een reeks wetswijzigingen en technische aanpassingen binnen het Belgische juridische kader, voornamelijk gericht op het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering. Deze herzieningen omvatten het gelijkstellen van het verlof- en bezoldigingsregime van magistraten met dat van ambtenaren, en de dringende correctie van wetgeving naar aanleiding van een advies van de Europese Commissie over het Europees aanhoudingsbevel. Daarnaast worden er aanpassingen gedaan aan strafbepalingen met betrekking tot verkeersovertredingen en wordt de territoriale bevoegdheid in het kader van strafbemiddeling gewijzigd. Ook zijn er wijzigingen om de digitalisering van justitie te verbetergroepen en wordt de termijn voor tijdelijke personeelsformaties bij de hoven van beroep verlengd.
Dit wetsontwerp bevat diverse technische en dringende bepalingen binnen het rechtsgebied van Justitie. De voornaamste doelstellingen zijn het doorvoeren van technische correcties, het aanpassen van wetgeving aan recente rechtspraak (zoals van het Hof van Justitie en het Grondwettelijk Hof), en het verbeteren van de werking van de magistratuur en het gerechtspersoneel.
Hieronder vindt u een overzicht, georganiseerd per hoofdstuk van het wetsontwerp:
HOOFDSTUK 1: Algemene Bepaling
- Artikel 1: Dit is een formele bepaling die vaststelt dat de wet een aangelegenheid regelt die onder artikel 74 van de Grondwet valt.
HOOFDSTUK 2: Wijzigingen van de wet op het notarisambt (Art. 2-4)
- Artikel 2: Maakt het mogelijk voor een gerechtelijk lasthebber om, ter bescherming van zijn persoonsgegevens, in akten het adres van zijn kantoor te vermelden in plaats van zijn privéwoonplaats.
- Artikelen 3 en 4: Dit zijn technische en terminologische aanpassingen in de wet op het notarisambt. Ze corrigeren de gebruikte termen en zorgen voor consistentie tussen de Franse en Nederlandse wetteksten.
HOOFDSTUK 3: Wijzigingen van het Wetboek van Strafvordering (Art. 5-11)
- Artikel 5 (Art. 39bis – Zoeking in informaticasystemen): Dit artikel wijzigt de regels voor het doorzoeken van in beslag genomen computersystemen (zoals mobiele telefoons) om te voldoen aan een uitspraak van het Europese Hof van Justitie (het Landeck-arrest).
- Normale Procedure: Zoeken mag alleen met voorafgaande schriftelijke toestemming van de gebruiker. Zonder toestemming is voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter vereist.
- Noodgevallen: In gevallen van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie beslissen tot een zoeking of het opheffen van beveiliging, maar dit moet zo snel mogelijk schriftelijk bevestigd worden door de onderzoeksrechter.
- De motivering van de beslissing moet de proportionaliteit ten opzichte van de privacy weerspiegelen.
- Artikelen 6, 7 en 8 (DNA-onderzoek): Deze artikelen voeren technische correcties door in de regels voor DNA-onderzoek in strafzaken.
- In zaken van seksuele misdrijven is het opstellen van een Y-STR-profiel niet altijd nodig. Er wordt nu voorzien in systematisch overleg tussen de procureur des Konings en het DNA-laboratorium om te bepalen van welke sporen een Y-STR-profiel wordt opgesteld.
- Verwijzingen in het Wetboek van Strafvordering en de DNA-wet naar misdrijven die in de DNA-databank worden opgeslagen, worden aangepast om te verwijzen naar het volledige hoofdstuk I/1 (misdrijven tegen de seksuele integriteit, het seksuele zelfbeschikkingsrecht en de goede zeden) in het Strafwetboek.
- Artikelen 9 en 11: Corrigeren onjuiste kruisverwijzingen in het Wetboek van Strafvordering.
- Artikel 10 (Art. 216ter Sv.): Lost problemen op met de bevoegdheidscriteria voor bemiddeling in strafzaken. Het bevoegdheidscriterium wordt aangepast van de verblijfplaats van de verdachte naar de plaats van de feiten.
HOOFDSTUK 4: Wijzigingen van het Strafwetboek (Art. 12)
- Artikel 12 (Art. 504ter/1 Sw.): Bevat terminologische aanpassingen om de Franse en Nederlandse teksten te harmoniseren, met name met betrekking tot de terminologie van de Wapenwet.
HOOFDSTUK 5: Wijzigingen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken (Art. 13 en 14)
- Artikelen 13 en 14: De naam van de gemeente Tongeren wordt vervangen door Tongeren-Borgloon om een recente gemeentelijke fusie te weerspiegelen in de wet op het gebruik van talen in gerechtszaken.
HOOFDSTUK 6: Wijzigingen van de wet op de opschorting, het uitstel en de probatie (Art. 15 en 16)
- Artikelen 15 en 16: Wijzigen de verjaringstermijnen voor herroeping van "een vol jaar" naar "drie volle jaren".
HOOFDSTUK 7: Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek (Art. 17-55)
Dit is een groot hoofdstuk met veel verschillende onderwerpen:
Personeelszaken en Sociale Status van Magistraten en Gerechtspersoneel:
- Plaatsvervangende Magistraten (Art. 17): Maakt het mogelijk voor op rust gestelde federale magistraten en substituten van het parket voor de verkeersveiligheid om tijdelijk als plaatsvervanger op te treden, om de continuïteit van de rechtspleging te waarborgen.
