woensdag 5 augustus 2026

Wet overbevolking gevangenissen

Bron

Wet en voorbereidende werkzaamheden downloaden

Wat is de directe aanleiding en het hoofddoel van deze nieuwe wet van 22 juli 2026?

De Belgische gevangenissen kampen met een diepe crisis en een aanhoudende structurele overbevolking, waardoor honderden gedetineerden op een matras op de grond moeten slapen. Het hoofddoel van de Wet van 22 juli 2026 is om deze mensonwaardige omstandigheden zo snel mogelijk en op een veilige, gecontroleerde manier af te bouwen door de gevangenispopulatie direct te verminderen.


Hoe werkt de maatregel rond het automatische elektronische toezicht?

Dit is een tijdelijke noodmaatregel waarbij bepaalde categorieën veroordeelden van rechtswege (automatisch) elektronisch toezicht (een enkelband) toegewezen krijgen zodra zij aan objectieve voorwaarden voldoen. Omdat de toekenning door de wet zelf is vastgelegd, heeft de gevangenisdirecteur hierin geen discretionaire beoordelingsruimte; hij verifieert enkel of de voorwaarden zijn vervuld.

De belangrijkste regels hiervoor zijn:

  • Doelgroep: Veroordeelden met een straftotaal tot 18 maanden komen onmiddellijk in aanmerking. Veroordeelden met een straf van meer dan 18 maanden tot 10 jaar komen in aanmerking zodra ze zich op 18 maanden voor hun strafeinde bevinden én de toelaatbaarheidsdatum voor voorwaardelijke invrijheidstelling hebben bereikt.
  • Objectieve voorwaarden: De veroordeelde moet over een verblijfplaats beschikken en de meerderjarige huisgenoten op dat adres moeten zich akkoord verklaren. Het mag onder geen beding gaan om het adres waar een slachtoffer verblijft (bijvoorbeeld bij intrafamiliaal geweld).
  • Verlof: De toekenning omvat automatisch het wettelijke minimum aan penitentiair verlof (viermaal 36 uur per trimester).
  • Controle: Voor straffen tot 3 jaar wordt de strafuitvoering geschorst in afwachting van de aansluiting. Voor straffen boven de 3 jaar blijft de veroordeelde in de cel tot de aansluiting, om de veiligheid te garanderen. Achteraf (binnen twee maanden) toetst de strafuitvoeringsrechter (SUR/SURB) of de toekenning aan alle wettelijke voorwaarden voldeed.

Welke veroordeelden zijn uitgesloten van dit automatische elektronische toezicht?

Om de maatschappelijke veiligheid te garanderen, gelden er strikte uitsluitingsgronden. Er is geen recht op een automatische enkelband voor:

  • Veroordeelden voor terroristische misdrijven, zedenfeiten of personen die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.
  • Veroordeelden voor zware geweldsdelicten of inbreuken op de drugswetgeving.
  • Veroordeelden die onderworpen zijn aan een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank (TBS).
  • Vorenoemde personen zonder wettig verblijfsrecht in België (tenzij de Dienst Vreemdelingenzaken binnen 10 dagen laat weten dat zij niet direct gerepatrieerd of naar een gesloten centrum gebracht kunnen worden).
  • Veroordeelden wiens enkelband of eerdere strafuitvoeringsmodaliteit zeer recent (binnen 2 maanden) is herroepen.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de eerste ontwerpen en de uiteindelijke wet die nu telt?

Tijdens de parlementaire behandeling zijn er via amendementen cruciale wijzigingen aangebracht in het oorspronkelijke wetsontwerp. Omdat alleen de uiteindelijke wet van 22 juli 2026 rechtskracht heeft, moeten we rekening houden met deze verschillen:

  • Uitgestelde inwerkingtreding: Het oorspronkelijke ontwerp ging uit van een onmiddellijke inwerkingtreding bij publicatie. De definitieve wet bepaalt in artikel 23 dat de wet pas in werking treedt op 1 oktober 2026. Dit uitstel werd besloten om de justitiehuizen, gemeenschappen en ICT-diensten de nodige voorbereidingstijd te geven om alles organisatorisch op te zetten.
  • Expliciete uitsluiting van TBS-veroordeelden: In het eerste wetsontwerp waren TBS-veroordeelden niet expliciet uitgesloten. De definitieve wet voegt deze uitsluiting in artikel 8 expliciet toe om de maatschappelijke veiligheid te bewaken en de lijn met andere noodprocedures door te trekken.
  • Verduidelijking van de ministerraadsmachtiging: De oorspronkelijke tekst bevatte een vage "en/of"-formulering over de bevoegdheid van de Koning om uitsluitingen (zoals voor drugs- en geweldsdelicten) tijdelijk op te schorten bij aanhoudende beddennood. De definitieve wet verduidelijkt dat de Koning de keuze heeft om één of beide uitsluitingsbepalingen geheel of gedeeltelijk niet toe te passen.
  • Eenduidige terminologie: De term "beschikbare detentiecapaciteit" uit de voorbereidende documenten is in de wet overal vervangen door "beschikbare penitentiaire capaciteit" ter wille van de rechtszekerheid.

Welke maatregelen zijn er genomen voor de versnelde terugkeer van vreemdelingen zonder verblijfsrecht?

De wet versnelt en versterkt het repatriëringsproces om te voorkomen dat gedetineerden zonder verblijfsrecht onnodig lang gevangeniscapaciteit bezetten:

  • Permanente uitbreiding: De termijn waarbinnen een illegaal verblijvende gedetineerde kan worden gerepatrieerd zonder tussenkomst van de strafuitvoeringsrechter, is permanent verruimd van 6 naar 12 maanden voor het einde van de straf.
  • Tijdelijke noodmaatregel: Veroordeelden met een straftotaal van 3 jaar of minder kunnen, zodra zij één derde van hun straf hebben uitgezeten, direct worden gerepatrieerd zodra hun herkomstland een laissez-passer aflevert, zonder dat de strafuitvoeringsrechter een beslissing hoeft te nemen. Dit geldt tot 1 juni 2030 en sluit zeden- en terrorismeplegers uit.

Hoe wordt de vervroegde invrijheidstelling wegens overbevolking (VIO) aangepast?

De bestaande VIO-regeling (waarbij gevangenen tot 6 maanden voor strafeinde vervroegd kunnen vrijkomen) wordt als noodmaatregel verlengd tot en met 31 december 2027. Tegelijkertijd wordt de regeling echter strenger ingeperkt: zij geldt voortaan uitsluitend voor gedetineerden met een straftotaal van maximaal 3 jaar. Voor veroordeelden met een langere gevangenisstraf is de regeling stopgezet om de veiligheid te garanderen. Reeds toegekende vrijlatingen aan personen met een langere straf behouden wel hun geldigheid.


Op welke manier verandert het risicokader van de strafuitvoeringsrechter?

In de reguliere noodprocedures is het beoordelingskader voor de strafuitvoeringsrechter objectiever gemaakt. Het vage criterium "direct waarneembaar risico" voor de fysieke integriteit van derden is vervangen door "concreet waarneembaar risico". Dit risico moet gebaseerd zijn op een actuele inschatting van recente gedragingen gesteld sinds de veroordeling. De rechter mag zijn weigering dus niet meer baseren op louter oude strafregisters of het ontbreken van reclasseringsplannen. Om dit zorgvuldig te kunnen doen, is de adviestermijn voor het Openbaar Ministerie verlengd van 5 naar 10 werkdagen zodat politieverslagen tijdig opgevraagd kunnen worden.


Welke specifieke wijzigingen zijn er voor geïnterneerden doorgevoerd?

Om de instroom en heropname van geïnterneerden in gevangenissen te beperken, gelden er nieuwe regels:

  • Een geïnterneerde mag niet langer onmiddellijk worden opgesloten of na herroeping naar een gevangenis worden gestuurd louter omdat men vreest dat hij een gevaar vormt voor zichzelf (zoals suïcidaal gedrag). Zorgbehoeften moeten therapeutisch in een zorginstelling worden behandeld.
  • Opname in of terugkeer naar een penitentiaire instelling na herroeping of schorsing van de proeftijd is alleen nog toegestaan als de geïnterneerde een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden. In alle andere gevallen moet hij worden ondergebracht in een zorginstelling buiten de gevangenis.
  • Wanneer een modaliteit wordt herroepen, moet er binnen een termijn van maximaal 3 maanden (voorheen 1 jaar) een nieuw advies worden uitgebracht, zodat het zorg- en reclasseringstraject zo min mogelijk wordt onderbroken.

