zondag 1 februari 2026

Vonnissen ondernemingsrechtbanken 2025 - stand 1 februari 2026

Bron (RSS feed - Juportal)

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250102.1

02 januari 2025

Link naar uitspraak

Aanneming, Kwalificatie overeenkomst, Promotor, Gebreken, Ontbinding, Schadevergoeding, Onderaanneming, Vrijwaring, Expertiserapport, Mindergenot

Deze zaak betreft een geschil tussen een curator van een ontwikkelaar, een aannemer, een onderaannemer en kopers over gebreken in dakwerken. De rechtbank herkwalificeerde de overeenkomst tussen ontwikkelaar en aannemer van hoofdaanneming naar verkoop-promotie omdat de eiser zelf geen werken uitvoerde. De rechtbank ontbond de overeenkomst ten laste van de aannemer wegens ernstige tekortkomingen vastgesteld door de deskundige, maar matigde de gevolgen door behoud van de reeds betaalde prijs. De aannemer werd veroordeeld tot schadevergoeding aan de kopers voor gevolgschade en mindergenot. De onderaannemer werd op zijn beurt veroordeeld tot vrijwaring van de aannemer.


ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250116.1

16 januari 2025

Link naar uitspraak

Loot boxes, Kansspelwetgeving, App Store, Apple, Prejudiciële vraag, Hostingdienst, Immuniteit, Digital Services Act, Consumentenbescherming, Software

Een consument vorderde schadevergoeding van Apple voor verliezen geleden door 'loot boxes' in een spel gedownload via de App Store, stellende dat dit illegale kansspelen zijn. De rechtbank stelde vast dat het spel inderdaad elementen van kansspelen bevat en zonder vergunning wordt aangeboden, wat een inbreuk op de Belgische wetgeving is. Apple beriep zich op immuniteit als hostingdienst. De rechtbank besloot de procedure te schorsen en prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU over de toepasselijkheid van de E-Commerce richtlijn op gokactiviteiten en of software in een App Store onder het begrip 'informatie' en de safe harbour-regels valt.

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250130.1

30 januari 2025

Link naar uitspraak

Tienjarige aansprakelijkheid, Waterinfiltratie, Aanvaarding werken, Stabiliteitsbedreigend gebrek, Deskundigenonderzoek, Schadevergoeding, Appartementsmede-eigendom, Mindergenot, Minderwaarde, Oplevering

De VME van een residentie vorderde schadevergoeding van een aannemer voor waterinfiltraties in de ondergrondse parking. De rechtbank oordeelde dat de infiltraties, hoewel hinderlijk, geen stabiliteitsbedreigende gebreken waren in de zin van art. 1792 en 2270 oud BW. De rechtbank wees een verzoek tot bijkomend deskundigenonderzoek af als niet opportuun. De aannemer werd veroordeeld tot een schadevergoeding van 14.890,80 euro voor herstelkosten, mindergenot en minderwaarde, omdat het waterdichte resultaat niet werd behaald en er geen sprake was van stilzwijgende aanvaarding door de VME gezien de aanhoudende klachten en onderzoeken.

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250313.1

13 maart 2025

Link naar uitspraak

Onderaanneming, Facturatie, CheckinatWork, Tijdsregistratie, Bewijslast, Exceptie van niet-uitvoering, Schadebeding, Betalingsachterstand, Stellingbouw, Overfacturatie

Een onderaannemer (stellingbouwer) vorderde betaling van openstaande facturen. De hoofdaannemer betwistte deze en eiste miljoenen terug wegens vermeende overfacturatie op basis van CheckinatWork-gegevens. De rechtbank oordeelde dat CheckinatWork een sociaalrechtelijk instrument is en niet bedoeld voor facturatiecontrole, zeker niet als dit niet contractueel was overeengekomen. De hoofdaannemer had de prestaties goedgekeurd via aankooporders. De vordering van de onderaannemer werd gegrond verklaard (414.211,21 euro) en de tegeneis van de hoofdaannemer werd afgewezen.

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250403.1

03 april 2025

Link naar uitspraak

Tuinaanneming, Prijsbepaling, Meerwerken, Factuurprotest, Vaste prijs, Regie, Deskundigenonderzoek, Wanbetaling, Schadebeding, Bewijslast

Een tuinaannemer vorderde het saldo van een factuur. De klant protesteerde en stelde dat er een vaste prijs was afgesproken en dat meerwerken niet waren goedgekeurd. De rechtbank stelde vast dat er wilsovereenstemming was over een offerte van 24.000 euro. De rechtbank oordeelde dat de werken grotendeels waren uitgevoerd conform offerte en dat het verzoek van de klant om een deskundige aan te stellen niet opportuun was bij gebrek aan bewijsstukken voor de betwisting. De klant werd veroordeeld tot betaling van het saldo en bijkomende kosten.

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250423.1

23 april 2025

Link naar uitspraak

Aanneming, Zichtbare gebreken, Aanvaarding, Gipswanden, Bewijslast, Deskundigenonderzoek, Vrijwaring, Rechtsplegingsvergoeding, Toleranties, Oplevering

Een opdrachtgever vorderde de aanstelling van een deskundige wegens beweerde gebreken (golven en groeven) in geplaatste gipswanden. De rechtbank wees de vordering af omdat de opdrachtgever niet bewees dat de gebreken buiten de toleranties van de norm vielen. Bovendien oordeelde de rechtbank dat de gebreken zichtbaar waren en door de opdrachtgever waren aanvaard door de voorbehoudloze betaling van de factuur en het uitblijven van tijdig protest. De vordering tegen de aannemer en de daaropvolgende vrijwaringsvorderingen tegen de leverancier en producent werden ongegrond verklaard.

