de onmiddellijke inningen wordt nog gewerkt.

Vraag 879 (Marijke Dillen): Kan u een gedetailleerd overzicht geven van de openstaande vacatures voor penitentiair bewakingsassistenten en ondersteunend personeel, opgesplitst per gevangenis en functie?

Antwoord: Gezien de grote hoeveelheid data en het louter documentaire karakter, is het antwoord rechtstreeks aan het Kamerlid gestuurd en niet openbaar gepubliceerd in het bulletin.

Vraag 881 (Catherine Delcourt): Gaan er protocollen en sensibiliseringscampagnes komen om een echt nultolerantiebeleid te voeren tegen geweld op ambtenaren (zoals politie en brandweer) en om de systematische onderrapportage van incidenten tegen te gaan?

Antwoord: Er wordt deels verwezen naar een eerdere parlementaire vraag. Dossiers seponeert men bij voorkeur niet om opportuniteitsredenen. Bestaande omzendbrieven (zoals COL 10/2017) garanderen al een uniforme, krachtige reactie. De overheid zet verder in op begeleiding voor slachtoffers, preventie (zoals het anonimiseren van personeelsgegevens) en moedigt aan om consequent aangifte te doen.

Vraag 883 (Matti Vandemaele): Kan u een overzicht geven van alle internationale dienstreizen en detacheringen binnen uw bevoegdheidsdomein en kabinet voor het jaar 2025, inclusief de gemaakte kosten en resultaten?

Antwoord: Het was voor de administratie niet haalbaar om deze uitgebreide informatie binnen de wettelijke termijn van 20 werkdagen te verzamelen; de gegevens zullen in een later, aanvullend antwoord worden bezorgd.

Vraag 884 (Jeroen Bergers): Welke subsidies werden er in 2025 door uw departement uitgekeerd (onder meer aan diverse specifieke vzw's) en hoever staat het met de realisatie van een federaal subsidieregister?

Antwoord: Ook dit antwoord werd vanwege de grote omvang en het documentaire karakter rechtstreeks naar de volksvertegenwoordiger gestuurd en niet in de openbare documenten opgenomen.

Vraag 885 (Mathieu Michel): Wat is de stand van zaken rond de implementatie van de Europese NIS2-richtlijn (inzake cyberbeveiliging) binnen de FOD Justitie, in het bijzonder aangaande opleidingen rond oplichting en menselijke fouten?

Antwoord: De FOD Justitie valt onder de richtlijn en stapt over naar 'SECaaS II' om de IT-veiligheid te verhogen. Nieuwe medewerkers krijgen een verplichte opleiding (o.a. over phishing en malware), er worden regelmatig eigen phishing-testen uitgevoerd en nieuwe applicaties krijgen pentests. Daarnaast wordt een formele governance-structuur opgezet (waaronder een CISO) om het cybersecuritybewustzijn structureel te borgen.

Vraag 889 (Kristien Van Vaerenbergh): Hoe staat het met de IT-overgang naar 'MaCH' en de doorlooptijden bij de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden, gezien het gebruik van de versnelde procedure?

Antwoord: De werkzaamheden aan de MaCH-applicatie werden begin 2024 gepauzeerd wegens capaciteitsgebrek, maar digitalisering is nu een prioriteit. De facultatieve versnelde procedure werpt vruchten af: in 2025 daalde de doorlooptijd hiermee naar gemiddeld 146 dagen. Er is een actieplan en extra budget vrijgemaakt om nieuw personeel (zoals juristen en een projectleider) aan te werven.

Vraag 891 (Francesca Van Belleghem): Wat is het totale bedrag aan dwangsommen en schadevergoedingen dat de Belgische Staat in de laatste elf jaar heeft moeten uitbetalen aan de veroordeelde terrorist Nizar Trabelsi?

Antwoord: Er werd één dwangsom van 300.000 euro betaald na een arrest in 2025. Daarnaast liepen de schadevergoedingen (onder meer voor schendingen van mensenrechten en detentieomstandigheden) in 2014, 2022 en 2024 op tot in totaal meer dan 250.000 euro. Deze bedragen werden aan de advocaten of deurwaarders betaald; de staat is verplicht gerechtelijke beslissingen uit te voeren.

Vraag 892 (Anthony Dufrane): Hoe pakt de overheid de aanhoudende overbevolking in de gevangenissen (zoals die in Nijvel) aan, en wat is de reactie op de noodkreten en acties van lokale burgemeesters hierover?

Antwoord: De signalen van burgemeesters worden beantwoord, maar overbevolking treft het hele land; het lokaal beperken van opsluitingen verplaatst het probleem enkel. Justitie werkt aan de uitbreiding van capaciteit via een nieuw masterplan, de mogelijke plaatsing van modulaire units en het oprichten van detentiehuizen. Op zeer korte termijn blijven er noodmaatregelen nodig.

Vraag 893 (Koen Metsu): Wat is de actuele stand van zaken (repatriëringen, recidive, kosten en begeleiding) rond de Belgische IS-strijders, en specifieke vrouwen en kinderen die in 2021 en 2022 uit Syrië werden teruggehaald?

Antwoord: In 2025 werden er geen personen gerepatrieerd en clandestien teruggekeerde strijders zijn niet bekend. Er staan ook geen nieuwe repatriëringen gepland. Van de twaalf reeds teruggekeerde vrouwen zitten er nog twee in de gevangenis. Geen van de gerepatrieerde vrouwen heeft nieuwe misdrijven gepleegd. Zij krijgen multidisciplinaire (psycho)sociale begeleiding en worden nauwgezet opgevolgd door lokale taskforces.

Vraag 894 (Sophie De Wit): Hoeveel gedetineerden keren (al dan niet definitief) niet tijdig terug van penitentiair verlof of een uitgaansvergunning, en hoe reageert Justitie op zulke situaties?

Antwoord: In minder dan 1% van de toegestane afwezigheden (bijvoorbeeld op ruim 70.000 vergunningen in 2025) registreert men een laattijdige terugkeer. Het systeem kan echter geen onderscheid maken tussen bewuste ontvluchtingen of overmacht (zoals vertraging openbaar vervoer). Bij niet-terugkeer worden politiediensten direct verwittigd en het telt steeds mee bij de evaluatie voor eventueel volgend verlof.

Vraag 895 (Alexander Van Hoecke): Hoeveel van de 108 geregistreerde asiel- en migratiedossiers bij binnenkomstcontroles resulteerden in een daadwerkelijke vasthouding door Justitie?

Antwoord: Dit vraagstuk behoort tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken, waarnaar de vraag werd doorverwezen.

Vraag 896 (Alexander Van Hoecke): Hoe vaak faalde het transport van gedetineerden naar de rechtbank waardoor de strafvordering in het gedrang kwam, en wat zijn hiervan de oorzaken?

Antwoord: In 2024 konden 3.055 transferopdrachten (6,9%) niet worden uitgevoerd, in 2025 liep dit op tot 3.721 (7,2%). Dit wijt men aan de hoge capaciteitsdruk bij de Directie van Beveiliging (DAB) en de algemene overbevolking. Men probeert de gegevens- en informatiestromen te verbeteren om dergelijke problemen in de toekomst scherper op te volgen.

Vraag 897 (François De Smet): Hoe wordt er omgegaan met de bezorgdheden van penitentiair beambten inzake hun geblokkeerde loonschalen (sinds 2008), de zware belastingen op overuren en tekorten in werkuitrusting?

Antwoord: Een recent sociaal plan (2026-2029) voorziet in een financiële opwaardering en aanpassing van de weddeschalen uit 2009. Overuren worden inderdaad belast, wat voor alle federale ambtenaren geldt. Qua kledijvergoeding ontvangt men nog enkele uniformstukken plus een toelage; mankementen in de levering worden in een gezamenlijke werkgroep met vakbonden opgevolgd.

Vraag 898 (Kristien Van Vaerenbergh): Hoe en hoe vaak wordt het snelrecht toegepast per gerechtelijk arrondissement (met name bij rellen en geweld), en hoe worden deze procedures versterkt?

Antwoord: Het uitgebreide cijfermateriaal werd wegens de omvang rechtstreeks aan de vragensteller bezorgd en de details zijn niet opgenomen in de openbare documenten.

Vraag 899 (Werner Somers): Hoe vaak, en op welke gronden, hebben de FOD's en POD's onder de bevoegdheid van Justitie in 2025 verzoeken tot openbaarheid van bestuur afgewezen?

Antwoord: In 2025 werden vier verzoeken stilzwijgend geweigerd en vier expliciet (wegens het geheime karakter van beraadslagingen of omdat de vragen kennelijk onredelijk waren). Er waren zes verzoeken tot heroverweging. Uiteindelijk belandden er twee dossiers bij de Raad van State, waarbij één beroep werd verworpen en het andere nog in behandeling is.

Vraag 900 (Werner Somers): Hoe vaak en op welke gronden heeft het kabinet / ambt van de Minister zelf in 2025 geweigerd om overheidsdocumenten openbaar te maken op basis van de wet op de openbaarheid van bestuur?

Antwoord: Voor de cijfers en motiveringen over dit onderwerp verwijst de minister integraal naar het antwoord dat op de identieke eerdere vraag (vraag nr. 899) is gegeven.

Vraag 901 (Alexia Bertrand): Welke budgetten spendeerden overheidsdiensten en zelfstandige overheidsbedrijven de afgelopen jaren aan teambuildings (naar aanleiding van dure VIP-tickets voor Infrabel-managers), en komen er striktere richtlijnen?

Antwoord: Het gedetailleerde (budgettaire) document werd wegens zijn documentair karakter rechtstreeks bezorgd aan het Kamerlid en is niet gepubliceerd.

Vraag 902 (François De Smet): Klopt het dat de opleiding van gevangenbewaarders gebrekkig verloopt door personeelstekorten, en hoever staat het met de oprichting van de centrale penitentiaire opleidingsdienst?

