zaterdag 22 november 2025

Wetsontwerp houdende harmonisatie van de geldende wetsbepalingen van Justitie met het Strafwetboek van 29 februari 2024.

Bron

voorontwerp van wet en een advies van de Raad van State over de harmonisatie van bestaande Justitiewetgeving met het nieuwe Strafwetboek dat op 8 april 2026 in werking treedt. Deze wetshervorming behelst technische aanpassingen in diverse wetten, waaronder het Militair Strafwetboek en wetten inzake discriminatie en extraditie, om wettelijke verwijzingen en straffen af te stemmen op de nieuwe straffenschaal en terminologie. Een belangrijke wijziging is de vervanging van de driedelige indeling van strafbare feiten door de geharmoniseerde term "misdrijf," waarbij de meeste straffen worden omgezet naar een strafniveau-indeling (bijv. niveau 1 tot 8). Daarnaast benadrukt de Raad van State de noodzaak om nationale omzetting van Europese verordeningen te schrappen, omdat deze direct van toepassing zijn en nationale wetgeving juridische verwarring kan veroorzaken. Het document behandelt ook specifieke aanpassingen aan boetebedragen en de opheffing van oude strafbepalingen die nu zijn geïntegreerd in het nieuwe wetboek, evenals de inwerkingtreding van de harmonisatiewet op dezelfde datum als het nieuwe Strafwetboek.


Dit wetsontwerp, ingediend door de Minister van Justitie, heeft tot doel om de bestaande wetgeving van Justitie technisch aan te passen aan het nieuwe Strafwetboek van 29 februari 2024.

Deze aanpassingen zijn noodzakelijk voor een consistente en coherente overgang naar het nieuwe strafrechtkader.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  1. De vervanging van oude straffen door de nieuwe straffenschaal (niveaus 1 tot 8).
  2. De vervanging van verouderde juridische termen, zoals misdaad, wanbedrijf en overtreding, door de geharmoniseerde term "misdrijf".
  3. Het aanpassen van kruisverwijzingen naar de nieuwe artikelnummers in het Strafwetboek.

Hieronder vindt u een overzicht van de aanpassingen, artikel per artikel, zoals beschreven in het wetsontwerp:


TITEL 1 – Algemene bepaling

Artikel 1: Bepaalt dat deze wet een aangelegenheid regelt die onder artikel 74 van de Grondwet valt.


TITEL 2 – Wijzigingsbepalingen

HOOFDSTUK 1: Wijzigingen van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt

  • Artikel 2, 3 en 4: Vervangen de verwijzing naar het beroepsgeheim (het vroegere artikel 458 van het Strafwetboek) door de nieuwe verwijzing: artikel 352 van het Strafwetboek.

HOOFDSTUK 2: Wijzigingen van het oud Burgerlijk Wetboek

  • Artikel 5: Past een interne verwijzing aan in artikel 32 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 391octies, § 4, tweede lid) naar artikel 296 van het Strafwetboek.
  • Artikel 6 en 7: Vervangen verouderde geldboetes (uitgedrukt in frank) in artikel 192 door de gestandaardiseerde straf: een straf van niveau 1. Artikel 7 voert ook een terminologische correctie door in de Franse tekst.

HOOFDSTUK 3: Wijzigingen van de wet van 6 maart 1818

  • Artikel 8: Vervangt de straffen voor overtredingen tegen algemene of lokale verordeningen door de gestandaardiseerde straf van niveau 1. Het derde lid, dat verwees naar een oud Strafwetboekartikel (Art. 85), wordt opgeheven.

HOOFDSTUK 4: Wijziging van het decreet van 19 juli 1831 (Jury)

  • Artikel 9: Regelt wanneer voorlopige hechtenis niet mag worden opgelegd. De oude termen voor politieke misdrijven worden vervangen door de nieuwe strafniveaus: "misdrijven die worden bestraft met een straf van niveau 1, 2 of 3".

HOOFDSTUK 5: Wijzigingen van het decreet van 20 juli 1831 op de drukpers

  • Artikel 10 tot 13, 15, 17 en 18: Heffen diverse artikelen van dit decreet op. Dit komt doordat de strafbaarstellingen overgenomen zijn in het nieuwe Strafwetboek. Bijvoorbeeld, artikelen over laster en belediging worden opgeheven vanwege de uniforme regeling in Boek 2 van het nieuwe Strafwetboek. Ook het klachtmisdrijf in artikel 10 wordt afgeschaft.
  • Artikel 14 en 16: Vervangen de term “wanbedrijf” door de nieuwe terminologie “misdrijf waarvoor een straf van niveau 1, 2 of 3 voorzien is”.

