Europese richtlijnen over de kwaliteit van het juridisch debat in civiele en administratieve zaken.
Bron: https://rm.coe.int/cepej-2025-8-en-guidelines-on-the-quality-of-jurisdictional-debate/1680b6959d
De Europese Commissie voor de Efficiëntie van Justitie
(CEPEJ) heeft op 4-5 juni 2025 richtlijnen aangenomen over de kwaliteit van
het juridisch debat in civiele en administratieve zaken. Deze richtlijnen
zijn opgesteld om de kwaliteit van justitie te verbeteren en zijn gebaseerd op
een document van de heer Wim David (België), lid van de CEPEJ-GT-QUAL.
Wat is het juridisch debat?
Het juridisch debat vindt plaats in het kader van een
rechtszaak tussen de partijen in de procedure en de rechter. In civiele en
administratieve zaken omvat het over het algemeen:
- Een
document dat de procedure initieert (bijvoorbeeld een dagvaarding).
- Een
uitwisseling van schriftelijke procedurele documenten (pleidooien).
- In
sommige rechtssystemen: getuigenverhoren.
- Mogelijk:
een mondelinge toelichting (in de vorm van mondelinge pleidooien).
- De
rechterlijke beslissing sluit de procedure af.
Belangrijk: Deze richtlijnen zijn van toepassing op civiele
en administratieve zaken en behandelen geen strafzaken vanwege hun
specifieke kenmerken.
Functies van het juridisch debat
Het juridisch debat heeft twee hoofdfuncties:
- Een
voorbereidende functie voor de rechterlijke beslissing: Het doel is
het geschil te presenteren en bewijs te leveren voor de beweringen, om de
rechter op een bepaalde manier te laten beslissen.
- Een
cathartische functie: Het stelt de partijen in staat hun antagonisme
te uiten en te kanaliseren. Het gebruik van de tijd van de rechtbank, met
name de duur van de procedure, wordt benut om over het geschil na te
denken en het vanuit een rationele invalshoek te benaderen.
Voor kwalitatieve rechtspraak is een kwalitatief
juridisch debat essentieel. Dit vereist nauwe samenwerking tussen alle
deelnemers, vooral rechters en advocaten, die moeten streven naar
verbetering in elke fase van de procedure. De richtlijnen zijn in lijn met het
recht op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd door artikel 6 van het Europees
Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en de daarvan afgeleide beginselen,
met name het beginsel van hoor en wederhoor.
Vijf niveaus voor verbetering van de kwaliteit van het
juridisch debat
De kwaliteit van het juridisch debat kan op vijf niveaus
worden verbeterd:
1. Het beheer van de procedure (administratie van het
proces)
RICHTLIJN 1: De rechter moet een actieve rol spelen in
procedurele zaken. Dit betekent dat de rechter:
- Zittingen
voorbereidt.
- Zorgt
voor respect voor een eerlijk proces en fundamentele vrijheden (met name
het recht van verdediging en het beginsel van hoor en wederhoor) en de
procedureregels.
- Zorgt
dat de procedure zo snel en efficiënt mogelijk verloopt.
Hoewel partijen de procedure starten en kunnen beëindigen,
is het de verantwoordelijkheid van de rechter om te zorgen dat de procedure snel
en efficiënt wordt gevoerd en dat de kwaliteit van het debat behouden
blijft. Indien de nationale procedureregels dit toestaan, stelt de rechter een bindende
procedurele tijdlijn op voor de partijen (inclusief datums voor de
uitwisseling van schriftelijke pleidooien en, indien van toepassing, de datum
van de mondelinge pleidooizitting).
- Het
is wenselijk dat er sancties bestaan voor het niet naleven van deze
tijdlijn, zoals het buiten beschouwing laten van te late documenten of een
financiële boete.
- Schriftelijke
pleidooien en bewijsstukken moeten vóór de mondelinge pleidooien aan de
rechter worden gecommuniceerd, zodat de rechter de zitting goed kan
voorbereiden.