Antwoord: Om achterstanden (veroorzaakt door personeelstekort op de werkvloer) te verhelpen, worden de drie opleidingsmodules voor nieuwe krachten sinds september 2025 in één aaneengesloten periode gegeven. Er is bovendien een nieuwe campus geopend in Haren. De formele penitentiaire school is intussen bij koninklijk besluit geïntegreerd in de Academie FOD Justitie.

Vraag 903 (François De Smet): Hoe reageert Justitie op de kritiek van het Rekenhof op de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO), met name aangaande het beloofde centrale bestand van uitvoerbare vonnissen?

Antwoord: Justitie gaat geen globaal, nieuw centraal register opzetten, maar zorgt voor automatische inzage voor de DAVO in bestaande of geplande databanken: 'JustJudgment' voor de gerechtelijke vonnissen en 'NABAN' voor notariële akten. Justitie bekijkt het juridische kader voor dit inzagerecht; andere kritieken van het Rekenhof behoren tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

Vraag 904 (Sophie De Wit): Wat zijn de oorzaken van de oplopende mislukkingen bij gedetineerdentransporten door de DAB, en wordt de techniek van de videoconferentie (om transport te vermijden) intussen vaker uitgerold?

Antwoord: Er was in 2025 een uitval van 7,2% in de transportopdrachten (3721 gemiste ritten), wat veroorzaakt wordt door te weinig operationeel personeel (849 vte), beperkte voertuigen (120 celvoertuigen) en overbevolking in de gevangenissen. Wat de videoconferenties aangaat: in enkele afdelingen (Brugge, Oudenaarde, Tongeren en Antwerpen) is inmiddels speciale apparatuur in de raadkamers geïnstalleerd.

Vraag 905 (Sophie De Wit): Wat zijn de exacte vervolgings- en seponeringscijfers inzake geweld tegen personen met een maatschappelijke functie, zoals ambulanciers en leerkrachten, gezien de belofte van een nultolerantiebeleid?

Antwoord: Voor deze precieze cijfers over vervolgingen en seponeringen wees de minister opnieuw integraal naar de antwoorden verstrekt in een eerdere, gelijkaardige parlementaire vraag (vraag nr. 774). 

donderdag 25 juni 2026

Integraal verslag Commissie Justitie 24 juni 2026

Bron

De situatie van het gevangenispersoneel in Wortel en de nieuwe incidenten van 1 mei

De minister benadrukt dat de veiligheid permanent wordt versterkt via controles op communicatiemiddelen en drugs, met behulp van ICT-honden en nieuwe sweepingtoestellen. Het recente smokkelincident wordt geanalyseerd om nieuwe technische tools in te voeren, al moet de gehele organisatiecultuur ook rond veiligheid worden opgebouwd.

Een nieuw onderzoek over de beïnvloeding of de inmenging van de Islamitische Republiek

Elke activiteit rond buitenlandse inmenging of terrorismefinanciering wordt door de veiligheidsdiensten en het OCAD bijzonder ernstig genomen. De meeste bijeenkomsten vallen weliswaar onder de vrijheid van meningsuiting, maar het strafwetboek en de witwaswetgeving bieden de nodige instrumenten om in te grijpen bij inbreuken tegen de staatsveiligheid.

De gebrekkige zorg voor bejaarde en dementerende gedetineerden in de gevangenissen

Voor oudere, zorgbehoevende gedetineerden wordt samengewerkt met externe organisaties zoals Het Klavier en Voluit. Er wordt momenteel specifieke focus gelegd op de afdelingen in Merksplas en Brugge om de medische equipes aldaar te versterken en structureel extra artsen aan te trekken.

De Iraanse jihadiste op ons grondgebied

De staatsveiligheid en het OCAD volgen personen met mogelijke banden met terreurbewegingen nauwgezet op en delen dit met de bevoegde instanties via lokale integrale veiligheidscellen. Eventuele tewerkstelling bij een overheidsdienst zoals Sciensano is een materie voor de minister van Volksgezondheid.

De uitbetaling van de pro-Deovergoedingen

De eerste halfjaarlijkse uitbetaling voor advocaten in het kader van de tweedelijnsbijstand is reeds op 3 juni vlot uitgevoerd door de balies. De waarde van een punt is daarbij vastgelegd op 99,47 euro.

De blokkering van tuchtdossiers tegen gerechtsdeurwaarders en notarissen

De technische en juridische problemen met de tuchtraad zijn opgelost. De voorzitters eisen een hogere vergoeding, maar dit is budgettair momenteel niet haalbaar; hen is uitdrukkelijk verzocht de werkzaamheden intussen spoedig te hervatten zodat de achterstand weggewerkt kan worden.

De structurele problemen in de gevangenis van Gent en de ingebrekestelling door de OVB

De problematiek van de overbevolking wordt volmondig erkend en na de ingebrekestelling is er toelichting gegeven over het gefaseerde actieplan. Ondanks constructief overleg is er intussen toch een dagvaarding van de Orde van Vlaamse Balies (OVB) aanhangig gemaakt bij de burgerlijke rechtbank in Gent.

De opsporing van ketamine in het verkeer

Het huidige contract voor speekseltesten loopt tot medio 2027 en voorzag niet in de detectie van ketamine, omdat dit pas recent wettelijk strafbaar is gesteld. De technische voorbereidingen via het NICC voor een nieuwe aanbesteding lopen en in afwachting gebruikt de politie checklists en laboanalyses om het gebruik in het verkeer te bestraffen.

De aangekondigde vele extra krachten in de strijd tegen financiële fraude

Er is een wetsontwerp ingediend voor de oprichting van een gespecialiseerd financieel parket met tien magistraten, tien juristen en tien gedetacheerde fiscale ambtenaren. Daarbovenop is er budget beschikbaar voor 77 extra krachten voor Justitie en wil men het beroep van magistraat aantrekkelijker maken.

De aangepaste zorg voor geïnterneerde personen

Een actieplan wordt volop op het terrein ontrold, met onder meer een observatiecentrum in Haren en extra plaatsen in forensische zorghuizen. De overheveling van de penitentiaire gezondheidszorg naar het departement Volksgezondheid verloopt in fases en men mikt op een volledige overdracht tegen uiterlijk 2029.

De anonimisering van identificatiegegevens van cipiers

Er is een wetsontwerp in de maak dat het penitentiair personeel zal identificeren met een voornaam en een unieke numerieke code om hun privacy beter af te schermen tegen intimidatie. Dit gaat hand in hand met verdere veiligheidstrainingen en psychologische ondersteuning.

Het rapport van RWB over de persvrijheid

Recent is er een wet goedgekeurd ter omzetting van de Europese anti-SLAPP richtlijn in burgerlijke procedures ter bescherming van journalisten. Voor strafzaken kijkt de bevoegde minister naar het College van procureurs-generaal om gerichte censuur te identificeren en desgevallend via een omzendbrief in te grijpen.

De diefstal van in beslag genomen lachgasflessen uit een verzegelde hangar in Halle

Door onvoldoende opslagcapaciteit bij de Brusselse politie en het grote technische risico bij verwerking, werd het in beslag genomen lachgas tijdelijk en onder veiligheidsmaatregelen opgeslagen. Men werkt momenteel met Volksgezondheid aan een overkoepelend raamcontract voor een veilige en vlotte vernietiging.

De brief van de personeelsvertegenwoordigers van de Veiligheid van de Staat

De vakbondsbrief is met interesse doorgenomen, maar de strategische koers ligt bij de regering en de leiding van de dienst. De suggestie om minder te focussen op technologische innovatie wordt weggewuifd, aangezien technologie cruciaal is tegen hedendaagse hybride bedreigingen.

Het penitentiair verlof voor terrorist Bakkali

Penitentiair verlof is juridisch gezien geen gunst, maar een voorwaardelijk subjectief recht. De strafuitvoeringsrechtbank heeft hierover in alle onafhankelijkheid beslist op basis van de huidige wettelijke bepalingen; de uitvoerende macht mengt zich niet in deze beoordeling.

De taskforce die het beleid rond agressie tegen zorgverleners moet versterken

Deze ruime taskforce (met departementen, sociale partners en regio's) behandelt negen prioriteiten. In de pas opgestarte werkgroepen buigt men zich onder meer over een eenduidige definitie, een gecentraliseerde incidentenregistratie, preventiemaatregelen en juridische slachtofferbescherming.

De tewerkstelling van personen met een handicap bij Justitie

De federale doelstelling van 3% wordt nog niet gehaald, al is de trend wel positief. Er worden nu gerichte selectie- en onboardingprocedures uitgerold, maar bewakings- en veiligheidsfuncties evenals de rechterlijke orde vallen reglementair buiten dit quotum.

De ontsnapping van een geïnterneerde tijdens een begeleide fietstocht vanuit het FPC Antwerpen

De voortvluchtige geïnterneerde kon reeds een dag na het voorval gevat worden. Het therapeutisch verlof was pas toegestaan na grondige risicotaxaties door specialisten, maar is inmiddels opgeschort en de gebeurtenis wordt intern geëvalueerd.

De aanbevelingen van de CTRG over het beklagrecht

Het is aangewezen dat er constructieve alternatieven bestaan voor de zware formele klachtenprocedures van gedetineerden. Er wordt gewerkt aan een voorstel om deze efficiëntere, snellere methode formeel te verankeren in de basiswet, na succesvolle tests in meerdere instellingen.

De noodkreet over de overbevolking in het arresthuis van Bergen

Om de aanhoudende overbevolking aan te pakken lopen er diverse bouwprojecten (Haren, Lantin, Verviers). Daarnaast bereidt men uitbreidingen van het elektronisch toezicht voor straffen tot achttien maanden voor en wordt het totale masterplan verder gefinaliseerd.

