dinsdag 6 januari 2026

Wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden, de beschadiging van elektronisch toezichtsmateriaal, drugstesten in de gevangenis en de herroeping van elektronisch toezicht.

Wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden, de beschadiging van elektronisch toezichtsmateriaal, drugstesten in de gevangenis en de herroeping van elektronisch toezicht.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepaling

Vraag (Artikel 1): Wat is de grondwettelijke basis van deze wet? 

Antwoord: Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.


Hoofdstuk 2 — Wijzigingen van het Strafwetboek (Huidig Wetboek)

Vraag (Artikel 2): Hoe wordt het opschrift van het betreffende hoofdstuk in het Strafwetboek aangepast? 

Antwoord: Het opschrift wordt gewijzigd naar: "Ontsnapping van gevangenen, beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en overgooien van voorwerpen over de muren of afsluitingen van een gevangenis, een afdeling of een inrichting tot bescherming van de maatschappij".

Vraag (Artikel 3): Welke straffen staan er op het ontsnappen uit detentie of elektronisch toezicht (nieuw art. 332)? 

Antwoord: Iemand die zich opzettelijk onttrekt aan zijn hechtenis of straf (door te ontsnappen uit o.a. een gevangenis, rechtbank, politievoertuig of ziekenhuis) of aan elektronisch toezicht, wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Als dit gebeurt met geweld of bedreigingen, is de straf drie tot vijf jaar gevangenis. Ook poging tot ontsnapping is strafbaar.

Vraag (Artikel 4): Hoe worden medeplichtigen en ambtenaren bestraft (nieuw art. 333)? 

Antwoord: Een medeplichtige krijgt dezelfde straf als de dader. Mensen met een openbare functie die in de uitoefening van hun functie een ontsnapping mogelijk maken of vergemakkelijken, krijgen een gevangenisstraf van drie tot vijf jaar.

Vraag (Artikel 5): Wanneer kan een ontsnapte gevangene vrijuitgaan (nieuw art. 334)? 

Antwoord: Er geldt straffeloosheid als de ontsnapping plaatsvond zonder geweld of bedreiging én de persoon zich binnen 48 uur na de ontsnapping spontaan weer aanbiedt bij de gevangenis of politie.

Vraag (Artikel 6): Welke straf staat er op het saboteren van een enkelband (nieuw art. 335)? 

Antwoord: Het opzettelijk beschadigen of verduisteren van elektronisch toezichtsmateriaal wordt bestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van tweehonderd tot vierduizend euro (of een van beide straffen).

Vraag (Artikel 7 & 8): Wat gebeurt er met de artikelen 336 en 337 van het Strafwetboek? 

Antwoord: Deze artikelen worden opgeheven.

Hoofdstuk 3 — Wijzigingen van de Basiswet Gevangeniswezen (2005)

Vraag (Artikel 9): Welke bevoegdheid krijgt de gevangenisdirecteur inzake drugstesten (nieuw art. 109/1)? 

Antwoord: De directeur kan beslissen om bij gedetineerden speeksel- of urinetesten af te nemen om verboden stoffen op te sporen. Dit kan op basis van individuele aanwijzingen of via willekeurige steekproeven. Er mag geen fysieke dwang worden gebruikt bij de afname, maar weigering wordt gelijkgesteld met een positieve test. Een positief resultaat leidt tot een automatische vervolgcontrole en melding aan de medische/psychosociale dienst.

Vraag (Artikel 10): Is drugsgebruik of weigering van een test een tuchtinbreuk (wijziging art. 129)? 

Antwoord: Ja, de wet voegt een bepaling toe die het gebruik van verboden stoffen, de weigering om mee te werken aan een test, en fraude plegen tijdens de test, definieert als tuchtinbreuken.

Hoofdstuk 4 — Wijzigingen van de wet tot invoering van Boek II van het Strafwetboek

Dit hoofdstuk past het nieuwe Strafwetboek aan (Wet van 29 februari 2024).

Vraag (Artikel 11): Hoe wordt ontsnapping gedefinieerd in het nieuwe wetboek (nieuw art. 684)? 

Antwoord: Ontsnapping is het zich opzettelijk onttrekken aan detentie, een vrijheidsberovende maatregel of elektronisch toezicht. Dit wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Vraag (Artikel 12): Wat houdt 'verzwaarde ontsnapping' in (nieuw art. 685)? 

Antwoord: Als de ontsnapping gepaard gaat met geweld of bedreigingen, wordt dit bestraft met een straf van niveau 3. Dit geldt ook voor deelnemers met een openbare functie die het misdrijf plegen tijdens hun functie.

Vraag (Artikel 13): Is er ook in het nieuwe wetboek sprake van strafuitsluiting (nieuw art. 685/1)? 

Antwoord: Ja, daders en deelnemers worden niet gestraft als er geen geweld is gebruikt en de ontsnapte zich binnen 48 uur spontaan meldt.

Vraag (Artikel 14): Wat is de strafmaat voor schade aan toezichtsmateriaal in het nieuwe wetboek (nieuw art. 685/2)? 

Antwoord: Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2, waarbij de geldboete kan oplopen tot maximaal 32.000 euro.

Hoofdstuk 5 — Wijzigingen van de wet betreffende de externe rechtspositie (2006)

Vraag (Artikel 15): Wat is de procedure bij beschadiging van de enkelband (nieuw art. 64/1)? 

Antwoord: Als een veroordeelde opzettelijk het elektronisch toezichtsmateriaal beschadigt of verduistert, maakt het openbaar ministerie de zaak aanhangig bij de strafuitvoeringsrechter (of rechtbank). In dat geval wordt het elektronisch toezicht herroepen.

Vraag (Artikel 16): Heeft de rechter beoordelingsvrijheid bij bewezen schade (wijziging art. 70)? 

Antwoord: Nee, indien de strafuitvoeringsrechter vaststelt dat het materiaal opzettelijk is beschadigd of verduisterd, beslist hij tot herroeping van het elektronisch toezicht.

Hoofdstuk 6 — Slotbepaling

Vraag (Artikel 17): Hoe moet men verwijzingen in andere wetten naar de oude artikelen lezen? 

Antwoord: Er is een conversietabel vastgelegd. Verwijzingen naar de oude artikelen 332 tot 337 worden geacht te verwijzen naar specifieke leden van het nieuwe artikel 333 (bijvoorbeeld: een verwijzing naar oud art. 336 verwijst nu naar nieuw art. 333).

Hoofdstuk 7 — Inwerkingtreding

Vraag (Artikel 18): Wanneer treedt de regeling rond drugstesten in werking? 

Antwoord: Hoofdstuk 3 (betreffende de drugstesten en tuchtmaatregelen in de gevangenis) treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum, maar uiterlijk op 1 mei 2026.