- College van Hoven en Rechtbanken (Art. 18): Past de regels aan voor de verkiezing van de voorzitter en ondervoorzitter van dit College. Het bevestigt dat zittende korpschefs en voormalige voorzitters/ondervoorzitters kandidaat mogen zijn en voorziet in een regeling als de stemming geen uitslag geeft.
- Gerechtelijke Stage (Art. 19): Maakt de bezoldiging van de magistraat in opleiding (tijdens de stage) aantrekkelijker door de anciënniteit beter te valoriseren, in lijn met het federale regeerakkoord, om de instroom van nieuwe magistraten te bevorderen.
- Verlofstelsel Magistraten (Art. 20-29):
- Zwangerschapsverlies (Art. 20): Voert een nieuw omstandigheidsverlof in voor zwangerschapsverlies (twee werkdagen), analoog aan het openbaar ambt.
- Zorgverlof (Art. 21, 25, 26, 27): heft het verbod op om de identiteit van de patiënt (familielid dat zorg nodig heeft) te vermelden op het doktersattest dat nodig is voor uitzonderlijk verlof voor persoonlijke zorg/steun. De medische reden zelf mag nog steeds niet vermeld worden.
- Adoptie- en Pleegouderverlof (Art. 23, 24): Corrigeert een foutieve overname van de verloftermijnen bij de invoering van het verlofstelsel. De maximale duur van het adoptie- en pleegouderverlof wordt teruggebracht van negen naar zes weken per ouder, plus bijkomende weken die verdeeld moeten worden, om gelijkheid met het openbaar ambt te behouden.
- Deeltijds werk 57/60 jaar (Art. 29): Verduidelijkt hoe de aanvullende premie voor magistraten die deeltijds werken (50%, 60% of 80%) vanaf 57 of 60 jaar, moet worden berekend (pro rata), om duidelijkheid te scheppen in de systemen van PersoPoint.
- Verblijfskostenvergoeding (Art. 30 en 31): Voegt een nieuw artikel in dat een dagelijkse forfaitaire vergoeding van €10 toekent aan magistraten voor verblijfskosten (maaltijdkosten) wanneer zij zich in België moeten verplaatsen voor hun ambt. Dit herstelt een vergoeding die onbedoeld was weggevallen.
- Geldelijke Anciënniteit Gerechtspersoneel (Art. 33): Stemt de regels voor het berekenen van de geldelijke anciënniteit van het gerechtspersoneel (met name bij bevordering naar niveau A) af op de regels die gelden voor het personeel van het openbaar ambt.
Procesrechtelijke en Dossiervoeringszaken:
- Tuchtprocedure (Art. 37, 41-43): Voert diverse technische en terminologische wijzigingen door in de tuchtprocedure voor notarissen en gerechtsdeurwaarders. Dit omvat de verduidelijking dat een verzoekschrift op tegenspraak moet zijn en dat verzet (rechtsmiddel) enkel mogelijk is tegen beslissingen gewezen bij verstek.
- Schrappen van zaken van de algemene rol (Art. 45): Past de procedure aan voor het weglaten van zaken van de rol. Partijen die vertegenwoordigd zijn door een afgevaardigde van een representatieve organisatie van werknemers of zelfstandigen worden voortaan, net als advocaten, geacht de elektronische lijsten van zaken die dreigen te worden weggelaten te raadplegen en ontvangen niet langer een aangetekende brief.
- Afschrift van beslissingen (Art. 46): Bepaalt dat partijen zonder advocaat die in de technische onmogelijkheid verkeren om verbinding te maken met het portaal van Justitie, een kosteloos afschrift van de rechterlijke beslissing kunnen vragen.
- Kosten voor uitlegging/verbetering (Art. 47): Moderniseert de bepaling over de kosten die in consignatie moeten worden gegeven bij een verzoek om uitlegging of verbetering van een rechterlijke beslissing. In plaats van een vast bedrag wordt verwezen naar de kosten die normaliter verschuldigd zijn bij de indiening van een vordering.
Centrale Registers en Invordering:
- Berichten in CBB (Art. 48, 50, 51, 52): Voert aanpassingen uit aan het Centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, enz. (CBB). Dit omvat het aanvullen van de gegevens bij berichten van faillissement en gerechtelijke reorganisatie om ze in overeenstemming te brengen met de publicatie in het Belgisch Staatsblad, en het toevoegen van het ondernemingsnummer van de schuldbemiddelaar en delegataris.
- Invordering Onbetwiste Schulden (Art. 53): Wijzigt de regels voor de invordering van onbetwiste geldschulden. De wet verwijst nu naar de centrale, handels- of vennootschapsregisters van andere EU-lidstaten die interoperabel zijn via het BRIS-systeem (Business Registers Interconnection System), waardoor de vroegere lijst met gelijkwaardige databanken overbodig wordt.
- Beslagbare inkomsten (Art. 54): Wijzigt de afrondingsregels voor het indexeren van de niet-beslagbare inkomensbedragen van het hogere honderdtal naar de hogere euro.
