dinsdag 14 juli 2026

Plaatsverbod door de burgemeester

Wettekst

Artikel




Er werd gebruikt gemaakt van AI voor de samenvatting.

Wat is het gemeentelijk administratief plaatsverbod 'nieuwe stijl' en wat is de wettelijke basis hiervoor?

Het plaatsverbod nieuwe stijl is een specifieke bestuurlijke politiebevoegdheid van de burgemeester. Het houdt in dat de burgemeester aan één of meerdere personen een tijdelijk verbod kan opleggen om zich te bevinden binnen een of meer duidelijke perimeters van publiek toegankelijke plaatsen binnen de gemeente.

De wettelijke basis hiervoor is artikel 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet (NGW), dat in de wet is ingevoegd door de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (de GAS-wet). Met deze expliciete wettelijke verankering wilde de wetgever de burgemeester een duidelijke grondslag bieden, zodat hij zich niet langer hoefde te baseren op de ongeschreven bevoegdheden van het oude stelsel.


Is het plaatsverbod nieuwe stijl een administratieve sanctie of een administratieve maatregel?

De wetgever heeft er bewust voor gekozen om het plaatsverbod nieuwe stijl te kwalificeren als een administratieve maatregel en niet als een sanctie. Het doel van de maatregel is namelijk niet om te bestraffen, maar om preventief op te treden en de openbare orde te beveiligen of te herstellen.

Het Grondwettelijk Hof heeft dit karakter in zijn rechtspraak (het arrest van 23 april 2015) bevestigd: het tijdelijk plaatsverbod is een maatregel van bestuurlijke politie en geen strafsanctie in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).


In welke situaties mag de burgemeester een plaatsverbod nieuwe stijl opleggen?

De burgemeester kan tot dit plaatsverbod beslissen in twee specifieke scenario's:

  1. Bij verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individueel of collectief gedrag.
  2. Bij herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad die op eenzelfde plaats of bij gelijkaardige evenementen worden gepleegd, en die een verstoring van de openbare orde of overlast met zich meebrengen.

Onder overlast vallen lichte vormen van verstoring van de openbare rust, veiligheid, gezondheid of zindelijkheid (zoals hardnekkig nachtlawaai, hinderlijk bedelen, tippelen of overlast door alcohol- en druggebruik) die door hun herhaaldelijke karakter de leefkwaliteit ernstig aantasten en neigen naar een ordeverstoring.


Wat is de maximale duurtijd van het plaatsverbod en hoe zit het met verlengingen?

  • Initiële termijn: Het plaatsverbod kan worden opgelegd voor een periode van maximaal één maand.
  • Hernieuwing: Het verbod is tweemaal hernieuwbaar.
  • Evenredigheid van de termijn: De opgelegde termijn is een maximum; de burgemeester moet de duur altijd afstemmen op wat strikt noodzakelijk is om de ordeverstoring tegen te gaan (het proportionaliteitsbeginsel). Hij kan een lopend verbod ook tussentijds wijzigen of intrekken als de omstandigheden veranderen.
  • Aansluiting van de hernieuwing:
    • Als het verbod is opgelegd wegens een acute openbare ordeverstoring, moet een eventuele hernieuwing onmiddellijk aansluiten op de einddatum van het vorige verbod om het dringende karakter te verantwoorden.
    • Als het verbod voortvloeit uit herhaaldelijke inbreuken (overlast), hoeft de hernieuwing niet direct aan te sluiten. De tussenliggende termijn mag echter niet onredelijk lang zijn (24 maanden is bijvoorbeeld te lang).

Op wie mag het plaatsverbod worden toegepast en kan het ook aan minderjarigen worden opgelegd?

Het plaatsverbod kan worden opgelegd aan de feitelijke dader of daders van de ordeverstorende gedragingen.

  • Minderjarigen: Ja, het verbod kan ook aan minderjarigen worden opgelegd. Volgens het Grondwettelijk Hof is hiervoor geen tussenkomst van de jeugdrechter vereist, omdat het om een bestuurlijke maatregel gaat en niet om een jeugdbeschermingsmaatregel of straf.
  • Keerzijde voor minderjarigen: Omdat het plaatsverbod als een maatregel (en niet als sanctie) wordt beschouwd, gelden de specifieke, strenge rechtswaarborgen die de GAS-wet aan minderjarige overtreders biedt (zoals verplichte voorafgaande procedures) hier niet rechtstreeks. Minderjarigen moeten zich bij betwisting, via hun vertegenwoordigers, wenden tot de Raad van State.

Wat is het territoriale bereik van het plaatsverbod en welke locaties zijn absoluut uitgezonderd?

Het verbod is territoriaal beperkt tot het grondgebied van de desbetreffende gemeente en mag nooit het gehele grondgebied van de gemeente beslaan. Het moet gaan om een of meer specifiek en duidelijk omschreven perimeters van plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek.

Er gelden drie absolute wettelijke uitzonderingen. Het plaatsverbod mag zich nooit uitstrekken tot:

  1. De woonplaats van de betrokkene.
  2. De plaats van het werk van de betrokkene.
  3. De onderwijs- of opleidingsinstelling die de betrokkene bezoekt.

Deze uitzonderingen zijn noodzakelijk om te voorkomen dat grondrechten zoals het recht op arbeid of het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven onevenredig zwaar worden aangetast.


Welke stappen en rechtswaarborgen moeten worden gevolgd in de procedure van de burgemeester?

De burgemeester moet een strikte wettelijke procedure doorlopen, aangevuld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur:

  1. Bestuurlijk verslag: De burgemeester start de procedure op basis van een dossier (veelal een bestuurlijk verslag met pv's en meldingen van de politie).
  2. Voorafgaande schriftelijke verwittiging (waarschuwing): De burgemeester moet de betrokkene eerst schriftelijk waarschuwen dat een nieuwe inbreuk op een identieke plaats of bij soortgelijke gebeurtenissen tot een plaatsverbod zal leiden.
    • Uitzondering: De burgemeester mag zonder waarschuwing direct een plaatsverbod opleggen als dit direct noodzakelijk is met het oog op de ordehandhaving (bijvoorbeeld bij zeer ernstige incidenten).
  3. Hoorplicht: Voordat het definitieve besluit wordt genomen, moet de betrokkene de kans krijgen om te worden gehoord, zijn dossier in te kijken en zijn verdedigingsmiddelen (mondeling of schriftelijk) naar voren te brengen, eventueel met bijstand van een raadsman.
  4. Formele motiveringsplicht: Het besluit moet formeel en schriftelijk worden gemotiveerd. De burgemeester moet concreet verwijzen naar de feiten en de specifieke hinder die verband houdt met de openbare orde.

Waarom is de rol van het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) cruciaal bij het plaatsverbod?

Nadat de burgemeester het besluit heeft genomen, is er een verplichte politieke controle ingebouwd:

  • Bevestiging: Het besluit van de burgemeester moet worden bevestigd door het College van Burgemeester en Schepenen (of het gemeentecollege) tijdens de eerstvolgende vergadering na het besluit.
  • Hoorplicht bij het College: Het College moet de betrokkene of diens raadsman opnieuw uitnodigen en horen, zodat zij hun verdediging mondeling of schriftelijk kunnen voeren.
  • Gevolgen van niet-bevestiging: Als het College de beslissing van de burgemeester niet (tijdig) bevestigt tijdens die eerstvolgende vergadering, verliest het plaatsverbod onmiddellijk zijn uitwerking. De bevestiging is dus een harde voorwaarde voor het voortbestaan van het verbod.

Wat gebeurt er als iemand het opgelegde plaatsverbod overtreedt?

Indien de betrokkene de perimeter van het tijdelijke plaatsverbod toch betreedt, kan hij worden bestraft met een administratieve geldboete (GAS-boete).

  • Boetebedragen: De boete bedraagt maximaal € 350 voor een meerderjarige overtreder en maximaal € 175 voor een minderjarige overtreder.
  • Procedure: Deze boete wordt opgelegd door een onafhankelijke sanctionerend ambtenaar (en dus niet door de burgemeester zelf) na een afzonderlijke verweerprocedure.
  • Alternatieve maatregelen: De geldboete kan eventueel worden vervangen door alternatieven zoals lokale bemiddeling of een gemeenschapsdienst, mits de gemeenteraad dit in de politieverordening heeft voorzien. Voor minderjarigen is het aanbieden van een lokale bemiddeling verplicht.

Welke bezwaren werden door het Grondwettelijk Hof behandeld in het arrest van 23 april 2015?

Het nieuwe plaatsverbod werd door diverse mensenrechten- en jeugdorganisaties aangevochten. Het Grondwettelijk Hof verwierp de bezwaren op basis van de volgende argumenten:

  1. Is het een verdkapte straf (strafsanctie in de zin van art. 6 EVRM)? Nee. Het Hof oordeelde dat het plaatsverbod een preventieve, bestuurlijke veiligheidsmaatregel is om toekomstige ordeverstoringen te verminderen, en geen strafrechtelijke sanctie.
  2. Is de wettelijke omschrijving te vaag? Nee. Hoewel er vage termen worden gebruikt (zoals "collectieve gedragingen"), oordeelde het Hof dat de wet in samenhang met de Memorie van Toelichting voldoende duidelijk is om te bepalen wanneer de maatregel kan worden opgelegd.
  3. Mag het zomaar op minderjarigen worden toegepast zonder tussenkomst van de jeugdrechter? Ja. De noodzaak tot snelle rechtsbescherming en ordehandhaving via een politiemaatregel verschilt wezenlijk van de Jeugdbeschermingswet; tussenkomst van de jeugdrechter is daarom niet vereist.
  4. Is het plaatsverbod in strijd met het recht op bewegingsvrijheid (vrijheidsberoving onder art. 5 EVRM)? Nee. Het verbod houdt geen fysieke opsluiting of aanhouding in. Het is een toegestane, proportionele beperking van de bewegingsvrijheid, mits de perimeter en de duur niet groter of langer zijn dan strikt noodzakelijk.

