Deze gids legt de complexe regelgeving van de nieuwe Belgische meerwaardebelasting op financiële activa (de zogenaamde "solidariteitsbijdrage") op een eenvoudige en gestructureerde manier uit, zodat u exact weet waar u aan toe bent.
1. Wat is de nieuwe meerwaardebelasting?
De belasting is ingevoerd naar aanleiding van het regeerakkoord van 4 februari 2025 en definitief verankerd in de wet van 6 april 2026. Sinds 1 januari 2026 betaalt u als particulier in bepaalde gevallen belastingen op de winst (meerwaarde) die u maakt bij de verkoop van financiële activa (zoals aandelen, obligaties, crypto of goud).
De belangrijkste circulaire hierover (Circulaire 2026/C/74) focust uitsluitend op de regels binnen de personenbelasting. De vennootschapsbelasting blijft ongewijzigd en niet-inwoners vallen buiten schot.
2. Wie moet deze belasting betalen?
De belasting is in principe verschuldigd door de volle eigenaar of de blote eigenaar van de financiële activa.
- Vruchtgebruikers (die bijvoorbeeld enkel recht hebben op de dividenden) worden niet belast. Als een gesplitst aandeel (blote eigendom + vruchtgebruik) wordt verkocht, wordt de volledige meerwaarde toegerekend aan de blote eigenaar.
- Gehuwden: Als de activa gemeenschappelijk zijn volgens uw huwelijksstelsel, moet de meerwaarde 50/50 door beide echtgenoten worden aangegeven. Zijn de activa uw eigen bezit, dan geeft u ze voor 100% zelf aan (ook al heeft uw partner bij een eventuele echtscheiding later een 'vermogensaanspraak' op de waarde ervan).
- Minderjarigen: Als een minderjarig kind eigenaar is van activa, is de belasting in zijn of haar eigen hoofde verschuldigd. Het kind kan dan wel zelfstandig gebruikmaken van de belastingvrije som en de vrijstellingen.
3. Wanneer is een meerwaarde "verwezenlijkt"?
De belasting is van toepassing op alle winsten die worden gemaakt vanaf 1 januari 2026.
- Het moment van verkoop is bepalend, niet de betaling. Zodra het actief uw vermogen verlaat in ruil voor een tegenwaarde, is de meerwaarde "verwezenlijkt". Als de koper u pas later (gespreid) betaalt, heeft dat geen invloed op het jaar waarin u belast wordt.
- Uitgestelde betalingen van verkopen die vóór 2026 zijn gebeurd, zijn dus volledig belastingvrij.
- Voor beurstransacties geldt de transactiedatum ("trade date") als de datum van verkoop, en niet de latere afwikkelingsdatum ("settlement date").
4. De drie types van overdrachten
De fiscus verdeelt de belastbare verkopen onder in drie categorieën. Een verkoop kan slechts in één categorie vallen, waarbij de specifieke categorieën (Type A en B) altijd voorrang hebben op de restcategorie (Type C):
🅰️ Type A: Interne meerwaarden (Tarief: 33%)
Dit type viseert specifieke interne herstructureringen waarbij u aandelen verkoopt of inbrengt in een vennootschap die u zelf (of samen met uw naaste familie) controleert.
- Tarief: 33% (exclusief gemeentelijke opcentiemen).
- Uitzondering: Een inbreng van aandelen (bijvoorbeeld in een holding) is onder specifieke voorwaarden tijdelijk vrijgesteld van belasting.
- Aangifte: Er wordt geen bronheffing (roerende voorheffing) ingehouden aan de bron; u moet deze meerwaarde verplicht zelf aangeven in uw personenbelasting.
🇧 Type B: Aanmerkelijk belang (Tarief: progressief van 1,25% tot 10%)
Dit gunstige regime geldt wanneer u een groot pakket aandelen (een participatie van minstens 20% van de rechten in een vennootschap) verkoopt.
- Vrijstelling tot 1 miljoen euro: De eerste 1.000.000 euro aan cumulatieve meerwaarde is volledig vrijgesteld van belasting. Dit werkt via een "rugzaksysteem" dat u flexibel kunt opgebruiken over een periode van 5 opeenvolgende jaren.
- Getrapt tarief: Op het deel boven de 1 miljoen euro betaalt u een zeer lage, progressieve belasting:
- Schijf van 0 tot 2,5 miljoen euro: 1,25%
- Schijf van 2,5 tot 5 miljoen euro: 2,5%
- Schijf van 5 tot 10 miljoen euro: 5%
- Schijf boven 10 miljoen euro: 10%
- Aangifte: Ook hier is er geen automatische inhouding aan de bron; u geeft dit zelf aan in uw belastingaangifte.
🇨 Type C: Het algemeen regime / de restcategorie (Tarief: 10%)
Dit is de categorie waar de meeste burgers mee te maken krijgen. Ze omvat alle overige financiële activa, waaronder reguliere aandelen, obligaties, cryptoactiva en beleggingsgoud.
- Tarief: Een vast tarief van 10%.