De portokosten en hoge postkosten voor Justitie

De jaarlijkse kostprijs van ongeveer 21,5 miljoen euro blijft voorlopig hoog door de hybride fase tussen papieren en digitale werkprocessen. Men verwacht een aanzienlijke daling door centralisatie en verdere uitrol van systemen als JustSendIt en JustDeposit.

Het onderzoek van het parket naar 41 verdachte wapenleveringen

Het federaal parket buigt zich momenteel over dossiers waarbij producten zonder de juiste gewestelijke licenties verkocht zijn, of waarbij de Europese sancties rond het Russisch-Oekraïense conflict zijn geschonden. Er is hieromtrent een doorgedreven synergie met douanediensten.

Het alarmbericht van Child Focus over jongeren die van huis of hun voorziening weglopen

Weglopers blijven toenemen; in een jaar tijd was er een stijging van 19%. Er is beslist om de financiering voor Child Focus structureel en geïndexeerd vast te leggen en men roept op tot een betere intersectorale opvang via geestelijke gezondheidszorg om herhaaldelijk weglopen in de kiem te smoren.

De opening van de nieuwe gevangenis in Antwerpen (alsook overbevolking en privébewaking)

De opening van de nieuwe DBFM-gevangenis werd uitgesteld door een technisch defect in het lokalisatiesysteem dat momenteel verholpen wordt door de private partner. De inzet van private bewaking zal zich beperken tot de "koude zones" (zonder contact met gedetineerden) om zo snel mogelijk operationeel te kunnen zijn na de zomer.

Freddy Horion

Een onafhankelijke rechtbank besliste tot een overbrenging naar een psychiatrisch centrum onder residentieel elektronisch toezicht; een volledige invrijheidstelling is niet aan de orde. Er zijn momenteel geen dwangsommen effectief opgeëist en eventuele toekenning daarvan blijft een uitsluitend rechterlijke aangelegenheid.

Het programma Let’s Build

Dit nieuwe initiatief beoogt de rationalisatie en modernisering van de 211 gerechtsgebouwen. Na grondige audits werkt men nu via een tweesporenaanpak: algemene beleidslijnen in combinatie met concrete lokale renovatieprojecten, waarbij besparingen terugvloeien naar de overblijvende gebouwen.

De vijfde verjaardag van de wet sibling

Het basisprincipe dat broers en zussen niet gescheiden mogen worden, tenzij dit hun eigenbelang schaadt, staat stevig verankerd. Aangezien de gemeenschappen geen substantiële knelpunten in de toepassing melden, zijn er vooralsnog geen wettelijke bijsturingen gepland.

De dagvaarding van de Staat door de OVB wegens de mensonwaardige situatie in de gevangenis van Gent

Als reactie op de overbevolking wordt de capaciteit verhoogd en wordt het wervingsproces van personeel aanzienlijk versneld (bijvoorbeeld via fastlaneprocedures). Om de druk nog meer te temperen, wordt nagegaan hoe zittingen via videoconferenties kunnen plaatsvinden om zo de zware transporten te beperken.

De ontsnapping van een gedetineerde in Brugge

Een uiterst gevaarlijke gedetineerde kon ontsnappen bij een medische overbrenging. Zowel een intern als een gerechtelijk onderzoek lopen momenteel over de gevolgde veiligheidsprocedures; gedetailleerde communicatie hierover is daarom momenteel nog niet mogelijk.

De verlenging van de abortustermijn tot 14 weken en het besluit van het kernkabinet

De delicate ethische thema's (waaronder abortus) worden elk afzonderlijk ten gronde bestudeerd zonder ze onderling uit te wisselen. Na het verzamelen van feedback bij verschillende administraties zullen de wetteksten definitief in de schoot van de regering besproken worden.

De nieuwe omzendbrief in de strijd tegen phishing

Een nieuwe omzendbrief stelt een financiële ondergrens van 2.500 euro vast voor vervolging, na de nodige preventieve acties zoals het blokkeren van sites. Dit optimaliseert de opsporingscapaciteit zodat de justitiële focus kan verschuiven naar de overkoepelende criminele structuren achter deze fenomenen.

Een werkstraf na een verkrachting

Uitspraken van rechtbanken worden niet becommentarieerd. Er wordt wel gewezen op de bepalingen in het toekomstige strafwetboek, waarin is verankerd dat er geen toestemming is als de seksuele handeling plaatsvindt door gebruik te maken van de kwetsbare toestand (zoals intoxicatie) van een slachtoffer.

Het jaarverslag van de CTRG 2025

Er is inderdaad een zeer grote overbevolking, maar statistieken moeten altijd genuanceerd vergeleken worden met andere landen. Men wijst op het fundamentele debat rond de duur van straffen en benadrukt dat België nu al zeer vergevorderd is in het gebruik van alternatieve straffen.

De uitspraak van het Brusselse hof van beroep over de terugkeer van een IS-strijdster en haar kind

De uitvoerende macht respecteert per definitie rechterlijke arresten. Het regeringsbeleid rond de non-terugkeer is echter helder en de afhandeling van deze concrete beschikking ligt momenteel bij Buitenlandse Zaken.

De aanpassing van het Wetboek van strafvordering ter bescherming van kwetsbare minderjarigen (meerderjarigen)

Er bestaat geen afzonderlijk strafregisteruittreksel exclusief voor professionals die met kwetsbare meerderjarigen werken. Het nieuwe Strafwetboek registreert misdrijven tegen kwetsbaren voortaan wel als specifieke verzwarende omstandigheid, maar extra wetswijzigingen in de verificatieprocedures vergen meer bestudering.

De betalingsachterstand en administratieve rompslomp voor beëdigde vertalers/tolken

Extra personeel wordt via Rosetta-contracten aangeworven om de bestaande achterstand bij betalingen weg te werken en IT-programma’s (Peppol en JustInvoice) worden afgestemd. De lage tarieven in sommige taalcombinaties weerspiegelen historisch de hoge volumes, al worden vereenvoudigingen van de tarificatie volop onderzocht.

De inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek

De FOD Justitie is klaar met de wetten en uitvoeringsbesluiten voor de start op 1 september. IT-toepassingen zitten in een afrondende fase en er wordt gewerkt met een 'hypercare-fase' om alles naadloos te laten verlopen. Andere departementen zijn deels nog bezig met hun harmonisatie.

Een enkelband voor zware criminelen

Rond een specifieke beslissing tot toekenning van een enkelband kan in een individueel dossier geen uitspraak worden gedaan. Conform de regeringsafspraken is wel een wetsontwerp in voorbereiding dat elektronisch toezicht voor verdachten in de zwaarste strafcategorieën voortaan formeel onmogelijk moet maken.

De toekomst v.d. vzw Moslimraad van België als representatief orgaan voor de islamitische eredienst

De erkenning van de raad is met een extra jaar verlengd (tot de zomer van 2027). Dit schept ruimte voor het verder consolideren van een transparant bestuursmodel en biedt de kans om de representativiteit te verbreden bij moskeeën die momenteel nog afzijdig blijven.

De poging tot moord in Dilsen-Stokkem

De vermeende dader is snel na de feiten aangehouden en is recent voorgeleid bij de raadkamer. Details over zijn strafblad of de concrete loop van het incident worden vanwege de vertrouwelijkheid van het gerechtelijk onderzoek niet gedeeld.

De naleving van de rusttijden voor het penitentiaire personeel

Ondanks de wettelijke rust van 11 uur voorziet de wetgevende regeling uitzonderingen voor toezichts- en bewakingsdiensten, waarbij inhaalrust is gegarandeerd. Het roostersysteem signaleert dergelijke situaties met een waarschuwing, en tot dusver werden er lokaal nog geen formele bezwaren geregistreerd.

De bescherming van beëdigde tolken bij opdrachten voor de politie en justitie

Gedetailleerde statistieken rond geweld tegen tolken ontbreken omdat dit niet systematisch gerapporteerd wordt bij Justitie. Elk agressiegeval moet worden gemeld bij de politie; men zal in het kader van het nieuwe strafwetboek nagaan of ook tolken moeten worden toegevoegd aan de formele lijst van beschermde maatschappelijke functies.

De strijd tegen incest en meer aandacht voor de incestproblematiek

Incest is sinds kort erkend als een aparte, zelfstandige verzwarende inbreuk binnen het strafwetboek. Er is sterk ingezet op de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) om jonge slachtoffers adequaat op te vangen en verdere beleidsstappen zullen worden meegenomen in het nationaal actieplan.

Het DNA-onderzoek in het dossier van de Bende van Nijvel

Ingevolge een Europees Onderzoeksbevel zijn opgravingen verricht door de Franse diensten. Omdat dit gepaard gaat met internationale en technische administratie duurt de verdere overdracht van de menselijke DNA-stalen naar de Belgische laboratoria nog even, maar dit proces krijgt absolute voorrang.

Het vredegerecht van het kanton Zoutleeuw

In het kader van de algemene optimalisatie van gerechtsgebouwen pleegt men overleg met de lokale besturen om de werking van de griffies te bundelen. Lokale hoorzittingen zullen evenwel in Zoutleeuw blijven plaatsvinden om zo de justitiële nabijheid voor de burgers maximaal te garanderen. 

dinsdag 23 juni 2026

Wetsontwerp woonstbetredingen illegale vreemdelingen

Bron

Uitleg van het wetsontwerp over de "Woonstbetredingen"

Wat is het doel van dit wetsontwerp? Dit wetsontwerp is bedoeld om de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en de politie de bevoegdheid te geven om, zonder toestemming, de woning te betreden van een vreemdeling die illegaal in het land verblijft. Het doel hiervan is om deze persoon aan te houden en het land uit te zetten. Momenteel kampt de politie met een praktisch probleem: als ze bij iemand aanbellen om een uitwijzing uit te voeren en de persoon weigert de deur open te doen, mag de politie niet zomaar naar binnen. Dit wetsontwerp wil die "maas in de wet" dichten.

