zondag 1 februari 2026

Wet van 26 april 2024 betreffende de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG)

Bron

Wet van 26 april 2024 betreffende de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG)


TITEL I — Algemene bepalingen en definities (Artikel 1-2)

V: Waarover gaat deze wet en wat wordt verstaan onder seksueel geweld? A: Deze wet regelt de organisatie en werking van de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG). Er worden specifieke definities gehanteerd om de zorg af te stemmen op de tijdsduur na de feiten:

  • Seksueel geweld: Strafbare feiten zoals verkrachting en aantasting van de seksuele integriteit.
  • Acuut seksueel geweld: Geweld dat 7 dagen of korter geleden plaatsvond.
  • Post-acuut seksueel geweld: Geweld dat langer dan 7 dagen maar minder dan 30 dagen geleden plaatsvond.
  • Niet-acuut seksueel geweld: Geweld dat langer dan 30 dagen geleden plaatsvond.

Ook begrippen als "steunfiguur" (iemand die het slachtoffer ondersteunt) en "forensisch onderzoek" (sporenonderzoek) worden hier gedefinieerd.



TITEL II — Definitie, opdrachten en samenstelling (Artikel 3-6)

V: Wat is een Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG) precies? A: Een ZSG is een officieel samenwerkingsverband tussen drie partners: een ziekenhuis, de politie en het openbaar ministerie (parket). Dit samenwerkingsverband moet erkend worden door het 'Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen'.

V: Wat zijn de taken van een ZSG? A: Het ZSG biedt multidisciplinaire hulp aan slachtoffers. Dit omvat:

  1. Medische zorg en sociale hulp.
  2. Forensisch onderzoek (sporenonderzoek).
  3. Informatie en begeleiding bij het indienen van een klacht.
  4. Politiehulp ter plaatse.
  5. Ondersteuning bij gerechtelijke onderzoeken.

V: Wie zit er in het lokale coördinatieteam? A: Elk ZSG heeft een lokaal coördinatieteam bestaande uit vertegenwoordigers van het ziekenhuis, het parket en de lokale/federale politie. Zij overleggen over de samenwerking en signaleren problemen.


TITEL III — De rol van de partners (Artikel 7-18)

Het Openbaar Ministerie (Artikel 8)

V: Wat doet de Procureur des Konings? A: De Procureur faciliteert de werking van het ZSG en zorgt voor de juridische opvolging.

De Politiediensten (Artikel 9-12)

V: Welke politiezorg wordt er geboden? A: De politie zorgt voor gespecialiseerde "inspecteurs zeden" (inspecteurs seksueel geweld).

  • Er moet 24/7 een team van minstens twee inspecteurs beschikbaar zijn voor het ZSG.
  • Er is een speciaal ingericht verhoorlokaal in het ZSG voor audiovisueel verhoor.
  • Wanneer een slachtoffer zich eerst bij het politiekantoor meldt met acuut geweld, moet de politie het slachtoffer informeren over het ZSG en (met toestemming) direct contact opnemen en vervoer regelen (liefst in een anoniem voertuig).
  • Op het ZSG zelf voert de politie verhoren uit en neemt sporen in beslag.

Het Ziekenhuis (Artikel 13-18)

V: Wat zijn de verantwoordelijkheden van het ziekenhuis? A: Het ziekenhuis stelt de lokalen (de ZSG-afdeling) en het medisch personeel (ZSG-verpleegkundigen, artsen, psychologen) ter beschikking.

  • Diensten: Ze bieden 24/7 opvang, medische zorg, psychologische hulp en forensisch onderzoek aan slachtoffers van acuut en post-acuut geweld.
  • Opvolging: De ZSG-verpleegkundige contacteert het slachtoffer later opnieuw om te vragen hoe het gaat, te informeren over klachtneerlegging en door te verwijzen.
  • Infrastructuur: De afdeling moet een discrete ingang hebben, een beveiligde ruimte voor sporenopslag en een verhoorlokaal.
  • Sporen: Het ziekenhuis is verantwoordelijk voor het veilig bewaren van forensische sporen zodat alleen bevoegden toegang hebben.

TITEL IV — De werking van het ZSG (Artikel 19-40)

Rechten van het slachtoffer (Artikel 19-25)

V: Welke rechten heeft het slachtoffer? A:

  • Het slachtoffer kiest zelf welke diensten hij/zij wil gebruiken en of er klacht wordt ingediend.
  • Er is recht op een gratis tolk en bijstand door een steunfiguur.
  • Privacy: Medische gegevens worden gescheiden bewaard van gerechtelijke gegevens in het dossier. Zorgverleners die niet betrokken zijn, hebben geen toegang tot niet-relevante info.
  • Transparantie: Als een arts/verpleegkundige zowel zorg verleent als (in opdracht van justitie) sporen verzamelt, moeten zij deze "dubbele pet" duidelijk aan het slachtoffer uitleggen.