- De Basisvrijstelling: Elk jaar heeft u recht op een belastingvrije drempel. De wettelijke basisvrijstelling bedraagt 4.855 euro, maar door de indexering is de vrijstelling voor het aanslagjaar 2027 vastgelegd op 10.000 euro. Maakt u in een jaar minder dan 10.000 euro winst? Dan betaalt u 0 euro belasting.
- De Aanvullende Vrijstelling: Naast de basisvrijstelling kunt u elk jaar een extra korfje opbouwen. Dit basisbedrag van 480 euro is voor het aanslagjaar 2028 geïndexeerd naar 1.000 euro. De opgebouwde aanvullende vrijstelling kan in één jaar tot maximaal 2.426 euro (basisbedrag, ook te indexeren) worden opgebruikt.
- Aangifte: In sommige gevallen kan er een roerende voorheffing van 10% worden ingehouden aan de bron. Als burger kunt u er echter voor kiezen om dit niet te laten doen (een opt-out) en de winst zelf op te nemen in uw belastingaangifte. Cryptoactiva en beleggingsgoud moeten altijd verplicht via de aangifte worden aangegeven.
5. Het "Fotomoment" op 31 december 2025
Een van de belangrijkste spelregels is dat historische meerwaarden volledig zijn vrijgesteld. Winsten die u vóór 2026 heeft opgebouwd, worden dus nooit belast.
- Om dit praktisch mogelijk te maken, is er een "fotomoment" op 31 december 2025 ingevoerd. De waarde van uw financiële activa op die specifieke dag geldt als uw nieuwe "aanschaffingswaarde".
- Voorbeeld: Heeft u in 2020 een aandeel gekocht voor € 100, stond dit op 31 december 2025 op € 150, en verkoopt u het in 2027 voor € 180? Dan is de belastbare meerwaarde slechts € 30 (€ 180 - € 150). De € 50 winst van vóór 2026 is definitief veiliggesteld.
- Uitzondering (aanschaffingswaarde op verzoek): Voor activa die u vóór 2026 heeft gekocht en die u uiterlijk op 31 december 2030 verkoopt, kunt u op verzoek de werkelijke (historische) aankoopprijs gebruiken in plaats van de waarde op het fotomoment. Dit is uiterst interessant als de koers op 31 december 2025 historisch laag stond en uw oorspronkelijke aankoopprijs veel hoger lag, zodat u de belastbare meerwaarde tot nul kunt herleiden.
6. Wat als u verlies maakt? (Minderwaarden)
Als u na 1 januari 2026 verlies maakt bij een verkoop, mag u dit verlies onder strikte voorwaarden aftrekken van uw belastbare meerwaarden.
- De voorwaarden: Het verlies (de minderwaarde) kan enkel worden verrekend als:
- Het verlies is geleden in hetzelfde belastbare tijdperk (hetzelfde jaar);
- Het verlies is geleden door dezelfde belastingplichtige;
- Het verlies valt binnen dezelfde categorie van activa. Voorbeeld: Een verlies op cryptoactiva kan enkel worden gecompenseerd met winsten uit andere cryptoactiva, en niet met winsten uit reguliere aandelen of obligaties.
7. Exit taks: Wat als u emigreert?
Als u als Belgische rijksinwoner besluit om uw woonplaats of vermogen naar het buitenland over te brengen, kan er een exit taks van 10% worden geheven op de latente (nog niet gerealiseerde) meerwaarden van uw activa.
- Automatisch uitstel van betaling: Gelukkig voorziet de wet in een automatisch uitstel van betaling als u verhuist naar een andere lidstaat van de Europese Unie (EU) of de Europese Economische Ruimte (EER), of een land waarmee België een verdrag heeft gesloten.
- Behoud van het uitstel: U behoudt dit uitstel zolang u gedurende een "verdachte" periode van 24 maanden na uw vertrek aan de voorwaarden blijft voldoen (zoals het permanent aanhouden van de activa en het indienen van een jaarlijks attest). Keert u daarna terug of verkoopt u de activa niet, dan vervalt de betalingsverplichting uiteindelijk definitief.
Om de werking van de nieuwe Belgische meerwaardebelasting op financiële activa volledig te begrijpen, volgen hieronder gedetailleerde en concrete cijfervoorbeelden voor elk van de drie categorieën (Type A, B en C), gebaseerd op de officiële richtlijnen van Circulaire 2026/C/74.
🅰️ Categorie A: Interne meerwaarden
Deze categorie is van toepassing wanneer u aandelen van uw eigen vennootschap (waarin u of uw familie controle uitoefent) overdraagt of verkoopt aan bijvoorbeeld uw eigen holding.
- De spelregels: De meerwaarde wordt belast tegen een vast tarief van 33%. Er is geen roerende voorheffing aan de bron; u moet deze winst verplicht zelf opnemen in uw belastingaangifte. Er worden hierop geen gemeentelijke opcentiemen geheven.
🧮 Cijfervoorbeeld:
U heeft in 2020 aandelen van uw werkvennootschap opgericht of gekocht voor € 50.000. Op het fotomoment van 31 december 2025 stonden deze aandelen gewaardeerd op € 120.000. In mei 2026 verkoopt u deze aandelen aan uw nieuw opgerichte familiale holding voor € 200.000.