HOOFDSTUK 6: Wijzigingen van de wet van 1 oktober 1833 op de uitleveringen

  • Artikel 19: Vervangt verouderde termen (misdaad of wanbedrijf) door “misdrijf”. Verwijzingen naar ernstige misdrijven (zoals doodslag of moord) worden geactualiseerd naar de nieuwe artikelnummers in het Strafwetboek (artikelen 96 tot 102), en misdrijven tegen de uitwendige veiligheid van de Staat worden “misdrijf tegen de landsverdediging en de essentiële belangen van België”.

HOOFDSTUK 7: Wijzigingen van de wet van 27 mei 1870 houdende het Militair Strafwetboek

(Dit hoofdstuk bevat veel wijzigingen om straffen en verwijzingen in het militair recht aan te passen aan de nieuwe strafschalen en terminologie.)

  • Artikel 20 tot 22: Passen termen zoals “criminele straf” en “levenslange opsluiting” aan naar de nieuwe strafniveaus (niveau 5, 6, 7 of 8), en vervangen de term “wanbedrijven” door “misdrijven waarvoor een straf van niveau 1, 2 of 3 is voorzien”.
  • Artikel 23: Vervangt de regels voor de samenloop van militaire en gewone gevangenisstraffen door een verwijzing naar het overeenstemmende niveau in artikel 36 van het nieuwe Strafwetboek.
  • Artikel 26 (Nieuw Art. 14quinquies): Voegt een bepaling toe die stelt dat personen die niet onderworpen zijn aan de militaire strafwetten, toch kunnen worden vervolgd als deelnemer aan een militair misdrijf. Voor hen worden militaire straffen (militaire gevangenisstraf en afzetting) vervangen door een straf van niveau 2.
  • Artikel 28, 29, 30, 32, 33, 34, 35, 39, 41, 44, 45, 47, 49, 50, 51, 52: Converteren talloze specifieke straffen in het Militair Strafwetboek (zoals hechtenis en opsluiting van bepaalde duur) naar de nieuwe strafniveaus (niveau 3, 4, 5, 8, enz.).
  • Artikel 46: Vervangt de oude terminologie als “ziekte of onbekwaamheid tot persoonlijke arbeid” door de nieuwe term “integriteitsaantasting van de tweede graad” in de omschrijving van gewelddaden.
  • Artikel 48: Bepaalt dat de rechter, bij gewelddaden door militairen in geherbergde huizen, rekening moet houden met deze omstandigheid bij de straftoemeting.
  • Artikel 55 (Nieuw Art. 57ter): Voert een nieuwe rechtvaardigingsgrond in voor militairen die dwang of gewapend geweld gebruiken tijdens een operationele inzet buiten Belgisch grondgebied, voor zover dit nodig is voor hun opdracht en in overeenstemming met het internationaal recht (uitgezonderd misdrijven tegen het internationaal humanitair recht).
  • Artikel 59: Past de regels over verzachtende omstandigheden aan, zodat de algemene regels van Boek I van het nieuwe Strafwetboek van toepassing zijn op militaire misdrijven.

HOOFDSTUK 9: Wijzigingen van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek

  • Artikel 62: Actualiseert de verwijzing naar de artikelen die smaad en geweld tegen Kamerleden (bij een onderzoek) strafbaar stellen, nu verwijzend naar artikelen 102, 116, 124, 202 en 247 van het Strafwetboek.
  • Artikel 63: Actualiseert de verwijzing naar het beroepsgeheim (artikel 352). Het vervangt de straf voor het niet-naleven van een dagvaarding (als getuige) door een straf van niveau 1 en stelt een afwijkende maximumgeldboete van €80.000 vast. Ook wordt de bepaling over de toepasselijkheid van Boek I van het Strafwetboek opgeheven (omdat de nieuwe wet dit algemeen regelt).

HOOFDSTUK 10: Wijzigingen van de wet van 30 mei 1892 op het hypnotisme

  • Artikel 64, 65, 66 en 67: Converteren de oude gevangenisstraffen en boetes naar straffen van niveau 1, 2 of 3. Artikel 67 heft de overbodige toepassing van de algemene regels uit Boek I van het Strafwetboek op.

HOOFDSTUK 11: Wijzigingen van de besluitwet van 13 november 1915 (Vrijwillige verminkingen in oorlogstijd)

  • Artikel 68 en 69: Passen de straffen voor vrijwillige verminkingen in oorlogstijd aan naar de nieuwe strafniveaus (niveau 2, 3 of 4). Voor het basisdelict wordt niveau 2 gekozen, in afwijking van de conversieregel, om het onderscheid met de verzwaarde vorm te behouden.

