Ik gebruik AI bij het verspreiden van berichten op LinkedIn en andere sociale media om juridische informatie sneller en toegankelijker te maken, zonder de bron of de eigen verantwoordelijkheid van de lezer te vervangen. Ik wil vooral drempels verlagen: mensen moeten meteen kunnen zien waarover een arrest of uitspraak gaat, en daarna—als het voor hen relevant is—de originele beslissing of publicatie raadplegen.
Bij mijn posts deel ik geregeld rechtspraak van onder meer het Hof van Cassatie, het EHRM, het Hof van Justitie en de Raad van State. Daarnaast verspreid ik ook juridische artikels en duidingsstukken die relevant zijn voor de praktijk of het bredere debat. In de praktijk betekent dat vaak: snel een kernsamenvatting maken (wat is de vraag, wat beslist het hof/auteur, wat is de mogelijke impact), zodat professionals en geïnteresseerden niet eerst tientallen pagina’s moeten doorploegen om te weten of het de moeite is om verder te lezen. Die snelheid is niet gratuit: in een digitale nieuwsstroom is informatie al snel “oud nieuws”, terwijl het maatschappelijk en juridisch belang net ligt in een tijdige verspreiding.
AI is daarbij een hulpmiddel, geen eindpunt. Het kan helpen om grote teksten te structureren, hoofdpunten te detecteren en een eerste begrijpelijke samenvatting te formuleren. Ik probeer die samenvattingen bovendien in de mate van het mogelijke te vereenvoudigen naar heldere, begrijpelijke taal, zonder de kern geweld aan te doen—zeker wanneer het gaat om complexe motiveringen of technische procespunten. Maar ik pretendeer niet dat een socialemediapost—met of zonder AI—de plaats kan innemen van de authentieke tekst, de context van het dossier, of een juridisch onderbouwde interpretatie. Daarom vermeld ik consequent de bron, zodat iedereen de originele uitspraak of het originele artikel kan nalezen en controleren.
Net daar ligt ook de kern van de verantwoordelijkheidsvraag. Een samenvatting is per definitie een selectie: ze verkort, vereenvoudigt en laat nuances weg. Dat geldt voor menselijke samenvattingen evenzeer als voor AI-ondersteunde teksten. Wie een beslissing of artikel professioneel of inhoudelijk wil gebruiken (voor advies, pleidooi, beleid, onderzoek, publicatie of eigen standpunt), moet altijd terug naar de primaire bron: de volledige uitspraak of tekst, de overwegingen/argumentatie, de draagwijdte, eventuele afzonderlijke opinies, en de relevante context. De verantwoordelijkheid om iets als “correct” of “toepasbaar” te beschouwen, kan dus niet rusten op een korte post, maar op de lezer/gebruiker die de bron controleert.
Ik besteed daarbij ook aandacht aan privacy en proportionaliteit. Waar berichten of documenten privacygevoelige gegevens bevatten, anonimiseer ik die of verwijder ik wat nodig is, zodat personen niet (rechtstreeks of onrechtstreeks) kunnen worden geïdentificeerd. Die zorgvuldigheid is essentieel: het doel is informeren over rechtspraak en juridische inzichten, niet het blootstellen van betrokkenen.
Soms komt er kritiek op het gebruik van AI, alsof dat automatisch onzorgvuldigheid zou betekenen. Ik begrijp die bezorgdheid: AI kan fouten maken, kan te stellig formuleren of nuance missen. Daarom kies ik voor transparantie (bronvermelding), voor bescheidenheid in claims (geen “definitieve” conclusies in een korte post), voor privacybescherming waar nodig, en voor het doel dat voor mij centraal staat: snelle signaalfunctie en toegankelijkheid. Wie vervolgens dieper wil gaan, kan dat meteen doen via de bron die ik deel.
Kort gezegd: ik gebruik AI om rechtspraak én juridische artikels sneller te ontsluiten en begrijpelijker te maken, niet om autoriteit te claimen boven de originele teksten. Mijn posts zijn bedoeld als wegwijzer en startpunt; de finale toetsing en het correcte gebruik van de informatie blijft—zoals het hoort in een rechtsstaat—bij de gebruiker die de authentieke bron raadpleegt.