- Berekening van de fiscale meerwaarde: De historische winst van vóór 2026 (€ 120.000 - € 50.000 = € 70.000) is volledig vrijgesteld. We rekenen vanaf de waarde op het fotomoment: \[\text{Belastbare meerwaarde} = € 200.000 \text{ (verkoopprijs)} - € 120.000 \text{ (fotomoment)} = € 80.000\]
- Berekening van de belasting: \[\text{Verschuldigde belasting (33%)} = € 80.000 \times 33% = € 26.400 \text{}\] U geeft dit bedrag aan in uw belastingaangifte en betaalt uiteindelijk € 26.400 belasting.
🇧 Categorie B: Meerwaardebepaling op aanmerkelijke belangen (participatie van \(\ge\) 20%)
Deze categorie treedt in werking wanneer u aandelen verkoopt waarin u rechtstreeks (of onrechtstreeks) een belang van minstens 20% heeft in de vennootschap.
- De spelregels:
- U geniet van een vrijstelling op de eerste € 1.000.000 aan gecumuleerde meerwaarden. Deze vrijstelling is een "rugzak" die u kunt opgebruiken over een rollende periode van 5 opeenvolgende jaren.
- Op het deel boven de € 1.000.000 betaalt u progressieve (zeer lage) getrapte tarieven:
- Schijf tot € 2.500.000: 1,25%
- Schijf van € 2.500.000 tot € 5.000.000: 2,5%
- Schijf van € 5.000.000 tot € 10.000.000: 5%
- Schijf boven € 10.000.000: 10%
🧮 Cijfervoorbeeld 1: Het rollende "rugzaksysteem" over meerdere jaren
U bezit 30% van de aandelen van een familiale KMO en verkoopt delen hiervan over een aantal jaren met de volgende meerwaarden (gerekend vanaf de aanschaffingswaarde of het fotomoment):
- Jaar X: Meerwaarde van € 500.000.
- Jaar X+1: Meerwaarde van € 500.000.
- Jaar X+2: Meerwaarde van € 500.000.
- Jaar X+5: Meerwaarde van € 1.000.000.
De belastingafhandeling per jaar:
- Jaar X: De meerwaarde van € 500.000 is volledig vrijgesteld. (In uw rugzak zit nu nog € 500.000 aan vrijstelling).
- Jaar X+1: De meerwaarde van € 500.000 is volledig vrijgesteld. (De totale vrijstelling van € 1.000.000 is nu volledig opgebruikt).
- Jaar X+2: U kunt geen vrijstelling meer toepassen. De € 500.000 wordt belast tegen het basistarief van 1,25%: \[\text{Belasting Jaar X+2} = € 500.000 \times 1,25% = € 6.250\]
- Jaar X+5: Dit jaar valt buiten de periode van 5 opeenvolgende belastbare tijdperken vanaf Jaar X (die liep van Jaar X t.e.m. Jaar X+4). Hierdoor vervalt de in Jaar X gebruikte vrijstelling (€ 500.000) voor de lopende berekening, waardoor er opnieuw € 500.000 aan vrijstellingsruimte vrijkomt in uw rugzak.
- Van de € 1.000.000 meerwaarde in Jaar X+5 is € 500.000 vrijgesteld.
- De resterende € 500.000 wordt belast tegen 1,25%: \[\text{Belasting Jaar X+5} = € 500.000 \times 1,25% = € 6.250 \text{}\]
🧮 Cijfervoorbeeld 2: Grote transactie met de progressieve tariefschijven
U verkoopt uw grote participatie van 40% in één keer. Dit levert in het belastbaar tijdperk X een gecumuleerde meerwaarde op van € 4.000.000.
- Toepassing van de vrijstelling: De eerste € 1.000.000 is volledig vrijgesteld.
- Belastbare basis: Er blijft een te belasten saldo over van € 3.000.000 (€ 4.000.000 - € 1.000.000).
- Toepassing progressieve schijven:
- Schijf 1 (tot € 2.500.000): € 2.500.000 wordt belast tegen 1,25%: \[€ 2.500.000 \times 1,25% = € 31.250 \text{}\]
- Schijf 2 (van € 2.500.000 tot € 5.000.000): Het resterende deel van de meerwaarde bedraagt € 500.000 (€ 3.000.000 - € 2.500.000). Dit deel wordt belast tegen 2,5%: \[€ 500.000 \times 2,5% = € 12.500 \text{}\]
- Totale verschuldigde belasting: \[\text{Totale belasting} = € 31.250 + € 12.500 = € 43.750 \text{}\] (Dit is een effectieve belastingdruk van amper 1,09% op uw totale winst van € 4.000.000).
🇨 Categorie C: Het algemeen regime / de restcategorie
Dit geldt voor alle reguliere particuliere beleggingen (aandelen op de beurs, obligaties, cryptoactiva, goud, enz.).
- De spelregels:
- Het belastingtarief bedraagt 10%.
- U heeft elk jaar recht op een basisvrijstelling (voor inkomstenjaar 2026 / aanslagjaar 2027 bedraagt deze € 10.000).
