dinsdag 23 juni 2026

Wetsontwerp woonstbetredingen illegale vreemdelingen

Bron

Uitleg van het wetsontwerp over de "Woonstbetredingen"

Wat is het doel van dit wetsontwerp? Dit wetsontwerp is bedoeld om de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en de politie de bevoegdheid te geven om, zonder toestemming, de woning te betreden van een vreemdeling die illegaal in het land verblijft. Het doel hiervan is om deze persoon aan te houden en het land uit te zetten. Momenteel kampt de politie met een praktisch probleem: als ze bij iemand aanbellen om een uitwijzing uit te voeren en de persoon weigert de deur open te doen, mag de politie niet zomaar naar binnen. Dit wetsontwerp wil die "maas in de wet" dichten.

Voor wie geldt dit? De overheid benadrukt dat dit niet zomaar bij iedereen mag gebeuren. De maatregel is gericht op vreemdelingen die aan een aantal voorwaarden voldoen:

  1. Ze hebben alle beroepsprocedures uitgeput en een definitief bevel gekregen om het land te verlaten,.
  2. Ze weigeren mee te werken aan hun eigen vertrek.
  3. Er zijn duidelijke redenen om aan te nemen dat ze een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid,.

Hoe gaat het in zijn werk? (De spelregels) De politie mag niet zomaar een deur intrappen. Er is een vaste procedure opgesteld:

  • Machtiging van een rechter: De DVZ moet altijd vooraf toestemming (een machtiging) vragen aan een onafhankelijke onderzoeksrechter,.
  • Laatste redmiddel: De inval mag alleen als een "ultimum remedium" (laatste redmiddel) worden gebruikt, dus wanneer alle andere, minder ingrijpende manieren om de persoon uit te wijzen zijn mislukt,.
  • Tijdstip: De woonstbetreding mag enkel plaatsvinden tussen 5 uur 's ochtends en 21 uur 's avonds,.
  • Zoeken naar papieren: Als de vreemdeling weigert zijn identiteits- of verblijfspapieren te geven, mag de politie de woning doorzoeken om deze documenten te vinden en in beslag te nemen,.

Waarom is er dan zoveel ophef over? Aan dit wetsontwerp is een groot aantal adviezen toegevoegd van belangrijke instanties (zoals de Raad van State, de privacycommissie, het Kinderrechtencommissariaat en rechters zelf). Zij uiten bijzonder zware kritiek,. Dit zijn de belangrijkste bezwaren:

  1. Inbreuk op de privacy van onschuldige derden: De politie mag niet alleen binnenvallen in de eigen woning van de vreemdeling, maar ook in de woning van een derde (bijvoorbeeld vrienden, familie of kennissen) als ze vermoeden dat de vreemdeling daar verblijft,. Critici vinden dit een buitenproportionele schending van de grondrechten van mensen die zelf geen misdrijf hebben gepleegd,.
  2. Kritiek van de onderzoeksrechters: Onderzoeksrechters zijn magistraten die normaal gesproken zware strafrechtelijke onderzoeken leiden. Zij weigeren "de gewapende arm" van de DVZ te worden voor een puur administratieve uitzettingsprocedure. Ze vinden dat de wet hen dwingt om een zware dwangmaatregel goed te keuren, zonder dat ze de mogelijkheid hebben om het volledige dossier in te zien of de proportionaliteit goed te beoordelen,.
  3. Trauma voor kinderen: Zowel Myria (het Federaal Migratiecentrum) als het Kinderrechtencommissariaat waarschuwen voor de enorme psychologische impact op kinderen. Een politie-inval, mogelijk om 5 uur 's ochtends, waarbij ouders met dwang of handboeien worden meegenomen, is extreem traumatiserend,. Het wetsontwerp zegt wel dat de rechter rekening moet houden met kinderen, maar de organisaties vinden deze garanties veel te vaag en onvoldoende uitgewerkt,.
  4. Vage term "openbare orde": Het ontwerp focust op personen die een gevaar zijn voor de "openbare orde". Critici wijzen erop dat dit begrip in de wet niet helder is afgebakend, waardoor de maatregel in theorie toch voor een heel brede groep ingezet zou kunnen worden, en er een risico is op willekeur.

Adviezen (ingesloten in bron)

1. Raad van State (RvS) De Raad van State focust zich op de juridische kwaliteit en de grondrechten.

  • Inbreuk op grondrechten: De regeling vormt een zeer ernstige inmenging in het recht op privacy en de onschendbaarheid van de woning.
  • Rechten van huisgenoten (derden): Er is geen enkele bijzondere regel voorzien om de belangen van onschuldige derden (zoals huisgenoten of kinderen) die in de woning verblijven adequaat te beschermen.
  • Gebrek aan controle: Er is in de wet geen procedure voorzien voor een controle achteraf (a posteriori) van de machtiging van de rechter.
  • Vaagheid: De voorwaarden om een machtiging te krijgen (zoals "gevaar voor de openbare orde") moeten veel scherper en duidelijker in de wet worden omschreven.

2. Vereniging van Onderzoeksrechters De rechters die de machtiging moeten uitschrijven, zijn principieel tegen hun voorziene rol in dit ontwerp.

  • Instrumentalisering: Zij weigeren "de gewapende arm" van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) te worden voor het uitvoeren van een louter administratieve maatregel.
  • Marginale toetsing: De rechter krijgt geen volledig dossier te zien, mag niet oordelen of de maatregel op dat moment echt gepast is (opportuniteit), en fungeert zo slechts als een formele stempel.
  • Disproportioneel geweld: Ze vinden de wet te ver gaan, omdat de politie mag zoeken, dwang gebruiken en kasten mag openen, bevoegdheden die normaal enkel in een zwaar strafrechtelijk onderzoek bestaan.

3. Federaal Migratiecentrum (Myria) Myria waakt over de grondrechten van vreemdelingen en heeft forse kritiek op de rechtsbescherming en definities.

  • Gevaar voor willekeur: Begrippen zoals het vormen van een "gevaar voor de openbare orde" of een "gebrek aan medewerking" zijn veel te ruim en vaag geformuleerd, waardoor de DVZ te veel vrij spel krijgt.
  • Geen daadwerkelijk beroep: De geviseerde persoon heeft geen enkel direct rechtsmiddel om in beroep te gaan tegen de beslissing van de onderzoeksrechter.
  • Kwetsbare profielen: De wet besteedt geen specifieke aandacht aan de bescherming van kwetsbare personen zoals zwangere vrouwen, zieken, ouderen of mensen met een handicap.

4. Kinderrechtencommissariaat / Délégué général aux droits de l'enfant Zij bekijken de wet puur vanuit de impact op kinderen en jongeren.

  • Traumatische impact: Een politie-inval, mogelijk om 5 uur 's ochtends met gewapende agenten, brengt enorme psychologische schade en stress toe aan aanwezige kinderen.
  • Zwakke "kind-toets": De wet zegt wel dat de rechter rekening moet houden met kinderen, maar dit is juridisch te zwak verankerd; het vereist geen grondige weging van het belang van het kind.
  • Gezinsscheiding: Het is volstrekt onduidelijk wat de procedures zijn voor de opvang van de kinderen als hun ouders plots worden meegenomen en vastgehouden.

5. Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) & Controleorgaan op de politionele informatie (COC) Deze privacywaakhonden bekijken hoe er met de persoonsgegevens wordt omgegaan.

  • Ontbreken van een wettelijke basis: De essentiële regels rond dataverwerking (wie bewaart wat, hoelang, en met welk doel) ontbreken volledig in het wetsontwerp en de Vreemdelingenwet.
  • Privacy van derden: Er is een zeer groot risico dat persoonsgegevens van onschuldige burgers (huisgenoten of mensen die tijdelijk onderdak bieden) onrechtmatig geregistreerd worden in politiedatabanken en die van de DVZ.
  • Geen logging: Er is geen wettelijke verplichting voorzien om digitaal bij te houden wie de systemen raadpleegt (logging), wat controle op misbruik onmogelijk maakt.

6. College van procureurs-generaal Zij bekijken de wet vanuit de algemene werking van Justitie en het Openbaar Ministerie.

  • Buitenspel gezet: Het Openbaar Ministerie (het parket) speelt vreemd genoeg geen enkele rol in deze nieuwe procedure.
  • Werklast: Er is geen enkele inschatting gemaakt van de extra werklast voor de onderzoeksrechters, waardoor zij afgeleid dreigen te worden van hun echte strafrechtelijke kerntaken.
  • Praktische uitvoering: Het is onduidelijk wie de verantwoordelijkheid draagt voor de overbrenging van de vreemdeling naar een gesloten centrum na de arrestatie, wat mogelijk tot extra druk op de veiligheid en werklast van de politie leidt.

