Kort:
Uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Eerste
Kamer) van 13 november 2025, over een verzoek om een prejudiciële beslissing
ingediend door een Roemeense rechtbank. De uitspraak behandelt de interpretatie
van Richtlijn 2002/58/EG (e-Privacyrichtlijn) en de Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG) met betrekking tot de rechtmatigheid
van de verwerking van persoonsgegevens voor direct marketing, met name
het versturen van dagelijkse nieuwsbrieven via e-mail. Centraal staat de vraag
of het verkrijgen van e-mailadressen bij de aanmelding voor een gratis online
dienst wordt beschouwd als 'in het kader van de verkoop van een product
of een dienst' en of de nieuwsbrief als 'direct marketing' kan
worden aangemerkt. Het Hof concludeert dat het versturen van de nieuwsbrief
inderdaad direct marketing is en dat de bepalingen van de AVG over de
rechtmatigheid van de verwerking niet van toepassing zijn wanneer
de specifieke voorwaarden van de e-Privacyrichtlijn worden nageleefd.
De relatie tussen de e-Privacyrichtlijn (Richtlijn
2002/58/EG) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, Verordening
(EU) 2016/679) heeft een doorslaggevend effect op direct marketing binnen de
elektronische communicatiesector, met name met betrekking tot ongevraagde
communicatie.
Deze relatie wordt beheerst door het beginsel dat de
e-Privacyrichtlijn de AVG aanvult en specificeert voor de elektronische
communicatiesector. Artikel 95 van de AVG verduidelijkt deze verhouding.
Hieronder volgt hoe deze relatie direct marketing
beïnvloedt:
1. Voorrang van de e-Privacyrichtlijn (Artikel 95 AVG)
De AVG legt geen aanvullende verplichtingen op aan
natuurlijke of rechtspersonen met betrekking tot verwerkingen in verband met
het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten, voor
zover zij al onderworpen zijn aan specifieke verplichtingen met hetzelfde
doel die zijn vastgelegd in de e-Privacyrichtlijn.
In de context van direct marketing via elektronische
communicatie, met name ongevraagde communicatie, regelt Artikel 13 van
Richtlijn 2002/58 de voorwaarden voor de verwerking van persoonsgegevens.
2. De Rechtsgrondslag voor direct marketing
Artikel 13 van Richtlijn 2002/58 wordt geacht de voorwaarden
en doeleinden van de verwerking, evenals de rechten van de betrokkene, uitvoerig
te regelen en legt daarmee ‘specifieke verplichtingen’ op in de zin van Artikel
95 van de AVG.
Het belangrijkste gevolg is dat wanneer een
verwerkingsverantwoordelijke een e-mailadres van een gebruiker gebruikt om een
ongevraagde communicatie te versturen in overeenstemming met Artikel 13(2) van
de Richtlijn 2002/58:
- De
rechtmatigheid van die verwerking wordt vastgesteld op basis van die
bepaling (Artikel 13(2)).
- De
voorwaarden voor rechtmatige verwerking zoals vastgelegd in Artikel 6(1)
van de AVG (zoals toestemming, noodzakelijkheid voor uitvoering van een
overeenkomst, of gerechtvaardigd belang) niet van toepassing zijn.
3. De Vereisten voor direct marketing onder de
e-Privacyrichtlijn
Artikel 13 van de e-Privacyrichtlijn regelt het gebruik van
elektronische communicatie (zoals e-mail) voor direct marketing. Direct
marketing omvat communicatie die een commercieel doel nastreeft en
rechtstreeks en individueel tot een consument is gericht. Dit geldt ook als de
communicatie een informatief karakter heeft, maar bedoeld is om de gebruiker te
verleiden tot het afnemen van betaalde inhoud of diensten.
De richtlijn stelt twee hoofdregels vast voor de verwerking
van elektronische contactgegevens voor direct marketing:
A. Hoofdregel: Voorafgaande Toestemming (Opt-in)
Het gebruik van elektronische post (e-mail) voor direct
marketing is in beginsel alleen toegestaan ten aanzien van abonnees of
gebruikers die vooraf hun toestemming hebben gegeven.