HOOFDSTUK 12 tot 15: Oude wetten met boetes

  • Artikel 70 (Besluitwet 1917, gesjacher in voorwerpen): Vervangt de oude straf door een straf van niveau 1.
  • Artikel 71 (Besluitwet 1918, militair eerherstel): Vervangt “politiestraf” door “een straf van niveau 1”.
  • Artikel 72 (Wet 1919, wit-fosforhoudende lucifers): Vervangt de boete door “een straf van niveau 1”.
  • Artikel 73 (Wet 1923, militaire duiven): Vervangt de geldboete door “een straf van niveau 1”.

HOOFDSTUK 16: Wijziging van de wet van 15 juni 1935 (Talen in gerechtszaken)

  • Artikel 74: Vervangt de drievoudige indeling (misdaden, wanbedrijven en overtredingen) door het woord “misdrijven”.

HOOFDSTUK 17: Wijzigingen van de besluitwet van 13 mei 1940 (Verscherping bestraffing in oorlogstijd)

  • Artikel 75: Actualiseert de kruisverwijzingen naar artikelen over diefstal en vernieling in het nieuwe Strafwetboek, en past de verhoging van straffen aan naar het nieuwe niveau-systeem. De straffen worden met twee niveaus verhoogd (bv. niveau 1 wordt niveau 3) om de verscherping te behouden.

HOOFDSTUK 18: Wijzigingen van de wet van 13 maart 1973 (Vergoeding voor onwerkzame voorlopige hechtenis)

  • Artikel 76: Actualiseert de verwijzingen naar specifieke artikelen in het Strafwetboek in het kader van vergoeding voor onwerkzame hechtenis, specifiek verwijzend naar artikel 219 (vrijheidsberoving) en artikel 625 (nalatigheid).

HOOFDSTUK 19: Wijzigingen van de wet van 10 juli 1978 (Bacteriologische en toxinewapens)

  • Artikel 77: Convertert de straf voor inbreuken op het verbod op biologische wapens naar een straf van niveau 2 en stelt een afwijkende maximumgeldboete van €800.000 vast. Het heft de algemene bepaling over de toepasselijkheid van Boek I van het Strafwetboek op.

HOOFDSTUK 20: Wijzigingen van de wet van 30 juli 1981 (Racisme of xenophobie)

  • Artikel 78 en 80: Heffen de meeste strafbepalingen (Art. 19-25, 27, 28) op, aangezien deze misdrijven zijn overgebracht naar het nieuwe Strafwetboek.
  • Artikel 79: Past artikel 26 (niet-naleven van een vordering tot staking) aan door de straf om te zetten naar een straf van niveau 2. Er wordt een afwijkende maximumgeldboete vastgesteld en het woord “opzettelijk” wordt toegevoegd aan de misdrijfomschrijving.

HOOFDSTUK 21: Wijzigingen van het Wetboek van de Belgische nationaliteit van 28 juni 1984

  • Artikel 81: Actualiseert de lijst van misdrijven waarvoor de Belgische nationaliteit kan worden vervallen verklaard. Dit omvat de aanpassing van kruisverwijzingen naar het nieuwe Strafwetboek en de toevoeging van nieuwe zware misdrijven (zoals verzwaarde verkoop van kinderen en vandalisme met de dood tot gevolg).
  • Artikel 82: Wijzigt de regeling rond vervallenverklaring van de nationaliteit wegens terroristische misdrijven door het begrip “mededader of medeplichtige” te vervangen door “deelnemer” en de procedure te koppelen aan artikel 386/1 van het Strafwetboek.
  • Artikel 83: Actualiseert een kruisverwijzing.

HOOFDSTUK 23: Wijzigingen van de wet van 13 juni 1986 (Organen)

  • Artikel 84: Converteren de straffen voor overtreding van de wet op orgaanwegneming naar een straf van niveau 1, met een afwijkende maximumgeldboete van €40.000.
  • Artikel 85 en 87: Heffen de artikelen over herhaling en de algemene toepassing van Boek I van het Strafwetboek op.
  • Artikel 86: Vult artikel 18/1 (beroepsverbod) aan, en stelt dat de bepalingen van artikel 48, derde en vierde lid, van het Strafwetboek van toepassing zijn op dit verbod (dit regelt aanvang en duur van het verbod).

HOOFDSTUK 24: Wijzigingen van de wet van 26 juni 1990 (Psychiatrische aandoening)

  • Artikel 88: Herformuleert de strafbepalingen (Art. 37). De basisstraffen voor opzettelijke inbreuken worden een straf van niveau 2 met een maximumgeldboete van €40.000. Oude verwijzingen naar onrechtmatige vrijheidsberoving worden vervangen door artikelen 219, 229 en 625 van het Strafwetboek. Het heft ook overbodige leden van de wet op.