7. Comité P (Toezicht op de politiediensten) Het Comité P onderzoekt de praktische werkbaarheid voor de politie op het terrein.

  • Verwarrende bevoegdheden: De wet spreekt afwisselend over "politieambtenaren" en "officieren van gerechtelijke politie", wat onduidelijk maakt wie de machtiging precies mag of moet uitvoeren.
  • Onduidelijkheid rond dwang en geweld: De tekst verwijst naar het gebruik van "dwang", maar linkt dit aan artikelen die eigenlijk over "geweld" en het gebruik van handboeien gaan, wat verwarring schept.
  • Ontbreken van richtlijnen ter plaatse: Er staat nergens wat een politieagent ter plaatse concreet moet doen als hij een ouder moet arresteren en er enkel minderjarige kinderen achterblijven.
Kritiek op de kritiek (terug te vinden in de memorie van toelichting).

Op basis van de verdediging van de regering in het document, kunnen diverse gefundeerde, kritische vragen worden gesteld die de kritiek van de adviesorganen weerleggen:

1. Als het louter weigeren om de deur te openen volstaat om een verwijderingsbevel te blokkeren, is er dan nog wel sprake van een afdwingbaar overheidsbeleid? Momenteel is er een lacune in de wet waardoor politiediensten een woning niet met dwang mogen betreden om een illegaal verblijvende persoon aan te houden, wat ertoe leidt dat sommige politiezones weigerachtig staan tegenover het uitvoeren van adrescontroles . Het wetsontwerp beargumenteert dat de betreding een absoluut noodzakelijke maatregel (ultimum remedium) is voor situaties waarin de vreemdeling weigert mee te werken en alle andere, minder ingrijpende middelen geen resultaat hebben opgeleverd.

2. Waarom wordt de controle door een onderzoeksrechter als "instrumentalisering" gezien, terwijl dit in een rechtsstaat net de ultieme garantie tegen politiewillekeur is? De vereniging van onderzoeksrechters weigert "de gewapende arm" van de Dienst Vreemdelingenzaken te worden. De regering stelt echter dat de voorafgaande tussenkomst van een onafhankelijke en onpartijdige magistraat precies de belangrijkste waarborg is om misbruik te voorkomen . De rol van de rechter is hierbij niet louter formeel; hij moet de noodzaak en proportionaliteit van de inval beoordelen, waken over de grondrechten en kan zelf de concrete modaliteiten bepalen (zoals beperktere uren of de verplichte aanwezigheid van een arts).

3. Welke toegevoegde waarde heeft een compleet nieuwe, vertragende beroepsprocedure als het bestaande rechtssysteem al in voldoende waarborgen voorziet? Instanties zoals de Raad van State en Myria bekritiseren het gebrek aan een apart beroep achteraf tegen de machtiging van de onderzoeksrechter. De regering weerlegt dit door te benadrukken dat het creëren van een specifieke sui generis beroepsmogelijkheid geen enkele meerwaarde biedt . De vreemdeling kan immers, net zoals vandaag, bij de Raadkamer beroep aantekenen tegen zijn vasthouding in het gesloten centrum en daar eventuele onregelmatigheden over de woonstbetreding opwerpen, waarna hij bij misbruik onmiddellijk kan worden vrijgelaten.

4. Als een inval in de woning van derden verboden zou zijn, wordt de wet dan niet extreem eenvoudig te omzeilen? Er is veel kritiek op het feit dat de politie ook bij vrienden of familie mag binnenvallen. De regering stelt echter dat de inval moet gebeuren op de plaats waar de vreemdeling effectief verblijft, ongeacht of die eigendom is van een derde . Als men dit zou verbieden, zou een gezochte vreemdeling zich simpelweg immuun kunnen maken voor uitzetting door tijdelijk bij iemand anders in te trekken. Bovendien zijn onschuldige derden niet rechteloos: als een inval onwettig blijkt, kunnen zij een schadeclaim wegens buitencontractuele aansprakelijkheid indienen of een strafklacht neerleggen wegens huisvredebreuk (art. 148 Strafwetboek).

5. Hoe kan de overheid de maatschappij nog beschermen als pertinente weigeraars met een gevaarlijk profiel niet meer met dwang mogen worden uitgezet? De adviesorganen focussen sterk op de privacy, maar het wetsontwerp is specifiek afgebakend tot vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid . Als deze specifieke risicogroep alle procedures heeft uitgeput, weigert vrijwillig te vertrekken en elke medewerking aan de overheid weigert, rest er volgens de regering geen enkele andere doeltreffende optie meer dan de gedwongen woonstbetreding om de openbare veiligheid te garanderen.

donderdag 18 juni 2026

Wetsontwerp overbevolking gevangenissen

Bron

🚨 𝗡𝗶𝗲𝘂𝘄𝗲 𝗻𝗼𝗼𝗱𝗺𝗮𝗮𝘁𝗿𝗲𝗴𝗲𝗹𝗲𝗻 𝗼𝗺 𝗱𝗲 𝗼𝘃𝗲𝗿𝗯𝗲𝘃𝗼𝗹𝗸𝗶𝗻𝗴 𝗶𝗻 𝗕𝗲𝗹𝗴𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗴𝗲𝘃𝗮𝗻𝗴𝗲𝗻𝗶𝘀𝘀𝗲𝗻 𝗮𝗮𝗻 𝘁𝗲 𝗽𝗮𝗸𝗸𝗲𝗻

📈 De Belgische gevangenissen bevinden zich in een diepe crisis. Met 13.734 gedetineerden voor een capaciteit van amper 11.064 plaatsen, slapen honderden mensen noodgedwongen op een matras op de grond,. Dit is menselijk, operationeel en juridisch onaanvaardbaar. Om deze onhoudbare situatie structureel aan te pakken, heeft de regering een nieuw wetsontwerp (DOC 56 1613/001) klaar met vijf concrete noodmaatregelen.

🏠 𝟭. 𝗘𝗹𝗲𝗸𝘁𝗿𝗼𝗻𝗶𝘀𝗰𝗵 𝘁𝗼𝗲𝘇𝗶𝗰𝗵𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁𝘀𝘄𝗲𝗴𝗲 ⚖️ Er komt een tijdelijke procedure waarbij elektronisch toezicht (en bijhorend penitentiair verlof) van rechtswege wordt toegekend aan specifieke veroordeelden, mits zij een geldige verblijfplaats hebben en hun huisgenoten akkoord gaan,. Dit geldt voor straffen tot 18 maanden, of tot 10 jaar als zij zich op maximaal 18 maanden van het strafeinde bevinden. Zware gewelds- of zedenfeiten, terrorisme en drugsmisdrijven zijn hiervan strikt uitgesloten,!

✈️ 𝟮. 𝗩𝗲𝗿𝘀𝗻𝗲𝗹𝗱𝗲 𝗿𝗲𝗽𝗮𝘁𝗿𝗶𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴 𝘇𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿 𝘃𝗲𝗿𝗯𝗹𝗶𝗷𝗳𝘀𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁 🌍 Om onnodig lange detentie van personen zonder wettig verblijf in België te vermijden, wordt het terugkeerproces versneld. Repatriëring kan nu al worden opgestart en uitgevoerd vanaf 12 maanden (in plaats van 6 maanden) voor het strafeinde,. Voor straffen tot 3 jaar kan de verwijdering zelfs al plaatsvinden zodra een derde van de straf is uitgezeten,.

🔓 𝟯. 𝗩𝗲𝗿𝘃𝗿𝗼𝗲𝗴𝗱𝗲 𝗶𝗻𝘃𝗿𝗶𝗷𝗵𝗲𝗶𝗱𝘀𝘁𝗲𝗹𝗹𝗶𝗻𝗴 (𝗩𝗜𝗢) ⏳ De noodmaatregel voor de 'vervroegde invrijheidstelling wegens overbevolking' wordt verlengd tot 31 december 2027, maar het toepassingsgebied wordt aanzienlijk verstrengd. Vanaf nu komen enkel nog gedetineerden met een straftotaal van maximaal 3 jaar in aanmerking voor deze maatregel,.

