woensdag 25 juni 2025

8 NOVEMBER 2023. — Wet betreffende het statuut van bewindvoerder over een beschermde persoon

 Bron

HOOFDSTUK 1 — Algemene bepaling

Artikel 1

  • Vraag: Waar gaat deze wet eigenlijk over?
  • Antwoord: Deze wet regelt een zaak die heel belangrijk is volgens de Grondwet, specifiek artikel 74. Dat betekent dat het een fundamentele en belangrijke federale wet is.

HOOFDSTUK 2 — Wijzigingen van het oud Burgerlijk Wetboek

Artikel 2 & 3

  • Vraag: Wat zijn de verschillende soorten 'bewindvoerders' en wat is dat 'nationaal register' precies?
  • Antwoord: Goeie vraag! Deze wet maakt een duidelijk onderscheid:
    • Een 'familiale bewindvoerder' is iemand die door de rechter wordt aangewezen omdat die persoon een ouder, echtgenoot, wettelijk samenwonende, of iemand is die een feitelijk gezin vormt, een lid van de naaste familie, of nauwe banden heeft met de beschermde persoon of instaat voor de dagelijkse zorg. Ook bepaalde privé-stichtingen of stichtingen van openbaar nut die zich uitsluitend voor de beschermde persoon inzetten, vallen hieronder.
    • Een 'professionele bewindvoerder' is iemand die niet aan die familiale definitie voldoet én die ingeschreven moet zijn in het nationaal register van professionele bewindvoerders. Dat nationale register is dus eigenlijk een officiële, geautomatiseerde lijst van gekwalificeerde professionele bewindvoerders.

Artikel 4

  • Vraag: Wat gebeurt er als de rechter iemand als bewindvoerder wil aanstellen die niet in dat nationale register staat?
  • Antwoord: Als de rechter iemand wil aanstellen die niet in het nationaal register voor professionele bewindvoerders staat, of als die persoon geschorst is, dan moet de rechter die aanstelling weigeren. De enige uitzondering hierop is als het gaat om een familiale bewindvoerder; voor hen is die registratie niet verplicht.

Artikel 5

  • Vraag: Hoe zit het met de keuze van de rechter voor een bewindvoerder?
  • Antwoord: De wet zorgt ervoor dat oudere teksten die specifieke familierelaties opsomden, nu simpelweg de bredere term "familiale bewindvoerder" gebruiken. Het belangrijkste is dat als een vrederechter (de rechter die hierover beslist) geen familiale bewindvoerder kan aanwijzen – bijvoorbeeld omdat er niemand geschikt is in de familie, en de rechter legt uit waarom – dan moet de rechter een professionele bewindvoerder aanwijzen. De rechter houdt dan rekening met bepaalde criteria bij zijn keuze, afhankelijk van of het over de persoon of de bezittingen van de beschermde persoon gaat.

Artikel 6

  • Vraag: Zijn er mensen die absoluut geen bewindvoerder mogen zijn?
  • Antwoord: Jazeker, er zijn duidelijke regels over wie niet als bewindvoerder mag optreden:
    • Personen die zelf onder rechterlijke bescherming staan.
    • Rechtspersonen (zoals bv's of vzw's), met uitzondering van bepaalde private stichtingen die zich uitsluitend voor de beschermde persoon inzetten of stichtingen van openbaar nut met een speciaal comité hiervoor.
    • Als het gaat om het beheer van goederen, mogen personen die minder dan tien jaar geleden failliet zijn verklaard of die toegelaten zijn tot een collectieve schuldenregeling, geen bewindvoerder zijn.
    • Ook voor het beheer van goederen, mogen personen die niet vrij over hun eigen bezittingen kunnen beschikken, geen bewindvoerder zijn.
    • Personen die volledig uit het ouderlijk gezag zijn ontzet.

Bovendien mogen bestuurs- of personeelsleden van een instelling waar de beschermde persoon verblijft (of die daar de afgelopen vijf jaar werkten), of dienstverleners van die instelling, geen bewindvoerder zijn, tenzij ze ook een nauwe familieband hebben (zoals een ouder, echtgenoot, of naaste familielid). Als een professionele bewindvoerder door zo'n reden zijn taak niet meer kan uitoefenen, dan moet de griffie van de vrederechter dit doorgeven aan de Minister van Justitie of een ambtenaar die hij hiervoor heeft aangewezen.

