HOOFDSTUK 1 — Algemene bepaling
Artikel 1
- Vraag:
Waar gaat deze wet eigenlijk over?
- Antwoord:
Deze wet regelt een zaak die heel belangrijk is volgens de Grondwet,
specifiek artikel 74. Dat betekent dat het een fundamentele en
belangrijke federale wet is.
HOOFDSTUK 2 — Wijzigingen van het oud Burgerlijk Wetboek
Artikel 2 & 3
- Vraag:
Wat zijn de verschillende soorten 'bewindvoerders' en wat is dat
'nationaal register' precies?
- Antwoord:
Goeie vraag! Deze wet maakt een duidelijk onderscheid:
- Een
'familiale bewindvoerder' is iemand die door de rechter wordt
aangewezen omdat die persoon een ouder, echtgenoot, wettelijk
samenwonende, of iemand is die een feitelijk gezin vormt, een lid van de
naaste familie, of nauwe banden heeft met de beschermde persoon of
instaat voor de dagelijkse zorg. Ook bepaalde privé-stichtingen of
stichtingen van openbaar nut die zich uitsluitend voor de beschermde
persoon inzetten, vallen hieronder.
- Een
'professionele bewindvoerder' is iemand die niet aan die familiale
definitie voldoet én die ingeschreven moet zijn in het nationaal
register van professionele bewindvoerders. Dat nationale register is
dus eigenlijk een officiële, geautomatiseerde lijst van
gekwalificeerde professionele bewindvoerders.
Artikel 4
- Vraag:
Wat gebeurt er als de rechter iemand als bewindvoerder wil aanstellen die
niet in dat nationale register staat?
- Antwoord:
Als de rechter iemand wil aanstellen die niet in het nationaal register
voor professionele bewindvoerders staat, of als die persoon geschorst is,
dan moet de rechter die aanstelling weigeren. De enige uitzondering
hierop is als het gaat om een familiale bewindvoerder; voor hen is
die registratie niet verplicht.
Artikel 5
- Vraag:
Hoe zit het met de keuze van de rechter voor een bewindvoerder?
- Antwoord:
De wet zorgt ervoor dat oudere teksten die specifieke familierelaties
opsomden, nu simpelweg de bredere term "familiale
bewindvoerder" gebruiken. Het belangrijkste is dat als een
vrederechter (de rechter die hierover beslist) geen familiale
bewindvoerder kan aanwijzen – bijvoorbeeld omdat er niemand geschikt
is in de familie, en de rechter legt uit waarom – dan moet de rechter een professionele
bewindvoerder aanwijzen. De rechter houdt dan rekening met bepaalde
criteria bij zijn keuze, afhankelijk van of het over de persoon of de
bezittingen van de beschermde persoon gaat.
Artikel 6
- Vraag:
Zijn er mensen die absoluut geen bewindvoerder mogen zijn?
- Antwoord:
Jazeker, er zijn duidelijke regels over wie niet als bewindvoerder
mag optreden:
- Personen
die zelf onder rechterlijke bescherming staan.
- Rechtspersonen
(zoals bv's of vzw's), met uitzondering van bepaalde private
stichtingen die zich uitsluitend voor de beschermde persoon inzetten
of stichtingen van openbaar nut met een speciaal comité hiervoor.
- Als
het gaat om het beheer van goederen, mogen personen die minder dan
tien jaar geleden failliet zijn verklaard of die toegelaten zijn
tot een collectieve schuldenregeling, geen bewindvoerder zijn.
- Ook
voor het beheer van goederen, mogen personen die niet vrij over
hun eigen bezittingen kunnen beschikken, geen bewindvoerder zijn.
- Personen
die volledig uit het ouderlijk gezag zijn ontzet.
Bovendien mogen bestuurs- of personeelsleden van een
instelling waar de beschermde persoon verblijft (of die daar de afgelopen vijf
jaar werkten), of dienstverleners van die instelling, geen
bewindvoerder zijn, tenzij ze ook een nauwe familieband hebben (zoals een
ouder, echtgenoot, of naaste familielid). Als een professionele bewindvoerder
door zo'n reden zijn taak niet meer kan uitoefenen, dan moet de griffie van de
vrederechter dit doorgeven aan de Minister van Justitie of een ambtenaar die
hij hiervoor heeft aangewezen.