HOOFDSTUK 8: Wijziging van de wet op de overbrenging van veroordeelde personen (Art. 56)
- Artikel 56: Dit is een louter technische wijziging om een onjuiste formulering in de Nederlandse tekst van de wet van 23 mei 1990 te corrigeren, zodat deze overeenstemt met de Franse tekst en de recente wetgeving inzake de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij.
HOOFDSTUK 9: Wijzigingen van de wet op de identificatieprocedure via DNA-analyse (Art. 57-58)
- (Zie de gedetailleerde uitleg bij Artikelen 6, 7 en 8 in Hoofdstuk 3. Artikelen 57 en 58 zijn de DNA-wet aanpassingen zelf, die de wijzigingen in het Strafwetboek Art. 5 § 1 weerspiegelen).
HOOFDSTUK 10: Wijziging van de wet betreffende het Europees aanhoudingsbevel (Art. 59-63)
- Artikelen 59-63: Deze wijzigingen dienen om de Belgische wetgeving aan te passen aan een advies van de Europese Commissie over de onjuiste omzetting van het Kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel.
- Bepaalde verplichte weigeringsgronden (zoals verjaring of een eerdere definitieve beslissing) worden verplaatst naar de lijst van facultatieve weigeringsgronden (Art. 6).
- Er wordt verduidelijkt dat de onderzoeksrechter alleen een beslissing tot niet-tenuitvoerlegging mag nemen op basis van de verplichte weigeringsgronden.
HOOFDSTUK 11: Wijzigingen van de Basiswet op het gevangeniswezen (Art. 64-66)
- Artikelen 64 en 65 (Art. 139 en 142): Wijzigingen aan de regels over de verlenging van de tuchtsanctie 'afzondering' in de gevangenis. Dit herstelt de interpretatie die jarenlang door gevangenisdirecties werd toegepast, nadat een arrest van de Raad van State voor ongewenste effecten zorgde.
- Artikel 66 (Art. 145): Logische aanpassing van het artikel over ernstige inbreuken tegen de interne veiligheid. Het zorgt ervoor dat bij dergelijke ernstige feiten (zoals aanzetten tot collectieve acties) niet alleen verplicht verblijf in de cel, maar ook onderbrenging in de veiligheidscel kan worden opgelegd.
HOOFDSTUK 12: Wijziging van de wet op de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen (Art. 67)
- Artikel 67 (Art. 30): Dit is een technische aanpassing die bevestigt dat de nationale weigeringsgronden voor de erkenning van bevriezings- en confiscatiebevelen niet van toepassing zijn in relaties met lidstaten die gebonden zijn door de directe Europese Verordening (EU) 2018/1805.
HOOFDSTUK 13: Wijziging van het Burgerlijk Wetboek (Art. 68)
- Artikel 68 (Art. 3.62 § 2 BW – Grensoverschrijding): Wijzigt de regeling voor situaties waarin een bouwwerk te kwader trouw over de eigendomsgrens van de buur wordt gebouwd. Naar aanleiding van een arrest van het Grondwettelijk Hof wordt voorgesteld om de mogelijkheid voor de buur om verwijdering te eisen, te herstellen. De buur kan verwijdering eisen, tenzij er geen omvangrijke inname is noch potentiële schade.
HOOFDSTUK 14: Wijzigingen van de wet tot invoering van Boek II van het Strafwetboek (Art. 69-73)
Dit hoofdstuk richt zich op het verkeersstrafrecht.
- Artikel 69 (Art. 107 Sw.): Vervangt de term "dodelijk verkeersongeval" door "doding in het verkeer" en schrapt de notie van "ongeval". Dit is om de ernst van de daad beter te weerspiegelen en geldt voor verkeer in de brede zin (weg- én spoorverkeer).
- Artikel 70 (Nieuw Art. 107/1 Sw.): Voert het misdrijf "verzwaarde doding in het verkeer" in. Dit straft gedragingen zwaarder die tot de dood leiden, zoals: rijden onder invloed van alcohol of drugs, door het rode licht rijden, gebruik van een mobiele telefoon achter het stuur, of ernstige snelheidsovertredingen (>40 km/u te snel, of >30 km/u in een bebouwde kom of zone 30).
- Artikelen 72 en 73 (Art. 218 en nieuw Art. 218/1 Sw.): Voert dezelfde logica door voor integriteitsaantasting (verwondingen) die het gevolg is van een ernstig gebrek aan voorzorg in het verkeer. De notie "ongeval" wordt geschrapt, en er worden verzwarende factoren ingevoerd (identiek aan die van verzwaarde doding).
HOOFDSTUK 15: Wijziging van de wetgeving betreffende de tijdelijke personeelsformaties (Art. 74-82)
- Artikelen 74-82: De tijdelijke kaders (extra plaatsen) voor raadsheren bij de hoven van beroep en substituut-procureurs-generaal worden verlengd met twee jaar (tot 31 december 2027). Dit is nodig omdat de werklastmeting en het nieuwe allocatiemodel nog niet zijn afgerond, terwijl de gerechtelijke achterstand (het aantal dossiers) nauwelijks is verminderd.
