maandag 1 juni 2026

14 MEI 2026. - Ministeriële omzendbrief PLP 41 tot versterking en/of bijsturing van het lokaal veiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van de jeugddelicten en jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie, met in het bijzonder een aanspreekpunt voor de scholen

 

14 MEI 2026. - Ministeriële omzendbrief PLP 41 tot versterking en/of bijsturing van het lokaal veiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van de jeugddelicten en jongeren in een verontrustende opvoedingssituatie, met in het bijzonder een aanspreekpunt voor de scholen

Bron: https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article.pl?language=nl&sum_date=2026-06-01&lg_txt=n&numac_search=2026003858

Waarover gaat deze nieuwe tekst precies?

Deze tekst beschrijft de nieuwe ministeriële omzendbrief (bekend als 'PLP 41'), die op 14 mei 2026 is gepubliceerd. Deze richtlijn vertelt lokale politiekorpsen en overheden hoe zij jeugdcriminaliteit en jongeren in moeilijke opvoedingssituaties beter kunnen aanpakken. Er is daarbij bijzondere aandacht voor de manier waarop de politie samenwerkt met scholen. Deze nieuwe wet vervangt een oudere versie uit 2006.


Waarom was er nood aan een vernieuwing van de regels uit 2006?

De samenleving is in de afgelopen twintig jaar razendsnel veranderd. De jeugdproblematiek beperkt zich niet meer tot de klassieke problemen van vroeger. Jongeren worden vandaag de dag blootgesteld aan compleet nieuwe, ongekende risico's. Daarom was er dringend behoefte aan een moderne aanpak die focust op het voorkomen van criminaliteit, correct optreden van de politie, en de juiste bestuurlijke maatregelen.

Op welke specifieke problemen en bedreigingen richt deze aanpak zich?

De tekst somt een reeks moderne en acute bedreigingen op waarvoor de politie en overheid actie moeten ondernemen:

  • Drugs: Niet alleen het gebruik en bezit rond scholen is een probleem. Criminelen misbruiken de kwetsbaarheid van jongeren door hen als (kleine) dealers in te zetten.
  • Geweld en afpersing ("steaming"): Pesterijen en geweld worden tegenwoordig vaak veel erger door groepsdruk op sociale media en via berichtenapps.
  • Wapens: Het bezit van messen en (vooral in steden) zelfs vuurwapens in de buurt van scholen is een acute bedreiging.
  • Online criminaliteit: Denk aan kinderlokken (grooming), afpersing met naaktbeelden (sextortion), cyberpesten en het ongewenst verspreiden van seksuele beelden.
  • Radicalisering en bendes: Via het internet worden kwetsbare jongeren door extremisten geronseld. Ook zet de georganiseerde misdaad jongeren in als koeriers of 'geldezels' om illegaal geld wit te wassen.
  • Moeilijke thuissituaties: Voor jongeren in onveilige of precaire gezinnen is de school vaak de enige stabiele plek.
  • Spijbelen: Chronisch schoolverzuim wordt gezien als een belangrijk alarmsignaal voor diepere problemen.
  • Crisissituaties: Scholen moeten, samen met de politie, noodplannen hebben voor "amokincidenten", waarbij iemand onverwachts en schijnbaar willekeurig mensen aanvalt op school.
  • Verkeersveiligheid: De veiligheid van kinderen op weg van en naar school blijft een belangrijk aandachtspunt.

Wie is de centrale spilfiguur in deze vernieuwde aanpak?

Binnen elk lokaal politiekorps is er een zogenoemde 'PLP 41-referent'. Dit is een politieagent met een speciale affiniteit voor sociaal werk, jeugd- en wijkwerking. Deze referent fungeert als het vaste en laagdrempelige aanspreekpunt voor scholen, jongeren en externe partners (zoals jeugdwerkers).

Hoe moet deze referent omgaan met jongeren?

De referent is de 'ambassadeur van de minderjarigenreflex'. Dit betekent dat de politie de jongere bij élk contact benadert als een persoon met eigen rechten, maar tegelijkertijd ziet als een kwetsbaar kind dat nog volop in ontwikkeling is. Waar nodig treedt de politie kordaat op, maar altijd met respect voor de kinderrechten. De referent helpt andere collega's binnen het korps om hier correct mee om te gaan. Bij alles wat de agent doet, moet de wet op de privacy en het verwerken van persoonlijke gegevens gerespecteerd worden.

Met wie werkt deze referent samen?

De aanpak is verdeeld in drie werkterreinen of "actordomeinen":

  1. Lagere scholen: Hier draait het vooral om het zeer vroeg opmerken van problemen (zoals spijbelen of signalen uit de thuissituatie). De referent moet bij de start van elk schooljaar uit zichzelf contact opnemen met de lagere scholen.
  2. Secundaire scholen: Met elke middelbare school moet de politie een formele samenwerkingsovereenkomst sluiten. Minstens twee keer per jaar is er overleg. In deze overeenkomst staan harde afspraken over wat scholen en politie doen bij pesten, wapenbezit, drugsvondsten, radicalisering of cybercriminaliteit.
  3. De bredere buurt (Buurt, sport, straat): Omdat het leven van een jongere niet stopt bij de schoolpoort, is er ook een verplichte samenwerking met jeugdbewegingen, sportclubs, jeugdraden en straathoekwerkers.

Hoe gaat de politie concreet te werk om dit uit te voeren?

De richtlijn bepaalt dat de politie altijd via vier vaste sporen ("werkwijzen") moet werken:

  1. Preventie: Het voorkomen van problemen via voorlichting en campagnes, zelfs als een gemeente denkt dat er op dit moment geen grote problemen zijn.
  2. Interventie: Als er feiten gebeuren (zoals een vechtpartij of drugsvondst), coördineert de referent de informatie, zorgt voor de juiste afspraken met de school, en verwijst betrokkenen door naar hulp.
  3. Onderzoek: De referent vangt signalen op in de school en de wijk en speelt deze informatie (binnen de wettelijke grenzen) door aan de recherche om misdaden te kunnen opsporen en oplossen.
  4. Slachtoffer en herstel: Er mag niet alleen naar de dader gekeken worden. Slachtoffers moeten door de politie goed worden begeleid. Er wordt ook ingezet op manieren om de schade te herstellen tussen de dader, het slachtoffer en de maatschappij.

Wat is de opdracht voor burgemeesters en politiechefs?

Ze moeten de problemen rond jeugdcriminaliteit grondig bespreken in hun lokale veiligheidsraad. Bestaande maatregelen moeten versterkt of bijgestuurd worden en verplicht worden opgenomen in de lokale veiligheidsplannen. Aan steden en grote politiezones wordt daarnaast expliciet gevraagd om een volwaardige 'jeugddienst' (of jeugdbrigade) op te richten binnen hun korps, met speciaal opgeleide jeugdinspecteurs.

Hoe snel moet dit allemaal gebeuren?

De nieuwe regels gingen direct in vanaf de datum van publicatie (14 mei 2026). Politiekorpsen moeten dit nu zo snel mogelijk lokaal bespreken en de PLP 41-referent officieel aanduiden. Nog voor het einde van dit jaar moeten alle samenwerkingsovereenkomsten met de scholen rond zijn en ingeleverd worden bij de provinciegouverneurs, die toezicht houden op de naleving van deze deadlines.