Artikel 7
- Vraag:
Wat gebeurt er als een bewindvoerder niet meer geschikt is of niet goed
functioneert?
- Antwoord:
De vrederechter kan een bewindvoerder vervangen:
- Als
een van de 'onverenigbaarheidsgronden' (die we net bespraken bij artikel
6) zich voordoet.
- Als
een professionele bewindvoerder niet meer in het nationaal register
staat ingeschreven. De rechter kan dit uit zichzelf doen, of op
verzoek van de beschermde persoon, een vertrouwenspersoon, de
bewindvoerder zelf, een belanghebbende, of de procureur des Konings. Als
een familiale bewindvoerder problemen heeft met het uitvoeren van
zijn taak, kan de rechter hem verplichten om een (bij)scholing te
volgen.
Artikel 8
- Vraag:
Is er ook iets geschrapt in de wet?
- Antwoord:
Ja, artikel 497/1 van het oude Burgerlijk Wetboek is opgeheven
(verwijderd uit de wet).
Artikel 9
- Vraag:
Krijgen bewindvoerders betaald, en zo ja, hoeveel?
- Antwoord:
Ja, bewindvoerders krijgen een vergoeding, maar er zijn duidelijke regels
voor:
- Basiszoldiging:
De vrederechter kan een vast bedrag (forfaitaire vergoeding)
toekennen, nadat hij het verslag van de bewindvoerder heeft goedgekeurd.
De standaard basisvergoeding is 1000 euro per jaar per bewind.
- Dit
bedrag mag nooit hoger zijn dan het gemiddelde maandinkomen van de
beschermde persoon.
- In
het eerste jaar van het bewind wordt dit bedrag verhoogd met 125
euro.
- Er
kan een extra vast bedrag van vijf procent worden
toegekend op het deel van de jaarlijkse inkomsten van de beschermde
persoon dat boven de 20.000 euro uitkomt.
- De
Koning bepaalt welke specifieke inkomsten meetellen.
- Als
er meerdere bewindvoerders zijn (bijvoorbeeld één voor de persoon en één
voor de bezittingen), verdeelt de rechter de vergoeding op basis van het
werk dat iedereen daadwerkelijk heeft gedaan.
- De
rechter kan de vergoeding weigeren of verlagen als er bijzondere
omstandigheden zijn of als de bewindvoerder zijn taak niet goed
uitvoert.
- Uitzondering
voor ouders: Ouders die bewindvoerder zijn van hun kind, krijgen geen
vergoeding voor het dagelijkse beheer van het geld van hun kind, maar ze
kunnen wel 300 euro per jaar krijgen om gemaakte kosten te vergoeden.
- Vergoeding
voor buitengewone taken: Voor buitengewone ambtsverrichtingen
(taken die niet tot het dagelijkse beheer van het vermogen behoren, zowel
praktische als intellectuele prestaties) kan de rechter een aanvullende
vergoeding toekennen, op basis van een gedetailleerde en gemotiveerde
opgave.
- Deze
vergoeding is maximaal 125 euro per uur. De rechter kijkt dan
naar hoe ingewikkeld de taak was, hoeveel werk het kostte, en de
gangbare tarieven in die regio.
- Verplaatsingskosten
voor deze buitengewone taken worden vergoed volgens een
kilometervergoeding. Meestal worden alleen verplaatsingen tussen de
rechtbank en de plaats waar de taak wordt uitgevoerd vergoed.
- De
Koning kan bepalen welke taken precies als 'buitengewoon' of welke
kosten als 'uitzonderlijk' worden beschouwd.
- Indexering:
Alle bedragen die in euro's zijn uitgedrukt, worden elk jaar op 1 januari
automatisch aangepast (geïndexeerd) aan de gezondheidsindex. De
rechter past de bedragen toe die gelden op het moment dat de
bewindvoerder zijn aanvraag indient.
Artikel 10
- Vraag:
Wat gebeurt er als de vrederechter merkt dat een bewindvoerder fraude
pleegt of tekortschiet?
- Antwoord:
Als de vrederechter ernstige aanwijzingen van tekortkomingen of fraude
vaststelt bij het beheer van een bewindvoerder, moet de griffier (de
secretaris van de rechtbank) dit doorgeven aan de stafhouder (voor
advocaten), het auditoraat (voor gerechtsdeurwaarders), of de Nationale
Kamer van notarissen. Dit zorgt voor controle en eventuele maatregelen
binnen de beroepsgroep.
