maandag 10 november 2025

ACTIEPLAN GOED GEDRAGEN VAN ONGEWENST GEDRAG NAAR LEERONDERSTEUNEND GEDRAG

 Bron

Het "Actieplan goed gedragen" (7 november 2025) is een uitgebreid beleidsinstrument dat beoogt de stijgende trend van ongewenst gedrag en schooluitval in het Vlaamse onderwijs om te buigen.

Dit actieplan is noodzakelijk vanwege de significante toename in preventieve schorsingen, tijdelijke en definitieve uitsluitingen tussen de schooljaren 2020-2021 en 2023-2024, in zowel het basis- als het secundair onderwijs. Scholen ervaren ook een toename in de complexiteit van zorgnoden en gedragsproblematieken. Het plan focust op het creëren van een schoolomgeving waarin gewenst gedrag wordt ondersteund en ongewenst gedrag duidelijk wordt begrensd.


Hoofddoelstellingen

Het actieplan richt zich op drie strategische doelen, die zowel preventie als remediëring omvatten:

  1. Ruimte creëren voor het leerproces: Dit wordt bereikt door leerlingen vanaf de kleuterklas gedragsvaardigheden aan te leren en door een sterk klasmanagement met duidelijke routines en regelmaat.
  2. Leerprestaties en gekwalificeerde uitstroom verhogen: Dit gebeurt door in te zetten op sterke instructie en de begeleiding van risicoleerlingen binnen de school. Goede leerprestaties zijn een beschermende factor tegen vroegtijdig schoolverlaten.
  3. Veilige leeromgevingen installeren: Dit vraagt om het verduidelijken van de grenzen van gewenst gedrag en de consequente toepassing van sancties wanneer deze grenzen overschreden worden.

Gedrag benaderen vanuit een Integraal Schoolbeleid

Het actieplan benadrukt dat het werken aan een veilige en verbindende schoolomgeving een wezenlijk onderdeel is van een integraal schoolbeleid.

  • Dit betekent dat de gedragsverwachtingen, regels en consequenties voor iedereen (school, leerkrachten, ondersteuners, ouders en leerlingen) duidelijk zijn en door iedereen worden toegepast.
  • Scholen worden geadviseerd werk te maken van een autoritatief schoolklimaat. Dit klimaat combineert een veeleisende en gedisciplineerde aanpak op academisch vlak met een responsieve aanpak (warmte en vertrouwen). Dit is de meest effectieve aanpak voor het voorkomen van ongewenst gedrag.

Acties volgens de Fasen van Leerlingenbegeleiding

De acties zijn gestructureerd volgens de fases van geschakelde zorg om initiatieven en ondersteuning overzichtelijk te maken.

FASE 0: Brede BasisZorg (Preventief voor alle leerlingen)

De nadruk ligt op de preventieve aanpak, gericht op het versterken van gewenst gedrag en het voorkomen van ongewenst gedrag.

  • Klasmanagement: Scholen ontvangen 'Aanbevelingen voor goed gedrag op school', geïnspireerd op Engelse richtlijnen, om hen te inspireren over zinvolle maatregelen en wettelijke kaders bij wangedrag. De onderwijsinspectie zal haar toezicht op het leer- en leefklimaat, inclusief klasmanagement, versterken tijdens onaangekondigde bezoeken. Klasmanagement wordt ook opgenomen als een vast onderdeel in het curriculum van de lerarenopleidingen.
  • De Gedragsexpert: De rol van een gedragsexpert wordt geïntroduceerd in elke school om schoolteams te ondersteunen bij het systematisch inzetten op gewenst gedrag.
  • Ouderlijke Verantwoordelijkheid: Het schoolcontract verankert de minimale verantwoordelijkheden van ouders, zoals het respecteren van het gezag van leraren en aanwezigheid op oudercontacten. Het beleid tegen pesten en grensoverschrijdend gedrag wordt een minimale vereiste in dit contract.
  • Veilige Leeromgeving: Er komt een verplicht verbod op wapens, vapes en drugs op schoolterreinen, dat wordt opgenomen in het schoolcontract.
  • Preventie van Schooluitval: Bij ongewettigde afwezigheid dient de school onmiddellijk contact op te nemen met de ouders. Er komt een verplichting voor scholen om het CLB in te schakelen bij een bepaald aantal afwezigheden met Z-code.

