donderdag 18 december 2025

Hof van Justitie en Polen

Bron

Dit document betreft een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in een inbreukprocedure aangespannen door de Europese Commissie tegen de Republiek Polen. De kern van de zaak is de vaststelling dat Polen zijn verplichtingen op grond van het EU-recht niet is nagekomen, met name met betrekking tot het waarborgen van effectieve rechtsbescherming en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. De inbreuk wordt toegeschreven aan de interpretatie van de Poolse grondwet door het Trybunał Konstytucyjny (Grondwettelijk Hof van Polen) in twee specifieke arresten, waarin het de suprematie van het EU-recht en het bindende effect van de jurisprudentie van het Hof van Justitie ter discussie stelde. Bovendien concludeert het Hof dat het Poolse Grondwettelijk Hof niet voldoet aan de eisen van een onafhankelijk en onpartijdig gerecht als gevolg van ernstige onregelmatigheden bij de benoeming van rechters en de president. Uiteindelijk wordt Polen veroordeeld tot het dragen van de kosten van de procedure.

 

In deze zaak heeft de Europese Commissie een beroep ingesteld tegen de Republiek Polen wegens schending van de rechtsstaatbeginselen en het Unierecht,. Opvallend is dat Polen tijdens de procedure zijn verweer heeft ingetrokken en de klachten van de Commissie volledig heeft erkend. Het Hof heeft desondanks geoordeeld om de schendingen formeel vast te stellen.

De uitspraak draait om drie hoofdklachten (grieven) met betrekking tot het Poolse Grondwettelijk Hof (Trybunał Konstytucyjny).

1. Schending van het recht op effectieve rechtsbescherming (Artikel 19 VEU)

De eerste klacht betreft de interpretatie van de Poolse Grondwet door het Poolse Grondwettelijk Hof in twee specifieke arresten van 14 juli 2021 en 7 oktober 2021.

  • Het probleem: Het Poolse Grondwettelijk Hof oordeelde in deze arresten dat Artikel 19, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) onverenigbaar was met de Poolse Grondwet, voor zover het Poolse rechters de bevoegdheid gaf om de rechtmatigheid van rechterbenoemingen te toetsen,. Ook verklaarde het dat voorlopige maatregelen van het Europees Hof van Justitie die de organisatie van de Poolse justitie raakten, "ultra vires" (buiten de bevoegdheid) waren en dus niet toegepast mochten worden,.
  • Het oordeel van het Hof: Het Hof oordeelt dat Polen hiermee zijn verplichtingen niet is nagekomen. Artikel 19 VEU vereist dat lidstaten effectieve rechtsbescherming garanderen. Door te verbieden dat nationale rechters de rechtmatigheid van benoemingsprocedures toetsen aan EU-normen, wordt de effectiviteit van het Unierecht ondermijnd,. Bovendien mag een nationale bepaling niet verhinderen dat voorlopige maatregelen van het Europees Hof worden uitgevoerd; dit zou de volle werking van het Unierecht tenietdoen,.

2. Schending van de voorrang en autonomie van het Unierecht

De tweede klacht gaat over de aanval van het Poolse Grondwettelijk Hof op de fundamentele principes van de EU-rechtsorde, zoals de voorrang van het EU-recht en de bindende werking van arresten van het Europees Hof.

  • Het probleem: In het arrest van 7 oktober 2021 stelde het Poolse Grondwettelijk Hof dat EU-instellingen buiten hun bevoegdheden traden en dat de Poolse Grondwet boven het EU-recht staat,. Het verbood Poolse organen om bepaalde EU-verdragsbepalingen toe te passen.
  • Het oordeel van het Hof: Het Hof bevestigt dat het Unierecht een autonome rechtsorde is met voorrang op nationaal recht, inclusief grondwettelijke bepalingen,. Een lidstaat kan zich niet beroepen op zijn "nationale identiteit" of grondwettelijke structuur om zich te onttrekken aan fundamentele waarden zoals de rechtsstaat (Artikel 2 VEU). Alleen het Europees Hof van Justitie is bevoegd om bindend vast te stellen of een EU-handeling geldig is of buiten de bevoegdheden valt; nationale rechters mogen dit niet eenzijdig beslissen,. Door de voorrang van het EU-recht en de bindende kracht van arresten van het Hof te verwerpen, heeft Polen het Unierecht geschonden,.

3. Het Poolse Grondwettelijk Hof is geen "onafhankelijk en bij de wet ingesteld gerecht"

De derde klacht richt zich op de samenstelling van het Poolse Grondwettelijk Hof zelf. De Commissie stelde dat dit hof, door onregelmatige benoemingen, niet meer voldoet aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid .

  • Onrechtmatige benoeming van rechters (december 2015): In 2015 koos de Sejm (het Poolse parlement) drie rechters (H.C., L.M. en M.M.) voor zetels die al rechtmatig waren vervuld door de vorige zittingsperiode van het parlement, . De Poolse president weigerde de eed van de oorspronkelijk gekozen rechters af te nemen, maar beëdigde wel de onrechtmatig gekozen rechters. Het Hof oordeelt dat dit een manifeste schending was van fundamentele regels, waardoor twijfel ontstaat over de onafhankelijkheid van het hof , .
  • Onrechtmatige benoeming van de president (december 2016): De benoeming van rechter J.P. tot president van het Grondwettelijk Hof verliep via een gemanipuleerde procedure en nieuwe wetgeving die specifiek voor dit doel was aangenomen , . Tijdens de vergadering om kandidaten te kiezen, waren slechts 6 van de 14 rechters aanwezig die aan de stemming deelnamen, waaronder de drie onrechtmatig benoemde rechters . J.P. kreeg onvoldoende steun volgens de regels, maar werd toch voorgedragen en benoemd .
  • Het oordeel van het Hof: Door deze onregelmatigheden voldoet het Poolse Grondwettelijk Hof niet aan de vereisten van een "onafhankelijk en onpartijdig, vooraf bij wet ingesteld gerecht" zoals vereist door Artikel 19 VEU .

Conclusie en beslissing

Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest (dictum) vastgesteld dat de Republiek Polen op alle punten in gebreke is gebleven:

  1. Door de interpretatie van de Poolse Grondwet in de arresten van 2021, die effectieve rechtsbescherming volgens Artikel 19 VEU verhindert.
  2. Door de principes van voorrang, autonomie en effectiviteit van het Unierecht te schenden.
  3. Omdat het Poolse Grondwettelijk Hof zelf, door de onregelmatige benoemingen van rechters en zijn president, geen onafhankelijk en bij de wet ingesteld gerecht meer is.

Polen is tevens veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.