Hoe verhoudt het gemeentelijk plaatsverbod zich tot andere specifieke plaatsverboden (samenloop)?

In de praktijk kan er sprake zijn van samenloop met andere (gerechtelijke of administratieve) verboden die aan een persoon zijn opgelegd. De auteurs noemen verschillende voorbeelden:

  • Huisarrest / Elektronisch toezicht: Een arrest van de Raad van State (25 maart 2015) toonde aan dat wanneer een persoon onder elektronisch toezicht staat en zijn woning niet mag verlaten, een schorsingsprocedure tegen een gemeentelijk plaatsverbod onwerkdadig wordt, omdat de betrokkene door de gerechtelijke maatregel toch al niet op straat mag komen.
  • Stadionverbod (Voetbalwet): Dit kan worden opgelegd als administratieve sanctie (door een ambtenaar voor 3 maanden tot 5 jaar), als gerechtelijke straf (tot 10 jaar), of als onmiddellijke beveiligingsmaatregel door de politie (maximaal 3 maanden).
  • Voertuigverbod (De Lijn): Een (nog niet operationeel) decretaal verbod om voertuigen of lijnen van De Lijn te betreden voor een duur van 3 maanden tot 3 jaar.
  • Tijdelijk huisverbod (Wet van 15 mei 2012): Een preventieve maatregel bij huiselijk geweld waarbij de Procureur des Konings een meerderjarige dader voor maximaal 10 dagen de toegang tot de gezamenlijke woning ontzegt.

Al deze overlappende bevoegdheden vereisen een uiterst fijnmazige coördinatie tussen de burgemeester, gerechtelijke overheden en andere administratieve actoren.


Is het opleggen van een plaatsverbod 'oude stijl' (op basis van de algemene artikelen 133-135 NGW) nog toegestaan?

Nee, dat is in de praktijk niet langer verdedigbaar.

Sommige juristen stelden dat de burgemeester bij gaten in de wetgeving zou kunnen terugvallen op zijn algemene, zelfstandige politiebevoegdheid (art. 133-135 NGW) om een "officieus" plaatsverbod op te leggen. De auteurs en de bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hier echter heel duidelijk in: de Raad van State laat nagenoeg geen ruimte aan burgemeesters om de strikte voorwaarden en rechtswaarborgen van artikel 134sexies NGW te omzeilen door terug te grijpen naar de algemene bevoegdheid. Omdat deze materie zo nauw raakt aan fundamentele grondrechten, is het "oude" plaatsverbod verleden tijd.



Beroep tegen het plaatsverbod zelf

Omdat het plaatsverbod 'nieuwe stijl' (artikel 134sexies NGW) door de wetgever en het Grondwettelijk Hof is gekwalificeerd als een preventieve administratieve maatregel (en niet als een strafsanctie), is er geen beroep mogelijk bij de gewone politie- of strafrechter.

  • Beroep bij de Raad van State: Het beroep tegen het plaatsverbod van de burgemeester verloopt via een procedure tot schorsing en/of nietigverklaring bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
  • Volwaardige toetsing: De Raad van State voert een volwaardige jurisdictionele toetsing uit. De rechter beoordeelt hierbij:
    • Of het besluit de juiste feitelijke grondslag heeft (vinden de feiten steun in het dossier?).
    • Of de burgemeester de correcte juridische kwalificaties heeft gebruikt.
    • Of de maatregel niet onevenredig (proportioneel) is met de vastgestelde feiten en overlast.
  • Minderjarigen: Omdat het om een bestuurlijke ordemaatregel gaat en niet om een jeugdbeschermingsmaatregel, is er geen tussenkomst van de jeugdrechter voorzien. Een minderjarige moet zich, vertegenwoordigd door de ouders, eveneens rechtstreeks richten tot de Raad van State om het plaatsverbod aan te vechten.

Beroep tegen de geldboete bij overtreding (GAS-boete)

Als u het opgelegde plaatsverbod schendt, kan de onafhankelijke sanctionerend ambtenaar u een administratieve geldboete (GAS-boete) opleggen.

  • Verweerprocedure: Voordat de boete definitief wordt opgelegd, heeft u het recht om een schriftelijk of mondeling verweer in te dienen bij de sanctionerend ambtenaar.
  • Beroep bij de rechter: Tegen de uiteindelijke beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een GAS-boete op te leggen, kan beroep worden aangetekend volgens de reguliere beroepsmogelijkheden van de GAS-wet (dit verloopt via de politierechtbank, of de jeugdrechtbank als het om een minderjarige gaat).

Stappenplan: Schorsingsprocedure bij de Raad van State

Stap 1: Het opstarten van de procedure (Indienen verzoekschrift)

Als u (of uw cliënt) het niet eens bent met het plaatsverbod dat door de burgemeester is opgelegd en door het College van Burgemeester en Schepenen is bevestigd, kunt u een procedure starten bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

  • Vertegenwoordiging: U kunt zich tijdens de hele procedure laten bijstaan door een advocaat (raadsman).
  • Minderjarigen: Omdat het plaatsverbod een bestuurlijke ordemaatregel is (en geen straf), is er geen tussenkomst van de jeugdrechter. Minderjarigen moeten de procedure bij de Raad van State starten via wettelijke vertegenwoordiging (meestal de ouders).

Stap 2: Bepalen van de spoedeisendheid (Gewone schorsing vs. Uiterst Dringende Noodzakelijkheid)

Omdat een plaatsverbod vaak een korte looptijd heeft (maximaal één maand per keer), heeft een normale, langdurige annulatieprocedure soms weinig nut. U kunt daarom vragen om de schorsing van de maatregel.

  • Uiterst Dringende Noodzakelijkheid (UDN): Als het verbod onmiddellijk grote impact heeft en u de uitspraak niet kunt afwachten, kan een UDN-procedure worden gestart.
  • De 'belang'-toets: De Raad van State beoordeelt hierbij streng of de spoedprocedure wel "werkdadig" is. Als u bijvoorbeeld door een andere (gerechtelijke) maatregel, zoals huisarrest of elektronisch toezicht, uw woning sowieso al niet mag verlaten, zal de Raad het verzoek bij uiterst dringende noodzakelijkheid verwerpen omdat er geen acute spoed is om het plaatsverbod op te heffen.

Stap 3: De inhoudelijke beoordeling (Volwaardige jurisdictionele toetsing)

Wanneer de zaak voorkomt, voert de Raad van State een volwaardige inhoudelijke controle uit. De rechter beoordeelt de beslissing van de burgemeester en het College op de volgende drie aspecten:

  1. De feitelijke grondslag: De rechter controleert of de feiten waarop de burgemeester zich baseert (meestal samengevat in een bestuurlijk verslag of politie-pv's) daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Zijn de beschuldigingen van ordeverstoring of overlast feitelijk aantoonbaar?
  2. De juridische kwalificatie: Heeft de burgemeester de wet correct toegepast? Is er daadwerkelijk sprake van een situatie die valt onder artikel 134sexies NGW (acute ordeverstoring of herhaaldelijke overlast op een specifieke plaats)?
  3. De proportionaliteit (evenredigheid): De rechter weegt het doel (ordehandhaving) af tegen het middel (het plaatsverbod).
    • Duur: Is de opgelegde termijn (bijvoorbeeld direct de maximale maand) niet overdreven lang in verhouding tot de feiten?
    • Perimeter: Is de perimeter niet groter dan strikt noodzakelijk? Een perimeter mag bijvoorbeeld nooit de eigen woning, werkplek of onderwijsinstelling van de betrokkene omvatten.

Stap 4: Toetsing aan de beginselen van behoorlijk bestuur

Naast de wet toetst de Raad van State ook of de gemeente de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gerespecteerd:

  • Is de hoorplicht correct nageleefd door zowel de burgemeester (voorafgaand aan het besluit) als het College (voorafgaand aan de bevestiging)? Als u niet de kans heeft gekregen uw verdediging effectief te voeren, is de beslissing onwettig.
  • Is de beslissing formeel en schriftelijk gemotiveerd op basis van de specifieke hinder voor de openbare orde?
  • Is het besluit tijdig bevestigd door het College van Burgemeester en Schepenen tijdens de eerstvolgende vergadering? Zo niet, dan heeft het plaatsverbod in de tussentijd al zijn uitwerking verloren.

Stap 5: De uitspraak en het gevolg

Als de Raad van State oordeelt dat het plaatsverbod onwettig is (bijvoorbeeld door een procedurefout of een gebrek aan proportionaliteit), zal de Raad de beslissing van de burgemeester en het bevestigingsbesluit van het College schorsen of vernietigen.

  • Gevolg: De gemeentelijke overheid is wettelijk verplicht om zich onmiddellijk te schikken naar dit arrest van de Raad van State. Het plaatsverbod is hiermee van de baan.

Als u een opgelegd gemeentelijk administratief plaatsverbod niet naleeft, heeft dit verschillende juridische en praktische gevolgen:

1. De administratieve geldboete (GAS-boete) De directe wettelijke sanctie op het schenden van het plaatsverbod is een gemeentelijke administratieve geldboete (GAS-boete).