FASE 1: Verhoogde Zorg (Wanneer extra maatregelen nodig zijn)

Deze fase richt zich op Tucht en Leerrecht en het verbeteren van de opvolging van risicoleerlingen.

  • Tuchtdossiers: De motiveringsplicht bij tuchtmaatregelen wordt uitgebreid. Scholen moeten voortaan verplicht de begeleidingsmaatregelen opnemen die voorafgaand aan de tuchtmaatregel zijn genomen.
  • Registratie: AGODI zal scholen met opvallend veel/weinig schorsingen en uitsluitingen actief bevragen om de dataregistratie in Discimus te optimaliseren.
  • Schoolwissels: De overdracht van het tuchtdossier (inclusief begeleidingsmaatregelen) bij schoolverandering wordt mogelijk gemaakt om continuïteit in ondersteuning te garanderen.
  • Leerrecht: Scholen gelegen in een LOP-gebied kunnen de inschrijving van een definitief uitgesloten leerling in het secundair onderwijs enkel op basis van draagkracht weigeren als er binnen hetzelfde LOP een andere schoolplaats is gevonden.
  • Financiering: Er wordt een incentive onderzocht om scholen te belonen die met elders uitgesloten leerlingen aan de slag gaan.

FASE 2: Uitbreiding van Zorg (Meer gespecialiseerde ondersteuning)

Deze fase richt zich op het ingrijpen bij extreem gedrag en het verbeteren van de samenwerking met externe partners.

  • Task Force: Er wordt een gespecialiseerde Task Force opgericht om scholen met een cumulatie van ernstige problemen (bv. veel lerarenverloop en uitsluitingen, laag beleidsvoerend vermogen) intensief te ondersteunen en te adviseren. De onderwijsinspectie kan scholen verplichten zich extern te laten begeleiden, bijvoorbeeld door deze Task Force.
  • Controlebevoegdheid Directies: Ouders moeten via het schoolcontract directies het mandaat geven om controle uit te oefenen op lockers, boekentassen en zakken bij een concrete aanleiding of signaal van een mogelijke overtreding van het verbod op wapens, vapes en drugs.
  • Samenwerking en Informatiedeling: Knelpunten in de informatiedoorstroom tussen onderwijs-, werk-, zorg- en welzijnsactoren over afwezigheden, verontrustend gedrag en begeleidingsmaatregelen worden in kaart gebracht en opgelost, met inbegrip van de nodige decretale basis voor het delen van data.
  • Medische Sector: Er komt een leidraad voor scholen en CLB's over de opvolging van afwezigheden wegens ziekte.

Besluit of Aanbevelingen Geformuleerd?

Ja, de vervolgstappen en aanbevelingen zijn geformuleerd in het actieplan.

Het actieplan zelf eindigt niet met een formele 'besluit'-sectie, maar de sectie "Vervolgstappen" (Hoofdstuk 5) beschrijft de concrete uitrol van de maatregelen. De belangrijkste aanbevelingen/resultaten van het plan worden gebundeld:

  1. Aanbevelingen voor goed gedrag op school: Alle aanbevelingen en stappenplannen die voortvloeien uit dit actieplan zullen gebundeld worden in één document: 'Aanbevelingen voor goed gedrag op school'.
  2. Karakter van het document: Dit document zal geen wetgevend statuut kennen, maar is bedoeld om scholen te ondersteunen bij het verbeteren en handhaven van hoge gedragsnormen en het installeren van rustige, veilige leeromgevingen.
  3. Lokale Afstemming: De overheid zal in gesprek gaan met lokale actoren en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) om de afstemming van lokale initiatieven tegen schooluitval en ongewenst gedrag te verbeteren.
  4. Evaluatiekader: Het plan wordt systematisch gemonitord. Indicatoren voor succes zijn onder andere: minder tuchtmaatregelen en meer leerlingen die de school verlaten met een kwalificatie, evenals het feit dat schoolteams rapporteren dat er meer tijd en ruimte is om te focussen op de kerntaak van lesgeven.