Artikel 7

  • Vraag: Wat gebeurt er als een bewindvoerder niet meer geschikt is of niet goed functioneert?
  • Antwoord: De vrederechter kan een bewindvoerder vervangen:
    • Als een van de 'onverenigbaarheidsgronden' (die we net bespraken bij artikel 6) zich voordoet.
    • Als een professionele bewindvoerder niet meer in het nationaal register staat ingeschreven. De rechter kan dit uit zichzelf doen, of op verzoek van de beschermde persoon, een vertrouwenspersoon, de bewindvoerder zelf, een belanghebbende, of de procureur des Konings. Als een familiale bewindvoerder problemen heeft met het uitvoeren van zijn taak, kan de rechter hem verplichten om een (bij)scholing te volgen.

Artikel 8

  • Vraag: Is er ook iets geschrapt in de wet?
  • Antwoord: Ja, artikel 497/1 van het oude Burgerlijk Wetboek is opgeheven (verwijderd uit de wet).

Artikel 9

  • Vraag: Krijgen bewindvoerders betaald, en zo ja, hoeveel?
  • Antwoord: Ja, bewindvoerders krijgen een vergoeding, maar er zijn duidelijke regels voor:
    • Basiszoldiging: De vrederechter kan een vast bedrag (forfaitaire vergoeding) toekennen, nadat hij het verslag van de bewindvoerder heeft goedgekeurd. De standaard basisvergoeding is 1000 euro per jaar per bewind.
      • Dit bedrag mag nooit hoger zijn dan het gemiddelde maandinkomen van de beschermde persoon.
      • In het eerste jaar van het bewind wordt dit bedrag verhoogd met 125 euro.
      • Er kan een extra vast bedrag van vijf procent worden toegekend op het deel van de jaarlijkse inkomsten van de beschermde persoon dat boven de 20.000 euro uitkomt.
      • De Koning bepaalt welke specifieke inkomsten meetellen.
      • Als er meerdere bewindvoerders zijn (bijvoorbeeld één voor de persoon en één voor de bezittingen), verdeelt de rechter de vergoeding op basis van het werk dat iedereen daadwerkelijk heeft gedaan.
      • De rechter kan de vergoeding weigeren of verlagen als er bijzondere omstandigheden zijn of als de bewindvoerder zijn taak niet goed uitvoert.
    • Uitzondering voor ouders: Ouders die bewindvoerder zijn van hun kind, krijgen geen vergoeding voor het dagelijkse beheer van het geld van hun kind, maar ze kunnen wel 300 euro per jaar krijgen om gemaakte kosten te vergoeden.
    • Vergoeding voor buitengewone taken: Voor buitengewone ambtsverrichtingen (taken die niet tot het dagelijkse beheer van het vermogen behoren, zowel praktische als intellectuele prestaties) kan de rechter een aanvullende vergoeding toekennen, op basis van een gedetailleerde en gemotiveerde opgave.
      • Deze vergoeding is maximaal 125 euro per uur. De rechter kijkt dan naar hoe ingewikkeld de taak was, hoeveel werk het kostte, en de gangbare tarieven in die regio.
      • Verplaatsingskosten voor deze buitengewone taken worden vergoed volgens een kilometervergoeding. Meestal worden alleen verplaatsingen tussen de rechtbank en de plaats waar de taak wordt uitgevoerd vergoed.
      • De Koning kan bepalen welke taken precies als 'buitengewoon' of welke kosten als 'uitzonderlijk' worden beschouwd.
    • Indexering: Alle bedragen die in euro's zijn uitgedrukt, worden elk jaar op 1 januari automatisch aangepast (geïndexeerd) aan de gezondheidsindex. De rechter past de bedragen toe die gelden op het moment dat de bewindvoerder zijn aanvraag indient.

Artikel 10

  • Vraag: Wat gebeurt er als de vrederechter merkt dat een bewindvoerder fraude pleegt of tekortschiet?
  • Antwoord: Als de vrederechter ernstige aanwijzingen van tekortkomingen of fraude vaststelt bij het beheer van een bewindvoerder, moet de griffier (de secretaris van de rechtbank) dit doorgeven aan de stafhouder (voor advocaten), het auditoraat (voor gerechtsdeurwaarders), of de Nationale Kamer van notarissen. Dit zorgt voor controle en eventuele maatregelen binnen de beroepsgroep.

