zondag 16 november 2025

Hof van Justitie Oordeel: E-Privacy en nieuwsbrieven Direct Marketing

 

Bron

Kort:

Uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Eerste Kamer) van 13 november 2025, over een verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door een Roemeense rechtbank. De uitspraak behandelt de interpretatie van Richtlijn 2002/58/EG (e-Privacyrichtlijn) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) met betrekking tot de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens voor direct marketing, met name het versturen van dagelijkse nieuwsbrieven via e-mail. Centraal staat de vraag of het verkrijgen van e-mailadressen bij de aanmelding voor een gratis online dienst wordt beschouwd als 'in het kader van de verkoop van een product of een dienst' en of de nieuwsbrief als 'direct marketing' kan worden aangemerkt. Het Hof concludeert dat het versturen van de nieuwsbrief inderdaad direct marketing is en dat de bepalingen van de AVG over de rechtmatigheid van de verwerking niet van toepassing zijn wanneer de specifieke voorwaarden van de e-Privacyrichtlijn worden nageleefd.

  

De relatie tussen de e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, Verordening (EU) 2016/679) heeft een doorslaggevend effect op direct marketing binnen de elektronische communicatiesector, met name met betrekking tot ongevraagde communicatie.

Deze relatie wordt beheerst door het beginsel dat de e-Privacyrichtlijn de AVG aanvult en specificeert voor de elektronische communicatiesector. Artikel 95 van de AVG verduidelijkt deze verhouding.

Hieronder volgt hoe deze relatie direct marketing beïnvloedt:

1. Voorrang van de e-Privacyrichtlijn (Artikel 95 AVG)

De AVG legt geen aanvullende verplichtingen op aan natuurlijke of rechtspersonen met betrekking tot verwerkingen in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten, voor zover zij al onderworpen zijn aan specifieke verplichtingen met hetzelfde doel die zijn vastgelegd in de e-Privacyrichtlijn.

In de context van direct marketing via elektronische communicatie, met name ongevraagde communicatie, regelt Artikel 13 van Richtlijn 2002/58 de voorwaarden voor de verwerking van persoonsgegevens.

2. De Rechtsgrondslag voor direct marketing

Artikel 13 van Richtlijn 2002/58 wordt geacht de voorwaarden en doeleinden van de verwerking, evenals de rechten van de betrokkene, uitvoerig te regelen en legt daarmee ‘specifieke verplichtingen’ op in de zin van Artikel 95 van de AVG.

Het belangrijkste gevolg is dat wanneer een verwerkingsverantwoordelijke een e-mailadres van een gebruiker gebruikt om een ongevraagde communicatie te versturen in overeenstemming met Artikel 13(2) van de Richtlijn 2002/58:

  • De rechtmatigheid van die verwerking wordt vastgesteld op basis van die bepaling (Artikel 13(2)).
  • De voorwaarden voor rechtmatige verwerking zoals vastgelegd in Artikel 6(1) van de AVG (zoals toestemming, noodzakelijkheid voor uitvoering van een overeenkomst, of gerechtvaardigd belang) niet van toepassing zijn.

3. De Vereisten voor direct marketing onder de e-Privacyrichtlijn

Artikel 13 van de e-Privacyrichtlijn regelt het gebruik van elektronische communicatie (zoals e-mail) voor direct marketing. Direct marketing omvat communicatie die een commercieel doel nastreeft en rechtstreeks en individueel tot een consument is gericht. Dit geldt ook als de communicatie een informatief karakter heeft, maar bedoeld is om de gebruiker te verleiden tot het afnemen van betaalde inhoud of diensten.

De richtlijn stelt twee hoofdregels vast voor de verwerking van elektronische contactgegevens voor direct marketing:

A. Hoofdregel: Voorafgaande Toestemming (Opt-in)

Het gebruik van elektronische post (e-mail) voor direct marketing is in beginsel alleen toegestaan ten aanzien van abonnees of gebruikers die vooraf hun toestemming hebben gegeven.

