donderdag 15 januari 2026

Integraal verslag Commissie Justitie - 14 januari 2026

Bron

Hieronder volgt een begrijpelijke samenvatting van de vragen en antwoorden uit de commissievergadering voor Justitie van 14 januari 2026.

1. Inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek

  • Vraag: Marijke Dillen (VB) uitte haar zorgen over de deadline van 8 april 2026 voor het nieuwe Strafwetboek. Ze vroeg of Justitie wel klaar is, gezien de noodzakelijke harmonisatiewetgeving, het gebrek aan opleiding voor personeel en verouderde IT-systemen.
  • Antwoord: Minister Verlinden stelde dat er alles aan gedaan wordt om de deadline te halen. Er zijn inmiddels zeven voorontwerpen van wet voorbereid voor harmonisatie. Het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding voorziet in trainingen en er zijn extra middelen vrijgemaakt voor ICT-aanpassingen. Er zijn geen specifieke overgangsbepalingen, omdat rechters per geval moeten toetsen of de nieuwe wet milder is dan de oude.

maandag 12 januari 2026

Digitalisering, AI en Justitie: Bezorgdheden en Voorstellen

Bron

De basisnota "Digitalisering, AI en Justitie: Bezorgdheden en Voorstellen" (18 december 2025) is een strategisch document dat pleit voor een fundamentele koerswijziging in de manier waarop de Belgische justitie technologie implementeert. De rode draad is de "5 voor 12-actie": een oproep om digitalisering niet langer als een losstaande IT-oefening te zien, maar als een middel om de rechtsstaat te versterken met behoud van menselijkheid en onafhankelijkheid.

vrijdag 9 januari 2026

Arrest Marktenhof Brussel - 12 november 2025

Bron

Feiten

De zaak vindt zijn oorsprong in twee verzoeken tot verwijdering uit de zoekresultaten (dereferencering) die een klager in 2023 indiende bij Google. De klager, een docent, was in 2008 het onderwerp van een klacht wegens seksuele intimidatie door een student, wat leidde tot tuchtrechtelijke schorsingen die later gedeeltelijk werden geannuleerd door de Raad van State. De gewraakte URL's verwezen naar een juridisch platform dat deze arresten van de Raad van State publiceerde.

Google weigerde de verzoeken, omdat zij meende dat de informatie van groot professioneel belang was voor het publiek en dat de publicatie door een administratieve overheid de weigering rechtvaardigde. De Geschillenkamer van de GBA oordeelde echter op 24 april 2025 dat Google de AVG (GDPR) had geschonden en legde een dubbele berisping en een waarschuwing op.

Arrest Arbeidshof Antwerpen - controle bij arbeidsonegschiktheid - gevolgen

Bron

1. De Feiten

Mevrouw B.D. was werkzaam als arbeider bij VITAS CV. Zij was arbeidsongeschikt van 24 augustus 2021 tot en met 6 september 2021. Op de eerste dag van haar ziekte (24 augustus) bood een controlearts zich om 16u55 aan bij haar thuis. De werkneemster was op dat moment niet aanwezig omdat zij een behandeling onderging bij haar kinesitherapeut.

Het arbeidsreglement van de werkgever bepaalde dat een zieke werknemer de eerste drie dagen van de ziekte tussen 13u00 en 17u00 thuis beschikbaar moet blijven voor controle. Omdat B.D. vijf minuten voor het einde van deze periode niet thuis was, weigerde de werkgever het gewaarborgd loon voor de volledige periode (14 dagen) te betalen.

donderdag 8 januari 2026

Integraal verslag Commissie Justitie - 7 januari 2026

Bron

Hieronder volgt het overzicht van de vragen en de uitgebreide antwoorden van de minister van Justitie, Annelies Verlinden, gebaseerd op de commissievergadering van 7 januari 2026.

