Het "Actieplan goed gedragen" (7 november 2025) is
een uitgebreid beleidsinstrument dat beoogt de stijgende trend van ongewenst
gedrag en schooluitval in het Vlaamse onderwijs om te buigen.
Dit actieplan is noodzakelijk vanwege de significante
toename in preventieve schorsingen, tijdelijke en definitieve uitsluitingen
tussen de schooljaren 2020-2021 en 2023-2024, in zowel het basis- als het
secundair onderwijs. Scholen ervaren ook een toename in de complexiteit van
zorgnoden en gedragsproblematieken. Het plan focust op het creëren van een
schoolomgeving waarin gewenst gedrag wordt ondersteund en ongewenst gedrag
duidelijk wordt begrensd.
Hoofddoelstellingen
Het actieplan richt zich op drie strategische doelen, die
zowel preventie als remediëring omvatten:
- Ruimte
creëren voor het leerproces: Dit wordt bereikt door leerlingen vanaf
de kleuterklas gedragsvaardigheden aan te leren en door een sterk klasmanagement
met duidelijke routines en regelmaat.
- Leerprestaties
en gekwalificeerde uitstroom verhogen: Dit gebeurt door in te zetten
op sterke instructie en de begeleiding van risicoleerlingen binnen
de school. Goede leerprestaties zijn een beschermende factor tegen
vroegtijdig schoolverlaten.
- Veilige
leeromgevingen installeren: Dit vraagt om het verduidelijken van de
grenzen van gewenst gedrag en de consequente toepassing van sancties
wanneer deze grenzen overschreden worden.
Gedrag benaderen vanuit een Integraal Schoolbeleid
Het actieplan benadrukt dat het werken aan een veilige en
verbindende schoolomgeving een wezenlijk onderdeel is van een integraal
schoolbeleid.
- Dit
betekent dat de gedragsverwachtingen, regels en consequenties voor iedereen
(school, leerkrachten, ondersteuners, ouders en leerlingen) duidelijk zijn
en door iedereen worden toegepast.
- Scholen
worden geadviseerd werk te maken van een autoritatief schoolklimaat.
Dit klimaat combineert een veeleisende en gedisciplineerde aanpak op
academisch vlak met een responsieve aanpak (warmte en vertrouwen). Dit is
de meest effectieve aanpak voor het voorkomen van ongewenst gedrag.
Acties volgens de Fasen van Leerlingenbegeleiding
De acties zijn gestructureerd volgens de fases van
geschakelde zorg om initiatieven en ondersteuning overzichtelijk te maken.
FASE 0: Brede BasisZorg (Preventief voor alle leerlingen)
De nadruk ligt op de preventieve aanpak, gericht op het
versterken van gewenst gedrag en het voorkomen van ongewenst gedrag.
- Klasmanagement:
Scholen ontvangen 'Aanbevelingen voor goed gedrag op school',
geïnspireerd op Engelse richtlijnen, om hen te inspireren over zinvolle
maatregelen en wettelijke kaders bij wangedrag. De onderwijsinspectie zal
haar toezicht op het leer- en leefklimaat, inclusief klasmanagement,
versterken tijdens onaangekondigde bezoeken. Klasmanagement wordt ook
opgenomen als een vast onderdeel in het curriculum van de
lerarenopleidingen.
- De
Gedragsexpert: De rol van een gedragsexpert wordt
geïntroduceerd in elke school om schoolteams te ondersteunen bij het
systematisch inzetten op gewenst gedrag.
- Ouderlijke
Verantwoordelijkheid: Het schoolcontract verankert de minimale
verantwoordelijkheden van ouders, zoals het respecteren van het gezag van
leraren en aanwezigheid op oudercontacten. Het beleid tegen pesten en
grensoverschrijdend gedrag wordt een minimale vereiste in dit contract.
- Veilige
Leeromgeving: Er komt een verplicht verbod op wapens, vapes en
drugs op schoolterreinen, dat wordt opgenomen in het schoolcontract.
- Preventie
van Schooluitval: Bij ongewettigde afwezigheid dient de school onmiddellijk
contact op te nemen met de ouders. Er komt een verplichting voor
scholen om het CLB in te schakelen bij een bepaald aantal afwezigheden met
Z-code.
