Het doel van dit verslag is om de wetgever (het Parlement) te adviseren over fouten, leemtes of vertragingen in de huidige wetgeving en oplossingen aan te reiken.
De samenvatting is opgedeeld in drie grote blokken, zoals
gepresenteerd in het verslag: de grote hervorming van de strafprocedure (Deel
A), de nieuwe specifieke voorstellen voor 2025 (Deel B) en de herhaling van
eerdere belangrijke voorstellen (Deel C).
DEEL A: De Grote Hervorming – Sneller naar de rechter
Het grootste voorstel in dit verslag gaat over het inkorten
van de procedure tussen het gerechtelijk onderzoek en het eigenlijke proces.
Momenteel is dit een flessenhals die voor veel vertraging zorgt.
1. De rol van de Raadkamer wordt drastisch beperkt
Momenteel moet de raadkamer (een onderzoeksgerecht)
op het einde van een onderzoek beslissen of een zaak naar de rechter moet. Dit
leidt vaak tot een "proces voor het proces", waarbij advocaten al
pleiten alsof ze voor de rechter staan, wat maanden vertraging oplevert.
- Het
Voorstel: Het Openbaar Ministerie (de Procureur) krijgt de leiding
terug. Als het onderzoek klaar is, beslist de procureur zelf om de
verdachte rechtstreeks te dagvaarden voor de rechtbank.
- Wanneer
komt de Raadkamer nog wel tussen? Enkel als de procureur niet
wil vervolgen (buitenvervolgingstelling), of bij speciale procedures zoals
de internering, opschorting of "plea bargaining" (erkenning van
schuld).
- Doel:
Tijdswinst en vermijden dat procedures dubbel worden gevoerd.
2. Controle op procedurefouten verschuift naar de
eindfase
Nu gebeurt de controle op de geldigheid van het bewijs (is
er een procedurefout gemaakt?) vaak tijdens het onderzoek door de Kamer van
Inbeschuldigingstelling (KI). Dit zorgt voor versnippering en vertraging.
- Het
Voorstel: De discussie over procedurefouten (nietigheden) wordt niet
meer vooraf gevoerd, maar voor de vonnisrechter (de rechter die ook
over de schuld en de straf oordeelt). Deze rechter kan het beste
inschatten of een fout echt invloed heeft op het bewijs.
- Uitzondering:
Zware fouten die maken dat een proces niet meer mag plaatsvinden
(niet-ontvankelijkheid), kunnen wel nog vooraf door de KI worden bekeken.
DEEL B: Nieuwe Wetsvoorstellen 2025 – Gaten dichten
In dit deel worden specifieke juridische problemen
aangekaart die in 2024-2025 voor moeilijkheden zorgden.
1. Misbruik van wraking stoppen
Verdachten wraken rechters soms puur om tijd te rekken.
Zolang een wrakingsverzoek loopt, ligt de zaak stil.
- Het
Voorstel: Als een wrakingsverzoek "manifest ongegrond" is
(duidelijk onzin of puur vertragingsmanoeuvre), mag dit de rechtszaak niet
meer stilleggen (geen schorsende werking meer).
2. Geen dubbele vergoeding voor dezelfde schade
Wanneer iemand overlijdt door een fout van een ander (bv.
verkeersongeval), krijgt de partner soms een overlevingspensioen én een
schadevergoeding van de verzekering. De rechtspraak liet toe dat men beide
volledig hield ("cumul"), omdat pensioen en schadevergoeding andere
doelen zouden hebben.
- Het
Voorstel: Dit mag niet leiden tot een verrijking die groter is dan de
werkelijke schade. De wet moet verbieden dat men dubbel betaald wordt voor
hetzelfde inkomensverlies. De overheid (die het pensioen betaalt) moet dat
geld kunnen terugvorderen bij de dader.
3. Strengere regels voor 'Verzet' (Rechtbank ontlopen)
Wie niet opdaagt op zijn proces en veroordeeld wordt
("verstek"), kan "verzet" aantekenen om een nieuw proces te
krijgen. Soms doen mensen dit, om vervolgens weer niet op te dagen
("ongedaan verzet").
- Het
Voorstel: Als een dagvaarding is afgegeven aan een huisgenoot of
partner, moet de wet ervan uitgaan dat de verdachte hiervan op de
hoogte is. Hij kan dan niet zomaar beweren "van niets te
weten" om de procedure eindeloos te rekken. Dit maakt het makkelijker
om het verzet "ongedaan" te verklaren en de straf definitief te
maken.
4. Buitengewoon verzet: de achterpoort sluiten
Als een veroordeelde pas jaren later "kennis
krijgt" van zijn veroordeling, kan hij alsnog verzet aantekenen
(buitengewone termijn). Nu moet het parket bewijzen wanneer hij de officiële
akte (betekening) kreeg.
- Het
Voorstel: De termijn om in verzet te gaan moet beginnen lopen vanaf
het moment dat de persoon kennis heeft van de veroordeling zelf
(bv. via media of contact met politie), niet pas wanneer hij de officiële
brief in handen krijgt. Dit voorkomt dat oude zaken jaren later heropend
worden.