1. Detentiehuis Antwerpen

  • Vraag: Marijke Dillen (VB) vraagt naar de reden voor het uitstel van de opening tot minstens 2027, het vermeende juridische geschil, de afstemming met het project Ringpark Zuid en de status van de bestelling van de modulaire units,.
  • Antwoord: De minister ontkent dat er sprake is van een juridisch geschil met de partners. De vertraging komt door intensieve gesprekken met AG Vespa en de stad Antwerpen over de exacte afbakening van het terrein en de inbedding in het RUP Ringpark Zuid, waar Justitie geen vat op heeft,. Het doel blijft opening eind 2026 of begin 2027. De modulaire units worden per site besteld na goedkeuring van de Inspectie van Financiën; de aannemer staat klaar zodra de formele toewijzing er is.

woensdag 7 januari 2026

Schriftelijke vragen en antwoorden Minister van Justitie - 10 oktober 2025

 Bron – Schriftelijke vragen en antwoorden

Hieronder volgt een overzichtelijke samenvatting van elke vraag en het bijbehorende antwoord, gebaseerd op de verstrekte bronnen.

Vraag 457 (De heer Van Lommel): Faillissementen gelinkt aan criminaliteit

  • Vraag: De indiener vraagt cijfers over faillissementsfraude per regio, informatie over controles op frauduleuze ondernemingen en maatregelen om de oprichting van ondernemingen met louter frauduleuze doeleinden te voorkomen.
  • Antwoord: Er zijn momenteel geen specifieke codes in de datasystemen van rechtbanken om frauduleuze faillissementen te identificeren. Controles op de oprichting vallen onder de minister van Economie, maar Justitie zet via Boek XX van het Wetboek Economisch Recht in op instrumenten zoals beroepsverboden en aansprakelijkheidsvorderingen om misbruik aan te pakken.

Vraag 458 (De heer Dufrane): Ludieke en culturele activiteiten in de gevangenis

  • Vraag: Wat is de totale kostprijs van deze activiteiten, hoe worden partnerschappen (zoals met De Munt) gesloten en gefinancierd, en bestaat er een evaluatie van de impact.
  • Antwoord: De minister verwijst door naar de gemeenschappen, aangezien sociale hulpverlening, cultuur en sport voor gedetineerden tot hun bevoegdheid behoren. De federale penitentiaire administratie heeft slechts een faciliterende rol.

Vraag 459 (De heer Dufrane): Kosten en behandeling van verzoeken om koninklijke genade

  • Vraag: Wat zijn de personeelskosten voor de Dienst Genade, hoeveel medewerkers zijn er, en wordt de procedure geëvalueerd gezien het lage aantal toekenningen.
  • Antwoord: De dienst telt nog 5,1 voltijdse equivalenten (een halvering t.o.v. tien jaar geleden). De procedure is vereenvoudigd: aanvragers worden meteen ingelicht als ze niet in aanmerking komen en voor ongegronde verzoeken leveren parketten slechts een beknopt advies zonder politieonderzoek.

Vraag 460 (De heer Dufrane): Ondetecteerbare minitelefoons in gevangenissen

  • Vraag: Welke middelen worden ingezet om minitelefoons, drones en onderdelen te detecteren? Komen er extra investeringen in poorten, stoorzenders of snuffelhonden.
  • Antwoord: Er worden metaaldetectieportieken en sweeping-apparatuur gebruikt. Testen met kleine 'jammers' (stoorzenders) waren positief en worden uitgerold, evenals detectiesystemen voor drones. Er is een samenwerking met de federale politie voor speurhonden. Het overgooien van voorwerpen is strafbaar gesteld.

Vraag 461 (De heer Depoortere): Gerechtelijke opvolging dossiers CDBC en CDGEFID

  • Vraag: Cijfers gevraagd over dossiers, vervolgingen en veroordelingen van autonome onderzoeken door de CDBC en CDGEFID voor de periode 2020-2024.
  • Antwoord: De gevraagde informatie is niet beschikbaar. Het College van het openbaar ministerie heeft gemeld sinds 16 april geen antwoordelementen meer te verschaffen voor parlementaire vragen.