FASE 1: Verhoogde Zorg (Wanneer extra maatregelen nodig
zijn)
Deze fase richt zich op Tucht en Leerrecht en het
verbeteren van de opvolging van risicoleerlingen.
- Tuchtdossiers:
De motiveringsplicht bij tuchtmaatregelen wordt uitgebreid. Scholen
moeten voortaan verplicht de begeleidingsmaatregelen opnemen die
voorafgaand aan de tuchtmaatregel zijn genomen.
- Registratie:
AGODI zal scholen met opvallend veel/weinig schorsingen en uitsluitingen
actief bevragen om de dataregistratie in Discimus te optimaliseren.
- Schoolwissels:
De overdracht van het tuchtdossier (inclusief begeleidingsmaatregelen) bij
schoolverandering wordt mogelijk gemaakt om continuïteit in ondersteuning
te garanderen.
- Leerrecht:
Scholen gelegen in een LOP-gebied kunnen de inschrijving van een
definitief uitgesloten leerling in het secundair onderwijs enkel op basis
van draagkracht weigeren als er binnen hetzelfde LOP een andere
schoolplaats is gevonden.
- Financiering:
Er wordt een incentive onderzocht om scholen te belonen die met elders
uitgesloten leerlingen aan de slag gaan.
FASE 2: Uitbreiding van Zorg (Meer gespecialiseerde
ondersteuning)
Deze fase richt zich op het ingrijpen bij extreem gedrag
en het verbeteren van de samenwerking met externe partners.
- Task
Force: Er wordt een gespecialiseerde Task Force opgericht om
scholen met een cumulatie van ernstige problemen (bv. veel lerarenverloop
en uitsluitingen, laag beleidsvoerend vermogen) intensief te ondersteunen
en te adviseren. De onderwijsinspectie kan scholen verplichten zich extern
te laten begeleiden, bijvoorbeeld door deze Task Force.
- Controlebevoegdheid
Directies: Ouders moeten via het schoolcontract directies het mandaat
geven om controle uit te oefenen op lockers, boekentassen en zakken bij
een concrete aanleiding of signaal van een mogelijke overtreding
van het verbod op wapens, vapes en drugs.
- Samenwerking
en Informatiedeling: Knelpunten in de informatiedoorstroom
tussen onderwijs-, werk-, zorg- en welzijnsactoren over afwezigheden,
verontrustend gedrag en begeleidingsmaatregelen worden in kaart gebracht
en opgelost, met inbegrip van de nodige decretale basis voor het delen van
data.
- Medische
Sector: Er komt een leidraad voor scholen en CLB's over de opvolging
van afwezigheden wegens ziekte.
Besluit of Aanbevelingen Geformuleerd?
Ja, de vervolgstappen en aanbevelingen zijn geformuleerd in
het actieplan.
Het actieplan zelf eindigt niet met een formele
'besluit'-sectie, maar de sectie "Vervolgstappen" (Hoofdstuk
5) beschrijft de concrete uitrol van de maatregelen. De belangrijkste
aanbevelingen/resultaten van het plan worden gebundeld:
- Aanbevelingen
voor goed gedrag op school: Alle aanbevelingen en stappenplannen die
voortvloeien uit dit actieplan zullen gebundeld worden in één document: 'Aanbevelingen
voor goed gedrag op school'.
- Karakter
van het document: Dit document zal geen wetgevend statuut
kennen, maar is bedoeld om scholen te ondersteunen bij het verbeteren en
handhaven van hoge gedragsnormen en het installeren van rustige, veilige
leeromgevingen.
- Lokale
Afstemming: De overheid zal in gesprek gaan met lokale actoren en de
Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) om de afstemming van lokale
initiatieven tegen schooluitval en ongewenst gedrag te verbeteren.
- Evaluatiekader:
Het plan wordt systematisch gemonitord. Indicatoren voor succes zijn onder
andere: minder tuchtmaatregelen en meer leerlingen die de school verlaten
met een kwalificatie, evenals het feit dat schoolteams rapporteren dat er
meer tijd en ruimte is om te focussen op de kerntaak van lesgeven.