HOOFDSTUK 16 t.e.m. 18: Opheffings-, Overgangs- en Inwerkingtredingsbepalingen (Art. 83-93)
- Opheffingen (Art. 83, 84): Schaft oude koninklijke besluiten af die overbodig zijn geworden door de nieuwe wetgeving, zoals het KB over de kosten voor uitlegging van vonnissen.
- Overgang/Inwerkingtreding (Art. 86 e.v.): Bepaalt wanneer de nieuwe regels van kracht worden. Sommige bepalingen hebben terugwerkende kracht, bijvoorbeeld:
- De regels over de verblijfskostenvergoeding (€10 per dag) voor magistraten gelden terugwerkend vanaf 1 januari 2024.
- De correcties in het verlofstelsel voor magistraten (Art. 21, 22, 25-29) hebben uitwerking vanaf 1 januari 2025.
- De betere valorisatie van anciënniteit voor magistraten in opleiding treedt in werking op 1 oktober 2025.
Welke diverse technische en dringende aanpassingen worden geïntroduceerd in de justitiële wetgeving?
Het wetsontwerp, dat op 19 november 2025 is ingediend, bevat diverse technische en dringende bepalingen binnen het rechtsgebied van Justitie. De maatregelen zijn noodzakelijk om de wetgeving aan te passen aan recente rechtspraak (zoals van het Hof van Justitie) en om operationele en personele problemen op te lossen.
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste diverse, technische en dringende aanpassingen, geordend per wet:
1. Wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering (Sv.) en DNA-wetgeving
De meest dringende wijzigingen hier betreffen de naleving van Europese rechtspraak over privacy.
- Zoeking in Informaticasystemen (Art. 39bis Sv.): Dit artikel wordt grondig aangepast om te voldoen aan het Landeck-arrest van het Europese Hof van Justitie van 4 oktober 2024.
- Basisregel: Het uitlezen van in beslag genomen informaticasystemen (zoals mobiele telefoons) is toegestaan bij het opsporen van misdaden en wanbedrijven.
- Toestemming: Zoeking kan met voorafgaande schriftelijke toestemming van de gebruiker.
- Zonder Toestemming: Zonder toestemming is voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter vereist.
- Uiterst Dringende Noodzakelijkheid: In gevallen van uiterst dringende noodzakelijkheid (uiterst dringende noodzakelijkheid), kan de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie (OGP) beslissen tot zoeking zonder voorafgaande machtiging. Deze beslissing moet echter onverwijld en uiterlijk binnen 24 uur aan de procureur des Konings worden meegedeeld en de maatregel moet zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd worden door de onderzoeksrechter, met vermelding van de redenen voor de urgentie.
- Proportionaliteit: De motivering van de beslissing moet de proportionaliteit ten opzichte van de persoonlijke levenssfeer en het nagestreefde doel weerspiegelen.
- Opheffen van Beveiliging (Art. 39bis § 5 Sv.): Ook het bevel tot opheffing van de beveiliging van een informaticasysteem vereist voortaan voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter, behalve in geval van uiterst dringende noodzakelijkheid.
- DNA-onderzoek (Art. 44quater e.v. Sv. en Art. 5, DNA-wet): Er worden technische aanpassingen doorgevoerd om het toepassingsgebied van DNA-onderzoek te verbeteren.
- Bij seksuele misdrijven (verwijzend naar het volledige Hoofdstuk I/1 van Titel VIII in Boek II van het Strafwetboek) wordt nu voorzien in systematisch overleg tussen de procureur des Konings en het DNA-onderzoekslaboratorium om te bepalen van welke aangetroffen sporen een Y-STR-profiel zal worden opgesteld.
- Bemiddeling in Strafzaken (Art. 216ter Sv.): Het wettelijk bevoegdheidscriterium voor de bevoegde diensten van de gemeenschappen (Justitiehuizen) in strafbemiddeling wordt gewijzigd.
- Change: De bevoegdheid verschuift van de verblijfplaats van de verdachte naar de plaats van de feiten. Dit is een urgente maatregel op vraag van het College van procureurs-generaal om praktische problemen op te lossen in dossiers met meerdere daders of slachtoffers.
2. Wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek (GW.)
Dit hoofdstuk bevat diverse correcties op het vlak van personeel, procedures en registers.
- Plaatsvervangende Magistraten (Art. 17, 34): Het verbod om op rust gestelde federale magistraten en substituten van het parket voor de verkeersveiligheid aan te wijzen als plaatsvervangende magistraten, wordt opgeheven. Dit is bedoeld om de continuïteit van de rechtspleging in deze gespecialiseerde parketten te verzekeren door gebruik te maken van ervaren gepensioneerde magistraten.
- Gerechtelijke Stage (Art. 19): De verloning van de magistraat in opleiding wordt aantrekkelijker gemaakt door de anciënniteit beter te valoriseren. Dit volgt op het regeerakkoord en heeft als doel de instroom van goed gekwalificeerde kandidaten te bevorderen. Dit treedt in werking op 1 oktober 2025.
- Verlofstelsel Magistraten (Art. 21, 25-29): Dringende rechtzettingen worden doorgevoerd in het verlofstelsel dat op 1 januari 2025 in werking trad, om ongelijkheden met het openbaar ambt te vermijden.
- Verlof bij Zwangerschapsverlies (Art. 21): Dit omstandigheidsverlof wordt nu ook voor magistraten ingeschreven, analoog aan personeel van het openbaar ambt sinds 1 juli 2024.