Artikel 11

  • Vraag: Is er iets veranderd in hoe professionele bewindvoerders worden geïnformeerd?
  • Antwoord: Ja, nu kunnen officiële berichten ook naar het adres van de professionele bewindvoerder gestuurd worden zoals dat in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) staat. Dit maakt de communicatie waarschijnlijk efficiënter en officiëler.

HOOFDSTUK 3 — Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek

Artikel 12

  • Vraag: Mogen rechters die zelf bewindvoerder zijn zitting nemen in zaken over beschermde personen?
  • Antwoord: Nee, rechters mogen niet als rechter optreden in zaken die gaan over de bescherming van personen (volgens specifieke artikelen in het oude Burgerlijk Wetboek) als zij zelf professionele bewindvoerder zijn. Dit is om belangenconflicten te vermijden.

Artikel 13

  • Vraag: Wordt er iets toegevoegd aan de tuchtregels voor advocaten die bewindvoerder zijn?
  • Antwoord: Ja, de bestaande regels voor advocaten zijn aangevuld. Nu kunnen inbreuken op de deontologische code die specifiek is voor professionele bewindvoerders ook bestraft worden binnen de tuchtprocedure van advocaten. De deontologische code bevat gedragsregels.

Artikel 14

  • Vraag: Welke straffen kunnen worden opgelegd aan advocaten die professionele bewindvoerders zijn, en wat zijn de gevolgen?
  • Antwoord: De tuchtraad kan een advocaat die professioneel bewindvoerder is, schorsen (voor maximaal een jaar) of schrappen uit het nationaal register van professionele bewindvoerders. Dit kan op zichzelf staan of gecombineerd worden met andere tuchtstraffen. Belangrijk is dat als een advocaat al geschorst of geschrapt wordt van zijn 'tableau' (de lijst van advocaten) of van de lijst van stagiairs, dit automatisch ook leidt tot schorsing of schrapping uit het nationaal register van professionele bewindvoerders. Zodra zo'n beslissing definitief is, wordt dit doorgegeven aan de Minister van Justitie.

Artikel 15

  • Vraag: Geldt dit ook voor andere beroepen die bewindvoerder kunnen zijn?
  • Antwoord: Jazeker, deze regels zijn vergelijkbaar voor andere beroepen die ook bewindvoerder kunnen zijn, zoals gerechtsdeurwaarders of notarissen. Ook zij kunnen geschorst worden voor maximaal een jaar, of geschrapt worden uit het nationaal register van professionele bewindvoerders. Een schorsing, afzetting of ontneming van hun eigen beroepsbevoegdheid leidt automatisch tot schorsing of schrapping uit het register van bewindvoerders. Deze beslissingen worden ook gecommuniceerd aan de Minister van Justitie.

Artikel 16, 17, 18, 19

  • Vraag: Wat zijn de grotere veranderingen in het Gerechtelijk Wetboek?
  • Antwoord: Deze artikelen gaan over de structuur van het Gerechtelijk Wetboek. Het is nu zo:
    • Boek V van het tweede deel van het Gerechtelijk Wetboek krijgt een nieuwe titel: "Bepaalde bijzondere gerechtelijke actoren".
    • Er wordt een nieuw hoofdstuk I ingevoegd over "Gerechtsdeskundigen en de beëdigde vertalers, tolken en vertalers-tolken".
    • Daarnaast wordt er een nieuw hoofdstuk II ingevoegd.
    • En in dat nieuwe hoofdstuk II komt dan een Afdeling 1 met als titel "Nationaal register van professionele bewindvoerders". Dus, het nationaal register is nu een officieel onderdeel van de wetboeken.