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250508.1

08 mei 2025

Link naar uitspraak

Overheidsopdrachten, Schadevergoeding, Rechtsbeschermingswet, Belang, Vertrouwelijkheid, Offertes, Stopzettingsbeslissing, Kort geding, Motiveringsplicht, Heraanbesteding

Een inschrijver vorderde schadevergoeding na de stopzetting van een gunningsprocedure door de aanbesteder wegens te grote prijsverschillen. De rechtbank bevestigde dat de inschrijver belang had bij de vordering. De rechtbank oordeelde echter dat de aanbesteder het recht had om af te zien van gunning en de procedure te herbeginnen, en dat het motief over de prijsverschillen, hoewel bekritiseerd, niet het enige motief was. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen als ongegrond, evenals de vraag tot opheffing van de vertrouwelijkheid van andere offertes.

ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20251002.1

02 oktober 2025

Link naar uitspraak

Gemene muur, Instorting gebouw, Artikel 1386 BW, Gebrek in de bouw, Eigenaarsaansprakelijkheid, Schadevergoeding, Vetusteit, Bewijslast, Deskundigenonderzoek, Derdenaansprakelijkheid

Na de instorting van een scheidingsmuur oordeelde de rechtbank dat de muur niet gemeen was, maar privatief toebehoorde aan de eigenaar van het kantoorgebouw (Kantoren B). De eigenaar werd aansprakelijk gesteld op basis van artikel 1386 oud BW wegens een gebrek in de bouw/onderhoud. De rechtbank kende schadevergoedingen toe aan de buren (AG A en gemeente) en een aannemer die goederen in een loods had opgeslagen. De rechtbank paste geen vetusteit toe op herstellingskosten tenzij er sprake was van meerwaarde.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20250313.1

13 maart 2025

Link naar uitspraak

Phishing, Bankaansprakelijkheid, Niet-toegestane transacties, Grove nalatigheid, Consumentenrecht, Bewijslast, Artikel VII.44 WER, Fraude, Bankrekening, Terugbetaling

Klanten vorderden terugbetaling van gelden die via phishing van hun rekeningen waren gehaald. De bank weigerde terugbetaling, stellende dat de klanten grof nalatig waren geweest en dat het deels om professionele rekeningen ging. De rechtbank oordeelde dat de klanten als consumenten moesten worden beschouwd voor de privérekeningen. De bank slaagde er niet in grove nalatigheid te bewijzen; loutere loggegevens volstonden niet om aan te tonen dat de klanten codes hadden doorgegeven of handelingen hadden gesteld. De bank werd veroordeeld tot terugbetaling van 37.766,12 euro plus interesten.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20250515.1

15 mei 2025

Link naar uitspraak

Phishing, Itsme, Bankaansprakelijkheid, Grove nalatigheid, Overmacht, Artikel VII.44 WER, Betaalinstrument, Bewijslast, Consumentenbescherming, Authenticatie

Klanten werden slachtoffer van fraude via een valse Payconiq-link, waarbij de fraudeur Itsme activeerde en transacties uitvoerde. De bank riep grove nalatigheid en overmacht in. De rechtbank oordeelde dat het klikken op een legitiem ogende link geen grove nalatigheid is en dat het niet onmiddellijk reageren op nachtelijke sms-waarschuwingen verschoonbaar was. De rechtbank verwierp het verweer van overmacht door te wijzen op fouten in systemen van derden (Itsme), aangezien deze aan de bank toerekenbaar zijn. De bank moest de schade van 9.868,10 euro vergoeden.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20250716.1

16 juli 2025

Link naar uitspraak

Concessieovereenkomst, Exclusiviteit, Schadevergoeding, Rechtsverwerking, Winstderving, Maatschap, Rechtspersoonlijkheid, Verjaring, Redelijke termijn, Procesmisbruik

Een VOF vorderde schadevergoeding voor de onrechtmatige beëindiging van een exclusieve concessieovereenkomst uit 1990. De verweerder riep rechtsverwerking en verjaring in door het lange tijdsverloop. De rechtbank oordeelde dat er geen rechtsverwerking was en dat de eiser de juiste rechtsopvolger was van de oorspronkelijke contractpartij (maatschap die VOF werd). De rechtbank kende schadevergoeding toe voor winstderving en schending van exclusiviteit, maar matigde de bedragen en beperkte de interesten wegens de lange inactiviteit van de eiser in de procedure.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20250902.1

02 september 2025

Link naar uitspraak

Verbintenissenrecht, Emoji, Aanvaarding, Overeenkomst, Opzegging, Schadevergoeding, Bewijs, Facturatie, Uitvoering te goeder trouw, Algemene voorwaarden

De rechtbank oordeelde dat een 'duim omhoog' emoji in reactie op een offerte, gevolgd door uitvoering, een geldige aanvaarding van de overeenkomst vormde. De verweerder had de samenwerking eenzijdig stopgezet. De rechtbank kende een schadevergoeding toe voor de voortijdige beëindiging, maar oordeelde dat het specifieke opzegbeding in de algemene voorwaarden niet tegenstelbaar was omdat deze voorwaarden niet bij het oorspronkelijke aanbod waren gevoegd. De verweerder werd veroordeeld tot betaling van openstaande prestaties en een ex aequo et bono begrote schadevergoeding.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20251016.1

16 oktober 2025

Link naar uitspraak

Phishing, Bankaansprakelijkheid, Itsme, Grove nalatigheid, Overmacht, Artikel VII.44 WER, Bewijslast, Fraude, Authenticatie, Schadevergoeding

In een zaak gelijkaardig aan die van 15 mei 2025 oordeelde de rechtbank opnieuw dat het klikken op een frauduleuze link en het onwetend activeren van Itsme op het toestel van een fraudeur geen grove nalatigheid uitmaakt in hoofde van de consument. De bank slaagde er niet in grove nalatigheid te bewijzen en het beroep op overmacht wegens falen van Itsme werd afgewezen. De bank werd veroordeeld tot terugbetaling van 13.211,00 euro plus interesten vanaf de datum van de feiten.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20251031.1

