maandag 9 maart 2026

Wetsvoorstel houdende harmonisatie van de diverse wetgevingen die onder Binnenlandse Zaken vallen, met de boeken I en II van het Strafwetboek van 29 februari 2024.

Dit wetsvoorstel heeft als doel diverse wetten binnen het domein van Binnenlandse Zaken in overeenstemming te brengen met het nieuwe Strafwetboek van 29 februari 2024, dat op 8 april 2026 in werking treedt. Hieronder volgt een uitgebreid en artikelsgewijs overzicht van de voorgestelde wijzigingen.

HOOFDSTUK 1: Algemene bepaling

  • Artikel 1: Dit is een louter technisch artikel dat bevestigt dat de wet een aangelegenheid regelt zoals bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

HOOFDSTUK 2: Veiligheid en preventie

Afdeling 1: Wijziging van de Nieuwe Gemeentewet

  • Artikel 2: Past artikel 119ter aan. Verwijzingen naar het beroepsgeheim en het casusoverleg worden geactualiseerd naar de overeenstemmende artikelen in het nieuwe Strafwetboek (o.a. art. 352 en 353, §2). Daarnaast wordt de lange lijst van misdrijven in de vijfde en zesde paragraaf (die bepalen wanneer informatie gedeeld mag worden) volledig hernummerd conform de nieuwe codificatie.

Afdeling 2: Wijziging van de Voetbalwet (21 december 1998)

  • Artikel 3: Wijzigt de straffen voor de illegale verkoop of aankoop van tickets (Art. 38). De gevangenisstraf wordt vervangen door een straf van niveau 2 en de maximale boete wordt vastgesteld op 4.000 euro.
  • Artikel 4: Haft artikel 39 op (poging tot misdrijf), omdat het nieuwe Strafwetboek de poging tot opzettelijke misdrijven voortaan systematisch strafbaar stelt.
  • Artikel 5: In artikel 40 wordt de term "bijzondere verbeurdverklaring" gewijzigd naar simpelweg "verbeurdverklaring" om de terminologie te harmoniseren.
  • Artikel 6: De strafmaat in artikel 41bis wordt aangepast naar een straf van niveau 2 (maximaal 8.000 euro boete).
  • Artikel 7: Haft artikel 42 op. Dit artikel herinnerde eraan dat de algemene regels van het Strafwetboek van toepassing zijn; aangezien artikel 77 van het nieuwe Strafwetboek dit nu van rechtswege bepaalt, is dit artikel overbodig.
  • Artikelen 8 & 9: Actualiseren de verwijzingen naar het beroepsgeheim in de artikelen 43 en 43bis naar artikel 352 van het nieuwe Strafwetboek.

Afdeling 3: Wijziging van de Camerawet (21 maart 2007)

  • Artikel 10: Past de geldboetes in artikel 13 aan. Omdat de "opdeciemen" (de coëfficiënt waarmee boetes worden verhoogd) worden afgeschaft en geïntegreerd in het nieuwe Strafwetboek, worden de basisbedragen in de wet vermenigvuldigd met 8 om op hetzelfde niveau te blijven.

Afdeling 4: Wijziging van de Wet Gemeenschapswachten (15 mei 2007)

  • Artikel 11: Wijzigt de integriteitsvoorwaarden. Kandidaten mogen niet veroordeeld zijn tot een straf van niveau 1 tot 8 (ter vervanging van de termen 'criminele' of 'correctionele' straf). De bestaande uitzonderingen voor verkeersovertredingen en onopzettelijke slagen en verwondingen bij een ongeval blijven behouden, maar de verwijzing wordt geactualiseerd naar artikel 218 van het nieuwe Strafwetboek.

