Wet en voorbereidende werkzaamheden downloaden
Wat is de directe aanleiding en het hoofddoel van deze
nieuwe wet van 22 juli 2026?
De Belgische gevangenissen kampen met een diepe crisis en
een aanhoudende structurele overbevolking, waardoor honderden gedetineerden op
een matras op de grond moeten slapen. Het hoofddoel van de Wet van 22 juli
2026 is om deze mensonwaardige omstandigheden zo snel mogelijk en op een
veilige, gecontroleerde manier af te bouwen door de gevangenispopulatie direct
te verminderen.
Hoe werkt de maatregel rond het automatische
elektronische toezicht?
Dit is een tijdelijke noodmaatregel waarbij bepaalde
categorieën veroordeelden van rechtswege (automatisch) elektronisch
toezicht (een enkelband) toegewezen krijgen zodra zij aan objectieve
voorwaarden voldoen. Omdat de toekenning door de wet zelf is vastgelegd, heeft
de gevangenisdirecteur hierin geen discretionaire beoordelingsruimte; hij
verifieert enkel of de voorwaarden zijn vervuld.
De belangrijkste regels hiervoor zijn:
- Doelgroep:
Veroordeelden met een straftotaal tot 18 maanden komen onmiddellijk in
aanmerking. Veroordeelden met een straf van meer dan 18 maanden tot 10
jaar komen in aanmerking zodra ze zich op 18 maanden voor hun strafeinde
bevinden én de toelaatbaarheidsdatum voor voorwaardelijke
invrijheidstelling hebben bereikt.
- Objectieve
voorwaarden: De veroordeelde moet over een verblijfplaats beschikken
en de meerderjarige huisgenoten op dat adres moeten zich akkoord
verklaren. Het mag onder geen beding gaan om het adres waar een
slachtoffer verblijft (bijvoorbeeld bij intrafamiliaal geweld).
- Verlof:
De toekenning omvat automatisch het wettelijke minimum aan penitentiair
verlof (viermaal 36 uur per trimester).
- Controle:
Voor straffen tot 3 jaar wordt de strafuitvoering geschorst in afwachting
van de aansluiting. Voor straffen boven de 3 jaar blijft de veroordeelde
in de cel tot de aansluiting, om de veiligheid te garanderen. Achteraf
(binnen twee maanden) toetst de strafuitvoeringsrechter (SUR/SURB) of de
toekenning aan alle wettelijke voorwaarden voldeed.
Welke veroordeelden zijn uitgesloten van dit automatische
elektronische toezicht?
Om de maatschappelijke veiligheid te garanderen, gelden er
strikte uitsluitingsgronden. Er is geen recht op een automatische
enkelband voor:
- Veroordeelden
voor terroristische misdrijven, zedenfeiten of personen die tekenen
vertonen van gewelddadig extremisme.
- Veroordeelden
voor zware geweldsdelicten of inbreuken op de drugswetgeving.
- Veroordeelden
die onderworpen zijn aan een terbeschikkingstelling van de
strafuitvoeringsrechtbank (TBS).
- Vorenoemde
personen zonder wettig verblijfsrecht in België (tenzij de Dienst
Vreemdelingenzaken binnen 10 dagen laat weten dat zij niet direct
gerepatrieerd of naar een gesloten centrum gebracht kunnen worden).
- Veroordeelden
wiens enkelband of eerdere strafuitvoeringsmodaliteit zeer recent (binnen
2 maanden) is herroepen.
Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de eerste
ontwerpen en de uiteindelijke wet die nu telt?
Tijdens de parlementaire behandeling zijn er via
amendementen cruciale wijzigingen aangebracht in het oorspronkelijke
wetsontwerp. Omdat alleen de uiteindelijke wet van 22 juli 2026 rechtskracht
heeft, moeten we rekening houden met deze verschillen:
- Uitgestelde
inwerkingtreding: Het oorspronkelijke ontwerp ging uit van een
onmiddellijke inwerkingtreding bij publicatie. De definitieve wet bepaalt
in artikel 23 dat de wet pas in werking treedt op 1 oktober 2026.
Dit uitstel werd besloten om de justitiehuizen, gemeenschappen en
ICT-diensten de nodige voorbereidingstijd te geven om alles
organisatorisch op te zetten.
- Expliciete
uitsluiting van TBS-veroordeelden: In het eerste wetsontwerp waren
TBS-veroordeelden niet expliciet uitgesloten. De definitieve wet voegt
deze uitsluiting in artikel 8 expliciet toe om de maatschappelijke
veiligheid te bewaken en de lijn met andere noodprocedures door te
trekken.
