Hieronder volgt een begrijpelijke samenvatting van de vragen en antwoorden uit de commissievergadering voor Justitie van 14 januari 2026.
1. Inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek
- Vraag: Marijke Dillen (VB) uitte haar zorgen over de deadline van 8 april 2026 voor het nieuwe Strafwetboek. Ze vroeg of Justitie wel klaar is, gezien de noodzakelijke harmonisatiewetgeving, het gebrek aan opleiding voor personeel en verouderde IT-systemen.
- Antwoord: Minister Verlinden stelde dat er alles aan gedaan wordt om de deadline te halen. Er zijn inmiddels zeven voorontwerpen van wet voorbereid voor harmonisatie. Het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding voorziet in trainingen en er zijn extra middelen vrijgemaakt voor ICT-aanpassingen. Er zijn geen specifieke overgangsbepalingen, omdat rechters per geval moeten toetsen of de nieuwe wet milder is dan de oude.
2. Aanpak van illegale veelplegers
- Vraag: Victoria Vandeberg (MR) wees op de frustratie bij de politie over veelplegers zonder wettig verblijf die na arrestatie vaak direct weer worden vrijgelaten door plaatsgebrek in gevangenissen of het ontbreken van een vast adres voor een enkelband.
- Antwoord: De minister erkende de druk door overbevolking, maar benadrukte dat de wet voor iedereen gelijk is, ongeacht de verblijfsstatus. Op 15 december 2025 was 30% van de gevangenispopulatie een persoon zonder verblijfsrecht. Er wordt gewerkt aan een snellere overplaatsing naar gesloten centra of landen van herkomst.
3. Administratieve druk bij de politie
- Vraag: Vandeberg vroeg naar maatregelen om de administratieve last voor politieagenten te verlichten, zodat zij meer tijd hebben voor operationeel werk.
- Antwoord: Verlinden verwees naar de tool Itinera 2, waarmee politie en Justitie in realtime gegevens kunnen uitwisselen. Dit moet dubbel werk voorkomen en de transparantie over het gevolg van dossiers vergroten.
4. Mensenhandel (Rapport Myria)
- Vraag: Vandeberg vroeg hoe slachtoffers van mensenhandel beter beschermd kunnen worden zonder hen te overbelasten tijdens de gerechtelijke procedure ("dubbele victimisatie").
- Antwoord: De strijd tegen mensenhandel is een prioriteit. De richtlijnen voor de bescherming van slachtoffers worden herzien om de coördinatie tussen politie, Justitie en opvangcentra te verbeteren.
5. Werkdruk bij de rechtbank van eerste aanleg in Brussel
- Vraag: Dillen klaagde over de onhoudbare werkdruk bij de Nederlandstalige rechtbank in Brussel, waardoor burgerlijke zaken (zoals bouw- en fiscale dossiers) enorme vertraging oplopen.
- Antwoord: Er is 12 miljoen euro toegekend voor extra personeel. In 2026 wordt de rechtbank versterkt met drie bijkomende rechters en er komen drie extra onderzoekskabinetten bij.
6. Overbrenging van buitenlandse gedetineerden
- Vraag: François De Smet (DéFI) vroeg naar de cijfers van gedetineerden die effectief naar hun land van herkomst worden gestuurd om de overbevolking aan te pakken.
- Antwoord: De minister meldde dat er een nieuw plan van aanpak is getekend met Marokko, wat al tot de eerste drie overbrengingen leidde. Er bestaan ook verdragen met Albanië, Congo en Kosovo, maar de instemming van het ontvangende land blijft vaak een struikelblok.
7. Team voor cold cases en verjaring
- Vraag: Dillen stelde voor om een permanent team voor cold cases op te richten en de verjaringstermijn voor moord en doodslag af te schaffen.
- Antwoord: Procureurs kunnen nu al zelf zo'n sectie oprichten. Wat de verjaring betreft: experts adviseerden om alleen uitzonderlijk ernstige misdrijven (zoals terrorisme of dossiers type 'Bende van Nijvel') onverjaarbaar te maken.
8. Onzekerheid over Casa Legal
- Vraag: Khalil Aouasti (PS) en Pierre Jadoul (MR) vroegen waarom de vzw Casa Legal geen subsidies krijgt tijdens de periode van de "voorlopige twaalfden", wat hun voortbestaan bedreigt.
- Antwoord: De minister legde uit dat er tijdens deze begrotingsperiode geen facultatieve subsidies worden uitgekeerd om administratieve rompslomp te vermijden en vanwege het regeringsbeleid om minder te subsidiëren. Alleen openstaande bedragen van 2025 kunnen bij bewijs worden uitbetaald.
9. Verbod op pleidooien door strafrechters
- Vraag: Dillen vroeg of een rechter advocaten mag verbieden te pleiten als de conclusies al op papier staan, zoals gebeurde in het Kriva Rochem-proces.
- Antwoord: Hoewel het recht op een openbare zitting belangrijk is, kan een rechter volgens Europese rechtspraak afzien van een mondeling debat voor de efficiëntie, mits het dossier duidelijk genoeg is en de beslissing goed gemotiveerd wordt.
10. De vzw Het Huis
- Vraag: Alexander Van Hoecke (VB) uitte zorgen over de veiligheid in de bezoekruimtes van vzw Het Huis na een incident met intrafamiliaal geweld.
- Antwoord: Verlinden benadrukte dat de samenwerking met de vzw nodig blijft door de lange wachtlijsten bij de officiële centra (CAW), maar dat ze streeft naar een structurele versterking van de CAW's voor een veiligere omgeving.
11. Beperkingen door luchtvaartmaatschappijen
- Vraag: Van Hoecke vroeg naar het plan om luchtvaartmaatschappijen te dwingen meer mee te werken aan de terugkeer van uitgezette gedetineerden.
- Antwoord: Er wordt gewerkt aan een plan waarbij de minister van Mobiliteit in overleg gaat met maatschappijen die nu nog het aantal terugvluchten beperken of de politiebegeleiding bemoeilijken.
12. De wet-Quintin (verbod op organisaties)
- Vraag: Julien Ribaudo (PVDA-PTB) uitte kritiek op de wet die organisaties administratief wil kunnen verbieden, wat volgens hem de vrije meningsuiting bedreigt.
- Antwoord: De minister gaf aan dat haar administratie het kritische advies van de Raad van State onderzoekt en dat de verdere coördinatie bij de minister van Binnenlandse Zaken ligt.
13. Privébewaking in gevangenissen
- Vraag: Dillen vroeg waarom er private veiligheidsfirma's worden ingezet in gevangenissen in plaats van het statuut van cipiers te verbeteren.
- Antwoord: Dit is een tijdelijke maatregel voor de opening van de nieuwe gevangenis in Antwerpen. Privébewakers doen maximaal 10% van het werk en hebben geen contact met gedetineerden; zij doen enkel toegangscontrole en perifere bewaking.
14. Situatie in Iran
- Vraag: Aouasti vroeg naar de bescherming van Belgen met een Iraanse achtergrond tegen intimidatie door het Iraanse regime op Belgische bodem.
- Antwoord: De Staatsveiligheid monitort de situatie nauwgezet en onderzoekt pogingen tot "transnationale repressie". Er is specifieke aandacht voor officiële delegaties die als dekmantel voor vijandige activiteiten worden gebruikt.