Voor wie geldt dit? De overheid benadrukt dat dit niet zomaar bij iedereen mag gebeuren. De maatregel is gericht op vreemdelingen die aan een aantal voorwaarden voldoen:

  1. Ze hebben alle beroepsprocedures uitgeput en een definitief bevel gekregen om het land te verlaten,.
  2. Ze weigeren mee te werken aan hun eigen vertrek.
  3. Er zijn duidelijke redenen om aan te nemen dat ze een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid,.

Hoe gaat het in zijn werk? (De spelregels) De politie mag niet zomaar een deur intrappen. Er is een vaste procedure opgesteld:

  • Machtiging van een rechter: De DVZ moet altijd vooraf toestemming (een machtiging) vragen aan een onafhankelijke onderzoeksrechter,.
  • Laatste redmiddel: De inval mag alleen als een "ultimum remedium" (laatste redmiddel) worden gebruikt, dus wanneer alle andere, minder ingrijpende manieren om de persoon uit te wijzen zijn mislukt,.
  • Tijdstip: De woonstbetreding mag enkel plaatsvinden tussen 5 uur 's ochtends en 21 uur 's avonds,.
  • Zoeken naar papieren: Als de vreemdeling weigert zijn identiteits- of verblijfspapieren te geven, mag de politie de woning doorzoeken om deze documenten te vinden en in beslag te nemen,.

Waarom is er dan zoveel ophef over? Aan dit wetsontwerp is een groot aantal adviezen toegevoegd van belangrijke instanties (zoals de Raad van State, de privacycommissie, het Kinderrechtencommissariaat en rechters zelf). Zij uiten bijzonder zware kritiek,. Dit zijn de belangrijkste bezwaren:

  1. Inbreuk op de privacy van onschuldige derden: De politie mag niet alleen binnenvallen in de eigen woning van de vreemdeling, maar ook in de woning van een derde (bijvoorbeeld vrienden, familie of kennissen) als ze vermoeden dat de vreemdeling daar verblijft,. Critici vinden dit een buitenproportionele schending van de grondrechten van mensen die zelf geen misdrijf hebben gepleegd,.
  2. Kritiek van de onderzoeksrechters: Onderzoeksrechters zijn magistraten die normaal gesproken zware strafrechtelijke onderzoeken leiden. Zij weigeren "de gewapende arm" van de DVZ te worden voor een puur administratieve uitzettingsprocedure. Ze vinden dat de wet hen dwingt om een zware dwangmaatregel goed te keuren, zonder dat ze de mogelijkheid hebben om het volledige dossier in te zien of de proportionaliteit goed te beoordelen,.
  3. Trauma voor kinderen: Zowel Myria (het Federaal Migratiecentrum) als het Kinderrechtencommissariaat waarschuwen voor de enorme psychologische impact op kinderen. Een politie-inval, mogelijk om 5 uur 's ochtends, waarbij ouders met dwang of handboeien worden meegenomen, is extreem traumatiserend,. Het wetsontwerp zegt wel dat de rechter rekening moet houden met kinderen, maar de organisaties vinden deze garanties veel te vaag en onvoldoende uitgewerkt,.
  4. Vage term "openbare orde": Het ontwerp focust op personen die een gevaar zijn voor de "openbare orde". Critici wijzen erop dat dit begrip in de wet niet helder is afgebakend, waardoor de maatregel in theorie toch voor een heel brede groep ingezet zou kunnen worden, en er een risico is op willekeur.

Adviezen (ingesloten in bron)

1. Raad van State (RvS) De Raad van State focust zich op de juridische kwaliteit en de grondrechten.

  • Inbreuk op grondrechten: De regeling vormt een zeer ernstige inmenging in het recht op privacy en de onschendbaarheid van de woning.
  • Rechten van huisgenoten (derden): Er is geen enkele bijzondere regel voorzien om de belangen van onschuldige derden (zoals huisgenoten of kinderen) die in de woning verblijven adequaat te beschermen.
  • Gebrek aan controle: Er is in de wet geen procedure voorzien voor een controle achteraf (a posteriori) van de machtiging van de rechter.
  • Vaagheid: De voorwaarden om een machtiging te krijgen (zoals "gevaar voor de openbare orde") moeten veel scherper en duidelijker in de wet worden omschreven.

2. Vereniging van Onderzoeksrechters De rechters die de machtiging moeten uitschrijven, zijn principieel tegen hun voorziene rol in dit ontwerp.

  • Instrumentalisering: Zij weigeren "de gewapende arm" van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) te worden voor het uitvoeren van een louter administratieve maatregel.
  • Marginale toetsing: De rechter krijgt geen volledig dossier te zien, mag niet oordelen of de maatregel op dat moment echt gepast is (opportuniteit), en fungeert zo slechts als een formele stempel.
  • Disproportioneel geweld: Ze vinden de wet te ver gaan, omdat de politie mag zoeken, dwang gebruiken en kasten mag openen, bevoegdheden die normaal enkel in een zwaar strafrechtelijk onderzoek bestaan.

3. Federaal Migratiecentrum (Myria) Myria waakt over de grondrechten van vreemdelingen en heeft forse kritiek op de rechtsbescherming en definities.

  • Gevaar voor willekeur: Begrippen zoals het vormen van een "gevaar voor de openbare orde" of een "gebrek aan medewerking" zijn veel te ruim en vaag geformuleerd, waardoor de DVZ te veel vrij spel krijgt.
  • Geen daadwerkelijk beroep: De geviseerde persoon heeft geen enkel direct rechtsmiddel om in beroep te gaan tegen de beslissing van de onderzoeksrechter.
  • Kwetsbare profielen: De wet besteedt geen specifieke aandacht aan de bescherming van kwetsbare personen zoals zwangere vrouwen, zieken, ouderen of mensen met een handicap.

4. Kinderrechtencommissariaat / Délégué général aux droits de l'enfant Zij bekijken de wet puur vanuit de impact op kinderen en jongeren.

  • Traumatische impact: Een politie-inval, mogelijk om 5 uur 's ochtends met gewapende agenten, brengt enorme psychologische schade en stress toe aan aanwezige kinderen.
  • Zwakke "kind-toets": De wet zegt wel dat de rechter rekening moet houden met kinderen, maar dit is juridisch te zwak verankerd; het vereist geen grondige weging van het belang van het kind.
  • Gezinsscheiding: Het is volstrekt onduidelijk wat de procedures zijn voor de opvang van de kinderen als hun ouders plots worden meegenomen en vastgehouden.

5. Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) & Controleorgaan op de politionele informatie (COC) Deze privacywaakhonden bekijken hoe er met de persoonsgegevens wordt omgegaan.

  • Ontbreken van een wettelijke basis: De essentiële regels rond dataverwerking (wie bewaart wat, hoelang, en met welk doel) ontbreken volledig in het wetsontwerp en de Vreemdelingenwet.
  • Privacy van derden: Er is een zeer groot risico dat persoonsgegevens van onschuldige burgers (huisgenoten of mensen die tijdelijk onderdak bieden) onrechtmatig geregistreerd worden in politiedatabanken en die van de DVZ.
  • Geen logging: Er is geen wettelijke verplichting voorzien om digitaal bij te houden wie de systemen raadpleegt (logging), wat controle op misbruik onmogelijk maakt.

6. College van procureurs-generaal Zij bekijken de wet vanuit de algemene werking van Justitie en het Openbaar Ministerie.

  • Buitenspel gezet: Het Openbaar Ministerie (het parket) speelt vreemd genoeg geen enkele rol in deze nieuwe procedure.
  • Werklast: Er is geen enkele inschatting gemaakt van de extra werklast voor de onderzoeksrechters, waardoor zij afgeleid dreigen te worden van hun echte strafrechtelijke kerntaken.
  • Praktische uitvoering: Het is onduidelijk wie de verantwoordelijkheid draagt voor de overbrenging van de vreemdeling naar een gesloten centrum na de arrestatie, wat mogelijk tot extra druk op de veiligheid en werklast van de politie leidt.

7. Comité P (Toezicht op de politiediensten) Het Comité P onderzoekt de praktische werkbaarheid voor de politie op het terrein.

  • Verwarrende bevoegdheden: De wet spreekt afwisselend over "politieambtenaren" en "officieren van gerechtelijke politie", wat onduidelijk maakt wie de machtiging precies mag of moet uitvoeren.
  • Onduidelijkheid rond dwang en geweld: De tekst verwijst naar het gebruik van "dwang", maar linkt dit aan artikelen die eigenlijk over "geweld" en het gebruik van handboeien gaan, wat verwarring schept.
  • Ontbreken van richtlijnen ter plaatse: Er staat nergens wat een politieagent ter plaatse concreet moet doen als hij een ouder moet arresteren en er enkel minderjarige kinderen achterblijven.
Kritiek op de kritiek (terug te vinden in de memorie van toelichting).

Op basis van de verdediging van de regering in het document, kunnen diverse gefundeerde, kritische vragen worden gesteld die de kritiek van de adviesorganen weerleggen:

1. Als het louter weigeren om de deur te openen volstaat om een verwijderingsbevel te blokkeren, is er dan nog wel sprake van een afdwingbaar overheidsbeleid? Momenteel is er een lacune in de wet waardoor politiediensten een woning niet met dwang mogen betreden om een illegaal verblijvende persoon aan te houden, wat ertoe leidt dat sommige politiezones weigerachtig staan tegenover het uitvoeren van adrescontroles . Het wetsontwerp beargumenteert dat de betreding een absoluut noodzakelijke maatregel (ultimum remedium) is voor situaties waarin de vreemdeling weigert mee te werken en alle andere, minder ingrijpende middelen geen resultaat hebben opgeleverd.