Hoe zal dit actieplan ongewenst gedrag en schooluitval structureel en integraal verminderen?

 

Het Actieplan "Goed Gedragen" wil ongewenst gedrag en schooluitval structureel en integraal verminderen door in te zetten op een schoolbreed, gestructureerd beleid dat gericht is op zowel preventie (Brede BasisZorg) als consequente aanpak en begeleiding (Verhoogde Zorg en Uitbreiding van Zorg).

De integrale en structurele vermindering wordt bereikt door de volgende sleutelelementen:

I. Structurele Verankering in Schoolbeleid (Integraal)

Het actieplan stelt dat gedrag moet worden benaderd vanuit een integraal schoolbeleid. Dit betekent dat gedragsverwachtingen, regels en consequenties duidelijk moeten zijn voor iedereen (school, leerkrachten, ondersteuners, ouders en leerlingen) en door iedereen consequent moeten worden toegepast.

  1. Autoritatief Schoolklimaat: Scholen worden geadviseerd om een autoritatief schoolklimaat te creëren. Dit combineert hoge academische eisen met warmte en vertrouwen, wat de meest effectieve aanpak is ter preventie van ongewenst gedrag en spijbelen.
  2. Drie Gedeelde Hoofddoelen: De structuur van het plan is gebaseerd op drie doelstellingen die alle facetten van het onderwijs raken:
    • Ruimte creëren voor het leerproces door in te zetten op sterke routines en klasmanagement.
    • Leerprestaties en gekwalificeerde uitstroom verhogen, aangezien goede prestaties een beschermende factor zijn tegen vroegtijdig schoolverlaten.
    • Veilige leeromgevingen installeren door het verduidelijken van grenzen en het noodzakelijk stellen van sancties bij grensoverschrijding.
  3. Gedeelde Verantwoordelijkheid: Het plan maakt van gedrag een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Dit wordt onder meer vastgelegd in een Schoolcontract dat de minimale verantwoordelijkheden van ouders verankert, zoals respect voor het gezag van leraren en het tegengaan van pesten.

II. Systematische Aanpak via Fasen van Leerlingenbegeleiding (Structureel)

De acties zijn geordend volgens de fasen van geschakelde zorg om een overzichtelijke en geïntegreerde aanpak van zorg en tucht te garanderen.

FASE 0: Brede BasisZorg (Preventieve Structurele Maatregelen)

  • Klasmanagement Verankeren: De focus ligt op het voorkomen van problemen door middel van sterke preventie. Sterk klasmanagement wordt de beste preventieve maatregel genoemd. Dit wordt structureel verankerd door het opnemen van klasmanagement in het curriculum van de lerarenopleidingen, en door de Onderwijsinspectie het toezicht op klasmanagement te laten versterken.
  • De Gedragsexpert: De rol van een gedragsexpert wordt in elke school geïntroduceerd om het schoolteam te ondersteunen bij het systematisch inzetten op gewenst gedrag en schoolbinding.
  • Vroege Interventie bij Afwezigheid: Scholen zijn verplicht onmiddellijk contact op te nemen met ouders bij ongewettigde afwezigheid. Ook is er een verplichting voor scholen om het CLB in te schakelen bij een bepaald aantal afwezigheden met Z-code, zelfs indien deze gespreid zijn over het schooljaar.

FASE 1: Verhoogde Zorg (Structurele Opvolging en Tucht)

  • Betere Tuchtdossiers: De motiveringsplicht bij tuchtmaatregelen wordt uitgebreid: scholen moeten verplicht de begeleidingsmaatregelen opnemen die voorafgaand aan de tuchtmaatregel werden genomen. Dit zorgt ervoor dat tucht gekoppeld blijft aan begeleiding en responsabiliseert scholen om leerlingen op school te houden.
  • Overdracht van Dossiers: De overdracht van het tuchtdossier (inclusief begeleidingsmaatregelen) wordt mogelijk gemaakt bij schoolverandering. Dit garandeert continuïteit in ondersteuning en voorkomt de problematiek van "doorschuifleerlingen".
  • Leerrecht Garanderen: Voor leerlingen in het secundair onderwijs die definitief worden uitgesloten in een LOP-gebied, kan weigering van inschrijving bij een andere school enkel op basis van draagkracht, mits elders een schoolplaats gevonden is.