Artikel 20

  • Vraag: Wat is precies het doel van dat Nationaal Register van professionele bewindvoerders?
  • Antwoord: Het register is een digitale databank met de lijst van mensen die voldoen aan de voorwaarden om professionele bewindvoerder te zijn. De belangrijkste doelen zijn:
    • Makkelijker maken voor rechters en griffiers om geschikte professionele bewindvoerders te vinden en te contacteren.
    • Mensen die een voorkeur willen uitspreken voor een bewindvoerder (voor als ze later zelf beschermd zouden moeten worden), kunnen zo zien wie er in aanmerking komt.
    • Iedereen die belang heeft bij de beschermde persoon kan controleren of de aangewezen professionele bewindvoerder nog steeds aan alle eisen voldoet, en vooral of hij nog in het register staat. Als dat niet zo is, kan aan de rechter gevraagd worden om een vervanger aan te stellen.

Artikel 21

  • Vraag: Wie beheert dit register?
  • Antwoord: De Federale Overheidsdienst Justitie (FOD Justitie) is verantwoordelijk voor het opzetten en beheren van dit register. Zij zijn ook de 'verwerkingsverantwoordelijke', wat betekent dat zij de baas zijn over hoe de persoonsgegevens in het register worden verwerkt, en over de procedures voor inschrijving, verlenging en uitschrijving.

Artikel 22

  • Vraag: Welke informatie staat er allemaal in dat register?
  • Antwoord: Het register bevat de volgende gegevens van professionele bewindvoerders:
    • Naam en voornamen.
    • Rijksregisternummer en, indien van toepassing, het nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).
    • Adres waar de bewindvoerder gevestigd is.
    • Contactgegevens.
    • De gerechtelijke arrondissementen en/of kantons waarin de bewindvoerder wil werken.
    • De datum van inschrijving of verlenging van de inschrijving.
    • Indien van toepassing: de datum en duur van een schorsing of schrapping uit het register, en wie die beslissing heeft genomen.
    • De taal of talen waarin de bewindvoerder kan communiceren met de beschermde persoon. Elke professionele bewindvoerder moet zelf elke wijziging in deze gegevens doorgeven aan de Minister van Justitie of zijn afgevaardigde. Het register bevat ook alle documenten en gegevens die te maken hebben met de procedures van inschrijving, verlenging en uitschrijving.

Artikel 23

  • Vraag: Wie heeft toegang tot de gegevens in het register en is het openbaar?
  • Antwoord: Alleen bepaalde personen hebben toegang tot alle gegevens in het register: dat zijn de rechters, de griffiers en de FOD Justitie, en dit enkel voor zover nodig voor hun wettelijke taken. Een deel van de gegevens is wel openbaar toegankelijk voor iedereen, via de website van de FOD Justitie. Dit zijn:
    • Naam en voornamen van de bewindvoerder.
    • Adres waar die gevestigd is.
    • Contactgegevens.
    • De gerechtelijke arrondissementen en kantons waar ze hun opdrachten kunnen uitvoeren.
    • De taal of talen waarin ze kunnen communiceren met de beschermde persoon. De FOD Justitie mag de gegevens van het register niet delen met anderen dan diegenen die wettelijk toegang hebben. Iedereen die met deze gegevens werkt, moet de vertrouwelijkheid respecteren, en als ze dit niet doen, kunnen ze strafrechtelijk vervolgd worden (artikel 458 Strafwetboek).

Artikel 24

  • Vraag: Wie bepaalt de precieze regels voor dit register?
  • Antwoord: De Koning zal de gedetailleerde regels bepalen voor hoe het register wordt opgezet en werkt, hoe de toegang en controle verlopen, en hoe de openbare gegevens beschikbaar worden gesteld op de website van de FOD Justitie. Dit gebeurt na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit (die waakt over privacy).

Artikel 25

  • Vraag: Hoe lang worden de gegevens in het register bewaard?
  • Antwoord: De gegevens van een bewindvoerder blijven in het register zolang die persoon ingeschreven is. Nadat een bewindvoerder is uitgeschreven, worden de identificatiegegevens, de informatie dat die persoon is uitgeschreven en de datum van uitschrijving nog tien jaar bewaard. Na die termijn worden de gegevens gewist, tenzij de archiefwet anders bepaalt.

Artikel 26

  • Vraag: Is er een specifieke sectie over hoe je in het register komt?
  • Antwoord: Ja, in het Gerechtelijk Wetboek is een nieuwe Afdeling 2 ingevoegd met de titel "Opname in het register". Dit deel legt dus de procedure voor inschrijving uit.