- Zorgverlof (Art. 25, 26, 27): Het verbod om de identiteit van de patiënt (familielid waarvoor zorg wordt gevraagd) op het doktersattest voor zorgverlof te vermelden, wordt opgeheven. Dit komt tegemoet aan een aanbeveling van de Gegevensbeschermingsautoriteit, die controle op de hoedanigheid van het familielid door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) in het gedrang zag komen.
- Deeltijds werk (Art. 29): Verduidelijkt hoe de aanvullende premie voor magistraten die deeltijds werken vanaf 57 of 60 jaar, moet worden berekend (pro rata).
- Dagelijkse Vergoeding voor Verblijfskosten (Art. 31): Een dagelijkse forfaitaire vergoeding van €10 voor verblijfskosten (maaltijdkosten) wordt heringevoerd voor werkende magistraten, magistraten in opleiding, assessoren en referendarissen die zich in België moeten verplaatsen voor hun ambt. Dit herstelt een onbedoeld gevolg van een eerdere opheffing. De betaling kan terugwerkende kracht hebben tot 1 januari 2024.
- Geldelijke Anciënniteit Gerechtspersoneel (Art. 33): De vermindering van de valorisatie van geldelijke anciënniteit verworven in niveaus B, C en D bij bevordering naar niveau A wordt afgeschaft. Dit zorgt voor afstemming met de regels voor personeel van het federaal openbaar ambt.
- Tuchtprocedure (Art. 37, 42): Worden technische correcties doorgevoerd in de tuchtprocedure voor notarissen en gerechtsdeurwaarders:
- Verzoekschriften moeten op tegenspraak zijn.
- Het rechtsmiddel verzet is enkel mogelijk tegen beslissingen bij verstek gewezen.
- Griffiers bij de Tuchtraad kunnen in overtal worden vervangen om overmatige werklast bij de Brusselse rechtbanken van eerste aanleg te vermijden.
- Weglating van Zaken van de Rol (Art. 45): De procedure wordt aangepast zodat partijen die vertegenwoordigd zijn door een afgevaardigde van een representatieve organisatie (van arbeiders, bedienden of zelfstandigen) worden gelijkgesteld met een advocaat en niet langer een aangetekende brief ontvangen wanneer hun zaak dreigt te worden weggelaten.
- Afschrift van Beslissingen (Art. 46): Partijen zonder advocaat die in de technische onmogelijkheid verkeren om verbinding te maken met het Portaal van Justitie (bv. door gebrek aan Belgische identiteitskaart of technische problemen in het buitenland) kunnen de griffier verzoeken om een kosteloos niet-ondertekend afschrift van de beslissing.
- Centrale Registers (CBB/FCA - Art. 48-52): Diverse technische correcties worden doorgevoerd om de gegevens in het Centraal bestand van berichten (CBB) te verbeteren.
- Er wordt, in voorkomend geval, het ondernemingsnummer en de rechtsvorm van de delegataris toegevoegd aan het bericht van delegatie.
- Gegevens in berichten van faillissement en gerechtelijke reorganisatie worden afgestemd op de publicatie in het Belgisch Staatsblad.
- Het ondernemingsnummer van de schuldbemiddelaar wordt toegevoegd in het bericht van collectieve schuldenregeling en minnelijke schuldbemiddeling voor nauwkeurigere identificatie.
- Invordering Onbetwiste Geldschulden (Art. 53): De wet wordt gewijzigd om de procedure voor invordering van onbetwiste geldschulden toe te passen op ondernemingen die zijn ingeschreven in een van de centrale, handels- of vennootschapsregisters van andere EU-lidstaten die interoperabel zijn via het BRIS-systeem (Business Registers Interconnection System). Hierdoor wordt het overbodig om een Koninklijk Besluit op te stellen met een lijst van gelijkwaardige databanken.
- Beslagbare Inkomsten (Art. 54): De indexering van de niet-beslagbare inkomensbedragen wordt aangepast om af te ronden op de hogere euro in plaats van het hogere honderdtal (een overblijfsel van de Belgische Frank).
3. Wijzigingen aan het Strafwetboek (Nieuw Boek II)
Deze aanpassingen zijn conform het federale regeerakkoord en zijn dringend.
- Doding in het Verkeer (Art. 107): De term "dodelijk verkeersongeval" wordt vervangen door "Doding in het verkeer" om het actieve gedrag en de zware fout van de dader (in plaats van louter een ongeluk) beter te weerspiegelen.
- Verzwaarde Doding in het Verkeer (Art. 107/1): Er wordt een nieuw artikel ingevoegd dat verzwaarde doding in het verkeer strafbaar stelt met een straf van niveau 4. Dit geldt bij feiten gepleegd met een bijzonder ernstige fout, zoals rijden onder invloed, door het rode licht rijden, mobiele telefoon vasthouden of hanteren, of ernstige snelheidsovertredingen.
- Integriteitsaantasting in het Verkeer (Art. 218 en 218/1): De term "ongeval" wordt ook geschrapt uit het misdrijf van integriteitsaantasting door ernstig gebrek aan voorzorg in het verkeer. Verzwarende factoren worden ingevoerd (Art. 218/1) die identiek zijn aan die voor verzwaarde doding in het verkeer.
