maandag 9 februari 2026

Artikel 19 redt consument: lening opgeschort zolang er niet geleverd is.

Uitspraak vrederechter Neufchateau


De kern van de zaak: Wie heeft er gewonnen?

Meneer P1 (de consument) heeft gewonnen. De rechter heeft geoordeeld dat de bank (S.A. B.) hem al het geld moet terugbetalen dat hij jarenlang heeft betaald voor een lening voor zonnepanelen die nooit zijn geplaatst.

Hieronder wordt stap voor stap uitgelegd wat er is gebeurd en waarom de rechter dit besloot.


1. Het verhaal: Wat is er gebeurd?

  • De aankoop: In juni 2012 tekende Meneer P1 een contract met een bedrijf (S1) voor de aankoop en installatie van zonnepanelen. De prijs was aanzienlijk: ruim € 53.000.
  • De lening: Om dit te kunnen betalen, sloot Meneer P1 via een tussenpersoon een lening af bij de bank (S.A. B.). De lening bedroeg precies het bedrag van de aankoop.
  • De betaling: De bank maakte het geld over naar Meneer P1, die vervolgens de leverancier van de zonnepanelen betaalde.
  • Het probleem: Het bedrijf dat de zonnepanelen moest leveren (S1), ging failliet en heeft de panelen nooit geleverd of geïnstalleerd.
  • De schade: Ondanks dat hij geen panelen had, heeft Meneer P1 jarenlang (van 2012 tot 2019) zijn lening aan de bank netjes afbetaald. In totaal had hij al meer dan € 63.000 aan de bank betaald (inclusief rente).

2. Het conflict: Waarom stapten ze naar de rechter?

Meneer P1 vond het onrechtvaardig dat hij moest betalen voor iets dat hij nooit had gekregen. Hij eiste dat de bank hem al zijn geld teruggaf.

De bank (S.A. B.) was het daar niet mee eens. Zij stelden:

  1. Wij hebben het geld destijds gewoon uitgeleend, dus u moet terugbetalen.
  2. In het contract staat niet specifiek welk goed er gekocht werd, dus de lening staat los van de zonnepanelen.
  3. Wij wisten niet wanneer of hoe er geleverd zou worden.

3. De beslissing van de rechter

De Vrederechter in Neufchâteau stelde Meneer P1 in het gelijk op basis van Artikel 19 van de wet op het consumentenkrediet.

Dit artikel beschermt burgers. De regel is simpel: Als een lening specifiek bedoeld is voor een bepaald product (zoals zonnepanelen), en dat product wordt niet geleverd, dan hoeft u de lening (nog) niet terug te betalen.

De rechter oordeelde als volgt:

  • Duidelijk doel: Het was voor iedereen overduidelijk dat deze lening bedoeld was voor zonnepanelen. In de documenten van de bank stond letterlijk "doel van het krediet: aankoop zonnepanelen" en er werd gesproken over "groene certificaten".
  • Kennis van de bank: De bank wist precies waar het geld voor diende. De rechter noemde het ongeloofwaardig dat de bank dit ontkende.
  • Geen levering = Geen terugbetaling: Omdat de zonnepanelen nooit zijn geleverd, had de verplichting om de lening terug te betalen nooit mogen beginnen. De lening is "geschorst" zolang er niet geleverd wordt.
  • Risico voor de bank: De bank had voorzichtiger moeten zijn en een bewijs van levering moeten vragen voordat ze de lening lieten ingaan. Omdat ze dat niet deden, is het risico voor de bank.

4. Het resultaat: Wat moet er nu gebeuren?

De rechter heeft de volgende maatregelen opgelegd:

  1. Terugbetaling: De bank (S.A. B.) moet € 63.324,06 terugbetalen aan Meneer P1. Dit is het totaalbedrag dat hij door de jaren heen aan de bank heeft betaald.
  2. Rente: De bank moet daar bovenop ook nog rente betalen voor de tijd dat ze dit geld onterecht in bezit hadden.
  3. Kosten: De bank moet de juridische kosten van Meneer P1 betalen, vastgesteld op € 4.500.
  4. Tegeneis afgewezen: De bank wilde nog een restbedrag van ongeveer € 1.000 van Meneer P1 hebben, maar de rechter heeft dit afgewezen.

Samenvatting voor de burger

Omdat de lening specifiek diende voor zonnepanelen en deze nooit zijn geplaatst, oordeelde de rechter dat de consument niet hoefde te betalen voor de lening. De bank moet al het geld dat de consument al had betaald, terugstorten.