Artikel 27

  • Vraag: Wie mag professioneel bewindvoerder zijn en welke voorwaarden zijn er om in het register te komen?
  • Antwoord: Alleen natuurlijke personen die officieel zijn ingeschreven in het register (na een beslissing van de Minister van Justitie of zijn afgevaardigde) mogen professionele bewindvoerder zijn en opdrachten uitvoeren. Naast de onverenigbaarheidsgronden (die we bij artikel 6 zagen), moeten kandidaat-bewindvoerders of bestaande bewindvoerders die hun inschrijving willen verlengen aan de volgende voorwaarden voldoen:
    1. Opleiding: Ze moeten een erkende theoretische en praktische opleiding hebben gevolgd. Deze opleiding moet onder andere gaan over:
      • Juridische zaken die relevant zijn voor hun taak.
      • Het dagelijkse beheer van een bewind.
      • Kennis van medische aandoeningen van beschermde personen.
      • Communicatie met de beschermde persoon en diens omgeving.
      • De deontologische regels (gedragsregels) voor professionele bewindvoerders. Voor het verlengen van hun inschrijving moeten ze een erkende permanente vorming van acht uur hebben gevolgd in de afgelopen twee jaar. De Minister van Justitie erkent deze opleidingen na advies van een speciale commissie, en de Koning bepaalt de inhoud.
    2. Deontologische code: Ze moeten verklaren dat ze de gedragsregels onderschrijven en naleven tijdens hun hele inschrijving. De Koning bepaalt de inhoud van deze code.
    3. Bekwaamheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid: Ze moeten kunnen aantonen dat ze hierover beschikken om hun taak goed uit te voeren.
    4. Materiële en financiële draagkracht: Ze moeten voldoende middelen hebben om de functie van professionele bewindvoerder uit te oefenen.
    5. Tuchtstraffen: Ze mogen de afgelopen tien jaar geen tuchtstraf hebben gekregen die niet samengaat met de functie van professionele bewindvoerder.
    6. Strafblad: Ze mogen niet definitief veroordeeld zijn voor criminele of correctionele straffen, tenzij ze in eer en rechten zijn hersteld. Uitzonderingen zijn verkeersovertredingen of veroordelingen die volgens de Minister van Justitie duidelijk geen beletsel vormen voor de functie.

Artikel 28

  • Vraag: Hoe vraag je inschrijving aan in het register?
  • Antwoord: Als kandidaat-professioneel bewindvoerder dien je je aanvraag in via het register zelf. Je moet aangeven in welke gerechtelijke arrondissementen of kantons je wilt werken. De aanvraag is alleen ontvankelijk (wordt in behandeling genomen) als je verklaart de deontologische code te onderschrijven en de volgende documenten meestuurt:
    • Bewijs van het volgen van de erkende opleiding.
    • Als je een gereglementeerd beroep uitoefent (zoals advocaat of notaris): een positief en gemotiveerd advies van de vertegenwoordiger van je beroepsgroep dat bevestigt dat je aan de voorwaarden voldoet (bekwaamheid, onafhankelijkheid, financiële draagkracht, geen tuchtstraffen).
    • Als je geen gereglementeerd beroep uitoefent: documenten die bewijzen dat je aan diezelfde voorwaarden voldoet. Binnen drie maanden na de aanvraag verzamelt de Minister van Justitie (of zijn afgevaardigde) informatie over mogelijke onverenigbaarheden en de moraliteit van de kandidaat bij het openbaar ministerie. Ook wordt binnen die termijn het advies ingewonnen van de voorzitters van de vrederechters en politierechters in de gebieden waar de kandidaat wil werken. Deze informatie mag alleen voor deze procedure gebruikt worden. De Minister neemt dan een beslissing op basis van alle informatie en adviezen, en die beslissing wordt binnen zeven dagen aan de kandidaat meegedeeld. Als de beslissing positief is, word je voor een periode van twee jaar ingeschreven in het register.

