woensdag 12 november 2025

๐——๐˜‚๐—ถ๐˜๐˜€๐—ฒ ๐—ฟ๐—ฒ๐—ฐ๐—ต๐˜๐—ฏ๐—ฎ๐—ป๐—ธ ๐—ผ๐—ผ๐—ฟ๐—ฑ๐—ฒ๐—ฒ๐—น๐˜ ๐—ฑ๐—ฎ๐˜ ๐—ข๐—ฝ๐—ฒ๐—ป๐—”๐—œ ๐—ฎ๐˜‚๐˜๐—ฒ๐˜‚๐—ฟ๐˜€๐—ฟ๐—ฒ๐—ฐ๐—ต๐˜๐˜„๐—ฒ๐˜๐˜๐—ฒ๐—ป ๐—ต๐—ฒ๐—ฒ๐—ณ๐˜ ๐—ด๐—ฒ๐˜€๐—ฐ๐—ต๐—ผ๐—ป๐—ฑ๐—ฒ๐—ป ๐—ฑ๐—ผ๐—ผ๐—ฟ ๐˜€๐—ผ๐—ป๐—ด๐˜๐—ฒ๐—ธ๐˜€๐˜๐—ฒ๐—ป ๐˜๐—ฒ ๐—ด๐—ฒ๐—ฏ๐—ฟ๐˜‚๐—ถ๐—ธ๐—ฒ๐—ป.

 

Bron

 

Dit vonnis, uitgesproken door het Landgericht Mรผnchen I (Regionale Rechtbank Mรผnchen I) op 11 november 2025, stelt dat de exploitanten van Large Language Models (LLM's) en de daarop gebaseerde chatbots inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van songteksten door deze te reproduceren in hun modellen en deze vervolgens openbaar toegankelijk te maken via de chatbot-outputs.


De kern van het vonnis

Het vonnis richt zich op de claims van een auteursrechtenorganisatie (de eiseres) tegen twee bedrijven (de verweerders), die onderdeel zijn van een Amerikaanse groep die AI-chatbots exploiteert (zoals Modellen 4 en 40). De eiseres maakte aanspraak op inbreuken op auteursrechten en persoonlijkheidsrechten met betrekking tot negen Duitse songteksten (o.a. "Atemlos" en "Mรคnner").

  1. Stopzetting van Inbreuk (Vervielfรคltigung/Openbaarmaking):
    • In het Model (Ziffer 1a): De verweerders moeten stoppen met het geheel of gedeeltelijk reproduceren (vervielfรคltigen) van de liedteksten zonder toestemming in hun taalmodellen (LLM's), zoals gebeurd is in Modellen 4 en 40.
      • Eenvoudige Uitleg: De rechtbank oordeelde dat de "memorization" (vasthouden) van de teksten in de parameters van het AI-model zelf geldt als een auteursrechtelijk relevante reproductie (een 'verveelvoudiging' of 'kopie').
    • Via de Output (Ziffer 1b): De verweerders moeten stoppen met het geheel of gedeeltelijk openbaar toegankelijk maken van de liedteksten en/of deze te reproduceren via de uitgaven (Outputs) van hun generatieve taalassistent (chatbot).
      • Eenvoudige Uitleg: Wanneer de chatbot de auteursrechtelijk beschermde teksten, zelfs in gewijzigde vorm ("Umgestaltungen"), weergeeft op het scherm van de gebruiker (Output), is dit een inbreuk op het reproductierecht en het recht van openbare toegankelijk making.
    • Dwangsommen: Bij elke overtreding riskeren de verweerders een boete (Ordnungsgeld) tot € 250.000,00 of hechtenis.
  2. Informatie en Sschadevergoeding:
    • Informatieplicht (Ziffer 2): De verweerders moeten gedetailleerde informatie verstrekken over de omvang van de inbreukmakende handelingen en de hieruit behaalde inkomsten (omzet en aantal handelingen).
    • Schadevergoeding (Ziffer 3): De rechtbank stelt vast dat de verweerders verplicht zijn de eiseres alle geleden en toekomstige schade te vergoeden.
      • Eenvoudige Uitleg: De verweerders werden ten minste als nalatig (fahrlรคssig) beschouwd, aangezien zij al sinds 2021 op de hoogte waren van het risico van memorization (het onbedoeld vasthouden) van trainingsdata in hun modellen.
  3. Overige Beslissingen:
    • Publicatie (Ziffer 4): De eiseres mag het vonnis publiceren in een landelijke krant op kosten van de verweerders.
    • Juridische Kosten (Ziffer 5): De verweerders moeten een deel van de advocaatkosten betalen (€ 4.620,70 plus rente).
    • Afwijzingen (Ziffer 6, 9): De klacht werd gedeeltelijk afgewezen. Met name de vordering tot stopzetting van de onjuiste toeschrijving van de gewijzigde teksten aan de oorspronkelijke auteurs (gebaseerd op het algemeen persoonlijkheidsrecht, Ziffer 1c) werd afgewezen.

