Posts tonen met het label vlaamse regering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vlaamse regering. Alle posts tonen

maandag 10 november 2025

ACTIEPLAN GOED GEDRAGEN VAN ONGEWENST GEDRAG NAAR LEERONDERSTEUNEND GEDRAG

 Bron

Het "Actieplan goed gedragen" (7 november 2025) is een uitgebreid beleidsinstrument dat beoogt de stijgende trend van ongewenst gedrag en schooluitval in het Vlaamse onderwijs om te buigen.

Dit actieplan is noodzakelijk vanwege de significante toename in preventieve schorsingen, tijdelijke en definitieve uitsluitingen tussen de schooljaren 2020-2021 en 2023-2024, in zowel het basis- als het secundair onderwijs. Scholen ervaren ook een toename in de complexiteit van zorgnoden en gedragsproblematieken. Het plan focust op het creëren van een schoolomgeving waarin gewenst gedrag wordt ondersteund en ongewenst gedrag duidelijk wordt begrensd.

woensdag 22 oktober 2025

Conceptnota ‘Transparant, toegankelijk, proactief en geïntegreerd: de jeugdhulp van morgen’ - Vlaamse regering

Bron


De conceptnota beschrijft de uitvoering van het regeerakkoord betreffende de fundamentele hervorming van de jeugdhulp in Vlaanderen en Brussel. Het doel is de jeugdhulp om te vormen tot een sector die meer transparant, proactief, toegankelijk en geïntegreerd is. Het plan vertrekt vanuit de noden van kinderen, jongeren en hun omgeving en richt zich op preventie, gezinsgerichte hulp, crisisinterventie, complexe trajecten en organisatorische vernieuwing. De acties zijn tot stand gekomen op basis van inbreng van diverse stakeholders in de zogenaamde Opvolggroep, die gedurende het traject zal worden voortgezet.

Essentiële Componenten en Principes

Het plan is gestoeld op twee essentiële componenten:

  1. De rationalisering en vereenvoudiging van de toeleiding, gericht op een vlotte en rechtvaardige toegang tot hulpverlening.
  2. De ondersteuning van jeugdhulpactoren om te gaan met complexe cases en het aanpassen van erkennings- en financieringsinstrumenten om de performantie van voorzieningen te verbeteren.

Het plan wordt ondersteund door drie principes:

  1. Een betere detectie en informatiedeling: Er wordt ingezet op duidelijke richtlijnen en handvaten voor hulpverleners, waarbij het belang van het kind de doorslaggevende factor is. Dit vraagt om een verschuiving van 'vertrouwelijkheid' naar 'betrouwbaarheid' om 'te doen wat nodig is'. De professionele ondersteuning begint reeds bij de zwangerschap. Er wordt een meldcode voor intra-familiaal geweld ontwikkeld.
  2. Eigenaarschap en coördinatie: Het Agentschap Opgroeien zal het voortouw nemen in de vereenvoudiging van het complexe jeugdhulplandschap (dat nu meer dan 17.000 modules omvat). Er wordt een instrument ontwikkeld om de beschikbare plaatsen binnen de jeugdhulp inzichtelijk te maken. Er komt een centraal wachtbeheer (beheerd door de overheid) voor zowel het rechtstreeks als het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod. De functie van trajectbegeleiding wordt verankerd.
  3. Capaciteit en ondersteuning: Het landschap wordt vereenvoudigd door krachten te bundelen over organisaties heen. De procedures rond MANO (Maatschappelijke noodzaak) worden geëvalueerd en de definities van verontrusting, acuut, vrijwilligheid en gedwongen hulpverlening worden verscherpt.

De Acht Werven

Het plan is gestructureerd rond acht inhoudelijke werven, waarbij continuïteit en maatwerk de leidraad zijn voor complexe situaties. De uitvoering is afhankelijk van de beschikbare middelen en het budgettaire traject.

