Deze documenten vormen een wetsontwerp ingediend door de Minister van Justitie, Annelies Verlinden, gericht op twee hoofdonderwerpen: de introductie van drugstesten in transitiehuizen en de versterking van de mogelijkheid tot vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit. Het voornaamste doel van de drugstesten is het waarborgen van de veiligheid en de goede werking van het open gemeenschapsregime, waarbij veroordeelden schriftelijk moeten instemmen met de mogelijkheid van een speeksel- of urinetest als voorwaarde voor plaatsing. Daarnaast bevat het ontwerp bepalingen om bij veroordelingen voor terrorisme de rechtbank ambtshalve te laten beslissen over de bijkomende straf van nationaliteitsverval voor binationale personen. De bronnen bevatten tevens de adviezen van de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), die opmerkingen maken over de juridische en privacy-gerelateerde aspecten van de voorgestelde maatregelen, zoals de noodzaak van een wettelijke basis voor het verwerken van gegevens en de implicaties van een weigering van een test.
Dit wetsontwerp (DOC 56 1164/001 van 19 november 2025) gaat over twee hoofdonderwerpen: de invoering van drugstesten in transitiehuizen en de versterking van de wetgeving rond de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit.
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste bepalingen, artikel per artikel, in eenvoudige taal:
TITEL 1: Algemene Bepaling
Artikel 1 (Algemene Bepaling) Dit is een formele bepaling die vaststelt dat deze wet de materies regelt die vallen onder artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2: Drugstesten in Transitiehuizen
(Wijzigingen van de Wet van 17 mei 2006 over de externe rechtspositie van veroordeelden)
Dit deel is bedoeld om een wettelijke basis te creëren voor het verplicht stellen van drugstesten in transitiehuizen, net zoals dit (in een ander wetsontwerp) al voor gevangenissen en detentiehuizen is voorzien. Dit is nodig omdat transitiehuizen geen gevangenissen zijn en een open gemeenschapsregime kennen.
Artikel 2 (Instemming als voorwaarde voor plaatsing) Dit artikel voegt een nieuwe voorwaarde toe voor veroordeelden die in een transitiehuis geplaatst willen worden:
- De veroordeelde moet schriftelijk instemmen met de mogelijkheid dat er een drugstest wordt afgenomen.
- Als de veroordeelde niet instemt, wordt de plaatsing geweigerd. Door in te stemmen, engageert de veroordeelde zich om mee te werken aan een drugsvrij transitiehuis.
Artikel 3 (Uitvoering van de drugstesten) Dit artikel voegt het nieuwe artikel 9/4 toe, dat de regels voor de testen vastlegt:
- Wie beslist? De verantwoordelijke van het transitiehuis kan de test afname beslissen.
- Wanneer? De testen mogen worden afgenomen om de veiligheid en de goede werking van het open gemeenschapsregime te verzekeren.
- Hoe? De testen kunnen op twee manieren:
- Op basis van individuele aanwijzingen van druggebruik (zoals verdacht gedrag waargenomen door personeel).
- Op geregelde tijdstippen bij willekeurig geselecteerde veroordeelden (met een preventief doel).
- Wie neemt af? De test wordt afgenomen door aangewezen personeelsleden die een passende opleiding hebben genoten.
- Geen dwang: Fysieke dwang is niet toegestaan bij de afname.
- Weigering: Als een veroordeelde weigert mee te werken, worden aan die weigering de gevolgen van een positieve test verbonden.
- Procedure na test:
- De veroordeelde wordt schriftelijk ingelicht over het resultaat en de mogelijkheid tot een herhalingsonderzoek (onderzoek op een identiek tweede monster).
- Bij een positief testresultaat wordt de directeur van de gevangenis die het detentiedossier beheert onmiddellijk op de hoogte gebracht. Deze directeur informeert vervolgens de medische en psychosociale dienst voor eventuele acute medische zorg of het opstellen van een multidisciplinair behandelplan.
- Er volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole.
- De Koning zal via een Koninklijk Besluit de nadere regels voor de uitvoering van de testen vaststellen.