2. Waarom wordt de controle door een onderzoeksrechter als "instrumentalisering" gezien, terwijl dit in een rechtsstaat net de ultieme garantie tegen politiewillekeur is? De vereniging van onderzoeksrechters weigert "de gewapende arm" van de Dienst Vreemdelingenzaken te worden. De regering stelt echter dat de voorafgaande tussenkomst van een onafhankelijke en onpartijdige magistraat precies de belangrijkste waarborg is om misbruik te voorkomen . De rol van de rechter is hierbij niet louter formeel; hij moet de noodzaak en proportionaliteit van de inval beoordelen, waken over de grondrechten en kan zelf de concrete modaliteiten bepalen (zoals beperktere uren of de verplichte aanwezigheid van een arts).

3. Welke toegevoegde waarde heeft een compleet nieuwe, vertragende beroepsprocedure als het bestaande rechtssysteem al in voldoende waarborgen voorziet? Instanties zoals de Raad van State en Myria bekritiseren het gebrek aan een apart beroep achteraf tegen de machtiging van de onderzoeksrechter. De regering weerlegt dit door te benadrukken dat het creëren van een specifieke sui generis beroepsmogelijkheid geen enkele meerwaarde biedt . De vreemdeling kan immers, net zoals vandaag, bij de Raadkamer beroep aantekenen tegen zijn vasthouding in het gesloten centrum en daar eventuele onregelmatigheden over de woonstbetreding opwerpen, waarna hij bij misbruik onmiddellijk kan worden vrijgelaten.

4. Als een inval in de woning van derden verboden zou zijn, wordt de wet dan niet extreem eenvoudig te omzeilen? Er is veel kritiek op het feit dat de politie ook bij vrienden of familie mag binnenvallen. De regering stelt echter dat de inval moet gebeuren op de plaats waar de vreemdeling effectief verblijft, ongeacht of die eigendom is van een derde . Als men dit zou verbieden, zou een gezochte vreemdeling zich simpelweg immuun kunnen maken voor uitzetting door tijdelijk bij iemand anders in te trekken. Bovendien zijn onschuldige derden niet rechteloos: als een inval onwettig blijkt, kunnen zij een schadeclaim wegens buitencontractuele aansprakelijkheid indienen of een strafklacht neerleggen wegens huisvredebreuk (art. 148 Strafwetboek).

5. Hoe kan de overheid de maatschappij nog beschermen als pertinente weigeraars met een gevaarlijk profiel niet meer met dwang mogen worden uitgezet? De adviesorganen focussen sterk op de privacy, maar het wetsontwerp is specifiek afgebakend tot vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid . Als deze specifieke risicogroep alle procedures heeft uitgeput, weigert vrijwillig te vertrekken en elke medewerking aan de overheid weigert, rest er volgens de regering geen enkele andere doeltreffende optie meer dan de gedwongen woonstbetreding om de openbare veiligheid te garanderen.

donderdag 18 juni 2026

Wetsontwerp overbevolking gevangenissen

Bron

🚨 𝗡𝗶𝗲𝘂𝘄𝗲 𝗻𝗼𝗼𝗱𝗺𝗮𝗮𝘁𝗿𝗲𝗴𝗲𝗹𝗲𝗻 𝗼𝗺 𝗱𝗲 𝗼𝘃𝗲𝗿𝗯𝗲𝘃𝗼𝗹𝗸𝗶𝗻𝗴 𝗶𝗻 𝗕𝗲𝗹𝗴𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗴𝗲𝘃𝗮𝗻𝗴𝗲𝗻𝗶𝘀𝘀𝗲𝗻 𝗮𝗮𝗻 𝘁𝗲 𝗽𝗮𝗸𝗸𝗲𝗻

📈 De Belgische gevangenissen bevinden zich in een diepe crisis. Met 13.734 gedetineerden voor een capaciteit van amper 11.064 plaatsen, slapen honderden mensen noodgedwongen op een matras op de grond,. Dit is menselijk, operationeel en juridisch onaanvaardbaar. Om deze onhoudbare situatie structureel aan te pakken, heeft de regering een nieuw wetsontwerp (DOC 56 1613/001) klaar met vijf concrete noodmaatregelen.

🏠 𝟭. 𝗘𝗹𝗲𝗸𝘁𝗿𝗼𝗻𝗶𝘀𝗰𝗵 𝘁𝗼𝗲𝘇𝗶𝗰𝗵𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁𝘀𝘄𝗲𝗴𝗲 ⚖️ Er komt een tijdelijke procedure waarbij elektronisch toezicht (en bijhorend penitentiair verlof) van rechtswege wordt toegekend aan specifieke veroordeelden, mits zij een geldige verblijfplaats hebben en hun huisgenoten akkoord gaan,. Dit geldt voor straffen tot 18 maanden, of tot 10 jaar als zij zich op maximaal 18 maanden van het strafeinde bevinden. Zware gewelds- of zedenfeiten, terrorisme en drugsmisdrijven zijn hiervan strikt uitgesloten,!

✈️ 𝟮. 𝗩𝗲𝗿𝘀𝗻𝗲𝗹𝗱𝗲 𝗿𝗲𝗽𝗮𝘁𝗿𝗶𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴 𝘇𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿 𝘃𝗲𝗿𝗯𝗹𝗶𝗷𝗳𝘀𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁 🌍 Om onnodig lange detentie van personen zonder wettig verblijf in België te vermijden, wordt het terugkeerproces versneld. Repatriëring kan nu al worden opgestart en uitgevoerd vanaf 12 maanden (in plaats van 6 maanden) voor het strafeinde,. Voor straffen tot 3 jaar kan de verwijdering zelfs al plaatsvinden zodra een derde van de straf is uitgezeten,.

🔓 𝟯. 𝗩𝗲𝗿𝘃𝗿𝗼𝗲𝗴𝗱𝗲 𝗶𝗻𝘃𝗿𝗶𝗷𝗵𝗲𝗶𝗱𝘀𝘁𝗲𝗹𝗹𝗶𝗻𝗴 (𝗩𝗜𝗢) ⏳ De noodmaatregel voor de 'vervroegde invrijheidstelling wegens overbevolking' wordt verlengd tot 31 december 2027, maar het toepassingsgebied wordt aanzienlijk verstrengd. Vanaf nu komen enkel nog gedetineerden met een straftotaal van maximaal 3 jaar in aanmerking voor deze maatregel,.

🛡️ 𝟰. 𝗦𝘁𝗿𝗶𝗸𝘁𝗲𝗿 𝗯𝗲𝗼𝗼𝗿𝗱𝗲𝗹𝗶𝗻𝗴𝘀𝗸𝗮𝗱𝗲𝗿 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗿𝗶𝘀𝗶𝗰𝗼'𝘀 🧑‍⚖️ Het beoordelingskader van de strafuitvoeringsrechter wordt verduidelijkt. Men focust voortaan op een 'concreet' (in plaats van 'direct') waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden. Dit risico moet blijken uit actuele en recente gedragingen van de veroordeelde sinds de veroordeling,. Zo blijft de bescherming van slachtoffers en de maatschappelijke veiligheid beter gegarandeerd.

🏥 𝟱. 𝗔𝗮𝗻𝗽𝗮𝘀𝘀𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗴𝗲𝗶𝗻𝘁𝗲𝗿𝗻𝗲𝗲𝗿𝗱𝗲𝗻 🧠 Gevangenissen staan onder zware druk door de aanwezigheid van meer dan 1.000 geïnterneerden. De nieuwe wet regelt dat zij na een herroeping enkel naar een penitentiaire instelling terugkeren als ze een ernstig gevaar voor ánderen vormen. Een gevaar uitsluitend voor zichzelf (zoals suïcidaal gedrag) is geen wettelijke reden meer voor opsluiting in de gevangenis, maar vereist een aangepast zorgtraject,.

🔗 𝗟𝗲𝗲𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝘃𝗼𝗹𝗹𝗲𝗱𝗶𝗴𝗲 𝘄𝗲𝘁𝘀𝗼𝗻𝘁𝘄𝗲𝗿𝗽 via de bron bovenaan!

woensdag 17 juni 2026

Interuniversitair, multidisciplinair en onafhankelijk comité belast met de studie en de evaluatie van de praktijk en de wetgeving inzake vrijwillige zwangerschapsafbreking

Bron

Interuniversitair, multidisciplinair en onafhankelijk comité belast met de studie en de evaluatie van de praktijk en de wetgeving inzake vrijwillige zwangerschapsafbreking




Samenvatting met AI

Verkorte versie

🚨 𝗘𝘃𝗮𝗹𝘂𝗮𝘁𝗶𝗲𝗿𝗮𝗽𝗽𝗼𝗿𝘁 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗱𝗲 𝗮𝗯𝗼𝗿𝘁𝘂𝘀𝘄𝗲𝘁𝗴𝗲𝘃𝗶𝗻𝗴 𝗶𝗻 𝗕𝗲𝗹𝗴𝗶𝗲̈: 𝘁𝗶𝗷𝗱 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝗺𝗼𝗱𝗲𝗿𝗻𝗶𝘀𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴

⚖️ Een onafhankelijk, multidisciplinair en interuniversitair comité heeft de Belgische abortuswet en -praktijk grondig geëvalueerd. Het rapport stelt dat de wetgeving aan vernieuwing toe is om beter aan te sluiten bij de hedendaagse medische realiteit en de autonomie van de vrouw.

⏳ 𝗦𝗰𝗵𝗿𝗮𝗽 𝗱𝗲 𝘃𝗲𝗿𝗽𝗹𝗶𝗰𝗵𝘁𝗲 𝘄𝗮𝗰𝗵𝘁𝘁𝗶𝗷𝗱: De huidige wachttijd van zes dagen wordt door velen als betuttelend ervaren en vertraagt de procedure onnodig. Het comité pleit voor een volledige afschaffing in de wet, met behoud van een gepersonaliseerde bedenktijd in overleg met de patiënte als 'good practice'.