B. Uitzondering: Bestaande Klantrelatie (Soft Opt-out)

Als uitzondering op de vereiste van voorafgaande toestemming (Artikel 13, lid 1) staat Artikel 13, lid 2, toe dat elektronische contactgegevens worden gebruikt voor direct marketing indien aan de volgende strikte voorwaarden is voldaan:

  1. Verkrijging in het kader van een verkoop: De natuurlijke of rechtspersoon heeft de elektronische contactgegevens verkregen van zijn klanten in het kader van de verkoop van een product of een dienst.
    • Toelichting: Het concept van 'verkoop' vereist betaling. Echter, dit kan ook een indirecte beloning zijn, zoals in het geval van een gratis account dat toegang geeft tot content, waarbij de dienst een reclamedoel heeft ter promotie van betaalde content (een 'Premium Service'), en de kosten van deze gratis dienst zijn inbegrepen in de prijs van het volledige abonnement.
  2. Soortgelijke producten of diensten: De gegevens mogen alleen worden gebruikt voor de directe marketing van eigen soortgelijke producten of diensten van diezelfde natuurlijke of rechtspersoon.
  3. Opt-out mogelijkheid: Klanten moeten duidelijk en uitdrukkelijk in de gelegenheid worden gesteld om, kosteloos en op eenvoudige wijze, bezwaar te maken tegen dit gebruik van de elektronische contactgegevens. Deze mogelijkheid moet worden geboden zowel op het moment van het verzamelen van de gegevens als bij iedere daaropvolgende boodschap.

Samenvattend

De relatie tussen de AVG en de e-Privacyrichtlijn zorgt ervoor dat Artikel 13 van de e-Privacyrichtlijn de primaire wettelijke basis en de vastgestelde regels biedt voor direct marketing via elektronische post. Als de specifieke voorwaarden voor ongevraagde communicatie (zoals de ‘soft opt-in’ bij een bestaande klantrelatie) worden nageleefd volgens Artikel 13(2) D 2002/58, hoeft de verwerkingsverantwoordelijke niet te voldoen aan de rechtmatigheidsgronden van Artikel 6(1) AVG.

Dit systeem fungeert als een speciale sleutel: zodra je voldoet aan de specifieke, strengere regels van de e-Privacyrichtlijn voor het verzenden van elektronische marketing (de "specifieke verplichtingen"), hoef je de algemene sloten van de AVG (de Artikel 6 rechtsgrondslagen) niet te gebruiken, omdat het doel van de bescherming reeds bereikt is.

Welke criteria bepalen of e-mailadressen zijn verkregen "in het kader van een verkoop"?

De criteria die bepalen of e-mailadressen zijn verkregen "in het kader van een verkoop" (zoals bedoeld in Artikel 13, lid 2, van de e-Privacyrichtlijn) zijn primair gericht op het bestaan van een transactie die betaling of beloning impliceert, hoewel deze beloning niet noodzakelijkerwijs direct hoeft te zijn.

Volgens de interpretatie van het Hof van Justitie in de bronnen, zijn de volgende criteria van toepassing:

1. Het vereiste van beloning (Betaling)

Een "verkoop" (sale), volgens een algemeen aanvaarde definitie, verwijst naar een overeenkomst die noodzakelijkerwijs een betaling vereist in ruil voor een goed of een dienst. De term is daarom uitsluitend van toepassing op transacties die beloning met zich meebrengen.

2. De acceptatie van indirecte beloning

Het is echter niet vereist dat de dienst rechtstreeks wordt betaald door degenen voor wie de dienst wordt verricht. Dit is een cruciaal punt voor online diensten:

  • Reclamedoel: De voorwaarde voor 'verkoop' is ook voldaan wanneer de verlening van een gratis dienst plaatsvindt met als doel het adverteren van de verkochte goederen en diensten van de dienstverlener.
  • Kostenincorporatie: De kosten van deze activiteit (de gratis dienst) moeten dan opgenomen zijn in de prijs van de goederen of diensten die de dienstverlener levert.
  • Indirecte Vergoeding: Een indirecte beloning die is opgenomen in de prijs van een volledig abonnement (of vergelijkbaar betaald aanbod) van de dienstverlener, voldoet aan het vereiste van betaling.