Artikel 4 (Gevolgen van een positieve test) Dit artikel wijzigt de wet van 2006 over de strafuitvoeringsmodaliteiten:
- Een positief testresultaat wordt toegevoegd aan de redenen waarom de minister of zijn gemachtigde kan beslissen om de voorwaarden van de plaatsing in het transitiehuis aan te passen of de plaatsing te herroepen.
- Een positieve test leidt niet tot een automatische herroeping of aanpassing van de voorwaarden; de beoordeling blijft in handen van de minister of zijn gemachtigde.
TITEL 3: Vervallenverklaring van Belgische Nationaliteit
Dit deel heeft als doel de strijd tegen georganiseerde misdaad, radicalisering en terrorisme te versterken door de regels voor het afnemen van de Belgische nationaliteit aan te passen.
HOOFDSTUK 1: Wijziging van het Strafwetboek
Artikel 5 (Ambtshalve uitspraak bij terrorisme) Dit artikel voegt een nieuw artikel 141quater toe aan het Strafwetboek:
- Terrorisme: Bij veroordeling voor terroristische misdrijven (tot minstens vijf jaar gevangenisstraf zonder uitstel), is de rechter verplicht zich ambtshalve uit te spreken over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit voor personen met een dubbele nationaliteit.
- Dit betekent dat de rechter deze vraag altijd moet onderzoeken, zelfs als het Openbaar Ministerie dit niet vordert.
- Als de rechter beslist geen vervallenverklaring uit te spreken (omdat de gevolgen kennelijk onredelijk of onevenredig zouden zijn), moet hij dit doen in een vonnis met bijzondere motivering.
HOOFDSTUK 2: Wijzigingen van het Wetboek van de Belgische Nationaliteit
Artikel 6 (Uitbreiding van misdrijven en verlenging termijn) Dit artikel wijzigt artikel 23/1 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit:
- Uitbreiding misdrijven: De lijst van misdrijven waarvoor de nationaliteit kan worden vervallen verklaard (bij veroordeling tot minstens vijf jaar gevangenisstraf zonder uitstel) wordt uitgebreid. Het gaat nu ook om:
- Feiten inzake georganiseerde criminaliteit waarbij de persoon een beslissende of leidinggevende rol speelde.
- Levensdelicten (opzettelijk doden en de zwaarste vormen van onopzettelijk doden).
- Zedendelicten (misdrijven van seksueel strafrecht en misdrijven met betrekking tot misbruik van prostitutie).
- Verlenging termijn: De periode waarbinnen de misdrijven gepleegd moeten zijn om tot vervallenverklaring te leiden, wordt verlengd van tien jaar naar vijftien jaar na het verkrijgen van de Belgische nationaliteit. Dit geldt voor alle misdrijven in die lijst, behalve voor misdrijven van internationaal humanitair recht (waarvoor geen verjaringstermijn is).
Artikel 7 (Procedurele aanpassing) Dit artikel wijzigt artikel 23/2, § 1 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit:
- De verwijzing naar de noodzaak van een "vordering van het openbaar ministerie" wordt vervangen door een verwijzing naar het nieuwe artikel 141quater van het Strafwetboek, waarmee de verplichte ambtshalve uitspraak door de rechter in terrorismegerelateerde zaken wordt ingeschreven in de nationaliteitswetgeving.
TITEL 4: Inwerkingtreding
Artikel 8 (Inwerkingtreding) Titel 2 (de regels over drugstesten in transitiehuizen) treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 mei 2026.
Hoe beïnvloeden privacywetgeving en mensenrechten de uitvoering van drugstesten?
De invoering van drugstesten in transitiehuizen wordt sterk beïnvloed door de privacywetgeving (met name de Algemene Verordening Gegevensbescherming of AVG) en de mensenrechten, omdat deze testen een directe inbreuk vormen op de lichamelijke integriteit en het privéleven van de veroordeelden.
De wetgever moest hierdoor een expliciete wettelijke basis creëren en rekening houden met de adviezen van instanties zoals de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA).