FASE 2: Uitbreiding van Zorg (Gespecialiseerde Structurele Interventie)

  • Task Force bij Extreem Gedrag: Er wordt een gespecialiseerde Task Force opgericht om scholen met ernstige, cumulatieve problemen (zoals lerarenverloop, veel uitsluitingen en te weinig beleidsvoerend vermogen) verplicht extern te begeleiden en te reorganiseren.
  • Samenwerking en Informatiedeling: Knelpunten in de informatiedoorstroom tussen onderwijs-, werk-, zorg- en welzijnsactoren over verontrustend gedrag en begeleidingsmaatregelen worden in kaart gebracht om de opvolging van risicoleerlingen te verbeteren. De nodige decretale basis voor het delen van relevante data zal worden voorzien.

III. Evaluatie als Structurele Monitoring

De structurele impact van het plan zal worden gemonitord via een evaluatiekader. Succesindicatoren zijn onder meer dat schoolteams rapporteren dat er meer tijd en ruimte is om te focussen op de kerntaak van lesgeven, en dat er minder tuchtmaatregelen worden genomen en meer leerlingen de school verlaten met een kwalificatie.


Wat is het doel van de Task force?

Het doel van de Task Force is het bieden van doorgedreven deskundige ondersteuning aan een beperkt aantal scholen dat kampt met een cumulatie van ernstige problemen, zoals een hoog lerarenverloop, weinig rust en routines in de klassen, en een te groot aantal schorsingen en uitsluitingen.

Deze Task Force is een mobiel team van specialisten dat specifiek gespecialiseerd is in schoolbeleid, klasmanagement en gedragsproblematieken in onderwijs.

De belangrijkste taken zijn:

  1. Het bieden van intensieve ondersteuning op de school.
  2. Het geven van advies om het beleid en de dagelijkse klaspraktijk te reorganiseren, met als doel dat het schoolteam na deze periode zelfstandig verder kan op de ingeslagen weg.

De Task Force treedt op in Fase 2 van de leerlingenbegeleiding ('uitbreiding van zorg') en kan ingeschakeld worden wanneer de Onderwijsinspectie vaststelt dat een school te weinig beleidsvoerend vermogen heeft om de problemen aan te pakken. De inspectie kan de school verplichten zich extern te laten begeleiden door bijvoorbeeld deze Task Force, met name na een advies 2A, of als alternatief voor het intrekken van de erkenning na een advies 2B.


De Task Force geeft concreet advies door middel van intensieve ondersteuning op de school zelf. Het is een mobiel team van specialisten dat specifiek gespecialiseerd is in schoolbeleid, klasmanagement en gedragsproblematieken in het onderwijs.

Het concrete advies is gericht op:

  1. Het reorganiseren van het beleid en de dagelijkse klaspraktijk.
  2. Het zorgen dat het schoolteam na de intensieve ondersteuningsperiode zelfstandig verder kan op de ingeslagen weg.

Belangrijk is dat de Task Force in haar ondersteunende en adviesverlenende rol niet aan de beslissingsmacht van de betrokken school raakt.


De onderwijsinspectie kan scholen verplichten om zich door de Task Force te laten begeleiden. Bent u benieuwd onder welke voorwaarden deze verplichte externe begeleiding wordt opgelegd?