Hoe zal dit actieplan ongewenst gedrag en schooluitval
structureel en integraal verminderen?
Het Actieplan "Goed Gedragen" wil ongewenst gedrag
en schooluitval structureel en integraal verminderen door in te zetten op een schoolbreed,
gestructureerd beleid dat gericht is op zowel preventie (Brede
BasisZorg) als consequente aanpak en begeleiding (Verhoogde Zorg en
Uitbreiding van Zorg).
De integrale en structurele vermindering wordt
bereikt door de volgende sleutelelementen:
I. Structurele Verankering in Schoolbeleid (Integraal)
Het actieplan stelt dat gedrag moet worden benaderd vanuit
een integraal schoolbeleid. Dit betekent dat gedragsverwachtingen,
regels en consequenties duidelijk moeten zijn voor iedereen (school,
leerkrachten, ondersteuners, ouders en leerlingen) en door iedereen
consequent moeten worden toegepast.
- Autoritatief
Schoolklimaat: Scholen worden geadviseerd om een autoritatief
schoolklimaat te creëren. Dit combineert hoge academische eisen met
warmte en vertrouwen, wat de meest effectieve aanpak is ter preventie van
ongewenst gedrag en spijbelen.
- Drie
Gedeelde Hoofddoelen: De structuur van het plan is gebaseerd op drie
doelstellingen die alle facetten van het onderwijs raken:
- Ruimte
creëren voor het leerproces door in te zetten op sterke routines en
klasmanagement.
- Leerprestaties
en gekwalificeerde uitstroom verhogen, aangezien goede prestaties een
beschermende factor zijn tegen vroegtijdig schoolverlaten.
- Veilige
leeromgevingen installeren door het verduidelijken van grenzen en het
noodzakelijk stellen van sancties bij grensoverschrijding.
- Gedeelde
Verantwoordelijkheid: Het plan maakt van gedrag een gedeelde
verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Dit wordt onder meer
vastgelegd in een Schoolcontract dat de minimale
verantwoordelijkheden van ouders verankert, zoals respect voor het gezag
van leraren en het tegengaan van pesten.
II. Systematische Aanpak via Fasen van
Leerlingenbegeleiding (Structureel)
De acties zijn geordend volgens de fasen van geschakelde
zorg om een overzichtelijke en geïntegreerde aanpak van zorg en tucht te
garanderen.
FASE 0: Brede BasisZorg (Preventieve Structurele
Maatregelen)
- Klasmanagement
Verankeren: De focus ligt op het voorkomen van problemen door middel
van sterke preventie. Sterk klasmanagement wordt de beste
preventieve maatregel genoemd. Dit wordt structureel verankerd door het
opnemen van klasmanagement in het curriculum van de lerarenopleidingen, en
door de Onderwijsinspectie het toezicht op klasmanagement te laten
versterken.
- De
Gedragsexpert: De rol van een gedragsexpert wordt in elke
school geïntroduceerd om het schoolteam te ondersteunen bij het
systematisch inzetten op gewenst gedrag en schoolbinding.
- Vroege
Interventie bij Afwezigheid: Scholen zijn verplicht onmiddellijk
contact op te nemen met ouders bij ongewettigde afwezigheid. Ook is er
een verplichting voor scholen om het CLB in te schakelen bij een bepaald
aantal afwezigheden met Z-code, zelfs indien deze gespreid zijn over het
schooljaar.
FASE 1: Verhoogde Zorg (Structurele Opvolging en Tucht)
- Betere
Tuchtdossiers: De motiveringsplicht bij tuchtmaatregelen wordt
uitgebreid: scholen moeten verplicht de begeleidingsmaatregelen
opnemen die voorafgaand aan de tuchtmaatregel werden genomen. Dit zorgt
ervoor dat tucht gekoppeld blijft aan begeleiding en responsabiliseert
scholen om leerlingen op school te houden.
- Overdracht
van Dossiers: De overdracht van het tuchtdossier (inclusief
begeleidingsmaatregelen) wordt mogelijk gemaakt bij schoolverandering. Dit
garandeert continuïteit in ondersteuning en voorkomt de
problematiek van "doorschuifleerlingen".