Hieronder volgt een overzicht van hoe deze wetgeving de uitvoering van drugstesten beïnvloedt:
1. Inmenging in het Recht op Privéleven (Mensenrechten)
De verplichte afname van drugstesten (speeksel- of urinetesten) wordt beschouwd als een aantasting van de lichamelijke integriteit en een inmenging in het recht op bescherming van het privéleven, zoals gewaarborgd door Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en Artikel 22 van de Belgische Grondwet.
Om zo'n inmenging toe te staan, is een formele wettelijke basis noodzakelijk.
Belangrijke punten met betrekking tot mensenrechten en de rechtspraak:
- Toelaatbaarheid van Tests: De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft geoordeeld dat het verplicht afnemen van urine- of speekseltesten bij gedetineerden (hetzij op verdenking, hetzij willekeurig), met als doel onrust en misdrijven te voorkomen, in beginsel geen schending uitmaakt van Artikel 8 EVRM. Het Hof erkent de beschikbaarheid van drugs als een aanzienlijk probleem voor de autoriteiten in detentiecontext, en ziet willekeurige controles als een geldige manier om dit te bestrijden.
- Geen Schending Artikel 3 EVRM: Het verplicht afnemen van een urinetest bij gedetineerden vertoont niet de minimumvereiste van ernst om te vallen onder de toepassing van Artikel 3 EVRM (dat foltering en onmenselijke of vernederende behandeling verbiedt).
- Schriftelijke Instemming en Dwang: Hoewel het testen een inbreuk op de integriteit is, worden de testen in transitiehuizen gekoppeld aan een voorafgaande, schriftelijke instemming van de veroordeelde met de mogelijkheid van de test, als voorwaarde voor plaatsing. Bovendien is de uitvoering van de test niet toegestaan met gebruik van fysieke dwang.
2. Invloed van Privacywetgeving (AVG/GBA)
De drugstesten genereren gezondheidsgegevens, wat bijzondere categorieën van persoonsgegevens zijn, en vallen daardoor onder strenge privacyregels (de AVG, of GDPR). De Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) heeft advies geleverd over de implementatie.
De GBA en het privacyrecht hebben de volgende aanpassingen aan het wetsvoorstel beïnvloed:
Nauwkeurigheid van Gegevens en Gevolgen bij Weigering
Het wetsvoorstel werd aangepast om te garanderen dat de verwerkte persoonsgegevens nauwkeurig zijn, in overeenstemming met de AVG.
- Weigering is geen Positieve Test: De GBA wees erop dat een door een veroordeelde geweigerde drugstest niet mag worden geregistreerd als een "positieve test" in het dossier, omdat dit zou neerkomen op het verwerken van onjuiste gegevens.
- Gevolgen gekoppeld aan Weigering: Daarom werd de bepaling aangepast: aan de weigering om mee te werken aan een test zullen de gevolgen worden verbonden van een positieve test, maar de weigering zelf wordt niet formeel als een positief resultaat geregistreerd.
Verwerking van "Individuele Aanwijzingen"
De privacywetgeving vereiste duidelijke regels over de gegevens die leiden tot een gerichte test:
- Wettelijke Grondslag voor Aanwijzingen: Op vraag van de GBA werd een grondslag ingeschreven voor de verwerking van de "individuele aanwijzingen" (zoals verdacht gedrag of uiterlijke tekenen) van druggebruik door het personeel van het transitiehuis.
- Betrouwbaarheid en Bewaring: De GBA benadrukte dat de betrouwbaarheid van deze aanwijzingen belangrijk is, aangezien ze gezondheidsgegevens betreffen en dienen als rechtvaardiging voor een ingrijpende handeling (de test zelf). Er werd bepaald dat de gemotiveerde beslissingen tot het uitvoeren van een test op basis van individuele aanwijzingen bewaard moeten worden in het individueel dossier van de veroordeelde voor de duur van de plaatsing.
Betrouwbaarheid van de Tests
Om de accuraatheid van de verwerkte gegevens (het testresultaat) te garanderen, adviseerde de GBA dat het personeel dat de testen afneemt een passende opleiding moet krijgen om de testen "volgens de regels van de kunst" af te nemen. Dit vereiste werd toegevoegd aan de wetstekst.