2. De schriftelijke pleidooien
RICHTLIJN 2: Om de rechter in staat te stellen de zaak
snel en efficiënt te behandelen, moeten de procedurele documenten (i)
gestructureerd en duidelijk zijn en (ii) van beperkte omvang, rekening houdend
met de specificaties van het geschil. Het wijdverbreide gebruik van
IT-hulpmiddelen en kunstmatige intelligentie kan leiden tot een aanzienlijke
toename van de omvang van procedurele documenten, vooral door "kopiëren en
plakken". Dit heeft invloed op het werk van rechters en de snelheid
waarmee zaken worden behandeld. De voorstellen richten zich op de structuur
en lengte, niet op de inhoud van de argumenten.
a. Schriftelijke pleidooien moeten gestructureerd en
duidelijk zijn. Dit verbetert de leesbaarheid voor de rechter, de advocaat
van de tegenpartij(en) en de partijen zelf, en vergemakkelijkt het werk van de
rechter. Maatregelen om dit te bereiken zijn onder andere:
- Gestandaardiseerde
lay-out: Uniforme lay-out (lettertype, lettergrootte, regelafstand,
marges, maximaal aantal woorden per pagina) zorgt voor leesbaarheid en
uniforme toepassing van lengtebeperkingen.
- Definitieve
schriftelijke pleidooien in de vorm van een samenvattend pleidooi: Als
een partij meerdere opeenvolgende pleidooien indient, moet het laatste
pleidooi een samenvatting zijn van alle argumenten, zodat de rechter
alleen naar dit laatste pleidooi hoeft te verwijzen.
- Bewijsstukken
en inventaris: Bewijsstukken moeten genummerd zijn en een inventaris
moet aan de pleidooien worden toegevoegd. De pleidooien moeten expliciet
naar de bewijsstukken verwijzen.
- Structuur
van schriftelijke pleidooien:
- Hoofdonderverdelingen
met een titel, sub-onderverdelingen met sub-titels.
- Inleiding:
Vermelding van de bevoegde rechtbank, zaaknummer, datum mondelinge
zitting (indien van toepassing), preciesie identificatie van partijen
(met contactgegevens) en hun procedurele status (eiser, gedaagde,
appellant, geïntimeerde, etc.).
- Inhoudsopgave:
Overzicht van alle kopjes en subkopjes met paginanummers, en een
samenvatting van de zaak.
- Lijst
van procedurele documenten: Samenvatting van eerdere documenten om de
rechtbank een snel overzicht te geven van de voortgang van de procedure;
bij hoger beroep ook de betwiste beslissing.
- Korte
en precieze feitenweergave: Alleen relevante feiten voor het
begrijpen en oplossen van het geschil, gedocumenteerd met bewijsstukken.
- Procedurele
geschiedenis en vorderingen van partijen: Vorderingen in eerste
aanleg, beslissing in eerste aanleg, vorderingen in hoger beroep, etc..
- Discussie
(juridische argumentatie): De standpunten (pleidooi) van de partijen
moeten duidelijk worden geïdentificeerd, één voor één worden behandeld en
in logische volgorde worden gerangschikt (hoofd-, subsidiair, meer
subsidiair, etc.). Procedurele argumenten gaan vooraf aan inhoudelijke.
Elk juridisch argument moet de juridische grondslag vermelden.
Verwijzingen naar jurisprudentie en juridische literatuur moeten beperkt
zijn tot wat relevant is.
- Dictum
(operatief deel): Hierin worden de precieze vorderingen van de
partijen uiteengezet. Het is geen samenvatting van de juridische
argumenten.
b. Schriftelijke pleidooien moeten beperkt zijn in omvang.
Dit heeft een significante impact op het aantal zaken dat behandeld kan worden
en de snelheid van de procesgang.
- Praktijk
van Europese hoven: De Europese rechtbanken, zoals het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie,
beperken de omvang van ingediende schriftelijke pleidooien tot
bijvoorbeeld 2 tot 30 pagina's, afhankelijk van het type document.