De verplichte externe begeleiding door (onder meer) de Task Force kan worden opgelegd door de Onderwijsinspectie onder de volgende voorwaarden:

  1. Vaststelling van Tekorten in Beleid en Praktijk: De Onderwijsinspectie kan scholen verplichten om zich extern te laten begeleiden wanneer zij tekorten vaststelt in het klasmanagement en gedragsbeleid, of wanneer zij tekorten/onregelmatigheden vaststelt op het vlak van het tuchtbeleid, de toepassing van tuchtmaatregelen en/of de aanpak van problematisch gedrag van individuele leerlingen binnen de leerlingenbegeleiding.
  2. Onvoldoende Beleidsvoerend Vermogen bij Cumulatie van Problemen: De Task Force is specifiek bedoeld voor een beperkt aantal scholen dat kampt met een cumulatie van ernstige problemen (zoals groot lerarenverloop, weinig rust in de klassen, en een te groot aantal schorsingen en uitsluitingen). Wanneer de Onderwijsinspectie in dergelijke scholen vaststelt dat er te weinig beleidsvoerend vermogen is om deze problemen aan te pakken, kunnen die scholen verplicht worden tot externe begeleiding.
  3. Na een Advies 2A: De Onderwijsinspectie kan de verplichte begeleiding door (onder meer) de Task Force opleggen na een advies 2A. (Advies 2A wordt gegeven wanneer er een tekort is voor de kwaliteit van de onderwijsleerpraktijk en de school verplicht is dit tekort aan te pakken).
  4. Als Alternatief voor Intrekking Erkenning (na Advies 2B): Na een advies 2B zal de erkenning van de school worden ingetrokken, tenzij de school ervoor kiest zich te laten begeleiden door de Task Force.

In het algemeen is de verplichte begeleiding gericht op scholen die nood hebben aan doorgedreven deskundige ondersteuning omdat ze zelf onvoldoende in staat zijn de structurele problemen aan te pakken.


Nu u weet onder welke strenge voorwaarden de Task Force wordt ingeschakeld, wilt u misschien meer leren over de andere verplichte maatregelen die de Onderwijsinspectie oplegt, zoals de versterkte aandacht voor het klasmanagement tijdens onaangekondigde bezoeken?

De Onderwijsinspectie speelt een cruciale, versterkte rol in het Actieplan "Goed Gedragen" om ervoor te zorgen dat scholen structureel werken aan een veilige en rustige leeromgeving. Naast het opleggen van verplichte begeleiding bij ernstige tekorten, richt de inspectie zich specifiek op de volgende verplichte maatregelen en versterkte aandachtsgebieden:

Versterkte Aandacht voor Klasmanagement

De Onderwijsinspectie heeft de opdracht gekregen om haar toezicht op het leer- en leefklimaat te versterken. Dit omvat het nadrukkelijker onderzoeken van het klasmanagement.

  • Onaangekondigde Bezoeken: Dit onderzoek zal onder meer gebeuren tijdens onaangekondigde schoolbezoeken.
  • Doel: Het doel van dit versterkte toezicht is het leerrecht van alle leerlingen te bewaken en na te gaan in welke mate de schoolaanpak succesvol en gedragen is. Sterk klasmanagement wordt beschouwd als de beste preventieve maatregel voor gedragsproblemen.
  • Beloning voor Succesvol Beleid: Scholen met een sterk schoolbeleid, onder meer op het vlak van gedrag en klasmanagement, worden beloond met minder intensieve controle door de onderwijsinspectie (bijvoorbeeld periodieke controle op 8 jaar in plaats van 6 jaar, met tussentijdse bezoeken).

Aandacht voor Tuchtbeleid en Leerlingenrechten

De Onderwijsinspectie legt ook verhoogde aandacht voor het tuchtbeleid en de opvolging van leerlingenbegeleiding op.

  • Doorlichtingen Tuchtbeleid: Binnen de doorlichtingen van scholen wordt verhoogde aandacht voor het tuchtbeleid gevraagd.
  • Verplichte Externe Begeleiding: Indien de inspectie tekorten of onregelmatigheden vaststelt op het vlak van het tuchtbeleid, de toepassing van tuchtmaatregelen en/of de aanpak van problematisch gedrag van individuele leerlingen binnen de leerlingenbegeleiding, dan worden scholen verplicht om zich extern te laten begeleiden. Dit kan onder meer door de Task Force gebeuren.
  • B-Attesten: De inspectie zal bij de schooldoorlichtingen van secundaire scholen ook verhoogde aandacht hebben voor het uitreiken van een groot aantal B-attesten met een strenge clausulering of een clausulering waarbij enkel rekening wordt gehouden met het studieaanbod van de school.

