Overzichtelijke samenvatting van de Bangalore
Principles of Judicial Conduct (De Bangalore-beginselen van Rechterlijk
Gedrag). Dit document vormt een wereldwijd raamwerk van ethische normen om de
integriteit van de rechtspraak te waarborgen en het vertrouwen van het publiek
te versterken.
De principes zijn onderverdeeld in zes kernwaarden die
richting geven aan het gedrag van rechters, zowel binnen als buiten de
rechtszaal.
1. Onafhankelijkheid
Rechterlijke onafhankelijkheid is een voorwaarde voor de
rechtsstaat en een eerlijk proces.
- Vrij
van invloed: Een rechter moet beslissen op basis van feiten en de wet,
zonder enige invloed, druk of bedreiging van buitenaf (zoals de overheid,
media of collega-rechters).
- Schijn
van onafhankelijkheid: De rechter moet niet alleen onafhankelijk zijn,
maar ook zo overkomen op een redelijke toeschouwer.
2. Onpartijdigheid
Onpartijdigheid geldt voor zowel de beslissing zelf als het
proces eromheen.
- Geen
vooroordelen: Een rechter moet zijn taken uitvoeren zonder gunsten,
vooroordelen of vooringenomenheid.
- Wraking
en verschoning: Een rechter moet zich terugtrekken uit een zaak als
hij de zaak niet onpartijdig kan behandelen, of als die schijn bestaat.
Dit geldt bijvoorbeeld bij persoonlijke kennis van de feiten, een eerdere
rol als advocaat in de zaak, of een economisch belang van de rechter of
diens familie.
- Gedrag
buiten de rechtbank: De rechter mag geen publiek commentaar geven dat
de uitkomst van een rechtszaak kan beïnvloeden of het proces oneerlijk
doet lijken.
3. Integriteit
Integriteit is essentieel voor de uitoefening van het ambt.
- Boven
alle twijfel verheven: Het gedrag van een rechter moet, in de ogen van
een redelijke toeschouwer, onberispelijk zijn.
- Publiek
vertrouwen: Het gedrag moet het geloof van de burgers in de
rechtspraak versterken. Het gezegde luidt: "Recht moet niet alleen
worden gedaan, maar men moet ook zien dat het wordt gedaan".
4. Correctheid (Gepastheid)
Correct gedrag en de schijn daarvan zijn cruciaal bij alle
activiteiten van een rechter.
- Waardigheid:
Een rechter accepteert persoonlijke beperkingen die voor gewone burgers
zwaar kunnen lijken, om de waardigheid van het ambt te bewaren.
- Relaties
en invloed: Een rechter mag zijn positie niet misbruiken voor
privébelangen of de belangen van familie. Ook mag hij geen geschenken of
gunsten accepteren die bedoeld lijken om zijn oordeel te beïnvloeden,,.
- Geen
advocatuur: Een rechter mag tijdens zijn ambtstermijn niet als
advocaat werken.
- Vrijheid
van meningsuiting: Rechters hebben recht op vrijheid van meningsuiting
en vereniging, mits dit de waardigheid, onpartijdigheid en
onafhankelijkheid van de rechtspraak niet schaadt.
5. Gelijkheid
Iedereen moet gelijk worden behandeld voor de rechtbank.
- Geen
discriminatie: Een rechter mag geen vooroordelen tonen op basis van
ras, huidskleur, geslacht, religie, afkomst, handicap, leeftijd, seksuele
geaardheid of andere irrelevante gronden.
- Controle
over de rechtszaal: De rechter moet ervoor zorgen dat ook advocaten en
rechtbankpersoneel zich in de rechtszaal onthouden van discriminerend
gedrag of vooringenomenheid.
6. Bekwaamheid en IJver
Een rechter moet zijn taak vakkundig en toegewijd uitvoeren.
- Prioriteit:
Rechterlijke taken hebben voorrang op alle andere activiteiten.
- Kennis
bijhouden: Een rechter moet zijn kennis en vaardigheden actief
onderhouden, inclusief kennis van internationale wetgeving en
mensenrechten.
- Efficiëntie
en respect: Rechtszaken moeten eerlijk en binnen een redelijke termijn
worden afgehandeld. De rechter moet geduldig, waardig en hoffelijk zijn
tegenover alle betrokkenen (partijen, getuigen, advocaten).
Implementatie
De principes zijn bedoeld als leidraad voor rechters en als
kader voor de rechterlijke macht om gedrag te reguleren. Nationale
rechtsstelsels moeten effectieve mechanismen hebben om deze principes toe te
passen als die er nog niet zijn.