Toepassing in de context van online diensten

In de specifieke zaak die in de bronnen wordt besproken, werd vastgesteld dat het verkrijgen van e-mailadressen voldeed aan het criterium van "verkoop van een dienst" toen een gebruiker een gratis account creëerde.

Dit was het geval omdat:

  1. Het creëren van het gratis account het accepteren van de contractuele voorwaarden voor de "Premium Service" (een betaalde dienst) impliceerde.
  2. De gratis dienst (het ontvangen van een dagelijkse nieuwsbrief en gratis toegang tot een beperkt aantal artikelen) primair een reclamedoel had. Het was bedoeld om gebruikers te verleiden hun gratis artikellimiet te overschrijden en een volledig, betaald abonnement af te sluiten.
  3. De kosten van de gratis dienst (de nieuwsbrief en gratis artikelen) werden opgenomen in de prijs van de betaalde inhoud.

De transactie waarbij Inteligo Media de elektronische contactgegevens van gebruikers verkreeg, kon daarom vallen onder het concept van ‘verkoop van een dienst’ in de zin van Artikel 13, lid 2, van Richtlijn 2002/58.

Context: Bestaande Klantrelatie

Deze ruime interpretatie is in overeenstemming met de doelstellingen van Artikel 13, lid 2, van de Richtlijn 2002/58, zoals blijkt uit Overweging 41. De EU-wetgever was van plan een uitzondering op het toestemmingsbeginsel te bieden wanneer de elektronische contactgegevens werden verkregen "in het kader van een bestaande klantenrelatie" (existing customer relationship), zonder die relatie verder te specificeren. De vereiste dat de gegevens in het kader van een ‘verkoop’ zijn verkregen, wordt strikt geïnterpreteerd, maar mag niet zo strikt zijn dat het de doeltreffendheid van de uitzondering tenietdoet.

Kortom: De criteria vereisen een economische relatie (beloning), maar accepteren dat deze beloning indirect kan zijn, zolang de kosten van de gratis dienst (die dient als reclame) zijn ingecalculeerd in de prijs van het betaalde aanbod.

 

Wat is de precieze juridische definitie van 'direct marketing' in elektronische communicatie?

De precieze juridische definitie van 'direct marketing' in elektronische communicatie, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie in de context van Artikel 13 van Richtlijn 2002/58/EG, is tweeledig:

Het concept 'communicatie voor de doeleinden van direct marketing' omvat communicaties die een commercieel doel nastreven en rechtstreeks en individueel tot een consument zijn gericht.

Hieronder volgen de essentiële criteria en verduidelijkingen uit de bronnen:

1. Het commerciële doel (Purposes of Direct Marketing)

  • Commercieel belang: Direct marketing heeft betrekking op communicaties die een commercieel doel nastreven.
  • Promotie van Diensten: Reclameboodschappen die diensten promoten en die in de vorm van een e-mail direct in de inbox van de gebruiker worden weergegeven, vormen dergelijke communicaties.
  • Informatief Karakter Sluit Niet Uit: Het feit dat een communicatie ook een informatieve inhoud heeft (zoals een samenvatting van onderwerpen of nieuwe wetgeving in een nieuwsbrief) betekent niet dat deze moet worden uitgesloten van het concept ‘communicatie voor de doeleinden van direct marketing’.
  • Verleiding tot Betaalde Diensten: Een communicatie valt onder direct marketing wanneer deze bedoeld is om de gebruikers te verleiden om toegang te krijgen tot de betaalde inhoud (bijvoorbeeld door het overschrijden van een limiet van gratis te bekijken artikelen te promoten en daarmee het afsluiten van een volledig abonnement aan te moedigen). In dit geval bevordert het de verkoop van de inhoud en dient het dus een commercieel doel.
  • Structuur van het Aanbod: De kwalificatie als direct marketing geldt onafhankelijk van de vraag of dat doel uitsluitend kan worden afgeleid uit de inhoud van de communicatie of uit de structuur van het aanbod van de afzender.

2. De relatie met 'Commerciële Communicatie'

De bronnen noemen ook het verwante, maar niet direct equivalente, begrip "commerciële communicatie" zoals gedefinieerd in Richtlijn 2000/31/EG (de E-commercerichtlijn).