Vraag 462 (De heer Depoortere): Dossiers inzake kinderpornografie (DJSOC)

  • Vraag: Cijfers gevraagd over de gerechtelijke afhandeling (vervolgingen, veroordelingen, straffen) van dossiers inzake kinderpornografie behandeld door DJSOC in 2020-2024.
  • Antwoord: Ook deze informatie is momenteel niet beschikbaar wegens de beslissing van het College van het openbaar ministerie om geen antwoordelementen meer te leveren.

Vraag 463 (Mevrouw Pas): Taalkaders uitvoeringsdiensten FOD Justitie (Haren)

  • Vraag: Vragen over de discrepantie tussen het aantal Nederlandstalige gedetineerden en het Nederlandstalige personeel in de gevangenis van Haren, en de beschikbaarheid van documenten in het Nederlands.
  • Antwoord: Het antwoord is vanwege de omvang rechtstreeks naar het lid gestuurd en niet opgenomen in het bulletin.

Vraag 464 (Mevrouw Verkeyn): Vereniging van mede-eigenaars (VME)

  • Vraag: Vragen over de verplichting van aparte rekeningen voor reservekapitaal, of dit bij een kredietinstelling moet, en het gebruik van de Deposito- en Consignatiekas.
  • Antwoord: Het Burgerlijk Wetboek vereist aparte rekeningen, maar legt geen specifieke voorwaarden op over de aard van de rekening of instelling. Vragen over bankdiensten en financiële instrumenten behoren tot de bevoegdheid van de minister van Economie en Financiën.

Vraag 507 (Mevrouw De Wit): Zwangerschap en bevalling in detentie

  • Vraag: Hoe kan een zwangerschap onopgemerkt blijven (casus Tongeren), welke protocollen bestaan er (ook in Vlaanderen), en hoe wordt opvang geregeld.
  • Antwoord: Elke gedetineerde krijgt binnen 24u een intake, maar bloedonderzoek gebeurt enkel op indicatie en met toestemming. In de specifieke casus was de zwangerschap bewust verzwegen. Er zijn moeder-kindafdelingen waar kinderen tot drie jaar kunnen verblijven. Protocollen worden geëvalueerd, maar de casus was uitzonderlijk.

Vraag 520 (De heer Van Hoecke): Referentiecentra genitale verminking

  • Vraag: Hoeveel bijkomende centra komen er, worden ze geïntegreerd in Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG), en wat met preventie.
  • Antwoord: Preventie is geen bevoegdheid van Justitie. De integratie van referentiecentra in ZSG's is mogelijk (huidige centra in Gent en Brussel liggen al bij ZSG's). Overleg met ministers van Gelijke Kansen en Volksgezondheid is nodig voor uitbreiding.

Vraag 521 (De heer Van Hecke): Vervolgen van Belgen (Internationaal humanitair recht)

  • Vraag: Is de instructie aan het federaal parket gegeven om Belgen te vervolgen voor oorlogsmisdaden in Israël/Palestina, en wat is het verschil met de situatie voorheen.
  • Antwoord: Het positief injunctierecht is ingezet om prioriteit te geven aan deze vervolgingen. Het federaal parket was al bevoegd, maar de regeringsbeslissing onderstreept de prioriteit en inzet van capaciteit.

Vraag 523 (De heer Ribaudo): Gezondheidszorg in de gevangenissen

  • Vraag: Hoe reageert u op het advies van de Orde der artsen om gevangeniszorg over te hevelen naar Volksgezondheid.
  • Antwoord: Het advies wordt besproken. Er wordt constructief gewerkt aan de overheveling, met name via het geneesmiddelendossier en pilootprojecten in bepaalde gevangenissen.

Vraag 522 (De heer Daerden): Overbevolking IBM Paifve

  • Vraag: Welke maatregelen komen er tegen de wachtlijsten voor internering (IBM Paifve) en voor een structurele capaciteitsverhoging.
  • Antwoord: De taskforce Internering werkt aan een actieplan op drie pijlers (wetgeving, zorgtrajecten, kwaliteit). Concrete maatregelen zijn o.a. bufferplaatsen in FPC's, een nieuw observatiecentrum in Haren, 120 modulaire units en de bouw van drie nieuwe FPC's.