- Leerrecht
Garanderen: Voor leerlingen in het secundair onderwijs die definitief
worden uitgesloten in een LOP-gebied, kan weigering van inschrijving bij
een andere school enkel op basis van draagkracht, mits elders een
schoolplaats gevonden is.
FASE 2: Uitbreiding van Zorg (Gespecialiseerde
Structurele Interventie)
- Task
Force bij Extreem Gedrag: Er wordt een gespecialiseerde Task Force
opgericht om scholen met ernstige, cumulatieve problemen (zoals
lerarenverloop, veel uitsluitingen en te weinig beleidsvoerend vermogen) verplicht
extern te begeleiden en te reorganiseren.
- Samenwerking
en Informatiedeling: Knelpunten in de informatiedoorstroom
tussen onderwijs-, werk-, zorg- en welzijnsactoren over verontrustend
gedrag en begeleidingsmaatregelen worden in kaart gebracht om de opvolging
van risicoleerlingen te verbeteren. De nodige decretale basis voor het
delen van relevante data zal worden voorzien.
III. Evaluatie als Structurele Monitoring
De structurele impact van het plan zal worden gemonitord via
een evaluatiekader. Succesindicatoren zijn onder meer dat schoolteams
rapporteren dat er meer tijd en ruimte is om te focussen op de kerntaak van
lesgeven, en dat er minder tuchtmaatregelen worden genomen en meer
leerlingen de school verlaten met een kwalificatie.
Wat is het doel van de Task force?
Het doel van de Task Force is het bieden van doorgedreven
deskundige ondersteuning aan een beperkt aantal scholen dat kampt met een cumulatie
van ernstige problemen, zoals een hoog lerarenverloop, weinig rust en
routines in de klassen, en een te groot aantal schorsingen en uitsluitingen.
Deze Task Force is een mobiel team van specialisten dat
specifiek gespecialiseerd is in schoolbeleid, klasmanagement en
gedragsproblematieken in onderwijs.
De belangrijkste taken zijn:
- Het
bieden van intensieve ondersteuning op de school.
- Het
geven van advies om het beleid en de dagelijkse klaspraktijk te
reorganiseren, met als doel dat het schoolteam na deze periode zelfstandig
verder kan op de ingeslagen weg.
De Task Force treedt op in Fase 2 van de
leerlingenbegeleiding ('uitbreiding van zorg') en kan ingeschakeld worden
wanneer de Onderwijsinspectie vaststelt dat een school te weinig
beleidsvoerend vermogen heeft om de problemen aan te pakken. De inspectie
kan de school verplichten zich extern te laten begeleiden door
bijvoorbeeld deze Task Force, met name na een advies 2A, of als alternatief
voor het intrekken van de erkenning na een advies 2B.
De Task Force geeft concreet advies door middel van intensieve
ondersteuning op de school zelf. Het is een mobiel team van specialisten
dat specifiek gespecialiseerd is in schoolbeleid, klasmanagement en
gedragsproblematieken in het onderwijs.
Het concrete advies is gericht op:
- Het
reorganiseren van het beleid en de dagelijkse
klaspraktijk.
- Het
zorgen dat het schoolteam na de intensieve ondersteuningsperiode zelfstandig
verder kan op de ingeslagen weg.
Belangrijk is dat de Task Force in haar ondersteunende en
adviesverlenende rol niet aan de beslissingsmacht van de betrokken
school raakt.
De onderwijsinspectie kan scholen verplichten om zich door
de Task Force te laten begeleiden. Bent u benieuwd onder welke voorwaarden deze
verplichte externe begeleiding wordt opgelegd?
De verplichte externe begeleiding door (onder meer) de Task
Force kan worden opgelegd door de Onderwijsinspectie onder de volgende
voorwaarden:
- Vaststelling
van Tekorten in Beleid en Praktijk: De Onderwijsinspectie kan scholen verplichten
om zich extern te laten begeleiden wanneer zij tekorten vaststelt
in het klasmanagement en gedragsbeleid, of wanneer zij tekorten/onregelmatigheden
vaststelt op het vlak van het tuchtbeleid, de toepassing van
tuchtmaatregelen en/of de aanpak van problematisch gedrag van individuele
leerlingen binnen de leerlingenbegeleiding.
