dinsdag 14 juli 2026

Plaatsverbod door de burgemeester

Wettekst

Artikel




Er werd gebruikt gemaakt van AI voor de samenvatting.

Wat is het gemeentelijk administratief plaatsverbod 'nieuwe stijl' en wat is de wettelijke basis hiervoor?

Het plaatsverbod nieuwe stijl is een specifieke bestuurlijke politiebevoegdheid van de burgemeester. Het houdt in dat de burgemeester aan één of meerdere personen een tijdelijk verbod kan opleggen om zich te bevinden binnen een of meer duidelijke perimeters van publiek toegankelijke plaatsen binnen de gemeente.

De wettelijke basis hiervoor is artikel 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet (NGW), dat in de wet is ingevoegd door de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (de GAS-wet). Met deze expliciete wettelijke verankering wilde de wetgever de burgemeester een duidelijke grondslag bieden, zodat hij zich niet langer hoefde te baseren op de ongeschreven bevoegdheden van het oude stelsel.


Is het plaatsverbod nieuwe stijl een administratieve sanctie of een administratieve maatregel?

De wetgever heeft er bewust voor gekozen om het plaatsverbod nieuwe stijl te kwalificeren als een administratieve maatregel en niet als een sanctie. Het doel van de maatregel is namelijk niet om te bestraffen, maar om preventief op te treden en de openbare orde te beveiligen of te herstellen.

Het Grondwettelijk Hof heeft dit karakter in zijn rechtspraak (het arrest van 23 april 2015) bevestigd: het tijdelijk plaatsverbod is een maatregel van bestuurlijke politie en geen strafsanctie in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).


In welke situaties mag de burgemeester een plaatsverbod nieuwe stijl opleggen?

De burgemeester kan tot dit plaatsverbod beslissen in twee specifieke scenario's:

  1. Bij verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individueel of collectief gedrag.
  2. Bij herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad die op eenzelfde plaats of bij gelijkaardige evenementen worden gepleegd, en die een verstoring van de openbare orde of overlast met zich meebrengen.

Onder overlast vallen lichte vormen van verstoring van de openbare rust, veiligheid, gezondheid of zindelijkheid (zoals hardnekkig nachtlawaai, hinderlijk bedelen, tippelen of overlast door alcohol- en druggebruik) die door hun herhaaldelijke karakter de leefkwaliteit ernstig aantasten en neigen naar een ordeverstoring.


Wat is de maximale duurtijd van het plaatsverbod en hoe zit het met verlengingen?

  • Initiële termijn: Het plaatsverbod kan worden opgelegd voor een periode van maximaal één maand.
  • Hernieuwing: Het verbod is tweemaal hernieuwbaar.
  • Evenredigheid van de termijn: De opgelegde termijn is een maximum; de burgemeester moet de duur altijd afstemmen op wat strikt noodzakelijk is om de ordeverstoring tegen te gaan (het proportionaliteitsbeginsel). Hij kan een lopend verbod ook tussentijds wijzigen of intrekken als de omstandigheden veranderen.
  • Aansluiting van de hernieuwing:
    • Als het verbod is opgelegd wegens een acute openbare ordeverstoring, moet een eventuele hernieuwing onmiddellijk aansluiten op de einddatum van het vorige verbod om het dringende karakter te verantwoorden.
    • Als het verbod voortvloeit uit herhaaldelijke inbreuken (overlast), hoeft de hernieuwing niet direct aan te sluiten. De tussenliggende termijn mag echter niet onredelijk lang zijn (24 maanden is bijvoorbeeld te lang).

Op wie mag het plaatsverbod worden toegepast en kan het ook aan minderjarigen worden opgelegd?

Het plaatsverbod kan worden opgelegd aan de feitelijke dader of daders van de ordeverstorende gedragingen.

  • Minderjarigen: Ja, het verbod kan ook aan minderjarigen worden opgelegd. Volgens het Grondwettelijk Hof is hiervoor geen tussenkomst van de jeugdrechter vereist, omdat het om een bestuurlijke maatregel gaat en niet om een jeugdbeschermingsmaatregel of straf.
  • Keerzijde voor minderjarigen: Omdat het plaatsverbod als een maatregel (en niet als sanctie) wordt beschouwd, gelden de specifieke, strenge rechtswaarborgen die de GAS-wet aan minderjarige overtreders biedt (zoals verplichte voorafgaande procedures) hier niet rechtstreeks. Minderjarigen moeten zich bij betwisting, via hun vertegenwoordigers, wenden tot de Raad van State.