Artikel 11
- Vraag:
Is er iets veranderd in hoe professionele bewindvoerders worden
geïnformeerd?
- Antwoord:
Ja, nu kunnen officiële berichten ook naar het adres van de professionele
bewindvoerder gestuurd worden zoals dat in de Kruispuntbank van
Ondernemingen (KBO) staat. Dit maakt de communicatie waarschijnlijk
efficiënter en officiëler.
HOOFDSTUK 3 — Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Artikel 12
- Vraag:
Mogen rechters die zelf bewindvoerder zijn zitting nemen in zaken over
beschermde personen?
- Antwoord:
Nee, rechters mogen niet als rechter optreden in zaken die gaan
over de bescherming van personen (volgens specifieke artikelen in het oude
Burgerlijk Wetboek) als zij zelf professionele bewindvoerder zijn.
Dit is om belangenconflicten te vermijden.
Artikel 13
- Vraag:
Wordt er iets toegevoegd aan de tuchtregels voor advocaten die
bewindvoerder zijn?
- Antwoord:
Ja, de bestaande regels voor advocaten zijn aangevuld. Nu kunnen inbreuken
op de deontologische code die specifiek is voor professionele
bewindvoerders ook bestraft worden binnen de tuchtprocedure van
advocaten. De deontologische code bevat gedragsregels.
Artikel 14
- Vraag:
Welke straffen kunnen worden opgelegd aan advocaten die professionele
bewindvoerders zijn, en wat zijn de gevolgen?
- Antwoord:
De tuchtraad kan een advocaat die professioneel bewindvoerder is, schorsen
(voor maximaal een jaar) of schrappen uit het nationaal register van
professionele bewindvoerders. Dit kan op zichzelf staan of
gecombineerd worden met andere tuchtstraffen. Belangrijk is dat als een
advocaat al geschorst of geschrapt wordt van zijn 'tableau' (de lijst van
advocaten) of van de lijst van stagiairs, dit automatisch ook leidt
tot schorsing of schrapping uit het nationaal register van professionele
bewindvoerders. Zodra zo'n beslissing definitief is, wordt dit doorgegeven
aan de Minister van Justitie.
Artikel 15
- Vraag:
Geldt dit ook voor andere beroepen die bewindvoerder kunnen zijn?
- Antwoord:
Jazeker, deze regels zijn vergelijkbaar voor andere beroepen die ook
bewindvoerder kunnen zijn, zoals gerechtsdeurwaarders of notarissen. Ook
zij kunnen geschorst worden voor maximaal een jaar, of geschrapt worden
uit het nationaal register van professionele bewindvoerders. Een
schorsing, afzetting of ontneming van hun eigen beroepsbevoegdheid leidt automatisch
tot schorsing of schrapping uit het register van bewindvoerders. Deze
beslissingen worden ook gecommuniceerd aan de Minister van Justitie.
Artikel 16, 17, 18, 19
- Vraag:
Wat zijn de grotere veranderingen in het Gerechtelijk Wetboek?
- Antwoord:
Deze artikelen gaan over de structuur van het Gerechtelijk Wetboek. Het is
nu zo:
- Boek
V van het tweede deel van het Gerechtelijk Wetboek krijgt een nieuwe
titel: "Bepaalde bijzondere gerechtelijke actoren".
- Er
wordt een nieuw hoofdstuk I ingevoegd over "Gerechtsdeskundigen
en de beëdigde vertalers, tolken en vertalers-tolken".
- Daarnaast
wordt er een nieuw hoofdstuk II ingevoegd.
- En
in dat nieuwe hoofdstuk II komt dan een Afdeling 1 met als titel
"Nationaal register van professionele bewindvoerders". Dus,
het nationaal register is nu een officieel onderdeel van de wetboeken.
Artikel 20
- Vraag:
Wat is precies het doel van dat Nationaal Register van professionele
bewindvoerders?
- Antwoord:
Het register is een digitale databank met de lijst van mensen die
voldoen aan de voorwaarden om professionele bewindvoerder te zijn. De
belangrijkste doelen zijn:
- Makkelijker
maken voor rechters en griffiers om geschikte professionele
bewindvoerders te vinden en te contacteren.