  • Definitie Commerciële Communicatie: Dit is "elke vorm van communicatie die is bedoeld om, direct of indirect, de goederen, diensten of het imago van een onderneming, organisatie of persoon met een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of die een gereguleerd beroep uitoefent, te promoten".
  • Uitzonderingen: Niet-commerciële communicatie omvat informatie die directe toegang geeft tot de activiteit van de organisatie (zoals een domeinnaam of e-mailadres). Ook communicaties met betrekking tot de goederen of diensten die onafhankelijk zijn opgesteld, met name zonder financiële vergoeding, vallen niet onder de definitie van commerciële communicatie.

De bepalingen van de e-Privacyrichtlijn (Artikel 13) bevatten waarborgen tegen inbreuk op de privacy door ongevraagde communicatie voor direct marketing doeleinden, met het oog op het waarborgen van de rechten vastgelegd in Artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Hoewel de vraag werd gesteld of een nieuwsbrief als commerciële communicatie kon worden beschouwd (in de zin van Richtlijn 2000/31), werd deze vraag door het Hof als niet-ontvankelijk beschouwd, omdat de communicatie al was vastgesteld als 'direct marketing' in de zin van Richtlijn 2002/58.

Wat is een gratis nieuwsbrief met commerciele doeleinden?

Een gratis nieuwsbrief heeft commerciële doeleinden wanneer deze, ondanks het feit dat de nieuwsbrief zelf zonder directe kosten wordt verstrekt, is ontworpen om de ontvangers te verleiden tot de aankoop van betaalde producten of diensten van de afzender.

De kwalificatie van een dergelijke nieuwsbrief als een communicatie voor de doeleinden van direct marketing is gebaseerd op de volgende criteria, zoals geïnterpreteerd in de context van Artikel 13 van Richtlijn 2002/58/EG:

1. Commercieel Doel en Structuur van het Aanbod

De nieuwsbrief moet communicaties omvatten die een commercieel doel nastreven en die rechtstreeks en individueel tot een consument zijn gericht, bijvoorbeeld door middel van een e-mail die direct in de inbox wordt weergegeven.

  • Informatieve Inhoud is niet Uitsluitend: Het feit dat de nieuwsbrief informatief is (bijvoorbeeld een samenvatting van onderwerpen of nieuwe wetgeving) sluit niet uit dat deze onder het concept ‘communicatie voor de doeleinden van direct marketing’ valt.
  • Aansporing tot Aankoop: Het primaire commerciële doel is het verleiden van gebruikers om toegang te krijgen tot de betaalde inhoud van de uitgever. De nieuwsbrief kan dit doen door de lezer aan te moedigen de limiet van gratis te bekijken artikelen te overschrijden en daarmee het afsluiten van een volledig abonnement te promoten.
  • Bevordering van Verkoop: De communicatie bevordert op die manier de verkoop van de inhoud en streeft daarmee een commercieel doel na.
  • Ongeacht de Inhoud: Deze kwalificatie geldt ongeacht of het commerciële doel uitsluitend kan worden afgeleid uit de inhoud van de communicatie of uit de structuur van het aanbod van de afzender.

2. De relatie met de ‘Verkoop van een Dienst’

Wanneer een gratis nieuwsbrief wordt verzonden, zijn de e-mailadressen vaak verkregen "in het kader van de verkoop van een product of een dienst" (Artikel 13, lid 2, Richtlijn 2002/58), zelfs als de service bij aanmelding gratis was.

  • Reclamedoel: De gratis verlening van de dienst (het ontvangen van de nieuwsbrief en het bekijken van een beperkt aantal artikelen) heeft, bovenal, een reclamedoel (advertising purpose).
  • Indirecte Vergoeding: De gratis dienst staat niet volledig los van een betaling. De kosten van deze gratis activiteit zijn opgenomen in de prijs van de goederen of diensten die de dienstverlener levert (bijvoorbeeld het volledige, betaalde abonnement, de "Premium Service").
  • Een indirecte vergoeding, die is inbegrepen in de prijs van een volledig abonnement, voldoet aan de eis van betaling voor het concept van 'verkoop van een dienst'.

