maandag 16 februari 2026

Wetsontwerpbetreffende de regeling van een tijdelijk wettelijk kader inzake de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, met het oog op de inwerkingtreding van het nieuw Strafwetboek

Bron

Dit wetsontwerp fungeert als een "tijdelijke brug". Omdat het nieuwe Strafwetboek op 8 april 2026 ingaat, maar het definitieve wetboek voor de uitvoering van die straffen nog niet klaar is (verwacht tegen 2029), regelt deze wet hoe straffen in die tussenperiode concreet worden uitgevoerd.


HOOFDSTUK 1: Algemene Bepaling

Artikel 1: Dit is een standaardformule die aangeeft dat deze wet zaken regelt die volgens de Grondwet door de federale overheid moeten worden bepaald.

HOOFDSTUK 2: Het Tijdelijk Kader (De kern van de zaak)

Afdeling 1: Definities

Artikel 2: Hier wordt vastgelegd wat wordt bedoeld met de "bevoegde dienst van de gemeenschappen". In mensentaal zijn dit de Justitiehuizen. Zij staan in voor de controle van enkelbanden en de begeleiding van veroordeelden.


Afdeling 2: De straf onder elektronisch toezicht (Enkelband)

Artikel 3: Dit artikel regelt hoe een enkelband als autonome straf werkt.

  • De procedure: Zodra de veroordeling definitief is, licht de griffier het Justitiehuis in. Binnen de 7 werkdagen neemt het Justitiehuis contact op met de veroordeelde om het uurrooster en de afspraken vast te leggen.
  • Controle: Het Openbaar Ministerie (OM) is de baas over de controle, maar het Justitiehuis voert de feitelijke controle uit.
  • Wat als het misgaat? Als de veroordeelde de regels overtreedt (bv. uurrooster niet volgen, nieuwe feiten plegen), meldt het Justitiehuis dit aan het OM. Het OM kan de enkelband dan schorsen en de veroordeelde tijdelijk in de gevangenis zetten.
  • Beslissing: Na verhoor beslist het OM of de straf wordt herroepen (gevangenisstraf wordt effectief) of dat de enkelband opnieuw mag starten, eventueel met strengere voorwaarden.

Afdeling 3: Straffen voor natuurlijke personen (Probatiestraf, Werkstraf, Uitstel)

Onderafdeling 1: De Probatiecommissie Artikel 4: De Probatiecommissies blijven voorlopig bestaan. Dit zijn commissies bij de rechtbank die toezicht houden op mensen die voorwaarden moeten naleven (bv. therapie volgen, werkstraf uitvoeren).

  • Samenstelling: Een rechter (voorzitter), een advocaat en een ambtenaar.
  • Bevoegdheid: Ze zijn bevoegd voor het gebied waar de veroordeelde woont. Als je verhuist, kan je dossier op vraag verhuizen naar een andere commissie.

Onderafdeling 2: De Probatiestraf (Autonome straf) Dit is een straf waarbij je verplicht voorwaarden moet naleven (bv. agressiebeheersing) zonder dat er sprake is van gevangenisstraf. Artikel 5:

  • Het Justitiehuis begeleidt de veroordeelde.
  • Binnen de maand na aanstelling van een justitieassistent wordt een eerste verslag gemaakt voor de commissie.
  • Als de straf therapie of begeleiding inhoudt, moet de gekozen therapeut/dienst worden goedgekeurd door de commissie. Artikel 6:
  • De commissie kan de voorwaarden aanpassen (bv. versoepelen) als de omstandigheden wijzigen.
  • De veroordeelde kan hier ook zelf om vragen. Tegen beslissingen kan beroep worden aangetekend bij de rechtbank van eerste aanleg. Artikel 7 (Sancties):
  • Als de veroordeelde de voorwaarden niet naleeft, roept de commissie hem op.
  • De commissie maakt een verslag. Op basis daarvan beslist het Openbaar Ministerie of de vervangende straf (gevangenis of geldboete) wordt uitgevoerd.

Onderafdeling 3: De Werkstraf Artikel 8:

  • Het Justitiehuis zoekt een plaats waar de werkstraf kan worden uitgevoerd. De veroordeelde moet een overeenkomst tekenen.
  • Bij problemen (niet opdagen, slecht gedrag) meldt het Justitiehuis dit aan de commissie.
  • Ook hier geldt: bij mislukking beslist het OM of de vervangende straf wordt uitgevoerd. Artikel 9:
  • Een werkstraf moet uitgevoerd zijn binnen de 12 maanden na de veroordeling. De commissie kan deze termijn wel verlengen.

Onderafdeling 4: Opschorting en Uitstel (Probatie) Dit gaat over situaties waarin de rechter een straf uitspreekt maar zegt: "je moet niet naar de cel als je je aan deze voorwaarden houdt" (uitstel) of "ik spreek nog geen straf uit als je je gedraagt" (opschorting). Artikel 10-13:

  • Het mechanisme is gelijkaardig: het Justitiehuis begeleidt, de Probatiecommissie houdt toezicht.
  • De commissie kan voorwaarden opschorten of aanpassen, maar (belangrijk verschil met vroeger) niet zomaar "verscherpen". Artikel 14 (Herroeping opschorting):
  • Als iemand met 'opschorting' zich misdraagt (nieuwe feiten of voorwaarden schenden), kan de opschorting worden herroepen.
  • Procedure: Het OM dagvaardt de persoon voor de rechtbank (raadkamer of vonnisgerecht). De rechtbank kan dan alsnog een straf uitspreken. Artikel 15 (Herroeping uitstel):
  • Als iemand met 'uitstel' de voorwaarden schendt, kan het uitstel worden ingetrokken. De persoon moet dan alsnog zijn straf uitzitten. Artikel 16:
  • Het OM kan iemand die zijn voorwaarden ernstig schendt laten opsluiten in afwachting van een beslissing van de rechtbank. Artikel 17:
  • Als het uitstel wordt herroepen wegens nieuwe feiten, worden de oude en de nieuwe straf opgeteld (gecumuleerd).