📈 𝗩𝗲𝗿𝗹𝗲𝗻𝗴 𝗱𝗲 𝗺𝗮𝘅𝗶𝗺𝘂𝗺𝘁𝗲𝗿𝗺𝗶𝗷𝗻: Nu ligt de grens voor abortus op verzoek op 12 weken na de bevruchting. Jaarlijks reizen echter gemiddeld meer dan 400 Belgische vrouwen naar Nederland voor een latere abortus. Het comité adviseert een verlenging tot minimaal 18 weken post-conceptie (sommigen pleiten voor 20 of 22 weken) om deze ongelijkheid weg te werken.

🩺 𝗘𝗿𝗸𝗲𝗻 𝗮𝗯𝗼𝗿𝘁𝘂𝘀 𝗮𝗹𝘀 𝗴𝗲𝘇𝗼𝗻𝗱𝗵𝗲𝗶𝗱𝘀𝘇𝗼𝗿𝗴: Abortus moet juridisch als reguliere gezondheidszorg worden gekwalificeerd, met inachtneming van de patiëntenrechten. De huidige wettelijk verplichte en vaak ongepaste voorlichting over adoptie moet plaatsmaken voor gepersonaliseerde informatie en geïnformeerde toestemming op maat.

🛡️ 𝗗𝗲𝗰𝗿𝗶𝗺𝗶𝗻𝗮𝗹𝗶𝘀𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄: Het comité acht het ongepast om vrouwen die een abortus ondergaan of zelf uitvoeren buiten de wettelijke voorwaarden, nog langer strafrechtelijk te vervolgen. Voor zorgverleners stelt men voor om specifieke, proportionele sancties te behouden in plaats van algemene misdrijven toe te passen.

💶 𝗙𝗶𝗻𝗮𝗻𝗰𝗶𝗲𝗹𝗲 𝗲𝗻 𝗽𝗿𝗮𝗸𝘁𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝘁𝗼𝗲𝗴𝗮𝗻𝗸𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸𝗵𝗲𝗶𝗱: Het rapport benadrukt het enorme belang van gelijke en betaalbare toegang voor íédereen, ongeacht het statuut van de patiënte. Daarnaast pleit men voor een vereenvoudigde toegang tot noodmedicatie (Mifegyne) en het uitbreiden van abortuszorg op afstand, zoals thuismedicatie met telefonische opvolging.

🔗 𝗟𝗲𝗲𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝘃𝗼𝗹𝗹𝗲𝗱𝗶𝗴𝗲 𝗿𝗮𝗽𝗽𝗼𝗿𝘁 𝗵𝗶𝗲𝗿: [Voeg hier de URL toe]



Uitgebreide versie

Het document bevat de conclusies van een onafhankelijk, multidisciplinair wetenschappelijk comité dat op verzoek van de overheid de abortuswetgeving uit 1990 en 2018 heeft geëvalueerd. Het comité stelt vast dat de huidige wet niet meer aansluit bij de moderne medische realiteit en de positie van de vrouw in de samenleving.

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste vaststellingen en aanbevelingen van het comité:

1. Het juridische kader en de straffen

  • Erkenning als gezondheidszorg: Het comité adviseert om abortus wettelijk expliciet te erkennen als reguliere "gezondheidszorg". Hierdoor worden de algemene rechten van de patiënt automatisch van toepassing op de behandeling.
  • Vrouwen niet langer straffen: De vrouw die een abortus ondergaat of bij zichzelf opwekt, zelfs buiten de wettelijke voorwaarden, mag nooit meer strafrechtelijk worden vervolgd, beboet of opgesloten.
  • Sancties voor artsen: Voor artsen of zorgverleners die de regels overtreden, stelt het comité voor om specifieke, aangepaste sancties te behouden binnen de abortuswet, in plaats van hen via het algemene strafrecht te veroordelen.
  • In de Grondwet: Het verankeren van het recht op abortus in de Belgische Grondwet is mogelijk, maar het comité waarschuwt dat het niveau van bescherming sterk zal afhangen van hoe dit precies wordt verwoord.

2. De termijn voor abortus verlengen

  • Huidige ongelijkheid: Nu is abortus op verzoek mogelijk tot 12 weken na de bevruchting (14 weken na de laatste menstruatie). Vrouwen die pas later beslissen of hun zwangerschap ontdekken, moeten momenteel naar het buitenland (vooral Nederland) reizen. Dit brengt veel kosten en administratieve stress met zich mee, wat zorgt voor grote ongelijkheid.
  • Advies voor verlenging: Het comité is het er unaniem over eens dat deze termijn in België verlengd moet worden tot minimaal 18 weken na de bevruchting (20 weken na de menstruatie). Sommige leden verkiezen een grens van 18 weken, anderen een grens van 20 weken.
  • Speciale voorzieningen: Voor abortussen in dit latere stadium moeten nieuwe, gespecialiseerde afdelingen worden opgericht, bij voorkeur verbonden aan een ziekenhuis, met aangepaste apparatuur en multidisciplinaire teams.

3. De wachttijd en verplichte informatie afschaffen

  • Wachttijd: De huidige verplichte wachttijd van zes dagen tussen het eerste gesprek en de abortus moet uit de wet worden geschrapt. Deze termijn is betuttelend, vertraagt onnodig de procedure en zorgt voor extra medische risico's. Een bedenktijd mag alleen op maat van de patiënte worden bepaald, in overleg met de arts.
  • Informatie: De arts is nu verplicht om de vrouw te informeren over adoptie en financiële hulp voor gezinnen. Het comité stelt voor dit af te schaffen. Adoptie voorstellen aan iemand die een ongewenste zwangerschap wil beëindigen, wordt vaak als pijnlijk of misplaatst ervaren. Informatie moet uitsluitend op maat worden gegeven. Uitleg over anticonceptie moet wél verplicht blijven.

4. Abortus om zware medische redenen (na de termijn)

  • Zelfs na de abortustermijn moet het wettelijk mogelijk blijven om een zwangerschap af te breken als het leven of de gezondheid van de vrouw in gevaar is, of als de foetus een bijzonder ernstige en ongeneeslijke aandoening heeft.
  • Mentale gezondheid: Het moet duidelijk in de wet staan dat ook een ernstige bedreiging van de mentale gezondheid van de vrouw een geldige medische reden is.
  • Geen lijsten, maar hoog risico: Omdat er in de geneeskunde zelden 100% "zekerheid" bestaat over een aandoening bij de foetus, moet de wet spreken van een "(zeer) hoog risico". Er mag geen vaste lijst komen van aandoeningen die in aanmerking komen, omdat dit kan lijden tot staatseugenetica; elke situatie is uniek.
  • Beslissing: De zwangere vrouw (en haar partner) moet centraal staan in het beslissingsproces, bijgestaan door twee artsen en een multidisciplinair team.

5. Toegankelijkheid en Privacy

  • Minderjarigen: Zorgverleners moeten in de wet expliciet de toestemming krijgen om een abortus uit te voeren bij een meisje dat oud en rijp genoeg is om dit zelf in te schatten, zónder dat haar ouders geïnformeerd hoeven te worden of toestemming moeten geven.
  • Privacy: Medische dossiers en afrekeningen van ziekenfondsen zijn tegenwoordig vaak digitaal inzichtelijk voor andere artsen of familieleden. Patiënten moeten zelf per geval kunnen bepalen wie toegang krijgt tot de gegevens rondom hun abortus, om hun privacy volledig te garanderen.
  • Financiën: De financiële drempel moet weg, in het bijzonder voor kwetsbare groepen zoals daklozen of vrouwen zonder papieren. Dit kan door abortus voor de vrouw volledig gratis te maken, of door de toegang tot Dringende Medische Hulp via het OCMW veel sneller en soepeler te laten verlopen.

6. De medische praktijk en organisatie

  • Preventie: Anticonceptiemiddelen (vooral langwerkende middelen zoals een spiraaltje) moeten breder gratis of terugbetaald worden, ook voor vrouwen ouder dan 25 jaar.
  • Zorg op afstand: Tijdens de coronacrisis bleek dat het begeleidende gesprek perfect via telefoon of video kan. Ook het thuis innemen van de abortuspil (met telefonische opvolging door een arts) is veilig en moet wettelijk mogelijk blijven.
  • Meer en beter opgeleid personeel: Er is een tekort aan artsen die abortussen uitvoeren. Abortus moet een verplicht onderdeel worden van de basisopleiding geneeskunde. Daarnaast moet men onderzoeken of ook vroedvrouwen en verpleegkundigen vroege medicamenteuze abortussen mogen begeleiden om de artsen te ontlasten.
  • Correcte informatie: Er is veel foute informatie online. De overheid moet een moderne, neutrale website oprichten met alle juiste info over de wet en de locaties van de abortuscentra.

maandag 1 juni 2026

14 MEI 2026. - Ministeriële omzendbrief PLP 41 tot versterking en/of bijsturing van het lokaal veiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van de jeugddelicten en jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie, met in het bijzonder een aanspreekpunt voor de scholen

 

14 MEI 2026. - Ministeriële omzendbrief PLP 41 tot versterking en/of bijsturing van het lokaal veiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van de jeugddelicten en jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie, met in het bijzonder een aanspreekpunt voor de scholen

Bron: https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article.pl?language=nl&sum_date=2026-06-01&lg_txt=n&numac_search=2026003858

Waarover gaat deze nieuwe tekst precies?

Deze tekst beschrijft de nieuwe ministeriële omzendbrief (bekend als 'PLP 41'), die op 14 mei 2026 is gepubliceerd. Deze richtlijn vertelt lokale politiekorpsen en overheden hoe zij jeugdcriminaliteit en jongeren in moeilijke opvoedingssituaties beter kunnen aanpakken. Er is daarbij bijzondere aandacht voor de manier waarop de politie samenwerkt met scholen. Deze nieuwe wet vervangt een oudere versie uit 2006.

