Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de begroting en beleidsdoelstellingen van de Belgische Federale Overheidsdienst Justitie voor de periode 2024–2029. De focus ligt op de structurele financiering van diverse departementen, waaronder het gevangeniswezen, de rechterlijke orde en het Belgisch Staatsblad. Er wordt ruim aandacht besteed aan de modernisering van de strafuitvoering, waarbij re-integratie en humane detentieomstandigheden centraal staan. Daarnaast beschrijft de tekst de middelen voor juridische bijstand, de ondersteuning van kwetsbare groepen zoals niet-begeleide minderjarigen en de strijd tegen fraude. Ook de financiering van erkende erediensten en diverse gespecialiseerde commissies, zoals die voor euthanasie en bio-ethiek, komt aan bod. Strategische investeringen in digitalisering en ICT-beveiliging vormen een rode draad door het gehele financiële plan.
Het gedifferentieerd detentiebeheer bij het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) streeft naar een strafuitvoering die "op maat" is van de gedetineerde, waarbij de penitentiaire omgeving wordt afgestemd op het profiel van de gedetineerde om de re-integratiekansen te vergroten en detentieschade te beperken.
Dit systeem werkt concreet via de volgende pijlers en processen:
1. Assessment en Classificatie De basis van het systeem is een gestructureerd assessment van elke gedetineerde. Dit assessment bepaalt het profiel op basis van een samenspel van vier pijlers:
- De sociale capaciteiten van de gedetineerde;
- Veiligheidsindicatoren;
- Aspecten van kwetsbaarheid;
- Strafrechtelijke gegevens (zoals de duur van de straf).
Op basis van dit assessment en een risicoanalyse inzake recidive wordt bepaald welk regime het beste aansluit bij de behoeften van de gedetineerde.
2. Individueel Detentieplan Voor en met elke gedetineerde wordt een traject uitgestippeld in een individueel detentieplan,.
- Dit plan is het sluitstuk van de voorbereiding op re-integratie en legt vast welk regime en welke activiteiten (zoals opleiding, gevangenisarbeid, therapie of medische omkadering) de gedetineerde moet volgen,.
- Er wordt gestreefd naar een langetermijnvisie waarbij detentieplanning overgaat in reclasseringsplanning, zodat gedetineerden met een lager risico op recidive sneller door het detentietraject kunnen evolueren.
- De gedetineerde speelt hierin een actieve rol om zijn verantwoordelijkheidszin te bevorderen.
3. Infrastructuur en Veiligheidsniveaus Om dit beleid uit te voeren, worden de inrichtingen ingedeeld per veiligheidsniveau.
- Capaciteitsbeheer: Er wordt gestreefd naar voldoende capaciteit binnen elk veiligheidsniveau die overeenstemt met de risicoprofielen van de populatie.
- Nieuwe detentievormen: Een belangrijke vernieuwing is de uitrol van transitiehuizen en detentiehuizen,. Deze dienen als alternatief voor de klassieke strafuitvoering en zijn beter afgestemd op re-integratie. De Masterplannen Gevangenissen fungeren als hefboom om deze differentiatie in het patrimonium te realiseren.
- Integrale veiligheid: Er wordt een onderscheid gemaakt in de aanpak van verschillende doelgroepen. Voor "high profile" gedetineerden (zoals terroristen of geradicaliseerden) is er een beleid op maat, terwijl gedetineerden met een laag risicoprofiel in een lagere veiligheidsperimeter of zelfs extra muros kunnen worden gehuisvest,,.
4. Rol van het Personeel De nieuwe werkwijze heeft een grote impact op de organisatie en het personeel.
- De rollen binnen de inrichtingen worden herzien in functie van het classificatieproces.
- Er wordt een onderscheid gemaakt tussen "koude bewaking" (beveiliging) en "warme bewaking" (begeleiding en bejegening).
- Dit vereist nieuwe competentieprofielen en investeringen in opleiding, wat verankerd is in de penitentiaire wet van 23 maart 2019,,.
Het uiteindelijke doel is het creëren van een detentieklimaat dat gekenmerkt wordt door respect, menselijke waardigheid en een interactie tussen personeel en gedetineerden die gericht is op vertrouwen en ondersteuning.
-----
Het gedifferentieerd detentiebeheer bij het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) streeft naar een strafuitvoering die "op maat" is van de gedetineerde, waarbij de penitentiaire omgeving wordt afgestemd op het profiel van de gedetineerde om de re-integratiekansen te vergroten en detentieschade te beperken.
Dit systeem werkt concreet via de volgende pijlers en processen:
1. Assessment en Classificatie De basis van het systeem is een gestructureerd assessment van elke gedetineerde. Dit assessment bepaalt het profiel op basis van een samenspel van vier pijlers:
- De sociale capaciteiten van de gedetineerde;
- Veiligheidsindicatoren;
- Aspecten van kwetsbaarheid;
- Strafrechtelijke gegevens (zoals de duur van de straf).
Op basis van dit assessment en een risicoanalyse inzake recidive wordt bepaald welk regime het beste aansluit bij de behoeften van de gedetineerde.
2. Individueel Detentieplan Voor en met elke gedetineerde wordt een traject uitgestippeld in een individueel detentieplan,.
- Dit plan is het sluitstuk van de voorbereiding op re-integratie en legt vast welk regime en welke activiteiten (zoals opleiding, gevangenisarbeid, therapie of medische omkadering) de gedetineerde moet volgen,.
- Er wordt gestreefd naar een langetermijnvisie waarbij detentieplanning overgaat in reclasseringsplanning, zodat gedetineerden met een lager risico op recidive sneller door het detentietraject kunnen evolueren.
- De gedetineerde speelt hierin een actieve rol om zijn verantwoordelijkheidszin te bevorderen.
3. Infrastructuur en Veiligheidsniveaus Om dit beleid uit te voeren, worden de inrichtingen ingedeeld per veiligheidsniveau.
- Capaciteitsbeheer: Er wordt gestreefd naar voldoende capaciteit binnen elk veiligheidsniveau die overeenstemt met de risicoprofielen van de populatie.
- Nieuwe detentievormen: Een belangrijke vernieuwing is de uitrol van transitiehuizen en detentiehuizen,. Deze dienen als alternatief voor de klassieke strafuitvoering en zijn beter afgestemd op re-integratie. De Masterplannen Gevangenissen fungeren als hefboom om deze differentiatie in het patrimonium te realiseren.
- Integrale veiligheid: Er wordt een onderscheid gemaakt in de aanpak van verschillende doelgroepen. Voor "high profile" gedetineerden (zoals terroristen of geradicaliseerden) is er een beleid op maat, terwijl gedetineerden met een laag risicoprofiel in een lagere veiligheidsperimeter of zelfs extra muros kunnen worden gehuisvest,,.
4. Rol van het Personeel De nieuwe werkwijze heeft een grote impact op de organisatie en het personeel.
- De rollen binnen de inrichtingen worden herzien in functie van het classificatieproces.
- Er wordt een onderscheid gemaakt tussen "koude bewaking" (beveiliging) en "warme bewaking" (begeleiding en bejegening).
- Dit vereist nieuwe competentieprofielen en investeringen in opleiding, wat verankerd is in de penitentiaire wet van 23 maart 2019,,.
Het uiteindelijke doel is het creëren van een detentieklimaat dat gekenmerkt wordt door respect, menselijke waardigheid en een interactie tussen personeel en gedetineerden die gericht is op vertrouwen en ondersteuning.