Het forensisch onderzoek (Artikel 26-31)

V: Wanneer gebeurt een forensisch onderzoek? A: Dit wordt aangeboden aan alle slachtoffers van acuut geweld. Bij post-acuut geweld enkel als er nog kans is op sporen. Er wordt een objectief verslag opgemaakt zonder interpretatie.

V: Wat gebeurt er met sporen als er (nog) GEEN klacht is? A: Het ziekenhuis bewaart de sporen om latere analyse mogelijk te maken.

  • Volwassenen: Bewaartermijn van 6 maanden (eenmalig verlengbaar met 6 maanden).
  • Minderjarigen: Toxicologische stalen 5 jaar; andere sporen 50 jaar (tenzij het kind zelf, indien bekwaam, eerder toestemming geeft tot vernietiging). Na deze termijn worden de sporen vernietigd.

V: Wat als er WEL een klacht is? A: Dan wordt het onderzoek bevolen door de gerechtelijke overheid en gaat het verslag naar justitie.

Verhoor en klachtneerlegging (Artikel 32-37)

V: Hoe verloopt het indienen van een klacht bij acuut geweld? A: Als het slachtoffer in het ZSG klacht wil indienen, belt de verpleegkundige (na toestemming) de politie.

  • Het verhoor vindt plaats in het ZSG, wordt gefilmd en samengevat in een proces-verbaal.
  • Als het slachtoffer later pas klacht indient, faciliteert het ZSG het contact met de politie.

V: Zijn er speciale regels voor minderjarigen? A: Ja, zij worden verhoord volgens de TAM-methode (Techniek Audiovisueel verhoor van Minderjarigen). Als het ZSG hiervoor geschikt is, kan dit in het ZSG plaatsvinden.

Inbeslagname van sporen (Artikel 38-40)

V: Hoe draagt het slachtoffer bewijsmateriaal over? A: Bij acuut geweld kan het slachtoffer schriftelijk toestemming geven voor "vrijwillige afstand" van de sporen. De politie verzegelt deze en neemt ze in beslag. De sporen gaan daarna naar de griffie of een labo.


TITEL V & VI — Handelingsplannen en Informatiedeling (Artikel 41-43)

V: Hoe worden de procedures vastgelegd? A: Er worden "handelingsplannen" en een "forensisch stappenplan" opgesteld door het Instituut om overal uniform te werken.

V: Mag het beroepsgeheim doorbroken worden? A: Ja, in specifieke gevallen ten behoeve van de samenwerking:

  • De politie mag basisgegevens van het slachtoffer (identiteit, tijdstip) delen met het ZSG om de aanmelding te regelen.
  • Zorgverleners mogen, op basis van het verhaal van het slachtoffer, identiteitsgegevens en een korte feitenomschrijving delen met justitie/politie.
  • Er kan een multidisciplinair overleg (case conferencing) plaatsvinden om de veiligheid van het slachtoffer te beschermen als de hulp ontoereikend is.

TITEL VII — Nationale coördinatie (Artikel 44)

V: Wie houdt toezicht op de ZSG's? A: Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Zij coördineren de werking, financieren de politiecomponent, valideren de samenwerkingsverbanden, organiseren opleidingen en evalueren de centra.


TITEL VIII — Spreiding, financiering en evaluatie (Artikel 45-52)

V: Waar komen de centra en hoe worden ze betaald? A:

  • Locatie: Er komt in principe één ZSG per gerechtelijk arrondissement.
  • Ziekenhuis: Het ziekenhuis krijgt alle kosten vergoed via een overeenkomst met het RIZIV (Verzekeringscomité). Voor het slachtoffer is de zorg in het ZSG volledig kosteloos. Als het ziekenhuis de regels niet volgt, kan de financiering stoppen.
  • Politie: De politiediensten ontvangen specifieke financiering voor hun ZSG-taken, die jaarlijks geïndexeerd wordt.

V: Wordt de werking gecontroleerd? A: Ja, het Instituut evalueert de samenwerking en kan de erkenning intrekken als de voorwaarden niet worden nageleefd.


TITEL IX — Verwerking van persoonsgegevens (Artikel 53-57)

V: Wat gebeurt er met de persoonsgegevens? A:

  • Doel: Ziekenhuizen verwerken data voor zorg, politie voor onderzoek, en het Instituut voor statistiek en beleid.
  • Anonimiteit: Data die naar het Instituut gaan voor onderzoek moeten geanonimiseerd of gepseudonimiseerd zijn.
  • Bewaartermijnen:
    • Ziekenhuizen: 30 tot 50 jaar.
    • Politie en Instituut: 5 tot 10 jaar (voor specifieke doeleinden in deze wet).