🛡️ 𝟰. 𝗦𝘁𝗿𝗶𝗸𝘁𝗲𝗿 𝗯𝗲𝗼𝗼𝗿𝗱𝗲𝗹𝗶𝗻𝗴𝘀𝗸𝗮𝗱𝗲𝗿 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗿𝗶𝘀𝗶𝗰𝗼'𝘀 🧑‍⚖️ Het beoordelingskader van de strafuitvoeringsrechter wordt verduidelijkt. Men focust voortaan op een 'concreet' (in plaats van 'direct') waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden. Dit risico moet blijken uit actuele en recente gedragingen van de veroordeelde sinds de veroordeling,. Zo blijft de bescherming van slachtoffers en de maatschappelijke veiligheid beter gegarandeerd.

🏥 𝟱. 𝗔𝗮𝗻𝗽𝗮𝘀𝘀𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗴𝗲𝗶𝗻𝘁𝗲𝗿𝗻𝗲𝗲𝗿𝗱𝗲𝗻 🧠 Gevangenissen staan onder zware druk door de aanwezigheid van meer dan 1.000 geïnterneerden. De nieuwe wet regelt dat zij na een herroeping enkel naar een penitentiaire instelling terugkeren als ze een ernstig gevaar voor ánderen vormen. Een gevaar uitsluitend voor zichzelf (zoals suïcidaal gedrag) is geen wettelijke reden meer voor opsluiting in de gevangenis, maar vereist een aangepast zorgtraject,.

🔗 𝗟𝗲𝗲𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝘃𝗼𝗹𝗹𝗲𝗱𝗶𝗴𝗲 𝘄𝗲𝘁𝘀𝗼𝗻𝘁𝘄𝗲𝗿𝗽 via de bron bovenaan!

woensdag 17 juni 2026

Interuniversitair, multidisciplinair en onafhankelijk comité belast met de studie en de evaluatie van de praktijk en de wetgeving inzake vrijwillige zwangerschapsafbreking

Bron

Interuniversitair, multidisciplinair en onafhankelijk comité belast met de studie en de evaluatie van de praktijk en de wetgeving inzake vrijwillige zwangerschapsafbreking




Samenvatting met AI

Verkorte versie

🚨 𝗘𝘃𝗮𝗹𝘂𝗮𝘁𝗶𝗲𝗿𝗮𝗽𝗽𝗼𝗿𝘁 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗱𝗲 𝗮𝗯𝗼𝗿𝘁𝘂𝘀𝘄𝗲𝘁𝗴𝗲𝘃𝗶𝗻𝗴 𝗶𝗻 𝗕𝗲𝗹𝗴𝗶𝗲̈: 𝘁𝗶𝗷𝗱 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝗺𝗼𝗱𝗲𝗿𝗻𝗶𝘀𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴

⚖️ Een onafhankelijk, multidisciplinair en interuniversitair comité heeft de Belgische abortuswet en -praktijk grondig geëvalueerd. Het rapport stelt dat de wetgeving aan vernieuwing toe is om beter aan te sluiten bij de hedendaagse medische realiteit en de autonomie van de vrouw.

⏳ 𝗦𝗰𝗵𝗿𝗮𝗽 𝗱𝗲 𝘃𝗲𝗿𝗽𝗹𝗶𝗰𝗵𝘁𝗲 𝘄𝗮𝗰𝗵𝘁𝘁𝗶𝗷𝗱: De huidige wachttijd van zes dagen wordt door velen als betuttelend ervaren en vertraagt de procedure onnodig. Het comité pleit voor een volledige afschaffing in de wet, met behoud van een gepersonaliseerde bedenktijd in overleg met de patiënte als 'good practice'.

📈 𝗩𝗲𝗿𝗹𝗲𝗻𝗴 𝗱𝗲 𝗺𝗮𝘅𝗶𝗺𝘂𝗺𝘁𝗲𝗿𝗺𝗶𝗷𝗻: Nu ligt de grens voor abortus op verzoek op 12 weken na de bevruchting. Jaarlijks reizen echter gemiddeld meer dan 400 Belgische vrouwen naar Nederland voor een latere abortus. Het comité adviseert een verlenging tot minimaal 18 weken post-conceptie (sommigen pleiten voor 20 of 22 weken) om deze ongelijkheid weg te werken.

🩺 𝗘𝗿𝗸𝗲𝗻 𝗮𝗯𝗼𝗿𝘁𝘂𝘀 𝗮𝗹𝘀 𝗴𝗲𝘇𝗼𝗻𝗱𝗵𝗲𝗶𝗱𝘀𝘇𝗼𝗿𝗴: Abortus moet juridisch als reguliere gezondheidszorg worden gekwalificeerd, met inachtneming van de patiëntenrechten. De huidige wettelijk verplichte en vaak ongepaste voorlichting over adoptie moet plaatsmaken voor gepersonaliseerde informatie en geïnformeerde toestemming op maat.

🛡️ 𝗗𝗲𝗰𝗿𝗶𝗺𝗶𝗻𝗮𝗹𝗶𝘀𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄: Het comité acht het ongepast om vrouwen die een abortus ondergaan of zelf uitvoeren buiten de wettelijke voorwaarden, nog langer strafrechtelijk te vervolgen. Voor zorgverleners stelt men voor om specifieke, proportionele sancties te behouden in plaats van algemene misdrijven toe te passen.

💶 𝗙𝗶𝗻𝗮𝗻𝗰𝗶𝗲𝗹𝗲 𝗲𝗻 𝗽𝗿𝗮𝗸𝘁𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝘁𝗼𝗲𝗴𝗮𝗻𝗸𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸𝗵𝗲𝗶𝗱: Het rapport benadrukt het enorme belang van gelijke en betaalbare toegang voor íédereen, ongeacht het statuut van de patiënte. Daarnaast pleit men voor een vereenvoudigde toegang tot noodmedicatie (Mifegyne) en het uitbreiden van abortuszorg op afstand, zoals thuismedicatie met telefonische opvolging.

🔗 𝗟𝗲𝗲𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝘃𝗼𝗹𝗹𝗲𝗱𝗶𝗴𝗲 𝗿𝗮𝗽𝗽𝗼𝗿𝘁 𝗵𝗶𝗲𝗿: [Voeg hier de URL toe]



Uitgebreide versie

Het document bevat de conclusies van een onafhankelijk, multidisciplinair wetenschappelijk comité dat op verzoek van de overheid de abortuswetgeving uit 1990 en 2018 heeft geëvalueerd. Het comité stelt vast dat de huidige wet niet meer aansluit bij de moderne medische realiteit en de positie van de vrouw in de samenleving.

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste vaststellingen en aanbevelingen van het comité:

1. Het juridische kader en de straffen

  • Erkenning als gezondheidszorg: Het comité adviseert om abortus wettelijk expliciet te erkennen als reguliere "gezondheidszorg". Hierdoor worden de algemene rechten van de patiënt automatisch van toepassing op de behandeling.
  • Vrouwen niet langer straffen: De vrouw die een abortus ondergaat of bij zichzelf opwekt, zelfs buiten de wettelijke voorwaarden, mag nooit meer strafrechtelijk worden vervolgd, beboet of opgesloten.
  • Sancties voor artsen: Voor artsen of zorgverleners die de regels overtreden, stelt het comité voor om specifieke, aangepaste sancties te behouden binnen de abortuswet, in plaats van hen via het algemene strafrecht te veroordelen.
  • In de Grondwet: Het verankeren van het recht op abortus in de Belgische Grondwet is mogelijk, maar het comité waarschuwt dat het niveau van bescherming sterk zal afhangen van hoe dit precies wordt verwoord.

2. De termijn voor abortus verlengen

  • Huidige ongelijkheid: Nu is abortus op verzoek mogelijk tot 12 weken na de bevruchting (14 weken na de laatste menstruatie). Vrouwen die pas later beslissen of hun zwangerschap ontdekken, moeten momenteel naar het buitenland (vooral Nederland) reizen. Dit brengt veel kosten en administratieve stress met zich mee, wat zorgt voor grote ongelijkheid.
  • Advies voor verlenging: Het comité is het er unaniem over eens dat deze termijn in België verlengd moet worden tot minimaal 18 weken na de bevruchting (20 weken na de menstruatie). Sommige leden verkiezen een grens van 18 weken, anderen een grens van 20 weken.
  • Speciale voorzieningen: Voor abortussen in dit latere stadium moeten nieuwe, gespecialiseerde afdelingen worden opgericht, bij voorkeur verbonden aan een ziekenhuis, met aangepaste apparatuur en multidisciplinaire teams.

