Posts tonen met het label Hof van Justitie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hof van Justitie. Alle posts tonen

donderdag 18 december 2025

Hof van Justitie - Wat is de implicatie van de aangepaste bewijslast voor Frontex' aansprakelijkheid in pushbackzaken

Bron

De bron is een uittreksel van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Grote Kamer) van 18 december 2025, betreffende de zaak Alaa Hamoudi tegen het Europees Agentschap voor de grens- en kustwacht (Frontex). Dit beroep volgt op de afwijzing door het Gerecht van de vordering van Alaa Hamoudi tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van vermeend onrechtmatig handelen van Frontex in de context van pushback-maatregelen in de Egeïsche Zee. Het arrest richt zich op de voorwaarden voor de niet-contractuele aansprakelijkheid van Frontex, met een focus op de bewijslast en de plicht van het Gerecht om de zaak te onderzoeken, met name met betrekking tot de eerbiediging van de grondrechten en het non-refoulementbeginsel. Het Hof vernietigt de uitspraak van het Gerecht en verwijst de zaak terug, omdat het oordeelt dat het Gerecht een te hoge bewijsstandaard heeft gehanteerd en onvoldoende onderzoek heeft gedaan.

 

Hof van Justitie en Polen

Bron

Dit document betreft een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in een inbreukprocedure aangespannen door de Europese Commissie tegen de Republiek Polen. De kern van de zaak is de vaststelling dat Polen zijn verplichtingen op grond van het EU-recht niet is nagekomen, met name met betrekking tot het waarborgen van effectieve rechtsbescherming en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. De inbreuk wordt toegeschreven aan de interpretatie van de Poolse grondwet door het Trybunał Konstytucyjny (Grondwettelijk Hof van Polen) in twee specifieke arresten, waarin het de suprematie van het EU-recht en het bindende effect van de jurisprudentie van het Hof van Justitie ter discussie stelde. Bovendien concludeert het Hof dat het Poolse Grondwettelijk Hof niet voldoet aan de eisen van een onafhankelijk en onpartijdig gerecht als gevolg van ernstige onregelmatigheden bij de benoeming van rechters en de president. Uiteindelijk wordt Polen veroordeeld tot het dragen van de kosten van de procedure.

 

Hof van Justitie - uitspraak voor het gebruik van bodycams in openbaar vervoer

Bron.

Het document betreft een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2025:980) dat een prejudiciële beslissing geeft over de interpretatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De zaak draait om een geschil in Zweden tussen de Integritetsskyddsmyndigheten (de Zweedse gegevensbeschermingsautoriteit) en de openbaarvervoermaatschappij AB Storstockholms Lokaltrafik (SL), die een boete kreeg voor het verzamelen van persoonsgegevens via bodycams gedragen door conducteurs. De centrale rechtsvraag is of de verplichte informatievoorziening aan gefilmde personen moet worden geregeld door artikel 13 van de AVG (gegevens direct bij de betrokkene verzameld) of artikel 14 van de AVG (gegevens niet bij de betrokkene verzameld). Het Hof concludeert dat, aangezien de bodycams gegevens rechtstreeks van de gefilmde personen verzamelen, artikel 13 van de AVG van toepassing is om een hoog niveau van bescherming en transparantie te waarborgen.

dinsdag 25 november 2025

Hof van Justitie - uitputting van opvangcapaciteit en gevolgen

Bron - Hof van Justitie.


1. Wat zijn de feiten? (de achtergrond van de zaak)

de zaak betreft een prejudiciële verwijzing (een vraag aan het hof over de uitleg van het unierecht) ingediend door de high court (Ierland).

  • partijen: de eisers zijn s.a. (een afghaans onderdaan) en r.j. (een onderdaan van india), die in respectievelijk februari en maart 2023 in ierland een verzoek om internationale bescherming indienden. de verweerders zijn de minister for children, equality, disability, integration and youth, ierland en de attorney general.
  • aanleiding: s.a. en r.j. stelden een vordering tot schadevergoeding in omdat de ierse autoriteiten hen gedurende meerdere weken geen toegang verschaften tot huisvesting, voedsel, water en andere materiële opvangvoorzieningen ter dekking van hun basisbehoeften.
  • leefomstandigheden: de ierse autoriteiten konden hen geen onderdak bieden omdat de opvangcentra volzet waren, ondanks de beschikbaarheid van individuele, tijdelijke huisvesting in ierland. s.a. en r.j. sliepen op straat of in precaire accommodatie, hadden niet altijd voldoende te eten, konden hun hygiëne niet handhaven en verkeerden in een noodsituatie. s.a. ontving wel dringende medische zorg.
  • gedeeltelijke hulp: ze ontvingen aanvankelijk slechts een eenmalige voucher van 25 eur. na wijziging van de voorwaarden kregen ze later wel een wekelijkse uitkering van 38,80 eur (met terugwerkende kracht), maar kregen pas huisvesting in april en mei 2023.
  • oorzaak volzetting: ierland stelde dat de huisvestingscapaciteit uitgeput was als gevolg van een plotselinge, ongeziene toestroom van bijna 100.000 derdelanders die om tijdelijke of internationale bescherming verzochten na de russische inval in oekraïne (februari 2022 tot mei 2023).

vrijdag 21 november 2025

Uitspraak Hof van Justitie over het verzamelen en opslaan van biometrische en genetische gegevens

Bron

Dit arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ), gewezen door de Vijfde kamer op 20 november 2025 in zaak C‑57/23, betreft een prejudiciële verwijzing ingediend door de Nejvyšší správní soud (hoogste bestuursrechter, Tsjechië) over de uitlegging van Richtlijn (EU) 2016/680 (de richtlijn inzake gegevensverwerking door bevoegde autoriteiten voor strafrechtelijke doeleinden).

