De richtlijnen zijn opgesteld door het Global Judicial
Integrity Network (onderdeel van UNODC) als reactie op wereldwijde zorgen
over de integriteit van de rechtspraak in het digitale tijdperk.
1. Algemene Uitgangspunten
De kern van de richtlijnen is dat rechters niet verboden
moet worden om sociale media te gebruiken, aangezien zij deel uitmaken van de
gemeenschap. Echter, het gebruik ervan brengt specifieke ethische risico's met
zich mee:
- Bangalore
Principles: De zes kernwaarden voor rechterlijk gedrag
(onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit, correctheid, gelijkheid,
en bekwaamheid/ijver) zijn evenzeer van toepassing op het digitale leven
als op het echte leven.
- Vertrouwen:
Het publieke vertrouwen in de rechtspraak en de waardigheid van het ambt
moeten altijd gewaarborgd blijven.
2. Gedrag en Inhoud op Sociale Media
Rechters moeten zich bewust zijn van hoe hun online gedrag
wordt waargenomen:
- Toon
en taalgebruik: Rechters moeten professioneel, voorzichtig en
respectvol blijven in hun interacties. Discriminerende opmerkingen of het
bagatelliseren van andermans zorgen is niet toegestaan.
- Partijdigheid
vermijden: Het delen van persoonlijke informatie of meningen mag de
onafhankelijkheid of onpartijdigheid niet ondermijnen. Rechters moeten
oppassen met het volgen of 'liken' van specifieke actiegroepen of
campagnes, om de schijn van vooringenomenheid te voorkomen.
- Geen
'Echo-kamers': Het wordt aangeraden diverse bronnen te volgen om een
eenzijdige blik te voorkomen.
- Geen
financieel gewin: Sociale media mogen niet worden gebruikt voor
financieel of commercieel belang van de rechter of derden.
- Oude
content: Rechters moeten overwegen of digitale content van voor
hun benoeming schadelijk kan zijn voor het vertrouwen in de rechtspraak en
deze indien nodig verwijderen.
3. Identificatie en Accounts
- Naamgebruik:
Rechters mogen hun echte naam en titel gebruiken, mits dit voldoet aan
ethische standaarden. Het gebruik van pseudoniemen is toegestaan, maar mag
nooit dienen om onethisch gedrag te maskeren.
- Scheiding
privé/zakelijk: Het kan nuttig zijn om privé- en professionele
accounts strikt gescheiden te houden.
4. Online Vriendschappen en Relaties
Het concept 'vriend' op sociale media verschilt van de
werkelijkheid, maar voorzichtigheid is geboden:
- Interactie:
Als online interactie intiem of persoonlijk wordt, gelden dezelfde regels
voor wraking of verschoning als in de offline wereld.
- Tijdens
rechtszaken: Rechters moeten terughoudend zijn met het accepteren van
vriendschapsverzoeken van partijen, advocaten of getuigen tijdens lopende
procedures.
- Beheer:
Het wordt aangeraden om accounts periodiek te controleren ('auditen') en
een etiquette te ontwikkelen voor het verwijderen of blokkeren van volgers
als dit de schijn van partijdigheid wekt.
5. Privacy, Veiligheid en Onderzoek
- Eigen
onderzoek: Rechters moeten voorzichtig zijn met het online opzoeken
van informatie over partijen of getuigen, omdat dit bewijsregels kan
omzeilen en de besluitvorming oneigenlijk kan beïnvloeden.
- Privacy-instellingen:
Rechters moeten bekend zijn met de privacy- en veiligheidsinstellingen van
de platforms die zij gebruiken.
- Locatiegegevens:
Het delen van locatiegegevens moet worden vermeden vanwege
veiligheidsrisico's.
- Foto's
door derden: Rechters moeten zich bewust zijn dat zij in het openbaar
gefotografeerd kunnen worden en dat deze beelden snel verspreid kunnen
worden.
6. Training en Institutionalisering
De richtlijnen benadrukken het belang van voortdurende
training en ondersteuning:
- Training:
Rechters moeten periodiek getraind worden in de werking van platforms, de
risico's, beveiliging en ethische vraagstukken.
- Advies:
Er moeten vertrouwelijke bronnen beschikbaar zijn waar rechters advies
kunnen inwinnen bij twijfel over online content of relaties.
- Familie:
Rechters moeten leren hoe ze hun familie en naasten kunnen informeren over
de veiligheidsrisico's en ethische verplichtingen.