  • Maximale bedragen: De boete bedraagt maximaal € 350 voor een meerderjarige overtreder en maximaal € 175 voor een minderjarige overtreder.
  • De procedure: De boete wordt opgelegd door een onafhankelijke sanctionerend ambtenaar (en dus niet door de burgemeester die het verbod heeft uitgevaardigd). Voordat de boete definitief wordt opgelegd, krijgt de overtreder altijd de kans om een schriftelijk of mondeling verweer in te dienen.
  • Lokale verankering: Om deze boete daadwerkelijk te kunnen opleggen, moet de gemeenteraad de overtreding van het plaatsverbod uitdrukkelijk hebben opgenomen in de lokale politieverordening.

2. Alternatieve maatregelen In plaats van een geldboete kan de sanctionerend ambtenaar ook kiezen voor alternatieve maatregelen, mits de gemeenteraad dit in de politieverordening heeft voorzien:

  • Lokale bemiddeling: Dit is een traject onder leiding van een onafhankelijke bemiddelaar om tot een onderhandelde oplossing voor het conflict te komen. Dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn wanneer het plaatsverbod te maken had met overlast door bedelgedrag. Voor minderjarigen is het aanbieden van zo'n bemiddelingstraject verplicht.
  • Gemeenschapsdienst: Dit is het uitvoeren van een prestatie van algemeen belang ten gunste van de collectiviteit.

3. Praktische knelpunten bij de handhaving De auteurs merken op dat gemeenten in de praktijk vaak terughoudend zijn met het opleggen van GAS-boetes na een overtreding van het plaatsverbod vanwege diverse praktische drempels:

  • Problemen met de identificatie van de overtreder.
  • Het ontbreken van een vaste of wettelijke verblijfplaats van de betrokkene.
  • De onvermogendheid (het gebrek aan financiële middelen) van de overtreder om de boete te betalen.
  • Juridische complexiteit rondom de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ouders voor de boetes van hun minderjarige kinderen.

4. Andere mogelijke politie-interventies Als alternatief voor de GAS-boete kan de politie bij acute overlast of herhaaldelijke overtreding (zoals bij openbare dronkenschap of drugsoverlast) overgaan tot een bestuurlijke aanhouding (van respectievelijk maximaal 12 of 6 uur) op basis van de Wet op het Politieambt. Dit kan eventueel worden gekoppeld aan een nazorg- of hulpverleningstraject bij de vrijlating.







zondag 12 juli 2026

Trump/Slaughter – samenvatting met AI

 

Trump/Slaughter – samenvatting met AI

Bron: https://www.supremecourt.gov/opinions/25pdf/25-332_qn12.pdf

De uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in de zaak Trump v. Slaughter (No. 25–332), beslist op 29 juni 2026, is een van de meest ingrijpende staatsrechtelijke beslissingen van de afgelopen decennia. Met een 6-3 meerderheid heeft het Hof het bijna een eeuw oude precedent Humphrey’s Executor v. United States (1935) overgeëxecuteerd en ongeldig verklaard. Dit heeft fundamentele gevolgen voor de structuur van de Amerikaanse federale overheid, de onafhankelijkheid van toezichthouders en de reikwijdte van de presidentiële macht.


🏛️ De Aanleiding en de Feiten van de Zaak

De Federal Trade Commission (FTC), opgericht in 1914, is een machtige toezichthouder die toeziet op eerlijke concurrentie en consumentenbescherming in de Amerikaanse economie. De wet (15 U.S.C. §41) bepaalde dat de FTC wordt geleid door vijf commissarissen, die voor een termijn van zeven jaar worden benoemd. Om hun politieke onafhankelijkheid te beschermen, stelde de wet dat de president hen enkel mag ontslaan wegens "onbekwaamheid, plichtsverzuim of wangedrag in functie" (for inefficiency, neglect of duty, or malfeasance).

Toen president Trump in januari 2025 aan zijn tweede termijn begon, was de FTC politiek verdeeld met twee Republikeinse en drie Democratische commissarissen. Nadat de Democratische voorzitter Lina Khan aftrad, was de commissie verdeeld (2-2). In maart 2025 ontsloeg president Trump abrupt de twee resterende Democratische commissarissen, Rebecca Slaughter en Alvaro Bedoya.

De president voerde geen wettelijke reden (zoals plichtsverzuim) aan voor hun ontslag. In plaats daarvan verklaarde hij dat hun voortgezette dienst "inconsistent was met de prioriteiten van zijn regering" en dat hij hen ontsloeg op basis van zijn grondwettelijke autoriteit onder Artikel II van de Grondwet. Slaughter spande een rechtszaak aan om hersteld te worden in haar functie, stellende dat haar ontslag onwettig (ultra vires) was. De federale rechtbank en het Hof van Beroep stelden haar in het gelijk op basis van het precedent Humphrey’s Executor. De Amerikaanse regering stapte vervolgens direct naar het Hooggerechtshof.


⚖️ Het Oordeel van de Meerderheid (Roberts)

Chief Justice John Roberts schreef de opinie van het Hof, gesteund door de rechters Alito, Gorsuch, Kavanaugh, Barrett en Thomas. Het Hof oordeelde dat de ontslagbescherming van FTC-commissarissen in strijd is met de grondwettelijke scheiding der machten.

1. De Grondwettelijke Eenheid van de Uitvoerende Macht (Unitary Executive)

Roberts baseert zijn argumentatie rechtstreeks op de tekst en de structuur van Artikel II van de Grondwet, die stelt dat "The executive Power" is gevestigd in één enkele persoon, de President, die er tevens op moet toezien dat de wetten getrouw worden uitgevoerd (Take Care Clause).

  • Historische keuze voor eenhoofdigheid: De Grondwetgevers (Framers) debatteerden in 1787 uitvoerig over de vraag of de uitvoerende macht bij een commissie of raad moest liggen. Zij kozen bewust voor een eenhoofdig uitvoerend gezag om daadkracht, snelheid en vooral directe verantwoording aan het volk te garanderen.
  • De keten van afhankelijkheid: De president kan de wetten niet alleen uitvoeren. Hij heeft assistenten en ondergeschikten nodig. Om de president echter verantwoordelijk te kunnen houden voor het handelen van de overheid, moeten deze ondergeschikten aan zijn toezicht (superintendence) onderworpen zijn. Roberts stelt dat dit toezicht alleen effectief is als de president deze functionarissen naar believen (at will) kan ontslaan. "The buck stops" bij de president.

2. Het "Besluit van 1789" en het Myers-precedent

De meerderheid wijst op historische precedenten die deze visie ondersteunen:

  • Het Besluit van 1789 (Decision of 1789): Tijdens het eerste Congres in 1789, geleid door onder anderen James Madison, werd besloten dat de president de inherente grondwettelijke macht heeft om ministers te ontslaan zonder dat daarvoor toestemming van de Senaat nodig is.
  • Myers v. United States (1926): In deze mijlpaaluitspraak schreef toenmalig Chief Justice (en voormalig president) Taft dat de president algemene administratieve controle heeft over degenen die de wet uitvoeren, inclusief de onbeperkte macht om hen te ontslaan.

3. Waarom Humphrey’s Executor moest worden overgeëxecuteerd

In Humphrey’s Executor (1935) oordeelde het Hof destijds dat de FTC-commissarissen ontslagbescherming genoten omdat hun taken niet puur uitvoerend waren, maar "quasi-wetgevend" en "quasi-rechterlijk".

Roberts oordeelt dat dit onderscheid de tand des tijds niet heeft doorstaan:

  • FTC oefent uitvoerende macht uit: De FTC handhaaft vandaag de dag meer dan 80 wetten, stelt regels op die gelden als wet, start onderzoeken en spant civiele rechtszaken aan waarbij miljardenboetes worden geëist. Dit is de pure essentie van het uitvoeren van wetten.
  • De "quasi"-fictie: Roberts noemt de termen "quasi-wetgevend" en "quasi-rechterlijk" een kunstmatige poging om uitvoerende macht anders te labelen. Zodra een agentschap wetten handhaaft tegen private partijen, oefent het uitvoerende macht uit en moet het onder controle staan van de president.
  • Stare Decisis: Hoewel precedenten belangrijk zijn, stelt Roberts dat de redenering achter Humphrey's van zo'n slechte kwaliteit is, zo inconsistent is met latere rechtspraak en zulke onwerkbare regels heeft opgeleverd, dat het Hof het precedent volledig verwerpt.

De Concurrerende Opinie van Justice Gorsuch

Justice Gorsuch stemde in met de meerderheid, maar schreef een aparte opinie waarin hij waarschuwt voor de enorme verschuiving van macht die deze uitspraak teweegbrengt.

  • Het gevaar van gecentraliseerde macht: Gorsuch legt uit dat het Congres in de loop der jaren gigantische wetgevende en rechterlijke bevoegdheden heeft gedelegeerd aan "onafhankelijke" agentschappen (zoals het schrijven van regels die gelden als strafbare feiten en het intern beslechten van geschillen) in de veronderstelling dat deze agentschappen politiek onafhankelijk waren.
  • De President krijgt alle macht: Nu het Hof heeft geoordeeld dat deze agentschappen niet onafhankelijk mogen zijn en direct door de president worden gecontroleerd, controleert de president nu feitelijk ook al deze gedelegeerde wetgevende en rechterlijke bevoegdheden. Dit creëert het risico op een enorme concentratie van macht in de handen van één persoon.
  • De oplossing: Gorsuch stelt dat het Hof zijn werk niet halverwege mag staken. Nu de onafhankelijkheid van agentschappen is afgeschaft, moet het Hof ook de excessieve delegatie van wetgevende en rechterlijke macht aan de uitvoerende macht aanpakken. Hij roept op tot een strikte handhaving van de nondelegation doctrine, de major questions doctrine en het recht op een onafhankelijke rechter onder Artikel III.