- Als u in een jaar uw basisvrijstelling niet (volledig) opgebruikt, bouwt u voor het volgende jaar een aanvullende vrijstelling op (voor aanslagjaar 2028 vastgelegd op € 1.000).
🧮 Cijfervoorbeeld 1: Basisvrijstelling en opbouw van de aanvullende vrijstelling
- Jaar 2026: U belegt op de beurs maar verkoopt niets. U heeft dit jaar dus € 0 meerwaarde gerealiseerd.
- Gevolg: Omdat u in 2026 geen gebruik heeft gemaakt van uw basisvrijstelling, mag u in het volgende jaar (2027) genieten van de aanvullende vrijstelling van € 1.000.
- Jaar 2027: Uw totale vrijstellingspot bedraagt nu € 11.200 (€ 10.200 geïndexeerde basisvrijstelling + € 1.000 aanvullende vrijstelling).
- U realiseert in 2027 een beursmeerwaarde van € 1.000.
- Verrekening: Deze € 1.000 wordt eerst volledig afgezet tegen uw aanvullende vrijstelling van € 1.000. Uw belastbare winst is € 0.
- Gevolg voor volgend jaar: Omdat uw basisvrijstelling (€ 10.200) volledig onaangeroerd is gebleven, bouwt u voor het jaar 2028 opnieuw de volledige aanvullende vrijstelling op (geïndexeerd naar € 1.020).
- Uw budget voor 2028: € 10.400 (basis) + € 1.020 (aanvullende) = € 11.420.
🧮 Cijfervoorbeeld 2: Gedeeltelijke opmenging van vrijstellingen
We vertrekken opnieuw met een opgebouwde aanvullende vrijstelling van € 1.000 in het inkomstenjaar 2027 (totaal budget: € 11.200).
- U realiseert in 2027 een meerwaarde van € 1.500.
- Verrekening:
- De eerste € 1.000 van de winst wordt gedekt door de aanvullende vrijstelling (deze is nu volledig opgebruikt).
- De resterende € 500 (€ 1.500 - € 1.000) wordt gedekt door de basisvrijstelling van € 10.200. Er blijft € 9.700 aan basisvrijstelling ongebruikt.
- U betaalt € 0 belasting.
- Gevolg voor het volgende jaar (2028): Omdat u een deel van de basisvrijstelling (€ 500) heeft moeten aanspreken, wordt de aanvullende vrijstelling voor 2028 (normaal € 1.020) pro rata verminderd: \[\text{Nieuwe aanvullende vrijstelling 2028} = € 1.020 - € 500 \text{ (gebruikt deel basisvrijstelling)} = € 520 \text{}\] Uw totale vrijstellingspot voor 2028 bedraagt dus € 10.400 (basis) + € 520 (aanvullende) = € 10.920.
🧮 Cijfervoorbeeld 3: Volledige overschrijding en effectieve belasting
Stel dat u in het inkomstenjaar 2028 (totaal budget: € 10.920) een grote winst realiseert op uw cryptoportefeuille van € 25.000.
- Verrekening van de vrijstellingen: \[\text{Belastbaar saldo} = € 25.000 \text{ (winst)} - € 10.920 \text{ (totale vrijstelling)} = € 14.080\]
- Berekening van de belasting (10%): \[\text{Verschuldigde belasting} = € 14.080 \times 10% = € 1.408 \text{}\] U betaalt op uw totale winst van € 25.000 dus slechts € 1.408 belasting (een effectief tarief van 5,6%).
- Gevolg voor het volgende jaar (2029): Omdat u uw basisvrijstelling dit jaar volledig heeft opgebruikt, bouwt u voor het volgende jaar geen enkele aanvullende vrijstelling op. U start in 2029 dus enkel met de standaard basisvrijstelling.
Om u een perfect beeld te geven van de impact van deze belasting op een gemiddelde portefeuille, bekijken we een concreet en herkenbaar scenario van een particuliere belegger met een gemengde portefeuille.
Stel, u belegt in beursgenoteerde aandelen (via een traditionele bank of broker) en u bezit daarnaast een hoeveelheid crypto-activa.
In dit voorbeeld realiseren we in een jaar de volgende netto-meerwaarden (winsten) bij de verkoop van uw posities:
- Winst op beursgenoteerde aandelen: € 12.000
- Winst op crypto-activa: € 3.000
- Totale netto-meerwaarde: € 15.000
We simuleren hoe de fiscus deze € 15.000 belast in twee verschillende situaties onder de regels van Type C (het algemeen regime):
📊 Situatie 1: U heeft deze winst behaald in het inkomstenjaar 2026 (Aanslagjaar 2027)
Dit is het eerste jaar dat de belasting van kracht is. Omdat het regime pas start, heeft u nog geen "historische inactiviteit" kunnen opbouwen. U heeft dit jaar dus enkel recht op de standaard basisvrijstelling.
- Uw vrijstelling: Voor het aanslagjaar 2027 bedraagt de geïndexeerde basisvrijstelling exact € 10.000.