B. Uitzondering: Bestaande Klantrelatie (Soft Opt-out)
Als uitzondering op de vereiste van voorafgaande toestemming
(Artikel 13, lid 1) staat Artikel 13, lid 2, toe dat elektronische
contactgegevens worden gebruikt voor direct marketing indien aan de volgende
strikte voorwaarden is voldaan:
- Verkrijging
in het kader van een verkoop: De natuurlijke of rechtspersoon heeft de
elektronische contactgegevens verkregen van zijn klanten in het kader
van de verkoop van een product of een dienst.
- Toelichting:
Het concept van 'verkoop' vereist betaling. Echter, dit kan ook een
indirecte beloning zijn, zoals in het geval van een gratis account dat
toegang geeft tot content, waarbij de dienst een reclamedoel heeft ter
promotie van betaalde content (een 'Premium Service'), en de kosten van
deze gratis dienst zijn inbegrepen in de prijs van het volledige
abonnement.
- Soortgelijke
producten of diensten: De gegevens mogen alleen worden gebruikt voor
de directe marketing van eigen soortgelijke producten of diensten
van diezelfde natuurlijke of rechtspersoon.
- Opt-out
mogelijkheid: Klanten moeten duidelijk en uitdrukkelijk in de
gelegenheid worden gesteld om, kosteloos en op eenvoudige wijze, bezwaar
te maken tegen dit gebruik van de elektronische contactgegevens. Deze
mogelijkheid moet worden geboden zowel op het moment van het verzamelen
van de gegevens als bij iedere daaropvolgende boodschap.
Samenvattend
De relatie tussen de AVG en de e-Privacyrichtlijn zorgt
ervoor dat Artikel 13 van de e-Privacyrichtlijn de primaire wettelijke basis
en de vastgestelde regels biedt voor direct marketing via elektronische post.
Als de specifieke voorwaarden voor ongevraagde communicatie (zoals de ‘soft
opt-in’ bij een bestaande klantrelatie) worden nageleefd volgens Artikel 13(2)
D 2002/58, hoeft de verwerkingsverantwoordelijke niet te voldoen aan de
rechtmatigheidsgronden van Artikel 6(1) AVG.
Dit systeem fungeert als een speciale sleutel: zodra je
voldoet aan de specifieke, strengere regels van de e-Privacyrichtlijn voor het
verzenden van elektronische marketing (de "specifieke
verplichtingen"), hoef je de algemene sloten van de AVG (de Artikel 6
rechtsgrondslagen) niet te gebruiken, omdat het doel van de bescherming reeds
bereikt is.
Welke criteria bepalen of e-mailadressen zijn verkregen
"in het kader van een verkoop"?
De criteria die bepalen of e-mailadressen zijn verkregen
"in het kader van een verkoop" (zoals bedoeld in Artikel 13, lid 2,
van de e-Privacyrichtlijn) zijn primair gericht op het bestaan van een
transactie die betaling of beloning impliceert, hoewel deze
beloning niet noodzakelijkerwijs direct hoeft te zijn.
Volgens de interpretatie van het Hof van Justitie in de
bronnen, zijn de volgende criteria van toepassing:
1. Het vereiste van beloning (Betaling)
Een "verkoop" (sale), volgens een algemeen
aanvaarde definitie, verwijst naar een overeenkomst die noodzakelijkerwijs een betaling
vereist in ruil voor een goed of een dienst. De term is daarom uitsluitend
van toepassing op transacties die beloning met zich meebrengen.
2. De acceptatie van indirecte beloning
Het is echter niet vereist dat de dienst rechtstreeks wordt
betaald door degenen voor wie de dienst wordt verricht. Dit is een cruciaal
punt voor online diensten:
- Reclamedoel:
De voorwaarde voor 'verkoop' is ook voldaan wanneer de verlening van een
gratis dienst plaatsvindt met als doel het adverteren van de
verkochte goederen en diensten van de dienstverlener.
- Kostenincorporatie:
De kosten van deze activiteit (de gratis dienst) moeten dan opgenomen
zijn in de prijs van de goederen of diensten die de dienstverlener
levert.
- Indirecte
Vergoeding: Een indirecte beloning die is opgenomen in de prijs
van een volledig abonnement (of vergelijkbaar betaald aanbod) van de
dienstverlener, voldoet aan het vereiste van betaling.