- Praktijk
in lidstaten: Landen als Nederland, Griekenland, Spanje en Israël
beperken ook de lengte van procedurele documenten. Nederland heeft
bijvoorbeeld een maximum van 25 pagina's per partij ingesteld, en te lange
pleidooien kunnen terzijde worden geschoven met een korte termijn voor
indiening van een conform document.
- Voorwaarden
voor het beperken van de omvang: Beperking van de omvang van
pleidooien is wenselijk, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De
beperking moet redelijk zijn en partijen in staat stellen een
kwalitatieve argumentatie te ontwikkelen.
- De
beperking moet gepaard gaan met een gestandaardiseerde lay-out.
- Sommige
pagina's (zoals identificatie van partijen na de eerste pagina of de
inventarislijst) moeten niet meetellen voor het maximum aantal
pagina's.
- Elke
partij moet de mogelijkheid hebben om de rechter te vragen een langer
pleidooi in te dienen, vooral bij complexe zaken. De beslissing van
de rechter moet gemotiveerd zijn en snel komen.
- Alle
partijen moeten hetzelfde aantal pagina's hebben; als één partij
een langer pleidooi mag indienen, geldt dit automatisch voor de andere
partijen.
- Sancties
bij niet-naleving: Sancties voor het niet naleven van
lengtebeperkingen moeten redelijk zijn en mogen niet leiden tot afwijzing
van de zaak.
- Voor
complexe geschillen (door onderwerp, aantal partijen, complexiteit
van de voorgaande beslissing of administratieve handeling) of zaken met
fundamentele kwesties (bijv. mensenrechtenschendingen) kan vanaf het begin
een groter maximum aantal pagina's worden toegestaan.
3. De duidelijkheid van de juridische taal
RICHTLIJN 3: Juridische professionals – rechters en
advocaten – moeten zorgen voor het gebruik van duidelijke en eenvoudige
juridische taal, en staten moeten rechtzoekenden voorzien van verklarende
woordenlijsten met de belangrijkste gebruikte termen. Het is cruciaal dat
partijen in de procedure begrijpen wat er gebeurt, vooral natuurlijke personen
die niet door een advocaat worden vertegenwoordigd. De precisie in gebruikte
termen is essentieel in het recht, maar jargon dat moeilijk te begrijpen is voor
rechtzoekenden moet worden vermeden. Het vereenvoudigen van juridische taal
omvat:
- Het achterwege
laten van verouderde uitdrukkingen die geen waarde toevoegen.
- Het achterwege
laten van Latijnse zinnen of deze op zijn minst vertalen indien het
gebruik wenselijk is.
- Het
opnemen van een verklarende woordenlijst (glossarium) van de
belangrijkste juridische termen in rechterlijke beslissingen. Deze
woordenlijst moet door een centrale autoriteit worden opgesteld en uniform
worden gebruikt door rechtbanken van hetzelfde type.
Zowel rechters als advocaten moeten tijdens hun initiële
opleiding bewust worden gemaakt van de noodzaak om hun taal te vereenvoudigen.
De vereenvoudiging moet niet alleen gelden voor pleidooien en rechterlijke
beslissingen, maar ook voor communicatie van rechtbanken met rechtzoekenden
(bijvoorbeeld dagvaardingen), aangepast aan de doelgroep (bijvoorbeeld
minderjarigen).
4. De zitting (mondelinge pleidooien)
RICHTLIJN 4: Als enige moment waarop een directe
uitwisseling mogelijk is tussen de partijen, hun advocaten en de rechter, moet
de mondelinge pleidoozitting een meerwaarde bieden aan het juridisch debat, met
name door partijen de gelegenheid te geven zich te uiten. De zitting moet zo
effectief mogelijk worden voorbereid en georganiseerd. Mondelinge
pleidoozittingen, indien gehouden, moeten een reële meerwaarde bieden aan het
juridisch debat op drie niveaus:
- Benadrukken
van belangrijke elementen: Partijen en/of hun advocaten kunnen de
belangrijkste elementen van de zaak benadrukken, zonder hun schriftelijke
pleidooien volledig te herhalen.
- Vragen
van de rechter: De rechter kan vragen stellen aan de partijen en/of
hun advocaten, evenals aan eventuele getuigen.