Vraag 524 (Mevrouw Dillen): Veiligheid in gevangenis Hasselt

  • Vraag: Vragen over veiligheidscontroles, personeelstekort, defecte camera's en maatregelen tegen agressie in Hasselt.
  • Antwoord: Er worden nog steeds controles en 'sweeps' uitgevoerd (31 gsm's gevonden in 2024). Een speciale eenheid wordt uitgebreid. Nieuwe camera's zijn getest en worden geïnstalleerd. Agressie tegen personeel is een verzwarende omstandigheid en een contra-indicatie voor vervroegde vrijlating.

Vraag 525 (Mevrouw De Wit): Zorgwekkende toestand in gevangenis Hasselt

  • Vraag: (Gelijkaardig aan vraag 524) Erkenning van onveilige situatie, tijdelijke maatregelen, investeringen in infrastructuur en personeel.
  • Antwoord: De overbevolking en personeelstekorten hebben impact. Werkingsmiddelen moeten beter afgestemd worden op de populatie. Er wordt extern geworven voor Hasselt. Defecte camera's worden vervangen na succesvolle tests.

Vraag 526 (De heer Dufrane): Drugsdealers en datamisbruik in Haven Antwerpen

  • Vraag: Maatregelen tegen misbruik van persoonsgegevens door criminelen, corruptiecijfers en bescherming van ambtenaren.
  • Antwoord: Databases zijn technisch beveiligd. Corruptie komt vaak via private actoren (telecom, etc.). Maatregelen omvatten screening, het nieuwe 'havenverbod' en bewustmaking op scholen. Bedreigde ambtenaren kunnen bescherming krijgen via een vertrouwelijke procedure.

Vraag 527 (Mevrouw De Wit): Geïnterneerden in detentie

  • Vraag: Stand van zaken capaciteit FPC's, resultaten taskforce internering en samenwerkingsakkoord met deelstaten.
  • Antwoord: Er wordt onderzocht om modulaire units te plaatsen bij FPC's Gent en Antwerpen. Studies lopen om de instroom van interneringen te beperken. Zorgcapaciteit in gevangenissen wordt versterkt. Een samenwerkingsakkoord met deelstaten wordt voorbereid.

Vraag 528 (De heer Van Hoecke): Aanpak internationale kinderontvoering

  • Vraag: Hoe de doorlooptijd verkorten, preventie verbeteren en slachtoffers beter begeleiden.
  • Antwoord: De Centrale Autoriteit volgt dossiers nauwgezet op, maar is afhankelijk van buitenlandse procedures. Er is informatie en een brochure beschikbaar voor preventie. Ouders kunnen financiële steun krijgen voor reis- en verblijfkosten bij procedures in het buitenland.

Vraag 529 (De heer Daerden): Ontvangsten uit verkeersboetes

  • Vraag: Hoeveel boetes zijn er geïnd, welk deel gaat naar het Verkeersveiligheidsfonds en is er transparantie naar de gewesten toe.
  • Antwoord: In 2024 bedroegen de inkomsten 578 miljoen euro (52% federaal, 48% gewestelijk). Enkel federale boetes spijzen het Verkeersveiligheidsfonds. Gewestelijke boetes gaan volledig naar de gewesten. Sinds juli 2025 is er een transparanter systeem op basis van werkelijke bedragen in plaats van prognoses.

Vraag 530 (De heer Van Hecke): Ontsnapping van gevangenen

  • Vraag: Cijfers over ontsnappingen en hoeveel daarvan zonder strafbare feiten (geweld) verliepen.
  • Antwoord: Er zijn gemiddeld zo'n 20 ontsnappingen per jaar. Het specifiek strafbaar stellen van ontsnapping (ook zonder geweld) verhoogt de voorzienbaarheid, vult een leemte in de wet (hulp is strafbaar, ontsnappen zelf niet) en heeft een preventief effect.