Afdeling 4: Uitvoering van artikel 50 SW (Woon-, plaats- of contactverbod)

Dit gaat over een verbod om op een bepaalde plaats te komen of contact te hebben met iemand, als dit als een aparte straf is opgelegd. Artikel 19:

  • De strafuitvoeringsrechter is bevoegd om dit verbod later aan te passen (bv. als het slachtoffer verhuist).
  • De veroordeelde of het OM kan een verzoek indienen. Artikel 20 (Procedure):
  • Er komt een zitting (achter gesloten deuren).
  • Het slachtoffer wordt gehoord. Dit is een belangrijk punt: het slachtoffer mag aanwezig zijn om zijn/haar belangen te verdedigen. Artikel 21:
  • De beslissing wordt snel (binnen 24u) meegedeeld. Ook de politie en de nationale gegevensbank worden ingelicht. Artikel 22:
  • Er is cassatieberoep mogelijk tegen de beslissing.

Afdeling 5: Straffen voor Rechtspersonen (Bedrijven)

Nieuw in het wetboek: bedrijven kunnen ook 'probatiestraffen' of 'dienstverleningsstraffen' krijgen. Artikel 23-27 (Probatiestraf voor bedrijven):

  • Hier is geen rol voor de probatiecommissie of justitiehuizen.
  • De controle gebeurt rechtstreeks door de strafuitvoeringsrechter en het OM.
  • De rechter kan de voorwaarden aanpassen. Als het bedrijf niet luistert, kan de vervangende geldboete worden geïnd. Artikel 28-34 (Dienstverleningsstraf voor bedrijven):
  • De strafuitvoeringsrechter bepaalt concreet hoe het bedrijf zijn dienstverlening ten gunste van de gemeenschap moet invullen. Artikel 35-42 (Opschorting/Uitstel voor bedrijven):
  • Omdat de probatiecommissies niet zijn uitgerust om bedrijven te controleren, is ook hier de strafuitvoeringsrechter de bevoegde instantie om toezicht te houden op voorwaarden bij uitstel of opschorting voor bedrijven.

HOOFDSTUK 3: Wijzigingsbepalingen (Technische aanpassingen)

Afdeling 1: Wetboek van Strafvordering

Artikel 43-46:

  • Dit voegt procedurele regels toe aan het wetboek over hoe rechters 'opschorting van straf' moeten uitspreken. Dit stond vroeger in een aparte wet (de Probatiewet van 1964) die verdwijnt, dus worden de regels hier "gered" en ingeplakt.

Afdeling 2: Wet van 17 mei 2006 (De Wet Externe Rechtspositie)

Deze wet regelt normaal de strafuitvoering voor gevangenisstraffen (TAP, SURB). Deze wordt aangepast aan het nieuwe Strafwetboek. Artikel 47-76:

  • Veel technische aanpassingen: woorden als "misdaad" en "wanbedrijf" worden vervangen door het algemene "misdrijf" (want het onderscheid verdwijnt).
  • Belangrijk voor slachtoffers: Er wordt expliciet gemaakt dat slachtoffers beter geïnformeerd moeten worden over beslissingen, ongeacht of er specifieke voorwaarden voor hen zijn of niet. Artikel 77-82 (Samenloop van misdrijven):
  • Cruciaal punt: De strafuitvoeringsrechter krijgt opnieuw de bevoegdheid om straffen te herberekenen bij samenloop.
  • Wat betekent dit? Als iemand meerdere keren veroordeeld is door verschillende rechters die niet van elkaar wisten, kan de strafuitvoeringsrechter die straffen samenvoegen tot één geheel (dat lager is dan de som van de delen). Dit was in 2019 afgeschaft, maar wordt nu heringevoerd om extreem lange detenties te vermijden. Artikel 83-97:
  • Verdere technische aanpassingen om terminologie gelijk te trekken (bv. verwijzingen naar nieuwe wetsartikelen).

Afdeling 3: Wijzigingen aan de wet tot invoering van het nieuwe Strafwetboek

Artikel 98-105:

  • Hier wordt in de wet die het nieuwe Strafwetboek invoert, eigenlijk gezegd: "Let op, voor de uitvoering van de straffen gelden tijdelijk de regels van deze tijdelijke wet en nog niet de ideale regels van de toekomst."
  • Het bepaalt dat bepaalde nieuwe, moderne uitvoeringsregels (die er nog niet zijn) worden uitgesteld tot uiterlijk 2029.

HOOFDSTUK 4: Overgangsbepaling

Artikel 106:

  • Regelt de overgang van oud naar nieuw.
  • Lopende dossiers bij de probatiecommissies blijven daar gewoon.
  • Nieuwe dossiers na april 2026 volgen de regels van deze nieuwe wet.
  • Er wordt gezorgd dat de huidige leden van de commissies hun werk kunnen blijven doen.

HOOFDSTUK 5: Slotbepaling

Artikel 107: De officiële naam van de wet kan afgekort worden tot: "wet tijdelijk kader strafuitvoering".

HOOFDSTUK 6: Inwerkingtreding

Artikel 108:

  • De wet treedt in werking op 8 april 2026 (samen met het nieuwe Strafwetboek).
  • Deze wet is tijdelijk en stopt uiterlijk op 30 juni 2029. Tegen die datum moet er een volledig nieuw Strafuitvoeringswetboek zijn.

Bronnen: Gebaseerd op de tekst van het Wetsontwerp (DOC 56 1368/001) pagina's 179 tot 231.