Dit vonnis, uitgesproken door het Landgericht Mรผnchen I
(Regionale Rechtbank Mรผnchen I) op 11 november 2025, stelt dat de exploitanten
van Large Language Models (LLM's) en de daarop gebaseerde chatbots inbreuk
hebben gemaakt op de auteursrechten van songteksten door deze te reproduceren
in hun modellen en deze vervolgens openbaar toegankelijk te maken via de
chatbot-outputs.
De kern van het vonnis
Het vonnis richt zich op de claims van een
auteursrechtenorganisatie (de eiseres) tegen twee bedrijven (de verweerders),
die onderdeel zijn van een Amerikaanse groep die AI-chatbots exploiteert (zoals
Modellen 4 en 40). De eiseres maakte aanspraak op inbreuken op auteursrechten
en persoonlijkheidsrechten met betrekking tot negen Duitse songteksten (o.a.
"Atemlos" en "Mรคnner").
- Stopzetting
van Inbreuk (Vervielfรคltigung/Openbaarmaking):
- In
het Model (Ziffer 1a): De verweerders moeten stoppen met het geheel
of gedeeltelijk reproduceren (vervielfรคltigen) van de liedteksten zonder
toestemming in hun taalmodellen (LLM's), zoals gebeurd is in Modellen 4
en 40.
- Eenvoudige
Uitleg: De rechtbank oordeelde dat de "memorization"
(vasthouden) van de teksten in de parameters van het AI-model zelf geldt
als een auteursrechtelijk relevante reproductie (een 'verveelvoudiging'
of 'kopie').
- Via
de Output (Ziffer 1b): De verweerders moeten stoppen met het geheel
of gedeeltelijk openbaar toegankelijk maken van de liedteksten en/of deze
te reproduceren via de uitgaven (Outputs) van hun generatieve
taalassistent (chatbot).
- Eenvoudige
Uitleg: Wanneer de chatbot de auteursrechtelijk beschermde teksten,
zelfs in gewijzigde vorm ("Umgestaltungen"), weergeeft op het
scherm van de gebruiker (Output), is dit een inbreuk op het
reproductierecht en het recht van openbare toegankelijk making.
- Dwangsommen:
Bij elke overtreding riskeren de verweerders een boete (Ordnungsgeld) tot
€ 250.000,00 of hechtenis.
- Informatie
en Sschadevergoeding:
- Informatieplicht
(Ziffer 2): De verweerders moeten gedetailleerde informatie
verstrekken over de omvang van de inbreukmakende handelingen en de
hieruit behaalde inkomsten (omzet en aantal handelingen).
- Schadevergoeding
(Ziffer 3): De rechtbank stelt vast dat de verweerders verplicht zijn
de eiseres alle geleden en toekomstige schade te vergoeden.
- Eenvoudige
Uitleg: De verweerders werden ten minste als nalatig (fahrlรคssig)
beschouwd, aangezien zij al sinds 2021 op de hoogte waren van het risico
van memorization (het onbedoeld vasthouden) van trainingsdata in hun
modellen.
- Overige
Beslissingen:
- Publicatie
(Ziffer 4): De eiseres mag het vonnis publiceren in een landelijke
krant op kosten van de verweerders.
- Juridische
Kosten (Ziffer 5): De verweerders moeten een deel van de
advocaatkosten betalen (€ 4.620,70 plus rente).
- Afwijzingen
(Ziffer 6, 9): De klacht werd gedeeltelijk afgewezen. Met name de
vordering tot stopzetting van de onjuiste toeschrijving van de gewijzigde
teksten aan de oorspronkelijke auteurs (gebaseerd op het algemeen
persoonlijkheidsrecht, Ziffer 1c) werd afgewezen.
Juridische Achtergrond:
De rechtbank verwierp het verweer van de AI-bedrijven dat
hun handelingen gedekt waren door de uitzonderingen voor Tekst- en Datamining
(TDM) (§ 44b UrhG). De rechtbank redeneerde dat, hoewel TDM-wetgeving het trainen
van modellen met auteursrechtelijk materiaal voor analyse mogelijk maakt (Phase
1), deze vrijstelling niet geldt voor de blijvende reproductie van de
complete werken binnen het model (Phase 2, de memorization), omdat dit de
exploitatierechten van de auteursrechthebbende aantast.
De rechtbank oordeelde ook dat er geen sprake was van een
"dubbele schepping" (onafhankelijke creatie). Omdat de modellen
aantoonbaar de teksten reproduceerbaar bevatten, is de output bij eenvoudige
vragen ("Hoe luidt de tekst van...") een directe weergave van de
vastgelegde, gememoriseerde teksten, en dus een inbreuk.