.

Hieronder vind je de vergelijkingstabel waarin de belangrijkste verschillen tussen het initiële wetsontwerp en de definitieve, bekrachtigde wet van 22 juli 2026 helder naast elkaar staan. Deze wijzigingen zijn tijdens de parlementaire behandeling via amendementen aangebracht om de wet juridisch robuuster te maken en tegemoet te komen aan praktische bezwaren van de deelstaten.

Initiële Wetsontwerp vs. Uiteindelijke Wet van 22 juli 2026

Onderwerp / Artikel

Initieel Wetsontwerp (16 juni 2026)

Uiteindelijke Wet (22 juli 2026)

Toelichting & Context

Datum van Inwerkingtreding *(Artikel 23)*

De wet zou onmiddellijk in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

De inwerkingtreding is uitgesteld naar 1 oktober 2026.

Dit uitstel is besloten op expliciete vraag van de gemeenschappen om de justitiehuizen, ICT-diensten en het terrein de nodige tijd te geven voor organisatorische en materiële aanpassingen.

Uitsluiting TBS-veroordeelden *(Artikel 8 / Art. 98/27/1, § 2)*

Veroordeelden met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank (TBS) waren niet expliciet uitgesloten van het elektronisch toezicht van rechtswege.

TBS-veroordeelden zijn expliciet uitgesloten onder paragraaf 2, eerste lid, 4°.

Toegevoegd via een aangenomen amendement om de maatschappelijke veiligheid te garanderen. Deze uitsluiting trekt de lijn door met de bestaande noodprocedures en de vervroegde invrijheidstelling wegens overbevolking.

Machtiging van de Koning *(Artikel 8 / Art. 98/27/1, § 3)*

Bevatte een onduidelijke "en/of"-formulering bij de machtiging aan de Koning om uitsluitingen (zoals voor drugs- of geweldsdelicten) tijdelijk niet toe te passen bij aanhoudende beddennood.

De formulering is verduidelijkt naar "één of beide uitsluitingsbepalingen".

De Juridische Dienst wees erop dat "en/of" verwarring schiep over de vraag of de uitsluitingen alleen als pakket of ook afzonderlijk konden worden opgeschort. Het amendement bevestigt dat de Koning de keuze heeft om één van beide of beide bepalingen niet toe te passen.

Terminologie Capaciteit *(Artikel 8 / Art. 98/27/1, § 3)*

Er werd in de tekst gesproken over de beschikbare "detentiecapaciteit".

Dit is uniform gewijzigd naar de beschikbare "penitentiaire capaciteit".

Deze wijziging werd doorgevoerd ter bevordering van de rechtszekerheid, zodat de wet overal dezelfde eenduidige terminologie gebruikt als elders in de strafuitvoeringswetgeving.

 

De definitieve Wet van 22 juli 2026 voorziet in een aantal zeer strikte en specifieke uitsluitingsgronden voor de toekenning van het automatische elektronische toezicht (de enkelband van rechtswege):

  1. Gespecialiseerd advies vereist (art. 32 WERP): Veroordeelden voor wie een gespecialiseerd advies verplicht is, zijn uitgesloten. Dit betreft:
    • Veroordeelden voor zedendelicten.
    • Veroordeelden voor terroristische misdrijven.
    • Personen die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.
  2. Zware geweldsdelicten: Veroordeelden die een gevangenisstraf uitzitten voor ernstige geweldsfeiten (als bedoeld in artikel 98/19, tweede lid van de wet).
  3. Inbreuken op de drugswetgeving: Personen die een straf ondergaan voor drugsgerelateerde misdrijven onder de wet van 24 februari 1921.
  4. Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank (TBS): Veroordeelden die het voorwerp uitmaken van een TBS zijn expliciet uitgesloten. Let op: Dit was een cruciaal verschil met het initiële wetsontwerp, waarin deze groep nog niet was uitgesloten. Dit is via een parlementair amendement in de definitieve wet verankerd om de openbare veiligheid extra te waarborgen.
  5. Geen wettig verblijfsrecht: Veroordeelden zonder recht op verblijf in België zijn in principe uitgesloten. Zij komen er enkel voor in aanmerking indien de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) binnen 10 dagen na de kennisgeving door de gevangenisdirecteur meedeelt dat de betrokkene niet onmiddellijk kan worden verwijderd of overgebracht naar een gesloten centrum.
  6. Recente herroeping, voorlopige aanhouding of schorsing:
    • Veroordeelden van wie een eerdere strafuitvoeringsmodaliteit is herroepen, zijn gedurende twee maanden na de tenuitvoerlegging van dat herroepingsvonnis uitgesloten van een automatische enkelband.
    • Deze uitsluiting geldt ook al tijdens de periode van voorlopige aanhouding of schorsing die voorafgaat aan een eventuele herroeping.
  7. Verblijfsadres bij het slachtoffer: Hoewel dit strikt genomen een toekenningsvoorwaarde is en geen persoonsgebonden uitsluiting, blokkeert het verblijfsadres de toekenning van rechtswege indien het slachtoffer van de feiten (bijvoorbeeld bij intrafamiliaal geweld) op dat adres verblijft. De veroordeelde kan dan enkel aanspraak maken op de enkelband als hij een ander, veilig verblijfsadres voorstelt.