🚨 De Dissenting Opinie van Justice Sotomayor

Justice Sotomayor schreef een felle dissent, gesteund door de rechters Kagan en Jackson. Zij betoogt dat de meerderheid hiermee de Grondwet verkeerd interpreteert en de structuur van de Amerikaanse overheid op gevaarlijke wijze ontregelt.

1. Grondwettelijke Stilte en Historische Praktijk

Sotomayor wijst erop dat de Grondwet volledig zwijgt over een presidentiële ontslagmacht (buiten de afzettingsprocedure door het Congres).

  • Geen koninklijk prerogatief: De Grondwetgevers wilden de president juist geen onbeperkte macht geven zoals de Engelse koning die had. Zelfs Alexander Hamilton schreef in Federalist No. 77 dat voor het ontslaan van functionarissen de toestemming van de Senaat nodig zou zijn.
  • Lange traditie van onafhankelijkheid: Al sinds de oprichting van de republiek heeft het Congres onafhankelijke organen opgericht om gevoelige taken buiten de directe politieke sfeer te houden (zoals de Sinking Fund Commission en de Banks of the United States). Deze traditie werd in de afgelopen 140 jaar versterkt met agentschappen zoals de Interstate Commerce Commission (1887) en de Federal Reserve (1913).

2. Enorme Reliance Interests en Gevolgen voor de Samenleving

Sotomayor bekritiseert de meerderheid omdat zij de enorme maatschappelijke belangen die op Humphrey’s zijn gebouwd, negeert:

  • Politieke inmenging in vitale sectoren: Zonder ontslagbescherming kunnen toezichthouders die gaan over nucleaire veiligheid (NRC), energievoorziening (FERC), consumentenveiligheid (CPSC) en de integriteit van de ambtenarij (MSPB) plotseling door de president naar believen politiek worden gestuurd of gezuiverd.
  • Bait-and-Switch: Sotomayor noemt de uitspraak een "profound bait and switch" richting het Congres. Het Congres heeft in de afgelopen 90 jaar op advies en met goedkeuring van het Hooggerechtshof wetten ontworpen om een stabiele overheid te bouwen. Nu trekt het Hof die toestemming in en zadelt het de samenleving op met een president met ongekende en potentieel dictatoriale macht.

🔍 Wat Blijft Er Wel Over? (Uitzonderingen)

Hoewel de uitspraak de onafhankelijkheid van reguliere agentschappen zoals de FTC verbiedt, handhaaft de meerderheid expliciet een aantal grenzen:

  1. De Federal Reserve: Roberts laat de mogelijkheid open dat de Federal Reserve haar onafhankelijkheid behoudt, gezien de unieke historische traditie van de First en Second Banks of the United States, die direct invloed hadden op het monetaire beleid en nooit onder volledige presidentiële controle stonden.
  2. Non-Article III rechtbanken: De uitspraak heeft geen betrekking op rechters in administratieve rechtscolleges, zoals de Tax Court of de Court of Federal Claims; de ontslagbescherming voor deze functionarissen roept volgens het Hof "een andere set vragen" op.

 

📊 Schematische vergelijking: Roberts vs. Gorsuch vs. Sotomayor

Onderwerp

Meerderheidsopinie *(Chief Justice Roberts)*

Concurring opinion *(Justice Gorsuch)*

Dissenting opinion *(Justice Sotomayor)*

Grondwettelijke basis voor de ontslagmacht

Grondwettelijke eenheid: Artikel II vestigt alle uitvoerende macht in één enkele President. Om de plicht tot getrouwe uitvoering (Take Care Clause) te kunnen dragen, moet de President zijn ondergeschikten naar believen (at will) kunnen ontslaan.

Eens met de meerderheid: Ondergeschikten die de wet uitvoeren in naam van de President, moeten direct aan hem verantwoording afleggen en door hem ontslagen kunnen worden.

Grondwettelijk stilzwijgen: De Grondwet zwijgt over een presidentiële ontslagmacht. De Take Care Clause omschrijft een plicht, geen onbeperkte macht. Het Congres mag op grond van Artikel I ambten oprichten en de duur en voorwaarden van die mandaten regelen.

Visie op het precedent Humphrey's Executor (1935)

Volledig verworpen: Humphrey’s was al decennia "een uitspraak op zoek naar een rechtvaardiging". De distinctie tussen "quasi-rechterlijke/quasi-wetgevende" taken en pure wetshandhaving is kunstmatig; de FTC oefent simpelweg uitvoerende macht uit en moet dus onder presidentiële controle staan.

Eens met de meerderheid: Humphrey's deed "geweld aan de basistheorie van de Grondwet" door de creatie van een ongrondwettelijke "koploze vierde tak" van de overheid toe te staan.

Moet behouden blijven: Het is een uiterst stabiel en werkbaar precedent dat al 90 jaar standhoudt. Het beschermt de noodzakelijke onpartijdigheid van experts tegen directe politieke inmenging.

Gevolgen voor agentschappen en de machtenscheiding

Strikte verantwoording: Toezichthouders zoals de FTC worden direct controleerbaar door de President. Uitzonderingen zijn in de toekomst mogelijk alleen voor unieke entiteiten zoals de Federal Reserve of rechtbanken buiten Artikel III.

Groot risico op machtsconcentratie: Waarschuwt dat de gigantische wetgevende en rechterlijke machten die het Congres aan deze agentschappen heeft gedelegeerd, nu direct in handen van de President vallen. Dit dreigt alle macht in één hand te verenigen.

Gevaarlijke politisering: Tientallen vitale onafhankelijke toezichthouders (zoals de nucleaire waakhond NRC of de energiesector FERC) veranderen in puur politieke instrumenten die kwetsbaar zijn voor presidentiële willekeur. De uitzondering voor de Federal Reserve is ad-hoc en creëert chaos en grensgeschillen.

Omgang met vertrouwensbelangen (Reliance Interests)

Grondwettelijke vrijheid primair: Het Congres kan zich niet beroepen op onwettige machtstoeeigening (adverse possession). Het belangrijkste vertrouwensbelang is dat van het Amerikaanse volk in de bescherming van de grondwettelijk beloofde vrijheden en democratische verantwoording.

Uitholling van de basis: Het Congres delegeerde deze machten destijds in de veronderstelling dat de agentschappen politiek onafhankelijk waren. Nu die onafhankelijkheid is weggevallen, wankelt die hele constructie.

Grote breuk met het verleden: Het Hof voert een "profound bait and switch" uit richting het Congres. Burgers en bedrijven hebben hun verwachtingen en de economie decennialang georganiseerd rondom de stabiliteit en onpartijdigheid van deze deskundige commissies.

Voorgestelde weg voorwaarts

Remedie: Het schrappen (severing) van de ontslagbescherming van toezichthouders, zodat zij direct ondergeschikt worden aan de President en hersteld worden in de grondwettelijke hiërarchie.

Het werk afmaken: Het Hof moet nu ook de andere machten van de President gaan inperken door de doctrines van machtenscheiding strikt toe te passen, zoals de nondelegation doctrine, de major questions doctrine, de vagueness doctrine en het beschermen van Artikel III-rechtbanken.

Respect voor democratische balans: Het Hof moet zich bescheiden opstellen en de gevoelige politieke en maatschappelijke afwegingen overlaten aan de politieke organen (Congres en President) die hier gezamenlijk 140 jaar aan hebben gebouwd.

 

Kritische bedenkingen

Waarom de Amerikaanse President zojuist de machtigste man in de geschiedenis werd (en waarom dat ertoe doet)

Op een ogenschijnlijk gewone ochtend in maart 2025 veranderde de aard van de Amerikaanse democratie onherroepelijk. Zonder aankondiging of opgaaf van een wettelijke reden ontsloeg president Trump Rebecca Slaughter en Alvaro Bedoya, twee democratische commissarissen van de Federal Trade Commission (FTC). Hun misdaad? Hun visie was simpelweg "inconsistent met de prioriteiten van de regering."Met deze daad werd de centrale vraag van de moderne Amerikaanse rechtsstaat op scherp gezet: kan een president zomaar de experts ontslaan die door de wet juist bedoeld zijn om onafhankelijk te opereren? Het Hooggerechtshof gaf in 2026 het definitieve antwoord in de zaak  Trump v. Slaughter . Het was een uitspraak die niet alleen de ontslagen legitimeerde, maar de hele structuur van de Amerikaanse overheid verbouwde. Volgens Justice Sotomayor in haar dissertatie resulteert dit in een presidentiële macht die zelfs "onbekend was voor de Engelse kroon" waartegen de Founding Fathers ooit in opstand kwamen.