31 oktober 2025

Link naar uitspraak

Verstek, Openbare orde, Commanditaire vennootschap, Stille vennoot, Hoofdelijke aansprakelijkheid, Kosten, Rechtsplegingsvergoeding, Schijnvertegenwoordiging, Afbetalingsplan, Dagvaarding

Een leverancier vorderde betaling van een factuur van een CommV en dagvaardde daarbij ook de zaakvoerder én de stille vennoot. De rechtbank oordeelde dat de vordering tegen de stille vennoot manifest ongegrond en strijdig met de openbare orde was, aangezien een stille vennoot niet hoofdelijk aansprakelijk is. De CommV en zaakvoerder werden wel veroordeeld (na aftrek van een laattijdige betaling), maar de gerechtskosten werden verminderd omdat de eiser onnodig een niet-aansprakelijke partij had gedagvaard.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20251031.2

31 oktober 2025

Link naar uitspraak

Bemiddeling, WIPO, Bemiddelingsbeding, Ontvankelijkheid, Opschorting, Contractenrecht, Geschillenbeslechting, Kamer minnelijke schikking, Goede trouw, Procedure

Een partij startte een procedure ondanks een contractueel bemiddelingsbeding dat verplichtte tot WIPO-bemiddeling. De eiser probeerde het beding te omzeilen door te stellen dat de verweerder niet meewerkte en dat de kamer voor minnelijke schikking de bemiddeling verving. De rechtbank oordeelde dat de kamer voor minnelijke schikking geen bemiddeling is in de zin van het contract en dat het beding geldig was. De zaak werd naar de rol verzonden totdat de verplichte wachttijd na start van de bemiddeling is verstreken.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20251031.3

31 oktober 2025

Link naar uitspraak

Rechtsmisbruik, Invorderingskosten, Aanmaning, Goede trouw, Factuur, Betaling, Dagvaarding, Schadebeding, Kosten, Verbintenissenrecht

Een schuldeiser dagvaardde voor invorderingskosten en schadevergoeding nadat de hoofdsom van een factuur al was betaald. De schuldeiser had in een laatste aanmaning gesteld dat het te betalen bedrag "inclusief herinneringskosten" was. De rechtbank oordeelde dat het rechtsmisbruik is om na betaling van dat bedrag alsnog extra kosten te vorderen die niet in de aanmaning stonden. De vordering werd ongegrond verklaard en de eiser moest de gerechtskosten dragen.

ECLI:BE:ORBRL:2025:JUG.20251031.4

31 oktober 2025

Link naar uitspraak

Rechtsmisbruik, Contractverlenging, Opzegtermijn, Stilzwijgende verlenging, Evenredigheid, Schadebeding, Vennootschap onder firma, Hoofdelijke aansprakelijkheid, Facturatie, Reclamepanelen

Een leverancier van reclamepanelen vorderde betaling voor een contractverlenging van 3 jaar omdat de opzegging door de klant enkele dagen te laat was verstuurd. De rechtbank oordeelde dat het vasthouden aan een automatische verlenging van 3 jaar voor een luttele vertraging in de opzegging rechtsmisbruik vormde, gezien de wanverhouding tussen het voordeel voor de eiser en het nadeel voor de verweerder. De vordering werd herleid tot 1 maand (administratieve tijd) en het schadebeding werd afgewezen.

ECLI:BE:ORBRL:2025:ORD.20251112.1

12 november 2025

Link naar uitspraak

Conclusietermijnen, Artikel 748 Ger.W., Nieuw feit, Faillissement, Jaarrekening, Proceseconomie, Rechtsmisbruik, Vertraging, Procedure, Bewijsvoering

Een partij verzocht om nieuwe conclusietermijnen wegens "nieuwe feiten" (jaarrekening en faillissement tegenpartij). De rechtbank wees dit af omdat deze feiten niet "ter zake dienend" waren voor de beoordeling van de grond van de zaak (boekhoudkundige afwaardering beïnvloedt de beslissing niet). Bovendien oordeelde de rechtbank dat het verzoek laattijdig was ingediend (maanden na kennisname), wat wees op rechtsmisbruik en een poging tot vertraging van de rechtspleging.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250304.1

04 maart 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Betwisting schuldvordering, Vervaltermijn, Overmacht, Gerechtsdeurwaarder, Aansprakelijkheid, Artikel XX.162 WER, Procesverloop, Verificatie, Termijnverlenging

Een gefailleerde vennootschap betwistte een schuldvordering, maar de dagvaarding aan de schuldeiser gebeurde één dag na de vervaltermijn. De rechtbank stelde vast dat dit te wijten was aan een fout van de gerechtsdeurwaarder, die de uiterste datum verkeerd had genoteerd ondanks correcte instructies. Omdat de gerechtsdeurwaarder een wettelijk monopolie heeft, beschouwde de rechtbank deze fout als overmacht voor de eiseres. De vervaltermijn werd verlengd en de vordering werd ontvankelijk verklaard.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250401.1

01 april 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Berekeningsbasis, BTW-tegoed, Compensatie, Fiscale schulden, Gerealiseerd actief, Artikel 334 Programmawet, Boedelkosten, Verificatie

Een curator vroeg om een btw-tegoed van de gefailleerde, dat door de fiscus was gecompenseerd met schulden, op te nemen in de berekeningsbasis voor zijn ereloon. De rechtbank oordeelde dat dergelijke compensaties (fantoom-activa) niet als "gerealiseerd actief" of "geïnde bedragen" beschouwd kunnen worden die "de boedel te beurt vallen". Het bedrag werd uit de berekeningsbasis geweerd. Ook een terugbetaling van kosten door de notaris werd geweerd als actief.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250408.1

