Wet van 26 april 2024 betreffende de Zorgcentra na
Seksueel Geweld (ZSG)
TITEL I — Algemene bepalingen en definities (Artikel 1-2)
V: Waarover gaat deze wet en wat wordt verstaan onder
seksueel geweld? A: Deze wet regelt de organisatie en werking van de
Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG). Er worden specifieke definities gehanteerd
om de zorg af te stemmen op de tijdsduur na de feiten:
- Seksueel
geweld: Strafbare feiten zoals verkrachting en aantasting van de
seksuele integriteit.
- Acuut
seksueel geweld: Geweld dat 7 dagen of korter geleden plaatsvond.
- Post-acuut
seksueel geweld: Geweld dat langer dan 7 dagen maar minder dan 30
dagen geleden plaatsvond.
- Niet-acuut
seksueel geweld: Geweld dat langer dan 30 dagen geleden plaatsvond.
Ook begrippen als "steunfiguur" (iemand die het
slachtoffer ondersteunt) en "forensisch onderzoek" (sporenonderzoek)
worden hier gedefinieerd.
TITEL II — Definitie, opdrachten en samenstelling
(Artikel 3-6)
V: Wat is een Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG)
precies? A: Een ZSG is een officieel samenwerkingsverband tussen
drie partners: een ziekenhuis, de politie en het openbaar ministerie (parket).
Dit samenwerkingsverband moet erkend worden door het 'Instituut voor de
gelijkheid van vrouwen en mannen'.
V: Wat zijn de taken van een ZSG? A: Het ZSG
biedt multidisciplinaire hulp aan slachtoffers. Dit omvat:
- Medische
zorg en sociale hulp.
- Forensisch
onderzoek (sporenonderzoek).
- Informatie
en begeleiding bij het indienen van een klacht.
- Politiehulp
ter plaatse.
- Ondersteuning
bij gerechtelijke onderzoeken.
V: Wie zit er in het lokale coördinatieteam? A:
Elk ZSG heeft een lokaal coördinatieteam bestaande uit vertegenwoordigers van
het ziekenhuis, het parket en de lokale/federale politie. Zij overleggen over
de samenwerking en signaleren problemen.
TITEL III — De rol van de partners (Artikel 7-18)
Het Openbaar Ministerie (Artikel 8)
V: Wat doet de Procureur des Konings? A: De
Procureur faciliteert de werking van het ZSG en zorgt voor de juridische
opvolging.
De Politiediensten (Artikel 9-12)
V: Welke politiezorg wordt er geboden? A: De
politie zorgt voor gespecialiseerde "inspecteurs zeden" (inspecteurs
seksueel geweld).
- Er
moet 24/7 een team van minstens twee inspecteurs beschikbaar zijn voor het
ZSG.
- Er
is een speciaal ingericht verhoorlokaal in het ZSG voor audiovisueel
verhoor.
- Wanneer
een slachtoffer zich eerst bij het politiekantoor meldt met acuut
geweld, moet de politie het slachtoffer informeren over het ZSG en (met
toestemming) direct contact opnemen en vervoer regelen (liefst in een
anoniem voertuig).
- Op
het ZSG zelf voert de politie verhoren uit en neemt sporen in beslag.
Het Ziekenhuis (Artikel 13-18)
V: Wat zijn de verantwoordelijkheden van het ziekenhuis?
A: Het ziekenhuis stelt de lokalen (de ZSG-afdeling) en het medisch
personeel (ZSG-verpleegkundigen, artsen, psychologen) ter beschikking.
- Diensten:
Ze bieden 24/7 opvang, medische zorg, psychologische hulp en forensisch
onderzoek aan slachtoffers van acuut en post-acuut geweld.
- Opvolging:
De ZSG-verpleegkundige contacteert het slachtoffer later opnieuw om te
vragen hoe het gaat, te informeren over klachtneerlegging en door te
verwijzen.
- Infrastructuur:
De afdeling moet een discrete ingang hebben, een beveiligde ruimte voor
sporenopslag en een verhoorlokaal.
- Sporen:
Het ziekenhuis is verantwoordelijk voor het veilig bewaren van forensische
sporen zodat alleen bevoegden toegang hebben.
TITEL IV — De werking van het ZSG (Artikel 19-40)
Rechten van het slachtoffer (Artikel 19-25)
V: Welke rechten heeft het slachtoffer? A:
- Het
slachtoffer kiest zelf welke diensten hij/zij wil gebruiken en of er
klacht wordt ingediend.
- Er
is recht op een gratis tolk en bijstand door een steunfiguur.
- Privacy:
Medische gegevens worden gescheiden bewaard van gerechtelijke gegevens in
het dossier. Zorgverleners die niet betrokken zijn, hebben geen toegang
tot niet-relevante info.