- Uiten
van ervaringen en gevoelens door partijen: Partijen kunnen hun
ervaringen en gevoelens uiten, wat discussies kan omvatten die verder gaan
dan het strikt juridische kader. Dit is essentieel voor de rechtzoekende
en versterkt de legitimiteit van de rechterlijke beslissing.
Voor een functionerende zitting is het essentieel dat:
- De
deelnemers (partijen, advocaten, rechter) het dossier hebben voorbereid,
wat inhoudt dat de rechter de laatste procedurele documenten en
bewijsstukken vóór de zitting heeft.
- Voldoende
tijd wordt toegestaan voor elke zaak, en dat de tijdsindeling aan het
begin van de zitting wordt overeengekomen, inclusief tijd voor vragen van
de rechter en spreekrecht voor partijen.
Het is wenselijk partijen en advocaten op een vast tijdstip
op te roepen en hen vooraf te informeren over de duur van het pleidooi om
onnodig wachten te voorkomen. Mogelijke manieren om mondelinge pleidoozittingen
te organiseren zijn:
- Vervangen
van "traditionele" pleidooien door een interactief debat
tussen de rechter en de advocaten, waarbij de rechter vragen stelt over
punten die verduidelijking behoeven.
- Eerst
een fase van minnelijke schikking organiseren, waarbij een rechter
(meestal niet degene die de zaak inhoudelijk behandelt) probeert de
partijen tot een oplossing te brengen, gevolgd door een traditionele
zitting als er geen overeenkomst wordt bereikt.
- Het
debat opdelen: eerst een zitting op korte termijn voor snel te
beslissen kwesties (bevoegdheid, ontvankelijkheid, verjaring, etc.) en
vervolgens, indien nodig, een zitting over de inhoud van de zaak.
5. De rechterlijke beslissing
RICHTLIJN 5: Om het rechtssysteem zijn rol van
pacificatie van sociale relaties te laten vervullen, is het essentieel dat
degenen die onderworpen zijn aan de wet de beslissing die hen betreft en de
redenen die de rechter tot die beslissing hebben geleid, begrijpen.
Rechterlijke beslissingen moeten begrijpelijk, gestructureerd, duidelijk en van
een redelijke omvang zijn, gezien de omvang en complexiteit van de zaak. De
geloofwaardigheid en legitimiteit van het rechtssysteem hangen af van het feit
dat partijen de beslissing en de onderliggende redenen begrijpen.
- Rechters
moeten aandacht besteden aan de structuur en duidelijkheid van hun
beslissingen.
- De lengte
van rechterlijke beslissingen moet redelijk zijn (rekening houdend met
de plicht om te reageren op de argumenten van partijen en de lengte van
hun pleidooien), aangezien een te lange beslissing het risico loopt niet
gelezen of verkeerd begrepen te worden.
- Het
kan overwogen worden om sjablonen voor rechterlijke beslissingen te
ontwikkelen en aan te bieden aan rechters, die vrij moeten blijven om deze
te gebruiken.
- Zowel
basis- als nascholing voor rechters moet een module omvatten over het
opstellen van rechterlijke beslissingen, met name over hun structuur,
duidelijkheid en beknoptheid. Een verzameling van goede praktijken kan
worden opgesteld.
- De
structuur, duidelijkheid en omvang van rechterlijke beslissingen kunnen
ook worden meegenomen bij de evaluatie van rechters.
6. Implementatie van de Richtlijnen
Deze richtlijnen passen binnen het kader van de noodzakelijke
samenwerking tussen de verschillende actoren die betrokken zijn bij het
juridisch debat, met name rechters en advocaten. Sommige voorstellen kunnen wetgevende
wijzigingen vereisen. De implementatie van deze voorstellen moet in elk
geval voorafgegaan worden door discussies tussen de betrokken actoren, om
rekening te houden met specifieke nationale omstandigheden.
De richtlijnen bevatten ook een model voor een
schriftelijk pleidooi in de bijlage, als voorbeeld van hoe een
gestructureerd document eruit kan zien.