dinsdag 3 februari 2026

Vonnis ondernemingsrechtbank Antwerpen 29 januari 2026

Bron

Dit vonnis van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen van 29 januari 2026 behandelt een complex geschil over schade die is ontstaan tijdens verbouwingswerken aan een herbestemde kazerne. De zaak verduidelijkt hoe de aansprakelijkheid verdeeld wordt tussen de bouwheer, de aannemers, de ingenieur en hun verzekeraars wanneer er iets misgaat bij funderingswerken.


1. De basis: Waarom is de bouwheer aansprakelijk voor de buren?

In deze zaak leed een mede-eigenaar (Eigenaar B) schade door de werken die een andere mede-eigenaar (Vastgoed A) liet uitvoeren. De rechtbank hanteert hier het principe van foutloze burenhinder.

  • Evenwicht tussen buren: Een eigenaar mag zijn eigendom gebruiken, maar mag het evenwicht met de buren niet verstoren door hinder op te leggen die de "gewone ongemakken" overtreft.
  • Geen fout nodig: Zelfs als de bouwheer (de opdrachtgever van de werken) zelf niets verkeerd heeft gedaan, is hij toch aansprakelijk als de werken abnormale hinder veroorzaken. Omdat de schade hier inherent was aan de funderingswerken die de bouwheer had toegestaan, moet deze de schade aan de buur vergoeden.

2. De fouten van de vakmensen

Hoewel de bouwheer de buren moet betalen, kan deze de kosten vervolgens verhalen op de partijen die de fouten daadwerkelijk hebben gemaakt. In deze zaak wees een deskundige twee hoofdoorzaken aan voor de verzakking van een gietijzeren kolom:

  • De Ingenieur (65% aansprakelijk): Het ontwerp was "conceptueel fout". De ingenieur schreef een bepaalde techniek voor (een berlinerwand) zonder eerst de bestaande fundering te versterken met micropalen.
  • De Onderaannemer (35% aansprakelijk): Hoewel hij het ontwerp volgde, maakte de gespecialiseerde funderingsaannemer ook fouten. Hij groef de fundering gedeeltelijk vrij zonder toestemming van de ingenieur en waarschuwde niet voor de risicovolle techniek, terwijl hij als specialist had moeten weten dat dit gevaarlijk was.

3. De rol van de (hoofd)aannemer

Een belangrijk juridisch punt in dit vonnis is de verantwoordelijkheid van de hoofdaannemer voor zijn onderaannemers.

  • Instaan voor onderaannemers: Volgens de wet (art. 1797 oud BW) is een hoofdaannemer verantwoordelijk voor alle fouten die de onderaannemer maakt die hij heeft ingeschakeld.
  • Informatieplicht: Op een gespecialiseerde aannemer rust een zware informatieplicht. Hij moet de opdrachtgever waarschuwen voor ontwerpfouten van een architect of ingenieur die voor een vakman op zijn gebied overduidelijk (manifest) zijn.

4. Wat betekent "In Solidum"?

De rechtbank oordeelde dat de ingenieur en de hoofdaannemer in solidum aansprakelijk zijn tegenover de bouwheer. Dit is een grote bescherming voor het slachtoffer (de bouwheer):

  • Het betekent dat beide partijen elk voor het volledige bedrag van de schade kunnen worden aangesproken. De bouwheer hoeft dus niet zelf achter de verschillende percentages aan te gaan.
  • Onderling moeten de partijen de schuld daarna wel verdelen volgens hun eigen aandeel in de fout (dus 65% voor de ingenieur en 35% voor de aannemer).

5. Verzekeringskwesties: Wanneer is er dekking?

Een groot deel van de zaak ging over de vraag of de verzekeraars moesten betalen, vooral omdat de ingenieur zijn premies niet op tijd had betaald.

  • Schorsing door wanbetaling: Als een verzekerde zijn premie niet betaalt na een officiële aanmaning, mag de verzekeraar de dekking schorsen. Schade die ontstaat tijdens zo'n schorsing wordt niet vergoed.
  • Het moment van het 'schadegeval': Bij een aansprakelijkheidsverzekering is het schadegeval niet noodzakelijk het moment waarop de barst ontstaat, maar het moment waarop de verzekerde aansprakelijk kan worden gesteld door het slachtoffer.
  • Beslissing: In dit geval bleek dat de schade en de eerste besprekingen over de aansprakelijkheid plaatsvonden in een periode waarin de ingenieur net wél (weer) gedekt was tussen twee schorsingsperiodes door. De verzekeraar van de ingenieur moet dus toch betalen.

6. Conclusie van de rechtbank

De rechtbank heeft de knoop als volgt doorgehakt:

  1. De bouwheer (Vastgoed A) moet de buurman en diens verzekeraar in totaal ongeveer 47.700 euro betalen voor de burenhinder.
  2. De hoofdaannemer en de verzekeraar van de ingenieur moeten de bouwheer op hun beurt terugbetalen (vrijwaren).
  3. Omdat de ingenieur failliet is gegaan, moet zijn verzekeraar zijn deel (min de vrijstelling) rechtstreeks vergoeden.
  4. De onderaannemer moet uiteindelijk 35% van de foutschade op zich nemen en de hoofdaannemer hiervoor terugbetalen.