- Berekening van de belasting:
- Totale winst: € 15.000
- Afgetrokken basisvrijstelling: - € 10.000
- Belastbaar saldo: € 5.000
- Verschuldigde belasting (10%): € 5.000 × 10% = € 500
Het resultaat: Op uw totale winst van € 15.000 betaalt u uiteindelijk € 500 belasting (een effectieve belastingdruk van slechts 3,3%).
📊 Situatie 2: U behaalt deze winst in het inkomstenjaar 2027 (Aanslagjaar 2028) en was in 2026 inactief
In dit scenario heeft u in het voorgaande jaar (2026) uw portefeuille onaangeroerd gelaten (u heeft geen enkele verkoop gedaan en dus € 0 meerwaarde gerealiseerd). Hierdoor heeft u voor het inkomstenjaar 2027 recht op de aanvullende vrijstelling.
- Uw vrijstellingen-budget: Volgens de officiële barema's van de circulaire beschikt u in het aanslagjaar 2028 over:
- Basisvrijstelling: € 10.200
- Aanvullende vrijstelling: € 1.000
- Totale vrijstelling: € 11.200
- De verplichte volgorde van aanrekening: De fiscus schrijft voor dat u eerst uw aanvullende vrijstelling moet opgebruiken, en daarna pas uw basisvrijstelling.
- Berekening van de belasting:
- Totale winst: € 15.000
- Verbruik aanvullende vrijstelling: - € 1.000 (volledig opgebruikt, stand = € 0)
- Resterende winst: € 14.000
- Verbruik basisvrijstelling: - € 10.200 (volledig opgebruikt)
- Belastbaar saldo: € 14.000 - € 10.200 = € 3.800
- Verschuldigde belasting (10%): € 3.800 × 10% = € 380
Het resultaat: Door uw inactiviteit in 2026 daalt uw verschuldigde belasting op dezelfde winst van € 500 naar € 380 (een effectieve belastingdruk van slechts 2,53%).
⚠️ Belangrijk gevolg voor uw volgende belastbare jaar (2028)
Omdat u in Situatie 2 uw basisvrijstelling van € 10.200 volledig heeft opgebruikt om uw winst te dekken, heeft u in het daaropvolgende inkomstenjaar (2028) geen recht op een nieuwe aanvullende vrijstelling. In 2028 start u dus weer met uitsluitend de standaard basisvrijstelling (geïndexeerd op € 10.400).
In dit cijfervoorbeeld kijken we naar hoe u een minderwaarde (verlies) fiscaal optimaal kunt verrekenen met een meerwaarde (winst) binnen Type C (het algemeen regime).
📋 De drie gouden regels voor verliescompensatie
Volgens de administratieve richtlijnen mag u een fiscaal verlies op een financieel actief enkel aftrekken als u aan drie cumulatieve voorwaarden voldoet:
- Hetzelfde belastbare tijdperk: Het verlies en de winst moeten in hetzelfde kalenderjaar zijn gerealiseerd.
- Dezelfde belastingplichtige: U kunt geen verliezen van uw partner of kinderen compenseren met uw eigen winsten.
- Dezelfde categorie van activa: Het verlies en de winst moeten binnen dezelfde fiscale categorie (Type A, B of C) vallen.
💡 Het grote voordeel binnen Type C (Restcategorie)
Een zeer gunstige precisering in de circulaire is dat alle verschillende types activa binnen Type C onderling gecompenseerd mogen worden. Dit betekent concreet dat u een verlies op traditionele aandelen mag verrekenen met een winst op crypto-activa (of omgekeerd), aangezien ze allebei onder de restcategorie (Art. 90, eerste lid, 9°, c, WIB 92) vallen.
🧮 Concreet Cijfervoorbeeld (Inkomstenjaar 2026)
Stel dat u in het inkomstenjaar 2026 de volgende transacties doet:
- Transactie 1: U verkoopt een cryptomunt met een winst (meerwaarde) van € 15.000 (berekend ten opzichte van de waarde op het fotomoment van 31 december 2025).
- Transactie 2: U verkoopt een traditioneel beursaandeel met een verlies (minderwaarde) van € 3.000 (eveneens berekend ten opzichte van de waarde op het fotomoment).
Stap 1: Berekening van de netto-meerwaarde
Omdat beide verkopen in 2026 plaatsvinden en onder Type C vallen, trekt u het verlies af van de winst: \[\text{Netto-meerwaarde} = € 15.000 \text{ (winst)} - € 3.000 \text{ (verlies)} = € 12.000\]
Stap 2: Toepassing van de basisvrijstelling
Vervolgens past u de basisvrijstelling voor het aanslagjaar 2027 (€ 10.000) toe op dit netto-saldo: \[\text{Belastbare basis} = € 12.000 \text{ (netto-winst)} - € 10.000 \text{ (vrijstelling)} = € 2.000\]
Stap 3: Berekening van de belasting (10%)
U betaalt het vaste tarief van 10% op de resterende belastbare basis: \[\text{Verschuldigde belasting} = € 2.000 \times 10% = € 200\]
⚖️ Wat als u de minderwaarde niet had kunnen verrekenen?