5. Handtekening van de gerechtsdeskundige
Soms vergeet een deskundige (bv. in DNA of toxicologie) zijn
verslag te ondertekenen of de eedformule correct te vermelden. Strikt genomen
is het verslag dan nietig.
- Het
Voorstel: Als niemand tijdens het proces klaagt over die ontbrekende
handtekening, is de fout gedekt en blijft het bewijs geldig. Men
mag dit niet pas in hoger beroep of Cassatie als "truc"
gebruiken om de veroordeling te ontlopen.
6. Uitvoering van Straffen: in beslag genomen geld
De strafuitvoeringsrechter beslist soms over inbeslagnames
tijdens het onderzoek naar vermogen van veroordeelden. Tegen deze beslissingen
is nu geen beroep bij Cassatie mogelijk, wat leidt tot rechtsonzekerheid.
- Het
Voorstel: Toelaten dat men ook tegen deze beslissingen naar het Hof
van Cassatie kan stappen om de wettigheid te laten controleren.
7. E-Steps zijn motorvoertuigen (Rijverbod)
Het was onduidelijk of iemand met een rijverbod (bv. wegens
dronkenschap) op een zware elektrische step mocht rijden.
- Het
Voorstel: De wet moet duidelijk definiëren dat elke e-step die
autonoom kan rijden (zonder te steppen) een "motorvoertuig"
is.
- Gevolg:
Wie een rijverbod heeft, mag niet op een e-step rijden. Dit geldt
niet voor elektrische fietsen die enkel trapondersteuning bieden.
8. Interne organisatie Justitie (Magistraten)
Dit is een technisch punt: het moet makkelijker worden om
parketmagistraten van een lager niveau tijdelijk af te vaardigen naar het
Parket-Generaal bij het Hof van Cassatie om te helpen met de werklast.
DEEL C: Herhaling van dringende (oude) voorstellen
Dit zijn problemen die al eerder werden aangekaart, maar
waar de politiek nog niets aan gedaan heeft.
1. De Enkelband (Elektronisch Toezicht)
- Probleem:
Iemand zit in voorhechtenis met een enkelband. Hij wordt veroordeeld. Op
het moment dat de straf effectief begint, moet hij soms terug naar de
gevangenis omdat de administratieve procedure voor de enkelband als strafuitvoering
opnieuw moet beginnen.
- Voorstel:
Zorg voor een naadloze overgang zodat wie al een enkelband heeft, die kan
behouden bij de start van de strafuitvoering.
2. Digitaal hoger beroep bestaat (nog) niet
- Probleem:
Sommige griffies aanvaarden een hoger beroep via e-mail. Het Hof van
Cassatie zegt: "Mag niet, de wet eist dat je persoonlijk
langskomt". Dit leidt tot onontvankelijke beroepen.
- Voorstel:
De wetgever moet dringend duidelijkheid scheppen. Ofwel blijft fysiek
verschijnen verplicht, ofwel creëert men een wettelijk kader voor digitaal
beroep, maar de huidige grijze zone moet weg.
3. Online Haatspraak = Drukpersmisdrijf?
- Probleem:
De Grondwet (art. 150) zegt dat "drukpersmisdrijven" door een
volksjury (Hof van Assisen) moeten worden beoordeeld. Justitie beschouwt
een haatpost op Facebook als een digitaal drukpersmisdrijf. Gevolg:
racisme mag voor de correctionele rechtbank, maar andere haatspraak (bv.
seksisme, bedreigingen) moet in theorie naar Assisen. Omdat Assisen te
duur en traag is, wordt dit bijna nooit vervolgd (straffeloosheid).
- Voorstel:
De Grondwet is verouderd. Haal online misdrijven weg bij Assisen zodat ze
gewoon door de correctionele rechtbank bestraft kunnen worden.
4. Leemte: Enkelband aanvragen vlak voor proces
- Probleem:
Er is een periode tussen het afsluiten van het onderzoek en het eigenlijke
proces waarin een verdachte in de cel geen aanvraag kan doen om
zijn hechtenis om te zetten naar een enkelband door een fout in de wet.
- Voorstel:
De wet aanpassen zodat een verdachte in elke fase van de procedure om een
enkelband kan verzoeken.
5. Blanco strafblad na internering
- Probleem:
Wie in de gevangenis heeft gezeten, kan na verloop van tijd eerherstel
vragen (schone lei). Wie geïnterneerd was (psychiatrische instelling), kan
dat niet. Die internering blijft voor altijd op het strafblad staan. Het
Grondwettelijk Hof vond dit discriminerend.
- Voorstel:
Creëer een procedure zodat ook ex-geïnterneerden hun strafblad kunnen
laten wissen.
6. Overige technische voorstellen
- Ad
Hoc Mandaat: Voor bedrijven die vervolgd worden (rechtspersonen) moet
soms een speciale vertegenwoordiger worden aangesteld. De regels rond wie
dit betaalt en wanneer dit moet, moeten eenvoudiger.
- Belastingen:
Verplicht een advocaat bij Cassatie in fiscale zaken (om de kwaliteit te
bewaken en gelijk te trekken met civiele zaken).
- Vreemdelingenbewaring:
Procedures voor cassatieberoep bij vreemdelingen die vastzitten, moeten
sneller en efficiënter.