De feiten van deze zaak betreffen de plaatsing van
bewakingscamera's in een horecagelegenheid. De beslissing (Beslissing 174/2025)
is een prima facie waarschuwing die is uitgevaardigd door de
Geschillenkamer van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA/APD).
Feiten van de Zaak
De klacht had betrekking op de installatie van
bewakingscamera's in het pand van de verweerder (Y), een horeca-uitbating.
- Installatie
en Doelstellingen: Op 10 januari 2022 werden bewakingscamera's
geïnstalleerd. De beheerder liet de werknemers een bijlage bij de
arbeidsovereenkomst en het arbeidsreglement ondertekenen waarin stond dat
de camera's waren geplaatst "naar aanleiding van de houdingsverandering
van het personeel na de aankondiging dat de broodjeszaak zou worden
overgenomen".
- Verwerking
van Gegevens: De vier geplaatste camera's functioneerden permanent en
de beelden zouden zes maanden worden bewaard. De verwerkte gegevens
betroffen de houding van de werknemers ten opzichte van hun werkgever (om
insubordinatie te voorkomen), hun houding ten opzichte van klanten (om de
klantenkring niet te schaden), en de goede uitvoering van het gevraagde
werk.
- Aanvullende
Feiten: De verweerder verklaarde later dat de intentie was om
"een zeer ongezonde sfeer te sussen" en dat het "slechts
een bluf" betrof. Hoewel de camera's verbonden waren met de
verlichting, functioneerden ze gedurende de gehele aanwezigheid van de
klager op de locatie.
- Stopzetting:
De betwiste verwerking van gegevens was stopgezet door de nieuwe overnemer
van de zaak, die de verweerder had gevraagd de camera's te verwijderen.
Beslissing van de GBA (Geschillenkamer)
De Geschillenkamer concludeerde op basis van de feiten dat
de verweerder mogelijk een inbreuk heeft gepleegd op bepalingen van de
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
De GBA stelde de volgende mogelijke inbreuken vast,
voornamelijk in combinatie met de bepalingen van de Collectieve
Arbeidsovereenkomst (CAO) nr. 68:
- Mogelijke
Schending van het Beginsel van Doelbinding (Artikel 5.1.b AVG): De
doeleinden vermeld in de bijlage (zoals "vrijwaring van de legitieme
belangen van de werkgever") stonden niet op de limitatieve lijst van
toegestane doeleinden voor cameratoezicht op de werkplek volgens CAO nr.
68.
- Mogelijke
Schending van het Beginsel van Minimale Gegevensverwerking (Artikel 5.1.c
AVG en Artikel 7 CAO 68): De permanente bewaking van werknemers met
als doel hun werk of gedrag te controleren is niet toegestaan onder CAO
nr. 68. De Geschillenkamer constateerde dat de camera's permanent op de
werknemers gericht waren.
- Mogelijke
Schending van het Beginsel van Rechtmatigheid (Artikel 6.1 AVG):
Aangezien de verwerking in strijd was met de bepalingen van CAO nr. 68,
kon deze niet als rechtmatig worden beschouwd. De basis van contractuele
rechtmatigheid kon niet worden gebruikt, aangezien de overeenkomst
ongeldig was omdat het doel verboden was door de wet.
Uiteindelijke Beslissing (Waarschuwing):
De GBA heeft besloten de klacht niet ten gronde te
behandelen en geen bevel tot conformiteit op te leggen. Dit werd
gerechtvaardigd door het feit dat de verwerking reeds was stopgezet op verzoek
van de nieuwe eigenaar van de zaak.
In plaats daarvan heeft de Geschillenkamer de verweerder een
waarschuwing (avertissement) gegeven, waarin wordt gesteld dat zij
mogelijk de artikelen 5.1.b., 5.1.c en 6.1. van de AVG heeft geschonden. Dit
was een prima facie beslissing, bedoeld om de verweerder te informeren
over de mogelijke overtreding zodat zij alsnog aan de bepalingen kan voldoen.
De Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) nr. 68 regelt
specifiek het cameratoezicht op de werkplek. De Geschillenkamer van de
GBA beschouwt deze CAO als het kader waarbinnen de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG) moet worden toegepast in dit soort situaties.
De CAO nr. 68, die door het koninklijk besluit van 20
september 1998 verplicht is gesteld, schrijft het volgende voor met betrekking
tot cameratoezicht:
Limitering van Doeleinden (Artikel 5.1.b AVG)
De CAO nr. 68 somt de doeleinden waarvoor camerabewaking op
de werkplek is toegestaan limitatief op. Alleen de volgende vier
doeleinden zijn geautoriseerd:
- De veiligheid
en gezondheid van werknemers.
- De bescherming
van de bedrijfseigendommen.
- De controle
van het productieproces, waarbij dit zowel machines (om de goede
werking te controleren) als werknemers (om de organisatie van het werk te
evalueren) mag betreffen.
- De controle
van het werk van de werknemer.
De Geschillenkamer merkte op dat finaliteiten zoals het
"vrijwaren van de legitieme belangen van de werkgever" of het
"sussen van een zeer ongezonde sfeer" niet in deze limitatieve
lijst van CAO 68 zijn opgenomen.
Principe van Minimale Gegevensverwerking (Artikel 5.1.c
AVG)
De CAO nr. 68 stelt strenge eisen aan de permanentie van de
opnames.
- Permanente
Bewaking: Cameratoezicht mag alleen permanent filmen voor de
doeleinden van veiligheid en gezondheid, bescherming van
bedrijfseigendommen, en controle van het productieproces, mits dit
laatste uitsluitend betrekking heeft op machines.
- Verboden
Permanente Controle: Permanente bewaking van werknemers met als
doel hun werk of gedrag te controleren is niet toegestaan op grond
van de CAO nr. 68.
De GBA concludeerde dat een behandeling van persoonsgegevens
die in strijd is met de bepalingen van CAO nr. 68, niet als rechtmatig kan
worden beschouwd in de zin van de AVG.