Samenvattend: Een gratis nieuwsbrief is een nieuwsbrief met commerciële doeleinden als deze wordt verstuurd als onderdeel van een economische relatie die erop gericht is de gebruiker te verleiden tot het aanschaffen van vergelijkbare, betaalde producten of diensten van diezelfde aanbieder, waarbij de kosten van de gratis dienst zijn ingecalculeerd in de prijs van het betaalde aanbod.

Wat zijn de gevolgen van het verspreiden van dergelijke nieuwsbrief; welke wet is ervan toepassing en wat houdt dit concreet in?

Het verspreiden van een gratis nieuwsbrief met commerciële doeleinden (zoals gedefinieerd in ons eerdere gesprek: een communicatie die gebruikers verleidt tot het aanschaffen van betaalde producten of diensten) heeft belangrijke juridische gevolgen, waarbij de e-Privacyrichtlijn de primaire wetgeving is die van toepassing is.

Hieronder volgt een uiteenzetting van de toepasselijke wetgeving, de concrete vereisten voor de verspreiding, en de gevolgen.


1. Welke wet is van toepassing?

De wetgeving die direct van toepassing is op de verwerking van e-mailadressen voor het versturen van ongevraagde communicatie (direct marketing) is de e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG).

De relatie met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR) (Verordening (EU) 2016/679) wordt bepaald door Artikel 95 AVG:

  • Aanvulling en Specificatie: De e-Privacyrichtlijn specificeert en vult de AVG aan voor de elektronische communicatiesector, met name ten aanzien van de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden, en in het bijzonder het recht op privacy en vertrouwelijkheid.
  • Geen Aanvullende Plichten: De AVG legt geen aanvullende verplichtingen op aan natuurlijke of rechtspersonen met betrekking tot verwerkingen waarvoor zij al onderworpen zijn aan specifieke verplichtingen met hetzelfde doel die zijn vastgelegd in de e-Privacyrichtlijn.
  • Rechtsgrondslag (Artikel 6 AVG): Aangezien Artikel 13, lid 2 van de e-Privacyrichtlijn de voorwaarden en doeleinden voor de verwerking van ongevraagde communicatie uitvoerig regelt, stelt dit ‘specifieke verplichtingen’ vast in de zin van Artikel 95 AVG. Dit betekent dat als aan de voorwaarden van Artikel 13, lid 2, is voldaan, de voorwaarden voor rechtmatige verwerking zoals vastgelegd in Artikel 6, lid 1, van de AVG zijn niet van toepassing.

2. Wat houdt dit concreet in? (Vereisten voor Rechtmatige Verspreiding)

De verspreiding van een gratis, commerciële nieuwsbrief via e-mail kan alleen rechtmatig plaatsvinden als wordt voldaan aan de strikte voorwaarden van Artikel 13, lid 2, van Richtlijn 2002/58 (de "soft opt-out"-regel), als uitzondering op de hoofdregel van voorafgaande toestemming (opt-in).

Concreet houdt dit in dat de verzender aan de volgende cumulatieve voorwaarden moet voldoen:

A. Verkrijging in het kader van een Verkoop

De elektronische contactgegevens (het e-mailadres) moeten zijn verkregen "in het kader van de verkoop van een product of een dienst".

  • Toepassing op Gratis Nieuwsbrieven: Dit is voldaan, zelfs als het account gratis is aangemaakt, indien de verlening van die gratis dienst (zoals het ontvangen van de nieuwsbrief en beperkte gratis artikelen) een reclamedoel heeft dat gericht is op het promoten van de betaalde inhoud (de Premium Service), en de kosten van die gratis dienst zijn opgenomen in de prijs van het volledige, betaalde abonnement. De transactie moet betaling of indirecte beloning inhouden.

B. Soortgelijke producten of diensten

De nieuwsbrief mag uitsluitend worden gebruikt voor de directe marketing van eigen soortgelijke producten of diensten van diezelfde natuurlijke of rechtspersoon.

