maandag 5 januari 2026

THE BANGALORE PRINCIPLES OF JUDICIAL CONDUCT

Bron

Overzichtelijke samenvatting van de Bangalore Principles of Judicial Conduct (De Bangalore-beginselen van Rechterlijk Gedrag). Dit document vormt een wereldwijd raamwerk van ethische normen om de integriteit van de rechtspraak te waarborgen en het vertrouwen van het publiek te versterken.

De principes zijn onderverdeeld in zes kernwaarden die richting geven aan het gedrag van rechters, zowel binnen als buiten de rechtszaal.

1. Onafhankelijkheid

Rechterlijke onafhankelijkheid is een voorwaarde voor de rechtsstaat en een eerlijk proces.

  • Vrij van invloed: Een rechter moet beslissen op basis van feiten en de wet, zonder enige invloed, druk of bedreiging van buitenaf (zoals de overheid, media of collega-rechters).
  • Schijn van onafhankelijkheid: De rechter moet niet alleen onafhankelijk zijn, maar ook zo overkomen op een redelijke toeschouwer.

2. Onpartijdigheid

Onpartijdigheid geldt voor zowel de beslissing zelf als het proces eromheen.

  • Geen vooroordelen: Een rechter moet zijn taken uitvoeren zonder gunsten, vooroordelen of vooringenomenheid.
  • Wraking en verschoning: Een rechter moet zich terugtrekken uit een zaak als hij de zaak niet onpartijdig kan behandelen, of als die schijn bestaat. Dit geldt bijvoorbeeld bij persoonlijke kennis van de feiten, een eerdere rol als advocaat in de zaak, of een economisch belang van de rechter of diens familie.
  • Gedrag buiten de rechtbank: De rechter mag geen publiek commentaar geven dat de uitkomst van een rechtszaak kan beïnvloeden of het proces oneerlijk doet lijken.

3. Integriteit

Integriteit is essentieel voor de uitoefening van het ambt.

  • Boven alle twijfel verheven: Het gedrag van een rechter moet, in de ogen van een redelijke toeschouwer, onberispelijk zijn.
  • Publiek vertrouwen: Het gedrag moet het geloof van de burgers in de rechtspraak versterken. Het gezegde luidt: "Recht moet niet alleen worden gedaan, maar men moet ook zien dat het wordt gedaan".

4. Correctheid (Gepastheid)

Correct gedrag en de schijn daarvan zijn cruciaal bij alle activiteiten van een rechter.

  • Waardigheid: Een rechter accepteert persoonlijke beperkingen die voor gewone burgers zwaar kunnen lijken, om de waardigheid van het ambt te bewaren.
  • Relaties en invloed: Een rechter mag zijn positie niet misbruiken voor privébelangen of de belangen van familie. Ook mag hij geen geschenken of gunsten accepteren die bedoeld lijken om zijn oordeel te beïnvloeden,,.
  • Geen advocatuur: Een rechter mag tijdens zijn ambtstermijn niet als advocaat werken.
  • Vrijheid van meningsuiting: Rechters hebben recht op vrijheid van meningsuiting en vereniging, mits dit de waardigheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechtspraak niet schaadt.

5. Gelijkheid

Iedereen moet gelijk worden behandeld voor de rechtbank.

  • Geen discriminatie: Een rechter mag geen vooroordelen tonen op basis van ras, huidskleur, geslacht, religie, afkomst, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid of andere irrelevante gronden.
  • Controle over de rechtszaal: De rechter moet ervoor zorgen dat ook advocaten en rechtbankpersoneel zich in de rechtszaal onthouden van discriminerend gedrag of vooringenomenheid.

6. Bekwaamheid en IJver

Een rechter moet zijn taak vakkundig en toegewijd uitvoeren.

  • Prioriteit: Rechterlijke taken hebben voorrang op alle andere activiteiten.
  • Kennis bijhouden: Een rechter moet zijn kennis en vaardigheden actief onderhouden, inclusief kennis van internationale wetgeving en mensenrechten.
  • Efficiëntie en respect: Rechtszaken moeten eerlijk en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. De rechter moet geduldig, waardig en hoffelijk zijn tegenover alle betrokkenen (partijen, getuigen, advocaten).

Implementatie

De principes zijn bedoeld als leidraad voor rechters en als kader voor de rechterlijke macht om gedrag te reguleren. Nationale rechtsstelsels moeten effectieve mechanismen hebben om deze principes toe te passen als die er nog niet zijn.