Werf 1: Preventief Jeugdhulpbeleid

  • Huizen van het Kind: Bijsturing en uitbreiding, zodat elk gezin een basisaanbod kan gebruiken en toegang heeft tot aanvullende zorg. Er is specifieke aandacht voor taalontwikkeling bij kinderen van ouders met een andere thuistaal dan Nederlands.
  • OverKop-huizen: Regelgevende verankering en uitbreiding met het streven naar minstens één OverKop-huis per eerstelijnszone. Het hulpverleningsaanbod voor jongeren, waaronder de jongerenadviescentra (JAC’s), wordt zo veel mogelijk geïntegreerd.
  • Vroegdiagnostisch aanbod: Er wordt gewerkt aan tijdige en snelle diagnosestelling, met uitbreiding van capaciteit op basis van de evaluatie van lopende proefprojecten.
  • Preventie: Intensieve ondersteuning en begeleiding van gezinnen (Huizen van het Kind). Het aanpakken van problemen wordt al tijdens een verontrustende zwangerschap mogelijk gemaakt.

Werf 2: Gezinsgerichte Jeugdhulp

  • Netwerken Laagdrempelige Hulp: Organiseren en versterken van netwerken (ter integratie van 1G1P), met duidelijke, complementaire en gestroomlijnde opdrachten.
  • Versterking Gezinsverblijf: Het aanbod wordt in kaart gebracht en een inhoudelijk, juridisch en financieel kader wordt uitgewerkt, zonder vermindering van residentiële capaciteit.
  • Versterking Pleegzorg: Pleegzorg is de eerste te overwegen optie bij uithuisplaatsing. Er wordt gewerkt aan meer pleeggezinnen en de verdere uitrol van gezinshuizen. De ondersteuning (contextbegeleiding) voor pleegouders en pleegkinderen wordt versterkt. Er wordt een CrisisApp geïmplementeerd voor snelle matching van kinderen in crisissituaties aan een pleeggezin.
  • Versterking Gezinshuizen: Er wordt een oproep gelanceerd voor de uitbreiding van gezinshuizen en drempels in de opstart worden geanalyseerd.
  • Ondersteuning Jongvolwassenen: Hoogwaardige, integrale en geïntegreerde ondersteuning voor jongvolwassenen (16-25) met focus op duurzame huisvesting, stabiel inkomen en zinvolle dagbesteding. Dak- en thuisloosheid wordt vroegtijdig opgespoord en aangepakt.
  • Brussel: Het jeugdhulpaanbod in Brussel wordt geoptimaliseerd in spreiding, kwaliteit en organisatorische randvoorwaarden.

Werf 3: Verontrusting en Kindermishandeling

  • Toepassingsgebied Jeugdhulp: Uitbreiding naar het ongeboren kind en de aanstaande ouders, zodat al voor de geboorte hulpverlening kan worden opgestart, zo nodig via gerechtelijke weg afgedwongen (ondertoezichtstelling).
  • Gemandateerde Voorziening: Evolueren naar één gemandateerde voorziening (OCJ) die het aanspreekpunt vormt bij verontrusting en die de vlotte doorstroom bewaakt, terwijl de expertise van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK’s) behouden blijft. Het OCJ moet bij inschattingen rekening houden met de verbetering van de verontrustende situatie en het welzijn van elk kind in het gezin.
  • Meldcode Kindermishandeling: Ontwikkeling en implementatie van een hulp- en meldcode voor alle professionelen (en vrijwilligers) die in contact staan met kinderen en jongeren. Dit omvat een dynamisch handelingskader bij vermoeden van kindermishandeling.
  • Complexe Scheidingen: Ontwikkeling en implementatie van een gecoördineerde aanpak, gericht op informatiedeling en casusoverleg tussen welzijns- en justitiële actoren.
  • Casusoverleg: Versterking van de mogelijkheden tot casusoverleg tussen hulpverleners, onderwijs, politie- en justitiediensten, inclusief het consequent toepassen van het gedeelde beroepsgeheim.

Werf 4: Crisisjeugdhulp

  • Versterking: Zorgen voor een stabiel financieel kader en het behoud van exclusieve crisiscapaciteit die alleen voor onverwachte acute situaties kan worden gebruikt.
  • Er worden afspraken gemaakt over de verbinding tussen de crisishulpverlening en sectoren zoals verslavingszorg, GGZ en VAPH.