Artikel 29

  • Vraag: Hoe werkt de verlenging van de inschrijving en wat als er problemen zijn?
  • Antwoord: Je inschrijving van twee jaar kan telkens met twee jaar worden verlengd, zolang je aan de voorwaarden blijft voldoen. De Minister van Justitie waarschuwt je drie maanden voor de vervaldatum, zodat je op tijd de nodige informatie kunt doorgeven. Om je aanvraag voor verlenging ontvankelijk te maken, moet je (vóór de vervaldatum) de volgende documenten via het register meesturen:
    • Bewijs van het volgen van de permanente vorming (bijscholing).
    • Als je een gereglementeerd beroep uitoefent: een positief en gemotiveerd advies van je beroepsvertegenwoordiger, waaruit blijkt dat je nog steeds aan de voorwaarden voldoet én of je nog geschikt lijkt om nieuwe dossiers te behandelen. De Minister van Justitie keurt de verlenging goed als je de afgelopen twee jaar geen strafrechtelijke veroordeling, geen melding van ernstige tekortkomingen/fraude of geen onverenigbaarheid hebt gehad. Als er wel zo'n situatie is, of als uit het advies blijkt dat je wel bekwaam bent maar geen nieuwe dossiers meer lijkt te kunnen behandelen, wint de Minister advies in van de vrederechters en politierechters en verzamelt hij andere relevante informatie. Op basis hiervan neemt hij een beslissing. Als blijkt dat je nog steeds aan de voorwaarden voldoet, maar geen nieuwe dossiers meer aankunt, kan de Minister de verlenging combineren met een schorsing voor maximaal een jaar. De beslissing wordt binnen zeven dagen aan de bewindvoerder (en de beroepsvertegenwoordiger indien van toepassing) meegedeeld. De inschrijving blijft geldig totdat de beslissing definitief is, en de verlenging gaat in zodra die wordt toegekend. Als de verlenging niet op tijd wordt aangevraagd of niet wordt toegekend, word je uit het register uitgeschreven. Dit wordt dan doorgegeven aan de vrederechters in de kantons waar je als bewindvoerder was aangewezen.

Artikel 30

  • Vraag: Wanneer kun je uit het register worden geschrapt of geschorst, en hoe gaat dat dan?
  • Antwoord: Een professionele bewindvoerder kan op elk moment door de Minister van Justitie worden uitgeschreven uit het register als hij niet meer voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden (zoals het respecteren van de gedragscode, bekwaamheid, financiële draagkracht, geen tuchtstraffen of veroordelingen), of als er een grond van onverenigbaarheid (zie artikel 6) is. Ook kan je inschrijving op elk moment voor maximaal een jaar worden geschorst als je nog wel aan de voorwaarden voldoet, maar niet in staat bent om nieuwe dossiers te behandelen. Als er een tekortkoming wordt vastgesteld, kan dit leiden tot een tuchtstraf van schorsing of schrapping uit het register. Als je een gereglementeerd beroep uitoefent, worden deze tekortkomingen doorgegeven aan je beroepsorganisatie (stafhouder, auditoraat, Kamer van notarissen). Als je geen gereglementeerd beroep uitoefent, neemt de Minister van Justitie zelf de tuchtbeslissing. De uitschrijving kan ook automatisch gebeuren als er een beslissing is die de schrapping van de inschrijving inhoudt, of als er een onverenigbaarheidsgrond wordt vastgesteld. Wanneer de Minister van Justitie op de hoogte is van een strafrechtelijke veroordeling of melding van ernstige tekortkomingen/fraude, vraagt hij advies aan de vrederechters en politierechters. Als je een gereglementeerd beroep uitoefent, wordt ook het advies van je beroepsvertegenwoordiger ingewonnen. De Minister neemt dan een beslissing na het verzamelen van alle informatie en adviezen, en na jouw opmerkingen te hebben overwogen. De beslissing wordt binnen zeven dagen aan de bewindvoerder (en beroepsvertegenwoordiger indien van toepassing) meegedeeld. De uitschrijving wordt ook meegedeeld aan de vrederechters in de kantons waar de bewindvoerder was aangewezen.

Artikel 31

  • Vraag: Wat zijn de gevolgen als je geschorst of geschrapt bent uit het register?
  • Antwoord: De Minister van Justitie (of zijn afgevaardigde) noteert in het register dat een bewindvoerder geschorst of geschrapt is.
    • Een geschorste bewindvoerder blijft in het register staan, maar mag geen nieuwe dossiers aannemen. De schorsing heeft geen invloed op de dossiers die al liepen.
    • Een geschrapte bewindvoerder wordt uit het register verwijderd. Deze persoon mag gedurende tien jaar geen nieuwe aanvraag meer indienen om in het register te worden opgenomen, gerekend vanaf de dag dat de schrappingsbeslissing definitief is geworden.