Wat is het territoriale bereik van het plaatsverbod en welke locaties zijn absoluut uitgezonderd?

Het verbod is territoriaal beperkt tot het grondgebied van de desbetreffende gemeente en mag nooit het gehele grondgebied van de gemeente beslaan. Het moet gaan om een of meer specifiek en duidelijk omschreven perimeters van plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek.

Er gelden drie absolute wettelijke uitzonderingen. Het plaatsverbod mag zich nooit uitstrekken tot:

  1. De woonplaats van de betrokkene.
  2. De plaats van het werk van de betrokkene.
  3. De onderwijs- of opleidingsinstelling die de betrokkene bezoekt.

Deze uitzonderingen zijn noodzakelijk om te voorkomen dat grondrechten zoals het recht op arbeid of het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven onevenredig zwaar worden aangetast.


Welke stappen en rechtswaarborgen moeten worden gevolgd in de procedure van de burgemeester?

De burgemeester moet een strikte wettelijke procedure doorlopen, aangevuld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur:

  1. Bestuurlijk verslag: De burgemeester start de procedure op basis van een dossier (veelal een bestuurlijk verslag met pv's en meldingen van de politie).
  2. Voorafgaande schriftelijke verwittiging (waarschuwing): De burgemeester moet de betrokkene eerst schriftelijk waarschuwen dat een nieuwe inbreuk op een identieke plaats of bij soortgelijke gebeurtenissen tot een plaatsverbod zal leiden.
    • Uitzondering: De burgemeester mag zonder waarschuwing direct een plaatsverbod opleggen als dit direct noodzakelijk is met het oog op de ordehandhaving (bijvoorbeeld bij zeer ernstige incidenten).
  3. Hoorplicht: Voordat het definitieve besluit wordt genomen, moet de betrokkene de kans krijgen om te worden gehoord, zijn dossier in te kijken en zijn verdedigingsmiddelen (mondeling of schriftelijk) naar voren te brengen, eventueel met bijstand van een raadsman.
  4. Formele motiveringsplicht: Het besluit moet formeel en schriftelijk worden gemotiveerd. De burgemeester moet concreet verwijzen naar de feiten en de specifieke hinder die verband houdt met de openbare orde.

Waarom is de rol van het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) cruciaal bij het plaatsverbod?

Nadat de burgemeester het besluit heeft genomen, is er een verplichte politieke controle ingebouwd:

  • Bevestiging: Het besluit van de burgemeester moet worden bevestigd door het College van Burgemeester en Schepenen (of het gemeentecollege) tijdens de eerstvolgende vergadering na het besluit.
  • Hoorplicht bij het College: Het College moet de betrokkene of diens raadsman opnieuw uitnodigen en horen, zodat zij hun verdediging mondeling of schriftelijk kunnen voeren.
  • Gevolgen van niet-bevestiging: Als het College de beslissing van de burgemeester niet (tijdig) bevestigt tijdens die eerstvolgende vergadering, verliest het plaatsverbod onmiddellijk zijn uitwerking. De bevestiging is dus een harde voorwaarde voor het voortbestaan van het verbod.

Wat gebeurt er als iemand het opgelegde plaatsverbod overtreedt?

Indien de betrokkene de perimeter van het tijdelijke plaatsverbod toch betreedt, kan hij worden bestraft met een administratieve geldboete (GAS-boete).

  • Boetebedragen: De boete bedraagt maximaal € 350 voor een meerderjarige overtreder en maximaal € 175 voor een minderjarige overtreder.
  • Procedure: Deze boete wordt opgelegd door een onafhankelijke sanctionerend ambtenaar (en dus niet door de burgemeester zelf) na een afzonderlijke verweerprocedure.
  • Alternatieve maatregelen: De geldboete kan eventueel worden vervangen door alternatieven zoals lokale bemiddeling of een gemeenschapsdienst, mits de gemeenteraad dit in de politieverordening heeft voorzien. Voor minderjarigen is het aanbieden van een lokale bemiddeling verplicht.

Welke bezwaren werden door het Grondwettelijk Hof behandeld in het arrest van 23 april 2015?