Vraag 531 (Mevrouw De Wit): Misbruik van het wrakingsrecht

  • Vraag: Evaluatie van de wetgeving gezien toenemend misbruik in grote processen, evolutie van cijfers en mogelijke sancties.
  • Antwoord: Wraking is een recht, maar de procedure wordt herbekeken om misbruik uit te sluiten (o.a. termijnen inkorten). Inspiratie wordt gezocht in het buitenland (bv. wrakingskamer in NL). Cijfers tonen een stijging, vooral bij Hoven van Beroep.

Vraag 532 (Mevrouw De Wit): Werking van vzw Het Huis

  • Vraag: Waarom verwijzen rechtbanken nog door naar deze vzw ondanks klachten, en welke maatregelen worden genomen voor toezicht.
  • Antwoord: Familierechtbanken (o.a. Antwerpen, West-Vlaanderen) blijven doorverwijzen (150+ keer in 2024) vanwege kortere wachttijden, flexibiliteit en uitgebreide verslaggeving in vergelijking met het CAW. Er is overleg geweest met de vzw over de werking en screening van vrijwilligers.

Vraag 533 (De heer Van Hoecke): Vzw Het Huis

  • Vraag: Hoe verplichte doorverwijzingen stoppen, klachtenregistratie verbeteren en controle uitoefenen.
  • Antwoord: (Het antwoord is identiek aan vraag 532) De rechtbanken kiezen voor deze vzw omwille van specifieke voordelen zoals maatwerk en snelheid. Vrijwilligers moeten een strafregisteruittreksel voorleggen en hebben een pedagogische achtergrond.

Vraag 534 (De heer Yzermans): Uitholling wrakingsrecht

  • Vraag: Zijn er wettelijke middelen tegen strategisch misbruik, en rol van stafhouders/respect in de rechtszaal.
  • Antwoord: (Verwijst naar antwoord vraag 531) De procedure wordt herbekeken. De Orde van Vlaamse Balies stelt dat misbruik voorkomt maar geen gewoonte is; tuchtklachten zijn mogelijk bij deontologische inbreuken.

Vraag 535 (De heer Yzermans): Hoge aantal interneringsuitspraken

  • Vraag: Oorzaken van de stijging, evaluatie van de wet, wegwerken van adviesachterstand en veiligheid personeel.
  • Antwoord: Er is een significante stijging van interneringen. Twee studies (NICC en KeFor) onderzoeken dit. 1/3e van de arbeidsongevallen bij personeel is gelinkt aan agressie door geïnterneerden. Er wordt gewerkt aan extra capaciteit (modulaire units) en versterking van zorgequipes.

Vraag 536 (Mevrouw De Wit): Dreiging Antifa en pro-Palestijnse protesten

  • Vraag: Inschatting van de dreiging, incidenten, en maatregelen tegen radicale elementen en infiltratie.
  • Antwoord: Antifa is een koepelterm, geen enkele groep. De meeste Gaza-protesten zijn vreedzaam, maar kleinere acties verharden soms. Strafbare feiten worden vervolgd. De Veiligheid van de Staat wisselt structureel info uit met internationale partners.

Vraag 542 (De heer Yzermans): Zorgwekkend personeelstekort gevangenissen

  • Vraag: Aanpak personeelstekort, sociale onderhandelingen, verlofachterstand en tekort aan zorgprofessionals.
  • Antwoord: Er lopen rekruteringscampagnes en gesprekken met vakbonden over een sociaal akkoord (o.a. financiële aantrekkelijkheid). Recent zijn diverse zorgprofessionals aangeworven. Er zijn extra middelen gevraagd in de begroting.

Vraag 543 (Mevrouw De Wit): Beleid tegen messendracht

  • Vraag: Lacunes in wetgeving, nood aan actieplan, betere registratie van incidenten en mogelijk verbod in publieke ruimte.
  • Antwoord: De huidige wetgeving vereist een 'wettige reden' voor het dragen van messen. Online aankoop is verboden. Steekincidenten kunnen via parameters uit de databank gehaald worden. Een integrale aanpak wordt opgenomen in de Kadernota Integrale Veiligheid.