Werf 5: Complexe Jeugdhulptrajecten

  • Hulpprogramma's: Verdere uitbouw van de hulpprogramma's geblokkeerde ontwikkelingstrajecten (inclusief Veilig Verblijf en GES+).
  • Time-outwerking: De time-outplaatsen voor jongeren in verontrustende situaties in de gemeenschapsinstellingen (GI) worden geschrapt en geleidelijk vervangen door een gericht overgangstraject binnen de jeugdhulp.
  • GGZ: Evaluatie van de samenwerking, capaciteit en outreach van de GGZ, inclusief overleg met federale collega’s over capaciteitsversterking in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
  • High Care High Risk (HCHR): Uitbouw van een HCHR-werking (intensieve behandeling met hoog niveau van veiligheid) in samenwerking met Justitie. Dit wordt opgestart als noodoplossing binnen de infrastructuur van de GI’s (tegen Q3 2026), en structureel uitgebouwd buiten de GI-infrastructuur (tegen eind 2028).
  • Veilige (Gesloten) Opvang VOS-jongeren: Versterking van afzonderlijke kleinschalige opvangcapaciteit voor jongeren in verontrustende situaties (VOS) met ernstige psychische/gedragsproblemen, die niet thuishoren in GI’s.

Werf 6: Jeugddelinquentie

  • Overheveling Bevoegdheid: De gemeenschapsinstellingen (GI) en het Vlaams detentiecentrum (VDC) worden per 1 januari 2026 integraal overgeheveld naar de Vlaamse Justitie (Agentschap AJH).
  • Er wordt een samenwerkingsprotocol uitgewerkt tussen AJH en Opgroeien.

Werf 7: Organisatorische Hervormingen

  • Erkennings- en Financieringskader: Herziening en optimalisering; verregaande demodulering, herformulering van inhoudelijke opdrachten en vermindering van administratieve lasten.
  • Informatie- en Gegevensdeling: Stroomlijning door aanpassing van de regelgeving en ontwikkeling van een gecentraliseerd systeem voor gegevensdeling.
  • Procesvereenvoudiging: Vereenvoudiging van de processen van de integrale jeugdhulp, inclusief een vernieuwd organisatiemodel voor de ondersteuningscentra jeugdzorg (OCJ) en de sociale diensten jeugdrechtbank (SDJ).
  • Capaciteitsbeleid: Ontwikkeling van een capaciteitsbeheersysteem met een centraal aangestuurd wachtsysteem voor een eerlijker en transparanter toeleidingsproces.

Werf 8: Onderwijs

  • Kwaliteitsvol Onderwijsaanbod: Garanderen van een kwaliteitsvol onderwijsaanbod voor kinderen en jongeren in de residentiële jeugdhulp, met maximale vermijding van breuken in schoolse trajecten.
  • CLB’s: Optimalisering van de draaischijffunctie van de CLB’s in de schoolse context.
  • TOAH/NAFT: Evaluatie en bijsturing van het TOAH-aanbod (Tijdelijk Onderwijs Aan Huis) en de NAFT-trajecten.

Regelgevingsagenda

De noodzakelijke wijzigingen in de regelgeving worden gebundeld. Er staan aanpassingen gepland voor de decreten over integrale jeugdhulp (1/1/2027), preventieve gezinsondersteuning (1/1/2027), pleegzorg (1/1/2028) en de organisatie van een geïntegreerd jeugd- en gezinsbeleid (1/1/2028).

Budgettaire Impact

De uitvoering van de acties in de conceptnota wordt gedragen binnen de beschikbare kredieten.

donderdag 9 oktober 2025

Eindrapport Gemengde Commissie Vergunningen: "Samen in actie voor rechtszekerheid en robuustheid"

 Bron

Andere documenten niet samengevat:

Dit document is het Eindrapport van de Gemengde Commissie Vergunningen, getiteld Samen in actie voor rechtszekerheid en robuustheid, opgesteld voor de Vlaamse Regering en gedateerd op 30 september 2025.