Het nieuwe plaatsverbod werd door diverse mensenrechten- en jeugdorganisaties aangevochten. Het Grondwettelijk Hof verwierp de bezwaren op basis van de volgende argumenten:

  1. Is het een verdkapte straf (strafsanctie in de zin van art. 6 EVRM)? Nee. Het Hof oordeelde dat het plaatsverbod een preventieve, bestuurlijke veiligheidsmaatregel is om toekomstige ordeverstoringen te verminderen, en geen strafrechtelijke sanctie.
  2. Is de wettelijke omschrijving te vaag? Nee. Hoewel er vage termen worden gebruikt (zoals "collectieve gedragingen"), oordeelde het Hof dat de wet in samenhang met de Memorie van Toelichting voldoende duidelijk is om te bepalen wanneer de maatregel kan worden opgelegd.
  3. Mag het zomaar op minderjarigen worden toegepast zonder tussenkomst van de jeugdrechter? Ja. De noodzaak tot snelle rechtsbescherming en ordehandhaving via een politiemaatregel verschilt wezenlijk van de Jeugdbeschermingswet; tussenkomst van de jeugdrechter is daarom niet vereist.
  4. Is het plaatsverbod in strijd met het recht op bewegingsvrijheid (vrijheidsberoving onder art. 5 EVRM)? Nee. Het verbod houdt geen fysieke opsluiting of aanhouding in. Het is een toegestane, proportionele beperking van de bewegingsvrijheid, mits de perimeter en de duur niet groter of langer zijn dan strikt noodzakelijk.

Hoe verhoudt het gemeentelijk plaatsverbod zich tot andere specifieke plaatsverboden (samenloop)?

In de praktijk kan er sprake zijn van samenloop met andere (gerechtelijke of administratieve) verboden die aan een persoon zijn opgelegd. De auteurs noemen verschillende voorbeelden:

  • Huisarrest / Elektronisch toezicht: Een arrest van de Raad van State (25 maart 2015) toonde aan dat wanneer een persoon onder elektronisch toezicht staat en zijn woning niet mag verlaten, een schorsingsprocedure tegen een gemeentelijk plaatsverbod onwerkdadig wordt, omdat de betrokkene door de gerechtelijke maatregel toch al niet op straat mag komen.
  • Stadionverbod (Voetbalwet): Dit kan worden opgelegd als administratieve sanctie (door een ambtenaar voor 3 maanden tot 5 jaar), als gerechtelijke straf (tot 10 jaar), of als onmiddellijke beveiligingsmaatregel door de politie (maximaal 3 maanden).
  • Voertuigverbod (De Lijn): Een (nog niet operationeel) decretaal verbod om voertuigen of lijnen van De Lijn te betreden voor een duur van 3 maanden tot 3 jaar.
  • Tijdelijk huisverbod (Wet van 15 mei 2012): Een preventieve maatregel bij huiselijk geweld waarbij de Procureur des Konings een meerderjarige dader voor maximaal 10 dagen de toegang tot de gezamenlijke woning ontzegt.

Al deze overlappende bevoegdheden vereisen een uiterst fijnmazige coördinatie tussen de burgemeester, gerechtelijke overheden en andere administratieve actoren.


Is het opleggen van een plaatsverbod 'oude stijl' (op basis van de algemene artikelen 133-135 NGW) nog toegestaan?

Nee, dat is in de praktijk niet langer verdedigbaar.

Sommige juristen stelden dat de burgemeester bij gaten in de wetgeving zou kunnen terugvallen op zijn algemene, zelfstandige politiebevoegdheid (art. 133-135 NGW) om een "officieus" plaatsverbod op te leggen. De auteurs en de bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hier echter heel duidelijk in: de Raad van State laat nagenoeg geen ruimte aan burgemeesters om de strikte voorwaarden en rechtswaarborgen van artikel 134sexies NGW te omzeilen door terug te grijpen naar de algemene bevoegdheid. Omdat deze materie zo nauw raakt aan fundamentele grondrechten, is het "oude" plaatsverbod verleden tijd.



Beroep tegen het plaatsverbod zelf

Omdat het plaatsverbod 'nieuwe stijl' (artikel 134sexies NGW) door de wetgever en het Grondwettelijk Hof is gekwalificeerd als een preventieve administratieve maatregel (en niet als een strafsanctie), is er geen beroep mogelijk bij de gewone politie- of strafrechter.