4. Wijzigingen betreffende het Gevangeniswezen en Internationale Procedures
- Basiswet Gevangeniswezen (Art. 64, 65): De Basiswet wordt aangepast om de interpretatie te herstellen die gevangenisdirecties jarenlang hanteerden met betrekking tot de verlenging van de tuchtsanctie 'afzondering'. Dit is nodig vanwege een arrest van de Raad van State (van 18 juni 2024, nr. 260.166) dat voor ongewenste effecten zorgde ten aanzien van de veiligheid in de gevangenissen.
- Europees Aanhoudingsbevel (EAB - Art. 61, 63): De wet wordt aangepast om gevolg te geven aan een gemotiveerd advies van de Europese Commissie (24 april 2024) over de onjuiste omzetting van het Kaderbesluit EAB.
- Change: Bepaalde weigeringsgronden, zoals verjaring en ne bis in idem (definitieve beslissing voor dezelfde feiten), worden verplaatst van de verplichte weigeringsgronden naar de facultatieve weigeringsgronden. Dit is nodig omdat de EU vindt dat lidstaten geen facultatieve gronden als verplicht mogen omzetten.
- Change: Er wordt verduidelijkt dat de onderzoeksrechter enkel een beslissing tot niet-tenuitvoerlegging mag nemen op basis van de verplichte weigeringsgronden (Art. 3 en 4 van de wet).
5. Verlenging Tijdelijke Personeelsformaties (Dringend)
- Verlenging Tijdskaders (Art. 74-82): De wet voorziet in de verlenging van de tijdelijke kaders (overtallige benoemingen) voor raadsheren bij de hoven van beroep en substituut-procureurs-generaal.
- Doel/Urgentie: Deze kaders worden met twee jaar (tot 31 december 2027) verlengd omdat de werklastmeting (WLM) en het nieuwe allocatiemodel (voor de verdeling van middelen) nog niet zijn afgerond, en het totale aantal dossiers bij de hoven van beroep nauwelijks is gedaald.
6. Technische en Terminologische Correcties
- Notarisambt (Art. 2-4):
- Een gerechtelijke lasthebber mag het adres van zijn kantoor vermelden in akten in plaats van zijn privéwoonplaats, ter bescherming van persoonsgegevens.
- Terminologische en taalkundige correcties worden aangebracht om de Nederlandse en Franse teksten te harmoniseren, onder meer in de tuchtprocedure voor notarissen.
- Taalwetgeving (Art. 13, 14): De gemeentelijke fusie van Borgloon en Tongeren tot Tongeren-Borgloon wordt weerspiegeld in de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken.
- Strafwetboek (Art. 12): Terminologische aanpassingen aan artikel 504ter/1 Sw. worden doorgevoerd om de gebruikte termen in overeenstemming te brengen met de Wapenwet.
- Burgerlijk Wetboek (Art. 68): De regeling voor grensoverschrijding bij bouw wordt aangepast naar aanleiding van een arrest van het Grondwettelijk Hof (nr. 49/2024 van 25 april 2024). Als de grensoverschrijding te kwader trouw is, kan de buurman verwijdering van het overschrijdende deel eisen.
Dit wetsontwerp fungeert als een grote schoonmaak en noodzakelijke update van de justitiële infrastructuur, waarbij wetsteksten worden geharmoniseerd met de praktijk en jurisprudentie, en de werving en werkomstandigheden van justitiepersoneel worden verbeterd.
Hoe waarborgt het wetsontwerp de gelijke behandeling van magistraten ten opzichte van ambtenaren?
Het wetsontwerp introduceert diverse dringende en technische aanpassingen in de justitiële wetgeving met als hoofddoel om de wetgeving van magistraten en gerechtspersoneel zoveel mogelijk af te stemmen op, en ongewenste ongelijkheden te corrigeren ten opzichte van, het personeel van het federaal openbaar ambt.
Deze waarborg van gelijke behandeling wordt op de volgende belangrijke punten doorgevoerd, voornamelijk via wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek (GW.):
1. Sociale Status en Verlofregelingen (Hoofdstuk 7)
De wetgever streefde er in de wet van 12 mei 2024 naar om het verlofstelsel van de magistraten zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij dat van de ambtenaren, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de magistratuur en de continuïteit van de openbare dienst. De huidige wijzigingen corrigeren implementatiefouten die tot onbedoelde ongelijkheid leidden.
A. Verlof voor Zwangerschapsverlies
Het verlofstelsel voor magistraten wordt uitgebreid met een omstandigheidsverlof voor zwangerschapsverlies.
- Dit verlof van twee werkdagen wordt ingeschreven in het Gerechtelijk Wetboek onder dezelfde voorwaarden als voor personeelsleden van het openbaar ambt, die dit recht al sinds 1 juli 2024 genieten.
B. Verlof voor Zorg en Bijstand (Zorgverlof)
Er worden correcties aangebracht met betrekking tot de vereiste attesten voor het opnemen van uitzonderlijk verlof voor persoonlijke zorg of steun (zorgverlof).
- Het verbod op het vermelden van de identiteit van de patiënt op het doktersattest voor zorgverlof wordt opgeheven.