Vraag 544 (De heer Nuino): Financiering morele dienstverlening

  • Vraag: Rol van de minister bij budgetgoedkeuring (o.a. hoge restaurantkosten), criteria voor uitgaven en nood aan wetsherziening.
  • Antwoord: De bevoegdheid van de minister is beperkt: hij kan uitgaven niet wijzigen tenzij bij materiële vergissing. De Centrale Vrijzinnige Raad beslist autonoom. De minister wil met de administratie bekijken of het wettelijk kader verduidelijkt moet worden.

Vraag 545 (De heer Ribaudo): Personeel uit privésector in gevangenis Antwerpen

  • Vraag: Klopt het bericht over privébewaking? En wat is de kostprijs.
  • Antwoord: Ja, er komt een proefproject in de nieuwe gevangenis van Antwerpen wegens krapte op de arbeidsmarkt. Dit is beperkt tot functies zonder contact met gedetineerden. De kostprijs is nog niet gekend (bestek nog niet gelanceerd).

Vraag 546 (De heer Van Tigchelt): Stijgend bezit en gebruik steekwapens

  • Vraag: Analyse van de problematiek, acties, overleg met Binnenlandse Zaken en opname in Kadernota.
  • Antwoord: (Gelijkaardig aan vraag 543) De wetgeving voorziet al kaders (wettige reden vereist). De problematiek wordt meegenomen in de voorbereiding van de Kadernota Integrale Veiligheid 2026-2029.

Vraag 547 (De heer Yzermans): Overbevolking gevangenis Hasselt

  • Vraag: Vragen over routinecontroles, brandpreventie, optimalisatie van aanbestedingen en tijdelijke camera's.
  • Antwoord: (Verwijst naar eerdere antwoorden) Veiligheidscontroles en sweeping-acties gaan door. Camera's worden vervangen. Personeelstekorten en infrastructuur worden aangepakt via werving en technische interventies.

Vraag 548 (Mevrouw Dillen): Stand van zaken modulaire eenheden

  • Vraag: Status van uitvoering, locaties en doelgroep voor modulaire units.
  • Antwoord: Er is een raamcontract afgesloten. Een lijst met mogelijke locaties wordt technisch onderzocht door de Regie der Gebouwen (klaar eind dit jaar). De units zijn bedoeld voor gedetineerden met een laag risicoprofiel.

 

dinsdag 6 januari 2026

Wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden, de beschadiging van elektronisch toezichtsmateriaal, drugstesten in de gevangenis en de herroeping van elektronisch toezicht.

Wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden, de beschadiging van elektronisch toezichtsmateriaal, drugstesten in de gevangenis en de herroeping van elektronisch toezicht.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepaling

Vraag (Artikel 1): Wat is de grondwettelijke basis van deze wet? 

Antwoord: Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

maandag 5 januari 2026

THE BANGALORE PRINCIPLES OF JUDICIAL CONDUCT

Bron

Overzichtelijke samenvatting van de Bangalore Principles of Judicial Conduct (De Bangalore-beginselen van Rechterlijk Gedrag). Dit document vormt een wereldwijd raamwerk van ethische normen om de integriteit van de rechtspraak te waarborgen en het vertrouwen van het publiek te versterken.

De principes zijn onderverdeeld in zes kernwaarden die richting geven aan het gedrag van rechters, zowel binnen als buiten de rechtszaal.

1. Onafhankelijkheid

Rechterlijke onafhankelijkheid is een voorwaarde voor de rechtsstaat en een eerlijk proces.

  • Vrij van invloed: Een rechter moet beslissen op basis van feiten en de wet, zonder enige invloed, druk of bedreiging van buitenaf (zoals de overheid, media of collega-rechters).
  • Schijn van onafhankelijkheid: De rechter moet niet alleen onafhankelijk zijn, maar ook zo overkomen op een redelijke toeschouwer.

