donderdag 24 juli 2025

Wetsontwerp houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en de strafbaarstelling van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugstesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering

 Bron

Wetsontwerp houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en de strafbaarstelling van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugstesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering.

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, nummer

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

Dit wetsontwerp is een initiatief van de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers en werd op 24 juli 2025 ingediend door de regering, onder leiding van de minister van Justitie, Annelies Verlinden. Het heeft tot doel het strafrecht aan te passen op vier belangrijke gebieden:

  • Het strafbaar stellen van de ontsnapping van gedetineerden.
  • Het strafbaar stellen van de beschadiging of verduistering van elektronisch toezichtsmateriaal.
  • Het voorzien in een wettelijke basis voor het afnemen van drugstesten in de gevangenis.
  • Het invoeren van een verplichte herroepingsgrond voor elektronisch toezicht in het geval van opzettelijke beschadiging of verduistering van het toezichtsmateriaal.

Deze voorstellen zijn in lijn met het Regeerakkoord. Het ontwerp is ook onderworpen aan een analyse van de impact op de regelgeving en het advies van de Raad van State, die op 3 juni 2025 is gegeven.

Hieronder volgt een gedetailleerde ontleding van de belangrijkste onderdelen:

I. Strafbaarstelling van de Ontsnapping van Gedetineerden

Huidige situatie en aanleiding voor verandering: Momenteel kent het Belgische strafrecht geen specifieke strafbaarstelling voor het ontsnappen van gedetineerden zelf. Enkel het verlenen van hulp bij een ontsnapping of nalatigheid van bewakingspersoneel is strafbaar gesteld (artikelen 332 tot 337 van het Strafwetboek). Een gedetineerde kan wel vervolgd worden voor andere strafbare feiten die tijdens de ontsnapping zijn gepleegd, zoals geweld, vernieling of gijzeling. Zelfs het nieuwe Strafwetboek voorzag hier oorspronkelijk geen aparte strafbaarstelling voor. In veel andere landen is ontsnapping wel strafbaar.

Waarom een nieuwe strafbaarstelling? Het voorzien in een specifieke bepaling die ontsnapping strafbaar stelt, heeft meerdere voordelen:

  • Rechtszekerheid en voorspelbaarheid: Het voorkomt de noodzaak om "creatief" om te gaan met bestaande strafrechtelijke kwalificaties om toch een strafrechtelijk gevolg te verbinden aan een (poging tot) ontsnapping.
  • Preventief effect: De strafbaarstelling kan een afschrikkend effect hebben.
  • Tegenstrijdigheid wegnemen: Het lost de tegenstrijdigheid op dat hulp bij een ontsnapping strafbaar is, terwijl de ontsnapping zelf dat niet is.
  • Maatschappelijke kosten: Ontsnappingen brengen hoge financiële kosten met zich mee voor opsporingsdiensten en tasten de geloofwaardigheid van Justitie aan, wat het onveiligheidsgevoel verhoogt.

Wat wordt strafbaar gesteld? Het wetsontwerp voegt een nieuw artikel 332 in het huidige Strafwetboek in, en een vergelijkbaar artikel 684 in het nieuwe Strafwetboek, dat het opzettelijk onttrekken aan vrijheidsberoving strafbaar stelt. Dit omvat de volgende situaties:

  • Ontsnapping uit specifieke locaties: Dit geldt voor ontsnapping uit een gevangenis, een instelling waar een geïnterneerde persoon is geplaatst, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een politievoertuig.
  • Uitbreiding van locaties (na advies Raad van State): De definitie is uitgebreid naar "elke andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken", inclusief beveiligingsagenten en -assistenten van de Directie Beveiliging. Dit dekt situaties zoals een verdachte die ontsnapt tijdens een reconstructie op de plaats delict, of tussen het gerechtsgebouw en de politiewagen.
  • Onttrekking aan elektronisch toezicht: Het opzettelijk onttrekken aan controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, wordt ook strafbaar gesteld.

Strafmaten en verzwarende omstandigheden:

  • Basisstraf: Gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Dit komt overeen met strafniveau 2 in het nieuwe Strafwetboek.
  • Verzwaarde straf: Als de ontsnapping wordt gepleegd met geweld of bedreigingen, wordt de straf verhoogd naar drie jaar tot vijf jaar gevangenisstraf.
  • Poging: De poging tot ontsnapping is ook strafbaar, met gevangenisstraffen van acht dagen tot twaalf maanden voor de basisversie en zes maanden tot drie jaar voor de verzwaarde versie.