Het einde van de 'Vierde Tak' en de keten van afhankelijkheid

Met de uitspraak in  Trump v. Slaughter  heeft het Hof het bijna honderd jaar oude precedent  Humphrey’s Executor  (1935) naar de prullenbak verwezen. Decennialang werden onafhankelijke agentschappen zoals de FTC beschouwd als een 'quasizelfstandige' vierde macht. Zij waren de technocratische waakhonden die de economie en veiligheid bewaakten, beschermd tegen de grillen van de dagjespolitiek om wetenschappelijke en feitelijke neutraliteit te garanderen. Chief Justice Roberts maakte in zijn meerderheidsopinie korte metten met dit ideaal. Volgens hem was de onafhankelijkheid van deze agentschappen een constitutionele weeffout. Hij stelde dat de uitvoerende macht ondeelbaar is en dat de president volledige controle moet hebben over iedereen die helpt de wet uit te voeren. Roberts greep hiervoor terug op de zogenaamde "Decision of 1789", waarbij James Madison betoogde dat alleen via presidentiële controle de "keten van afhankelijkheid" (chain of dependence) behouden kan blijven: de laagste ambtenaar moet afhankelijk zijn van de president, zodat de president op zijn beurt weer direct verantwoording schuldig is aan de gemeenschap."De 'eenheid' van de uitvoerende macht zou worden 'vernietigd' als deze ogenschijnlijk in één man zou berusten, maar geheel of gedeeltelijk onderworpen zou zijn aan de controle en medewerking van anderen, in de hoedanigheid van raadgevers voor hem." – Chief Justice RobertsVoor Roberts is het concept van "technocratisch bestuur" buiten de hiërarchie van de president simpelweg ongrondwettelijk. Experts zijn in zijn visie geen onafhankelijke scheidsrechters, maar "assistenten of afgevaardigden" van de president.

De Gorsuch-paradox: De erfenis van gedelegeerde macht

Hoewel Justice Gorsuch de uitspraak steunde, legde hij de vinger op een pijnlijke paradox die de kern van het nieuwe machtsevenwicht raakt. De afgelopen decennia heeft het Congres enorme hoeveelheden macht gedelegeerd aan onafhankelijke agentschappen. Deze delegatie werd altijd verdedigd met het argument dat deze macht in handen van  onafhankelijke experts  lag. Nu Roberts die onafhankelijkheid heeft gesloopt, maar de gedelegeerde machten intact heeft gelaten, erft de president een instrumentarium waar de opstellers van de Grondwet nooit van hadden kunnen dromen.De president controleert nu effectief drie machten die strikt gescheiden hadden moeten blijven:

  • Wetgevende macht:  Via de agentschappen maakt de president nu effectief regels die de kracht van wet hebben (zoals de regulering van tech-giganten of klimaatregels).
  • Uitvoerende macht:  De president heeft de absolute macht om deze zelfgemaakte regels te handhaven en bedrijven te vervolgen.
  • Rechterlijke macht:  De president heeft directe invloed op de interne rechtssystemen van deze agentschappen die geschillen beslechten zonder tussenkomst van een onafhankelijke rechter.Gorsuch waarschuwt, refererend aan James Madison in  The Federalist No. 47 , voor de ultieme consequentie van deze concentratie:"De accumulatie van alle machten... in dezelfde handen, of het nu die van één, enkelen of velen zijn, en of het nu erfelijk, zelfbenoemd of gekozen is, mag terecht worden omschreven als de definitie van tirannie." – Justice Gorsuch (citerend uit The Federalist No. 47)

Een domino-effect: Van de energiemarkt tot de rechtsstaat

In een vlijmscherpe dissenting opinion waarschuwde Justice Sotomayor dat deze uitspraak een domino-effect zal hebben op de rest van de overheid. Ze wijst erop dat de 'Take Care'-clausule in de Grondwet oorspronkelijk een fiduciair karakter had: een plicht tot terughoudendheid en een zorgvuldige uitvoering van de wet. Het Hof heeft dit nu getransformeerd tot een vrijbrief voor absolute macht. Sotomayor vreest dat toezichthouders die essentieel zijn voor de stabiliteit van de samenleving nu zullen bezwijken onder "partijpolitieke grillen". Ze noemt een verontrustende lijst van instanties die hun onafhankelijkheid kunnen verliezen:

  • FERC (Federal Energy Regulatory Commission):  Het beheer van de nationale energievoorziening wordt nu een politiek speelveld.
  • MSPB (Merit Systems Protection Board):  De instantie die de integriteit van de ambtenarij beschermt tegen politieke zuiveringen is feitelijk machteloos geworden.
  • Nuclear Regulatory Commission (NRC):  Zelfs nucleaire veiligheid is nu onderworpen aan de politieke prioriteiten van het Witte Huis.
  • Consumer Product Safety Commission (CPSC):  Het toezicht op de veiligheid van consumentengoederen hangt nu af van de politieke gunst van de president.

Conclusie: De president als soeverein

De uitspraak in  Trump v. Slaughter  markeert het moment waarop de Amerikaanse president directe controle kreeg over bijna elk facet van de economie en het dagelijks leven. De paradox is dat dit gebeurt in de naam van "democratische verantwoording": omdat de president gekozen is, zou hij overal de baas over moeten zijn. Maar in de praktijk betekent dit dat de deskundigheid die ons moet beschermen tegen kernrampen, financiële crashes of onveilige producten, nu ondergeschikt is aan de electorale overlevingsdrang van één individu. De transformatie van de "trouwe uitvoering" van de wet naar een instrument van presidentiële wilskracht is compleet. De vraag die rest voor de toekomst van de democratische rechtsstaat is even simpel als angstaanjagend: wie houdt de president nu nog tegen, nu hij beschikt over een macht die de stichters van de republiek juist probeerden te voorkomen? Terwijl de onafhankelijkheid van de technocratie sterft, betreden we een tijdperk waarin de grens tussen wetshandhaving en politieke willekeur definitief is vervaagd.

Docket page

https://www.supremecourt.gov/search.aspx?filename=/docket/docketfiles/html/public/25-332.html

Een docket is eigenlijk het "dossierbeheer-systeem" van het Hooggerechtshof: het is geen inhoudelijke tekst van het arrest, maar een chronologisch logboek van alle procedurele stappen in een zaak.

De docket-pagina voor zaak nr. 25-332 (Trump v. Slaughter) bevat onder meer:

  • Zaaknummer en titel: "Donald J. Trump, President of the United States, et al., Petitioners v. Rebecca Kelly Slaughter, et al."
  • Datum van registratie ("Docketed"): 22 september 2025
  • Onderliggende rechtbank: het traject via het District Court en het Hof van Beroep (D.C. Circuit) dat aan de zaak voorafging
  • Chronologisch overzicht van elke indiening: verzoekschriften, amicusbriefs, antwoorden van partijen, met datum en link naar het bijhorende PDF-document
  • De formele beslissingen ("Orders") van het Hof zelf, zoals de toekenning van de "stay" op 22 september 2025 en het exacte tekstuele bevel van het Hof daarbij

Voor iemand die een zaak juridisch wil volgen, is de docket-pagina de meest betrouwbare bron om te zien wélke documenten er precies zijn ingediend en wanneer, in plaats van te vertrouwen op nieuwsberichten. Zo zie je bijvoorbeeld dat het Hof op 22 september 2025 niet alleen een tijdelijke schorsing ("stay") toestond zodat Trump commissielid Slaughter meteen kon ontslaan, maar ook meteen de zaak zelf in behandeling nam ("certiorari before judgment") en de precieze rechtsvragen formuleerde die partijen moesten bepleiten.

Uit de docket blijkt dat het Hof partijen opdracht gaf te pleiten over exact deze twee vragen:

  • Of de wettelijke ontslagbescherming voor FTC-commissarissen in strijd is met de scheiding der machten, en zo ja, of het precedent Humphrey's Executor v. United States (1935) daarom moet worden herzien
  • Of een federale rechter het ontslag van een ambtenaar kan tegenhouden via een rechterlijk verbod ("relief at equity or at law")

Interessant detail: bij die tussentijdse "stay"-beslissing in september 2025 schreven rechters Kagan, Sotomayor en Jackson al een dissenting opinion, waarin Kagan waarschuwde dat het "emergency docket" niet gebruikt zou mogen worden om iets toe te staan dat het eigen precedent van het Hof verbiedt. Die waarschuwing bleek achteraf een voorbode van de uiteindelijke uitspraak van 29 juni 2026, waarin de meerderheid dat precedent alsnog grotendeels omver wierp.

 

 

vrijdag 26 juni 2026

Schriftelijke vragen en antwoorden Minister van Justitie - 27 februari 2026

Bron


Vraag 872 (Jean-Marie Dedecker): Zal de wetgeving rond kansspelen proactief worden aangepast aan de invoering van de digitale identiteitskaart (voor EPIS-controles), om zo te vermijden dat uitbaters van wedkantoren op korte termijn met dubbele en hoge technische kosten worden opgezadeld?

Antwoord: Aangezien de bevoegdheid over de Kansspelcommissie wordt overgedragen aan de minister van Economie, is deze vraag naar hem doorverwezen voor verdere afhandeling.

Vraag 875 (Gilles Foret): Wat is het tijdpad voor de aangekondigde verhoging van de verkeers- en strafrechtelijke boetes, en welke garanties zijn er dat dit transparant, proportioneel en bevorderlijk voor de werking van Justitie zal verlopen?

Antwoord: De verhoging van de opdeciemen trad in werking op 1 februari 2026 en dient als correctie op de levensduurte. De maatregel bewaart de rechtsgelijkheid, respecteert de beoordelingsmarge van de rechter en de opbrengsten maken deel uit van een bredere strategie om de werking van Justitie te versterken. Aan een reglementair kader voor de onmiddellijke inningen wordt nog gewerkt.

Vraag 879 (Marijke Dillen): Kan u een gedetailleerd overzicht geven van de openstaande vacatures voor penitentiair bewakingsassistenten en ondersteunend personeel, opgesplitst per gevangenis en functie?