3. De wachttijd en verplichte informatie afschaffen

  • Wachttijd: De huidige verplichte wachttijd van zes dagen tussen het eerste gesprek en de abortus moet uit de wet worden geschrapt. Deze termijn is betuttelend, vertraagt onnodig de procedure en zorgt voor extra medische risico's. Een bedenktijd mag alleen op maat van de patiënte worden bepaald, in overleg met de arts.
  • Informatie: De arts is nu verplicht om de vrouw te informeren over adoptie en financiële hulp voor gezinnen. Het comité stelt voor dit af te schaffen. Adoptie voorstellen aan iemand die een ongewenste zwangerschap wil beëindigen, wordt vaak als pijnlijk of misplaatst ervaren. Informatie moet uitsluitend op maat worden gegeven. Uitleg over anticonceptie moet wél verplicht blijven.

4. Abortus om zware medische redenen (na de termijn)

  • Zelfs na de abortustermijn moet het wettelijk mogelijk blijven om een zwangerschap af te breken als het leven of de gezondheid van de vrouw in gevaar is, of als de foetus een bijzonder ernstige en ongeneeslijke aandoening heeft.
  • Mentale gezondheid: Het moet duidelijk in de wet staan dat ook een ernstige bedreiging van de mentale gezondheid van de vrouw een geldige medische reden is.
  • Geen lijsten, maar hoog risico: Omdat er in de geneeskunde zelden 100% "zekerheid" bestaat over een aandoening bij de foetus, moet de wet spreken van een "(zeer) hoog risico". Er mag geen vaste lijst komen van aandoeningen die in aanmerking komen, omdat dit kan lijden tot staatseugenetica; elke situatie is uniek.
  • Beslissing: De zwangere vrouw (en haar partner) moet centraal staan in het beslissingsproces, bijgestaan door twee artsen en een multidisciplinair team.

5. Toegankelijkheid en Privacy

  • Minderjarigen: Zorgverleners moeten in de wet expliciet de toestemming krijgen om een abortus uit te voeren bij een meisje dat oud en rijp genoeg is om dit zelf in te schatten, zónder dat haar ouders geïnformeerd hoeven te worden of toestemming moeten geven.
  • Privacy: Medische dossiers en afrekeningen van ziekenfondsen zijn tegenwoordig vaak digitaal inzichtelijk voor andere artsen of familieleden. Patiënten moeten zelf per geval kunnen bepalen wie toegang krijgt tot de gegevens rondom hun abortus, om hun privacy volledig te garanderen.
  • Financiën: De financiële drempel moet weg, in het bijzonder voor kwetsbare groepen zoals daklozen of vrouwen zonder papieren. Dit kan door abortus voor de vrouw volledig gratis te maken, of door de toegang tot Dringende Medische Hulp via het OCMW veel sneller en soepeler te laten verlopen.

6. De medische praktijk en organisatie

  • Preventie: Anticonceptiemiddelen (vooral langwerkende middelen zoals een spiraaltje) moeten breder gratis of terugbetaald worden, ook voor vrouwen ouder dan 25 jaar.
  • Zorg op afstand: Tijdens de coronacrisis bleek dat het begeleidende gesprek perfect via telefoon of video kan. Ook het thuis innemen van de abortuspil (met telefonische opvolging door een arts) is veilig en moet wettelijk mogelijk blijven.
  • Meer en beter opgeleid personeel: Er is een tekort aan artsen die abortussen uitvoeren. Abortus moet een verplicht onderdeel worden van de basisopleiding geneeskunde. Daarnaast moet men onderzoeken of ook vroedvrouwen en verpleegkundigen vroege medicamenteuze abortussen mogen begeleiden om de artsen te ontlasten.
  • Correcte informatie: Er is veel foute informatie online. De overheid moet een moderne, neutrale website oprichten met alle juiste info over de wet en de locaties van de abortuscentra.

maandag 1 juni 2026

14 MEI 2026. - Ministeriële omzendbrief PLP 41 tot versterking en/of bijsturing van het lokaal veiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van de jeugddelicten en jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie, met in het bijzonder een aanspreekpunt voor de scholen

 

14 MEI 2026. - Ministeriële omzendbrief PLP 41 tot versterking en/of bijsturing van het lokaal veiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van de jeugddelicten en jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie, met in het bijzonder een aanspreekpunt voor de scholen

Bron: https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article.pl?language=nl&sum_date=2026-06-01&lg_txt=n&numac_search=2026003858

Waarover gaat deze nieuwe tekst precies?

Deze tekst beschrijft de nieuwe ministeriële omzendbrief (bekend als 'PLP 41'), die op 14 mei 2026 is gepubliceerd. Deze richtlijn vertelt lokale politiekorpsen en overheden hoe zij jeugdcriminaliteit en jongeren in moeilijke opvoedingssituaties beter kunnen aanpakken. Er is daarbij bijzondere aandacht voor de manier waarop de politie samenwerkt met scholen. Deze nieuwe wet vervangt een oudere versie uit 2006.

15 MEI 2026. - Omzendbrief CP 6 betreffende de minderjarigenreflex

 

15 MEI 2026. - Omzendbrief CP 6 betreffende de minderjarigenreflex

AI

https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article.pl?language=nl&sum_date=2026-06-01&lg_txt=n&numac_search=2026003859

Waar gaat deze nieuwe richtlijn over? De omzendbrief (CP 6) introduceert de zogenaamde "minderjarigenreflex" bij de politie. Dit is een praktisch kader dat de politie helpt om bij elk contact met jongeren onder de 18 jaar de juiste balans te vinden tussen de politieprocedures, de wet, en de rechten van het kind. De uitgangspunten kunnen trouwens ook zinvol zijn bij jongvolwassenen of kwetsbare personen.

vrijdag 29 mei 2026

Wetsontwerp tot wijziging van diverse wetten, wat de afbakening van het misdrijf van aanzetten tot haat betreft - advies Dirk Voorhoof

Bron

Samenvatting met AI.

Het wetsvoorstel, ingediend door Peter De Roover c.s., heeft als kerndoel om de strafbaarstelling van het "aanzetten tot haat" in de Belgische wetgeving veel strikter af te bakenen ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting,. De indieners willen dat een uitspraak uitsluitend strafbaar is wanneer de haatboodschap effectief en expliciet gepaard gaat met een oproep tot geweld of met gewelddadig gedrag dat de openbare orde dreigt te verstoren.

Hier is een overzichtelijke ontleding van de fundamenten en argumenten van het wetsvoorstel:

1. Het probleem: Haat is een gevoel, en "aanzetten tot haat" is te vaag 

De initiatiefnemers stellen dat het begrip "haat" inherent subjectief is en zeer moeilijk te definiëren valt,. Haat is een menselijk gevoel, en het koesteren of uiten van dat gevoel is op zichzelf wettelijk niet strafbaar,. Het is volgens hen dan ook onlogisch en problematisch om het aanzetten tot iets dat zelf niet strafbaar is (namelijk haatgevoelens), via het strafrecht te verbieden. Dit staat in schril contrast met het aanzetten tot geweld of discriminatie, aangezien geweld en discriminatie op zich wél strafbare feiten zijn.

2. Gevaar voor de vrije meningsuiting en rechtsonzekerheid 

Door de wazigheid van het begrip treedt er rechtsonzekerheid op,. Het Grondwettelijk Hof heeft in 2004 en 2009 weliswaar geoordeeld dat de wet uiterst restrictief moet worden toegepast — waarbij er sprake moet zijn van 'bijzonder opzet' of een kwaadwillige intentie om aan te zetten tot daden — maar in de praktijk blijken lagere strafrechters zich daar niet altijd aan te houden,. De indieners halen voorbeelden aan uit de rechtspraak, zoals de veroordeling van een vrouw voor een racistische uitspraak in een trappenhal, of de veroordeling van Voorpost-betogers wegens spandoeken met de tekst "Stop islamisering",. Dergelijke ruime interpretaties van het misdrijf vormen een ernstige bedreiging voor de vrije meningsuiting.