Commissie Justitie 4 februari 2026

Commissie Justitie 4 februari 2026

Op basis van de bronnen geeft de minister van Justitie een gedetailleerde uiteenzetting over de problematiek van de overbevolking in de gevangenissen. Dit wordt erkend als een grote uitdaging die al decennia aansleept en zwaar weegt op zowel de veiligheid van het personeel als de menswaardigheid van de detentie.

Hieronder volgt een gedetailleerd overzicht van wat er precies gezegd wordt:

Uitspraak NEDERLANDSTALIGE TUCHTRAAD VAN BEROEP VOOR ADVOCATEN

 

Inleiding

Deze zaak betreft een principieel geschil over de vraag of een advocaat tegelijkertijd actief mag zijn als gastvrouw in een restaurant. De kern van de zaak draait om de onverenigbaarheid tussen het beroep van advocaat en het drijven van handel, zoals vastgelegd in artikel 437 van het Gerechtelijk Wetboek.

zaterdag 7 februari 2026

Advies 78.759/3 van 5 februari 2026 van Raad van State over B.T.W.

Bron- advies Raad van State - document op 7 februari 2026 nog niet publiek beschikbaar, wel via Linkedin Prof. M. Maus


Dit advies is zeer kritisch over de juridische kwaliteit en de haalbaarheid van de voorgestelde fiscale hervormingen.

1. Wat is het doel van het ontwerp?

De regering wil, in het kader van een meerjarig begrotingsakkoord, de btw-tarieven "moderniseren" en harmoniseren. Dit houdt concreet een aantal tariefwijzigingen in die vanaf 1 maart 2026 zouden moeten ingaan:

  • Pesticiden: Verhoging van 12% naar 21%.
  • Logies & Camping: Verhoging van 6% naar 12% voor gemeubelde logies (hotels, Airbnb) en campings.
  • Afhaalmaaltijden: Verhoging van 6% naar 12% voor bepaalde bereide maaltijden en voedingsmiddelen (om dit gelijk te trekken met restaurantdiensten).
  • Niet-alcoholische dranken (horeca): Verlaging van 21% naar 12% in restaurants en cafés.
  • Cultuur & Vermaak: Verhoging van 6% naar 12% voor toegang tot veel inrichtingen, maar met behoud van 6% voor specifieke "hoge" kunsten.

donderdag 5 februari 2026

Arrest Hof van Beroep Gent - wraking

Bron

Op 5 februari 2026 heeft het hof van beroep in Gent een belangrijke beslissing genomen in de rechtszaak die bekendstaat als ‘Samba – Kriva Rochem’. Hieronder leg ik u uit wat er precies is gebeurd en wat dit betekent voor de zaak.

Wat is er gebeurd?

Op 5 januari 2026 vond er een zitting plaats bij de rechtbank in Brugge. Normaal gesproken krijgen alle partijen (de advocaten, de beklaagden en de procureur) de kans om hun verhaal te doen en bewijzen op tafel te leggen. In deze zaak gebeurde echter iets ongebruikelijks: de rechtbank sloot de debatten onmiddellijk na de opening van de zitting.

dinsdag 3 februari 2026

Wetsontwerp houdende diverse technische en dringende bepalingen

Bron

Dit wetsontwerp bevat een groot aantal wijzigingen die uiteenlopende aspecten van de Belgische rechtsgang en de werking van Justitie beïnvloeden. Gezien het belang volgt hier een grondige analyse per artikel en per thema op basis van de bronnen.

𝟭. 𝗡𝗼𝘁𝗮𝗿𝗶𝘀𝗮𝗺𝗯𝘁 𝗲𝗻 𝗱𝗶𝘀𝗰𝗶𝗽𝗹𝗶𝗻𝗮𝗶𝗿𝗲 𝗽𝗿𝗼𝗰𝗲𝗱𝘂𝗿𝗲𝘀

  • Art. 2: Wanneer een gerechtelijke lasthebber (zoals een bewindvoerder) officieel handelt, mag op akten het kantooradres worden vermeld in plaats van het privéadres (de woonplaats).
  • Art. 3-4: Verduidelijking van de terminologie in tuchtzaken voor notarissen. Een dossier wordt niet langer "geseponeerd", maar de vervolging wordt beëindigd.

Vonnis ondernemingsrechtbank Antwerpen 29 januari 2026

Bron

Dit vonnis van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen van 29 januari 2026 behandelt een complex geschil over schade die is ontstaan tijdens verbouwingswerken aan een herbestemde kazerne. De zaak verduidelijkt hoe de aansprakelijkheid verdeeld wordt tussen de bouwheer, de aannemers, de ingenieur en hun verzekeraars wanneer er iets misgaat bij funderingswerken.


1. De basis: Waarom is de bouwheer aansprakelijk voor de buren?

In deze zaak leed een mede-eigenaar (Eigenaar B) schade door de werken die een andere mede-eigenaar (Vastgoed A) liet uitvoeren. De rechtbank hanteert hier het principe van foutloze burenhinder.