Antwoord: Gezien de grote hoeveelheid data en het louter documentaire karakter, is het antwoord rechtstreeks aan het Kamerlid gestuurd en niet openbaar gepubliceerd in het bulletin.

Vraag 881 (Catherine Delcourt): Gaan er protocollen en sensibiliseringscampagnes komen om een echt nultolerantiebeleid te voeren tegen geweld op ambtenaren (zoals politie en brandweer) en om de systematische onderrapportage van incidenten tegen te gaan?

Antwoord: Er wordt deels verwezen naar een eerdere parlementaire vraag. Dossiers seponeert men bij voorkeur niet om opportuniteitsredenen. Bestaande omzendbrieven (zoals COL 10/2017) garanderen al een uniforme, krachtige reactie. De overheid zet verder in op begeleiding voor slachtoffers, preventie (zoals het anonimiseren van personeelsgegevens) en moedigt aan om consequent aangifte te doen.

Vraag 883 (Matti Vandemaele): Kan u een overzicht geven van alle internationale dienstreizen en detacheringen binnen uw bevoegdheidsdomein en kabinet voor het jaar 2025, inclusief de gemaakte kosten en resultaten?

Antwoord: Het was voor de administratie niet haalbaar om deze uitgebreide informatie binnen de wettelijke termijn van 20 werkdagen te verzamelen; de gegevens zullen in een later, aanvullend antwoord worden bezorgd.

Vraag 884 (Jeroen Bergers): Welke subsidies werden er in 2025 door uw departement uitgekeerd (onder meer aan diverse specifieke vzw's) en hoever staat het met de realisatie van een federaal subsidieregister?

Antwoord: Ook dit antwoord werd vanwege de grote omvang en het documentaire karakter rechtstreeks naar de volksvertegenwoordiger gestuurd en niet in de openbare documenten opgenomen.

Vraag 885 (Mathieu Michel): Wat is de stand van zaken rond de implementatie van de Europese NIS2-richtlijn (inzake cyberbeveiliging) binnen de FOD Justitie, in het bijzonder aangaande opleidingen rond oplichting en menselijke fouten?

Antwoord: De FOD Justitie valt onder de richtlijn en stapt over naar 'SECaaS II' om de IT-veiligheid te verhogen. Nieuwe medewerkers krijgen een verplichte opleiding (o.a. over phishing en malware), er worden regelmatig eigen phishing-testen uitgevoerd en nieuwe applicaties krijgen pentests. Daarnaast wordt een formele governance-structuur opgezet (waaronder een CISO) om het cybersecuritybewustzijn structureel te borgen.

Vraag 889 (Kristien Van Vaerenbergh): Hoe staat het met de IT-overgang naar 'MaCH' en de doorlooptijden bij de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden, gezien het gebruik van de versnelde procedure?

Antwoord: De werkzaamheden aan de MaCH-applicatie werden begin 2024 gepauzeerd wegens capaciteitsgebrek, maar digitalisering is nu een prioriteit. De facultatieve versnelde procedure werpt vruchten af: in 2025 daalde de doorlooptijd hiermee naar gemiddeld 146 dagen. Er is een actieplan en extra budget vrijgemaakt om nieuw personeel (zoals juristen en een projectleider) aan te werven.

Vraag 891 (Francesca Van Belleghem): Wat is het totale bedrag aan dwangsommen en schadevergoedingen dat de Belgische Staat in de laatste elf jaar heeft moeten uitbetalen aan de veroordeelde terrorist Nizar Trabelsi?

Antwoord: Er werd één dwangsom van 300.000 euro betaald na een arrest in 2025. Daarnaast liepen de schadevergoedingen (onder meer voor schendingen van mensenrechten en detentieomstandigheden) in 2014, 2022 en 2024 op tot in totaal meer dan 250.000 euro. Deze bedragen werden aan de advocaten of deurwaarders betaald; de staat is verplicht gerechtelijke beslissingen uit te voeren.

Vraag 892 (Anthony Dufrane): Hoe pakt de overheid de aanhoudende overbevolking in de gevangenissen (zoals die in Nijvel) aan, en wat is de reactie op de noodkreten en acties van lokale burgemeesters hierover?

Antwoord: De signalen van burgemeesters worden beantwoord, maar overbevolking treft het hele land; het lokaal beperken van opsluitingen verplaatst het probleem enkel. Justitie werkt aan de uitbreiding van capaciteit via een nieuw masterplan, de mogelijke plaatsing van modulaire units en het oprichten van detentiehuizen. Op zeer korte termijn blijven er noodmaatregelen nodig.

Vraag 893 (Koen Metsu): Wat is de actuele stand van zaken (repatriëringen, recidive, kosten en begeleiding) rond de Belgische IS-strijders, en specifieke vrouwen en kinderen die in 2021 en 2022 uit Syrië werden teruggehaald?

Antwoord: In 2025 werden er geen personen gerepatrieerd en clandestien teruggekeerde strijders zijn niet bekend. Er staan ook geen nieuwe repatriëringen gepland. Van de twaalf reeds teruggekeerde vrouwen zitten er nog twee in de gevangenis. Geen van de gerepatrieerde vrouwen heeft nieuwe misdrijven gepleegd. Zij krijgen multidisciplinaire (psycho)sociale begeleiding en worden nauwgezet opgevolgd door lokale taskforces.

Vraag 894 (Sophie De Wit): Hoeveel gedetineerden keren (al dan niet definitief) niet tijdig terug van penitentiair verlof of een uitgaansvergunning, en hoe reageert Justitie op zulke situaties?

Antwoord: In minder dan 1% van de toegestane afwezigheden (bijvoorbeeld op ruim 70.000 vergunningen in 2025) registreert men een laattijdige terugkeer. Het systeem kan echter geen onderscheid maken tussen bewuste ontvluchtingen of overmacht (zoals vertraging openbaar vervoer). Bij niet-terugkeer worden politiediensten direct verwittigd en het telt steeds mee bij de evaluatie voor eventueel volgend verlof.

Vraag 895 (Alexander Van Hoecke): Hoeveel van de 108 geregistreerde asiel- en migratiedossiers bij binnenkomstcontroles resulteerden in een daadwerkelijke vasthouding door Justitie?

Antwoord: Dit vraagstuk behoort tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken, waarnaar de vraag werd doorverwezen.

Vraag 896 (Alexander Van Hoecke): Hoe vaak faalde het transport van gedetineerden naar de rechtbank waardoor de strafvordering in het gedrang kwam, en wat zijn hiervan de oorzaken?

Antwoord: In 2024 konden 3.055 transferopdrachten (6,9%) niet worden uitgevoerd, in 2025 liep dit op tot 3.721 (7,2%). Dit wijt men aan de hoge capaciteitsdruk bij de Directie van Beveiliging (DAB) en de algemene overbevolking. Men probeert de gegevens- en informatiestromen te verbeteren om dergelijke problemen in de toekomst scherper op te volgen.

Vraag 897 (François De Smet): Hoe wordt er omgegaan met de bezorgdheden van penitentiair beambten inzake hun geblokkeerde loonschalen (sinds 2008), de zware belastingen op overuren en tekorten in werkuitrusting?

Antwoord: Een recent sociaal plan (2026-2029) voorziet in een financiële opwaardering en aanpassing van de weddeschalen uit 2009. Overuren worden inderdaad belast, wat voor alle federale ambtenaren geldt. Qua kledijvergoeding ontvangt men nog enkele uniformstukken plus een toelage; mankementen in de levering worden in een gezamenlijke werkgroep met vakbonden opgevolgd.

Vraag 898 (Kristien Van Vaerenbergh): Hoe en hoe vaak wordt het snelrecht toegepast per gerechtelijk arrondissement (met name bij rellen en geweld), en hoe worden deze procedures versterkt?

Antwoord: Het uitgebreide cijfermateriaal werd wegens de omvang rechtstreeks aan de vragensteller bezorgd en de details zijn niet opgenomen in de openbare documenten.

Vraag 899 (Werner Somers): Hoe vaak, en op welke gronden, hebben de FOD's en POD's onder de bevoegdheid van Justitie in 2025 verzoeken tot openbaarheid van bestuur afgewezen?

Antwoord: In 2025 werden vier verzoeken stilzwijgend geweigerd en vier expliciet (wegens het geheime karakter van beraadslagingen of omdat de vragen kennelijk onredelijk waren). Er waren zes verzoeken tot heroverweging. Uiteindelijk belandden er twee dossiers bij de Raad van State, waarbij één beroep werd verworpen en het andere nog in behandeling is.

Vraag 900 (Werner Somers): Hoe vaak en op welke gronden heeft het kabinet / ambt van de Minister zelf in 2025 geweigerd om overheidsdocumenten openbaar te maken op basis van de wet op de openbaarheid van bestuur?

Antwoord: Voor de cijfers en motiveringen over dit onderwerp verwijst de minister integraal naar het antwoord dat op de identieke eerdere vraag (vraag nr. 899) is gegeven.

Vraag 901 (Alexia Bertrand): Welke budgetten spendeerden overheidsdiensten en zelfstandige overheidsbedrijven de afgelopen jaren aan teambuildings (naar aanleiding van dure VIP-tickets voor Infrabel-managers), en komen er striktere richtlijnen?

Antwoord: Het gedetailleerde (budgettaire) document werd wegens zijn documentair karakter rechtstreeks bezorgd aan het Kamerlid en is niet gepubliceerd.

Vraag 902 (François De Smet): Klopt het dat de opleiding van gevangenbewaarders gebrekkig verloopt door personeelstekorten, en hoever staat het met de oprichting van de centrale penitentiaire opleidingsdienst?