  • Toepassing op Nieuwsbrieven: Een nieuwsbrief die primair informeert over onderwerpen die in de online publicatie worden besproken, maar die de gebruiker verleidt tot het overschrijden van de gratis artikellimiet en het afsluiten van een volledig, betaald abonnement, wordt beschouwd als direct marketing voor soortgelijke producten of diensten.

C. Duidelijke Opt-out Mogelijkheid

De klant moet duidelijk en uitdrukkelijk in de gelegenheid worden gesteld om, kosteloos en op eenvoudige wijze, bezwaar te maken tegen dit gebruik van de e-mailgegevens. Deze mogelijkheid moet worden geboden op twee momenten:

  1. Op het moment van het verzamelen van de gegevens.
  2. Bij iedere daaropvolgende boodschap (elke nieuwsbrief).

3. Gevolgen van het verspreiden van de nieuwsbrief

De gevolgen hangen af van de naleving van de bovenstaande voorwaarden:

Gevolg 1: Naleving van Artikel 13, lid 2 (Rechtmatige Verwerking)

Als de verzender de nieuwsbrief verstuurt terwijl hij aan alle criteria van Artikel 13, lid 2, voldoet (inclusief het correct aanbieden van de opt-out), dan is de verwerking van het e-mailadres rechtmatig. De verzender hoeft dan niet te bewijzen dat hij de rechtsgrondslagen van Artikel 6, lid 1, van de AVG heeft toegepast (zoals toestemming of gerechtvaardigd belang).

Gevolg 2: Schending van Artikel 13, lid 2 (Onrechtmatige Verwerking)

Als niet aan de voorwaarden van Artikel 13, lid 2, is voldaan (bijvoorbeeld als de opt-out-mogelijkheid onvoldoende was, of als de gegevens niet in het kader van een ‘verkoop’ zijn verkregen), valt de communicatie terug onder de algemene regel van Artikel 13, lid 1.

  • Hoofdvereiste: In dat geval is het gebruik van e-mail voor direct marketing alleen toegestaan ten aanzien van abonnees of gebruikers die voorafgaande uitdrukkelijke toestemming hebben gegeven (opt-in).
  • Bestuurlijke Sanctie: Het niet naleven van deze voorwaarden leidt tot een inbreuk en kan bestraft worden met een administratieve boete. In de specifieke zaak die in de bronnen wordt besproken, kreeg een uitgever (Inteligo Media SA) een boete opgelegd voor de verwerking van persoonsgegevens van klanten zonder de vereiste toestemming.
  • Hoogte van de Boete: De administratieve boetes voor dergelijke inbreuken kunnen oplopen tot € 20.000.000 of, in het geval van een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet van het voorafgaande financiële jaar, afhankelijk van welke van deze twee bedragen het hoogst is, aangezien de inbreuk de basisbeginselen voor verwerking (waaronder Artikel 5, 6 en 7 AVG) raakt. (Hoewel de AVG-artikelen in beginsel niet direct van toepassing zijn op de rechtsgrondslag, kunnen de boetebepalingen van de AVG wel van toepassing zijn op inbreuken op de fundamentele beginselen van gegevensbescherming.). De nationale wetgeving kan daarnaast specifieke boetes opleggen voor inbreuken op de bepalingen ter omzetting van de e-Privacyrichtlijn.

Vergelijking (Analogie):

De relatie tussen de e-Privacyrichtlijn en de AVG in deze context is te vergelijken met het gebruik van een speciale VIP-ingang bij een evenement. De AVG is de algemene toegangspoort (de hoofdpoort) met strenge identiteitscontroles (de Artikel 6 rechtsgrondslagen). Artikel 13, lid 2, van de e-Privacyrichtlijn is de speciale VIP-ingang (voor bestaande klanten). Zolang je kunt bewijzen dat je aan de strenge, specifieke VIP-vereisten voldoet (dat wil zeggen, de gegevens verkregen zijn bij een verkoop en je de afmeldmogelijkheid duidelijk aanbiedt), hoef je niet door de algemene controles (de AVG Artikel 6-controles). Als je echter niet aan de VIP-vereisten voldoet, word je teruggestuurd naar de hoofdpoort en moet je voldoen aan de strengste eis: voorafgaande, uitdrukkelijke toestemming (Artikel 13, lid 1).