Mogelijke Vragen over Herhalingsonderzoek
De GBA stelde voor om de veroordeelde de mogelijkheid te geven om onmiddellijk een nieuwe test aan te vragen als de eerste test niet onder omstandigheden was afgenomen die de betrouwbaarheid garanderen. Dit voorstel werd echter niet overgenomen, omdat het onduidelijk was wie dan zou moeten beoordelen of de test onder de juiste omstandigheden was afgenomen. De veroordeelde behoudt wel het recht om een herhalingsonderzoek te vragen op een identiek tweede monster van hetzelfde staal.
De privacywetgeving dwingt de wetgever ertoe om bij de uitvoering van de drugstesten procedures vast te leggen die niet alleen gericht zijn op veiligheid, maar ook op transparantie en de bescherming van fundamentele rechten, wat zich uit in de noodzaak van voorafgaande instemming, het verbod op dwang, en de eis van nauwkeurige registratie van (weigering van) testresultaten.
Metafoor: De privacywetgeving en mensenrechten functioneren als een hoogwaardig filtersysteem op de overheidshandelingen. Hoewel de overheid de noodzaak ziet om vervuiling (drugs) uit het systeem (transitiehuis) te halen, moet het filtersysteem garanderen dat de methode die wordt gebruikt (drugstesten) wettig is, de integriteit van de geteste persoon niet onnodig schaadt, en dat de verzamelde informatie (de testresultaten) correct en nauwkeurig is vastgelegd. De filter (de wet) zorgt ervoor dat de veiligheidsdoelstelling wordt bereikt zonder de fundamentele rechten van de persoon onrechtmatig te schenden.
Wie beslist over drugstesten?
De beslissing over het afnemen van drugstesten in een transitiehuis berust bij de verantwoordelijke van het transitiehuis.
Hieronder volgt een gedetailleerd overzicht van wie welke beslissing neemt in het kader van de drugstesten:
1. Beslissing over de Testafname
De verantwoordelijke van het transitiehuis beslist of een veroordeelde wordt onderworpen aan een speeksel- of urinetest. Deze beslissing kan in twee gevallen genomen worden:
- Op basis van individuele aanwijzingen van gebruik van verboden stoffen. Dit kunnen bijvoorbeeld eenvoudige, empirische vaststellingen zijn door het personeel van het transitiehuis, zoals verdacht gedrag of uiterlijke tekenen van gebruik bij een bepaalde persoon.
- Op geregelde tijdstippen bij willekeurig geselecteerde veroordeelden (at random testen). Dit gebeurt vanuit een preventieve finaliteit.
Het doel van deze testen is altijd om de veiligheid en de goede werking van het open gemeenschapsregime te verzekeren.
2. Uitvoering van de Test
De test wordt afgenomen door personeelsleden die de verantwoordelijke van het transitiehuis hiertoe heeft aangewezen. Deze personeelsleden moeten bovendien een passende opleiding hebben genoten om de testen "volgens de regels van de kunst" af te nemen, om de nauwkeurigheid van de verwerkte gegevens te waarborgen.
Belangrijk: Bij de afname van de test is fysieke dwang niet toegestaan.
3. Voorwaarde voor Plaatsing
Voordat de veroordeelde in aanmerking komt voor een plaatsing in het transitiehuis, moet hij schriftelijk instemmen met de mogelijkheid dat een drugstest zal worden afgenomen. Zonder deze schriftelijke instemming kan de plaatsing in het transitiehuis worden geweigerd.
4. Beslissing over Gevolgen en Sancties
Bij een positief testresultaat (of bij weigering om mee te werken, waaraan de gevolgen van een positieve test worden verbonden), wordt dit resultaat onmiddellijk gecommuniceerd aan de directeur van de gevangenis die het detentiedossier beheert.
De uiteindelijke beslissing over sancties ligt bij de minister of zijn gemachtigde:
- De minister of zijn gemachtigde kan beslissen om de voorwaarden van de plaatsing aan te passen.
- De minister of zijn gemachtigde kan beslissen om de plaatsing te herroepen.
Een positieve test leidt overigens niet tot een automatische herroeping of aanpassing van de voorwaarden.
Welke tests worden gebruikt?
In het kader van de invoering van drugstesten in transitiehuizen wordt de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vastgesteld door middel van twee specifieke soorten tests:
- Speekseltesten.