08 april 2025

Link naar uitspraak

Gerechtelijke reorganisatie, Intrekking plan, Niet-naleving, Nieuwe schulden, Beslag, Schuldeisers, Continuïteit, Artikel XX.83 WER, Faillissement, Liquiditeitsproblemen

Schuldeisers vorderden de intrekking van een reorganisatieplan omdat de schuldenaar de betalingstermijnen niet naleefde en nieuwe schulden maakte. De rechtbank stelde vast dat de niet-naleving structureel was en dat er beslagen werden gelegd voor nieuwe schulden. De schuldenaar probeerde activa te verkopen, maar dit werd verhinderd door beslagen van derden. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke voorwaarden voor intrekking vervuld waren en trok het plan in.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250408.2

08 april 2025

Link naar uitspraak

Bestuurdersaansprakelijkheid, Vereffening, Kwijting, Specialiteitsbeginsel, Vennootschapsbelang, Bewijslast, Verjaring, Intra-groepstransacties, Boekhouding, Schadevergoeding

Een vereffenaar vorderde schadevergoeding van bestuurders voor transacties die het vennootschapsbelang zouden hebben geschaad. De rechtbank oordeelde dat de vordering grotendeels onontvankelijk was door de verleende kwijting, aangezien de aandeelhouders op de hoogte waren van de transacties via het jaarverslag. Voor de niet-gedekte transacties faalde de vereffenaar in de bewijslast door gebrek aan financiële analyse en stukken. De vordering tegen de verzekeraar werd afgewezen wegens verjaring.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250409.1

09 april 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Berekeningsbasis, BTW-teruggave, Gerealiseerd actief, Kosten, Administratie, Faillissementsafwikkeling, Verificatie, KB 26 april 2018

De curator nam een btw-teruggave (ontstaan door zijn eigen handelingen tijdens het faillissement) op in de berekeningsbasis voor zijn ereloon. De rechtbank oordeelde dat dit een terugbetaling van kosten is en geen gerealiseerd actief dat "de boedel te beurt valt". Het opnemen hiervan zou leiden tot willekeurige erelonen afhankelijk van de timing van kosten en inkomsten. Het bedrag werd uit de berekeningsbasis geweerd.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250409.2

09 april 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Nalatigheid, Vertraging, Negatief coëfficiënt, Consignatiekas, Interesten, Schuldeisers, Afwikkeling, KB 26 april 2018

De rechtbank stelde vast dat een faillissement onverantwoord lang (sinds 2012) stil lag zonder actie, terwijl er gelden beschikbaar waren. De curator had niet gehandeld als een zorgvuldig beheerder en legde jaarverslagen laattijdig neer. Als sanctie paste de rechtbank een negatieve coëfficiënt van 0,7 toe op het ereloon en weerde de interesten op de geconsigneerde sommen uit de berekeningsbasis.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250423.1

23 april 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Berekeningsbasis, Pandhoudende schuldeiser, Separatist, Invordering, Opdracht, Boedel, KB 26 april 2018, Verificatie

De curator nam een bedrag dat rechtstreeks door een pandhoudende schuldeiser was geïnd op in de berekeningsbasis voor zijn ereloon. De rechtbank oordeelde dat dit bedrag niet aan de boedel te beurt valt omdat de schuldeiser zijn afscheidingsrecht uitoefende. Tenzij de pandhouder de curator expliciet opdracht geeft tot inning (wat hier niet bleek), kan de curator hierop geen ereloon berekenen. Het bedrag werd geweerd.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250506.1

06 mei 2025

Link naar uitspraak

Gerechtelijke reorganisatie, Overdracht onder gerechtelijk gezag, Faillissement, Curatoraanstelling, Belangenconflict, Vereffeningsdeskundige, Continuïteit, Doorstart, Artikel XX.93 WER, Vennootschapsbelang

Na een overdracht van activa onder gerechtelijk gezag werd de overdragende vennootschap failliet verklaard. De overnemer was een vennootschap geleid door de vader van de bestuurder van de gefailleerde ("doorstart"). De rechtbank besloot om niet de vereffeningsdeskundige aan te stellen als curator, ondanks de wettelijke voorkeur, omdat het niet wenselijk werd geacht dat degene die onderhandelde met de aanverwante overnemer nu het faillissement zou beheren. Een andere curator werd aangesteld.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250506.2

06 mei 2025

Link naar uitspraak

Bestuurdersaansprakelijkheid, Kennelijk grove fout, Artikel XX.227 WER, Wrongful trading, Boekhouding, Fiscale schulden, Faillissement, Schadevergoeding, Causaliteit, Jaarrekening

De curator vorderde schadevergoeding van een bestuurder wegens kennelijk grove fouten die bijdroegen tot het faillissement. De bestuurder had de vennootschap verwaarloosd, geen boekhouding gevoerd, geen aangiftes gedaan en schulden laten oplopen na een mislukte doorstart. De rechtbank oordeelde dat de bestuurder de onderneming "reddeloos verloren" had voortgezet. De bestuurder werd veroordeeld tot betaling van 60.000 euro, wat overeenkwam met de vermeerdering van het passief.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250514.1

14 mei 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Vertraging, Nalatigheid, Negatief coëfficiënt, Kosten, Boedel, Schuldeisers, KB 26 april 2018, Afwikkeling

In een faillissement dat al in 2017 had kunnen worden afgesloten maar tot 2024 bleef liggen, paste de rechtbank een sanctie toe op het ereloon van de curator. De curator erkende de onverantwoorde vertraging. De vertraging veroorzaakte onnodige kosten en werklast. De rechtbank paste een negatieve coëfficiënt van 0,85 toe en weerde de interesten op de geconsigneerde gelden uit de berekeningsbasis.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250520.1