- Verduidelijking
van de ministerraadsmachtiging: De oorspronkelijke tekst bevatte een
vage "en/of"-formulering over de bevoegdheid van de Koning om
uitsluitingen (zoals voor drugs- en geweldsdelicten) tijdelijk op te
schorten bij aanhoudende beddennood. De definitieve wet verduidelijkt dat de
Koning de keuze heeft om één of beide uitsluitingsbepalingen geheel
of gedeeltelijk niet toe te passen.
- Eenduidige
terminologie: De term "beschikbare detentiecapaciteit" uit
de voorbereidende documenten is in de wet overal vervangen door
"beschikbare penitentiaire capaciteit" ter wille van de
rechtszekerheid.
Welke maatregelen zijn er genomen voor de versnelde
terugkeer van vreemdelingen zonder verblijfsrecht?
De wet versnelt en versterkt het repatriëringsproces om te
voorkomen dat gedetineerden zonder verblijfsrecht onnodig lang
gevangeniscapaciteit bezetten:
- Permanente
uitbreiding: De termijn waarbinnen een illegaal verblijvende
gedetineerde kan worden gerepatrieerd zonder tussenkomst van de
strafuitvoeringsrechter, is permanent verruimd van 6 naar 12 maanden
voor het einde van de straf.
- Tijdelijke
noodmaatregel: Veroordeelden met een straftotaal van 3 jaar of minder
kunnen, zodra zij één derde van hun straf hebben uitgezeten, direct
worden gerepatrieerd zodra hun herkomstland een laissez-passer aflevert,
zonder dat de strafuitvoeringsrechter een beslissing hoeft te nemen. Dit
geldt tot 1 juni 2030 en sluit zeden- en terrorismeplegers uit.
Hoe wordt de vervroegde invrijheidstelling wegens
overbevolking (VIO) aangepast?
De bestaande VIO-regeling (waarbij gevangenen tot 6 maanden
voor strafeinde vervroegd kunnen vrijkomen) wordt als noodmaatregel verlengd
tot en met 31 december 2027. Tegelijkertijd wordt de regeling echter
strenger ingeperkt: zij geldt voortaan uitsluitend voor gedetineerden met een
straftotaal van maximaal 3 jaar. Voor veroordeelden met een langere
gevangenisstraf is de regeling stopgezet om de veiligheid te garanderen. Reeds
toegekende vrijlatingen aan personen met een langere straf behouden wel hun
geldigheid.
Op welke manier verandert het risicokader van de
strafuitvoeringsrechter?
In de reguliere noodprocedures is het beoordelingskader voor
de strafuitvoeringsrechter objectiever gemaakt. Het vage criterium "direct
waarneembaar risico" voor de fysieke integriteit van derden is vervangen
door "concreet waarneembaar risico". Dit risico moet gebaseerd
zijn op een actuele inschatting van recente gedragingen gesteld sinds de
veroordeling. De rechter mag zijn weigering dus niet meer baseren op louter
oude strafregisters of het ontbreken van reclasseringsplannen. Om dit
zorgvuldig te kunnen doen, is de adviestermijn voor het Openbaar Ministerie
verlengd van 5 naar 10 werkdagen zodat politieverslagen tijdig
opgevraagd kunnen worden.
Welke specifieke wijzigingen zijn er voor geïnterneerden
doorgevoerd?
Om de instroom en heropname van geïnterneerden in
gevangenissen te beperken, gelden er nieuwe regels:
- Een
geïnterneerde mag niet langer onmiddellijk worden opgesloten of na
herroeping naar een gevangenis worden gestuurd louter omdat men vreest dat
hij een gevaar vormt voor zichzelf (zoals suïcidaal gedrag).
Zorgbehoeften moeten therapeutisch in een zorginstelling worden behandeld.
- Opname
in of terugkeer naar een penitentiaire instelling na herroeping of
schorsing van de proeftijd is alleen nog toegestaan als de geïnterneerde
een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden.
In alle andere gevallen moet hij worden ondergebracht in een
zorginstelling buiten de gevangenis.
- Wanneer
een modaliteit wordt herroepen, moet er binnen een termijn van maximaal 3
maanden (voorheen 1 jaar) een nieuw advies worden uitgebracht, zodat
het zorg- en reclasseringstraject zo min mogelijk wordt onderbroken.
.