15 MEI 2026. - Omzendbrief CP 6 betreffende de minderjarigenreflex

 

15 MEI 2026. - Omzendbrief CP 6 betreffende de minderjarigenreflex

AI

https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article.pl?language=nl&sum_date=2026-06-01&lg_txt=n&numac_search=2026003859

Waar gaat deze nieuwe richtlijn over? De omzendbrief (CP 6) introduceert de zogenaamde "minderjarigenreflex" bij de politie. Dit is een praktisch kader dat de politie helpt om bij elk contact met jongeren onder de 18 jaar de juiste balans te vinden tussen de politieprocedures, de wet, en de rechten van het kind. De uitgangspunten kunnen trouwens ook zinvol zijn bij jongvolwassenen of kwetsbare personen.

vrijdag 29 mei 2026

Wetsontwerp tot wijziging van diverse wetten, wat de afbakening van het misdrijf van aanzetten tot haat betreft - advies Dirk Voorhoof

Bron

Samenvatting met AI.

Het wetsvoorstel, ingediend door Peter De Roover c.s., heeft als kerndoel om de strafbaarstelling van het "aanzetten tot haat" in de Belgische wetgeving veel strikter af te bakenen ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting,. De indieners willen dat een uitspraak uitsluitend strafbaar is wanneer de haatboodschap effectief en expliciet gepaard gaat met een oproep tot geweld of met gewelddadig gedrag dat de openbare orde dreigt te verstoren.

Hier is een overzichtelijke ontleding van de fundamenten en argumenten van het wetsvoorstel:

1. Het probleem: Haat is een gevoel, en "aanzetten tot haat" is te vaag 

De initiatiefnemers stellen dat het begrip "haat" inherent subjectief is en zeer moeilijk te definiëren valt,. Haat is een menselijk gevoel, en het koesteren of uiten van dat gevoel is op zichzelf wettelijk niet strafbaar,. Het is volgens hen dan ook onlogisch en problematisch om het aanzetten tot iets dat zelf niet strafbaar is (namelijk haatgevoelens), via het strafrecht te verbieden. Dit staat in schril contrast met het aanzetten tot geweld of discriminatie, aangezien geweld en discriminatie op zich wél strafbare feiten zijn.

2. Gevaar voor de vrije meningsuiting en rechtsonzekerheid 

Door de wazigheid van het begrip treedt er rechtsonzekerheid op,. Het Grondwettelijk Hof heeft in 2004 en 2009 weliswaar geoordeeld dat de wet uiterst restrictief moet worden toegepast — waarbij er sprake moet zijn van 'bijzonder opzet' of een kwaadwillige intentie om aan te zetten tot daden — maar in de praktijk blijken lagere strafrechters zich daar niet altijd aan te houden,. De indieners halen voorbeelden aan uit de rechtspraak, zoals de veroordeling van een vrouw voor een racistische uitspraak in een trappenhal, of de veroordeling van Voorpost-betogers wegens spandoeken met de tekst "Stop islamisering",. Dergelijke ruime interpretaties van het misdrijf vormen een ernstige bedreiging voor de vrije meningsuiting.

3. Historische en internationale context

  • België: Onze Grondwet van 1831 was oorspronkelijk een absolute en uiterst liberale vrijhaven voor de vrije meningsuiting,. Pas in de decennia na 1980 is de wetgever deze vrijheid stelselmatig beginnen inperken door de antiracismewet (1981), de negationismewet (1995) en de antidiscriminatie- en genderwet (2007).
  • Internationaal: De indieners wijzen erop dat de strijd tegen het aanzetten tot haat in internationale VN-verdragen (zoals het IVBPR) er in de jaren '60 kwam onder zware druk van het communistische Sovjetblok, tégen de wil van Westerse democratieën zoals België en de VS, die waarschuwden voor de gevaren van misbruik door de staat. Bovendien laat de huidige Europese regelgeving (het EU-Kaderbesluit Racisme) de lidstaten expliciet de keuze om de strafbaarheid te beperken tot gedragingen die de openbare orde dreigen te verstoren,.

4. Het averechtse effect van strafrechtelijke vervolging 

Volgens empirisch onderzoek bereiken "haatzaai-processen" zelden hun doel en zijn ze vaak contraproductief. Daders verliezen geen aanhang, maar winnen vaak stemmen, werpen zich op als martelaren van het vrije woord en ondergraven zo het vertrouwen in de rechtsstaat,. Bovendien creëert de vaagheid van de huidige wet valse verwachtingen bij slachtoffers. Als een rechter de wet wél correct en restrictief toepast en de verdachte vrijspreekt, voelen slachtoffers zich onterecht in de steek gelaten. Onsmakelijke of verwerpelijke ideeën moeten volgens de indieners dan ook met tegenargumenten bestreden worden, niet met het strafrecht.

5. De concrete oplossing (Wetswijziging) 

Om deze problemen op te lossen, stelt de tekst voor om de bewoordingen in drie bestaande wetten (de antiracismewet, de antidiscriminatiewet en de genderwet) aan te passen,.

Overal waar momenteel de zinsnede "aanzet tot haat of geweld" staat, wil het wetsvoorstel dit vervangen door: "aanzet tot haat, indien dit aanzetten verbonden is met het oproepen tot gewelddadig gedrag waardoor de openbare orde dreigt verstoord te worden of het aanzetten tot geweld",.

Hierdoor wordt het veel meetbaardere en duidelijkere criterium 'geweld' de absolute rode lijn voor het strafrecht.

Advies Professor Dirk Voorhoof.

Het advies van prof. em. Dirk Voorhoof aan de Commissie voor Justitie betreft een wetsvoorstel (ingediend door Peter De Roover c.s.) dat de strafbaarstelling van het aanzetten tot haat strikter wil afbakenen. Het voorstel beoogt de antiracismewet, de antidiscriminatiewet en de genderwet zodanig aan te passen dat "aanzetten tot haat" enkel nog strafbaar is wanneer dit effectief en expliciet gepaard gaat met een oproep tot gewelddadig gedrag dat de openbare orde dreigt te verstoren, of met het aanzetten tot geweld.

Prof. Voorhoof wijst dit voorstel resoluut af en ontleedt de problematiek in zijn advies aan de hand van vier grote pijlers:

1. Strijdigheid met internationale en Europese verdragsverplichtingen 

Het fundamentele bezwaar is dat het wetsvoorstel in directe strijd is met bindende internationale verdragen.

  • VN-Verdragen: Zowel het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (IVUR) als het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) verplichten verdragsstaten om het aanzetten tot respectievelijk rassenhaat en op nationaliteit, ras of godsdienst gebaseerde haatgevoelens als een afzonderlijk misdrijf strafbaar te stellen, onafhankelijk van een eventuele oproep tot geweld.
  • Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM): De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bevestigt herhaaldelijk dat 'hate speech' strafbaar kan en moet zijn, zelfs als er volstrekt niet wordt opgeroepen tot gewelddadig gedrag. Uitspraken van het EHRM, zoals in de zaken Féret t. België en Vejdeland t. Zweden, tonen aan dat het beschermen van de democratische samenleving, de menselijke waardigheid en de rechten van minderheden de bestraffing van haatspraak rechtvaardigt. Staten hebben bovendien een positieve verplichting om via het strafrecht effectief en adequaat op te treden tegen haatmisdrijven.
  • EU-recht: Hoewel het EU-Kaderbesluit 2008/913/JBZ de lidstaten de optie biedt om de strafbaarstelling te beperken tot gedragingen die de openbare orde dreigen te verstoren, vormt dit geen geldige rechtsbasis om af te wijken van de striktere EVRM-verplichtingen. Andere Europese regelgeving, zoals de Richtlijn audiovisuele mediadiensten, vereist eveneens een strikt verbod op het aanzetten tot haat op zich.

2. Weerlegging van een vermeende 'te brede interpretatie' door rechters 

De indieners van het wetsvoorstel beargumenteren dat lagere rechtbanken het begrip "haat" in de praktijk te ruim interpreteren en louter verwerpelijke of onfatsoenlijke uitspraken onterecht strafbaar stellen, wat zou leiden tot rechtsonzekerheid. Prof. Voorhoof ontkracht dit argument door erop te wijzen dat het Grondwettelijk Hof en het voormalige Arbitragehof reeds strikte voorwaarden en richtlijnen hebben vastgelegd voor een restrictieve toepassing van deze strafbepalingen, volledig in lijn met de vrijheid van meningsuiting. Dat enkele correctionele rechtbanken in eerste aanleg fouten maken (die in de aangehaalde voorbeelden overigens in hoger beroep netjes werden gecorrigeerd), is geen reden om de materiële strafwet uit te hollen. In plaats van wetswijzigingen pleit het advies voor een betere opleiding van de zittende en staande magistratuur en het structureel toewijzen van dergelijke uitingsmisdrijven aan kamers met drie rechters om de kwaliteit van de rechtspraak te garanderen.

3. Het essentiële verschil tussen het 'gevoel haat' en het 'publiekelijk aanzetten tot haat' Een ander argument van de indieners is dat "haat" een menselijk gevoel is dat op zich niet strafbaar is, en dat het aanzetten tot iets wat op zichzelf legaal is, bijgevolg ook niet strafbaar zou mogen zijn. Het advies fileert deze drogreden door de logische vergelijking te maken met andere gedragingen: roken, overmatige alcoholconsumptie of seksuele handelingen zijn in de privésfeer volstrekt legaal, maar zijn in de publieke ruimte of openbaarheid wel degelijk strafbaar wegens de maatschappelijke schade of overlast die ze daar veroorzaken. De wet bestraft geenszins het koesteren van racistische gevoelens of het uiten van haat in de privésfeer. Wat het strafrecht viseert, is het bewust en in het openbaar verspreiden van haat en het publiekelijk aanzetten van anderen tot die haat, wegens de fundamenteel ontwrichtende impact hiervan op de sociale vrede en gelijkwaardigheid in een democratische samenleving.