Afdeling 5: Wijziging van de GAS-wet (24 juni 2013)

  • Artikel 12: Actualiseert de lijst van gemengde inbreuken (misdrijven waarvoor een gemeentelijke administratieve sanctie kan worden opgelegd):
    • Zware gemengde inbreuken: Omvatten nu o.a. slagen en verwondingen (art. 194 en 198), beledigingen (art. 244), zware gevallen van vandalisme (art. 516-517) en zegelverbreking (art. 666).
    • Lichte gemengde inbreuken: Omvatten o.a. diefstal (art. 463 e.v.), algemeen vandalisme (art. 515) en het verbergen van het gezicht (art. 423).
    • Gedepenaliseerde feiten: Zaken als nachtlawaai of het vernielen van omheiningen zijn in het nieuwe Strafwetboek gedepenaliseerd, maar gemeenten kunnen deze nu als zuiver administratieve inbreuk blijven bestraffen.
  • Artikel 13: Verwijdert het woord "autonome" bij de probatiestraf, conform de nieuwe terminologie.

Afdeling 6: Wijziging van de Wet Private Veiligheid (2 oktober 2017)

  • Artikelen 14 & 15: In de Franstalige versie wordt de term "délits" vervangen door "infractions", aangezien het nieuwe Strafwetboek geen onderscheid meer maakt tussen overtreding, wanbedrijf en misdaad.
  • Artikelen 16 & 17: De integriteitsvoorwaarden voor ondernemingen (rechtspersonen) en personeel (natuurlijke personen) worden aangepast naar de nieuwe strafschaal (niveau 1 tot 8).
  • Artikel 18: Actualiseert verwijzingen naar specifieke artikelen over o.a. informaticacriminaliteit.
  • Artikel 19: Past de overgangsmaatregel voor personeel dat al in dienst was op 10 november 2017 aan.
  • Artikel 20: Voegt artikel 275/1 in. Dit is cruciaal voor de overgang: het stelt oude correctionele en criminele straffen gelijk aan de nieuwe niveaus 1 tot 8, zodat oude veroordelingen hun uitsluitende effect behouden.

Afdeling 7: Wijziging van de Wet Private Opsporing (18 mei 2024)

  • Artikelen 21 & 22: Past de integriteitsvoorwaarden voor ondernemingen en natuurlijke personen aan naar de straffen van niveau 1 tot 8.
  • Artikel 23: Actualiseert de verwijzing naar de straf voor de schending van het beroepsgeheim naar artikel 352.
  • Artikel 24: Past de overgangsmaatregel voor privédetectives aan.
  • Artikel 25: Voegt artikel 179/1 in voor de gelijkstelling van oude straffen met de nieuwe strafniveaus.

HOOFDSTUK 3: Nationaal Crisiscentrum

Afdeling 1: Verwerking van passagiersgegevens (25 december 2016)

  • Artikel 26: Vervangt artikel 48. Het verbod op het onthullen van geheimen door personen die meewerken aan de wet wordt nu bestraft met een straf van niveau 2.
  • Artikel 27: Inbreuken op de wet zelf worden voortaan bestraft met een straf van niveau 1.

Afdeling 2: Wazigmaking nucleaire installaties (23 maart 2020)

  • Artikelen 28 & 29: De straffen voor het onrechtmatig maken of verspreiden van (lucht)foto's van nucleaire of kritieke inrichtingen worden aangepast naar een straf van niveau 2.

Afdeling 3: Epidemische noodsituatie (14 augustus 2021)

  • Artikel 30: Overtredingen van de maatregelen tijdens een epidemische noodsituatie worden voortaan bestraft met een straf van niveau 1.

HOOFDSTUK 4: Slot- en overgangsbepalingen

  • Artikel 31: Voorziet in een overgangsregeling voor lopende GAS-procedures. Feiten die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van deze wet, worden afgehandeld volgens de regels die op dat moment van toepassing waren. Dit voorkomt verwarring bij gedepenaliseerde feiten zoals nachtlawaai.
  • Artikel 32: Bepaalt dat deze wet in werking treedt op dezelfde dag als het nieuwe Strafwetboek (8 april 2026).