  • Beroep bij de Raad van State: Het beroep tegen het plaatsverbod van de burgemeester verloopt via een procedure tot schorsing en/of nietigverklaring bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
  • Volwaardige toetsing: De Raad van State voert een volwaardige jurisdictionele toetsing uit. De rechter beoordeelt hierbij:
    • Of het besluit de juiste feitelijke grondslag heeft (vinden de feiten steun in het dossier?).
    • Of de burgemeester de correcte juridische kwalificaties heeft gebruikt.
    • Of de maatregel niet onevenredig (proportioneel) is met de vastgestelde feiten en overlast.
  • Minderjarigen: Omdat het om een bestuurlijke ordemaatregel gaat en niet om een jeugdbeschermingsmaatregel, is er geen tussenkomst van de jeugdrechter voorzien. Een minderjarige moet zich, vertegenwoordigd door de ouders, eveneens rechtstreeks richten tot de Raad van State om het plaatsverbod aan te vechten.

Beroep tegen de geldboete bij overtreding (GAS-boete)

Als u het opgelegde plaatsverbod schendt, kan de onafhankelijke sanctionerend ambtenaar u een administratieve geldboete (GAS-boete) opleggen.

  • Verweerprocedure: Voordat de boete definitief wordt opgelegd, heeft u het recht om een schriftelijk of mondeling verweer in te dienen bij de sanctionerend ambtenaar.
  • Beroep bij de rechter: Tegen de uiteindelijke beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een GAS-boete op te leggen, kan beroep worden aangetekend volgens de reguliere beroepsmogelijkheden van de GAS-wet (dit verloopt via de politierechtbank, of de jeugdrechtbank als het om een minderjarige gaat).

Stappenplan: Schorsingsprocedure bij de Raad van State

Stap 1: Het opstarten van de procedure (Indienen verzoekschrift)

Als u (of uw cliënt) het niet eens bent met het plaatsverbod dat door de burgemeester is opgelegd en door het College van Burgemeester en Schepenen is bevestigd, kunt u een procedure starten bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

  • Vertegenwoordiging: U kunt zich tijdens de hele procedure laten bijstaan door een advocaat (raadsman).
  • Minderjarigen: Omdat het plaatsverbod een bestuurlijke ordemaatregel is (en geen straf), is er geen tussenkomst van de jeugdrechter. Minderjarigen moeten de procedure bij de Raad van State starten via wettelijke vertegenwoordiging (meestal de ouders).

Stap 2: Bepalen van de spoedeisendheid (Gewone schorsing vs. Uiterst Dringende Noodzakelijkheid)

Omdat een plaatsverbod vaak een korte looptijd heeft (maximaal één maand per keer), heeft een normale, langdurige annulatieprocedure soms weinig nut. U kunt daarom vragen om de schorsing van de maatregel.

  • Uiterst Dringende Noodzakelijkheid (UDN): Als het verbod onmiddellijk grote impact heeft en u de uitspraak niet kunt afwachten, kan een UDN-procedure worden gestart.
  • De 'belang'-toets: De Raad van State beoordeelt hierbij streng of de spoedprocedure wel "werkdadig" is. Als u bijvoorbeeld door een andere (gerechtelijke) maatregel, zoals huisarrest of elektronisch toezicht, uw woning sowieso al niet mag verlaten, zal de Raad het verzoek bij uiterst dringende noodzakelijkheid verwerpen omdat er geen acute spoed is om het plaatsverbod op te heffen.

Stap 3: De inhoudelijke beoordeling (Volwaardige jurisdictionele toetsing)

Wanneer de zaak voorkomt, voert de Raad van State een volwaardige inhoudelijke controle uit. De rechter beoordeelt de beslissing van de burgemeester en het College op de volgende drie aspecten:

  1. De feitelijke grondslag: De rechter controleert of de feiten waarop de burgemeester zich baseert (meestal samengevat in een bestuurlijk verslag of politie-pv's) daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Zijn de beschuldigingen van ordeverstoring of overlast feitelijk aantoonbaar?
  2. De juridische kwalificatie: Heeft de burgemeester de wet correct toegepast? Is er daadwerkelijk sprake van een situatie die valt onder artikel 134sexies NGW (acute ordeverstoring of herhaaldelijke overlast op een specifieke plaats)?
  3. De proportionaliteit (evenredigheid): De rechter weegt het doel (ordehandhaving) af tegen het middel (het plaatsverbod).
    • Duur: Is de opgelegde termijn (bijvoorbeeld direct de maximale maand) niet overdreven lang in verhouding tot de feiten?
    • Perimeter: Is de perimeter niet groter dan strikt noodzakelijk? Een perimeter mag bijvoorbeeld nooit de eigen woning, werkplek of onderwijsinstelling van de betrokkene omvatten.