- Urinetesten.
Het doel van het afnemen van deze tests is om de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen.
Verboden stoffen worden hierbij gedefinieerd overeenkomstig de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Enkele belangrijke procedurele details over de afname van deze tests zijn:
- Wie neemt af? De tests worden afgenomen door personeelsleden die door de verantwoordelijke van het transitiehuis zijn aangewezen, en die bovendien een passende opleiding hebben genoten. Dit is een vereiste om de accuraatheid van de verwerkte gegevens te verzekeren.
- Controle op resultaat: Na de afname wordt de veroordeelde schriftelijk op de hoogte gesteld van het resultaat en van de mogelijkheid om een herhalingsonderzoek te vragen. Dit herhalingsonderzoek wordt uitgevoerd op een identiek tweede monster van hetzelfde staal.
- Geen dwang: Fysieke dwang is niet toegestaan bij de afname van de test.
Het is de Koning die de nadere regels voor het afnemen van deze tests zal vaststellen via een Koninklijk Besluit. Deze regels zullen in elk geval betrekking hebben op het herhalingsonderzoek en de vervolgcontrole.
Wat zijn mogelijke gevolgen?
De mogelijke gevolgen van de bepalingen in dit wetsontwerp vallen uiteen in twee hoofdcategorieën: gevolgen met betrekking tot drugstesten in transitiehuizen en gevolgen met betrekking tot de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit.
I. Gevolgen van Drugstesten in Transitiehuizen (Titel 2)
De gevolgen zijn van toepassing in twee gevallen: wanneer een veroordeelde positief test op verboden stoffen, of wanneer een veroordeelde weigert mee te werken aan een test.
A. Gevolgen van een Positieve Test of Weigering
Indien een veroordeelde positief test of weigert mee te werken aan de test (waaraan de gevolgen van een positieve test worden verbonden), kunnen de volgende consequenties intreden:
1. Juridische en Externe Gevolgen (Strafuitvoering)
De minister van Justitie of zijn gemachtigde kan beslissen om:
- De voorwaarden aan te passen van de plaatsing in het transitiehuis.
- De beslissing tot plaatsing te herroepen.
Het is belangrijk op te merken dat een positieve test niet leidt tot een automatische herroeping of aanpassing van de voorwaarden; de beoordeling blijft facultatief en berust bij de minister of zijn gemachtigde.
Gevolg van Herroeping: In geval van herroeping van de plaatsing, wordt de veroordeelde terug overgebracht naar de gevangenis die is aangewezen voor het beheer van zijn detentiedossier.
2. Medische en Therapeutische Gevolgen
Zodra de verantwoordelijke van het transitiehuis een positief resultaat meedeelt aan de directeur van de gevangenis die het detentiedossier beheert:
- De directeur licht de medische dienst en de psychosociale dienst van de gevangenis in.
- Dit gebeurt om na te gaan of de veroordeelde acute medische zorgen nodig heeft.
- Er volgt een eventuele doorverwijzing naar de hulpverlening met het oog op de opstelling van een multidisciplinair behandelplan.
- Er volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole (contrôle de suivi).
Doel: Het beleid is deels gericht op de druggebruiker via begeleiding en behandeling (intra muros en doorverwijzing naar externe hulpverlening). Bovendien is het van belang om dynamieken die de re-integratie ondermijnen, te bestrijden.
II. Gevolgen van de Vervallenverklaring van de Belgische Nationaliteit (Titel 3)
De uiteindelijke consequentie van deze bepalingen is de mogelijkheid van de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit voor personen met een dubbele nationaliteit die ernstige misdrijven hebben gepleegd.
A. Misdrijven en Voorwaarden
De vervallenverklaring kan worden uitgesproken indien de betrokkene:
- Veroordeeld is (als dader, mededader of medeplichtige) tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel.
- Het misdrijf valt onder een uitgebreide lijst van ernstige feiten, waaronder terroristische misdrijven, feiten inzake georganiseerde criminaliteit (met een beslissende of leidinggevende rol), levensdelicten (opzettelijk doden en de zwaarste vormen van onopzettelijk doden), en zedendelicten.