HOOFDSTUK 25: Wijzigingen van de wet van 28 mei 2002 (Euthanasie)

  • Artikel 89: Vervangt de verwijzing naar het beroepsgeheim (Artikel 458) door Artikel 352.
  • Artikel 90: Wijzigt de strafbepalingen van euthanasie (Art. 13/3). Het voegt het woord “opzettelijk” toe aan het misdrijf (uitvoeren van euthanasie waarbij grondvoorwaarden niet worden nageleefd) en converteert de straf naar een straf van niveau 4. De bepaling over verzachtende omstandigheden wordt opgeheven.

HOOFDSTUK 26: Wijziging van de wet van 21 juni 2002 (Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen)

  • Artikel 91: Actualiseert de verwijzing naar het beroepsgeheim (artikel 458) naar artikel 352.

HOOFDSTUK 27 en 28: Wijzigingen van de wet van 10 april 2003 (Militaire rechtscolleges)

  • Artikel 92, 94, 95 en 96: Actualiseren de terminologie (bv. correctionele straffen naar straffen van niveau 2 of 3) en de kruisverwijzingen in de context van militaire rechtspraak.
  • Artikel 93: Vervangt de verwijzingen naar oude wetten inzake abnormalen en probatie door verwijzingen naar de nieuwe wet betreffende de internering en artikel 64, § 3, van het Strafwetboek.

HOOFDSTUK 29: Wijzigingen van de wet van 29 maart 2004 (Internationaal Strafhof)

  • Artikel 97 en 100: Actualiseren de kruisverwijzingen naar de misdrijven die onder de bevoegdheid van het Internationaal Strafhof en tribunalen vallen.
  • Artikel 99: Converteert de straf voor misdrijven tegen de rechtsbedeling van het Internationaal Strafhof naar een straf van niveau 3, met een afwijkende maximumgeldboete van €800.000. De poging tot dit misdrijf is niet strafbaar.
  • Artikel 98, 101, 102, 103, 104 en 105: Actualiseren de verwijzingen naar de artikelen in het Strafwetboek die de gelijkwaardige maatregelen voor verbeurdverklaring regelen (artikel 53, § 2, tweede lid).

HOOFDSTUK 30: Wijzigingen van de basiswet van 12 januari 2005 (Gevangeniswezen)

  • Artikel 106, 109, 110 en 111: Bevatten technische correcties, voornamelijk in de Franse tekst (vervanging van délits door infractions) en actualiseren een kruisverwijzing naar artikel 409 van het Strafwetboek.
  • Artikel 107 en 108: Actualiseren de verwijzingen naar het beroepsgeheim (artikelen 458 en 458bis) naar artikelen 352 en 353.

HOOFDSTUK 31: Wijzigingen van de wet van 7 april 2005 (Journalistieke bronnen)

  • Artikel 112, 113 en 114: Actualiseren de kruisverwijzingen in deze wet ter bescherming van journalistieke bronnen, onder meer naar het nieuwe beroepsgeheim (artikel 352) en andere strafbepalingen (artikelen 371, 501 en 502, en 19, eerste lid).

HOOFDSTUK 32: Wijzigingen van de wet van 10 juli 2006 (Dreigingsanalyse)

  • Artikel 115: Vervangt de straf voor schending van het geheimhoudingsplicht door OCAD-leden door een straf van niveau 2 (met een maximumgeldboete van €32.000) en stelt expliciet dat poging niet strafbaar is.
  • Artikel 116: Vervangt de straf voor ambtenaren die opzettelijk informatie achterhouden door een straf van niveau 1 en stelt dat poging niet strafbaar is.

HOOFDSTUK 33: Wijzigingen van de wet van 5 augustus 2006 (Wederzijdse erkenning)

  • Artikel 117 en 118: Actualiseren de verwijzingen naar de artikelen in het Strafwetboek die de verbeurdverklaring regelen (artikelen 53, 54 en 70) in het kader van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen binnen de EU.

HOOFDSTUK 34 en 35: Wijzigingen van de wetten van 10 mei 2007 (Discriminatie)

  • Artikel 119, 120, 123: Heffen strafbepalingen in de discriminatiewetten op, omdat de strafbare gedragingen zijn overgebracht naar de artikelen 249, 250, 253, 254 en 255 van het nieuwe Strafwetboek.
  • Artikel 121 en 124: Wijzigen de strafbaarstellingen (Art. 29 en Art. 24) voor het opzettelijk niet-naleven van een stakingsvordering (discriminatie), door de straf te converteren naar een straf van niveau 2 met een afwijkende maximumgeldboete van €8.000 en het vereiste “opzettelijk” toe te voegen.
  • Artikel 122 en 125: Heffen de algemene toepassingsbepalingen van Boek I van het Strafwetboek op.