2. Onpartijdigheid

Onpartijdigheid geldt voor zowel de beslissing zelf als het proces eromheen.

  • Geen vooroordelen: Een rechter moet zijn taken uitvoeren zonder gunsten, vooroordelen of vooringenomenheid.
  • Wraking en verschoning: Een rechter moet zich terugtrekken uit een zaak als hij de zaak niet onpartijdig kan behandelen, of als die schijn bestaat. Dit geldt bijvoorbeeld bij persoonlijke kennis van de feiten, een eerdere rol als advocaat in de zaak, of een economisch belang van de rechter of diens familie.
  • Gedrag buiten de rechtbank: De rechter mag geen publiek commentaar geven dat de uitkomst van een rechtszaak kan beïnvloeden of het proces oneerlijk doet lijken.

3. Integriteit

Integriteit is essentieel voor de uitoefening van het ambt.

  • Boven alle twijfel verheven: Het gedrag van een rechter moet, in de ogen van een redelijke toeschouwer, onberispelijk zijn.
  • Publiek vertrouwen: Het gedrag moet het geloof van de burgers in de rechtspraak versterken. Het gezegde luidt: "Recht moet niet alleen worden gedaan, maar men moet ook zien dat het wordt gedaan".

4. Correctheid (Gepastheid)

Correct gedrag en de schijn daarvan zijn cruciaal bij alle activiteiten van een rechter.

  • Waardigheid: Een rechter accepteert persoonlijke beperkingen die voor gewone burgers zwaar kunnen lijken, om de waardigheid van het ambt te bewaren.
  • Relaties en invloed: Een rechter mag zijn positie niet misbruiken voor privébelangen of de belangen van familie. Ook mag hij geen geschenken of gunsten accepteren die bedoeld lijken om zijn oordeel te beïnvloeden,,.
  • Geen advocatuur: Een rechter mag tijdens zijn ambtstermijn niet als advocaat werken.
  • Vrijheid van meningsuiting: Rechters hebben recht op vrijheid van meningsuiting en vereniging, mits dit de waardigheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechtspraak niet schaadt.

5. Gelijkheid

Iedereen moet gelijk worden behandeld voor de rechtbank.

  • Geen discriminatie: Een rechter mag geen vooroordelen tonen op basis van ras, huidskleur, geslacht, religie, afkomst, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid of andere irrelevante gronden.
  • Controle over de rechtszaal: De rechter moet ervoor zorgen dat ook advocaten en rechtbankpersoneel zich in de rechtszaal onthouden van discriminerend gedrag of vooringenomenheid.

6. Bekwaamheid en IJver

Een rechter moet zijn taak vakkundig en toegewijd uitvoeren.

  • Prioriteit: Rechterlijke taken hebben voorrang op alle andere activiteiten.
  • Kennis bijhouden: Een rechter moet zijn kennis en vaardigheden actief onderhouden, inclusief kennis van internationale wetgeving en mensenrechten.
  • Efficiëntie en respect: Rechtszaken moeten eerlijk en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. De rechter moet geduldig, waardig en hoffelijk zijn tegenover alle betrokkenen (partijen, getuigen, advocaten).

Implementatie

De principes zijn bedoeld als leidraad voor rechters en als kader voor de rechterlijke macht om gedrag te reguleren. Nationale rechtsstelsels moeten effectieve mechanismen hebben om deze principes toe te passen als die er nog niet zijn.

  

Non-binding Guidelines on the Use of Social Media by Judges

 

Bron

 

Afbeelding met tekst, Lettertype, schermopname

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

De richtlijnen zijn opgesteld door het Global Judicial Integrity Network (onderdeel van UNODC) als reactie op wereldwijde zorgen over de integriteit van de rechtspraak in het digitale tijdperk.