Juridische Achtergrond:

De rechtbank verwierp het verweer van de AI-bedrijven dat hun handelingen gedekt waren door de uitzonderingen voor Tekst- en Datamining (TDM) (§ 44b UrhG). De rechtbank redeneerde dat, hoewel TDM-wetgeving het trainen van modellen met auteursrechtelijk materiaal voor analyse mogelijk maakt (Phase 1), deze vrijstelling niet geldt voor de blijvende reproductie van de complete werken binnen het model (Phase 2, de memorization), omdat dit de exploitatierechten van de auteursrechthebbende aantast.

De rechtbank oordeelde ook dat er geen sprake was van een "dubbele schepping" (onafhankelijke creatie). Omdat de modellen aantoonbaar de teksten reproduceerbaar bevatten, is de output bij eenvoudige vragen ("Hoe luidt de tekst van...") een directe weergave van de vastgelegde, gememoriseerde teksten, en dus een inbreuk.


De technische kenmerken van Large Language Models (LLM's) rechtvaardigen in essentie geen inbreuken op het auteursrecht, volgens de rechtbank.

De rechtbank  verwierp de argumenten dat de unieke technische aard van de modellen de inbreuken zou dekken:

  1. Vervelvoudiging in het Model: De rechtbank stelde vast dat de technische "memorization" (vasthouding) van de teksten binnen de parameters van het model een auteursrechtelijk relevante reproductie (verveelvoudiging) vormt. De verdeling van de trainingsgegevens in vectoren en gewichten in het neurale netwerk is onbelangrijk, aangezien het resultaat een reproduceerbare, fysieke vastlegging is ("kรถrperliche Festlegung"). De technologie leidt tot een reproduceerbaar resultaat, wat de basis vormt voor inbreuk.
  2. Afwijzing Text- en Datamining (TDM): Hoewel TDM-bepalingen (§ 44b UrhG) van toepassing zijn op het trainingsproces (Fase 1), werd geoordeeld dat de duurzame reproductie in het model (Fase 2, de memorization) niet onder deze uitzondering valt. De reproducties dienen immers niet het doel van verdere data-analyse. Zelfs de technische onmogelijkheid om "unlearning" (het ongedaan maken van de training) uit te voeren is geen rechtvaardiging voor de inbreuk.
  3. Outputs als Onafhankelijke Creatie: Het argument van de exploitanten dat outputs een onafhankelijke en originele (machinale) generatie zouden zijn (Doppelschรถpfung) werd afgewezen. Omdat de modellen de teksten aantoonbaar bevatten, is de output een directe weergave van de gememoriseerde teksten, en dus een inbreuk op het reproductierecht en het recht van openbare toegankelijk making. Dit geldt ook als de outputs gewijzigde versies ("Umgestaltungen" of "hallucinaties") bevatten, zolang de originele creatieve elementen herkenbaar blijven.

De technische eigenschappen van de modellen, zoals de memorisatie, wijzen de LLM-exploitanten aan als de onmiddellijke daders van de verveelvoudigingshandelingen, omdat zij de "Tatherrschaft" (feitelijke controle) over de modellen en hun architectuur uitoefenen. De technische kenmerken gaven dus geen vrijwaring, te meer daar de exploitanten al sinds 2021 op de hoogte waren van het risico op memorisatie in hun modellen en daarmee op zijn minst nalatig (fahrlรคssig) handelden.


De uitspraak benadrukt dat het auteursrecht technologisch neutraal is en ook op AI-systemen van toepassing is. Bent u benieuwd naar de specifieke stappen die de exploitanten volgens de rechtbank hadden moeten nemen om nalatigheid te voorkomen, of naar de argumenten die werden gebruikt om de aansprakelijkheid van de exploitanten vast te stellen?

De actie tegen de ongewenste reproductie en openbaarmaking van auteursrechtelijk beschermde werken is primair gebaseerd op het Duitse auteursrecht (UrhG), aangezien de Klรคgerin bescherming voor het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland vorderde.

De juridische basis voor de vordering tot stopzetting (Unterlassungsanspruch) ligt in § 97 Abs. 1 S. 1 UrhG. De inbreuken die deze actie rechtvaardigden, betroffen de volgende Verwertingsrechten (exploitatierechten) van de auteursrechthebbenden:

  1. Het verveelvoudigingsrecht (§ 16 Abs. 1 UrhG), dit omvat de ongeoorloofde reproductie van de liedteksten, zowel geheel als gedeeltelijk, in de taalmodellen (Large Language Models), zoals gebeurd in Modellen 4 en 40, en de verveelvoudiging via de Outputs op de eindapparatuur van de gebruikers.
  2. Het recht van openbare toegankelijk making (§ 19a UrhG), wegens het geheel of gedeeltelijk publiekelijk beschikbaar stellen van de liedteksten via de uitgaven (Outputs) van de generatieve taalassistent (Chatbot).
  3. Het recht op verveelvoudiging en openbaarmaking van de teksten in de vorm van wijzigingen ("Umgestaltungen") (§ 23 Abs. 1 UrhG), wat ook als een inbreuk werd beschouwd.
  4. De algemene exploitatierechten (§ 15 Abs. 1, 2 UrhG).