- Mensen
die een voorkeur willen uitspreken voor een bewindvoerder (voor
als ze later zelf beschermd zouden moeten worden), kunnen zo zien wie er
in aanmerking komt.
- Iedereen
die belang heeft bij de beschermde persoon kan controleren of de
aangewezen professionele bewindvoerder nog steeds aan alle eisen voldoet,
en vooral of hij nog in het register staat. Als dat niet zo is, kan aan
de rechter gevraagd worden om een vervanger aan te stellen.
Artikel 21
- Vraag:
Wie beheert dit register?
- Antwoord:
De Federale Overheidsdienst Justitie (FOD Justitie) is
verantwoordelijk voor het opzetten en beheren van dit register. Zij zijn
ook de 'verwerkingsverantwoordelijke', wat betekent dat zij de baas zijn
over hoe de persoonsgegevens in het register worden verwerkt, en over de
procedures voor inschrijving, verlenging en uitschrijving.
Artikel 22
- Vraag:
Welke informatie staat er allemaal in dat register?
- Antwoord:
Het register bevat de volgende gegevens van professionele bewindvoerders:
- Naam
en voornamen.
- Rijksregisternummer
en, indien van toepassing, het nummer van de Kruispuntbank van
Ondernemingen (KBO).
- Adres
waar de bewindvoerder gevestigd is.
- Contactgegevens.
- De
gerechtelijke arrondissementen en/of kantons waarin de bewindvoerder wil
werken.
- De
datum van inschrijving of verlenging van de inschrijving.
- Indien
van toepassing: de datum en duur van een schorsing of schrapping uit het
register, en wie die beslissing heeft genomen.
- De
taal of talen waarin de bewindvoerder kan communiceren met de beschermde
persoon. Elke professionele bewindvoerder moet zelf elke wijziging in
deze gegevens doorgeven aan de Minister van Justitie of zijn
afgevaardigde. Het register bevat ook alle documenten en gegevens die te
maken hebben met de procedures van inschrijving, verlenging en
uitschrijving.
Artikel 23
- Vraag:
Wie heeft toegang tot de gegevens in het register en is het openbaar?
- Antwoord:
Alleen bepaalde personen hebben toegang tot alle gegevens in het
register: dat zijn de rechters, de griffiers en de FOD Justitie, en dit
enkel voor zover nodig voor hun wettelijke taken. Een deel van de gegevens
is wel openbaar toegankelijk voor iedereen, via de website van de
FOD Justitie. Dit zijn:
- Naam
en voornamen van de bewindvoerder.
- Adres
waar die gevestigd is.
- Contactgegevens.
- De
gerechtelijke arrondissementen en kantons waar ze hun opdrachten kunnen
uitvoeren.
- De
taal of talen waarin ze kunnen communiceren met de beschermde persoon. De
FOD Justitie mag de gegevens van het register niet delen met anderen
dan diegenen die wettelijk toegang hebben. Iedereen die met deze gegevens
werkt, moet de vertrouwelijkheid respecteren, en als ze dit niet
doen, kunnen ze strafrechtelijk vervolgd worden (artikel 458
Strafwetboek).
Artikel 24
- Vraag:
Wie bepaalt de precieze regels voor dit register?
- Antwoord:
De Koning zal de gedetailleerde regels bepalen voor hoe het
register wordt opgezet en werkt, hoe de toegang en controle verlopen, en
hoe de openbare gegevens beschikbaar worden gesteld op de website van de
FOD Justitie. Dit gebeurt na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit
(die waakt over privacy).
Artikel 25
- Vraag:
Hoe lang worden de gegevens in het register bewaard?
- Antwoord:
De gegevens van een bewindvoerder blijven in het register zolang die
persoon ingeschreven is. Nadat een bewindvoerder is uitgeschreven,
worden de identificatiegegevens, de informatie dat die persoon is
uitgeschreven en de datum van uitschrijving nog tien jaar bewaard.
Na die termijn worden de gegevens gewist, tenzij de archiefwet anders
bepaalt.
Artikel 26
- Vraag:
Is er een specifieke sectie over hoe je in het register komt?
- Antwoord:
Ja, in het Gerechtelijk Wetboek is een nieuwe Afdeling 2 ingevoegd met de
titel "Opname in het register". Dit deel legt dus de
procedure voor inschrijving uit.