Toepassing in de context van online diensten
In de specifieke zaak die in de bronnen wordt besproken,
werd vastgesteld dat het verkrijgen van e-mailadressen voldeed aan het
criterium van "verkoop van een dienst" toen een gebruiker een gratis
account creëerde.
Dit was het geval omdat:
- Het
creëren van het gratis account het accepteren van de contractuele
voorwaarden voor de "Premium Service" (een betaalde dienst)
impliceerde.
- De
gratis dienst (het ontvangen van een dagelijkse nieuwsbrief en gratis
toegang tot een beperkt aantal artikelen) primair een reclamedoel
had. Het was bedoeld om gebruikers te verleiden hun gratis artikellimiet
te overschrijden en een volledig, betaald abonnement af te sluiten.
- De
kosten van de gratis dienst (de nieuwsbrief en gratis artikelen) werden opgenomen
in de prijs van de betaalde inhoud.
De transactie waarbij Inteligo Media de elektronische
contactgegevens van gebruikers verkreeg, kon daarom vallen onder het concept
van ‘verkoop van een dienst’ in de zin van Artikel 13, lid 2, van Richtlijn
2002/58.
Context: Bestaande Klantrelatie
Deze ruime interpretatie is in overeenstemming met de
doelstellingen van Artikel 13, lid 2, van de Richtlijn 2002/58, zoals blijkt
uit Overweging 41. De EU-wetgever was van plan een uitzondering op het
toestemmingsbeginsel te bieden wanneer de elektronische contactgegevens werden
verkregen "in het kader van een bestaande klantenrelatie" (existing
customer relationship), zonder die relatie verder te specificeren. De
vereiste dat de gegevens in het kader van een ‘verkoop’ zijn verkregen, wordt
strikt geïnterpreteerd, maar mag niet zo strikt zijn dat het de
doeltreffendheid van de uitzondering tenietdoet.
Kortom: De criteria vereisen een economische relatie
(beloning), maar accepteren dat deze beloning indirect kan zijn, zolang de
kosten van de gratis dienst (die dient als reclame) zijn ingecalculeerd in
de prijs van het betaalde aanbod.
Wat is de precieze juridische definitie van 'direct
marketing' in elektronische communicatie?
De precieze juridische definitie van 'direct marketing' in
elektronische communicatie, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie in
de context van Artikel 13 van Richtlijn 2002/58/EG, is tweeledig:
Het concept 'communicatie voor de doeleinden van direct
marketing' omvat communicaties die een commercieel doel nastreven en rechtstreeks
en individueel tot een consument zijn gericht.
Hieronder volgen de essentiële criteria en verduidelijkingen
uit de bronnen:
1. Het commerciële doel (Purposes of Direct Marketing)
- Commercieel
belang: Direct marketing heeft betrekking op communicaties die een
commercieel doel nastreven.
- Promotie
van Diensten: Reclameboodschappen die diensten promoten en die in de
vorm van een e-mail direct in de inbox van de gebruiker worden
weergegeven, vormen dergelijke communicaties.
- Informatief
Karakter Sluit Niet Uit: Het feit dat een communicatie ook een informatieve
inhoud heeft (zoals een samenvatting van onderwerpen of nieuwe
wetgeving in een nieuwsbrief) betekent niet dat deze moet worden
uitgesloten van het concept ‘communicatie voor de doeleinden van direct
marketing’.
- Verleiding
tot Betaalde Diensten: Een communicatie valt onder direct marketing
wanneer deze bedoeld is om de gebruikers te verleiden om toegang te
krijgen tot de betaalde inhoud (bijvoorbeeld door het overschrijden
van een limiet van gratis te bekijken artikelen te promoten en daarmee het
afsluiten van een volledig abonnement aan te moedigen). In dit geval
bevordert het de verkoop van de inhoud en dient het dus een commercieel doel.
- Structuur
van het Aanbod: De kwalificatie als direct marketing geldt
onafhankelijk van de vraag of dat doel uitsluitend kan worden afgeleid uit
de inhoud van de communicatie of uit de structuur van het aanbod
van de afzender.
2. De relatie met 'Commerciële Communicatie'
De bronnen noemen ook het verwante, maar niet direct
equivalente, begrip "commerciële communicatie" zoals
gedefinieerd in Richtlijn 2000/31/EG (de E-commercerichtlijn).