Antwoord: Om achterstanden (veroorzaakt door personeelstekort op de werkvloer) te verhelpen, worden de drie opleidingsmodules voor nieuwe krachten sinds september 2025 in één aaneengesloten periode gegeven. Er is bovendien een nieuwe campus geopend in Haren. De formele penitentiaire school is intussen bij koninklijk besluit geïntegreerd in de Academie FOD Justitie.

Vraag 903 (François De Smet): Hoe reageert Justitie op de kritiek van het Rekenhof op de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO), met name aangaande het beloofde centrale bestand van uitvoerbare vonnissen?

Antwoord: Justitie gaat geen globaal, nieuw centraal register opzetten, maar zorgt voor automatische inzage voor de DAVO in bestaande of geplande databanken: 'JustJudgment' voor de gerechtelijke vonnissen en 'NABAN' voor notariële akten. Justitie bekijkt het juridische kader voor dit inzagerecht; andere kritieken van het Rekenhof behoren tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

Vraag 904 (Sophie De Wit): Wat zijn de oorzaken van de oplopende mislukkingen bij gedetineerdentransporten door de DAB, en wordt de techniek van de videoconferentie (om transport te vermijden) intussen vaker uitgerold?

Antwoord: Er was in 2025 een uitval van 7,2% in de transportopdrachten (3721 gemiste ritten), wat veroorzaakt wordt door te weinig operationeel personeel (849 vte), beperkte voertuigen (120 celvoertuigen) en overbevolking in de gevangenissen. Wat de videoconferenties aangaat: in enkele afdelingen (Brugge, Oudenaarde, Tongeren en Antwerpen) is inmiddels speciale apparatuur in de raadkamers geïnstalleerd.

Vraag 905 (Sophie De Wit): Wat zijn de exacte vervolgings- en seponeringscijfers inzake geweld tegen personen met een maatschappelijke functie, zoals ambulanciers en leerkrachten, gezien de belofte van een nultolerantiebeleid?

Antwoord: Voor deze precieze cijfers over vervolgingen en seponeringen wees de minister opnieuw integraal naar de antwoorden verstrekt in een eerdere, gelijkaardige parlementaire vraag (vraag nr. 774). 

donderdag 25 juni 2026

Integraal verslag Commissie Justitie 24 juni 2026

Bron

De situatie van het gevangenispersoneel in Wortel en de nieuwe incidenten van 1 mei

De minister benadrukt dat de veiligheid permanent wordt versterkt via controles op communicatiemiddelen en drugs, met behulp van ICT-honden en nieuwe sweepingtoestellen. Het recente smokkelincident wordt geanalyseerd om nieuwe technische tools in te voeren, al moet de gehele organisatiecultuur ook rond veiligheid worden opgebouwd.

Een nieuw onderzoek over de beïnvloeding of de inmenging van de Islamitische Republiek

Elke activiteit rond buitenlandse inmenging of terrorismefinanciering wordt door de veiligheidsdiensten en het OCAD bijzonder ernstig genomen. De meeste bijeenkomsten vallen weliswaar onder de vrijheid van meningsuiting, maar het strafwetboek en de witwaswetgeving bieden de nodige instrumenten om in te grijpen bij inbreuken tegen de staatsveiligheid.

De gebrekkige zorg voor bejaarde en dementerende gedetineerden in de gevangenissen

Voor oudere, zorgbehoevende gedetineerden wordt samengewerkt met externe organisaties zoals Het Klavier en Voluit. Er wordt momenteel specifieke focus gelegd op de afdelingen in Merksplas en Brugge om de medische equipes aldaar te versterken en structureel extra artsen aan te trekken.

De Iraanse jihadiste op ons grondgebied

De staatsveiligheid en het OCAD volgen personen met mogelijke banden met terreurbewegingen nauwgezet op en delen dit met de bevoegde instanties via lokale integrale veiligheidscellen. Eventuele tewerkstelling bij een overheidsdienst zoals Sciensano is een materie voor de minister van Volksgezondheid.

De uitbetaling van de pro-Deovergoedingen

De eerste halfjaarlijkse uitbetaling voor advocaten in het kader van de tweedelijnsbijstand is reeds op 3 juni vlot uitgevoerd door de balies. De waarde van een punt is daarbij vastgelegd op 99,47 euro.

De blokkering van tuchtdossiers tegen gerechtsdeurwaarders en notarissen

De technische en juridische problemen met de tuchtraad zijn opgelost. De voorzitters eisen een hogere vergoeding, maar dit is budgettair momenteel niet haalbaar; hen is uitdrukkelijk verzocht de werkzaamheden intussen spoedig te hervatten zodat de achterstand weggewerkt kan worden.

De structurele problemen in de gevangenis van Gent en de ingebrekestelling door de OVB

De problematiek van de overbevolking wordt volmondig erkend en na de ingebrekestelling is er toelichting gegeven over het gefaseerde actieplan. Ondanks constructief overleg is er intussen toch een dagvaarding van de Orde van Vlaamse Balies (OVB) aanhangig gemaakt bij de burgerlijke rechtbank in Gent.

De opsporing van ketamine in het verkeer

Het huidige contract voor speekseltesten loopt tot medio 2027 en voorzag niet in de detectie van ketamine, omdat dit pas recent wettelijk strafbaar is gesteld. De technische voorbereidingen via het NICC voor een nieuwe aanbesteding lopen en in afwachting gebruikt de politie checklists en laboanalyses om het gebruik in het verkeer te bestraffen.

De aangekondigde vele extra krachten in de strijd tegen financiële fraude

Er is een wetsontwerp ingediend voor de oprichting van een gespecialiseerd financieel parket met tien magistraten, tien juristen en tien gedetacheerde fiscale ambtenaren. Daarbovenop is er budget beschikbaar voor 77 extra krachten voor Justitie en wil men het beroep van magistraat aantrekkelijker maken.

De aangepaste zorg voor geïnterneerde personen

Een actieplan wordt volop op het terrein ontrold, met onder meer een observatiecentrum in Haren en extra plaatsen in forensische zorghuizen. De overheveling van de penitentiaire gezondheidszorg naar het departement Volksgezondheid verloopt in fases en men mikt op een volledige overdracht tegen uiterlijk 2029.

De anonimisering van identificatiegegevens van cipiers

Er is een wetsontwerp in de maak dat het penitentiair personeel zal identificeren met een voornaam en een unieke numerieke code om hun privacy beter af te schermen tegen intimidatie. Dit gaat hand in hand met verdere veiligheidstrainingen en psychologische ondersteuning.

Het rapport van RWB over de persvrijheid

Recent is er een wet goedgekeurd ter omzetting van de Europese anti-SLAPP richtlijn in burgerlijke procedures ter bescherming van journalisten. Voor strafzaken kijkt de bevoegde minister naar het College van procureurs-generaal om gerichte censuur te identificeren en desgevallend via een omzendbrief in te grijpen.

De diefstal van in beslag genomen lachgasflessen uit een verzegelde hangar in Halle

Door onvoldoende opslagcapaciteit bij de Brusselse politie en het grote technische risico bij verwerking, werd het in beslag genomen lachgas tijdelijk en onder veiligheidsmaatregelen opgeslagen. Men werkt momenteel met Volksgezondheid aan een overkoepelend raamcontract voor een veilige en vlotte vernietiging.

De brief van de personeelsvertegenwoordigers van de Veiligheid van de Staat

De vakbondsbrief is met interesse doorgenomen, maar de strategische koers ligt bij de regering en de leiding van de dienst. De suggestie om minder te focussen op technologische innovatie wordt weggewuifd, aangezien technologie cruciaal is tegen hedendaagse hybride bedreigingen.

Het penitentiair verlof voor terrorist Bakkali

Penitentiair verlof is juridisch gezien geen gunst, maar een voorwaardelijk subjectief recht. De strafuitvoeringsrechtbank heeft hierover in alle onafhankelijkheid beslist op basis van de huidige wettelijke bepalingen; de uitvoerende macht mengt zich niet in deze beoordeling.

De taskforce die het beleid rond agressie tegen zorgverleners moet versterken

Deze ruime taskforce (met departementen, sociale partners en regio's) behandelt negen prioriteiten. In de pas opgestarte werkgroepen buigt men zich onder meer over een eenduidige definitie, een gecentraliseerde incidentenregistratie, preventiemaatregelen en juridische slachtofferbescherming.

De tewerkstelling van personen met een handicap bij Justitie

De federale doelstelling van 3% wordt nog niet gehaald, al is de trend wel positief. Er worden nu gerichte selectie- en onboardingprocedures uitgerold, maar bewakings- en veiligheidsfuncties evenals de rechterlijke orde vallen reglementair buiten dit quotum.

De ontsnapping van een geïnterneerde tijdens een begeleide fietstocht vanuit het FPC Antwerpen

De voortvluchtige geïnterneerde kon reeds een dag na het voorval gevat worden. Het therapeutisch verlof was pas toegestaan na grondige risicotaxaties door specialisten, maar is inmiddels opgeschort en de gebeurtenis wordt intern geëvalueerd.

De aanbevelingen van de CTRG over het beklagrecht

Het is aangewezen dat er constructieve alternatieven bestaan voor de zware formele klachtenprocedures van gedetineerden. Er wordt gewerkt aan een voorstel om deze efficiëntere, snellere methode formeel te verankeren in de basiswet, na succesvolle tests in meerdere instellingen.

