Bron
Hieronder volgt een gedetailleerde samenvatting van het advies van de Raad van State over de wetsvoorstellen betreffende de rechtspersoonlijkheid van vakorganisaties, waarbij alleen het Nederlandstalige gedeelte van de bron wordt gebruikt.
1. Context en Doel van de Wetsvoorstellen
Het advies van de Raad van State, afdeling Wetgeving, gedateerd 14 mei 2025, behandelt twee wetsvoorstellen:
- "teneinde de vakbonden rechtspersoonlijkheid te verlenen" (wetsvoorstel 56 686/1).
- "betreffende de rechtspersoonlijkheid van vakorganisaties" (wetsvoorstel 56 372/1).
De voorstellen strekken tot het opleggen van de voorwaarde van rechtspersoonlijkheid aan werknemersorganisaties voor de toepassing van een aantal wettelijke bepalingen. Deze voorwaarde wordt toegevoegd aan diverse wetten waarin naar werknemersorganisaties wordt verwezen, waaronder:
- Wet van 20 september 1948 ‘houdende Organisatie van het Bedrijfsleven’.
- Wet van 5 december 1968 ‘betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités’.
- Wet van 19 december 1974 ‘tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel’.
- Wet van 24 maart 1999 ‘tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten’.
- Wet van 4 augustus 1996 ‘betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk’ (alleen in wetsvoorstel 77.560).
De inwerkingtreding verschilt per wetsvoorstel: wetsvoorstel 77.559 treedt in werking op de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, terwijl wetsvoorstel 77.560 pas in werking treedt op de eerste dag van de derde maand na publicatie. Enkele bepalingen van de voorstellen betreffen ook indirect interprofessionele werkgeversorganisaties.