- Transparantie:
Als een arts/verpleegkundige zowel zorg verleent als (in opdracht van
justitie) sporen verzamelt, moeten zij deze "dubbele pet"
duidelijk aan het slachtoffer uitleggen.
Het forensisch onderzoek (Artikel 26-31)
V: Wanneer gebeurt een forensisch onderzoek? A:
Dit wordt aangeboden aan alle slachtoffers van acuut geweld. Bij post-acuut
geweld enkel als er nog kans is op sporen. Er wordt een objectief verslag
opgemaakt zonder interpretatie.
V: Wat gebeurt er met sporen als er (nog) GEEN klacht is?
A: Het ziekenhuis bewaart de sporen om latere analyse mogelijk te maken.
- Volwassenen:
Bewaartermijn van 6 maanden (eenmalig verlengbaar met 6 maanden).
- Minderjarigen:
Toxicologische stalen 5 jaar; andere sporen 50 jaar (tenzij het kind zelf,
indien bekwaam, eerder toestemming geeft tot vernietiging). Na deze
termijn worden de sporen vernietigd.
V: Wat als er WEL een klacht is? A: Dan wordt
het onderzoek bevolen door de gerechtelijke overheid en gaat het verslag naar
justitie.
Verhoor en klachtneerlegging (Artikel 32-37)
V: Hoe verloopt het indienen van een klacht bij acuut
geweld? A: Als het slachtoffer in het ZSG klacht wil indienen, belt
de verpleegkundige (na toestemming) de politie.
- Het
verhoor vindt plaats in het ZSG, wordt gefilmd en samengevat in een
proces-verbaal.
- Als
het slachtoffer later pas klacht indient, faciliteert het ZSG het contact
met de politie.
V: Zijn er speciale regels voor minderjarigen? A:
Ja, zij worden verhoord volgens de TAM-methode (Techniek Audiovisueel verhoor
van Minderjarigen). Als het ZSG hiervoor geschikt is, kan dit in het ZSG
plaatsvinden.
Inbeslagname van sporen (Artikel 38-40)
V: Hoe draagt het slachtoffer bewijsmateriaal over? A:
Bij acuut geweld kan het slachtoffer schriftelijk toestemming geven voor
"vrijwillige afstand" van de sporen. De politie verzegelt deze en
neemt ze in beslag. De sporen gaan daarna naar de griffie of een labo.
TITEL V & VI — Handelingsplannen en Informatiedeling
(Artikel 41-43)
V: Hoe worden de procedures vastgelegd? A: Er
worden "handelingsplannen" en een "forensisch stappenplan"
opgesteld door het Instituut om overal uniform te werken.
V: Mag het beroepsgeheim doorbroken worden? A:
Ja, in specifieke gevallen ten behoeve van de samenwerking:
- De
politie mag basisgegevens van het slachtoffer (identiteit, tijdstip) delen
met het ZSG om de aanmelding te regelen.
- Zorgverleners
mogen, op basis van het verhaal van het slachtoffer, identiteitsgegevens
en een korte feitenomschrijving delen met justitie/politie.
- Er
kan een multidisciplinair overleg (case conferencing) plaatsvinden om de
veiligheid van het slachtoffer te beschermen als de hulp ontoereikend is.
TITEL VII — Nationale coördinatie (Artikel 44)
V: Wie houdt toezicht op de ZSG's? A: Het
Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Zij coördineren de werking,
financieren de politiecomponent, valideren de samenwerkingsverbanden,
organiseren opleidingen en evalueren de centra.
TITEL VIII — Spreiding, financiering en evaluatie
(Artikel 45-52)
V: Waar komen de centra en hoe worden ze betaald? A:
- Locatie:
Er komt in principe één ZSG per gerechtelijk arrondissement.
- Ziekenhuis:
Het ziekenhuis krijgt alle kosten vergoed via een overeenkomst met het
RIZIV (Verzekeringscomité). Voor het slachtoffer is de zorg in het ZSG
volledig kosteloos. Als het ziekenhuis de regels niet volgt, kan de
financiering stoppen.
- Politie:
De politiediensten ontvangen specifieke financiering voor hun ZSG-taken,
die jaarlijks geïndexeerd wordt.
V: Wordt de werking gecontroleerd? A: Ja, het
Instituut evalueert de samenwerking en kan de erkenning intrekken als de
voorwaarden niet worden nageleefd.
TITEL IX — Verwerking van persoonsgegevens (Artikel
53-57)
V: Wat gebeurt er met de persoonsgegevens? A:
- Doel:
Ziekenhuizen verwerken data voor zorg, politie voor onderzoek, en het
Instituut voor statistiek en beleid.
- Anonimiteit:
Data die naar het Instituut gaan voor onderzoek moeten geanonimiseerd of
gepseudonimiseerd zijn.