- Onvoldoende
Beleidsvoerend Vermogen bij Cumulatie van Problemen: De Task Force is
specifiek bedoeld voor een beperkt aantal scholen dat kampt met een cumulatie
van ernstige problemen (zoals groot lerarenverloop, weinig rust in de
klassen, en een te groot aantal schorsingen en uitsluitingen). Wanneer de
Onderwijsinspectie in dergelijke scholen vaststelt dat er te weinig
beleidsvoerend vermogen is om deze problemen aan te pakken, kunnen die
scholen verplicht worden tot externe begeleiding.
- Na
een Advies 2A: De Onderwijsinspectie kan de verplichte begeleiding
door (onder meer) de Task Force opleggen na een advies 2A. (Advies
2A wordt gegeven wanneer er een tekort is voor de kwaliteit van de
onderwijsleerpraktijk en de school verplicht is dit tekort aan te pakken).
- Als
Alternatief voor Intrekking Erkenning (na Advies 2B): Na een advies
2B zal de erkenning van de school worden ingetrokken, tenzij
de school ervoor kiest zich te laten begeleiden door de Task Force.
In het algemeen is de verplichte begeleiding gericht op
scholen die nood hebben aan doorgedreven deskundige ondersteuning omdat
ze zelf onvoldoende in staat zijn de structurele problemen aan te pakken.
Nu u weet onder welke strenge voorwaarden de Task Force
wordt ingeschakeld, wilt u misschien meer leren over de andere verplichte
maatregelen die de Onderwijsinspectie oplegt, zoals de versterkte aandacht voor
het klasmanagement tijdens onaangekondigde bezoeken?
De Onderwijsinspectie speelt een cruciale, versterkte rol in
het Actieplan "Goed Gedragen" om ervoor te zorgen dat scholen
structureel werken aan een veilige en rustige leeromgeving. Naast het opleggen
van verplichte begeleiding bij ernstige tekorten, richt de inspectie zich
specifiek op de volgende verplichte maatregelen en versterkte
aandachtsgebieden:
Versterkte Aandacht voor Klasmanagement
De Onderwijsinspectie heeft de opdracht gekregen om haar
toezicht op het leer- en leefklimaat te versterken. Dit omvat het nadrukkelijker
onderzoeken van het klasmanagement.
- Onaangekondigde
Bezoeken: Dit onderzoek zal onder meer gebeuren tijdens onaangekondigde
schoolbezoeken.
- Doel:
Het doel van dit versterkte toezicht is het leerrecht van alle
leerlingen te bewaken en na te gaan in welke mate de schoolaanpak
succesvol en gedragen is. Sterk klasmanagement wordt beschouwd als de
beste preventieve maatregel voor gedragsproblemen.
- Beloning
voor Succesvol Beleid: Scholen met een sterk schoolbeleid,
onder meer op het vlak van gedrag en klasmanagement, worden beloond met minder
intensieve controle door de onderwijsinspectie (bijvoorbeeld
periodieke controle op 8 jaar in plaats van 6 jaar, met tussentijdse
bezoeken).
Aandacht voor Tuchtbeleid en Leerlingenrechten
De Onderwijsinspectie legt ook verhoogde aandacht voor het tuchtbeleid
en de opvolging van leerlingenbegeleiding op.
- Doorlichtingen
Tuchtbeleid: Binnen de doorlichtingen van scholen wordt verhoogde
aandacht voor het tuchtbeleid gevraagd.
- Verplichte
Externe Begeleiding: Indien de inspectie tekorten of
onregelmatigheden vaststelt op het vlak van het tuchtbeleid, de
toepassing van tuchtmaatregelen en/of de aanpak van problematisch gedrag
van individuele leerlingen binnen de leerlingenbegeleiding, dan worden
scholen verplicht om zich extern te laten begeleiden. Dit kan onder
meer door de Task Force gebeuren.