3. Historische en internationale context

  • België: Onze Grondwet van 1831 was oorspronkelijk een absolute en uiterst liberale vrijhaven voor de vrije meningsuiting,. Pas in de decennia na 1980 is de wetgever deze vrijheid stelselmatig beginnen inperken door de antiracismewet (1981), de negationismewet (1995) en de antidiscriminatie- en genderwet (2007).
  • Internationaal: De indieners wijzen erop dat de strijd tegen het aanzetten tot haat in internationale VN-verdragen (zoals het IVBPR) er in de jaren '60 kwam onder zware druk van het communistische Sovjetblok, tégen de wil van Westerse democratieën zoals België en de VS, die waarschuwden voor de gevaren van misbruik door de staat. Bovendien laat de huidige Europese regelgeving (het EU-Kaderbesluit Racisme) de lidstaten expliciet de keuze om de strafbaarheid te beperken tot gedragingen die de openbare orde dreigen te verstoren,.

4. Het averechtse effect van strafrechtelijke vervolging 

Volgens empirisch onderzoek bereiken "haatzaai-processen" zelden hun doel en zijn ze vaak contraproductief. Daders verliezen geen aanhang, maar winnen vaak stemmen, werpen zich op als martelaren van het vrije woord en ondergraven zo het vertrouwen in de rechtsstaat,. Bovendien creëert de vaagheid van de huidige wet valse verwachtingen bij slachtoffers. Als een rechter de wet wél correct en restrictief toepast en de verdachte vrijspreekt, voelen slachtoffers zich onterecht in de steek gelaten. Onsmakelijke of verwerpelijke ideeën moeten volgens de indieners dan ook met tegenargumenten bestreden worden, niet met het strafrecht.

5. De concrete oplossing (Wetswijziging) 

Om deze problemen op te lossen, stelt de tekst voor om de bewoordingen in drie bestaande wetten (de antiracismewet, de antidiscriminatiewet en de genderwet) aan te passen,.

Overal waar momenteel de zinsnede "aanzet tot haat of geweld" staat, wil het wetsvoorstel dit vervangen door: "aanzet tot haat, indien dit aanzetten verbonden is met het oproepen tot gewelddadig gedrag waardoor de openbare orde dreigt verstoord te worden of het aanzetten tot geweld",.

Hierdoor wordt het veel meetbaardere en duidelijkere criterium 'geweld' de absolute rode lijn voor het strafrecht.

Advies Professor Dirk Voorhoof.

Het advies van prof. em. Dirk Voorhoof aan de Commissie voor Justitie betreft een wetsvoorstel (ingediend door Peter De Roover c.s.) dat de strafbaarstelling van het aanzetten tot haat strikter wil afbakenen. Het voorstel beoogt de antiracismewet, de antidiscriminatiewet en de genderwet zodanig aan te passen dat "aanzetten tot haat" enkel nog strafbaar is wanneer dit effectief en expliciet gepaard gaat met een oproep tot gewelddadig gedrag dat de openbare orde dreigt te verstoren, of met het aanzetten tot geweld.

Prof. Voorhoof wijst dit voorstel resoluut af en ontleedt de problematiek in zijn advies aan de hand van vier grote pijlers:

1. Strijdigheid met internationale en Europese verdragsverplichtingen 

Het fundamentele bezwaar is dat het wetsvoorstel in directe strijd is met bindende internationale verdragen.

  • VN-Verdragen: Zowel het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (IVUR) als het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) verplichten verdragsstaten om het aanzetten tot respectievelijk rassenhaat en op nationaliteit, ras of godsdienst gebaseerde haatgevoelens als een afzonderlijk misdrijf strafbaar te stellen, onafhankelijk van een eventuele oproep tot geweld.
  • Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM): De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bevestigt herhaaldelijk dat 'hate speech' strafbaar kan en moet zijn, zelfs als er volstrekt niet wordt opgeroepen tot gewelddadig gedrag. Uitspraken van het EHRM, zoals in de zaken Féret t. België en Vejdeland t. Zweden, tonen aan dat het beschermen van de democratische samenleving, de menselijke waardigheid en de rechten van minderheden de bestraffing van haatspraak rechtvaardigt. Staten hebben bovendien een positieve verplichting om via het strafrecht effectief en adequaat op te treden tegen haatmisdrijven.
  • EU-recht: Hoewel het EU-Kaderbesluit 2008/913/JBZ de lidstaten de optie biedt om de strafbaarstelling te beperken tot gedragingen die de openbare orde dreigen te verstoren, vormt dit geen geldige rechtsbasis om af te wijken van de striktere EVRM-verplichtingen. Andere Europese regelgeving, zoals de Richtlijn audiovisuele mediadiensten, vereist eveneens een strikt verbod op het aanzetten tot haat op zich.

2. Weerlegging van een vermeende 'te brede interpretatie' door rechters 

De indieners van het wetsvoorstel beargumenteren dat lagere rechtbanken het begrip "haat" in de praktijk te ruim interpreteren en louter verwerpelijke of onfatsoenlijke uitspraken onterecht strafbaar stellen, wat zou leiden tot rechtsonzekerheid. Prof. Voorhoof ontkracht dit argument door erop te wijzen dat het Grondwettelijk Hof en het voormalige Arbitragehof reeds strikte voorwaarden en richtlijnen hebben vastgelegd voor een restrictieve toepassing van deze strafbepalingen, volledig in lijn met de vrijheid van meningsuiting. Dat enkele correctionele rechtbanken in eerste aanleg fouten maken (die in de aangehaalde voorbeelden overigens in hoger beroep netjes werden gecorrigeerd), is geen reden om de materiële strafwet uit te hollen. In plaats van wetswijzigingen pleit het advies voor een betere opleiding van de zittende en staande magistratuur en het structureel toewijzen van dergelijke uitingsmisdrijven aan kamers met drie rechters om de kwaliteit van de rechtspraak te garanderen.

3. Het essentiële verschil tussen het 'gevoel haat' en het 'publiekelijk aanzetten tot haat' Een ander argument van de indieners is dat "haat" een menselijk gevoel is dat op zich niet strafbaar is, en dat het aanzetten tot iets wat op zichzelf legaal is, bijgevolg ook niet strafbaar zou mogen zijn. Het advies fileert deze drogreden door de logische vergelijking te maken met andere gedragingen: roken, overmatige alcoholconsumptie of seksuele handelingen zijn in de privésfeer volstrekt legaal, maar zijn in de publieke ruimte of openbaarheid wel degelijk strafbaar wegens de maatschappelijke schade of overlast die ze daar veroorzaken. De wet bestraft geenszins het koesteren van racistische gevoelens of het uiten van haat in de privésfeer. Wat het strafrecht viseert, is het bewust en in het openbaar verspreiden van haat en het publiekelijk aanzetten van anderen tot die haat, wegens de fundamenteel ontwrichtende impact hiervan op de sociale vrede en gelijkwaardigheid in een democratische samenleving.

4. Alternatieve oplossingen voor een effectievere bestrijding in de praktijk 

In plaats van de wetgevende bescherming af te zwakken, stelt het advies constructief voor om de handhaving van de bestaande normen juist te verbeteren. Een historisch pijnpunt in het Belgische recht is de feitelijke strafrechtelijke immuniteit voor bepaalde uitingsmisdrijven ten gevolge van artikel 150 van de Grondwet, dat drukpersmisdrijven voorbehoudt aan het hof van assisen. Prof. Voorhoof ondersteunt de noodzaak om dit grondwetsartikel te herzien, zodat ook (online en offline) drukpersmisdrijven die aanzetten tot haat, geweld, discriminatie of seksisme eenvoudig en adequaat door de correctionele rechtbank kunnen worden berecht. Tot slot wijst het advies op de intrinsieke waarde van alternatieve maatregelen, zoals werkstraffen of probatiestraffen met een educatief luik (bijvoorbeeld verplichte rondleidingen in Kazerne Dossin), om het risico op recidive bij daders op een duurzame en maatschappelijk zinvolle manier aan te pakken.

Besluit van het advies 

De voorgestelde inperking van de strafbaarstelling van het aanzetten tot haat is juridisch onhoudbaar wegens flagrante strijdigheid met mensenrechtenverdragen, belemmert de effectieve bestrijding van haatmisdrijven, en berust op een fundamenteel foute interpretatie van de werking en het doel van het strafrecht ten aanzien van uitingsmisdrijven in het publieke debat.



maandag 20 april 2026

AI act: VERORDENING (EU) 2024/1689 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Bron

VERORDENING (EU) 2024/1689 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie)

Artikel 1: Wat is het doel van deze nieuwe AI-wet?