Zonder de verliescompensatie had u belasting moeten betalen op de volledige € 15.000 aan cryptowinst (minus de € 10.000 vrijstelling = € 5.000 belastbaar). U had dan € 500 aan de fiscus moeten betalen.
Dankzij de compensatieregeling bespaart u in dit scenario dus direct € 300 aan belastingen.
Wanneer uw totale verliezen (minderwaarden) in een bepaald jaar groter zijn dan uw winsten (meerwaarden), gelden er heel duidelijke en strikte fiscale regels.
Hieronder leggen we uit wat er in dat geval met het resterende verlies gebeurt, geïllustreerd met een concreet cijfervoorbeeld.
🧮 Het Scenario: Verliezen groter dan de winsten (Inkomstenjaar 2026)
Stel dat u in het inkomstenjaar 2026 de volgende transacties doet binnen Type C (de restcategorie):
- Transactie 1: U verkoopt een cryptomunt met een winst van € 5.000.
- Transactie 2: U verkoopt een beursaandeel met een verlies van € 8.000.
Beide transacties gebeuren in hetzelfde jaar (2026), door dezelfde persoon en vallen onder dezelfde categorie (Type C), waardoor ze met elkaar gecompenseerd mogen worden.
Stap 1: De onderlinge verrekening
U trekt het verlies af van de winst om tot het netto-resultaat van het jaar te komen: \[\text{Netto-resultaat} = € 5.000 \text{ (winst)} - € 8.000 \text{ (verlies)} = -€ 3.000 \text{ (netto-verlies)}\]
Stap 2: De belasting voor het lopende jaar (2026)
Omdat uw netto-resultaat negatief is, bedraagt uw belastbare basis voor dit jaar € 0. U betaalt voor het jaar 2026 dus € 0 belasting op uw financiële activa.
Stap 3: Wat gebeurt er met het resterende verlies van -€ 3.000?
Dit is de harde realiteit van de nieuwe wetgeving. De circulaire stelt expliciet dat minderwaarden uitsluitend aftrekbaar zijn "in de loop van hetzelfde belastbare tijdperk". Dit heeft grote gevolgen voor uw overgedragen verlies:
- Geen overdracht naar de toekomst: U mag de resterende € 3.000 verlies niet overdragen naar het volgende jaar (2027) om daar toekomstige winsten mee te compenseren.
- Geen verrekening met andere inkomsten: U mag dit verlies van € 3.000 niet aftrekken van uw beroepsinkomen (loongerelateerde belastingen) of andere diverse inkomsten.
- Definitief verloren: De resterende € 3.000 aan minderwaarde is fiscaal gezien definitief verloren.
🎁 De "troostprijs": Opbouw van de aanvullende vrijstelling!
Hoewel u het verlies van € 3.000 niet kunt overdragen, is er wel een belangrijk lichtpunt voor het volgende jaar.
Omdat u in 2026 door uw netto-verlies uw jaarlijkse basisvrijstelling van € 10.000 volledig ongebruikt heeft gelaten, heeft u voor het inkomstenjaar 2027 (aanslagjaar 2028) automatisch recht op de aanvullende vrijstelling van € 1.000.
- Uw budget voor 2027 stijgt hierdoor naar maar liefst € 11.200 (€ 10.200 basisvrijstelling + € 1.000 aanvullende vrijstelling). U start het nieuwe jaar dus met een aanzienlijk grotere belastingvrije buffer.
Hier is een overzichtelijk vergelijkingsschema van de drie
verschillende categorieën van overdrachten onder de nieuwe Belgische
meerwaardebelasting, volledig gebaseerd op de richtlijnen uit Circulaire
2026/C/74:
|
Fiskaal Kenmerk |
Type A: Interne Meerwaarden |
Type B: Aanmerkelijk Belang (Participatie \(\ge\) 20%) |
Type C: Algemeen Regime (Restcategorie) |
|
Toepassingsgebied |
Specifieke interne herstructureringen of verkopen van
aandelen/winstbewijzen aan een vennootschap die u zelf (of met uw familie)
controleert. |
Verkoop van aandelen waarin u direct of indirect een
belang van minstens 20% van de rechten bezit. |
Alle overige financiële activa (reguliere aandelen,
obligaties, crypto-activa, beleggingsgoud, enz.). |
|
Belastingtarief |
Vast tarief van 33% (er worden geen gemeentelijke
opcentiemen toegepast). |
Progressief getrapt tarief op het deel boven de
vrijgestelde € 1 miljoen:• Schijf tot € 2,5M: **1,25%**• Schijf € 2,5M - €
5M: **2,5%**• Schijf € 5M - € 10M: **5%**• Schijf boven € 10M: 10% |
Vast tarief van 10% (tenzij de globalisatie in uw
aangifte voordeliger is). |
|
Vrijstellingen |
Geen standaard vrijstelling (wel tijdelijke uitstel- of
vrijstellingsregelingen bij inbreng onder strikte voorwaarden). |
Eerste schijf van € 1.000.000 volledig vrijgesteld
via een rollend "rugzaksysteem" over 5 opeenvolgende jaren. |
• Basisvrijstelling: Basisbedrag van € 4.855
(geïndexeerd naar € 10.000 voor aanslagjaar 2027).• Aanvullende
vrijstelling: Basisbedrag van € 480 (geïndexeerd naar € 1.000 voor
aanslagjaar 2028). |
|
Inhouding aan de bron (Roerende Voorheffing) |
Nee, er wordt nooit roerende voorheffing
ingehouden. |
Nee, er wordt nooit roerende voorheffing
ingehouden. |
Ja, maar optioneel: Er kan 10% roerende voorheffing
worden ingehouden, tenzij u kiest voor een opt-out.*(Crypto-activa,
geldmiddelen en goud moeten altijd verplicht via de aangifte worden
aangegeven)*. |
|
Hoe aangeven? |
Verplicht zelf op te nemen in uw jaarlijkse
belastingaangifte (personenbelasting). |
Verplicht zelf op te nemen in uw jaarlijkse
belastingaangifte (personenbelasting). |
Te vermelden in uw belastingaangifte (bijvoorbeeld na een
opt-out of bij crypto) of afgehandeld via de bank. |
Wat is de "Exit Taks"?
