vrijdag 21 november 2025

Wetsontwerp van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, ingediend op 19 november 2025, gaat over het wijzigen van de wetten die in februari 2024 Boek I en Boek II van het nieuwe Strafwetboek hebben ingevoerd.

Bron


Dit document, een Wetsontwerp van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, ingediend op 19 november 2025, gaat over het wijzigen van de wetten die in februari 2024 Boek I en Boek II van het nieuwe Strafwetboek hebben ingevoerd.

Het belangrijkste doel van dit wetsontwerp is om technische verbeteringen en aanpassingen aan te brengen voordat het nieuwe Strafwetboek in werking treedt op 8 april 2026.

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste doelen en specifieke wijzigingen, opgedeeld per thema:



I. Algemene Doelen van het Wetsontwerp

Het wetsontwerp richt zich op drie hoofdgebieden:

  1. Correcties: Het wegnemen van technische fouten en inconsistenties die zijn opgedoken sinds de oorspronkelijke goedkeuring van het wetboek in 2024.
  2. Internationale Verplichtingen (Gedwongen Verdwijningen): Het uitvoeren van een aanbeveling van het VN-Comité inzake gedwongen verdwijningen van 4 april 2025.
  3. Europese Richtlijn (Ecocide): Het gedeeltelijk omzetten van Richtlijn (EU) 2024/1203, die milieu beschermt via het strafrecht, door de definitie van ecocide te wijzigen.

II. Belangrijke Wijzigingen in Boek I (Algemeen Deel)

Boek I bevat bepalingen over straffen en algemene regels. De wijzigingen hier richten zich voornamelijk op terminologische harmonisatie en precisie.

1. Duidelijkheid over Strafuitvoeringsmodaliteiten

Verschillende artikelen over bijkomende straffen (zoals ontzetting, beroepsverbod, verval van het recht tot sturen, en verblijfsverbod) zijn aangepast om de gebruikte terminologie over de uitvoering van vrijheidsstraffen gelijk te stellen aan die in de Wet van 17 mei 2006.

  • Dit omvat het vervangen van de woorden "voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling" door nauwkeuriger bepalingen, zoals "voorwaardelijke invrijheidsstelling, voorlopige invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en de invrijheidsstelling onder toezicht".

2. Verblijfs-, Plaats- of Contactverbod (Art. 50)

De oplegging van het verblijfs-, plaats- of contactverbod moet nu met bijzondere redenen worden omkleed. De rechter moet rekening houden met:

  • De ernst van de feiten.
  • De reclasseringsmogelijkheden voor de veroordeelde.
  • Het risico op recidive (herhaling). Deze algemene bepaling (Art. 50) wordt nu gebruikt in plaats van het specifieke Artikel 189 (dat over verblijfsverboden bij seksueel misbruik ging), waardoor Artikel 189 wordt opgeheven.

3. Samenloop van Misdrijven (Art. 62)

Er is een toevoeging gedaan aan de regels over samenloop (wanneer iemand voor meerdere misdrijven tegelijk wordt berecht). Deze wijziging zorgt ervoor dat de opgelegde straf nooit hoger mag zijn dan het maximale cumulatieve straftotaal dat opgelegd zou kunnen worden als de misdrijven apart (niet-gelijktijdig) waren berecht.

4. Dienstverleningsstraf voor Rechtspersonen (Art. 56)

Bij het opleggen van een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap aan een rechtspersoon moet de rechter nu aanwijzingen geven betreffende de concrete inhoud en kan hij aanwijzingen geven betreffende de uitvoeringsmodaliteiten. Dit is om te zorgen dat de veroordeelde rechtspersoon weet met welke straf hij instemt.

5. Uitstel van Strafuitvoering (Art. 65)

De dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap (de tegenhanger van de werkstraf voor natuurlijke personen) is toegevoegd aan de lijst van straffen waarvan de tenuitvoerlegging niet kan worden uitgesteld.


III. Belangrijke Wijzigingen in Boek II (Bijzondere Delicten)

Boek II bevat specifieke strafbare feiten.

1. Gedwongen Verdwijning (Art. 89)

De terminologie wordt geharmoniseerd van "misdaad tegen de menselijkheid" naar "misdaad tegen de mensheid" in de Nederlandse tekst van Artikel 89. Bovendien wordt de strafverminderende verschoningsgrond opgeheven, die voorzag in een strafvermindering met twee niveaus als het slachtoffer van een gedwongen verdwijning vrijwillig werd vrijgelaten binnen vijf dagen. Dit gebeurt op basis van een aanbeveling van het VN-Comité.

2. Ecocide (Art. 94)

Om gedeeltelijk de EU-Richtlijn 2024/1203 om te zetten, wordt de definitie van "grootschalige schade" uitgebreid. Naast schade aan een volledig ecosysteem of volledige soort, omvat het nu ook schade aan "een volledige beschermde habitat".

3. Mensenhandel en Seksueel Misbruik

  • Bescherming Slachtofferidentiteit: Een bepaling voor de bescherming van de identiteit van het slachtoffer wordt ingevoegd voor misdrijven inzake mensenhandel (Art. 263/2). Het is verboden om teksten, foto's of beelden te publiceren of verspreiden waaruit de identiteit van het slachtoffer kan blijken.
  • Overzending aan Werkgever: De mogelijkheid wordt opnieuw ingevoerd dat de rechter de overzending van de rechterlijke beslissing aan de werkgever, rechtspersoon of tuchtrechtelijke overheid kan bevelen bij veroordeling wegens mensenhandel (Art. 263/1) en prostitutiemisdrijven (Art. 271/1), vooral als de dader contact heeft met minderjarigen.

4. Vervallenverklaring van Nationaliteit (Terrorisme)

Er wordt een nieuw artikel ingevoegd (Art. 386/1) dat stelt dat de rechter zich ambtshalve (uit zichzelf) moet uitspreken over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit van personen met twee nationaliteiten die veroordeeld zijn als dader of deelnemer tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel voor terroristische misdrijven. De rechter mag dit niet uitspreken als het de betrokkene staatloos zou maken, tenzij de nationaliteit bedrieglijk is verkregen.

5. Moreel Bestanddeel (Opzet) bij Haatmisdrijven

Het wetsontwerp had oorspronkelijk tot doel om het woord "opzettelijk" in te voegen in de artikelen 250 tot en met 257 (misdrijven inzake discriminatie, aanzetten tot haat en negationisme). Dit was bedoeld om te verduidelijken dat deze misdrijven opzettelijk moeten gebeuren. Echter, op advies van de Raad van State zijn deze wijzigingen geschrapt. De Raad van State wees erop dat dit soort misdrijven een bijzonder opzet (een bijzondere wil, bijvoorbeeld de wil om haat aan te wakkeren) vereisen, niet enkel algemeen opzet, om verenigbaar te blijven met de vrijheid van meningsuiting en het legaliteitsbeginsel.


IV. Inwerkingtreding

De artikelen 1 tot en met 104 van deze wet treden in werking op 8 april 2026. Dit is dezelfde datum als de wetten die ze wijzigen. De artikelen 105 en 106, die eerdere wijzigingsbepalingen opheffen, treden al in werking op 7 april 2026.