Stap 4: Toetsing aan de beginselen van behoorlijk bestuur

Naast de wet toetst de Raad van State ook of de gemeente de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gerespecteerd:

  • Is de hoorplicht correct nageleefd door zowel de burgemeester (voorafgaand aan het besluit) als het College (voorafgaand aan de bevestiging)? Als u niet de kans heeft gekregen uw verdediging effectief te voeren, is de beslissing onwettig.
  • Is de beslissing formeel en schriftelijk gemotiveerd op basis van de specifieke hinder voor de openbare orde?
  • Is het besluit tijdig bevestigd door het College van Burgemeester en Schepenen tijdens de eerstvolgende vergadering? Zo niet, dan heeft het plaatsverbod in de tussentijd al zijn uitwerking verloren.

Stap 5: De uitspraak en het gevolg

Als de Raad van State oordeelt dat het plaatsverbod onwettig is (bijvoorbeeld door een procedurefout of een gebrek aan proportionaliteit), zal de Raad de beslissing van de burgemeester en het bevestigingsbesluit van het College schorsen of vernietigen.

  • Gevolg: De gemeentelijke overheid is wettelijk verplicht om zich onmiddellijk te schikken naar dit arrest van de Raad van State. Het plaatsverbod is hiermee van de baan.

Als u een opgelegd gemeentelijk administratief plaatsverbod niet naleeft, heeft dit verschillende juridische en praktische gevolgen:

1. De administratieve geldboete (GAS-boete) De directe wettelijke sanctie op het schenden van het plaatsverbod is een gemeentelijke administratieve geldboete (GAS-boete).

  • Maximale bedragen: De boete bedraagt maximaal € 350 voor een meerderjarige overtreder en maximaal € 175 voor een minderjarige overtreder.
  • De procedure: De boete wordt opgelegd door een onafhankelijke sanctionerend ambtenaar (en dus niet door de burgemeester die het verbod heeft uitgevaardigd). Voordat de boete definitief wordt opgelegd, krijgt de overtreder altijd de kans om een schriftelijk of mondeling verweer in te dienen.
  • Lokale verankering: Om deze boete daadwerkelijk te kunnen opleggen, moet de gemeenteraad de overtreding van het plaatsverbod uitdrukkelijk hebben opgenomen in de lokale politieverordening.

2. Alternatieve maatregelen In plaats van een geldboete kan de sanctionerend ambtenaar ook kiezen voor alternatieve maatregelen, mits de gemeenteraad dit in de politieverordening heeft voorzien:

  • Lokale bemiddeling: Dit is een traject onder leiding van een onafhankelijke bemiddelaar om tot een onderhandelde oplossing voor het conflict te komen. Dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn wanneer het plaatsverbod te maken had met overlast door bedelgedrag. Voor minderjarigen is het aanbieden van zo'n bemiddelingstraject verplicht.
  • Gemeenschapsdienst: Dit is het uitvoeren van een prestatie van algemeen belang ten gunste van de collectiviteit.

3. Praktische knelpunten bij de handhaving De auteurs merken op dat gemeenten in de praktijk vaak terughoudend zijn met het opleggen van GAS-boetes na een overtreding van het plaatsverbod vanwege diverse praktische drempels:

  • Problemen met de identificatie van de overtreder.
  • Het ontbreken van een vaste of wettelijke verblijfplaats van de betrokkene.
  • De onvermogendheid (het gebrek aan financiële middelen) van de overtreder om de boete te betalen.
  • Juridische complexiteit rondom de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ouders voor de boetes van hun minderjarige kinderen.

4. Andere mogelijke politie-interventies Als alternatief voor de GAS-boete kan de politie bij acute overlast of herhaaldelijke overtreding (zoals bij openbare dronkenschap of drugsoverlast) overgaan tot een bestuurlijke aanhouding (van respectievelijk maximaal 12 of 6 uur) op basis van de Wet op het Politieambt. Dit kan eventueel worden gekoppeld aan een nazorg- of hulpverleningstraject bij de vrijlating.