Feiten
De zaak vloeit voort uit een preventief onderzoek door de Guardia Civil en de douane in de haven van Valencia.
- De Vondst: Op 25 augustus 2020, rond 23:00 uur, ontdekten agenten in de APM-terminal een container (nummer FCIU7443572) met openstaande deuren. Bovenop de lading hout werden vier zwarte tassen aangetroffen met daarin 117 pakketten cocaïne, met een totaal brutogewicht van meer dan 100 kilogram en diverse zuiverheidsgraden (variërend van 38% tot 83,6%).
- Het Onderzoek: Het onderzoek naar de daders leunde bijna uitsluitend op informatie verkregen uit de ontsleuteling van de communicatiedienst SKY ECC. Deze data werd aangeleverd door de Franse autoriteiten via een Europees Onderzoeksbevel (EOB/OEI),. De Franse politie had toegang gekregen tot de servers van SKY ECC en de data gefilterd en gedeeld via Europol.
- De Aanklacht: Het Openbaar Ministerie vervolgde 14 verdachten (waaronder Fernando Moreno Sorní, Onofre Garrido Rufino en anderen) voor drugshandel en deelname aan een criminele organisatie. De aanklager eiste gevangenisstraffen van 7 tot 16 jaar en boetes tot 60 miljoen euro. De beschuldiging was dat zij via versleutelde telefoons (toegewezen aan specifieke PIN-codes en bijnamen) de uithaling van de drugs coördineerden.
Verweermiddelen (in detail)
De verdediging voerde een breed scala aan argumenten aan, variërend van procedurele fouten tot fundamentele schendingen van het recht op verdediging:
- Overschrijding onderzoekstermijnen (Art. 324 LECrim): De verdediging stelde dat het onderzoek te lang had geduurd voordat de verdachten formeel in staat van beschuldiging werden gesteld, waardoor alle latere handelingen nietig zouden zijn.
- Onregelmatigheden bij het EOB: Er werd aangevoerd dat er procedurele fouten waren gemaakt bij de uitvaardiging van het Europees Onderzoeksbevel, waaronder discrepanties in data en ongepaste inmenging van de verbindingsmagistraat bij het opstellen van het bevel,.
- Prospectief onderzoek ("Fishing expedition"): De verdediging betoogde dat het Franse onderzoek naar SKY ECC generiek en prospectief was (niet gericht op een specifiek misdrijf), wat in strijd zou zijn met de fundamentele rechten, en dat dit "verboden fruit" niet in Spanje gebruikt mocht worden.
- Gebrek aan notificatie (Art. 31 Richtlijn 2014/41): De Franse autoriteiten hadden nagelaten de Spaanse autoriteiten tijdig in kennis te stellen van het feit dat zij communicatie van doelen op Spaans grondgebied onderschepten, wat een schending van de Europese richtlijn zou zijn.
- Geen toegang tot 'ruwe data' (Cruciaal verweer): De verdediging klaagde steen en been dat zij nooit toegang hebben gekregen tot de originele, ruwe data ("datos en bruto") van de SKY ECC-server. Ze ontvingen enkel door de politie gefilterde Excel-bestanden en multimedia,. Hierdoor konden ze de context, volledigheid en authenticiteit van de berichten niet controleren.
- Gebrek aan technische integriteit: De aangeleverde digitale bestanden misten een digitale handtekening of 'hash'-waarde. Hierdoor was er geen technische garantie dat de bestanden niet gemanipuleerd waren tijdens de overdracht van Frankrijk naar Spanje of tijdens de analyse door de Guardia Civil,.
- Betwisting camerabeelden: Voor drie verdachten (o.a. Lázaro Antonio Caparrós) steunde de aanklacht ook op camerabeelden. De verdediging toonde aan dat de originele beelden niet waren bewaard, dat er gaten zaten in de 'chain of custody' (bewaarketen) en dat er tegenstrijdigheden waren (de politie analyseerde beelden van data waarvan de havenautoriteit APM had verklaard dat ze niet meer bestonden),.
Principes (in detail)
De rechtbank ("La Sala") paste de volgende juridische principes toe om tot haar oordeel te komen:
- Verwerping van procedurele nietigheden: De rechtbank verwierp de verweren over de onderzoekstermijnen en de geldigheid van het Franse onderzoek. Onder verwijzing naar rechtspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en het Hof van Justitie van de EU (zaak M.N.), oordeelde de rechtbank dat het feit dat Frankrijk de notificatieplicht (art. 31) schond of een massale interceptie uitvoerde, niet automatisch leidt tot nietigheid van het bewijs in Spanje, tenzij de verdediging concreet nadeel of weerloosheid ("indefensión") kan bewijzen,.
- Het 'Enig Bewijs'-criterium en Rechten van de Verdediging (Art. 6 EVRM): Dit is de kern van de uitspraak. De rechtbank paste de doctrine toe van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Yüksel Yalçinkaya t. Turkije (2023). Het principe luidt: als digitaal bewijs (zoals versleutelde chats) het enige of doorslaggevende bewijs is tegen een verdachte, moet de verdediging de kans krijgen om de betrouwbaarheid en integriteit ervan te betwisten. Dit vereist toegang tot de "ruwe data" om de authenticiteit te kunnen controleren,.
- Integriteit van digitaal bewijs: De rechtbank stelde vast dat de Excel-bestanden geen digitale handtekening of hash-waarde hadden. Hoewel politieverklaringen normaal voldoende kunnen zijn om de authenticiteit te waarborgen, oordeelde de rechtbank dat dit niet volstaat wanneer dit digitale materiaal het enige bewijs is en de verdediging geen toegang heeft tot de bronbestanden om tegenbewijs te leveren. Het gebrek aan technische garanties (hash/handtekening) gecombineerd met de weigering van toegang tot ruwe data, maakt het bewijs ongeschikt om het vermoeden van onschuld te weerleggen,.
- Onbetrouwbaarheid van secundair bewijs: Met betrekking tot de camerabeelden oordeelde de rechtbank dat de bewijskracht ontbrak omdat de keten van bewaring was verbroken. Het feit dat een politierapport beweerde beelden te hebben geanalyseerd van data waarop die beelden volgens de havenautoriteit al gewist waren, ondermijnde de geloofwaardigheid van dit bewijs volledig.
Uiteindelijke Beslissing
De rechtbank ("Audiencia Provincial") kwam tot de conclusie dat:
- De digitale bewijzen van SKY ECC, bij gebrek aan toegang tot de ruwe data en technische integriteitsgaranties, niet voldoende zijn om de onschuldpresumptie te weerleggen, aangezien ze het enige bewijs vormden voor de meeste verdachten.
- Het aanvullende bewijs (camerabeelden) tegen de overige verdachten onbetrouwbaar was.
- Er geen ander geldig bewijs was dat de verdachten linkte aan de drugsvangst.
Het dictum ("Fallo") luidt: Vrijspraak (Absolución) voor alle 14 verdachten van alle ten laste gelegde feiten (drugshandel en deelname aan een criminele organisatie). De kosten worden van overheidswege gedragen en alle bewarende maatregelen worden opgeheven.