Wanneer u als Belgische rijksinwoner besluit om uw fiscale woonplaats naar het buitenland over te brengen (te emigreren), stelt de wet dit gelijk aan een fictieve verkoop van uw financiële activa onder bezwarende titel [𝟮𝟭𝟴].
Dit betekent dat er op het moment van uw vertrek een belasting (in principe 10% onder Type C) wordt berekend op de latente (nog niet gerealiseerde) meerwaarde van uw aandelen of obligaties [𝟭𝟱𝟱, 𝟮𝟭𝟴]. Deze latente meerwaarde is het verschil tussen de waarde van uw activa op de dag van uw vertrek en de aanschaffingswaarde (of de waarde op het fotomoment van 31 december 2025) [𝟭𝟱𝟭, 𝟭𝟱𝟲].
Om te voldoen aan de Europese rechtsbeginselen hoeft u deze belasting bij uw vertrek gelukkig bijna nooit onmiddellijk te betalen. Er is een regime van betalingsuitstel voorzien [𝟮𝟭𝟵]. Dit uitstel werkt via twee verschillende wegen [𝟮𝟭𝟵]:
1. Het Automatische Uitstel (EU/EER en verdragslanden)
Verhuist u naar een land waarmee België goede fiscale afspraken heeft? Dan krijgt u automatisch uitstel van betaling [𝟮𝟮𝟬].
- Voor welke landen? Dit geldt als u verhuist naar een lidstaat van de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER), of een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in de uitwisseling van informatie en wederzijdse invorderingsbijstand [𝟮𝟮𝟬].
- Formaliteiten: U hoeft geen enkele formaliteit te vervullen of een waarborg te stellen om dit automatische uitstel bij vertrek te verkrijgen [𝟮𝟮𝟬].
2. Het Optionele Uitstel (Andere landen)
Verhuist u naar een ander land (bijvoorbeeld een land zonder specifiek fiscaal verdrag met België)?
- Uitstel op verzoek: U kunt nog steeds uitstel van betaling krijgen, maar dit gebeurt enkel op uitdrukkelijk verzoek [𝟮𝟮𝟵].
- Zekerheidsstelling verplicht: Om dit uitstel te verkrijgen, bent u verplicht om een afdoende zekerheid te stellen [𝟮𝟮𝟱]. Dit kan bijvoorbeeld via een bankwaarborg, een inpandgeving van financiële instrumenten of een storting bij de Deposito- en Consignatiekas [𝟮𝟮𝟱].
🛡️ Hoe behoudt u het betalingsuitstel? (De "Verdachte Periode" van 24 maanden)
De exit taks heeft als specifiek doel te vermijden dat burgers zich tijdelijk in het buitenland vestigen om snel belastingvrij hun aandelen of crypto te verkopen [𝟮𝟮𝟭]. Daarom geldt er een "verdachte periode" van 24 maanden vanaf uw vertrek [𝟮𝟮𝟭].
Om uw uitstel te behouden, moet u gedurende deze 24 maanden aan de volgende voorwaarden voldoen [𝟮𝟮𝟭]:
- Geen verkoop: U mag de activa niet verkopen of overdragen onder bezwarende titel [𝟮𝟮𝟭].
- Geen verpanding: U mag de activa niet bezwaren met een zakelijke zekerheid (zoals een verpanding voor een lening) [𝟮𝟮𝟭].
- Woonplaats behouden: U moet uw fiscale woonplaats behouden in een EU/EER- of verdragsland [𝟮𝟮𝟰]. (Als u binnen de 24 maanden naar een niet-verdragsland verhuist, vervalt het automatische uitstel, tenzij u alsnog een waarborg stelt [𝟮𝟮𝟰]).
💡 Belangrijke nuanceringen en uitzonderingen:
- Gedeeltelijke verkoop = gedeeltelijk verval: Verkoopt u binnen de 24 maanden slechts een deel van uw portefeuille? Dan vervalt het uitstel enkel proportioneel voor dat verkochte deel [𝟮𝟮𝟯]. Voorbeeld: Als u 100 aandelen had en er 20 verkoopt, moet u enkel de exit taks op die 20 aandelen betalen. Voor de overige 80 aandelen blijft uw uitstel gewoon lopen [𝟮𝟮𝟯].