1. Algemene Uitgangspunten

De kern van de richtlijnen is dat rechters niet verboden moet worden om sociale media te gebruiken, aangezien zij deel uitmaken van de gemeenschap. Echter, het gebruik ervan brengt specifieke ethische risico's met zich mee:

  • Bangalore Principles: De zes kernwaarden voor rechterlijk gedrag (onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit, correctheid, gelijkheid, en bekwaamheid/ijver) zijn evenzeer van toepassing op het digitale leven als op het echte leven.
  • Vertrouwen: Het publieke vertrouwen in de rechtspraak en de waardigheid van het ambt moeten altijd gewaarborgd blijven.

2. Gedrag en Inhoud op Sociale Media

Rechters moeten zich bewust zijn van hoe hun online gedrag wordt waargenomen:

  • Toon en taalgebruik: Rechters moeten professioneel, voorzichtig en respectvol blijven in hun interacties. Discriminerende opmerkingen of het bagatelliseren van andermans zorgen is niet toegestaan.
  • Partijdigheid vermijden: Het delen van persoonlijke informatie of meningen mag de onafhankelijkheid of onpartijdigheid niet ondermijnen. Rechters moeten oppassen met het volgen of 'liken' van specifieke actiegroepen of campagnes, om de schijn van vooringenomenheid te voorkomen.
  • Geen 'Echo-kamers': Het wordt aangeraden diverse bronnen te volgen om een eenzijdige blik te voorkomen.
  • Geen financieel gewin: Sociale media mogen niet worden gebruikt voor financieel of commercieel belang van de rechter of derden.
  • Oude content: Rechters moeten overwegen of digitale content van voor hun benoeming schadelijk kan zijn voor het vertrouwen in de rechtspraak en deze indien nodig verwijderen.

3. Identificatie en Accounts

  • Naamgebruik: Rechters mogen hun echte naam en titel gebruiken, mits dit voldoet aan ethische standaarden. Het gebruik van pseudoniemen is toegestaan, maar mag nooit dienen om onethisch gedrag te maskeren.
  • Scheiding privé/zakelijk: Het kan nuttig zijn om privé- en professionele accounts strikt gescheiden te houden.

4. Online Vriendschappen en Relaties

Het concept 'vriend' op sociale media verschilt van de werkelijkheid, maar voorzichtigheid is geboden:

  • Interactie: Als online interactie intiem of persoonlijk wordt, gelden dezelfde regels voor wraking of verschoning als in de offline wereld.
  • Tijdens rechtszaken: Rechters moeten terughoudend zijn met het accepteren van vriendschapsverzoeken van partijen, advocaten of getuigen tijdens lopende procedures.
  • Beheer: Het wordt aangeraden om accounts periodiek te controleren ('auditen') en een etiquette te ontwikkelen voor het verwijderen of blokkeren van volgers als dit de schijn van partijdigheid wekt.

5. Privacy, Veiligheid en Onderzoek

  • Eigen onderzoek: Rechters moeten voorzichtig zijn met het online opzoeken van informatie over partijen of getuigen, omdat dit bewijsregels kan omzeilen en de besluitvorming oneigenlijk kan beïnvloeden.
  • Privacy-instellingen: Rechters moeten bekend zijn met de privacy- en veiligheidsinstellingen van de platforms die zij gebruiken.
  • Locatiegegevens: Het delen van locatiegegevens moet worden vermeden vanwege veiligheidsrisico's.
  • Foto's door derden: Rechters moeten zich bewust zijn dat zij in het openbaar gefotografeerd kunnen worden en dat deze beelden snel verspreid kunnen worden.

6. Training en Institutionalisering

De richtlijnen benadrukken het belang van voortdurende training en ondersteuning:

  • Training: Rechters moeten periodiek getraind worden in de werking van platforms, de risico's, beveiliging en ethische vraagstukken.
  • Advies: Er moeten vertrouwelijke bronnen beschikbaar zijn waar rechters advies kunnen inwinnen bij twijfel over online content of relaties.
  • Familie: Rechters moeten leren hoe ze hun familie en naasten kunnen informeren over de veiligheidsrisico's en ethische verplichtingen.