Hieronder vind je de vergelijkingstabel waarin de
belangrijkste verschillen tussen het initiële wetsontwerp en de definitieve,
bekrachtigde wet van 22 juli 2026 helder naast elkaar staan. Deze wijzigingen
zijn tijdens de parlementaire behandeling via amendementen aangebracht om de
wet juridisch robuuster te maken en tegemoet te komen aan praktische bezwaren
van de deelstaten.
Initiële Wetsontwerp vs. Uiteindelijke Wet van 22 juli
2026
|
Onderwerp / Artikel |
Initieel Wetsontwerp (16 juni 2026) |
Uiteindelijke Wet (22 juli 2026) |
Toelichting & Context |
|
Datum van Inwerkingtreding *(Artikel 23)* |
De wet zou onmiddellijk in werking treden op de dag
van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. |
De inwerkingtreding is uitgesteld naar 1 oktober 2026. |
Dit uitstel is besloten op expliciete vraag van de
gemeenschappen om de justitiehuizen, ICT-diensten en het terrein de nodige
tijd te geven voor organisatorische en materiële aanpassingen. |
|
Uitsluiting TBS-veroordeelden *(Artikel 8 / Art.
98/27/1, § 2)* |
Veroordeelden met een terbeschikkingstelling van de
strafuitvoeringsrechtbank (TBS) waren niet expliciet uitgesloten van het
elektronisch toezicht van rechtswege. |
TBS-veroordeelden zijn expliciet uitgesloten onder
paragraaf 2, eerste lid, 4°. |
Toegevoegd via een aangenomen amendement om de
maatschappelijke veiligheid te garanderen. Deze uitsluiting trekt de lijn
door met de bestaande noodprocedures en de vervroegde invrijheidstelling
wegens overbevolking. |
|
Machtiging van de Koning *(Artikel 8 / Art.
98/27/1, § 3)* |
Bevatte een onduidelijke "en/of"-formulering
bij de machtiging aan de Koning om uitsluitingen (zoals voor drugs- of
geweldsdelicten) tijdelijk niet toe te passen bij aanhoudende beddennood. |
De formulering is verduidelijkt naar "één of beide
uitsluitingsbepalingen". |
De Juridische Dienst wees erop dat "en/of"
verwarring schiep over de vraag of de uitsluitingen alleen als pakket of ook
afzonderlijk konden worden opgeschort. Het amendement bevestigt dat de Koning
de keuze heeft om één van beide of beide bepalingen niet toe te passen. |
|
Terminologie Capaciteit *(Artikel 8 / Art. 98/27/1,
§ 3)* |
Er werd in de tekst gesproken over de beschikbare "detentiecapaciteit". |
Dit is uniform gewijzigd naar de beschikbare "penitentiaire
capaciteit". |
Deze wijziging werd doorgevoerd ter bevordering van de
rechtszekerheid, zodat de wet overal dezelfde eenduidige terminologie
gebruikt als elders in de strafuitvoeringswetgeving. |
De definitieve Wet van 22 juli 2026 voorziet in een
aantal zeer strikte en specifieke uitsluitingsgronden voor de toekenning van
het automatische elektronische toezicht (de enkelband van rechtswege):
- Gespecialiseerd
advies vereist (art. 32 WERP): Veroordeelden voor wie een
gespecialiseerd advies verplicht is, zijn uitgesloten. Dit betreft:
- Veroordeelden
voor zedendelicten.
- Veroordeelden
voor terroristische misdrijven.
- Personen
die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.
- Zware
geweldsdelicten: Veroordeelden die een gevangenisstraf uitzitten voor
ernstige geweldsfeiten (als bedoeld in artikel 98/19, tweede lid van de
wet).
- Inbreuken
op de drugswetgeving: Personen die een straf ondergaan voor
drugsgerelateerde misdrijven onder de wet van 24 februari 1921.
- Terbeschikkingstelling
van de strafuitvoeringsrechtbank (TBS): Veroordeelden die het voorwerp
uitmaken van een TBS zijn expliciet uitgesloten. Let op: Dit was
een cruciaal verschil met het initiële wetsontwerp, waarin deze groep nog
niet was uitgesloten. Dit is via een parlementair amendement in de
definitieve wet verankerd om de openbare veiligheid extra te waarborgen.
- Geen
wettig verblijfsrecht: Veroordeelden zonder recht op verblijf in
België zijn in principe uitgesloten. Zij komen er enkel voor in aanmerking
indien de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) binnen 10 dagen na de
kennisgeving door de gevangenisdirecteur meedeelt dat de betrokkene niet
onmiddellijk kan worden verwijderd of overgebracht naar een gesloten
centrum.