De technische kenmerken van Large Language Models (LLM's) rechtvaardigen
in essentie geen inbreuken op het auteursrecht, volgens de rechtbank.
De rechtbank verwierp
de argumenten dat de unieke technische aard van de modellen de inbreuken zou
dekken:
- Vervelvoudiging
in het Model: De rechtbank stelde vast dat de technische
"memorization" (vasthouding) van de teksten binnen de parameters
van het model een auteursrechtelijk relevante reproductie (verveelvoudiging)
vormt. De verdeling van de trainingsgegevens in vectoren en gewichten in
het neurale netwerk is onbelangrijk, aangezien het resultaat een
reproduceerbare, fysieke vastlegging is ("kรถrperliche
Festlegung"). De technologie leidt tot een reproduceerbaar resultaat,
wat de basis vormt voor inbreuk.
- Afwijzing
Text- en Datamining (TDM): Hoewel TDM-bepalingen (§ 44b UrhG) van
toepassing zijn op het trainingsproces (Fase 1), werd geoordeeld dat de duurzame
reproductie in het model (Fase 2, de memorization) niet onder deze
uitzondering valt. De reproducties dienen immers niet het doel van verdere
data-analyse. Zelfs de technische onmogelijkheid om
"unlearning" (het ongedaan maken van de training) uit te voeren
is geen rechtvaardiging voor de inbreuk.
- Outputs
als Onafhankelijke Creatie: Het argument van de exploitanten dat
outputs een onafhankelijke en originele (machinale) generatie zouden zijn
(Doppelschรถpfung) werd afgewezen. Omdat de modellen de teksten
aantoonbaar bevatten, is de output een directe weergave van de
gememoriseerde teksten, en dus een inbreuk op het reproductierecht en het
recht van openbare toegankelijk making. Dit geldt ook als de outputs gewijzigde
versies ("Umgestaltungen" of "hallucinaties")
bevatten, zolang de originele creatieve elementen herkenbaar blijven.
De technische eigenschappen van de modellen, zoals de
memorisatie, wijzen de LLM-exploitanten aan als de onmiddellijke daders van de
verveelvoudigingshandelingen, omdat zij de "Tatherrschaft"
(feitelijke controle) over de modellen en hun architectuur uitoefenen. De
technische kenmerken gaven dus geen vrijwaring, te meer daar de exploitanten al
sinds 2021 op de hoogte waren van het risico op memorisatie in hun modellen en
daarmee op zijn minst nalatig (fahrlรคssig) handelden.
De uitspraak benadrukt dat het auteursrecht technologisch
neutraal is en ook op AI-systemen van toepassing is. Bent u benieuwd naar de
specifieke stappen die de exploitanten volgens de rechtbank hadden moeten nemen
om nalatigheid te voorkomen, of naar de argumenten die werden gebruikt om de
aansprakelijkheid van de exploitanten vast te stellen?
De actie tegen de ongewenste reproductie en openbaarmaking
van auteursrechtelijk beschermde werken is primair gebaseerd op het Duitse
auteursrecht (UrhG), aangezien de Klรคgerin bescherming voor het grondgebied
van de Bondsrepubliek Duitsland vorderde.
De juridische basis voor de vordering tot stopzetting
(Unterlassungsanspruch) ligt in § 97 Abs. 1 S. 1 UrhG. De inbreuken die
deze actie rechtvaardigden, betroffen de volgende Verwertingsrechten
(exploitatierechten) van de auteursrechthebbenden:
- Het verveelvoudigingsrecht
(§ 16 Abs. 1 UrhG), dit omvat de ongeoorloofde reproductie van de
liedteksten, zowel geheel als gedeeltelijk, in de taalmodellen (Large
Language Models), zoals gebeurd in Modellen 4 en 40, en de
verveelvoudiging via de Outputs op de eindapparatuur van de
gebruikers.
- Het
recht van openbare toegankelijk making (§ 19a UrhG), wegens het
geheel of gedeeltelijk publiekelijk beschikbaar stellen van de liedteksten
via de uitgaven (Outputs) van de generatieve taalassistent (Chatbot).
- Het
recht op verveelvoudiging en openbaarmaking van de teksten in de vorm van wijzigingen
("Umgestaltungen") (§ 23 Abs. 1 UrhG), wat ook als een
inbreuk werd beschouwd.
- De
algemene exploitatierechten (§ 15 Abs. 1, 2 UrhG).