vrijdag 30 januari 2026

HEALTHCARE IN PRISON - PRISON STANDARD

Bron




Hier is een samenvatting van de nieuwe standaarden voor gezondheidszorg in gevangenissen (CPT-standaard 2025).

Het Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT) benadrukt dat gedetineerden hun vrijheid verliezen, maar niet hun recht op gezondheid. Een gebrek aan goede zorg kan worden gezien als een onmenselijke behandeling.


Dit zijn de belangrijkste basisprincipes en regels:

1. Gelijke en gratis zorg

  • Dezelfde kwaliteit: Gedetineerden hebben recht op zorg die minstens even goed is als de zorg die mensen buiten de gevangenis krijgen (in de maatschappij).
  • Gratis: Medisch noodzakelijke zorg moet gratis zijn. Gedetineerden mogen niet moeten betalen voor doktersbezoeken of behandelingen.
  • Toegang: Een gedetineerde moet zonder vertraging een zorgverlener kunnen zien, ongeacht het regime waarin hij of zij zit.

2. De medische check-up bij aankomst

  • Binnen 24 uur: Iedereen die in de gevangenis aankomt, moet binnen de 24 uur grondig medisch onderzocht worden.
  • Letsels vastleggen: Dit is cruciaal om mishandeling (door politie of cipiers) op te sporen. Artsen moeten elk letsel gedetailleerd beschrijven, fotograferen en (met toestemming of bij ernstige aanwijzingen) melden aan een onafhankelijke autoriteit.
  • Screening: Er wordt getest op besmettelijke ziekten (zoals tuberculose of HIV), chronische aandoeningen en mentale problemen.

3. Vertrouwelijkheid en zelfbeschikking

  • Geheimhouding: Een doktersbezoek in de gevangenis is vertrouwelijk. Cipiers mogen niet aanwezig zijn bij de consultatie en mogen niet meeluisteren, tenzij er een uitzonderlijk veiligheidsrisico is.
  • Toestemming: Een gedetineerde moet altijd toestemming geven voor een behandeling ('informed consent'). Ze hebben het recht om zorg te weigeren.
  • Hongerstaking: Als iemand voedsel weigert, moet de arts de wilsbekwaamheid controleren. Dwangvoeding is geen standaardoplossing; de autonomie van de patiënt wordt gerespecteerd zolang deze wilsbekwaam is.

4. Mentale gezondheid en dwangmiddelen

  • Geen gevangenis voor ernstig zieken: Mensen met zware psychische stoornissen (zoals acute psychose) horen niet in een cel, maar in een ziekenhuis.
  • Verboden middelen: Het gebruik van dwangbuizen of het vastbinden op bedden is in de gevangenis nooit toegestaan.
  • Isolatie: Het opsluiten in een isoleercel wegens gedrag mag alleen als allerlaatste redmiddel, zo kort mogelijk, en nooit als straf voor medische problemen zoals zelfbeschadiging.

5. Zorg voor kwetsbare groepen

De standaarden vragen extra aandacht voor specifieke groepen:

  • Verslaafden: Verslaving wordt gezien als een medisch probleem. Behandelingen (zoals methadon) mogen niet plots worden stopgezet bij opsluiting. Het verstrekken van schone naalden wordt aangeraden om ziektes te voorkomen.
  • Vrouwen: Zwangere vrouwen mogen tijdens de bevalling nooit geboeid worden. Bevallingen moeten in een gewoon ziekenhuis buiten de gevangenis gebeuren .
  • Ouderen & Terminale patiënten: Als iemand door ouderdom of een terminale ziekte niet meer goed verzorgd kan worden in de gevangenis, moet deze persoon vrijgelaten worden of naar een zorginstelling gaan .
  • Transgenders: Zij hebben recht op hormoontherapie en psychologische steun .

6. Onafhankelijkheid van de arts

  • Geen cipier: De arts en verpleegkundigen zijn er om te genezen, niet om te straffen. Ze mogen niet meewerken aan veiligheidsfouilleringen of beslissen of iemand "fit" is om in de isoleercel te gaan.
  • Vertrouwensband: Om goede zorg te leveren, moet de arts onafhankelijk zijn van de gevangenisdirectie.

7. Preventie en Hygiëne

  • Leefomstandigheden: De medische dienst moet toezien op voeding, hygiëne en leefruimte om ziektes te voorkomen.
  • Rookvrij: Gedetineerden die niet roken, hebben recht op een rookvrije omgeving.
  • Zelfdoding: Preventie van zelfdoding moet therapeutisch zijn, niet bestraffend. Camerabewaking vervangt geen menselijk contact.

Samengevat stelt het document dat de overheid de plicht heeft om voor de gezondheid van gedetineerden te zorgen op een manier die hun menselijke waardigheid respecteert, vergelijkbaar met de zorg die elke andere burger krijgt.