HOOFDSTUK 36: Opheffingsbepalingen

  • Artikel 126: Bevat een lijst van oude wetten en specifieke artikelen die worden opgeheven, omdat hun inhoud is geïntegreerd in het nieuwe Strafwetboek, verouderd zijn, of hun functie is overgenomen door de algemene beginselen van het nieuwe strafrecht. Voorbeelden zijn de wetten over smaad aan de Koning, private milities, mensensmokkel en stalking via elektronische communicatie.

HOOFDSTUK 37: Inwerkingtreding

  • Artikel 127: Bepaalt dat deze wet in werking treedt op 8 april 2026.

Hoe beïnvloedt de nieuwe straffenschaal bestaande geldboetes en gevangenisstraffen in de wetgeving?


De introductie van de nieuwe straffenschaal (niveaus 1 tot 8) door het nieuwe Strafwetboek van 29 februari 2024 is een van de belangrijkste aanpassingen die invloed hebben op de bestaande wetgeving. Dit wetsontwerp is specifiek ontworpen om de bestaande gevangenisstraffen en geldboetes technisch om te zetten naar dit nieuwe systeem.

Hieronder wordt uitgelegd hoe deze nieuwe schaal bestaande gevangenisstraffen en geldboetes beïnvloedt:

1. Invloed op bestaande Gevangenisstraffen

Alle oude gevangenisstraffen, opsluitingen (réclusion) en hechtenissen (détention) worden vervangen door de nieuwe strafniveaus.

Het nieuwe Strafwetboek (Art. 78) voorziet in een conversiesysteem voor straffen die de wetgever nog niet specifiek heeft aangepast. Dit systeem converteert oude vrijheidsbenemende straffen op basis van hun maximumduur naar een van de acht niveaus.

De belangrijkste conversieregels voor gevangenisstraffen zijn:

Oude Maximale Hoofdstraf (fysieke persoon)Nieuw Strafniveau
Levenslange opsluiting of hechtenisNiveau 8
Meer dan 20 jaar tot ten hoogste 30 jaar opsluiting of hechtenisNiveau 7
Meer dan 15 jaar tot ten hoogste 20 jaar opsluiting of hechtenisNiveau 5
Meer dan 10 jaar tot ten hoogste 15 jaar opsluiting of hechtenisNiveau 4
5 jaar tot ten hoogste 10 jaar opsluiting of hechtenisNiveau 3
Meer dan 3 jaar tot ten hoogste 5 jaar gevangenisstrafNiveau 3
1 jaar tot ten hoogste 3 jaar gevangenisstrafNiveau 2
8 dagen tot ten hoogste 12 maanden gevangenisstrafNiveau 1

Wat met zeer lichte straffen? Als de maximumstraf een gevangenisstraf van zeven dagen of minder is, moet de strafbaarstelling in principe als opgeheven worden beschouwd. De bevoegde diensten moeten dan beoordelen of de straf gedecriminaliseerd kan worden, dan wel of een straf van niveau 1 of een administratieve sanctie moet worden voorzien.

Conversie in Militaire Wetgeving (Voorbeeld van Uitzondering): In sommige gevallen wordt van de standaard conversieregel afgeweken om de consistentie te bewaren. Bijvoorbeeld, de straf van drie tot vijf jaar gevangenisstraf voor vrijwillige verminkingen in oorlogstijd zou volgens de standaardregel Niveau 3 moeten zijn. Er is echter gekozen om dit om te zetten naar Niveau 2, om zo het onderscheid met de verzwaarde vorm van het misdrijf (Niveau 3 en 4) te behouden.

2. Invloed op bestaande Geldboetes

De nieuwe straffenschaal behandelt geldboetes verschillend voor natuurlijke personen en rechtspersonen.

A. Conversie naar Strafniveaus

  1. Hoofdstraf (Natuurlijke Personen): De geldboete is enkel een hoofdstraf op Niveau 1.
  2. Hoofdstraf (Rechtspersonen): De geldboete vormt een hoofdstraf in alle strafniveaus. Het nieuwe Strafwetboek past het conversiesysteem voor rechtspersonen niet toe.
  3. Conversieregel (Hoofdstraf): Indien de maximumstraf bestaat uit een geldboete van meer dan 25 euro, wordt dit gelezen als een straf van Niveau 1.
  4. Zeer kleine boetes: Als de maximumstraf voor de hoofdstraf een geldboete van maximaal 25 euro is, moet de strafbaarstelling als opgeheven (gedepenaliseerd of gedecriminaliseerd) worden beschouwd.