- Definitie
Commerciële Communicatie: Dit is "elke vorm van communicatie die
is bedoeld om, direct of indirect, de goederen, diensten of het imago van
een onderneming, organisatie of persoon met een commerciële, industriële
of ambachtelijke activiteit of die een gereguleerd beroep uitoefent, te
promoten".
- Uitzonderingen:
Niet-commerciële communicatie omvat informatie die directe toegang geeft
tot de activiteit van de organisatie (zoals een domeinnaam of
e-mailadres). Ook communicaties met betrekking tot de goederen of diensten
die onafhankelijk zijn opgesteld, met name zonder financiële vergoeding,
vallen niet onder de definitie van commerciële communicatie.
De bepalingen van de e-Privacyrichtlijn (Artikel 13)
bevatten waarborgen tegen inbreuk op de privacy door ongevraagde communicatie
voor direct marketing doeleinden, met het oog op het waarborgen van de rechten
vastgelegd in Artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de
Europese Unie.
Hoewel de vraag werd gesteld of een nieuwsbrief als
commerciële communicatie kon worden beschouwd (in de zin van Richtlijn
2000/31), werd deze vraag door het Hof als niet-ontvankelijk beschouwd, omdat
de communicatie al was vastgesteld als 'direct marketing' in de zin van
Richtlijn 2002/58.
Wat is een gratis nieuwsbrief met commerciele doeleinden?
Een gratis nieuwsbrief heeft commerciële doeleinden wanneer
deze, ondanks het feit dat de nieuwsbrief zelf zonder directe kosten wordt
verstrekt, is ontworpen om de ontvangers te verleiden tot de aankoop van
betaalde producten of diensten van de afzender.
De kwalificatie van een dergelijke nieuwsbrief als een
communicatie voor de doeleinden van direct marketing is gebaseerd op de
volgende criteria, zoals geïnterpreteerd in de context van Artikel 13 van
Richtlijn 2002/58/EG:
1. Commercieel Doel en Structuur van het Aanbod
De nieuwsbrief moet communicaties omvatten die een
commercieel doel nastreven en die rechtstreeks en individueel tot een
consument zijn gericht, bijvoorbeeld door middel van een e-mail die direct
in de inbox wordt weergegeven.
- Informatieve
Inhoud is niet Uitsluitend: Het feit dat de nieuwsbrief informatief is
(bijvoorbeeld een samenvatting van onderwerpen of nieuwe wetgeving) sluit
niet uit dat deze onder het concept ‘communicatie voor de doeleinden van
direct marketing’ valt.
- Aansporing
tot Aankoop: Het primaire commerciële doel is het verleiden van
gebruikers om toegang te krijgen tot de betaalde inhoud van de
uitgever. De nieuwsbrief kan dit doen door de lezer aan te moedigen de
limiet van gratis te bekijken artikelen te overschrijden en daarmee het afsluiten
van een volledig abonnement te promoten.
- Bevordering
van Verkoop: De communicatie bevordert op die manier de verkoop van de
inhoud en streeft daarmee een commercieel doel na.
- Ongeacht
de Inhoud: Deze kwalificatie geldt ongeacht of het commerciële doel
uitsluitend kan worden afgeleid uit de inhoud van de communicatie of uit
de structuur van het aanbod van de afzender.
2. De relatie met de ‘Verkoop van een Dienst’
Wanneer een gratis nieuwsbrief wordt verzonden, zijn de
e-mailadressen vaak verkregen "in het kader van de verkoop van een product
of een dienst" (Artikel 13, lid 2, Richtlijn 2002/58), zelfs als de
service bij aanmelding gratis was.
- Reclamedoel:
De gratis verlening van de dienst (het ontvangen van de nieuwsbrief en het
bekijken van een beperkt aantal artikelen) heeft, bovenal, een reclamedoel
(advertising purpose).
- Indirecte
Vergoeding: De gratis dienst staat niet volledig los van een betaling.
De kosten van deze gratis activiteit zijn opgenomen in de prijs van
de goederen of diensten die de dienstverlener levert (bijvoorbeeld het
volledige, betaalde abonnement, de "Premium Service").
- Een
indirecte vergoeding, die is inbegrepen in de prijs van een volledig
abonnement, voldoet aan de eis van betaling voor het concept van 'verkoop
van een dienst'.