Deze wet is bedoeld om de interne markt in Europa beter te laten werken door duidelijke regels te stellen voor AI. Het doel is om mensenrechten, de gezondheid en de veiligheid van burgers te beschermen tegen de risico's van AI, terwijl we tegelijkertijd vernieuwing (innovatie) aanmoedigen.

donderdag 16 april 2026

Integraal verslag Commissie Justitie 15 mei 2026

Bron


1. Gevangeniswezen en Detentiebeleid

  • Overbevolking en nieuw akkoord: Op vragen over de recordcijfers inzake overbevolking en grondslapers, stelt de minister dat er een nieuw akkoord is gesloten. Maatregelen omvatten onder meer dat straffen tot 18 maanden automatisch via elektronisch toezicht worden uitgevoerd, een versnelde verwijdering van gedetineerden zonder verblijfsrecht en de uitbreiding van extra capaciteit via modulaire units.
  • Inzet van private bewaking: Wegens de ongeziene druk en het personeelstekort wil de minister tijdelijk private bewakingsfirma's inzetten in de nieuwe gevangenis van Antwerpen. Dit zal uitsluitend gebeuren voor 'koude bewaking' met minimaal direct contact met gedetineerden (zoals toegangscontrole en brandrondes), voor een geschat maximumbedrag van 10,3 miljoen euro. Vakbonden uitten zware kritiek op deze privatisering en spreken van een vertrouwensbreuk.
  • Agressie en veiligheid (Wortel, Haren, Leuze): Meerdere incidenten waarbij cipiers gewond raakten, leidden tot vragen over veiligheid. De minister antwoordt dat tuchtprocedures en strafklachten bij het parket worden opgestart. Het nieuwe sociaal akkoord voorziet in 48 beveiligde cellen voor agressieve gedetineerden en er wordt zwaar ingezet op de-escalerende communicatie.
  • Detentiehuizen: Na een positief rapport van het Nationaal Preventiemechanisme bevestigt de minister de meerwaarde van kleinschalige detentiehuizen. Er staan nieuwe locaties gepland (o.a. Genk, Antwerpen, Jemeppe) en de doelgroep zal in de toekomst meer bepaald worden door het risicoprofiel van de dader in plaats van enkel de strafduur.
  • Dronedroppings (Hasselt): Als antwoord op het binnensmokkelen van gsm's en drugs via drones, legt de minister uit dat stoorzenders momenteel nog wettelijk verboden zijn (een KB is in de maak). Fysieke netten plaatsen is zeer duur, bouwkundig complex en stoot op beperkingen inzake mensenrechten (het recht op zicht op de open lucht).
  • Internering: Knelpunten en vertragingen bij de Kamers voor Bescherming van de Maatschappij (KBM's) worden aangepakt door een injectie van 12 miljoen euro en een geplande hervorming van de interneringswet van 2014. Ook binnen de gevangenissen wordt de zorgcapaciteit voor deze specifieke doelgroep (die betrokken is bij 1/3e van de incidenten) versterkt.

2. Terrorisme en Nationale Veiligheid

  • De Iraanse IRGC en 'Slapende cellen': Nu de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) op de Europese terreurlijst staat, vroegen parlementsleden wat dit praktisch voor België betekent. De minister verduidelijkt dat leden nu strafrechtelijk vervolgd kunnen worden voor deelname aan een terroristische organisatie. Staatsveiligheid (VSSE) monitort de dreiging (zoals spionage, intimidatie en potentiële aanslagen) actief en werkt hiervoor individueel en in internationaal verband.
  • Hezbollah: Wat betreft de belofte om Hezbollah volledig als terreurorganisatie te bestempelen, merkt de minister op dat de regering de geopolitieke situatie volgt, maar dat een puur formele aanduiding niet automatisch de veiligheid verhoogt.
  • Steun aan terreurslachtoffers: Tien jaar na de aanslagen van 22 maart is er de roep om een structureel garantiefonds. De minister antwoordt dat dit overbodig is omdat de bestaande Commissie voor financiële hulp al over een borgfonds beschikt. Er komt dit jaar wel een 'uniek loket' (budget van 1 miljoen euro) om slachtoffers juridisch, administratief en psychosociaal te begeleiden.

3. Justitie, Digitalisering en Cybercrime

  • IT-problemen met 'JustCase': De uitrol van het nieuwe digitale dossierbeheersysteem liep vast en zorgde voor de opschorting van zittingen bij Franstalige strafuitvoeringsrechters. De minister erkent de complexiteit van dit 40 miljoen euro kostende project, maar stelt dat digitalisering cruciaal is. Ze heeft instructies gegeven om de governance aan te pakken, de begeleiding te verbeteren en het systeem stapsgewijs wekelijks te updaten.
  • Phishing en seponeringen: Zowel de enorme stijging van het aantal phishingdossiers als het feit dat het merendeel (meer dan 70%) geseponeerd wordt wegens capaciteitsgebrek, leidden tot kritiek. De minister wijst erop dat preventie essentieel is en dat een protocol ("Phish Nemo" / BAPS) werd gesloten om malafide websites automatisch en sneller te blokkeren. Het College van procureurs-generaal buigt zich momenteel over een nieuwe richtlijn inzake vervolgingsdrempels (bijv. vanaf 2.500 euro).
  • App voor zittingsrollen: Een initiatief van de Orde van Vlaamse Balies om zittingen digitaal via een app te volgen wordt tegengehouden door de rechtbanken. De minister stelt dat datadeling een duidelijke wettelijke basis nodig heeft en dat deze gegevens binnen een beveiligde justitiële omgeving moeten blijven.

4. Rechterlijke Orde en Wetgeving

  • Protest van de Magistratuur ('Vijf voor Twaalf'): In reactie op open brieven van magistraten die klagen over werkdruk en onderfinanciering, verdedigt de minister haar beleid door te wijzen op de structurele kentering via investeringen van 1 miljard euro en het 'Hefboomplan' van 21 miljoen euro om personeelskaders en de verloning te verbeteren.
  • Jaarverslag Federaal Parket: Bezorgdheid werd geuit over de sterke stijging van het aantal minderjarigen in terrorismedossiers en internationale misdrijven. Het voorstel van het parket om een gespecialiseerde onderzoeksrechter voor humanitair recht op te richten, zal besproken worden met de rechterlijke orde.
  • Inwerkingtreding Nieuw Strafwetboek: Het uitstel naar 1 september vereist volgens parlementsleden een projectmatige aanpak. De minister benadrukt dat werkgroepen continu overleggen over IT en capaciteit, maar herinnert er ook aan dat alternatieve straffen (zoals werkstraffen of drughulp) gewestelijke bevoegdheden zijn.

5. Overige Dossiers

  • VZW Het Huis: Ouders uiten zware bezorgdheden (o.a. misbruik en gebrekkig toezicht) over deze instelling waar de familierechtbank kinderen naar doorverwijst voor contactherstel. De minister stelt wegens de scheiding der machten geen uitspraken te kunnen doen gezien het lopende strafonderzoek in Antwerpen, maar heeft Vlaams minister Gennez gevraagd om extra controles uit te voeren.
  • Jeugdinstellingen: Het structurele gebrek aan plaatsen in gesloten jeugdinstellingen leidt tot het vrijlaten van gewelddadige minderjarigen. De minister steunt de noodkreet van de procureurs, maar wijst nadrukkelijk op de volledige bevoegdheid van de deelstaten om dit capaciteitsprobleem op te lossen.
  • Belgische gevangene in het buitenland (Lars De Smet): De overbrenging van deze Belg vanuit Noord-Macedonië blijft geblokkeerd. De minister geeft aan dat het gastland weigert omdat de persoon in België te snel zou kunnen vrijkomen en verzekert dat er geen fouten zijn gemaakt door de Belgische autoriteiten.
  • Bpost en het Boeteplatform: Er lopen nog gesprekken met de economische experten over overfacturatie, maar er is intussen al een voorlopig akkoord en een kredietnota van 16 miljoen euro verwerkt.
  • Cryptoactiva: Na een tijdelijke pauze wegens een licentieprobleem bij de vorige makelaar, worden in beslag genomen cryptoactiva sinds eind 2021 weer geveild via een nieuwe dienstverlener. Opbrengsten die worden teruggegeven genereren rente op basis van de tarieven van de Deposito- en Consignatiekas.

woensdag 1 april 2026

Schriftelijke vragen en antwoorden Minister van Justitie - 35 - 19 december 2025

Schriftelijke vragen en antwoorden 35 - 19 december 2025


  • Vraag nr. 734: Vragen over de stand van zaken en financiering van de recidivedatabank (DOT) en de recidivemonitor. Antwoord: De DOT-databank wordt gefinancierd door BELSPO en moet uiterlijk eind 2026/begin 2027 operationeel zijn. De ontwikkeling kende obstakels zoals het vinden van geschikte IT'ers en het in orde brengen van de strenge privacyregels. Versie 2.0 van de recidivemonitor wordt in 2026 verwacht, en dan zullen ook de eerste wetenschappelijke interpretaties en recidivecijfers breed gepubliceerd worden.