B. Berekening van het Bedrag van de Geldboetes

Het nieuwe Strafwetboek schaft de oude systematiek van opdeciemen (décimes additionnels) af. De bedragen in de nieuwe wetgeving zijn vastgesteld door de opdeciemen op nul te zetten.

Voor het geval dat de straffen in de bijzondere wetten niet onmiddellijk worden aangepast (zoals in dit wetsontwerp gebeurt), bepaalt Artikel 78 van het nieuwe Strafwetboek dat het oorspronkelijke minimale en maximale bedrag van de geldboete moet worden vermenigvuldigd met 8.

C. Afwijkingen op de Maximale Geldboete

Om de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever te behouden bij de omzetting van zware geldboetes, worden vaak specifieke uitzonderingen op de algemene maximumbedragen van de nieuwe strafschalen ingevoerd.

Dit is noodzakelijk wanneer het bedrag van de omgezette geldboete (vermenigvuldigd met 8) meer dan een derde boven de algemene grenzen ligt die zijn voorzien in het nieuwe Strafwetboek (Art. 36 of Art. 52).

Voorbeelden van deze afwijkingen:

  • Voor overtredingen van de wet op de analyse van de dreiging (OCAD) wordt de straf omgezet naar Niveau 2, maar de maximale geldboete wordt vastgesteld op €32.000, in afwijking van de algemene Niveau 2-boete.
  • Bij misdrijven tegen de rechtsbedeling van het Internationaal Strafhof (Niveau 3) is de maximale geldboete uitzonderlijk €800.000.
  • Bij inbreuken op de wet op orgaanwegneming (Niveau 1) is de geldboete ten hoogste €40.000, wat een afwijking is van de algemene regels.

Kortom: De nieuwe straffenschaal fungeert als een universele meetlat (Niveau 1 tot 8) voor de ernst van alle strafbare feiten. Bestaande gevangenisstraffen en de meeste geldboetes (boven €25) worden naar dit nieuwe systeem geconverteerd op basis van hun oude maximumduur/bedrag, waarbij specifieke, vaak hoge, boetes vaak hun oorspronkelijke intentie behouden door middel van expliciete afwijkingen.


Welke specifieke oude wetten en strafbepalingen worden opgeheven of gewijzigd door dit ontwerp?

Het wetsontwerp heeft als hoofddoel de federale wetgeving betreffende Justitie technisch te harmoniseren met de nieuwe beginselen van het Strafwetboek van 29 februari 2024, dat op 8 april 2026 in werking treedt.

Deze harmonisatie omvat voornamelijk de aanpassing van kruisverwijzingen, de omzetting van straffen naar de nieuwe niveaus (1 tot 8), en de modernisering van de terminologie (zoals de vervanging van 'misdaad', 'wanbedrijf' en 'overtreding' door het uniforme term "misdrijf").

Hieronder volgt een gedetailleerd overzicht van de wetten en strafbepalingen die door dit ontwerp worden opgeheven (afgeschaft) of worden gewijzigd (aangepast):


I. Specifieke Oude Wetten en Bepalingen die worden Opgeheven (Afgeschaft)

Bepalingen worden opgeheven omdat hun inhoud is geïntegreerd in het nieuwe Strafwetboek, ze verouderd zijn, of hun toegevoegde waarde verdwijnt door de algemene toepassing van Boek I van het nieuwe Strafwetboek.

Dit wetsontwerp heft in Hoofdstuk 36 de volgende wetten en bepalingen volledig of gedeeltelijk op:

Oude Wet / BepalingOmschrijving / Reden voor OpheffingBronnen
Strafwetboek van 8 juni 1867Het volledige (oude) Strafwetboek wordt opgeheven.
Wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandighedenOpgeheven vanwege de afschaffing van de technieken van correctionalisering en contraversionalisering.
Wet van 29 juni 1964 (Opschorting, uitstel, probatie)Opgeheven, aangezien de opschorting van de uitspraak wordt geschrapt en bepalingen over uitstel zijn geïntegreerd in Art. 65 van het ontwerp.
Wet van 6 april 1847 (Beledigingen Koning)Opgeheven, vanwege de integratie van het misdrijf "majesteitschennis" in het nieuwe Strafwetboek.
Wet van 12 maart 1858 (Internationale betrekkingen)Opgeheven, vanwege integratie in Boek II, Titel 8, Hoofdstuk 3, Afdelingen 1 en 2 van het nieuwe Strafwetboek.
Wet van 7 juli 1875 (Aanbod misdaden)Opgeheven, vanwege integratie in de nieuwe regels met betrekking tot de poging (Art. 9 nieuw Sw).
Wet van 25 maart 1891 (Aanzetting misdaden)Opgeheven, vanwege integratie in de nieuwe regels met betrekking tot de poging (Art. 9 nieuw Sw).
Wet van 12 december 1817 (Desertie begunstigen)Opgeheven (gedepenaliseerd) omdat de wet een te ruim toepassingsgebied heeft en een inbreuk vormt op de vrijheid van meningsuiting.
Wet van 29 juli 1934 (Private milities)Opgeheven, aangezien de bepalingen (met aanpassingen) zijn hernomen onder Boek II, Titel 4, Hoofdstuk 3 van het nieuwe Strafwetboek.
Art. 145, § 3 bis van de Wet van 13 juni 2005 (Elektronische communicatie)Opgeheven, omdat belaging via elektronische communicatiemiddelen nu valt onder de algemene strafbaarstelling van belaging (Art. 237 nieuw Sw).
Art. 77 bis t.e.m. 77 sexies en Art. 80 van de Wet van 15 december 1980 (Vreemdelingenwet)Opgeheven, omdat het misdrijf mensensmokkel wordt hernomen in het Strafwetboek (Boek II, Titel 3, Hoofdstuk 7, Afdeling 2).
Koninklijk besluit van 31 mei 1933 (Subsidies/vergoedingen)Opgeheven, omdat de bepalingen zijn hernomen in artikel 691 van het Strafwetboek.
Besluitwet van 20 augustus 1915 (Vernietiging verdedigingswerken)Opgeheven, omdat de gedragingen reeds vallen onder de gemeenrechtelijke bepalingen inzake vernielingen in Boek II van het Strafwetboek.

Gedeeltelijke Opheffing van Strafbepalingen (Integratie in Nieuw Strafwetboek)

  • Decreet van 20 juli 1831 op de drukpers (Art. 10 t/m 18):
    • Artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 12 en 15 worden opgeheven. Dit is nodig omdat de strafbaarstellingen inzake laster, belediging en de kwaadwillige aantasting van het overheidsgezag zijn overgenomen in Boek II van het nieuwe Strafwetboek.
  • Wet van 30 juli 1981 (Racisme/Xenophobie):
    • Artikelen 19 tot 25, 27 en 28 worden opgeheven. De strafbepalingen zijn overgebracht naar de artikelen 249 e.v. van het nieuwe Strafwetboek.
  • Wet van 10 mei 2007 (Discriminatie Vrouwen/Mannen):
    • Artikelen 26 tot 28, 28/1, 28/2, 30 en 31 worden opgeheven. De strafbare gedragingen zijn overgebracht naar het nieuwe Strafwetboek (Art. 249, 250, 253-255).
  • Wet van 10 mei 2007 (Bepaalde Vormen Discriminatie):
    • Artikelen 21 tot 23, 25 en 26 worden opgeheven. De strafbare gedragingen zijn overgebracht naar het nieuwe Strafwetboek (Art. 249, 250, 253).

II. Specifieke Oude Wetten en Bepalingen die worden Gewijzigd

De wijzigingen bestaan voornamelijk uit de conversie van straffen naar de nieuwe niveaus (Niveau 1 t/m 8) en het actualiseren van wettelijke verwijzingen (kruisverwijzingen).