20 mei 2025

Link naar uitspraak

Kwijtschelding, Persoonlijk faillissement, Kennelijk grove fout, Misbruik vennootschapsgoederen, Gedeeltelijke weigering, Artikel XX.173 WER, Openbaar Ministerie, Levensonderhoud, Strafrechtelijke vrijspraak, Causaliteit

Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen de kwijtschelding van een gefailleerde bestuurder. Hoewel vrijgesproken in strafzaken, oordeelde de rechtbank dat het onttrekken van gelden aan de vennootschap voor privéonderhoud vlak voor faillissement een kennelijk grove fout was. Omdat het grootste deel van het passief echter voortkwam uit een eerder mislukt project en niet uit deze fouten, werd de kwijtschelding slechts voor 10% geweigerd.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250520.2

20 mei 2025

Link naar uitspraak

Beroepsverbod, Artikel XX.229 WER, Kennelijk grove fout, Fiscale schulden, Boekhouding, Misbruik vennootschapsgoederen, Coronasteun, Ondernemingsverbod, Openbaar Ministerie, Recidive

De rechtbank legde een beroepsverbod van 5 jaar op aan een gefailleerde die systematisch fiscale en sociale verplichtingen negeerde, geen boekhouding voerde, onterecht coronasteun ontving en privé-uitgaven deed met vennootschapsgeld. De rechtbank oordeelde dat de man, die opnieuw gelijkaardige fouten maakte in een nieuwe vennootschap, een gevaar vormde voor het economisch verkeer. Zijn verzoek om een voorwaardelijk verbod werd afgewezen gezien de ernst van de feiten.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250520.3

20 mei 2025

Link naar uitspraak

Actio Pauliana, Schenking, Aandelen, Onroerend goed, Bedrieglijke benadeling, Artikel XX.114 WER, Medeplichtigheid, Waardering, Provisie, Deskundigenonderzoek

De curator vorderde de niet-tegenstelbaarheid van een schenking van aandelen en een appartement in Argentinië door de gefailleerde aan zijn vrouw en kinderen. De rechtbank oordeelde dat de schenkingen gebeurden met het opzet schuldeisers te benadelen in het zicht van een veroordeling. De aandelen waren intussen doorverkocht. De rechtbank stelde een deskundige aan voor de waardering maar kende alvast een aanzienlijke provisie toe ten laste van de begiftigden. De schenking van het appartement na faillissement werd eveneens niet-tegenstelbaar verklaard.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250520.4

20 mei 2025

Link naar uitspraak

Beroepsverbod, Artikel XX.229 WER, Kennelijk grove fout, Fiscale schulden, Sociale bijdragen, Boekhouding, Ondernemingsverbod, Openbaar Ministerie, Recidive, Medische toestand

De rechtbank legde een beroepsverbod van 4 jaar op aan een gefailleerde die als "stroman" of onbekwame bestuurder in verschillende vennootschappen fiscale en sociale schulden had laten oplopen en geen boekhouding voerde. Ondanks zijn schuldbekentenis en medische problemen, oordeelde de rechtbank dat een effectief verbod noodzakelijk was om het economisch verkeer te beschermen, aangezien hij via een nieuwe vennootschap opnieuw in de fout ging.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250606.1

06 juni 2025

Link naar uitspraak

Gerechtelijke reorganisatie, Homologatie, Weigering, Doelafwending, Rechtsmisbruik, Schuldeisers, Ongelijke behandeling, Openbare orde, Tussenkomst, Pleegvormen

De rechtbank weigerde de homologatie van een reorganisatieplan van een holdingvennootschap. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van doelafwending: de procedure werd gebruikt om een aandeelhoudersconflict te beslechten en de controle over een dochtervennootschap te behouden ten koste van specifieke schuldeisers (waaronder de verkoper van aandelen). Er was sprake van ontoelaatbare differentiatie tussen schuldeisers en schending van pleegvormen (gebrek aan informatie).

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250611.1

11 juni 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Berekeningsbasis, Foutieve boekingen, Terugbetaling kosten, Pandhoudende schuldeiser, Compensatie, Gerealiseerd actief, Zorgvuldigheid, KB 26 april 2018

De curator nam onterecht diverse bedragen op in de berekeningsbasis voor zijn ereloon, waaronder een terugbetaling van teveel betaalde kosten door een derde en bedragen geïnd door pandhoudende schuldeisers. De rechtbank tikte de curator op de vingers voor het onzorgvuldig opstellen van het verzoekschrift en weerde ruim 194.000 euro uit de berekeningsbasis. Het ereloon werd dienovereenkomstig verlaagd.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250613.1

13 juni 2025

Link naar uitspraak

Gerechtelijke reorganisatie, Homologatie, Weigering, Pleegvormen, Laattijdige neerlegging, Schuldeisers, Informatieplicht, Stemming, Openbare orde, Artikel XX.77 WER

De rechtbank weigerde de homologatie van een reorganisatieplan omdat het plan pas 11 dagen voor de zitting werd neergelegd (in plaats van de wettelijke 20 dagen) en de schuldeisers pas zeer laat werden ingelicht. De rechtbank oordeelde dat de schuldeisers onvoldoende tijd hadden om het plan te bestuderen, wat een schending van de pleegvormen en het normdoel (geïnformeerde stemming) inhield.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250617.1

17 juni 2025

Link naar uitspraak

Gerechtelijke reorganisatie, Homologatie, Weigering, Rekening-courant bestuurder, Rechtsmisbruik, Ongelijke behandeling, Schuldeisers, Stemming, Openbare orde, Artikel XX.79 WER