- Deze wijziging is noodzakelijk om te voorkomen dat de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) in een "problematische situatie" komt bij het controleren van de voorwaarden voor de toekenning van de toelage, wat de gelijkheid met de personeelsleden van het openbaar ambt zou ondermijnen.
- Daarnaast worden de wettelijke grondslagen voor de toekenning van de RVA-uitkering bij ouderschapsverlof en zorgverloven nauwkeuriger afgebakend en afgestemd op de regeling voor het openbaar ambt.
C. Adoptie- en Pleegouderverlof
De maximale duur van het adoptie- en pleegouderverlof wordt rechtgezet om de onbedoelde ongelijke behandeling met het openbaar ambt te verhelpen.
- Door een foutieve overname van de "groeipaden" bij de wet van 12 mei 2024 kregen magistraten individueel negen weken verlof, terwijl het de bedoeling van de wetgever was dat de aanvullende weken verdeeld moesten worden tussen de twee adoptie- of pleegouders, net zoals in het openbaar ambt.
- Het verlof wordt gecorrigeerd naar zes weken individueel (voor de magistraat), plus aanvullende weken (vier weken in 2025) die voor hem/haar of voor beide ouders samen bijkomen.
D. Deeltijds Werk (Ouderen)
De berekening van de premie voor deeltijdse uitoefening van het ambt vanaf 57 of 60 jaar (50%, 60% of 80% prestaties) wordt verduidelijkt om te zorgen voor gelijkheid in de berekeningswijze.
- Aangezien ambtenaren enkel de mogelijkheid hebben om halftijds (50%) te werken, was de wettelijke premie enkel voor die situatie vastgelegd.
- Het ontwerp beschrijft nu expliciet dat wanneer de magistraat zijn ambt deeltijds uitoefent aan 60% of 80%, de premie pro rata wordt aangepast, conform de geest van de regeling in het openbaar ambt. De premie wordt direct gekoppeld aan de regeling van het openbaar ambt (Art. 8 van de wet van 19 juli 2012) om toekomstige aanpassingen automatisch over te nemen.
2. Geldelijke Status en Anciënniteit
A. Vergoeding voor Verblijfskosten
Om de magistraten gelijk te stellen met de ambtenaren die maaltijdcheques ontvangen, wordt de dagelijkse forfaitaire vergoeding van €10 voor verblijfskosten opnieuw ingevoerd.
- Deze vergoeding (om maaltijdkosten te dekken) was onbedoeld weggevallen voor magistraten (inclusief magistraten in opleiding, assessoren en referendarissen) op 1 januari 2024, toen artikelen over verblijfskosten werden opgeheven bij het federaal openbaar ambt in verband met de invoering van maaltijdcheques, die magistraten niet ontvangen.
- Het doel is om de juridische situatie van vóór de opheffing te herstellen en te voorkomen dat de schade voortduurt voor degenen die geen maaltijdcheques krijgen.
B. Geldelijke Anciënniteit van Gerechtspersoneel (Promotie Niveau A)
Om het gerechtspersoneel gelijk te schakelen met het federaal openbaar ambt, wordt een nadeel in de berekening van de geldelijke anciënniteit opgeheven.
- De vermindering met één derde van de geldelijke anciënniteit die personeelsleden in lagere niveaus (B, C, D) verwierven bij bevordering naar niveau A in de rechterlijke orde, wordt afgeschaft.
- Deze vermindering was reeds afgeschaft in het federaal openbaar ambt, en de opheffing in het GW. zorgt ervoor dat de rechterlijke orde aantrekkelijker wordt en dat er geen verschil in behandeling meer bestaat tussen de ambtenaren en het gerechtspersoneel bij bevordering naar niveau A.
C. Geldelijke Anciënniteit van Magistraten in Opleiding (MIO)
In navolging van het regeerakkoord wordt de verloning van de MIO aantrekkelijker gemaakt door de anciënniteit meer te valoriseren.
- De nieuwe regeling bepaalt dat bij het vaststellen van de wedde van de MIO rekening wordt gehouden met de wedde die hij/zij genoot in een vast ambt bij de overheid, en met de relevante professionele ervaring die ook voor het gerechtspersoneel in aanmerking wordt genomen (conform artikel 365, § 1 en 366, §§ 2-4 GW.). De MIO wordt zo gelijkgesteld met de wijze waarop anciënniteit van het gerechtspersoneel wordt berekend.
Kortom, het wetsontwerp waarborgt de gelijke behandeling door dringend op te treden tegen onbedoelde discrepanties in het verlof- en bezoldigingsstelsel, met name door de regels voor zorgverlof, adoptieverlof en anciënniteitsberekening expliciet af te stemmen op de reeds geldende regelingen binnen het federaal openbaar ambt.
Wat is het doel van het wetsontwerp?
Het doel van dit wetsontwerp is het nemen van diverse technische en dringende maatregelen binnen het federale beleidsdomein justitie. De voorgestelde maatregelen worden als noodzakelijk en dringend beschouwd.