Het rapport is het resultaat van de opdracht die de Vlaamse Regering eind 2024 aan de commissie gaf om een advies op te stellen met het oog op meer rechtszekere en robuuste omgevingsvergunningen in Vlaanderen. De commissie stond onder voorzitterschap van Mark Andries, administrateur-generaal van Vlaio.

maandag 22 september 2025

Septemberverklaring Vlaamse regering 2025

Bron

Essentie van de  toespraak van minister-president Matthias Diependaele.

Vlaanderen wordt gepresenteerd als een succesvolle regio die voor grote uitdagingen staat, zoals geopolitieke spanningen, economische onzekerheid en druk op de vrijhandel. De kern van de boodschap is dat de Vlaamse Regering moedige en soms moeilijke keuzes maakt om de welvaart en een hechte gemeenschap voor de toekomst te verzekeren, gebaseerd op een "beproefd recept" van hard werken, ondernemen en langetermijnvisie.

De toespraak is opgebouwd rond de volgende centrale thema's:

1. Begroting en Financiën: Bijsturen en Besparen

Vanwege lagere inkomsten dan voorspeld, is "bijsturen" noodzakelijk. De regering voert de grootste tussentijdse besparingsoefening ooit door van 1,5 miljard euro.

  • Er wordt 300 miljoen euro geschrapt in subsidies waarvan de meerwaarde als onvoldoende wordt beschouwd.
  • De steun voor hernieuwbare energie wordt stopgezet op momenten met negatieve elektriciteitsprijzen.
  • Het Buitenlands Beleid focust meer op economie, en de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking worden herleid tot noodhulp en multilaterale samenwerking.
  • Het doel is een begroting in evenwicht tegen 2027. Een gezonde overheidsfinanciën wordt gezien als cruciaal om burgers en bedrijven te kunnen ondersteunen in crisistijden, zoals tijdens de corona- en energiecrisis.

2. Investeringen in Innovatie en Economie

Ondanks de besparingen wordt er sterk geïnvesteerd in de toekomst, met innovatie als hét instrument om de beste te zijn.

  • Er wordt 500 miljoen euro geïnvesteerd in de Einsteintelescoop, een project dat duizenden jobs moet creëren en hoogtechnologische bedrijven moet aantrekken.
  • Het Flanders Future Techfund wordt versterkt om Vlaamse ideeën om te zetten in groeibedrijven.
  • De regering zet vol in op de ondersteuning van de Vlaamse industrie met een actieplan, steun voor decarbonisatie (Klimaatsprong) en een sneller vergunningenbeleid.

3. Een "Warm Vlaanderen": Zorg en Welzijn

Een welvarende economie is de voorwaarde voor een warme samenleving.

  • Om de zorg voor 300.000 zorgbehoevenden te garanderen, wordt de zorgpremie opgetrokken.
  • Er wordt 100 miljoen euro geïnvesteerd in nieuwe, betaalbare kinderopvang.
  • De regering blijft middelen inzetten om de wachtlijsten voor mensen met een handicap af te bouwen.
  • Er is speciale aandacht voor het mentale welzijn van jongeren, waar één op de vijf mee worstelt.

4. Onderwijs als Kernopdracht

Onderwijs wordt beschouwd als dé "kansenmachine" van Vlaanderen, waarbij de enige grondstof "onze grijze hersencellen" zijn. Het beleid steunt op twee pijlers:

  • Kennis van het Nederlands: Er wordt 80 miljoen euro geïnvesteerd in taalondersteuning vanaf de kleuterklas.
  • Sterke leerkrachten: Het beroep wordt aantrekkelijker gemaakt door betere begeleiding voor starters en gunstigere loonvoorwaarden voor zijinstromers.

5. Een Hechte Samenleving en Lokaal Bestuur

De toespraak benadrukt het belang van een hechte, weerbare samenleving met het Nederlands als verbindende taal en gedeelde waarden als kompas.

  • Lokale besturen worden versterkt: Zes gemeenten in de Vlaamse Rand die kampen met grootstedelijke problemen krijgen 5 miljoen euro extra steun. Ook landelijke gemeenten krijgen extra middelen voor open ruimte.
  • Er wordt een oproep gedaan tot respect en fatsoen in het maatschappelijk debat. De minister-president stelt duidelijk dat er in Vlaanderen géén plaats is voor discriminatie.
  • Wat betreft het conflict tussen Israël en Hamas, staat de Vlaamse Regering aan de kant van onschuldige slachtoffers en blijft de tweestatenoplossing de enige duurzame weg naar vrede.