4. Alternatieve oplossingen voor een effectievere bestrijding in de praktijk 

In plaats van de wetgevende bescherming af te zwakken, stelt het advies constructief voor om de handhaving van de bestaande normen juist te verbeteren. Een historisch pijnpunt in het Belgische recht is de feitelijke strafrechtelijke immuniteit voor bepaalde uitingsmisdrijven ten gevolge van artikel 150 van de Grondwet, dat drukpersmisdrijven voorbehoudt aan het hof van assisen. Prof. Voorhoof ondersteunt de noodzaak om dit grondwetsartikel te herzien, zodat ook (online en offline) drukpersmisdrijven die aanzetten tot haat, geweld, discriminatie of seksisme eenvoudig en adequaat door de correctionele rechtbank kunnen worden berecht. Tot slot wijst het advies op de intrinsieke waarde van alternatieve maatregelen, zoals werkstraffen of probatiestraffen met een educatief luik (bijvoorbeeld verplichte rondleidingen in Kazerne Dossin), om het risico op recidive bij daders op een duurzame en maatschappelijk zinvolle manier aan te pakken.

Besluit van het advies 

De voorgestelde inperking van de strafbaarstelling van het aanzetten tot haat is juridisch onhoudbaar wegens flagrante strijdigheid met mensenrechtenverdragen, belemmert de effectieve bestrijding van haatmisdrijven, en berust op een fundamenteel foute interpretatie van de werking en het doel van het strafrecht ten aanzien van uitingsmisdrijven in het publieke debat.



maandag 20 april 2026

AI act: VERORDENING (EU) 2024/1689 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Bron

VERORDENING (EU) 2024/1689 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie)

Artikel 1: Wat is het doel van deze nieuwe AI-wet?

Deze wet is bedoeld om de interne markt in Europa beter te laten werken door duidelijke regels te stellen voor AI. Het doel is om mensenrechten, de gezondheid en de veiligheid van burgers te beschermen tegen de risico's van AI, terwijl we tegelijkertijd vernieuwing (innovatie) aanmoedigen.

donderdag 16 april 2026

Integraal verslag Commissie Justitie 15 mei 2026

Bron


1. Gevangeniswezen en Detentiebeleid

  • Overbevolking en nieuw akkoord: Op vragen over de recordcijfers inzake overbevolking en grondslapers, stelt de minister dat er een nieuw akkoord is gesloten. Maatregelen omvatten onder meer dat straffen tot 18 maanden automatisch via elektronisch toezicht worden uitgevoerd, een versnelde verwijdering van gedetineerden zonder verblijfsrecht en de uitbreiding van extra capaciteit via modulaire units.
  • Inzet van private bewaking: Wegens de ongeziene druk en het personeelstekort wil de minister tijdelijk private bewakingsfirma's inzetten in de nieuwe gevangenis van Antwerpen. Dit zal uitsluitend gebeuren voor 'koude bewaking' met minimaal direct contact met gedetineerden (zoals toegangscontrole en brandrondes), voor een geschat maximumbedrag van 10,3 miljoen euro. Vakbonden uitten zware kritiek op deze privatisering en spreken van een vertrouwensbreuk.
  • Agressie en veiligheid (Wortel, Haren, Leuze): Meerdere incidenten waarbij cipiers gewond raakten, leidden tot vragen over veiligheid. De minister antwoordt dat tuchtprocedures en strafklachten bij het parket worden opgestart. Het nieuwe sociaal akkoord voorziet in 48 beveiligde cellen voor agressieve gedetineerden en er wordt zwaar ingezet op de-escalerende communicatie.
  • Detentiehuizen: Na een positief rapport van het Nationaal Preventiemechanisme bevestigt de minister de meerwaarde van kleinschalige detentiehuizen. Er staan nieuwe locaties gepland (o.a. Genk, Antwerpen, Jemeppe) en de doelgroep zal in de toekomst meer bepaald worden door het risicoprofiel van de dader in plaats van enkel de strafduur.
  • Dronedroppings (Hasselt): Als antwoord op het binnensmokkelen van gsm's en drugs via drones, legt de minister uit dat stoorzenders momenteel nog wettelijk verboden zijn (een KB is in de maak). Fysieke netten plaatsen is zeer duur, bouwkundig complex en stoot op beperkingen inzake mensenrechten (het recht op zicht op de open lucht).
  • Internering: Knelpunten en vertragingen bij de Kamers voor Bescherming van de Maatschappij (KBM's) worden aangepakt door een injectie van 12 miljoen euro en een geplande hervorming van de interneringswet van 2014. Ook binnen de gevangenissen wordt de zorgcapaciteit voor deze specifieke doelgroep (die betrokken is bij 1/3e van de incidenten) versterkt.

2. Terrorisme en Nationale Veiligheid

  • De Iraanse IRGC en 'Slapende cellen': Nu de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) op de Europese terreurlijst staat, vroegen parlementsleden wat dit praktisch voor België betekent. De minister verduidelijkt dat leden nu strafrechtelijk vervolgd kunnen worden voor deelname aan een terroristische organisatie. Staatsveiligheid (VSSE) monitort de dreiging (zoals spionage, intimidatie en potentiële aanslagen) actief en werkt hiervoor individueel en in internationaal verband.
  • Hezbollah: Wat betreft de belofte om Hezbollah volledig als terreurorganisatie te bestempelen, merkt de minister op dat de regering de geopolitieke situatie volgt, maar dat een puur formele aanduiding niet automatisch de veiligheid verhoogt.
  • Steun aan terreurslachtoffers: Tien jaar na de aanslagen van 22 maart is er de roep om een structureel garantiefonds. De minister antwoordt dat dit overbodig is omdat de bestaande Commissie voor financiële hulp al over een borgfonds beschikt. Er komt dit jaar wel een 'uniek loket' (budget van 1 miljoen euro) om slachtoffers juridisch, administratief en psychosociaal te begeleiden.

3. Justitie, Digitalisering en Cybercrime

  • IT-problemen met 'JustCase': De uitrol van het nieuwe digitale dossierbeheersysteem liep vast en zorgde voor de opschorting van zittingen bij Franstalige strafuitvoeringsrechters. De minister erkent de complexiteit van dit 40 miljoen euro kostende project, maar stelt dat digitalisering cruciaal is. Ze heeft instructies gegeven om de governance aan te pakken, de begeleiding te verbeteren en het systeem stapsgewijs wekelijks te updaten.
  • Phishing en seponeringen: Zowel de enorme stijging van het aantal phishingdossiers als het feit dat het merendeel (meer dan 70%) geseponeerd wordt wegens capaciteitsgebrek, leidden tot kritiek. De minister wijst erop dat preventie essentieel is en dat een protocol ("Phish Nemo" / BAPS) werd gesloten om malafide websites automatisch en sneller te blokkeren. Het College van procureurs-generaal buigt zich momenteel over een nieuwe richtlijn inzake vervolgingsdrempels (bijv. vanaf 2.500 euro).
  • App voor zittingsrollen: Een initiatief van de Orde van Vlaamse Balies om zittingen digitaal via een app te volgen wordt tegengehouden door de rechtbanken. De minister stelt dat datadeling een duidelijke wettelijke basis nodig heeft en dat deze gegevens binnen een beveiligde justitiële omgeving moeten blijven.

4. Rechterlijke Orde en Wetgeving

  • Protest van de Magistratuur ('Vijf voor Twaalf'): In reactie op open brieven van magistraten die klagen over werkdruk en onderfinanciering, verdedigt de minister haar beleid door te wijzen op de structurele kentering via investeringen van 1 miljard euro en het 'Hefboomplan' van 21 miljoen euro om personeelskaders en de verloning te verbeteren.
  • Jaarverslag Federaal Parket: Bezorgdheid werd geuit over de sterke stijging van het aantal minderjarigen in terrorismedossiers en internationale misdrijven. Het voorstel van het parket om een gespecialiseerde onderzoeksrechter voor humanitair recht op te richten, zal besproken worden met de rechterlijke orde.
  • Inwerkingtreding Nieuw Strafwetboek: Het uitstel naar 1 september vereist volgens parlementsleden een projectmatige aanpak. De minister benadrukt dat werkgroepen continu overleggen over IT en capaciteit, maar herinnert er ook aan dat alternatieve straffen (zoals werkstraffen of drughulp) gewestelijke bevoegdheden zijn.

5. Overige Dossiers

  • VZW Het Huis: Ouders uiten zware bezorgdheden (o.a. misbruik en gebrekkig toezicht) over deze instelling waar de familierechtbank kinderen naar doorverwijst voor contactherstel. De minister stelt wegens de scheiding der machten geen uitspraken te kunnen doen gezien het lopende strafonderzoek in Antwerpen, maar heeft Vlaams minister Gennez gevraagd om extra controles uit te voeren.
  • Jeugdinstellingen: Het structurele gebrek aan plaatsen in gesloten jeugdinstellingen leidt tot het vrijlaten van gewelddadige minderjarigen. De minister steunt de noodkreet van de procureurs, maar wijst nadrukkelijk op de volledige bevoegdheid van de deelstaten om dit capaciteitsprobleem op te lossen.
  • Belgische gevangene in het buitenland (Lars De Smet): De overbrenging van deze Belg vanuit Noord-Macedonië blijft geblokkeerd. De minister geeft aan dat het gastland weigert omdat de persoon in België te snel zou kunnen vrijkomen en verzekert dat er geen fouten zijn gemaakt door de Belgische autoriteiten.
  • Bpost en het Boeteplatform: Er lopen nog gesprekken met de economische experten over overfacturatie, maar er is intussen al een voorlopig akkoord en een kredietnota van 16 miljoen euro verwerkt.
  • Cryptoactiva: Na een tijdelijke pauze wegens een licentieprobleem bij de vorige makelaar, worden in beslag genomen cryptoactiva sinds eind 2021 weer geveild via een nieuwe dienstverlener. Opbrengsten die worden teruggegeven genereren rente op basis van de tarieven van de Deposito- en Consignatiekas.