Medeplichtigheid en strafuitsluitende verschoningsgrond:

  • Medeplichtigheid: De medeplichtige aan een ontsnapping wordt gestraft met dezelfde straf als de dader of mededader. Een verzwaarde straf van drie tot vijf jaar geldt voor medeplichtigen met een openbare functie die de ontsnapping faciliteren in het kader van hun functie.
  • Strafuitsluitende verschoningsgrond (spontane aangifte): Personen die schuldig zijn aan ontsnapping of medeplichtigheid blijven vrij van straf als de ontsnapping zonder geweld of bedreiging gebeurde én de ontsnapte persoon zich binnen achtenveertig uur spontaan aanmeldt bij de gevangenis, de instelling waar hij verbleef, of een politiedienst. Het doel hiervan is te verzekeren dat de persoon zo snel mogelijk terug van zijn vrijheid wordt beroofd, waarbij de bestraffing dan minder prioriteit heeft. Deze vrijstelling geldt niet voor andere misdrijven gepleegd tijdens de ontsnapping.

II. Strafbaarstelling van de Beschadiging of Verduistering van Elektronisch Toezichtsmateriaal

Huidige situatie en aanleiding voor verandering: Het beschadigen of verduisteren van elektronisch toezichtsmateriaal is een ernstig misdrijf waar de diensten van de gemeenschappen (die dit materiaal ter beschikking stellen) regelmatig mee geconfronteerd worden. Het materiaal kan gesaboteerd worden om een ontsnapping te bewerkstelligen of om zich te onttrekken aan een rechterlijke beslissing, maar kan ook beschadigd worden teruggegeven. Bestaande strafbaarstellingen (zoals misbruik van vertrouwen of opzettelijke beschadiging van roerende goederen) schieten tekort, hetzij omdat de termen niet adequaat zijn voor "beschadiging", hetzij omdat de straffen te licht zijn.

Wat wordt strafbaar gesteld? Het wetsontwerp voegt een nieuw artikel 335 in het huidige Strafwetboek en artikel 685/2 in het nieuwe Strafwetboek in, dat het opzettelijk beschadigen of verduisteren van elektronisch toezichtsmateriaal strafbaar stelt.

Definitie van "elektronisch toezichtsmateriaal": Dit omvat het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten. Deze definitie is toegevoegd na opmerkingen van de Raad van State om de duidelijkheid te vergroten.

Strafmaten: De straf bedraagt een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van 200 euro tot 4.000 euro, of één van deze straffen alleen. In het nieuwe Strafwetboek is dit een straf van niveau 2, met een afwijkende maximale geldboete van 32.000 euro.

Bevoegdheid: Zowel de gemeenschappen als de federale overheid zijn bevoegd om een dergelijke strafbaarstelling in te voeren. De Raad van State merkte op dat het mogelijk is dat twee inbreuken door twee verschillende wetgevers het gevolg zijn van dezelfde gedraging. In zo'n geval moet de rechter voorkomen dat de regel "non bis in idem" (niet tweemaal voor hetzelfde feit) wordt geschonden en kan hij slechts één straf uitspreken, namelijk de zwaarste, met toepassing van artikel 65 van het Strafwetboek.

III. Afname van Drugstesten in de Gevangenis

Huidige situatie en problematiek: Drugsverslaving is een veelvoorkomend probleem onder gedetineerden, wat het samenlevingsklimaat in gevangenissen ondermijnt en leidt tot diverse problemen zoals gezondheidsschade, agressief gedrag, afpersing en druggerelateerd geweld. Nieuwe synthetische drugs zijn bovendien veel krachtiger en gevaarlijker. Hoewel het gevangenisbeleid zich richt op begeleiding van drugsgebruikers en bestrijding van drugshandel, blijken de bestaande controlemaatregelen ontoereikend. België is één van de weinige landen in Europa die geen drugstesten gebruikt voor de veiligheid in gevangenissen.

Doel en wettelijke basis: Het wetsontwerp introduceert een wettelijke grondslag (een nieuw artikel 109/1 in de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen) voor het afnemen van drugstesten bij gedetineerden om de aanwezigheid van verboden stoffen vast te stellen. Deze testen vormen een bijkomend en noodzakelijk controlemiddel met een afschrikkend effect. Een wettelijke basis is noodzakelijk omdat drugstesten een inmenging vormen in het recht op bescherming van het privéleven (artikel 8 EVRM en artikel 22 Belgische Grondwet). Jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft bevestigd dat verplichte urinetesten, bij vermoeden van drugsgebruik of willekeurig, in beginsel geen schending van artikel 8 EVRM vormen, mits ze nodig zijn voor orde en veiligheid in de gevangenis.

Hoe worden drugstesten afgenomen?