Artikel 27
- Vraag:
Wie mag professioneel bewindvoerder zijn en welke voorwaarden zijn er om
in het register te komen?
- Antwoord:
Alleen natuurlijke personen die officieel zijn ingeschreven in het
register (na een beslissing van de Minister van Justitie of zijn
afgevaardigde) mogen professionele bewindvoerder zijn en opdrachten
uitvoeren. Naast de onverenigbaarheidsgronden (die we bij artikel 6
zagen), moeten kandidaat-bewindvoerders of bestaande bewindvoerders die
hun inschrijving willen verlengen aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Opleiding:
Ze moeten een erkende theoretische en praktische opleiding hebben
gevolgd. Deze opleiding moet onder andere gaan over:
- Juridische
zaken die relevant zijn voor hun taak.
- Het
dagelijkse beheer van een bewind.
- Kennis
van medische aandoeningen van beschermde personen.
- Communicatie
met de beschermde persoon en diens omgeving.
- De
deontologische regels (gedragsregels) voor professionele bewindvoerders.
Voor het verlengen van hun inschrijving moeten ze een erkende
permanente vorming van acht uur hebben gevolgd in de afgelopen twee
jaar. De Minister van Justitie erkent deze opleidingen na advies van een
speciale commissie, en de Koning bepaalt de inhoud.
- Deontologische
code: Ze moeten verklaren dat ze de gedragsregels onderschrijven
en naleven tijdens hun hele inschrijving. De Koning bepaalt de inhoud
van deze code.
- Bekwaamheid,
onafhankelijkheid en onpartijdigheid: Ze moeten kunnen aantonen dat
ze hierover beschikken om hun taak goed uit te voeren.
- Materiële
en financiële draagkracht: Ze moeten voldoende middelen hebben om de
functie van professionele bewindvoerder uit te oefenen.
- Tuchtstraffen:
Ze mogen de afgelopen tien jaar geen tuchtstraf hebben gekregen
die niet samengaat met de functie van professionele bewindvoerder.
- Strafblad:
Ze mogen niet definitief veroordeeld zijn voor criminele of
correctionele straffen, tenzij ze in eer en rechten zijn hersteld.
Uitzonderingen zijn verkeersovertredingen of veroordelingen die volgens
de Minister van Justitie duidelijk geen beletsel vormen voor de functie.
Artikel 28
- Vraag:
Hoe vraag je inschrijving aan in het register?
- Antwoord:
Als kandidaat-professioneel bewindvoerder dien je je aanvraag in via
het register zelf. Je moet aangeven in welke gerechtelijke
arrondissementen of kantons je wilt werken. De aanvraag is alleen
ontvankelijk (wordt in behandeling genomen) als je verklaart de deontologische
code te onderschrijven en de volgende documenten meestuurt:
- Bewijs
van het volgen van de erkende opleiding.
- Als
je een gereglementeerd beroep uitoefent (zoals advocaat of notaris): een
positief en gemotiveerd advies van de vertegenwoordiger van je
beroepsgroep dat bevestigt dat je aan de voorwaarden voldoet
(bekwaamheid, onafhankelijkheid, financiële draagkracht, geen
tuchtstraffen).
- Als
je geen gereglementeerd beroep uitoefent: documenten die bewijzen dat je
aan diezelfde voorwaarden voldoet. Binnen drie maanden na de aanvraag
verzamelt de Minister van Justitie (of zijn afgevaardigde) informatie
over mogelijke onverenigbaarheden en de moraliteit van de kandidaat
bij het openbaar ministerie. Ook wordt binnen die termijn het advies
ingewonnen van de voorzitters van de vrederechters en politierechters
in de gebieden waar de kandidaat wil werken. Deze informatie mag alleen
voor deze procedure gebruikt worden. De Minister neemt dan een beslissing
op basis van alle informatie en adviezen, en die beslissing wordt binnen
zeven dagen aan de kandidaat meegedeeld. Als de beslissing positief is,
word je voor een periode van twee jaar ingeschreven in het register.
Artikel 29
- Vraag:
Hoe werkt de verlenging van de inschrijving en wat als er problemen zijn?