Samenvattend: Een gratis nieuwsbrief is een
nieuwsbrief met commerciële doeleinden als deze wordt verstuurd als onderdeel
van een economische relatie die erop gericht is de gebruiker te verleiden
tot het aanschaffen van vergelijkbare, betaalde producten of diensten van
diezelfde aanbieder, waarbij de kosten van de gratis dienst zijn ingecalculeerd
in de prijs van het betaalde aanbod.
Wat zijn de gevolgen van het verspreiden van dergelijke
nieuwsbrief; welke wet is ervan toepassing en wat houdt dit concreet in?
Het verspreiden van een gratis nieuwsbrief met commerciële
doeleinden (zoals gedefinieerd in ons eerdere gesprek: een communicatie die
gebruikers verleidt tot het aanschaffen van betaalde producten of diensten)
heeft belangrijke juridische gevolgen, waarbij de e-Privacyrichtlijn de
primaire wetgeving is die van toepassing is.
Hieronder volgt een uiteenzetting van de toepasselijke
wetgeving, de concrete vereisten voor de verspreiding, en de gevolgen.
1. Welke wet is van toepassing?
De wetgeving die direct van toepassing is op de verwerking
van e-mailadressen voor het versturen van ongevraagde communicatie (direct
marketing) is de e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG).
De relatie met de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG/GDPR) (Verordening (EU) 2016/679) wordt bepaald
door Artikel 95 AVG:
- Aanvulling
en Specificatie: De e-Privacyrichtlijn specificeert en vult de AVG aan
voor de elektronische communicatiesector, met name ten aanzien van de
bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden, en in het bijzonder
het recht op privacy en vertrouwelijkheid.
- Geen
Aanvullende Plichten: De AVG legt geen aanvullende verplichtingen
op aan natuurlijke of rechtspersonen met betrekking tot verwerkingen
waarvoor zij al onderworpen zijn aan specifieke verplichtingen met
hetzelfde doel die zijn vastgelegd in de e-Privacyrichtlijn.
- Rechtsgrondslag
(Artikel 6 AVG): Aangezien Artikel 13, lid 2 van de
e-Privacyrichtlijn de voorwaarden en doeleinden voor de verwerking van
ongevraagde communicatie uitvoerig regelt, stelt dit ‘specifieke
verplichtingen’ vast in de zin van Artikel 95 AVG. Dit betekent dat als
aan de voorwaarden van Artikel 13, lid 2, is voldaan, de voorwaarden voor
rechtmatige verwerking zoals vastgelegd in Artikel 6, lid 1, van de AVG
zijn niet van toepassing.
2. Wat houdt dit concreet in? (Vereisten voor Rechtmatige
Verspreiding)
De verspreiding van een gratis, commerciële nieuwsbrief via
e-mail kan alleen rechtmatig plaatsvinden als wordt voldaan aan de strikte
voorwaarden van Artikel 13, lid 2, van Richtlijn 2002/58 (de "soft
opt-out"-regel), als uitzondering op de hoofdregel van voorafgaande
toestemming (opt-in).
Concreet houdt dit in dat de verzender aan de volgende
cumulatieve voorwaarden moet voldoen:
A. Verkrijging in het kader van een Verkoop
De elektronische contactgegevens (het e-mailadres) moeten
zijn verkregen "in het kader van de verkoop van een product of een
dienst".
- Toepassing
op Gratis Nieuwsbrieven: Dit is voldaan, zelfs als het account gratis
is aangemaakt, indien de verlening van die gratis dienst (zoals het
ontvangen van de nieuwsbrief en beperkte gratis artikelen) een reclamedoel
heeft dat gericht is op het promoten van de betaalde inhoud (de Premium
Service), en de kosten van die gratis dienst zijn opgenomen in
de prijs van het volledige, betaalde abonnement. De transactie moet
betaling of indirecte beloning inhouden.
B. Soortgelijke producten of diensten
De nieuwsbrief mag uitsluitend worden gebruikt voor de
directe marketing van eigen soortgelijke producten of diensten van
diezelfde natuurlijke of rechtspersoon.