  • Type tests: Speeksel- of urinetesten zijn toegestaan.
  • Wanneer?
    • Op basis van individuele aanwijzingen van drugsgebruik.
    • Willekeurig (at random): Regelmatig bij een percentage willekeurig geselecteerde gedetineerden, vooral in drugsvrije afdelingen of gemeenschapsregimes, vanuit een preventief en ontradend doel.
  • Uitvoering: Tests worden afgenomen door daartoe aangewezen bewakingspersoneel.
  • Dwang: Fysieke dwang is niet toegestaan.
  • Weigering of fraude: Weigering om mee te werken of fraude bij de test wordt gelijkgesteld met een positief testresultaat.

Resultaten en opvolging:

  • Informatievoorziening: Na de test wordt de gedetineerde schriftelijk geïnformeerd over het resultaat en de mogelijkheid tot een herhalingsonderzoek. Een herhalingsonderzoek kan enkel geweigerd worden als het wetenschappelijk onmogelijk is een geldige test uit te voeren.
  • Zorg: Een positief testresultaat wordt direct gemeld aan de medische en psychosociale dienst voor acute medische zorg en het opstellen van een multidisciplinair behandelplan.
  • Vervolgcontrole: Na een positief resultaat volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole. Verdere tests daarna enkel bij nieuwe individuele aanwijzingen of als onderdeel van willekeurige groepstesten.
  • Nadere regels: De Koning zal via een Koninklijk Besluit de nadere regels voor het afnemen van de testen vaststellen, inclusief voor het herhalingsonderzoek en de vervolgcontrole.

Tuchtsancties:

  • Een nieuwe tuchtrechtelijke inbreuk wordt ingevoegd in artikel 129 van de basiswet.
  • Een positief testresultaat, weigering om mee te werken of fraude bij de test kan leiden tot een disciplinaire sanctie.
  • Het opleggen van een tuchtsanctie is nooit automatisch; de directeur behoudt de mogelijkheid tot nuancering, waarbij de tuchtprocedure beperkt blijft tot situaties die de handhaving van orde en veiligheid rechtvaardigen.
  • Maatregelen kunnen ook genomen worden ter bescherming van de fysieke integriteit van de gedetineerde of het samenlevingsklimaat (bijv. uitsluiting van een gevaarlijke werkplek bij positieve test).

IV. Herroeping van Elektronisch Toezicht in het Kader van Strafuitvoering

Nieuwe verplichte herroepingsgrond: Het wetsontwerp voegt een nieuw artikel 64/1 toe aan de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van veroordeelden. Dit artikel voorziet in een verplichte herroepingsgrond voor elektronisch toezicht.

  • Wanneer? Indien de veroordeelde opzettelijk het elektronisch toezichtsmateriaal beschadigt of verduistert, en zo de controle met elektronische middelen onmogelijk maakt.
  • Gevolg: In zo'n geval is de enige passende reactie, in lijn met het Regeerakkoord, de herroeping van het elektronisch toezicht.
  • Procedure: Het openbaar ministerie moet de zaak aanhangig maken bij de strafuitvoeringsrechter of -rechtbank, die vervolgens verplicht het elektronisch toezicht herroept. Er is in dit geval geen appreciatiemarge voor het openbaar ministerie om al dan niet de zaak aan te brengen, noch voor de rechter om te beslissen over een schorsing of herziening; enkel herroeping is mogelijk.
  • Recht van verdediging: De veroordeelde behoudt het recht van verdediging. De strafuitvoeringsrechter of -rechtbank moet kunnen nagaan of de feiten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en of het beschadigen of verduisteren opzettelijk was. Hiervoor wordt een tegensprekelijke procedure verzekerd, conform het advies van de Raad van State.
  • Gevolg van herroeping: Bij herroeping wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten.

Voorlopige aanhouding:

  • Artikel 70 van de wet van 17 mei 2006 wordt gewijzigd.
  • De procureur des Konings of het openbaar ministerie kan overgaan tot een voorlopige aanhouding van de veroordeelde indien deze opzettelijk het elektronisch toezichtsmateriaal beschadigt of verduistert. Dit wordt beschouwd als een ontsnapping en de betrokkene zal gesignaleerd worden.
  • Indien voorlopige aanhouding plaatsvindt, moet de strafuitvoeringsrechter of -rechtbank beslissen tot herroeping van het elektronisch toezicht, na een tegensprekelijk debat over de materialiteit en het opzettelijk karakter van de feiten.

De inwerkingtreding van het hoofdstuk over drugstesten (hoofdstuk 3 van het wetsontwerp) wordt vastgesteld door de Koning, maar uiterlijk op 1 mei 2026.