  • Vraag nr. 735: Vraag of er ongelijkheid bestaat tussen de volle en gewone adoptie (en de erfrechtelijke gevolgen daarvan), en of een meerderjarige deze adoptie alsnog kan laten omzetten. Antwoord: De minister stelt dat er geen sprake is van discriminatie, want het bestaan van beide vormen biedt precies de opties om in het belang van het specifieke kind te oordelen. Een omzetting van een gewone naar een volle adoptie is voor meerderjarigen niet toegestaan, aangezien de wetgeving op een volle adoptie primair gericht is op de belangen en de absolute bescherming van de minderjarige.

  • Vraag nr. 736: Vragen over de "humanitaire ramp" van de zwaar overbevolkte gevangenissen en welke specifieke noodmaatregelen men plant voor de verblevende geïnterneerden. Antwoord: De regering erkent de ernst van de crisis en bestudeert ingrepen om de overbevolking in te dammen, zoals collectieve genade, maar dat helpt slechts tijdelijk. Men pakt het probleem van de geïnterneerden structureel aan via de opgerichte taskforce, wetgevende wijzigingen, én er komen onder andere nieuwe forensisch psychiatrische centra (FPC's) om de patiënten effectief uit de gevangenissen te halen.

  • Vraag nr. 737: Vraag naar een stand van zaken over de concrete normtijden en beheersovereenkomsten met de rechtbanken om procedures te versnellen. Antwoord: Een verzelfstandiging en de overeenkomsten zitten momenteel in de pijplijn, gekoppeld aan het nog te vernieuwen tuchtrecht en allocatiemodel in 2026. Wat de werklastmeting van de rechters betreft, werd dit al in mei 2024 gekoppeld aan vastgelegde "nationale normtijden", waarop men vijfjaarlijks zal evalueren.

  • Vraag nr. 738: Vraag over de vergoedingen voor en het statuut van plaatsvervangende vrederechters. Antwoord: Deze rechters worden momenteel vergoed op basis van geleverde prestaties of een afgesproken percentage van het normale loon. In 2026 werken specifieke taskforces van Justitie (in kader van het Hefboomplan) aan de herwaardering van het statuut, al is het de hoofdbedoeling om het ambt van magistraat aantrekkelijker te maken zodat de inzet van plaatsvervangers een absolute uitzondering wordt.

  • Vraag nr. 739: Vraag om een overzicht van de "welzijnsonthalen" (voor juridische of psychologische steun aan de rechtzoekende) in rechtbanken. Antwoord: In meerdere gerechtsgebouwen lopen thans projecten, waaronder een recent gestart project met het CAW in Torhout, in Limburg ("Just Helps Limburg"), en ook West-Vlaanderen en Luik zetten hun eerste stappen in verkennende pilootprojecten.

  • Vraag nr. 740: Vragen over de verschillen in de statuten van leden van griffies/secretariaten tegenover die van gewone federale ambtenaren, onder meer rond fietsleasing. Antwoord: Het statuut inzake de weddenschalen is inmiddels vrijwel identiek getrokken met dat van de federale overheid. Het grote verschil dat overbleef was dat van de bevorderingsregels, maar dit wordt op 1 januari 2026 gelijkgesteld via de nieuwe wet op evaluatieregelingen (Symfonie). Voor de toepassing van fietsleasing wordt bekeken of dit bij Justitie kan ingevoerd worden.

  • Vragen nr. 741, 745, 746, 748, 761, 762 en 776: Vragen rond detailcijfers aangaande het welzijnsbudget en middelen voor justitiepersoneel, deskundigentekorten, aantal openstaande posities, bewindvoeringsdossiers, criminele statistieken van verdachten, misdrijven door asielzoekers en pepperspray-incidenten. Antwoord: Voor elk van deze vragen wees de minister erop dat de specifieke antwoorden rechtstreeks aan de vragenstellers gestuurd werden. Wegens de uiterst omvangrijke informatie zijn deze antwoorden niet mee in het verslag gepubliceerd.

  • Vraag nr. 742: Vraag naar de statistieken waarbij de Minister van Justitie gebruikmaakte van het zogenaamde "positief injunctierecht". Antwoord: Er is geen centraal overzicht beschikbaar omdat de gegevensbank van de procureurs-generaal dit type dossiers niet met een aparte code in de statistieken bundelt.

  • Vraag nr. 743: Vraag naar een overzicht van en de kostprijs van de opleidingen ter voorbereiding op het Nieuw Strafwetboek voor magistraten. Antwoord: Het Instituut voor gerechtelijke opleiding (IGO) organiseerde sinds 2024 al zo'n 25 sessies en nieuwe e-learningmodules voor 1.850 deelnemers, wat tot nu toe rond de 15.000 euro gekost heeft (exclusief onkosten voor externe platformen). In 2026 volgen extra specifieke praktijklessen.

  • Vraag nr. 744: Vraag over het plan om de buitensporig lange doorlooptijden in Belgische rechtszaken in te perken. Antwoord: Men boekt progressie door zwaar in te zetten op digitalisering, onder andere via de formele wetgeving rond zittingen via videoconferenties en het digitaal platform JustAct. Ook bemiddeling en minnelijke schikking worden voortaan wettelijk sterk aangespoord. Een expertengroep werkt tegen medio 2026 een nieuwe nota uit met bijkomende hervormingen.

  • Vraag nr. 747: Vraag naar de moeilijkheden en trage doorlooptijden in de aanwervingsprocedures van het gerechtspersoneel. Antwoord: Terwijl de Hoge Raad voor de Justitie onafhankelijk instaat voor magistraten, lopen de examens voor het ondersteunend personeel nu via 'werkenvoor.be'. Men tracht de procedures zoveel mogelijk te clusteren, zodat de werving thans gemiddeld slechts 52 dagen in beslag neemt. Liefst 20% van de invullingen was via interne bevordering en er is in 2026 een nieuw loopbaanbegeleidingsproject gepland.

  • Vraag nr. 749: Vraag over de misdaadaansturing vanuit de gevangenissen en het toezicht op binnengesmokkelde gsm-toestellen. Antwoord: Hoewel het zeer moeilijk in kaart te brengen is, onderzoekt de overheid volop technologische maatregelen. Er wordt structureel gezocht met metaaldetectors, specifieke sweepings, maar er zijn sinds 2026 ook budgetten uitgetrokken voor extra speurhonden, compacte stoorzenders (jammers) en detectiesystemen voor drones.

  • Vraag nr. 750: Vraag waarom de rechtspositie van geïnterneerden sinds 2005 onveranderd slechts "tijdelijk" van toepassing is gebleven. Antwoord: Die regeling blijft tijdelijk in het Wetboek omdat een definitief kader nog altijd niet afgerond was. De minister benadrukt intussen dat men met de minister van Volksgezondheid dat statuut uittekent en bovendien werkt men fors aan extra specifieke instellingen voor deze doelgroep, want "geïnterneerden horen niet thuis in een gevangenis".

  • Vraag nr. 751: Vragen rond het functioneren en de afwezigheid van een officiële raad van bestuur bij het Centraal Israëlitisch Consistorie van België (CICB). Antwoord: De overheid waarborgt de onafhankelijkheid en vrijheid van eredienst, en het CICB wordt louter aangestuurd via een bureau en een consistoriale vergadering. De overheid levert hiervoor geen structurele subsidies, met uitzondering van de loonkost van de vier administratieve medewerkers en 45 bedienaren, er is dan ook geen direct toezicht op de interne regels nodig.

  • Vraag nr. 752: Vraag over het verlies van de automatische en snelle toegang tot de Databank voor Akten van de Burgerlijke Stand (DABS) door de advocatuur. Antwoord: Om conform de wet op de gegevensbescherming te zijn, kunnen advocaten geen onbelemmerde toegang krijgen, aangezien het geen wettelijke overheidstaak voor hen is. Men bespreekt met FOD BOSA welk systeem op termijn kan worden ontwikkeld in een soort "digitale portefeuille", op voorwaarde dat de burger dan steeds zijn uitdrukkelijke toestemming (volmacht) geeft.