TITEL X, XI, XII — Wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen (Artikel 58-61)

V: Wat regelen de laatste artikelen? A:

  • Financiering: Er worden technische wijzigingen aangebracht in andere wetten om de financiering via het RIZIV mogelijk te maken ("Fonds blouses blanches").
  • Overgang: Als er al een ZSG bestond, wordt de financiering overgezet naar het nieuwe systeem zodra de overeenkomst getekend is.
  • Startdatum: De wet treedt in werking op 1 januari 2025. De Koning kan bepaalde financieringsartikelen uitstellen tot uiterlijk 1 januari 2027.

 

Stap 1: De eerste opvang en aanmelding

Een slachtoffer van seksueel geweld heeft verschillende opties om hulp te zoeken. De wet maakt hierbij een onderscheid op basis van de tijd die verstreken is sinds de feiten:

  • Acuut seksueel geweld: De feiten vonden 7 dagen of korter geleden plaats.
  • Post-acuut en niet-acuut: De feiten vonden langer dan 7 dagen geleden plaats.

Wat moet het slachtoffer doen?

  • Optie A: Rechtstreeks naar een ZSG. Het slachtoffer kan zich direct aanmelden bij een Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG).
  • Optie B: Naar de politie. Als het slachtoffer zich eerst bij de politie meldt met een verhaal van acuut seksueel geweld, moet de politie het slachtoffer spontaan informeren over het ZSG. Als het slachtoffer dit wil, regelt de politie (met toestemming) direct het contact en het vervoer naar het ZSG, indien mogelijk in een anoniem voertuig.

Stap 2: De zorg en keuzevrijheid in het ZSG

Bij aankomst in het ZSG krijgt het slachtoffer multidisciplinaire hulp.

  • Rechten: Het slachtoffer kiest zelf van welke diensten hij/zij gebruik wil maken.
  • Kosten: De zorg in het ZSG (medisch, psychologisch, forensisch) is volledig kosteloos voor het slachtoffer. Het ziekenhuis mag hiervoor geen enkel bedrag aanrekenen.
  • Ondersteuning: Het slachtoffer heeft het recht zich te laten bijstaan door een steunfiguur (een vertrouwenspersoon).

Stap 3: Het forensisch onderzoek (Sporenonderzoek)

Het slachtoffer moet beslissen of hij/zij een forensisch onderzoek wil laten uitvoeren om bewijsmateriaal veilig te stellen.

  • Zonder klacht: Het slachtoffer kan een onderzoek laten doen zonder direct aangifte te doen bij de politie. De sporen worden dan bewaard voor het geval het slachtoffer later alsnog klacht wil indienen.
    • Bewaartermijn volwassenen: 6 maanden. Dit kan eenmalig schriftelijk verlengd worden met 6 maanden.
    • Bewaartermijn minderjarigen: 5 jaar voor toxicologische stalen, 50 jaar voor andere sporen (tenzij het kind zelf, indien bekwaam, eerder toestemming geeft tot vernietiging).
  • Met klacht: Als er wel een klacht is, worden de sporen in beslag genomen door de politie voor het strafdossier.

Stap 4: Klacht indienen en verhoor (Optioneel)

Het slachtoffer beslist zelf of en wanneer er klacht wordt ingediend.

  • In het ZSG: Als het slachtoffer in het ZSG klacht wil indienen, neemt de verpleegkundige contact op met de politie (inspecteur zeden).
  • Het verhoor:
    • Dit kan plaatsvinden in een speciaal uitgerust verhoorlokaal binnen het ZSG.
    • Het verhoor wordt audiovisueel opgenomen.
    • Voor minderjarigen of kwetsbare personen wordt gebruikgemaakt van de TAM-methode (Techniek Audiovisueel verhoor van Minderjarigen).
  • Taalbijstand: Het slachtoffer heeft recht op kosteloze bijstand van een tolk tijdens het verhoor en, indien mogelijk, ook tijdens de medische en psychologische zorg.

Stap 5: Nazorg en opvolging

Als het slachtoffer het ZSG verlaat, stopt de zorg niet.

  • De ZSG-verpleegkundige contacteert het slachtoffer (of de steunfiguur) op regelmatige tijdstippen.
  • Het doel hiervan is te vragen hoe het gaat, te informeren over de mogelijkheid om alsnog klacht in te dienen (indien dit nog niet gebeurde) en door te verwijzen naar verdere hulpverlening.