De Kern van de Maatregel

De versnelde repatriëring is een tijdelijke bijkomende noodmaatregel (vastgelegd in hoofdstuk III van titel XIIquater van de wet). Deze regeling is specifiek ontworpen voor verwijderbare gedetineerden (vreemdelingen zonder wettig verblijfsrecht) met een straftotaal van maximaal drie jaar.

Onder deze regeling kunnen zij al effectief uit het land worden verwijderd zodra zij één derde van hun gevangenisstraf(fen) hebben ondergaan.


Geen tussenkomst van de Strafuitvoeringsrechter (SUR)

De essentie van het "versnelde" karakter ligt in het feit dat de normale rechterlijke procedures worden omzeild om snelheid te winnen:

  • Directe invrijheidstelling: Er hoeft geen formele beslissing tot voorlopige invrijheidstelling door de strafuitvoeringsrechter te worden genomen. De minister van Justitie (of diens gemachtigde) verleent rechtstreeks de invrijheidstelling met het oog op verwijdering.
  • Administratieve vereisten: De veroordeelde moet wel het voorwerp uitmaken van een reeds uitvoerbaar koninklijk besluit tot uitzetting, een uitvoerbaar ministerieel besluit tot terugwijzing, of een uitvoerbaar bevel tot verlaten van het grondgebied met het bewijs van effectieve verwijdering.
  • Snellere procedure: De feitelijke verwijdering kan direct worden uitgevoerd zodra het land van herkomst een laissez-passer (reisdocument) heeft afgeleverd. Dit zorgt ervoor dat diplomatiek overleg, identificatie en de opmaak van documenten veel sneller en vroeger dan voorheen kunnen worden opgestart.

Strikte Uitsluitingen

Om de maatschappelijke veiligheid te waarborgen, gelden voor deze noodmaatregel strenge uitsluitingscriteria. Veroordeelden voor wie op grond van artikel 32 van de wet een gespecialiseerd advies vereist is, zijn volledig uitgesloten van deze versnelde regeling. Dit betreft:

  • Veroordeelden voor zedenfeiten.
  • Veroordeelden voor terroristische misdrijven.
  • Personen die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.

Geldigheidsduur van de Noodmaatregel

Omdat het om een uitzonderlijke noodmaatregel gaat om de acute beddennood op te lossen, is de geldigheidsduur wettelijk begrensd:

  • De regeling is in principe van toepassing tot 1 juni 2030.
  • De Koning heeft echter de bevoegdheid om deze maatregel vervroegd stop te zetten via een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit, nadat de beschikbare penitentiaire capaciteit en de instroom van de gedetineerdenbevolking zijn geëvalueerd.

Wat gebeurt er bij een illegale terugkeer naar België?

De wet bevat een strenge achtervang om te voorkomen dat de maatregel tot straffeloosheid leidt voor wie probeert terug te keren:

  • Als de veroordeelde binnen twee jaar na de invrijheidstelling terugkeert naar België zonder in regel te zijn met de verblijfswetgeving, kan de procureur des Konings diens voorlopige aanhouding bevelen.
  • De minister (of gemachtigde) moet vervolgens binnen zeven dagen na deze aanhouding een beslissing nemen om de betrokkene het resterende gedeelte van de straf alsnog te laten uitzitten. Deze beslissing wordt binnen één werkdag schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, de procureur des Konings en de gevangenisdirecteur.