B. Procedurele Gevolgen bij Terrorisme
In het kader van de strijd tegen radicalisering en terrorisme gelden er strengere procedurele gevolgen:
- Verplichte Ambtshalve Uitspraak: Bij een veroordeling voor terroristische misdrijven moet de rechter zich ambtshalve uitspreken over de kwestie van de vervallenverklaring van de nationaliteit voor personen met een dubbele nationaliteit. Een vordering van het openbaar ministerie is dan niet langer noodzakelijk.
- Motivering bij Niet-Vervallenverklaring: Indien de rechter beslist de vervallenverklaring niet uit te spreken (omdat de gevolgen kennelijk onredelijk en onevenredig zouden zijn), dan moet dit gebeuren bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis.
C. Uitzonderingen op de Vervallenverklaring
De rechter mag de vervallenverklaring niet uitspreken indien dit tot gevolg zou hebben dat de betrokkene staatloos zou worden.
- Uitzondering op de uitzondering: Tenzij de nationaliteit verkregen werd ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze (door valse informatie of verzwijging van een relevant feit). In dat geval wordt de vervallenverklaring pas uitgesproken na een redelijke termijn die de rechter aan de belanghebbende heeft toegekend om zijn oorspronkelijke nationaliteit te pogen te herkrijgen.
D. Consequentie na Vervallenverklaring
Hij die van de staat van Belg vervallen is verklaard, kan alleen opnieuw Belg worden door naturalisatie. De vervallenverklaring heeft gevolg vanaf de opmaak van de akte van vervallenverklaring van Belgische nationaliteit.
Welke autoriteit gaf advies?
Er zijn twee belangrijke autoriteiten die advies hebben gegeven over dit wetsontwerp (DOC 56 1164/001): de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA).
Hieronder vindt u een overzicht van hun adviezen:
1. Raad van State (Afdeling Wetgeving)
De Raad van State, afdeling Wetgeving, heeft advies nr. 77.986/1/V uitgebracht op 6 augustus 2025 over het voorontwerp van wet.
- Belangrijkste punten in het advies:
- De Raad van State bevestigde de noodzaak om een afzonderlijke wettelijke basis te creëren voor drugstesten in transitiehuizen, los van de regeling voor gevangenissen.
- De Raad van State leverde ook commentaar op de verhoogde strengheid van de regeling inzake de vervallenverklaring van de nationaliteit bij terroristische misdrijven ten opzichte van andere misdrijven.
- De Raad van State verwees in een eerder advies (nr. 77.650/VR/16 van 3 juni 2025) over drugstesten in gevangenissen en detentiehuizen naar een nog ouder advies (nr. 72.318/1 van 5 juni 2023).
2. Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA)
De Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), specifiek de Autorisatie- en Adviesdienst, heeft advies nr. 89/2025 uitgebracht op 25 september 2025.
- Aanleiding: De GBA werd gevraagd om advies op 18 juli 2025, met name over artikel 3 van het wetsontwerp, dat gaat over het afnemen van drugstesten in transitiehuizen.
- Belangrijkste punten in het advies:
- De GBA benadrukte dat de verwerking van persoonsgegevens in transitiehuizen onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/RGPD) valt.
- De GBA adviseerde om de formulering van de wet aan te passen, zodat het duidelijk is dat de testafname dient ter verzekering van de veiligheid en goede werking van het gemeenschapsregime (de finaliteit), in plaats van een voorwaarde die de verantwoordelijke per geval moet aantonen.
- De GBA benadrukte dat er een wettelijke basis moest komen voor de verwerking van de "individuele aanwijzingen" van druggebruik door het personeel van het transitiehuis, inclusief de bewaring van deze aanwijzingen in het individueel dossier.
- De GBA stelde dat om de nauwkeurigheid van de resultaten te garanderen, het personeel dat de tests afneemt een passende opleiding moet hebben genoten.
- De GBA wees erop dat een geweigerde drugstest niet mag worden geregistreerd als een "positieve test" in het dossier, omdat dit onjuiste gegevens zouden zijn. Daarom moest er worden bepaald dat aan de weigering de gevolgen van een positieve test worden verbonden.