- Toepassing
op Nieuwsbrieven: Een nieuwsbrief die primair informeert over
onderwerpen die in de online publicatie worden besproken, maar die de
gebruiker verleidt tot het overschrijden van de gratis artikellimiet en
het afsluiten van een volledig, betaald abonnement, wordt beschouwd als direct
marketing voor soortgelijke producten of diensten.
C. Duidelijke Opt-out Mogelijkheid
De klant moet duidelijk en uitdrukkelijk in de
gelegenheid worden gesteld om, kosteloos en op eenvoudige wijze, bezwaar
te maken tegen dit gebruik van de e-mailgegevens. Deze mogelijkheid moet worden
geboden op twee momenten:
- Op
het moment van het verzamelen van de gegevens.
- Bij
iedere daaropvolgende boodschap (elke nieuwsbrief).
3. Gevolgen van het verspreiden van de nieuwsbrief
De gevolgen hangen af van de naleving van de bovenstaande
voorwaarden:
Gevolg 1: Naleving van Artikel 13, lid 2 (Rechtmatige
Verwerking)
Als de verzender de nieuwsbrief verstuurt terwijl hij aan
alle criteria van Artikel 13, lid 2, voldoet (inclusief het correct aanbieden
van de opt-out), dan is de verwerking van het e-mailadres rechtmatig. De
verzender hoeft dan niet te bewijzen dat hij de rechtsgrondslagen van Artikel
6, lid 1, van de AVG heeft toegepast (zoals toestemming of gerechtvaardigd
belang).
Gevolg 2: Schending van Artikel 13, lid 2 (Onrechtmatige
Verwerking)
Als niet aan de voorwaarden van Artikel 13, lid 2, is
voldaan (bijvoorbeeld als de opt-out-mogelijkheid onvoldoende was, of als de
gegevens niet in het kader van een ‘verkoop’ zijn verkregen), valt de
communicatie terug onder de algemene regel van Artikel 13, lid 1.
- Hoofdvereiste:
In dat geval is het gebruik van e-mail voor direct marketing alleen
toegestaan ten aanzien van abonnees of gebruikers die voorafgaande
uitdrukkelijke toestemming hebben gegeven (opt-in).
- Bestuurlijke
Sanctie: Het niet naleven van deze voorwaarden leidt tot een inbreuk
en kan bestraft worden met een administratieve boete. In de specifieke
zaak die in de bronnen wordt besproken, kreeg een uitgever (Inteligo Media
SA) een boete opgelegd voor de verwerking van persoonsgegevens van klanten
zonder de vereiste toestemming.
- Hoogte
van de Boete: De administratieve boetes voor dergelijke inbreuken
kunnen oplopen tot € 20.000.000 of, in het geval van een
onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet van het
voorafgaande financiële jaar, afhankelijk van welke van deze twee bedragen
het hoogst is, aangezien de inbreuk de basisbeginselen voor verwerking
(waaronder Artikel 5, 6 en 7 AVG) raakt. (Hoewel de AVG-artikelen in
beginsel niet direct van toepassing zijn op de rechtsgrondslag, kunnen de
boetebepalingen van de AVG wel van toepassing zijn op inbreuken op de
fundamentele beginselen van gegevensbescherming.). De nationale wetgeving
kan daarnaast specifieke boetes opleggen voor inbreuken op de bepalingen
ter omzetting van de e-Privacyrichtlijn.
Vergelijking (Analogie):
De relatie tussen de e-Privacyrichtlijn en de AVG in deze
context is te vergelijken met het gebruik van een speciale VIP-ingang
bij een evenement. De AVG is de algemene toegangspoort (de hoofdpoort) met
strenge identiteitscontroles (de Artikel 6 rechtsgrondslagen). Artikel 13, lid
2, van de e-Privacyrichtlijn is de speciale VIP-ingang (voor bestaande
klanten). Zolang je kunt bewijzen dat je aan de strenge, specifieke
VIP-vereisten voldoet (dat wil zeggen, de gegevens verkregen zijn bij een
verkoop en je de afmeldmogelijkheid duidelijk aanbiedt), hoef je niet door de
algemene controles (de AVG Artikel 6-controles). Als je echter niet aan de
VIP-vereisten voldoet, word je teruggestuurd naar de hoofdpoort en moet je
voldoen aan de strengste eis: voorafgaande, uitdrukkelijke toestemming (Artikel
13, lid 1).