- Antwoord:
Je inschrijving van twee jaar kan telkens met twee jaar worden verlengd,
zolang je aan de voorwaarden blijft voldoen. De Minister van Justitie
waarschuwt je drie maanden voor de vervaldatum, zodat je op tijd de nodige
informatie kunt doorgeven. Om je aanvraag voor verlenging ontvankelijk te
maken, moet je (vóór de vervaldatum) de volgende documenten via het
register meesturen:
- Bewijs
van het volgen van de permanente vorming (bijscholing).
- Als
je een gereglementeerd beroep uitoefent: een positief en gemotiveerd
advies van je beroepsvertegenwoordiger, waaruit blijkt dat je nog steeds
aan de voorwaarden voldoet én of je nog geschikt lijkt om nieuwe dossiers
te behandelen. De Minister van Justitie keurt de verlenging goed als je
de afgelopen twee jaar geen strafrechtelijke veroordeling, geen
melding van ernstige tekortkomingen/fraude of geen onverenigbaarheid
hebt gehad. Als er wel zo'n situatie is, of als uit het advies blijkt dat
je wel bekwaam bent maar geen nieuwe dossiers meer lijkt te kunnen
behandelen, wint de Minister advies in van de vrederechters en
politierechters en verzamelt hij andere relevante informatie. Op basis
hiervan neemt hij een beslissing. Als blijkt dat je nog steeds aan de
voorwaarden voldoet, maar geen nieuwe dossiers meer aankunt, kan de
Minister de verlenging combineren met een schorsing voor maximaal een
jaar. De beslissing wordt binnen zeven dagen aan de bewindvoerder (en
de beroepsvertegenwoordiger indien van toepassing) meegedeeld. De
inschrijving blijft geldig totdat de beslissing definitief is, en de
verlenging gaat in zodra die wordt toegekend. Als de verlenging niet
op tijd wordt aangevraagd of niet wordt toegekend, word je uit het
register uitgeschreven. Dit wordt dan doorgegeven aan de
vrederechters in de kantons waar je als bewindvoerder was aangewezen.
Artikel 30
- Vraag:
Wanneer kun je uit het register worden geschrapt of geschorst, en hoe gaat
dat dan?
- Antwoord:
Een professionele bewindvoerder kan op elk moment door de Minister van
Justitie worden uitgeschreven uit het register als hij niet meer
voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden (zoals het respecteren van de
gedragscode, bekwaamheid, financiële draagkracht, geen tuchtstraffen of
veroordelingen), of als er een grond van onverenigbaarheid (zie artikel 6)
is. Ook kan je inschrijving op elk moment voor maximaal een jaar worden
geschorst als je nog wel aan de voorwaarden voldoet, maar niet in
staat bent om nieuwe dossiers te behandelen. Als er een tekortkoming
wordt vastgesteld, kan dit leiden tot een tuchtstraf van schorsing
of schrapping uit het register. Als je een gereglementeerd beroep
uitoefent, worden deze tekortkomingen doorgegeven aan je
beroepsorganisatie (stafhouder, auditoraat, Kamer van notarissen). Als je
geen gereglementeerd beroep uitoefent, neemt de Minister van Justitie zelf
de tuchtbeslissing. De uitschrijving kan ook automatisch gebeuren
als er een beslissing is die de schrapping van de inschrijving inhoudt, of
als er een onverenigbaarheidsgrond wordt vastgesteld. Wanneer de Minister
van Justitie op de hoogte is van een strafrechtelijke veroordeling of
melding van ernstige tekortkomingen/fraude, vraagt hij advies aan de
vrederechters en politierechters. Als je een gereglementeerd beroep
uitoefent, wordt ook het advies van je beroepsvertegenwoordiger
ingewonnen. De Minister neemt dan een beslissing na het verzamelen van
alle informatie en adviezen, en na jouw opmerkingen te hebben overwogen.
De beslissing wordt binnen zeven dagen aan de bewindvoerder (en
beroepsvertegenwoordiger indien van toepassing) meegedeeld. De
uitschrijving wordt ook meegedeeld aan de vrederechters in de kantons waar
de bewindvoerder was aangewezen.
Artikel 31
- Vraag:
Wat zijn de gevolgen als je geschorst of geschrapt bent uit het register?
- Antwoord:
De Minister van Justitie (of zijn afgevaardigde) noteert in het register
dat een bewindvoerder geschorst of geschrapt is.
- Een
geschorste bewindvoerder blijft in het register staan, maar mag geen
nieuwe dossiers aannemen. De schorsing heeft geen invloed op de
dossiers die al liepen.
