woensdag 12 november 2025

Cameratoezicht Horeca GDPR Schending

Bron

De feiten van deze zaak betreffen de plaatsing van bewakingscamera's in een horecagelegenheid. De beslissing (Beslissing 174/2025) is een prima facie waarschuwing die is uitgevaardigd door de Geschillenkamer van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA/APD).

Feiten van de Zaak

De klacht had betrekking op de installatie van bewakingscamera's in het pand van de verweerder (Y), een horeca-uitbating.


  1. Installatie en Doelstellingen: Op 10 januari 2022 werden bewakingscamera's geïnstalleerd. De beheerder liet de werknemers een bijlage bij de arbeidsovereenkomst en het arbeidsreglement ondertekenen waarin stond dat de camera's waren geplaatst "naar aanleiding van de houdingsverandering van het personeel na de aankondiging dat de broodjeszaak zou worden overgenomen".
  2. Verwerking van Gegevens: De vier geplaatste camera's functioneerden permanent en de beelden zouden zes maanden worden bewaard. De verwerkte gegevens betroffen de houding van de werknemers ten opzichte van hun werkgever (om insubordinatie te voorkomen), hun houding ten opzichte van klanten (om de klantenkring niet te schaden), en de goede uitvoering van het gevraagde werk.
  3. Aanvullende Feiten: De verweerder verklaarde later dat de intentie was om "een zeer ongezonde sfeer te sussen" en dat het "slechts een bluf" betrof. Hoewel de camera's verbonden waren met de verlichting, functioneerden ze gedurende de gehele aanwezigheid van de klager op de locatie.
  4. Stopzetting: De betwiste verwerking van gegevens was stopgezet door de nieuwe overnemer van de zaak, die de verweerder had gevraagd de camera's te verwijderen.

Beslissing van de GBA (Geschillenkamer)

De Geschillenkamer concludeerde op basis van de feiten dat de verweerder mogelijk een inbreuk heeft gepleegd op bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

De GBA stelde de volgende mogelijke inbreuken vast, voornamelijk in combinatie met de bepalingen van de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) nr. 68:

  1. Mogelijke Schending van het Beginsel van Doelbinding (Artikel 5.1.b AVG): De doeleinden vermeld in de bijlage (zoals "vrijwaring van de legitieme belangen van de werkgever") stonden niet op de limitatieve lijst van toegestane doeleinden voor cameratoezicht op de werkplek volgens CAO nr. 68.
  2. Mogelijke Schending van het Beginsel van Minimale Gegevensverwerking (Artikel 5.1.c AVG en Artikel 7 CAO 68): De permanente bewaking van werknemers met als doel hun werk of gedrag te controleren is niet toegestaan onder CAO nr. 68. De Geschillenkamer constateerde dat de camera's permanent op de werknemers gericht waren.
  3. Mogelijke Schending van het Beginsel van Rechtmatigheid (Artikel 6.1 AVG): Aangezien de verwerking in strijd was met de bepalingen van CAO nr. 68, kon deze niet als rechtmatig worden beschouwd. De basis van contractuele rechtmatigheid kon niet worden gebruikt, aangezien de overeenkomst ongeldig was omdat het doel verboden was door de wet.

Uiteindelijke Beslissing (Waarschuwing):

De GBA heeft besloten de klacht niet ten gronde te behandelen en geen bevel tot conformiteit op te leggen. Dit werd gerechtvaardigd door het feit dat de verwerking reeds was stopgezet op verzoek van de nieuwe eigenaar van de zaak.

In plaats daarvan heeft de Geschillenkamer de verweerder een waarschuwing (avertissement) gegeven, waarin wordt gesteld dat zij mogelijk de artikelen 5.1.b., 5.1.c en 6.1. van de AVG heeft geschonden. Dit was een prima facie beslissing, bedoeld om de verweerder te informeren over de mogelijke overtreding zodat zij alsnog aan de bepalingen kan voldoen.


De Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) nr. 68 regelt specifiek het cameratoezicht op de werkplek. De Geschillenkamer van de GBA beschouwt deze CAO als het kader waarbinnen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moet worden toegepast in dit soort situaties.

De CAO nr. 68, die door het koninklijk besluit van 20 september 1998 verplicht is gesteld, schrijft het volgende voor met betrekking tot cameratoezicht:

Limitering van Doeleinden (Artikel 5.1.b AVG)

De CAO nr. 68 somt de doeleinden waarvoor camerabewaking op de werkplek is toegestaan limitatief op. Alleen de volgende vier doeleinden zijn geautoriseerd:

  1. De veiligheid en gezondheid van werknemers.
  2. De bescherming van de bedrijfseigendommen.
  3. De controle van het productieproces, waarbij dit zowel machines (om de goede werking te controleren) als werknemers (om de organisatie van het werk te evalueren) mag betreffen.
  4. De controle van het werk van de werknemer.

De Geschillenkamer merkte op dat finaliteiten zoals het "vrijwaren van de legitieme belangen van de werkgever" of het "sussen van een zeer ongezonde sfeer" niet in deze limitatieve lijst van CAO 68 zijn opgenomen.

Principe van Minimale Gegevensverwerking (Artikel 5.1.c AVG)

De CAO nr. 68 stelt strenge eisen aan de permanentie van de opnames.

  • Permanente Bewaking: Cameratoezicht mag alleen permanent filmen voor de doeleinden van veiligheid en gezondheid, bescherming van bedrijfseigendommen, en controle van het productieproces, mits dit laatste uitsluitend betrekking heeft op machines.
  • Verboden Permanente Controle: Permanente bewaking van werknemers met als doel hun werk of gedrag te controleren is niet toegestaan op grond van de CAO nr. 68.

De GBA concludeerde dat een behandeling van persoonsgegevens die in strijd is met de bepalingen van CAO nr. 68, niet als rechtmatig kan worden beschouwd in de zin van de AVG.