Samengevat is de toespraak een verdediging van het huidige regeringsbeleid, dat moeilijke budgettaire keuzes combineert met strategische investeringen in innovatie, industrie, zorg en onderwijs, met als einddoel een welvarend en warm Vlaanderen voor te bereiden op de toekomst. 

dinsdag 16 september 2025

Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) 2021-2030 in een notendop, uitgelegd met AI

Bron


Wat is het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP)?

Het VEKP is het grote plan van de Vlaamse Regering om de uitstoot van broeikasgassen sterk te verminderen en de overstap te maken naar duurzame energie. Het plan loopt van 2021 tot 2030 en bevat de doelen en maatregelen die Vlaanderen neemt om bij te dragen aan de Belgische en Europese klimaatdoelstellingen. Het is een plan waar alle ministers samen verantwoordelijk voor zijn.


DEEL I: Inleiding, Proces en Doelstellingen

Dit deel legt uit waarom dit plan nodig is, wie erbij betrokken is en wat de grote lijnen zijn.

1. Waarom dit plan? De context

Het plan is er niet zomaar. Het is een antwoord op verschillende uitdagingen en afspraken:

  • Ecologische context: De wetenschap (o.a. de IPCC-rapporten) toont duidelijk aan dat de mens, vooral door het verbranden van fossiele brandstoffen, de aarde opwarmt. Dit plan is nodig om die opwarming tegen te gaan.
  • Politieke en maatschappelijke context: Vlaanderen en België hebben internationale klimaatakkoorden ondertekend, zoals het Akkoord van Parijs. Dit verplicht ons om de opwarming van de aarde te beperken. Ook de Europese Unie legt strenge doelen op via de Europese Klimaatwet en het 'Fit for 55'-pakket, een verzameling wetten om de EU-uitstoot tegen 2030 met 55% te verminderen.
  • Geopolitieke context: De oorlog in Oekraïne heeft ons afhankelijk gemaakt van Russisch gas. Door sneller over te schakelen op hernieuwbare energie, worden we onafhankelijker en energiezekerder.
  • Positieve effecten: Een sterk klimaatbeleid is niet alleen goed voor het klimaat. Het zorgt ook voor schonere lucht, een betere volksgezondheid, minder geluidsoverlast en stimuleert innovatie en nieuwe jobs.

2. Wie is verantwoordelijk en wie werd betrokken?

  • Bestuur en verantwoordelijkheid: Dit is een plan van de hele Vlaamse Regering. Elke minister is verantwoordelijk voor de doelen in zijn of haar domein (bv. mobiliteit, landbouw). Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) coördineert alles. Elk jaar wordt er gekeken of we op schema zitten. Als dat niet zo is, moeten er extra maatregelen komen.
  • Betrokkenheid: Bij de opmaak van dit plan is gepraat met het Vlaams Parlement, steden en gemeenten, experten, bedrijven en organisaties uit het middenveld (bv. natuur- en landbouworganisaties). Ook de bevolking werd geraadpleegd.

3. Wat zijn de belangrijkste doelstellingen?

Het VEKP focust op vijf grote thema's (de "vijf dimensies van de energie-unie"):

  1. Decarbonisatie: Minder CO₂ en andere broeikasgassen uitstoten.
  2. Energie-efficiëntie: Zuiniger omspringen met energie.
  3. Energiezekerheid: Zeker zijn van onze energievoorziening.
  4. Interne energiemarkt: Zorgen voor een goed werkende en betaalbare energiemarkt.
  5. Onderzoek en innovatie: Nieuwe, schone technologieën ontwikkelen en gebruiken.