- B-Attesten:
De inspectie zal bij de schooldoorlichtingen van secundaire scholen ook
verhoogde aandacht hebben voor het uitreiken van een groot aantal
B-attesten met een strenge clausulering of een clausulering waarbij
enkel rekening wordt gehouden met het studieaanbod van de school.
Toezicht op Antipestbeleid en Leerlingenbegeleiding
De Onderwijsinspectie versterkt ook haar toezichtskader rond
leef- en leerklimaat op andere vlakken:
- Antipestbeleid:
De inspectie neemt in haar controle op de leerlingenbegeleiding expliciet
het antipestbeleid mee in de scope.
- Indicatoren:
De inspectie werkt aan indicatoren die een beeld kunnen geven over
het beleid in scholen rond het omgaan met pesten en andere vormen van
ongewenst gedrag.
- Welbevinden:
Tijdens de doorlichting is er aandacht voor de leerlingenbegeleiding
vanuit verschillende perspectieven, waaronder het begeleidingsdomein 'psychisch
en sociaal functioneren', waarbij het welbevinden van de leerling
centraal staat.
- Meldingen
van Onregelmatigheden: De inspectie neemt tijdens een doorlichting ook
klachten mee die bij haar gemeld worden door ouders of leerlingen.
Bovendien kan de inspectie optreden wanneer leerlingen, ouders en scholen
signaleren dat er sprake is van buitenproportionele tuchtmaatregelen
of weigering van inschrijving zonder wettelijke reden.
De rol van de Onderwijsinspectie omvat dus strenge controle
op de schoolpraktijk en het beleid. Bent u ook geïnteresseerd in de verplichte
elementen die in het schoolcontract moeten worden opgenomen om de
verantwoordelijkheid van de ouders te verankeren?
Graag geef ik u een overzicht van de verplichte elementen
die in het schoolcontract moeten worden opgenomen om de
verantwoordelijkheid van de ouders te verankeren (Actie 6).
Het Actieplan "Goed Gedragen" verankert de minimale
verantwoordelijkheden van scholen en ouders in het schoolcontract. Dit
contract is een onderdeel van de Brede BasisZorg (Fase 0), waarbij ouderlijke
verantwoordelijkheid wordt gezien als cruciaal voor de onderwijsloopbaan van
het kind.
Van ouders wordt verwacht dat zij de volgende verplichte
punten onderschrijven en naleven:
- Respect
voor School en Gezag: Ouders dienen respect te hebben voor de school
en voor het gezag van de leraren en directie.
- Aanwezigheid
op School: Ouders moeten het belang van regelmatige aanwezigheid op
school van hun kind onderschrijven.
- Aanwezigheid
op Oudercontact: Ouders worden verwacht aanwezig te zijn op het
oudercontact.
- Houding
tegenover Begeleiding: Ouders moeten positief staan tegenover de
initiatieven die de school neemt op het vlak van individuele
leerlingenbegeleiding ten aanzien van hun kind.
- Beleid
tegen Grensoverschrijdend Gedrag: Ouders dienen het voorkomen van
pesten en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag te
ondersteunen. Het beleid ten aanzien van grensoverschrijdend gedrag
(inclusief het antipestbeleid) wordt een van de minimale vereisten in
het schoolcontract.
- Taal
en Instructie: Ouders dienen het belang van het Nederlands te
onderschrijven.
- Verbod
op Schadelijke Middelen: In het schoolcontract zal een verplicht
verbod op wapens, vapes en drugs worden opgenomen, wat geldt voor
iedereen die het schooldomein betreedt, inclusief ouders.
Daarnaast verplicht het schoolcontract ouders tot het geven
van een mandaat aan directies om controle te mogen uitoefenen op de
inhoud van lockers, boekentassen en zakken wanneer er een concrete
aanleiding is of signalen bestaan van een mogelijke overtreding van het
verbod op wapens, vapes en drugs.
Het plan erkent dat indien ouders ondersteuning nodig hebben
bij het opnemen van hun verantwoordelijkheid, de school dit discreet kan melden
aan het CLB. Het CLB kan dan bekijken welke begeleiding nodig is en,
rekening houdend met het beroepsgeheim, gegevens delen met actoren van het
lokaal sociaal beleid indien nodig.