De belangrijkste doelstellingen van het wetsontwerp zijn:
1. Naleving van Europese en Constitutionele Rechtspraak
Het ontwerp beoogt de Belgische wetgeving in overeenstemming te brengen met recente uitspraken van hogere rechtscolleges:
- Zoeking in Informaticasystemen: Het wetsontwerp wijzigt grondig artikel 39bis van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) om te voldoen aan het Landeck-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (van 4 oktober 2024). Dit is nodig om de regels voor het uitlezen van in beslag genomen mobiele gegevensdragers conform te maken met de Europese regelgeving en rechtspraak. De wijzigingen waarborgen met name het evenredigheidsbeginsel en de voorafgaande rechterlijke toetsing bij zoekingen.
- Europees Aanhoudingsbevel (EAB): Het doel is het aanvullen van de omzetting in het Belgische recht van het Kaderbesluit EAB om gevolg te geven aan een met redenen omkleed advies van de Europese Commissie van 24 april 2024. Deze wijziging is dringend noodzakelijk om te voorkomen dat de inbreukprocedure tegen België wordt voortgezet voor het Hof van Justitie van de Europese Unie.
- Grensoverschrijding (Burgerlijk Wetboek): De wijziging van artikel 3.62 van het Burgerlijk Wetboek is bedoeld om tegemoet te komen aan een schending vastgesteld door het Grondwettelijk Hof (arrest nr. 49/2024 van 25 april 2024).
2. Verbetering van het Sociaal Statuut van Justitiepersoneel
Het ontwerp voert dringende rechtzettingen door in de regelingen voor magistraten en gerechtspersoneel om ongewenste ongelijkheden te corrigeren ten opzichte van het federaal openbaar ambt:
- Verlofrechtzettingen: Het wetsontwerp voert dringend de nodige rechtzettingen en gevraagde wijzigingen door in het verlofstelsel van de magistraten (dat in werking trad op 1 januari 2025) om de voorziene gelijkheid in behandeling met de leden van het openbaar ambt te behouden.
- Aantrekkelijkheid van de Magistratuur: Conform het federale regeerakkoord wordt de verloning van de magistraat in opleiding aantrekkelijker gemaakt door de anciënniteit meer te valoriseren, om zo de instroom van nieuwe magistraten te bevorderen.
- Verblijfskostenvergoeding: Het doel is om een wettelijke grondslag in te voegen om de dagelijkse forfaitaire vergoeding van €10 voor verblijfkosten voor magistraten opnieuw in te voeren. Dit is nodig om de juridische situatie van vóór de opheffing van de artikelen die dit regelden te herstellen.
- Anciënniteit Gerechtspersoneel: De regels voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van het gerechtspersoneel (bij bevordering naar niveau A) worden afgestemd op de regels die gelden voor de personeelsleden van het openbaar ambt, teneinde de rechterlijke orde aantrekkelijker te maken.
3. Modernisering en Verzwarende Bepalingen in het Strafrecht
Het ontwerp introduceert nieuwe strafbepalingen en corrigeert bestaande definities:
- Verkeersstrafrecht: Conform het federale regeerakkoord, wijzigt het wetsontwerp de wet tot invoering van Boek II van het Strafwetboek. Het doel is om de terminologie met betrekking tot doding in het verkeer aan te passen van "dodelijk verkeersongeval" naar "doding in het verkeer" en om een nieuw artikel in te voegen dat verzwaarde doding in het verkeer strafbaar stelt. Dit is om de ernst van de gevolgen en de ernst van het gedrag beter te weerspiegelen.
- DNA-onderzoek: Er worden technische wijzigingen aangebracht aan de artikelen over het DNA-onderzoek in strafzaken, onder andere met betrekking tot het opstellen van Y-STR-profielen bij seksuele misdrijven.
4. Oplossing van Operationele en Technische Problemen
Een reeks wijzigingen dient om de praktische werking van de Justitie te verbeteren en tegenstrijdigheden te verhelpen:
- Plaatsvervangende Magistraten: Het is een doel om de continuïteit van de rechtspleging bij het federaal parket en het parket voor de verkeersveiligheid beter te waarborgen, door op rust gestelde magistraten toe te laten als plaatsvervangende magistraten.
- Tijdelijke Kaders: Het ontwerp beoogt de tijdelijke personeelsformaties (overtallige plaatsen) voor raadsheren bij de hoven van beroep en substituut-procureurs-generaal te verlengen tot 31 december 2027. Dit is nodig omdat de werklastmeting en het allocatiemodel op basis waarvan de middelen verdeeld zullen worden nog moeten worden uitgewerkt.
- Bemiddeling in Strafzaken: Er wordt tegemoetgekomen aan een dringende vraag van het College van Procureurs-generaal om het bevoegdheidscriterium voor de Justitiehuizen in strafbemiddeling te wijzigen naar de plaats van de feiten, om de efficiëntie te verbeteren.
- Gevangeniswezen: Het ontwerp past de Basiswet aan om de interpretatie van de regels over de verlenging van de tuchtsanctie 'afzondering' te herstellen naar de wijze waarop deze jarenlang door de gevangenisdirecties werd toegepast. Deze wetswijziging is noodzakelijk omdat een arrest van de Raad van State voor ongewenste effecten zorgde.
- Koppeling van Registers (BRIS): De regels voor de invordering van onbetwiste geldschulden worden gewijzigd om te verwijzen naar het Europese Business Registers Interconnection System (BRIS), wat het overbodig maakt om een Koninklijk Besluit op te stellen met een lijst van gelijkwaardige databanken.