- Uitzonderingen op de "verkoop": Bepaalde overdrachten die in België ook belastingvrij zouden zijn (zoals herstructureringen, echtscheidingen of de verdeling van een gemeenschap binnen de drie jaar) leiden niet tot het verval van het uitstel [𝟮𝟮𝟭].
📋 De Jaarlijkse Controle (Het Attest)
Om te bewijzen dat u nog steeds aan alle voorwaarden voldoet, bent u verplicht om jaarlijks een attest te bezorgen aan de Belgische belastingadministratie [𝟮𝟮𝟳].
- ⚠️ Let op: Bezorgt u dit attest niet tijdig? Dan gaat de fiscus ervan uit dat u de voorwaarden heeft geschonden en wordt de exit taks onmiddellijk opeisbaar [𝟮𝟮𝟴].
🎉 Wanneer vervalt de Exit Taks definitief?
Als u de verdachte periode succesvol doorkomt, kan de exit taks definitief in de prullenbak:
- U blijft langer dan 24 maanden weg: Als u na 24 maanden nog steeds in het buitenland woont en de activa niet heeft verkocht, vervalt de exit taks definitief [𝟮𝟮𝟵]. De fiscus gaat er dan van uit dat u duurzaam en om legitieme (niet-fiscale) redenen bent geëmigreerd [𝟮𝟮𝟵]. Verkoopt u de activa bijvoorbeeld in maand 25? Dan betaalt u in België € 0 belasting.
- U keert binnen de 24 maanden terug naar België: Als u binnen de 24 maanden besluit terug te keren en u heeft de activa in de tussentijd niet verkocht, vervalt de exit taks eveneens volledig [𝟮𝟮𝟵]. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer u binnen de 10 maanden na uw vertrek weer rijksinwoner van België wordt [𝟭𝟱𝟭].
Om te bepalen of de verkoop van uw aandelen of crypto-activa belast wordt onder het gunstige regime van normaal privébeheer (het tarief van 10% of een volledige vrijstelling onder Type C) of dat het als speculatie/abnormaal beheer wordt belast tegen 33% (plus gemeentelijke opcentiemen), hanteert de fiscus zeer specifieke regels.
De belangrijkste richtlijnen en criteria uit de circulaire zijn als volgt opgebouwd:
1. Het uitgangspunt en de bewijslast
- Vermoeden van juistheid: Wanneer u een aangifte indient, is het uitgangspunt dat uw aangifte correct is. De fiscus gaat er in eerste instantie van uit dat uw transacties binnen het normale beheer van uw privévermogen vallen.
- Bewijslast ligt bij de fiscus: Als de belastingadministratie uw aangifte wil wijzigen omdat zij meent dat u heeft gespeculeerd, rust de bewijslast volledig op de administratie. De fiscus moet dus actief kunnen aantonen dat uw handelingen abnormaal of speculatief waren.
2. De algemene norm: "Normaal omzichtig persoon"
Om te beoordelen of een transactie al dan niet onder het normale beheer van een privévermogen valt, gebruikt de fiscus een objectieve maatstaf:
- Er wordt gekeken naar wat een normaal omzichtig persoon (de traditionele "goede huisvader") in exact dezelfde omstandigheden zou hebben gedaan om zijn privévermogen te beheren.
- Dit is en blijft in alle omstandigheden een feitenkwestie waarbij alle elementen van het dossier individueel worden gewogen.
3. Specifieke criteria voor crypto-activa
Omdat cryptomunten doorgaans volatieler zijn, specificeert de fiscus dat er bij crypto-activa (buiten een beroepsactiviteit) met name rekening wordt gehouden met drie specifieke factoren om te bepalen of er sprake is van speculatie of abnormaal beheer:
- De omvang van de investering: Het aandeel van uw totale financiële vermogen dat u in crypto-activa heeft geïnvesteerd. (Als u bijvoorbeeld uw volledige spaargeld in crypto steekt, wijst dit sneller op een abnormaal risico en dus speculatie).
- De financiering: Het al dan niet gebruikmaken van een lening of financiering voor de aankoop van de crypto-activa. (Geld lenen om te speculeren op cryptomunten valt in principe buiten het normale beheer van een privévermogen).
- De methode van handelen: Het gebruik van geautomatiseerde processen of software (zoals trading bots of algoritmen) voor de aan- en verkoop van uw crypto-activa.
4. Hoe zit het met NFT's en digitale kunstvoorwerpen?
- Als u winst maakt op activa die buiten de strikte definitie van de meerwaardebelasting vallen (zoals digitale kunstvoorwerpen of NFT's die niet voor betalings- of beleggingsdoeleinden worden gebruikt), kan die winst niet onder het 10%-tarief vallen.
- Dergelijke winsten kunnen enkel als divers inkomen (tegen 33%) worden belast indien de verkoop buiten het normale beheer van uw privévermogen valt of een speculatieve handeling uitmaakt.