  • Evenwicht tussen buren: Een eigenaar mag zijn eigendom gebruiken, maar mag het evenwicht met de buren niet verstoren door hinder op te leggen die de "gewone ongemakken" overtreft.
  • Geen fout nodig: Zelfs als de bouwheer (de opdrachtgever van de werken) zelf niets verkeerd heeft gedaan, is hij toch aansprakelijk als de werken abnormale hinder veroorzaken. Omdat de schade hier inherent was aan de funderingswerken die de bouwheer had toegestaan, moet deze de schade aan de buur vergoeden.

maandag 2 februari 2026

Dragen van een hoofddoek - arrest Arbeidshof Luik

Bron

Dank aan Unia die dit op haar website plaatste: https://www.unia.be/nl/wetgeving-en-rechtspraak/rechtspraak/arbeidshof-luik-afdeling-luik-27-januari-2026

1. De Feiten

Het geschil betreft mevrouw (hierna "de werkneemster"), die sinds 2016 werkzaam is als administratief medewerkster bij de Gemeente Ans.

  • Functie: Zij bekleedt een functie waarbij zij voornamelijk waakt over de naleving van wetgeving inzake overheidsopdrachten en juridische bijstand verleent aan gemeentelijke diensten. Haar contact met het publiek was beperkt (ongeveer vijf keer per jaar vóór de coronaperiode).
  • Het verzoek: Eind 2020 uitte de werkneemster de wens om op het werk een hoofddoek te dragen om religieuze redenen.
  • Reactie gemeente: Op 18 februari 2021 nam het gemeentecollege een individuele beslissing die haar verbood levensbeschouwelijke tekens te dragen in afwachting van een algemene regeling. Deze werd op 26 februari 2021 vervangen door een nieuwe, gelijkluidende beslissing.
  • Wijziging arbeidsreglement: Op 29 maart 2021 wijzigde de gemeenteraad artikel 9 van het arbeidsreglement. Dit artikel voerde een "exclusieve neutraliteit" in: het is werknemers verboden enig ostentatief teken te dragen dat politieke, filosofische of religieuze overtuigingen onthult, ongeacht of zij contact hebben met het publiek of niet.
  • Juridische stappen: De werkneemster vocht deze beslissingen aan bij de Raad van State en de burgerlijke rechtbank (in kort geding afgewezen). Vervolgens startte zij een stakingsvordering op basis van de Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007.

zondag 1 februari 2026

Wet van 26 april 2024 betreffende de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG)

Bron

Wet van 26 april 2024 betreffende de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG)


TITEL I — Algemene bepalingen en definities (Artikel 1-2)

V: Waarover gaat deze wet en wat wordt verstaan onder seksueel geweld? A: Deze wet regelt de organisatie en werking van de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG). Er worden specifieke definities gehanteerd om de zorg af te stemmen op de tijdsduur na de feiten:

  • Seksueel geweld: Strafbare feiten zoals verkrachting en aantasting van de seksuele integriteit.
  • Acuut seksueel geweld: Geweld dat 7 dagen of korter geleden plaatsvond.
  • Post-acuut seksueel geweld: Geweld dat langer dan 7 dagen maar minder dan 30 dagen geleden plaatsvond.
  • Niet-acuut seksueel geweld: Geweld dat langer dan 30 dagen geleden plaatsvond.

Ook begrippen als "steunfiguur" (iemand die het slachtoffer ondersteunt) en "forensisch onderzoek" (sporenonderzoek) worden hier gedefinieerd.

Vonnissen ondernemingsrechtbanken 2025 - stand 1 februari 2026

Bron (RSS feed - Juportal)

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250102.1

02 januari 2025

Link naar uitspraak

Aanneming, Kwalificatie overeenkomst, Promotor, Gebreken, Ontbinding, Schadevergoeding, Onderaanneming, Vrijwaring, Expertiserapport, Mindergenot

Deze zaak betreft een geschil tussen een curator van een ontwikkelaar, een aannemer, een onderaannemer en kopers over gebreken in dakwerken. De rechtbank herkwalificeerde de overeenkomst tussen ontwikkelaar en aannemer van hoofdaanneming naar verkoop-promotie omdat de eiser zelf geen werken uitvoerde. De rechtbank ontbond de overeenkomst ten laste van de aannemer wegens ernstige tekortkomingen vastgesteld door de deskundige, maar matigde de gevolgen door behoud van de reeds betaalde prijs. De aannemer werd veroordeeld tot schadevergoeding aan de kopers voor gevolgschade en mindergenot. De onderaannemer werd op zijn beurt veroordeeld tot vrijwaring van de aannemer.