- Een
geschrapte bewindvoerder wordt uit het register verwijderd. Deze
persoon mag gedurende tien jaar geen nieuwe aanvraag meer indienen
om in het register te worden opgenomen, gerekend vanaf de dag dat de
schrappingsbeslissing definitief is geworden.
Artikel 32
- Vraag:
Mag een advocaat die bewindvoerder is ook advocaat zijn van de beschermde
persoon zelf?
- Antwoord:
Nee, een advocaat die als bewindvoerder is aangesteld voor een
beschermd persoon, mag niet tegelijkertijd de advocaat van diezelfde
beschermde persoon zijn. Deze regel geldt niet alleen voor de
advocaat-bewindvoerder zelf, maar ook voor zijn of haar medewerkers en
voor andere advocaten die vanuit dezelfde organisatie of materiële
structuur werken, of die een samenwerking hebben opgericht (zelfs als ze
alleen kosten delen en geen honoraria). Dit is om belangenconflicten te
vermijden.
Artikel 33
- Vraag:
Krijgen familiale bewindvoerders ondersteuning?
- Antwoord:
Ja! De griffiers (secretarissen van de rechtbank) hebben een belangrijke
taak hierin. Wanneer een familiale bewindvoerder wordt aangesteld,
informeren de griffiers hen over informatiesessies die in het
gerechtelijke arrondissement worden georganiseerd. Ze geven hen ook een praktische
gids over hun mandaat en informatie over permanenties of andere
initiatieven in de regio die hen kunnen helpen bij hun taken. Dit is
erg handig om familiale bewindvoerders op weg te helpen.
Artikel 34
- Vraag:
Wat gebeurt er als een professionele bewindvoerder zelf onder bescherming
wordt geplaatst?
- Antwoord:
Als een professionele bewindvoerder zelf onder gerechtelijke bescherming
wordt geplaatst, moet de griffier van de vrederechter binnen drie dagen
na de uitspraak een uittreksel van die beslissing doorgeven aan de
Minister van Justitie of zijn afgevaardigde. Dit is belangrijk omdat
het waarschijnlijk een grond van onverenigbaarheid betekent (zie artikel
6).
HOOFDSTUK 4 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 35
- Vraag:
Wanneer moet iedereen in dat register staan, en zijn er overgangsregels
voor opleiding?
- Antwoord:
Alle professionele bewindvoerders moeten verplicht worden opgenomen in
het nationaal register. De Koning bepaalt de exacte datum, maar dit
moet uiterlijk op 1 juli 2026 gebeurd zijn. De verplichte opleiding
(artikel 555/23, §2, lid 1, 1°) wordt ook door de Koning vastgesteld, maar
moet uiterlijk op 1 januari 2027 van toepassing zijn. Voor
professionele bewindvoerders die al minimaal vijf jaar actief zijn en
meer dan twintig dossiers hebben op de datum die de Koning bepaalt,
geldt een speciale regeling:
- Zij
hoeven slechts de helft van de uren van de volledige opleiding te
volgen.
- Ze
mogen zelf kiezen welke modules ze volgen, maar de opleiding moet minstens
betrekking hebben op deontologie, de menselijke aspecten van hun taken,
en communicatietechnieken met de beschermde persoon en diens
omgeving. Deze 'halve' opleiding moeten ze uiterlijk bij hun tweede
inschrijvingsvernieuwing (verlenging) na de ingangsdatum volgen.
Artikel 36
- Vraag:
Vanaf wanneer gelden de nieuwe regels over de vergoedingen?
- Antwoord:
De nieuwe regels voor de vergoeding van bewindvoerders, die in artikel 9
worden beschreven, zijn van toepassing vanaf het moment dat het eerste
verslag wordt ingediend na de inwerkingtreding van artikel 9.
Artikel 37
- Vraag:
Wanneer treedt deze hele wet in werking?
- Antwoord:
Deze wet treedt in werking op een datum die de Koning zal bepalen, maar uiterlijk
op 1 september 2025. Een uitzondering is artikel 9 (over de
vergoedingen), dat al eerder in werking treedt: ook op een door de Koning
te bepalen datum, maar uiterlijk op 1 januari 2025. Dit betekent
dat de regels over vergoedingen eerder van kracht kunnen worden dan de
rest van de wet.