Artikel 32

  • Vraag: Mag een advocaat die bewindvoerder is ook advocaat zijn van de beschermde persoon zelf?
  • Antwoord: Nee, een advocaat die als bewindvoerder is aangesteld voor een beschermd persoon, mag niet tegelijkertijd de advocaat van diezelfde beschermde persoon zijn. Deze regel geldt niet alleen voor de advocaat-bewindvoerder zelf, maar ook voor zijn of haar medewerkers en voor andere advocaten die vanuit dezelfde organisatie of materiële structuur werken, of die een samenwerking hebben opgericht (zelfs als ze alleen kosten delen en geen honoraria). Dit is om belangenconflicten te vermijden.

Artikel 33

  • Vraag: Krijgen familiale bewindvoerders ondersteuning?
  • Antwoord: Ja! De griffiers (secretarissen van de rechtbank) hebben een belangrijke taak hierin. Wanneer een familiale bewindvoerder wordt aangesteld, informeren de griffiers hen over informatiesessies die in het gerechtelijke arrondissement worden georganiseerd. Ze geven hen ook een praktische gids over hun mandaat en informatie over permanenties of andere initiatieven in de regio die hen kunnen helpen bij hun taken. Dit is erg handig om familiale bewindvoerders op weg te helpen.

Artikel 34

  • Vraag: Wat gebeurt er als een professionele bewindvoerder zelf onder bescherming wordt geplaatst?
  • Antwoord: Als een professionele bewindvoerder zelf onder gerechtelijke bescherming wordt geplaatst, moet de griffier van de vrederechter binnen drie dagen na de uitspraak een uittreksel van die beslissing doorgeven aan de Minister van Justitie of zijn afgevaardigde. Dit is belangrijk omdat het waarschijnlijk een grond van onverenigbaarheid betekent (zie artikel 6).

HOOFDSTUK 4 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 35

  • Vraag: Wanneer moet iedereen in dat register staan, en zijn er overgangsregels voor opleiding?
  • Antwoord: Alle professionele bewindvoerders moeten verplicht worden opgenomen in het nationaal register. De Koning bepaalt de exacte datum, maar dit moet uiterlijk op 1 juli 2026 gebeurd zijn. De verplichte opleiding (artikel 555/23, §2, lid 1, 1°) wordt ook door de Koning vastgesteld, maar moet uiterlijk op 1 januari 2027 van toepassing zijn. Voor professionele bewindvoerders die al minimaal vijf jaar actief zijn en meer dan twintig dossiers hebben op de datum die de Koning bepaalt, geldt een speciale regeling:
    • Zij hoeven slechts de helft van de uren van de volledige opleiding te volgen.
    • Ze mogen zelf kiezen welke modules ze volgen, maar de opleiding moet minstens betrekking hebben op deontologie, de menselijke aspecten van hun taken, en communicatietechnieken met de beschermde persoon en diens omgeving. Deze 'halve' opleiding moeten ze uiterlijk bij hun tweede inschrijvingsvernieuwing (verlenging) na de ingangsdatum volgen.

Artikel 36

  • Vraag: Vanaf wanneer gelden de nieuwe regels over de vergoedingen?
  • Antwoord: De nieuwe regels voor de vergoeding van bewindvoerders, die in artikel 9 worden beschreven, zijn van toepassing vanaf het moment dat het eerste verslag wordt ingediend na de inwerkingtreding van artikel 9.

Artikel 37

  • Vraag: Wanneer treedt deze hele wet in werking?
  • Antwoord: Deze wet treedt in werking op een datum die de Koning zal bepalen, maar uiterlijk op 1 september 2025. Een uitzondering is artikel 9 (over de vergoedingen), dat al eerder in werking treedt: ook op een door de Koning te bepalen datum, maar uiterlijk op 1 januari 2025. Dit betekent dat de regels over vergoedingen eerder van kracht kunnen worden dan de rest van de wet.