De centrale thematiek van het arrest is de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking en opslag van biometrische en genetische gegevens door de politie in het kader van strafrechtelijke procedures.

Hieronder volgt een uitvoerige bespreking van de feiten, de middelen (prejudiciële vragen) en de beslissing van het Hof.

zondag 16 november 2025

Hof van Justitie Oordeel: E-Privacy en nieuwsbrieven Direct Marketing

 

Bron

Kort:

Uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Eerste Kamer) van 13 november 2025, over een verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door een Roemeense rechtbank. De uitspraak behandelt de interpretatie van Richtlijn 2002/58/EG (e-Privacyrichtlijn) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) met betrekking tot de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens voor direct marketing, met name het versturen van dagelijkse nieuwsbrieven via e-mail. Centraal staat de vraag of het verkrijgen van e-mailadressen bij de aanmelding voor een gratis online dienst wordt beschouwd als 'in het kader van de verkoop van een product of een dienst' en of de nieuwsbrief als 'direct marketing' kan worden aangemerkt. Het Hof concludeert dat het versturen van de nieuwsbrief inderdaad direct marketing is en dat de bepalingen van de AVG over de rechtmatigheid van de verwerking niet van toepassing zijn wanneer de specifieke voorwaarden van de e-Privacyrichtlijn worden nageleefd.

  

woensdag 24 september 2025

AVG Schadevergoeding en onrechtmatige gegevensverwerking: Hof van Justitie Arrest

Bron

Dit arrest gaat over een man wiens persoonsgegevens (over zijn salariseisen bij een sollicitatie) per ongeluk naar een bekende van hem werden gestuurd. De man voelde zich hierdoor vernederd en was bezorgd over zijn reputatie. Hij stapte naar de rechter en eiste twee dingen:

  1. Een verbod voor de bank om dit in de toekomst nog eens te doen.
  2. Een schadevergoeding voor zijn emotionele leed (immateriële schade).

De Duitse rechter wist niet precies hoe de Europese privacywet (AVG) op deze punten moest worden toegepast en stelde daarom vragen aan het Europees Hof van Justitie. De uitspraak van het Hof geeft belangrijke duidelijkheid over de rechten van burgers bij een datalek.

donderdag 11 september 2025

Hof van Justitie - discriminatie ouders van gehandicapte kinderen

Bron

Podcast

Inleiding: Waar ging de zaak over? 

De zaak (C‑38/24, genaamd Bervidi) ging over G.L., een medewerkster van het Italiaanse bedrijf AB SpA. G.L. werkte als "stationsmedewerker" en moest de metro bewaken en controleren. Haar zoon was echter ernstig gehandicapt en volledig invalide en had 's middags vaste zorg nodig.

G.L. vroeg haar werkgever herhaaldelijk om haar werktijden permanent aan te passen zodat ze voor haar zoon kon zorgen, eventueel door haar een functie met een lagere kwalificatie en vaste ochtenddiensten (van 8.30 tot 15.00 uur) te geven. AB SpA weigerde dit permanent te regelen, hoewel ze tijdelijk wel enige aanpassingen deden, zoals een vaste werkplek en een voorkeursrooster.

G.L. stapte naar de rechter, omdat ze vond dat de weigering van haar werkgever discriminatoir was. De Italiaanse rechtbanken verwierpen haar claims, maar de hoogste Italiaanse rechter, de Corte suprema di cassazione (Hof van Cassatie), besloot het Europees Hof van Justitie om advies te vragen. Dit gebeurde via een verzoek om een prejudiciële beslissing. Dit is een procedure waarbij een nationale rechter het Europees Hof vraagt hoe Europese wetten geïnterpreteerd moeten worden in een specifieke situatie.

De kernvraag was of een werknemer die zelf niet gehandicapt is, maar wel zorgt voor een gehandicapt kind, zich kan beroepen op de bescherming tegen discriminatie die geldt voor gehandicapten, en of de werkgever dan verplicht is tot redelijke aanpassingen.

donderdag 5 juni 2025

Advies Zaak C-769/22: Hongarije versus EU-Waarden

Bron

Advies van de advocaat-generaal in zaak C-769/22 (Europese Commissie tegen Hongarije)

Datum: 5 juni 2025

Zaaknummer: C‑769/22

Partijen: Europese Commissie tegen Hongarije

Onderwerp: Niet-nakomingsprocedure betreffende de Hongaarse wetgeving die maatregelen invoert tegen "pedofiele seksuele delinquenten" en die de bescherming van kinderen beoogt, maar zich hoofdzakelijk richt op content waarin genderidentiteiten die niet overeenkomen met het bij de geboorte toegewezen geslacht, geslachtsverandering of homoseksualiteit worden gepromoot of afgebeeld. Het advies richt zich op mogelijke schendingen van artikel 56 VWEU, Richtlijn 2000/31/EG, Richtlijn 2006/123, Richtlijn 2010/13/EU, en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (met name artikel 21, 7, 11 en 1), alsook artikel 2 VEU.