De rechtbank weigerde de homologatie van een reorganisatieplan, ondanks goedkeuring door de aanwezige schuldeisers. De rechtbank vond het kennelijk onredelijk dat schuldeisers 50% moesten kwijtschelden terwijl de bestuurder/aandeelhouder een grote rekening-courantschuld aan de vennootschap had die hij niet terugbetaalde. De rechtbank beschouwde dit als rechtsmisbruik en een schending van de openbare orde. Ook was er sprake van onterechte ongelijke behandeling van schuldeisers.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250625.1

25 juni 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Berekeningsbasis, Gerechtsdeurwaarder, Uitvoeringskosten, Gerealiseerd actief, Evenredige verdeling, Boedel, KB 26 april 2018, Verificatie

De curator nam een bedrag dat hij van een gerechtsdeurwaarder had ontvangen op als gerealiseerd actief. De rechtbank stelde vast dat dit bedrag een terugbetaling was van eerder gemaakte uitvoeringskosten ("vooraf te nemen kosten") uit een beslagprocedure waarin de boedel niet in nuttige rang kwam. Dit bedrag werd geweerd uit de berekeningsbasis voor het ereloon omdat het geen gerealiseerd actief is dat de boedel te beurt valt, maar een kostenrecuperatie.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250708.1

08 juli 2025

Link naar uitspraak

Actio Pauliana, Artikel XX.114 WER, Verjaring, Rangdoorbreking, Selectieve betaling, Bestuurder, VZW, Benadeling schuldeisers, Terugbetaling lening, Anterioriteit

De curator vorderde de niet-tegenstelbaarheid van betalingen (310.000 euro) die een VZW aan haar bestuurder had gedaan ter terugbetaling van een lening, kort voor faillissement. De rechtbank verwierp het verjaringsverweer, stellende dat de verjaringstermijn voor de curator pas loopt vanaf faillissement. De rechtbank oordeelde dat de betalingen abnormaal waren en de schuldeisers bedrieglijk benadeelden (rangdoorbreking). De bestuurder werd veroordeeld tot terugbetaling van een provisioneel bedrag om de schade aan de rangregeling te herstellen.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250718.1

18 juli 2025

Link naar uitspraak

Gerechtelijke reorganisatie, Homologatie, Weigering, Meerderheid, Artikel XX.78 WER, Doelafwending, Aandelenoverdracht, Rechtsmisbruik, Schuldeisers, Stemming

In een tweede poging tot reorganisatie (na vonnis van 6 juni 2025) werd het plan opnieuw afgewezen. De rechtbank stelde vast dat de vereiste dubbele meerderheid niet was behaald (staking van stemmen is geen meerderheid). Ten overvloede oordeelde de rechtbank dat het plan nog steeds rechtsmisbruik uitmaakte: de schuldenaar weigerde een contractuele clausule toe te passen (teruggave aandelen) die de schuldenlast zou oplossen, louter om de controle over een dochtervennootschap te behouden ten koste van de schuldeisers. De reorganisatie werd gesloten.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250722.1

22 juli 2025

Link naar uitspraak

Beroepsverbod, Artikel XX.229 WER, Kennelijk grove fout, Sociale fraude, Fiscale schulden, Recidive, Ondernemingsverbod, Openbaar Ministerie, Maatschappelijk gedrag, Bescherming economie

De rechtbank legde een beroepsverbod van 5 jaar op aan een gefailleerde die systematisch naliet fiscale en sociale bijdragen te betalen (ook voor personeel), geen kapitaal volstortte en privé-uitgaven deed met vennootschapsgeld. De rechtbank oordeelde dat dit asociaal gedrag het eerlijke handelsverkeer ondermijnt. Het verzoek om een voorwaardelijk verbod (mits opleiding) werd afgewezen gezien de ernst van de feiten en het recidivekarakter.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250909.1

09 september 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Verwerping schuldvordering, Artikel XX.156 WER, Curator, Verificatie, Rechtsplegingsvergoeding, Onregelmatige aangifte, Betwisting, RegSol, Termijnen

Een curator verwierp schuldvorderingen van schuldeisers "de plano" via het proces-verbaal van verificatie wegens gebrek aan bewijs/belang. De rechtbank oordeelde dat verwerping enkel dient voor onregelmatige aangiften, niet voor inhoudelijke betwistingen. De verwerping in het PV had geen juridische waarde. De rechtbank maakte de verwerping ongedaan en oordeelde dat de schuldvorderingen de normale betwistingsprocedure moesten volgen. De curator werd in de kosten veroordeeld.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250909.2

09 september 2025

Link naar uitspraak

Actio Pauliana, Artikel XX.114 WER, Handelshuur, Voorkooprecht, Schuldvergelijking, Medeplichtigheid, Benadeling schuldeisers, Investeerder, Onroerend goed, Faillissement

De curator van een dochtervennootschap (Plant) vocht transacties aan waarbij een investeerder (B) via zijn vennootschap (Tuin) een langdurige handelshuur en voorkooprecht op het vastgoed van de dochtervennootschap verkreeg, betaald via schuldvergelijking, vlak voor het faillissement. De rechtbank oordeelde dat dit paulianeuze handelingen waren: de investeerder stelde zijn eigen belang veilig ten koste van de overige schuldeisers toen het faillissement onafwendbaar was. De rechtbank verklaarde de handelingen niet-tegenstelbaar en kende een provisie toe voor het genoten huurvoordeel.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250909.3

09 september 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Staking van betaling, Artikel XX.105 WER, Feitelijke vereffening, Terugstelling datum, Benadeling schuldeisers, Derdenverzet, Moedervennootschap, Dochtervennootschap, Bewijslast