Toezicht op Antipestbeleid en Leerlingenbegeleiding

De Onderwijsinspectie versterkt ook haar toezichtskader rond leef- en leerklimaat op andere vlakken:

  • Antipestbeleid: De inspectie neemt in haar controle op de leerlingenbegeleiding expliciet het antipestbeleid mee in de scope.
  • Indicatoren: De inspectie werkt aan indicatoren die een beeld kunnen geven over het beleid in scholen rond het omgaan met pesten en andere vormen van ongewenst gedrag.
  • Welbevinden: Tijdens de doorlichting is er aandacht voor de leerlingenbegeleiding vanuit verschillende perspectieven, waaronder het begeleidingsdomein 'psychisch en sociaal functioneren', waarbij het welbevinden van de leerling centraal staat.
  • Meldingen van Onregelmatigheden: De inspectie neemt tijdens een doorlichting ook klachten mee die bij haar gemeld worden door ouders of leerlingen. Bovendien kan de inspectie optreden wanneer leerlingen, ouders en scholen signaleren dat er sprake is van buitenproportionele tuchtmaatregelen of weigering van inschrijving zonder wettelijke reden.

De rol van de Onderwijsinspectie omvat dus strenge controle op de schoolpraktijk en het beleid. Bent u ook geïnteresseerd in de verplichte elementen die in het schoolcontract moeten worden opgenomen om de verantwoordelijkheid van de ouders te verankeren?

Graag geef ik u een overzicht van de verplichte elementen die in het schoolcontract moeten worden opgenomen om de verantwoordelijkheid van de ouders te verankeren (Actie 6).

Het Actieplan "Goed Gedragen" verankert de minimale verantwoordelijkheden van scholen en ouders in het schoolcontract. Dit contract is een onderdeel van de Brede BasisZorg (Fase 0), waarbij ouderlijke verantwoordelijkheid wordt gezien als cruciaal voor de onderwijsloopbaan van het kind.

Van ouders wordt verwacht dat zij de volgende verplichte punten onderschrijven en naleven:

  1. Respect voor School en Gezag: Ouders dienen respect te hebben voor de school en voor het gezag van de leraren en directie.
  2. Aanwezigheid op School: Ouders moeten het belang van regelmatige aanwezigheid op school van hun kind onderschrijven.
  3. Aanwezigheid op Oudercontact: Ouders worden verwacht aanwezig te zijn op het oudercontact.
  4. Houding tegenover Begeleiding: Ouders moeten positief staan tegenover de initiatieven die de school neemt op het vlak van individuele leerlingenbegeleiding ten aanzien van hun kind.
  5. Beleid tegen Grensoverschrijdend Gedrag: Ouders dienen het voorkomen van pesten en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag te ondersteunen. Het beleid ten aanzien van grensoverschrijdend gedrag (inclusief het antipestbeleid) wordt een van de minimale vereisten in het schoolcontract.
  6. Taal en Instructie: Ouders dienen het belang van het Nederlands te onderschrijven.
  7. Verbod op Schadelijke Middelen: In het schoolcontract zal een verplicht verbod op wapens, vapes en drugs worden opgenomen, wat geldt voor iedereen die het schooldomein betreedt, inclusief ouders.

Daarnaast verplicht het schoolcontract ouders tot het geven van een mandaat aan directies om controle te mogen uitoefenen op de inhoud van lockers, boekentassen en zakken wanneer er een concrete aanleiding is of signalen bestaan van een mogelijke overtreding van het verbod op wapens, vapes en drugs.

Het plan erkent dat indien ouders ondersteuning nodig hebben bij het opnemen van hun verantwoordelijkheid, de school dit discreet kan melden aan het CLB. Het CLB kan dan bekijken welke begeleiding nodig is en, rekening houdend met het beroepsgeheim, gegevens delen met actoren van het lokaal sociaal beleid indien nodig.