- Recente
herroeping, voorlopige aanhouding of schorsing:
- Veroordeelden
van wie een eerdere strafuitvoeringsmodaliteit is herroepen, zijn
gedurende twee maanden na de tenuitvoerlegging van dat
herroepingsvonnis uitgesloten van een automatische enkelband.
- Deze
uitsluiting geldt ook al tijdens de periode van voorlopige aanhouding
of schorsing die voorafgaat aan een eventuele herroeping.
- Verblijfsadres
bij het slachtoffer: Hoewel dit strikt genomen een
toekenningsvoorwaarde is en geen persoonsgebonden uitsluiting, blokkeert
het verblijfsadres de toekenning van rechtswege indien het slachtoffer van
de feiten (bijvoorbeeld bij intrafamiliaal geweld) op dat adres verblijft.
De veroordeelde kan dan enkel aanspraak maken op de enkelband als hij een
ander, veilig verblijfsadres voorstelt.
De Kern van de Maatregel
De versnelde repatriëring is een tijdelijke bijkomende
noodmaatregel (vastgelegd in hoofdstuk III van titel XIIquater van de wet).
Deze regeling is specifiek ontworpen voor verwijderbare gedetineerden
(vreemdelingen zonder wettig verblijfsrecht) met een straftotaal van maximaal
drie jaar.
Onder deze regeling kunnen zij al effectief uit het land
worden verwijderd zodra zij één derde van hun gevangenisstraf(fen) hebben
ondergaan.
Geen tussenkomst van de Strafuitvoeringsrechter (SUR)
De essentie van het "versnelde" karakter ligt in
het feit dat de normale rechterlijke procedures worden omzeild om snelheid te
winnen:
- Directe
invrijheidstelling: Er hoeft geen formele beslissing tot voorlopige
invrijheidstelling door de strafuitvoeringsrechter te worden genomen.
De minister van Justitie (of diens gemachtigde) verleent rechtstreeks de
invrijheidstelling met het oog op verwijdering.
- Administratieve
vereisten: De veroordeelde moet wel het voorwerp uitmaken van een
reeds uitvoerbaar koninklijk besluit tot uitzetting, een uitvoerbaar
ministerieel besluit tot terugwijzing, of een uitvoerbaar bevel tot
verlaten van het grondgebied met het bewijs van effectieve verwijdering.
- Snellere
procedure: De feitelijke verwijdering kan direct worden uitgevoerd
zodra het land van herkomst een laissez-passer (reisdocument) heeft
afgeleverd. Dit zorgt ervoor dat diplomatiek overleg, identificatie en de
opmaak van documenten veel sneller en vroeger dan voorheen kunnen worden
opgestart.
Strikte Uitsluitingen
Om de maatschappelijke veiligheid te waarborgen, gelden voor
deze noodmaatregel strenge uitsluitingscriteria. Veroordeelden voor wie op
grond van artikel 32 van de wet een gespecialiseerd advies vereist is, zijn volledig
uitgesloten van deze versnelde regeling. Dit betreft:
- Veroordeelden
voor zedenfeiten.
- Veroordeelden
voor terroristische misdrijven.
- Personen
die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.
Geldigheidsduur van de Noodmaatregel
Omdat het om een uitzonderlijke noodmaatregel gaat om de
acute beddennood op te lossen, is de geldigheidsduur wettelijk begrensd:
- De
regeling is in principe van toepassing tot 1 juni 2030.
- De
Koning heeft echter de bevoegdheid om deze maatregel vervroegd stop te
zetten via een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit, nadat
de beschikbare penitentiaire capaciteit en de instroom van de
gedetineerdenbevolking zijn geëvalueerd.
Wat gebeurt er bij een illegale terugkeer naar België?
De wet bevat een strenge achtervang om te voorkomen dat de
maatregel tot straffeloosheid leidt voor wie probeert terug te keren:
- Als
de veroordeelde binnen twee jaar na de invrijheidstelling
terugkeert naar België zonder in regel te zijn met de verblijfswetgeving,
kan de procureur des Konings diens voorlopige aanhouding bevelen.
- De
minister (of gemachtigde) moet vervolgens binnen zeven dagen na
deze aanhouding een beslissing nemen om de betrokkene het resterende
gedeelte van de straf alsnog te laten uitzitten. Deze beslissing wordt
binnen één werkdag schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, de
procureur des Konings en de gevangenisdirecteur.