Na derdenverzet van de investeerders bevestigde de rechtbank dat de datum van staking van betaling van de moedervennootschap (Bloem) niet verder kon worden teruggesteld dan 6 maanden voor faillissement. De rechtbank oordeelde dat er voor de moedervennootschap, in tegenstelling tot de dochtervennootschap, onvoldoende bewijs was van een feitelijke vereffening op de vroegere datum (april 2023), gezien de voortzetting van activiteiten in andere winkels. De datum bleef behouden op oktober 2023.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250909.4

09 september 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Staking van betaling, Artikel XX.105 WER, Feitelijke vereffening, Terugstelling datum, Benadeling schuldeisers, Derdenverzet, Handelshuur, Ontmanteling, Investeerder

In het faillissement van de dochtervennootschap (Plant) oordeelde de rechtbank, na derdenverzet, dat de datum van staking van betaling wél moest worden teruggesteld tot meer dan 6 maanden voor faillissement (mei 2023). De rechtbank stelde vast dat de vennootschap vanaf dan feitelijk werd vereffend (ontslag personeel, verkoop winkels, bezwaring vastgoed) met als doel de investering van de aandeelhouder veilig te stellen ten nadele van de schuldeisers.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251007.1

07 oktober 2025

Link naar uitspraak

Aandelen aan toonder, Eigendomsbewijs, Nietigverklaring besluiten, Algemene vergadering, Diefstal, Bezit, Artikel 2279 BW, Omzetting aandelen, Vennootschapsrecht, Schijnhandeling

Een langlopend geschil over de eigendom van aandelen in een NV. De eiser bezat de fysieke aandelen aan toonder. De verweerders beweerden dat deze gestolen waren en dat de aandelen al waren omgezet in aandelen op naam. De rechtbank oordeelde dat de beweerde omzetting ongeldig was omdat de eiser als meerderheidsaandeelhouder niet was opgeroepen voor de vergadering. De rechtbank achtte de diefstal niet bewezen en ongeloofwaardig. De eiser werd erkend als eigenaar van de aandelen en de tegenstrijdige besluiten werden nietig verklaard.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251013.1

13 oktober 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Natuurlijke persoon, Commanditaire vennootschap, Beherend vennoot, Ondernemingsbegrip, Artikel XX.99 WER, Aangifte, Termijn 6 maanden, Onbeperkte aansprakelijkheid, Rechtspraak

Een beherend vennoot van een failliete CommV deed aangifte van persoonlijk faillissement, 9 maanden na het faillissement van de vennootschap. De rechtbank oordeelde dat een beherend vennoot een onderneming is in de zin van boek XX WER. De termijn van 6 maanden na stopzetting geldt niet voor onbeperkt aansprakelijke vennoten zolang de vennootschapsschulden bestaan, aangezien hun ondernemerschap voortvloeit uit hun lidmaatschap. De man werd failliet verklaard.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251022.1

22 oktober 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Boedelkosten, Sociaal accountant, Machtiging rechter-commissaris, KB 26 april 2018, Sociale wetgeving, Derdenbijstand, Begroting, Kosten

Een curator vroeg de begroting van kosten voor een "sociaal accountant". De rechtbank weigerde dit omdat er geen voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris was, wat vereist is voor bijstand door derden (art. 7 §2 KB). De rechtbank stelde dat dit geen kosten zijn die "voortvloeien uit de wet" (art. 7 §1 KB) en dat een curator geacht wordt standaardtaken zelf te kunnen uitvoeren binnen zijn forfaitaire ereloon.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251104.1

04 november 2025

Link naar uitspraak

Actio Pauliana, Artikel XX.112 WER, Artikel 1382 BW, Feitelijke vereffening, Staking van betaling, Bestuurdersaansprakelijkheid, Rekening-courant, Benadeling schuldeisers, Terugbetaling, Kennis

De curator vorderde terugbetaling van sommen die de gefailleerde vennootschap kort voor faillissement aan haar bestuurder/moedervennootschap had betaald (rekening-courant, facturen). De rechtbank paste artikel XX.112 WER toe: betalingen na staking van betaling (die was teruggesteld) met kennis van die staking zijn niet-tegenwerpelijk. De rechtbank oordeelde ook dat de bestuurder een fout beging (art. 1382 BW) door zichzelf uit te betalen ten nadele van andere schuldeisers in het zicht van faillissement (feitelijke vereffening). De bestuurder moest 140.977,28 euro terugbetalen.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251104.2

04 november 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, VOF, Overlijden vennoot, Verjaringsverdrag, Rekening-courant, Ingebrekestelling, Bewijslast, Boekhouding, Heropening debatten, Internationaal privaatrecht

Een curator vorderde betaling van een Nederlandse VOF en haar vennoten. De rechtbank heropende de debatten om de gevolgen van het overlijden van een vennoot op het bestaan van de VOF te laten toelichten. De rechtbank oordeelde dat het Verjaringsverdrag van 1974 van toepassing was en de vordering voor facturen verjaard was (4 jaar), ondanks het faillissement van de eiser. Voor de rekening-courant vordering oordeelde de rechtbank dat de boekhouding van de eiser onvoldoende bewijs leverde door onnauwkeurigheden en tegenstrijdigheden, en vroeg om bijkomende stukken.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251105.1

05 november 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Boedelkosten, Vereffenaar, Gerechtelijke vereffening, Voorrecht, Kostenstaat, Begroting, KB 26 april 2018, Samenloop

Een curator nam de kosten en erelonen van de voorgaande vereffenaar op als boedelkosten in het faillissement. De rechtbank weigerde dit. Kosten van een voorafgaande vereffening zijn geen schulden "van" de faillissementsboedel, maar schulden "in" de massa. De vereffenaar is een gewone (mogelijk bevoorrechte) schuldeiser in het faillissement, maar zijn ereloon kan niet als boedelkost worden afgetrokken voor de berekening van het ereloon van de curator.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251113.1