  • Vraag nr. 753: Vragen rond het bestrijden van massale online (illegale) advertenties van zogeheten malafide gok-apps via sociale media. Antwoord: De Kansspelcommissie stuurde tot november 2025 al 7.820 aanvragen uit naar onder meer de 'Meta-groep' (Facebook). Meta grijpt in na een officiële aanvraag, maar veel advertenties worden onmiddellijk teruggeplaatst. Tegenwoordig volgt de commissie ook illegale vormen van zogenaamde social casino games op de voet op.

  • Vraag nr. 754: Vragen over (het vermeend ontbreken van) structureel co-ouderschap en discriminatie op basis van geslacht in familierechtbanken. Antwoord: De actuele regelgeving, met het belang van het kind als ultieme afweging, vormt wettelijk noch vormelijk een basis van discriminatie ten opzichte van vaders in België. Op de aanbevelingen tegen ouderverstoting heeft men inmiddels ingezet via aangepaste informatiebrochures en de verplichte informatie over het spreekrecht ("hoorrecht") voor kinderen van alle leeftijden.

  • Vraag nr. 756: Vraag naar de resultaten van de opgezette "Blue Heart"-campagne die strijdt tegen mensenhandel en misbruik. Antwoord: Het project resulteerde in 2025 in een succesvolle deelname van 80 verschillende gemeenten die zo het probleem van misbruik symbolisch trachten aan te kaarten. Tegelijk worden opleidingen hieromtrent uitgebreid (bijvoorbeeld bij het luchtvaartpersoneel) en wordt de wetgeving en opvolging gemoderniseerd via een nieuw actieplan en richtlijnen.

  • Vraag nr. 766: Vragen of het dossier van de Bende van Nijvel nog steeds dreigt te verjaren en in hoeverre het nieuwe Strafwetboek dat tegenhoudt. Antwoord: In de wet van april 2024 is dit specifieke type terreur-geïnspireerde delicten (met als bedoeling de ontwrichting van de overheid) als onverjaarbaar bestempeld, waardoor de zaak rond de aanslag in Aalst formeel niet afgesloten hoeft te worden als de rechters deze criteria onderschrijven. Momenteel onderzoekt men de Franse piste nog, en het nieuwe Strafwetboek in 2026 tornt niet verder aan deze beslissing.

  • Vraag nr. 773: Vraag over DNA-onderzoek door buitenlandse laboratoria in oude moordzaken (waarbij de rol van de Amerikaanse FBI is gesuggereerd). Antwoord: De suggestie dat dit weefsel aan de FBI werd overgemaakt voor deze moord is foutief; de Britse staalafname faalde destijds en de rest van het weefsel is louter in een Belgisch lab onderzocht. In principe mogen magistraten een buitenlands staal/laboratorium aanvragen wanneer de techniek nog niet in België staat op punt, alsook via de internationale databank Prüm II.

  • Vraag nr. 775: Vraag waarom de procureur in Namen zijn protocollen over GAS-boetes voor parkeerovertredingen unilateraal afsloot. Antwoord: De procureur besliste dit inderdaad bij monde van een landelijke actie omtrent de pensioenhervorming binnen het beroep en om inkomsten te stremmen, maar die actie is sinds de stopzetting door het College van het openbaar ministerie voorbij en de samenwerking werd bijgevolg netjes hervat.

  • Vraag nr. 778: Vraag naar de statistieken van de straffen die worden uitgesproken bij de medische complicaties in de stijgende malafide cosmetische sector. Antwoord: Net zoals bij vele voorgaande detailvragen stelt de minister dat er hier in de statistieken geen filters staan op de specificiteit van "cosmetische producten". Wanneer botox- en fillerinjecties zonder medisch doel gegeven worden door niet-artsen of leiden tot complicaties (via illegale middelen), valt dit onder inbreuken zoals onopzettelijke slagen en verwondingen of inbreuken op de wet inzake geneeskunde en medicijnen en dit wordt wel actief gestraft.

  • Vraag nr. 780: Vragen rond het inperken en opzoeken van illegale verkopers en dodelijke bestellingen van (onder andere) slaapmedicatie en illegale varianten van het bekende "Ozempic" via social media platformen. Antwoord: Dit stijgend probleem van webshops met valse advertenties is onmogelijk in één specifieke strafcijfercode te vatten. Het bestrijden van sites buiten de EU is aartsmoeilijk en stoot op weinig bijval bij giganten als Meta Platforms omdat die zelf sterk afhangen van deze reclame-inkomsten. Naast waarschuwingen voor de gevaren aan de argeloze consument via het FAGG, werkt men op nationaal niveau met blokkeringssystemen (anti-phishing) om dit toch proactief tegen te gaan, evenals via controles door douane en Economische Inspectie ("Pharmawatch").

  • Vraag nr. 785: Vraag in hoeverre Turkije misbruik maakt van 'visumvrije' groene paspoorten voor imams. Antwoord: De minister van Justitie verwijst voor het luik van visumvrijstellingen direct door naar de minister van Buitenlandse zaken.

  • Vraag nr. 791: Vraag waarom en met welk plan de definitieve erkenning van de nieuwe Moslimraad van België net met één jaar is uitgesteld. Antwoord: Men vraagt aan de leden van de raad om dat extra jaar te gebruiken om hun transparantie en hun totale draagvlak binnen de moslimgemeenschappen te vergroten. In navolging daarvan kreeg men intussen wel nieuwe statuten, is er een nieuwe leiding aangetreden, tracht men toenadering te zoeken bij nog niet-erkende moskeeën, en dit uiteraard binnen het kader dat evenzeer voor álle andere Belgische religies geldt.

  • Vraag nr. 792: Vraag over de afdwinging van de controle op blanco uittreksels uit het strafregister voor alle ambtsbedienaren van erediensten die op de loonlijst van Justitie staan (in kader van de aanpak van zedenfeiten). Antwoord: Justitie heeft dit toegepast en zes personen werden effectief van de weddestaat gehaald wegens het niet voldoen aan deze blanco voorwaarde. Vanuit het katholieke representatief orgaan luidde het dat de voor hen ontslagen personen geen strafblad wegens zedenzaken met minderjarigen hadden (die personen waren voor die wet sowieso reeds op eigen houtje weggestuurd). Kleinere overtredingen, zoals in het verkeer, gelden uiteraard niet als drempel om een wedde af te keuren.

  • Vraag nr. 793: Vraag naar de schijnbare onwil en het povere aantal antiwitwas-meldingen komende vanuit de hoek van de advocatuur. Antwoord: De minister legt uit dat advocaten hierin vastzitten en afgeschermd worden via hun beroepsgeheim. Als een advocaat wegens specifieke belangen of door bewuste weet heeft van malversaties toch iets wil en moet aankaarten, mag die dit nooit rechtstreeks bij de bevoegde overheid melden. Hiervoor dient hij zich tot zijn stafhouder te richten; die kijkt op de achtergrond na of dit gegrond is, en daardoor worden ongewenst veel dossiers reeds in dat filterstadium geblokkeerd of tuchtrechtelijk opgelost.

  • Vraag nr. 794: Vraag naar de resultaten van het nieuwe geautomatiseerde controlesysteem op derdenrekeningen. Antwoord: Aangezien de invoering en de digitale integratie pas gestart is in 2025 en dus nog maar net (elf maanden) operationeel is, is het te vroeg om hier reeds concrete tuchtsancties of afgesloten witwasmeldingen aan over te houden.

dinsdag 24 maart 2026

Onderzoekscommissie operatie Kelk

Bron

Dit is een overzichtelijke en vereenvoudigde samenvatting van de bevindingen en aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie naar "Operatie Kelk", het grote gerechtelijke onderzoek naar seksueel misbruik binnen de katholieke Kerk.

De kern van het probleem: Een juridische uitputtingsslag "Operatie Kelk" startte in 2010 en sleepte 14 jaar aan. In 2025 eindigde de zaak in een "buitenvervolgingstelling", wat betekent dat er geen rechtszaak ten gronde komt (vaak door verjaring of gebrek aan bewijs). De onderzoekscommissie stelt vast dat het onderzoek veranderde in een ongeziene chaos en een "juridische uitputtingsslag", waardoor de slachtoffers voor een tweede keer slachtoffer werden (secundaire victimisering). Dit kwam door een combinatie van politieke bemoeienis, interne ruzies bij Justitie, procedurele blunders en een gebrekkige organisatie.