De hoofddoelstellingen voor 2030 zijn:

  • 40% minder uitstoot van broeikasgassen in de sectoren die niet onder de Europese emissiehandel vallen (dit zijn vooral transport, gebouwen, landbouw en afval), vergeleken met 2005.
  • Een bijdrage leveren aan de Belgische doelstelling voor landgebruik en bosbouw (LULUCF), wat betekent dat onze bossen en bodems CO₂ moeten blijven opnemen.
  • Een totale productie van 34.259 GWh aan hernieuwbare energie.
  • Een totale energiebesparing van 89.546 GWh.

DEEL II: Decarbonisatie (Minder broeikasgassen uitstoten)

Dit is het grootste en belangrijkste deel van het plan. Het beschrijft per sector hoe de uitstoot naar beneden moet. De sectoren waar het om gaat (de zogenaamde "ESR-sectoren") zijn samen goed voor de helft van de Vlaamse uitstoot.

1. Transport en Mobiliteit

De transportsector is de grootste bron van uitstoot (41% van de ESR-emissies). De strategie is tweeledig: minder kilometers rijden en overschakelen op schone voertuigen.

  • Minder en anders verplaatsen:
    • Investeren in kwalitatief openbaar vervoer (De Lijn) en slimme overstappunten (Hoppinpunten).
    • De fiets aantrekkelijker maken met veilige fietspaden, met als doel 30% van alle verplaatsingen per fiets in 2040.
    • Goederenvervoer meer via het spoor en de binnenvaart laten verlopen in plaats van via de weg.
  • Schone voertuigen:
    • Sterk inzetten op elektrische wagens. Tegen 2030 moet 70% van de nieuw verkochte personenwagens emissievrij zijn.
    • Massale uitrol van (semi-)publieke laadpalen (minstens 100.000 laadpuntequivalenten in 2030).
    • De bussen van De Lijn worden tegen 2035 volledig emissievrij.

2. Gebouwen

Onze huizen en gebouwen zijn de tweede grootste bron van uitstoot (25%), vooral door verwarming op aardgas en stookolie.

  • Strengere regels (normering):
    • Een renovatieverplichting: wie een energieverslindende woning koopt, moet die binnen de 6 jaar renoveren tot minstens EPC-label D.
    • Een verbod op nieuwe stookolieketels en het uitfaseren van aardgasaansluitingen bij nieuwbouw.
  • Financiële ondersteuning en begeleiding:
    • Mijn VerbouwPremie: een premie voor wie renoveert, waarbij de laagste inkomens de hoogste steun krijgen.
    • Mijn VerbouwLening: een voordelige lening om renovaties te financieren, die voor de laagste inkomens renteloos wordt.
    • Energiehuizen: lokale adviespunten waar burgers terechtkunnen voor gratis advies en begeleiding bij hun renovatieplannen.

3. Landbouw

De uitstoot in de landbouw (19%) komt van energiegebruik (bv. serres) en van biologische processen zoals veeteelt (methaan) en bemesting (lachgas).

  • Dierlijke productie:
    • Convenant Enterische Emissies: afspraken met de rundveesector om de methaanuitstoot van koeien te verminderen via beter veevoeder en management.
    • De varkensstapel wordt met 30% verminderd als onderdeel van het stikstofbeleid, wat ook de uitstoot van broeikasgassen verlaagt.
  • Plantaardige productie en serres:
    • De glastuinbouw wordt gestimuleerd om energie te besparen en over te schakelen op duurzame warmtebronnen. Er komt een specifiek akkoord (convenant) met de sector.
    • Slimmer bemesten en meer compost gebruiken om de uitstoot uit de bodem te verlagen.

4. Industrie (niet-ETS) en Afval

  • Industrie: Voor de kleinere industriële bedrijven die niet onder de Europese emissiehandel vallen, wordt ingezet op energie-efficiëntie via energie-audits en -plannen. Er is ook financiële steun voor investeringen in groene technologie.
  • Afval: De focus ligt op preventie (minder afval produceren) en meer recyclage. Het doel is de hoeveelheid restafval tegen 2030 met 30% te verminderen. Er wordt ook onderzocht om CO₂ af te vangen bij verbrandingsinstallaties.

5. Landgebruik, Bossen en Natuur (LULUCF)

Dit gaat over de CO₂ die wordt opgeslagen in bossen, graslanden, akkers en bodems.