Oude Wet / BepalingOnderwerp van WijzigingDetails van de AanpassingBronnen
Wet van 16 maart 1803 op het notarisambt (Art. 18, 37, 44)BeroepsgeheimVerwijzing naar Art. 458 van het Strafwetboek wordt vervangen door Art. 352.
Oud Burgerlijk Wetboek (Art. 192)Conversie geldboetesOude geldboetes (uitgedrukt in frank) worden vervangen door een straf van niveau 1.
Wet van 6 maart 1818 (Art. 1)Overtreding van verordeningenDe straf (gevangenisstraf 8-14 dagen / geldboete 26-200 frank) wordt vervangen door een straf van niveau 1.
Decreet van 19 juli 1831 (Jury) (Art. 8)Voorlopige hechtenisBeperking van de voorlopige hechtenis voor politieke misdrijven wordt aangepast aan misdrijven bestraft met een straf van niveau 1, 2 of 3.
Wet van 1 oktober 1833 (Uitleveringen) (Art. 6)Terminologie en misdrijfverwijzingenDe termen misdaad/wanbedrijf worden misdrijf. Verwijzingen naar doodslag/moord/vergiftiging worden vervangen door Art. 96 t/m 102 van het Strafwetboek.
Wet van 27 mei 1870 (Militair Strafwetboek) (diverse artikelen)Strafconversie, terminologie, nieuwe bepalingenOude straffen (bv. levenslange hechtenis, criminele straffen) worden geconverteerd naar Niveau 8, 5, 6, 7 of 8.
Wet van 3 mei 1880 (Parlementair onderzoek) (Art. 7 en 8)Kruisverwijzingen en boetesSmaad/geweld tegen Kamerleden: Verwijzing naar Art. 102, 116, 124, 202 en 247 nieuw Sw. Schending beroepsgeheim (Art. 458) wordt Art. 352. Boete voor weigering getuigenis (Art. 8) wordt straf van niveau 1 met afwijkende maximumgeldboete van €80.000.
Wet van 30 mei 1892 (Hypnotisme) (Art. 1, 2, 3)StrafconversieOude gevangenisstraffen/boetes worden vervangen door straf van niveau 1, 2 of 3.
Besluitwet van 13 november 1915 (Vrijwillige verminkingen)StrafconversieStraf van 3-5 jaar gevangenisstraf wordt straf van niveau 2. Verzwaarde vormen worden niveau 3 en 4.
Wet van 15 juni 1935 (Talen in gerechtszaken) (Art. 11)TerminologieMisdaden, wanbedrijven en overtredingen worden vervangen door misdrijven.
Besluitwet van 13 mei 1940 (Verscherping oorlogstijd) (Art. 1)StrafverzwaringStrafverhoging wordt geregeld via de niveaus: straf van niveau N wordt straf van niveau N+2 (met aanpassingen). Kruisverwijzingen voor diefstal en vandalisme worden geactualiseerd (o.a. Art. 486, 515 t/m 522 nieuw Sw).
Wet van 13 maart 1973 (Vergoeding hechtenis) (Art. 28)KruisverwijzingenVerwijzingen naar onrechtmatige vrijheidsberoving (Art. 147, 155, 156 oud Sw) worden vervangen door Art. 219 en 625 nieuw Sw.
Wet van 10 juli 1978 (Bacteriologische wapens) (Art. 2)Strafconversie en boeteInbreuken op verbod worden straf van niveau 2 met afwijkende maximumgeldboete van €800.000.
Wet van 30 juli 1981 (Racisme/Xenophobie) (Art. 26)Strafconversie en opzetStraf voor niet-naleving stakingsvordering wordt straf van niveau 2 met afwijkende maximumgeldboete van €8.000. Het morele bestanddeel "opzettelijk" wordt toegevoegd.
Wetboek Belgische nationaliteit van 28 juni 1984 (Art. 23/1 en 23/2)Misdrijven en deelnemingArt. 23/1: De lijst van ernstige misdrijven wordt uitgebreid met o.a. verzwaarde verkoop van kinderen (Art. 274 nieuw Sw) en vandalisme met de dood tot gevolg (Art. 521 nieuw Sw). De term mededader/medeplichtige wordt deelnemer. Art. 23/2 wordt gekoppeld aan Art. 386/1 (terroristische misdrijven).
Wet van 13 juni 1986 (Organen) (Art. 17 en 18/1)Strafconversie, beroepsverbodStrafconversie naar niveau 1, 2 of 3 met specifieke afwijkende maximumgeldboetes. Het beroepsverbod in Art. 18/1 wordt aangevuld met verwijzing naar Art. 48, lid 3 en 4, nieuw Sw.
Wet van 26 juni 1990 (Psychiatrische aandoening) (Art. 37)Strafconversie en vrijheidsberovingBasisstraf voor opzettelijke inbreuken wordt straf van niveau 2 met afwijkende maximumgeldboete van €40.000. Verwijzingen naar onrechtmatige vrijheidsberoving worden vervangen door Art. 219, 229 en 625 nieuw Sw.
Wet van 28 mei 2002 (Euthanasie) (Art. 12, 13/3)Beroepsgeheim, opzet en strafconversieBeroepsgeheim Art. 458 wordt Art. 352. De strafbepaling (Art. 13/3) krijgt het vereiste "opzettelijk". Strafconversie voor procedurefouten wordt straf van niveau 2 met afwijkende maximumgeldboete van €8.000.
Wet van 7 april 2005 (Journalistieke bronnen) (Art. 6 en 7)KruisverwijzingenVerwijzingen naar Art. 505 oud Sw (bedrieglijk ontvangen van gestolen goederen) worden Art. 501 en 502 nieuw Sw.
Wet van 10 juli 2006 (Dreigingsanalyse) (Art. 13 en 14)Strafconversie en pogingSchending geheimhouding wordt straf van niveau 2 met afwijkende maximumgeldboete van €32.000. Opzettelijk achterhouden informatie wordt straf van niveau 1. Poging is in beide gevallen niet strafbaar.
Wet van 10 mei 2007 (Discriminatiewetten) (Art. 29 en Art. 24)Straf voor niet-naleving stakingsvorderingWordt straf van niveau 2 met afwijkende maximumgeldboete van €8.000. Het vereiste "opzettelijk" wordt toegevoegd.