De noodkreet over de overbevolking in het arresthuis van Bergen

Om de aanhoudende overbevolking aan te pakken lopen er diverse bouwprojecten (Haren, Lantin, Verviers). Daarnaast bereidt men uitbreidingen van het elektronisch toezicht voor straffen tot achttien maanden voor en wordt het totale masterplan verder gefinaliseerd.

De portokosten en hoge postkosten voor Justitie

De jaarlijkse kostprijs van ongeveer 21,5 miljoen euro blijft voorlopig hoog door de hybride fase tussen papieren en digitale werkprocessen. Men verwacht een aanzienlijke daling door centralisatie en verdere uitrol van systemen als JustSendIt en JustDeposit.

Het onderzoek van het parket naar 41 verdachte wapenleveringen

Het federaal parket buigt zich momenteel over dossiers waarbij producten zonder de juiste gewestelijke licenties verkocht zijn, of waarbij de Europese sancties rond het Russisch-Oekraïense conflict zijn geschonden. Er is hieromtrent een doorgedreven synergie met douanediensten.

Het alarmbericht van Child Focus over jongeren die van huis of hun voorziening weglopen

Weglopers blijven toenemen; in een jaar tijd was er een stijging van 19%. Er is beslist om de financiering voor Child Focus structureel en geïndexeerd vast te leggen en men roept op tot een betere intersectorale opvang via geestelijke gezondheidszorg om herhaaldelijk weglopen in de kiem te smoren.

De opening van de nieuwe gevangenis in Antwerpen (alsook overbevolking en privébewaking)

De opening van de nieuwe DBFM-gevangenis werd uitgesteld door een technisch defect in het lokalisatiesysteem dat momenteel verholpen wordt door de private partner. De inzet van private bewaking zal zich beperken tot de "koude zones" (zonder contact met gedetineerden) om zo snel mogelijk operationeel te kunnen zijn na de zomer.

Freddy Horion

Een onafhankelijke rechtbank besliste tot een overbrenging naar een psychiatrisch centrum onder residentieel elektronisch toezicht; een volledige invrijheidstelling is niet aan de orde. Er zijn momenteel geen dwangsommen effectief opgeëist en eventuele toekenning daarvan blijft een uitsluitend rechterlijke aangelegenheid.

Het programma Let’s Build

Dit nieuwe initiatief beoogt de rationalisatie en modernisering van de 211 gerechtsgebouwen. Na grondige audits werkt men nu via een tweesporenaanpak: algemene beleidslijnen in combinatie met concrete lokale renovatieprojecten, waarbij besparingen terugvloeien naar de overblijvende gebouwen.

De vijfde verjaardag van de wet sibling

Het basisprincipe dat broers en zussen niet gescheiden mogen worden, tenzij dit hun eigenbelang schaadt, staat stevig verankerd. Aangezien de gemeenschappen geen substantiële knelpunten in de toepassing melden, zijn er vooralsnog geen wettelijke bijsturingen gepland.

De dagvaarding van de Staat door de OVB wegens de mensonwaardige situatie in de gevangenis van Gent

Als reactie op de overbevolking wordt de capaciteit verhoogd en wordt het wervingsproces van personeel aanzienlijk versneld (bijvoorbeeld via fastlaneprocedures). Om de druk nog meer te temperen, wordt nagegaan hoe zittingen via videoconferenties kunnen plaatsvinden om zo de zware transporten te beperken.

De ontsnapping van een gedetineerde in Brugge

Een uiterst gevaarlijke gedetineerde kon ontsnappen bij een medische overbrenging. Zowel een intern als een gerechtelijk onderzoek lopen momenteel over de gevolgde veiligheidsprocedures; gedetailleerde communicatie hierover is daarom momenteel nog niet mogelijk.

De verlenging van de abortustermijn tot 14 weken en het besluit van het kernkabinet

De delicate ethische thema's (waaronder abortus) worden elk afzonderlijk ten gronde bestudeerd zonder ze onderling uit te wisselen. Na het verzamelen van feedback bij verschillende administraties zullen de wetteksten definitief in de schoot van de regering besproken worden.

De nieuwe omzendbrief in de strijd tegen phishing

Een nieuwe omzendbrief stelt een financiële ondergrens van 2.500 euro vast voor vervolging, na de nodige preventieve acties zoals het blokkeren van sites. Dit optimaliseert de opsporingscapaciteit zodat de justitiële focus kan verschuiven naar de overkoepelende criminele structuren achter deze fenomenen.

Een werkstraf na een verkrachting

Uitspraken van rechtbanken worden niet becommentarieerd. Er wordt wel gewezen op de bepalingen in het toekomstige strafwetboek, waarin is verankerd dat er geen toestemming is als de seksuele handeling plaatsvindt door gebruik te maken van de kwetsbare toestand (zoals intoxicatie) van een slachtoffer.

Het jaarverslag van de CTRG 2025

Er is inderdaad een zeer grote overbevolking, maar statistieken moeten altijd genuanceerd vergeleken worden met andere landen. Men wijst op het fundamentele debat rond de duur van straffen en benadrukt dat België nu al zeer vergevorderd is in het gebruik van alternatieve straffen.

De uitspraak van het Brusselse hof van beroep over de terugkeer van een IS-strijdster en haar kind

De uitvoerende macht respecteert per definitie rechterlijke arresten. Het regeringsbeleid rond de non-terugkeer is echter helder en de afhandeling van deze concrete beschikking ligt momenteel bij Buitenlandse Zaken.

De aanpassing van het Wetboek van strafvordering ter bescherming van kwetsbare minderjarigen (meerderjarigen)

Er bestaat geen afzonderlijk strafregisteruittreksel exclusief voor professionals die met kwetsbare meerderjarigen werken. Het nieuwe Strafwetboek registreert misdrijven tegen kwetsbaren voortaan wel als specifieke verzwarende omstandigheid, maar extra wetswijzigingen in de verificatieprocedures vergen meer bestudering.

De betalingsachterstand en administratieve rompslomp voor beëdigde vertalers/tolken

Extra personeel wordt via Rosetta-contracten aangeworven om de bestaande achterstand bij betalingen weg te werken en IT-programma’s (Peppol en JustInvoice) worden afgestemd. De lage tarieven in sommige taalcombinaties weerspiegelen historisch de hoge volumes, al worden vereenvoudigingen van de tarificatie volop onderzocht.

De inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek

De FOD Justitie is klaar met de wetten en uitvoeringsbesluiten voor de start op 1 september. IT-toepassingen zitten in een afrondende fase en er wordt gewerkt met een 'hypercare-fase' om alles naadloos te laten verlopen. Andere departementen zijn deels nog bezig met hun harmonisatie.

Een enkelband voor zware criminelen

Rond een specifieke beslissing tot toekenning van een enkelband kan in een individueel dossier geen uitspraak worden gedaan. Conform de regeringsafspraken is wel een wetsontwerp in voorbereiding dat elektronisch toezicht voor verdachten in de zwaarste strafcategorieën voortaan formeel onmogelijk moet maken.

De toekomst v.d. vzw Moslimraad van België als representatief orgaan voor de islamitische eredienst

De erkenning van de raad is met een extra jaar verlengd (tot de zomer van 2027). Dit schept ruimte voor het verder consolideren van een transparant bestuursmodel en biedt de kans om de representativiteit te verbreden bij moskeeën die momenteel nog afzijdig blijven.

De poging tot moord in Dilsen-Stokkem

De vermeende dader is snel na de feiten aangehouden en is recent voorgeleid bij de raadkamer. Details over zijn strafblad of de concrete loop van het incident worden vanwege de vertrouwelijkheid van het gerechtelijk onderzoek niet gedeeld.

De naleving van de rusttijden voor het penitentiaire personeel

Ondanks de wettelijke rust van 11 uur voorziet de wetgevende regeling uitzonderingen voor toezichts- en bewakingsdiensten, waarbij inhaalrust is gegarandeerd. Het roostersysteem signaleert dergelijke situaties met een waarschuwing, en tot dusver werden er lokaal nog geen formele bezwaren geregistreerd.

De bescherming van beëdigde tolken bij opdrachten voor de politie en justitie

Gedetailleerde statistieken rond geweld tegen tolken ontbreken omdat dit niet systematisch gerapporteerd wordt bij Justitie. Elk agressiegeval moet worden gemeld bij de politie; men zal in het kader van het nieuwe strafwetboek nagaan of ook tolken moeten worden toegevoegd aan de formele lijst van beschermde maatschappelijke functies.

De strijd tegen incest en meer aandacht voor de incestproblematiek

Incest is sinds kort erkend als een aparte, zelfstandige verzwarende inbreuk binnen het strafwetboek. Er is sterk ingezet op de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) om jonge slachtoffers adequaat op te vangen en verdere beleidsstappen zullen worden meegenomen in het nationaal actieplan.

Het DNA-onderzoek in het dossier van de Bende van Nijvel

Ingevolge een Europees Onderzoeksbevel zijn opgravingen verricht door de Franse diensten. Omdat dit gepaard gaat met internationale en technische administratie duurt de verdere overdracht van de menselijke DNA-stalen naar de Belgische laboratoria nog even, maar dit proces krijgt absolute voorrang.

Het vredegerecht van het kanton Zoutleeuw

In het kader van de algemene optimalisatie van gerechtsgebouwen pleegt men overleg met de lokale besturen om de werking van de griffies te bundelen. Lokale hoorzittingen zullen evenwel in Zoutleeuw blijven plaatsvinden om zo de justitiële nabijheid voor de burgers maximaal te garanderen.