  • Het doel is de ‘no-debit rule’: ervoor zorgen dat deze natuurlijke systemen netto CO₂ blijven opnemen en niet een bron van uitstoot worden.
  • Concrete acties zijn onder meer 10.000 hectare extra bos planten tegen 2030 en de bescherming en het herstel van veengebieden en natte natuur.

DEEL III: Hernieuwbare Energie

Om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, moet het aandeel hernieuwbare energie fors omhoog. De EU streeft naar minstens 42,5% in 2030. Vlaanderen draagt hieraan bij met ambitieuze doelen:

  • Zonne-energie: Het doel is om het geïnstalleerd vermogen van zonnepanelen te verhogen tot 10 GWe in 2030. Dit wordt gestimuleerd via o.a. een verplichting voor grote verbruikers.
  • Windenergie op land: De ambitie is om te groeien naar 2,8 GW geïnstalleerd vermogen in 2030. Hiervoor wordt het vergunningskader geoptimaliseerd.
  • Groene warmte: De overstap naar duurzame verwarming wordt versneld via warmtepompen, zonneboilers en warmtenetten.

DEEL IV: Energie-efficiëntie

Dit deel focust op het verminderen van ons totale energieverbruik. Zuinig zijn met energie is de goedkoopste en snelste manier om uitstoot te verlagen.

  • Doelstellingen: Vlaanderen moet bijdragen aan de bindende Europese doelstelling om het finale energieverbruik met 11,7% te verminderen.
  • Gebouwen: De langetermijnrenovatiestrategie moet ervoor zorgen dat alle gebouwen tegen 2050 koolstofvrij zijn.
  • Publieke sector: De overheid moet het goede voorbeeld geven door haar eigen gebouwen versneld energiezuinig te maken (een jaarlijkse energiebesparing van 1,9%).

DEEL V & VI: Een Slimme, Betaalbare en Sociale Transitie

  • Energiezekerheid en marktintegratie: Door de toename van zonne- en windenergie wordt het elektriciteitsnet slimmer gemaakt. Flexibiliteit (energie verbruiken wanneer er veel aanbod is) wordt cruciaal. De uitrol van digitale meters is hierbij een belangrijk hulpmiddel.
  • Sociaal klimaatbeleid en energiearmoede: De transitie moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn. Ongeveer 16,4% van de Vlaamse gezinnen kampt met energiearmoede. Daarom worden maatregelen zoals de Mijn VerbouwPremie en -Lening doelgericht ingezet voor de laagste inkomens. Via het Europees Sociaal Klimaatfonds komt er extra steun voor kwetsbare groepen om de impact van de nieuwe CO₂-prijs op verwarming en transport (ETS2) op te vangen.

DEEL VII & VIII: Innovatie en Financiering

  • Onderzoek en innovatie: Vlaanderen wil een koploper zijn in de ontwikkeling van nieuwe, schone technologieën. Programma's zoals het Moonshotprogramma (voor doorbraken in de industrie) en het transitieprogramma Klimaatsprong stimuleren onderzoek en innovatie. Er wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van waterstof en CO₂-afvang en -opslag (CCUS).
  • Financiering: De transitie vergt enorme investeringen, zowel van de overheid als van burgers en bedrijven. Het Vlaams Klimaatfonds, gefinancierd met de opbrengsten van de verkoop van emissierechten, wordt ingezet om strategische klimaatprojecten te financieren. Het plan geeft ook een overzicht van energiesubsidies en beschrijft hoe subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk worden afgebouwd.

De essentie in het kort

  • Het Vlaams Energie- en Klimaatplan wil de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40% verminderen in sectoren als transport, gebouwen en landbouw.
  • De belangrijkste acties zijn een massale renovatiegolf van onze woningen, een snelle overstap naar elektrisch vervoer en een sterke groei van zonne- en windenergie.
  • De overheid ondersteunt dit met een mix van verplichtingen (normen), financiële steun (premies en leningen) en investeringen in innovatie.
  • De transitie moet sociaal rechtvaardig zijn: er is speciale aandacht en steun voor kwetsbare gezinnen om energiearmoede tegen te gaan.