- Bewaartermijnen:
- Ziekenhuizen:
30 tot 50 jaar.
- Politie
en Instituut: 5 tot 10 jaar (voor specifieke doeleinden in deze wet).
TITEL X, XI, XII — Wijzigings-, overgangs- en
slotbepalingen (Artikel 58-61)
V: Wat regelen de laatste artikelen? A:
- Financiering:
Er worden technische wijzigingen aangebracht in andere wetten om de
financiering via het RIZIV mogelijk te maken ("Fonds blouses
blanches").
- Overgang:
Als er al een ZSG bestond, wordt de financiering overgezet naar het nieuwe
systeem zodra de overeenkomst getekend is.
- Startdatum: De wet
treedt in werking op 1 januari 2025. De Koning kan bepaalde
financieringsartikelen uitstellen tot uiterlijk 1 januari 2027.
Stap 1: De eerste opvang en
aanmelding
Een slachtoffer van seksueel
geweld heeft verschillende opties om hulp te zoeken. De wet maakt hierbij een
onderscheid op basis van de tijd die verstreken is sinds de feiten:
- Acuut seksueel geweld: De feiten vonden 7
dagen of korter geleden plaats.
- Post-acuut en niet-acuut: De feiten vonden
langer dan 7 dagen geleden plaats.
Wat moet het slachtoffer doen?
- Optie A: Rechtstreeks naar een ZSG. Het
slachtoffer kan zich direct aanmelden bij een Zorgcentrum na Seksueel
Geweld (ZSG).
- Optie B: Naar de politie. Als het
slachtoffer zich eerst bij de politie meldt met een verhaal van acuut
seksueel geweld, moet de politie het slachtoffer spontaan informeren over
het ZSG. Als het slachtoffer dit wil, regelt de politie (met toestemming)
direct het contact en het vervoer naar het ZSG, indien mogelijk in een
anoniem voertuig.
Stap 2: De zorg en
keuzevrijheid in het ZSG
Bij aankomst in het ZSG krijgt
het slachtoffer multidisciplinaire hulp.
- Rechten: Het slachtoffer kiest zelf van
welke diensten hij/zij gebruik wil maken.
- Kosten: De zorg in het ZSG (medisch,
psychologisch, forensisch) is volledig kosteloos voor het slachtoffer. Het
ziekenhuis mag hiervoor geen enkel bedrag aanrekenen.
- Ondersteuning: Het slachtoffer heeft het
recht zich te laten bijstaan door een steunfiguur (een
vertrouwenspersoon).
Stap 3: Het forensisch
onderzoek (Sporenonderzoek)
Het slachtoffer moet beslissen of
hij/zij een forensisch onderzoek wil laten uitvoeren om bewijsmateriaal veilig
te stellen.
- Zonder klacht: Het slachtoffer kan een
onderzoek laten doen zonder direct aangifte te doen bij de politie.
De sporen worden dan bewaard voor het geval het slachtoffer later alsnog
klacht wil indienen.
- Bewaartermijn volwassenen: 6 maanden. Dit
kan eenmalig schriftelijk verlengd worden met 6 maanden.
- Bewaartermijn minderjarigen: 5 jaar voor
toxicologische stalen, 50 jaar voor andere sporen (tenzij het kind zelf,
indien bekwaam, eerder toestemming geeft tot vernietiging).
- Met klacht: Als er wel een klacht is, worden
de sporen in beslag genomen door de politie voor het strafdossier.
Stap 4: Klacht indienen en
verhoor (Optioneel)
Het slachtoffer beslist zelf of
en wanneer er klacht wordt ingediend.
- In het ZSG: Als het slachtoffer in het ZSG
klacht wil indienen, neemt de verpleegkundige contact op met de politie
(inspecteur zeden).
- Het verhoor:
- Dit kan plaatsvinden in een speciaal uitgerust
verhoorlokaal binnen het ZSG.
- Het verhoor wordt audiovisueel opgenomen.
- Voor minderjarigen of kwetsbare personen wordt
gebruikgemaakt van de TAM-methode (Techniek Audiovisueel verhoor van
Minderjarigen).
- Taalbijstand: Het slachtoffer heeft recht op
kosteloze bijstand van een tolk tijdens het verhoor en, indien mogelijk,
ook tijdens de medische en psychologische zorg.
Stap 5: Nazorg en opvolging
Als het slachtoffer het ZSG
verlaat, stopt de zorg niet.
- De ZSG-verpleegkundige contacteert het slachtoffer
(of de steunfiguur) op regelmatige tijdstippen.
- Het doel hiervan is te vragen hoe het gaat, te
informeren over de mogelijkheid om alsnog klacht in te dienen (indien dit
nog niet gebeurde) en door te verwijzen naar verdere hulpverlening.