In deze rechtszaak (Learning Resources, Inc. v. Trump) heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof bepaald dat de president niet de bevoegdheid heeft om importtarieven (invoerrechten) op te leggen op basis van de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA).
Hier is een gedetailleerde, maar begrijpelijke uitleg van wat er precies is beslist en waarom:
De aanleiding van de zaak Kort na zijn aantreden riep president Trump de nationale noodtoestand uit om twee problemen aan te pakken: de smokkel van illegale drugs (vanuit Canada, Mexico en China) en grote handelstekorten met het buitenland. Om deze problemen op te lossen, gebruikte hij een wet genaamd IEEPA. Deze wet geeft de president in noodsituaties brede economische bevoegdheden. Op basis van deze wet legde de president forse importtarieven op aan verschillende landen, zoals een heffing van 25% op Canadese en Mexicaanse producten en tot wel 145% op Chinese producten. Amerikaanse bedrijven spanden een rechtszaak aan omdat ze vonden dat de president de wet hiervoor niet mocht gebruiken.
De kernvraag De IEEPA-wet stelt dat de president in tijden van nood de "import mag reguleren" (regulate importation). De rechtbank moest beslissen of het woord "reguleren" ook inhoudt dat de president belastingen of tarieven mag heffen.
Waarom de rechter de president ongelijk gaf Het Hooggerechtshof oordeelde dat de tarieven illegaal waren om de volgende redenen:
- De macht ligt bij het Congres, niet bij de president: Volgens de Amerikaanse grondwet heeft uitsluitend het Congres (het parlement) de macht om belastingen en tarieven op te leggen. De president heeft in vredestijd geen inherente macht om dit op eigen houtje te doen.
- De "Major Questions Doctrine" (Grote Vragen-doctrine): Het Hof hanteert de regel dat als het Congres een enorme economische macht (zoals het heffen van miljarden aan belastingen) wil overdragen aan de president, dit heel expliciet en duidelijk in de wet moet staan. In de IEEPA-wet ontbreken woorden als "tarieven", "heffingen" of "belastingen" volledig.
- Betekenis van het woord "reguleren": Het Hof stelt dat het reguleren van handel in het dagelijks taalgebruik niet hetzelfde is als het belasten ervan. De wet bevat geen enkel bewijs dat de bevoegdheid om te reguleren in dit specifieke geval ook de bevoegdheid omvat om belastingen te heffen.
- Historisch gebruik: In de bijna 50 jaar dat de IEEPA-wet bestaat, had nog nooit een president deze wet gebruikt om dergelijke massale tarieven op te leggen.
Wat vonden de andere rechters? Het Hooggerechtshof was verdeeld over de onderbouwing, ook al was de meerderheid het eens over de uitkomst:
- De medestanders (Concurring): Rechters zoals Kagan, Sotomayor en Jackson waren het ermee eens dat de tarieven illegaal waren, maar vonden dat er geen ingewikkelde doctrines nodig waren. Ze stelden dat normale tekstuitleg volstaat: de tekst zegt nergens dat er belasting geheven mag worden. Rechter Jackson wees bovendien op documenten uit de geschiedenis van de wet, waaruit blijkt dat het Congres de wet alleen bedoeld had om buitenlandse bezittingen te "bevriezen", niet om tarieven te heffen.
- De tegenstanders (Dissenting): Enkele rechters (Kavanaugh, Thomas en Alito) waren het niet eens met de uitspraak. Zij voerden aan dat presidenten in het verleden wél tarieven hebben gebruikt als middel om import te "reguleren" (bijvoorbeeld president Nixon in 1971) en vonden dat de president op het gebied van buitenlandse zaken veel meer vrijheid moet krijgen.
Conclusie Samengevat betekent deze uitspraak dat de president geen blanco cheque heeft om via de noodwet IEEPA op eigen houtje invoerrechten of importtarieven op te leggen. Om tarieven te heffen, zal de president andere, specifiekere wetten moeten gebruiken die het Congres daar wél voor ontworpen heeft.