13 november 2025

Link naar uitspraak

Kwijtschelding, Prejudiciële vraag, Grondwettelijk Hof, Artikel XX.173 WER, Kennelijk grove fout, Eigen schade, Collectieve schade, Gelijkheidsbeginsel, Eigendomsrecht, Schuldeisers

Een individuele schuldeiser verzette zich tegen de kwijtschelding van een gefailleerde wegens bedrog (misbruik van voorschotten). De rechtbank stelde vast dat de huidige wetgeving (art. XX.173 §3, 4de lid WER) verplicht om een gedeeltelijk geweigerde kwijtschelding over álle schuldeisers te verdelen, zelfs als slechts één schuldeiser schade leed door de fout. De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof of dit discriminatoir is en of dit het eigendomsrecht schendt.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251119.1

19 november 2025

Link naar uitspraak

Faillissement, Ereloon curator, Berekeningsbasis, Leasing, Aankoopoptie, Overwaarde, BTW, Gerealiseerd actief, Kosten, KB 26 april 2018

De curator lichtte een aankoopoptie van een leasevoertuig en verkocht het door. Hij berekende zijn ereloon op de totale verkoopprijs. De rechtbank oordeelde dat enkel de netto-opbrengst ("overwaarde") de boedel te beurt valt. De curator moet de volledige afkoopsom (inclusief btw) in mindering brengen van de verkoopprijs om de berekeningsbasis te bepalen, anders zou hij ereloon ontvangen op btw die de boedel nooit toebehoorde. Het ereloon werd herrekend.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251125.1

25 november 2025

Link naar uitspraak

Bestuurdersaansprakelijkheid, Bewijslast, Boekhouding, Artikel 877 Ger.W., Heropening debatten, Jaarrekening, Alarmbelprocedure, Artikel XX.226 WER, Artikel XX.227 WER, Procesloyaliteit

De curator vorderde 1,2 miljoen euro van bestuurders wegens diverse fouten. De rechtbank stelde vast dat de curator nauwelijks stukken voorlegde en weigerde in te gaan op vragen van de verweerders om boekhoudkundige stukken voor te leggen. De rechtbank oordeelde dat de curator loyaal moet procederen en wapengelijkheid moet respecteren. De debatten werden heropend en de curator werd bevolen specifieke boekhoudstukken, details van schuldvorderingen en vonnissen uit eerdere procedures voor te leggen.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251215.1

15 december 2025

Link naar uitspraak

Gerechtelijke reorganisatie, Artificiële Intelligentie, Hallucinatie, Artikel 780bis Ger.W., Reorganisatieplan, Homologatie, Weigering, Faillissement, Illegale tewerkstelling, Procesmisbruik

Een onderneming in gerechtelijke reorganisatie diende een verzoek tot heropening van de debatten in, gebaseerd op onbestaande arresten van Cassatie en het Grondwettelijk Hof, gegenereerd door AI. De rechtbank wees het verzoek af en hekelde het procesmisbruik. Het reorganisatieplan zelf was inhoudsloos ("knip- en plakwerk") en voldeed niet aan de wettelijke vereisten. De reorganisatie werd beëindigd. De rechtbank heropende de debatten enkel om te oordelen over een mogelijke boete wegens procesmisbruik door AI-gebruik.

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251223.1

23 december 2025

Link naar uitspraak

Kwijtschelding, Misdrijf, Verduistering, Eigendomsvoorbehoud, Kennelijk grove fout, Artikel XX.173 WER, Richtlijn 2019/1023, Gedeeltelijke weigering, Causaliteit, Autolease

Een gefailleerde had voertuigen met eigendomsvoorbehoud en leasevoertuigen verkocht en de opbrengst verduisterd. De rechtbank oordeelde dat dit misdrijven en kennelijk grove fouten waren die bijdroegen tot "het faillissement" (in de zin van de samenstelling van het passief en de rangregeling). De rechtbank verwees naar de Europese Richtlijn om te stellen dat oneerlijk handelen bij het aangaan van schulden kwijtschelding uitsluit. De kwijtschelding werd specifiek geweigerd voor de schulden aan de benadeelde leasingmaatschappijen.

ECLI:BE:ORGNT:2025:ORD.20250708.1

08 juli 2025

Link naar uitspraak

Taalwetgeving, Gerechtelijke reorganisatie, Verzoekschrift, Nietigheid, Openbare orde, Artikel 40 Taalwet, Artikel 2 Taalwet, Insolventieregister, Oost-Vlaanderen, Frans

Een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie werd neergelegd in het Frans ("requete reorganisation judiciaire"). De rechtbank stelde vast dat dit in strijd is met de taalwetgeving, aangezien de procedure in het Nederlands moet worden gevoerd in Oost-Vlaanderen. Het verzoekschrift werd nietig verklaard en de vordering afgewezen.

ECLI:BE:ORGNT:2025:ORD.20251014.1

14 oktober 2025

Link naar uitspraak

Voorlopig bewindvoerder, Artikel XX.32 WER, Derdenverzet, Eenzijdig verzoekschrift, Rechtsmiddel, Ambtshalve aanstelling, Rechten van verdediging, Ondernemingsrechtbank, Procedure, Ontslag

Een aandeelhouder vorderde via eenzijdig verzoekschrift het ontslag van een ambtshalve aangestelde voorlopig bewindvoerder. De voorzitter oordeelde dat een eenzijdig verzoekschrift niet het juiste middel is, maar dat derdenverzet openstaat. Gezien de specifieke aard van de ambtshalve aanstelling (geen tegenpartij om te dagvaarden), werd aanvaard dat derdenverzet via verzoekschrift wordt ingesteld, mits de voorlopige bewindvoerder wordt betrokken. De zaak werd uitgesteld om de bewindvoerder op te roepen.