vrijdag 26 juni 2026

Schriftelijke vragen en antwoorden Minister van Justitie - 27 februari 2026

Bron


Vraag 872 (Jean-Marie Dedecker): Zal de wetgeving rond kansspelen proactief worden aangepast aan de invoering van de digitale identiteitskaart (voor EPIS-controles), om zo te vermijden dat uitbaters van wedkantoren op korte termijn met dubbele en hoge technische kosten worden opgezadeld?

Antwoord: Aangezien de bevoegdheid over de Kansspelcommissie wordt overgedragen aan de minister van Economie, is deze vraag naar hem doorverwezen voor verdere afhandeling.

Vraag 875 (Gilles Foret): Wat is het tijdpad voor de aangekondigde verhoging van de verkeers- en strafrechtelijke boetes, en welke garanties zijn er dat dit transparant, proportioneel en bevorderlijk voor de werking van Justitie zal verlopen?

Antwoord: De verhoging van de opdeciemen trad in werking op 1 februari 2026 en dient als correctie op de levensduurte. De maatregel bewaart de rechtsgelijkheid, respecteert de beoordelingsmarge van de rechter en de opbrengsten maken deel uit van een bredere strategie om de werking van Justitie te versterken. Aan een reglementair kader voor de onmiddellijke inningen wordt nog gewerkt.

Vraag 879 (Marijke Dillen): Kan u een gedetailleerd overzicht geven van de openstaande vacatures voor penitentiair bewakingsassistenten en ondersteunend personeel, opgesplitst per gevangenis en functie?

Antwoord: Gezien de grote hoeveelheid data en het louter documentaire karakter, is het antwoord rechtstreeks aan het Kamerlid gestuurd en niet openbaar gepubliceerd in het bulletin.

Vraag 881 (Catherine Delcourt): Gaan er protocollen en sensibiliseringscampagnes komen om een echt nultolerantiebeleid te voeren tegen geweld op ambtenaren (zoals politie en brandweer) en om de systematische onderrapportage van incidenten tegen te gaan?

Antwoord: Er wordt deels verwezen naar een eerdere parlementaire vraag. Dossiers seponeert men bij voorkeur niet om opportuniteitsredenen. Bestaande omzendbrieven (zoals COL 10/2017) garanderen al een uniforme, krachtige reactie. De overheid zet verder in op begeleiding voor slachtoffers, preventie (zoals het anonimiseren van personeelsgegevens) en moedigt aan om consequent aangifte te doen.

Vraag 883 (Matti Vandemaele): Kan u een overzicht geven van alle internationale dienstreizen en detacheringen binnen uw bevoegdheidsdomein en kabinet voor het jaar 2025, inclusief de gemaakte kosten en resultaten?

Antwoord: Het was voor de administratie niet haalbaar om deze uitgebreide informatie binnen de wettelijke termijn van 20 werkdagen te verzamelen; de gegevens zullen in een later, aanvullend antwoord worden bezorgd.

Vraag 884 (Jeroen Bergers): Welke subsidies werden er in 2025 door uw departement uitgekeerd (onder meer aan diverse specifieke vzw's) en hoever staat het met de realisatie van een federaal subsidieregister?

Antwoord: Ook dit antwoord werd vanwege de grote omvang en het documentaire karakter rechtstreeks naar de volksvertegenwoordiger gestuurd en niet in de openbare documenten opgenomen.

Vraag 885 (Mathieu Michel): Wat is de stand van zaken rond de implementatie van de Europese NIS2-richtlijn (inzake cyberbeveiliging) binnen de FOD Justitie, in het bijzonder aangaande opleidingen rond oplichting en menselijke fouten?

Antwoord: De FOD Justitie valt onder de richtlijn en stapt over naar 'SECaaS II' om de IT-veiligheid te verhogen. Nieuwe medewerkers krijgen een verplichte opleiding (o.a. over phishing en malware), er worden regelmatig eigen phishing-testen uitgevoerd en nieuwe applicaties krijgen pentests. Daarnaast wordt een formele governance-structuur opgezet (waaronder een CISO) om het cybersecuritybewustzijn structureel te borgen.

Vraag 889 (Kristien Van Vaerenbergh): Hoe staat het met de IT-overgang naar 'MaCH' en de doorlooptijden bij de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden, gezien het gebruik van de versnelde procedure?

Antwoord: De werkzaamheden aan de MaCH-applicatie werden begin 2024 gepauzeerd wegens capaciteitsgebrek, maar digitalisering is nu een prioriteit. De facultatieve versnelde procedure werpt vruchten af: in 2025 daalde de doorlooptijd hiermee naar gemiddeld 146 dagen. Er is een actieplan en extra budget vrijgemaakt om nieuw personeel (zoals juristen en een projectleider) aan te werven.

Vraag 891 (Francesca Van Belleghem): Wat is het totale bedrag aan dwangsommen en schadevergoedingen dat de Belgische Staat in de laatste elf jaar heeft moeten uitbetalen aan de veroordeelde terrorist Nizar Trabelsi?

Antwoord: Er werd één dwangsom van 300.000 euro betaald na een arrest in 2025. Daarnaast liepen de schadevergoedingen (onder meer voor schendingen van mensenrechten en detentieomstandigheden) in 2014, 2022 en 2024 op tot in totaal meer dan 250.000 euro. Deze bedragen werden aan de advocaten of deurwaarders betaald; de staat is verplicht gerechtelijke beslissingen uit te voeren.

Vraag 892 (Anthony Dufrane): Hoe pakt de overheid de aanhoudende overbevolking in de gevangenissen (zoals die in Nijvel) aan, en wat is de reactie op de noodkreten en acties van lokale burgemeesters hierover?

Antwoord: De signalen van burgemeesters worden beantwoord, maar overbevolking treft het hele land; het lokaal beperken van opsluitingen verplaatst het probleem enkel. Justitie werkt aan de uitbreiding van capaciteit via een nieuw masterplan, de mogelijke plaatsing van modulaire units en het oprichten van detentiehuizen. Op zeer korte termijn blijven er noodmaatregelen nodig.

Vraag 893 (Koen Metsu): Wat is de actuele stand van zaken (repatriëringen, recidive, kosten en begeleiding) rond de Belgische IS-strijders, en specifieke vrouwen en kinderen die in 2021 en 2022 uit Syrië werden teruggehaald?

Antwoord: In 2025 werden er geen personen gerepatrieerd en clandestien teruggekeerde strijders zijn niet bekend. Er staan ook geen nieuwe repatriëringen gepland. Van de twaalf reeds teruggekeerde vrouwen zitten er nog twee in de gevangenis. Geen van de gerepatrieerde vrouwen heeft nieuwe misdrijven gepleegd. Zij krijgen multidisciplinaire (psycho)sociale begeleiding en worden nauwgezet opgevolgd door lokale taskforces.

Vraag 894 (Sophie De Wit): Hoeveel gedetineerden keren (al dan niet definitief) niet tijdig terug van penitentiair verlof of een uitgaansvergunning, en hoe reageert Justitie op zulke situaties?

Antwoord: In minder dan 1% van de toegestane afwezigheden (bijvoorbeeld op ruim 70.000 vergunningen in 2025) registreert men een laattijdige terugkeer. Het systeem kan echter geen onderscheid maken tussen bewuste ontvluchtingen of overmacht (zoals vertraging openbaar vervoer). Bij niet-terugkeer worden politiediensten direct verwittigd en het telt steeds mee bij de evaluatie voor eventueel volgend verlof.

Vraag 895 (Alexander Van Hoecke): Hoeveel van de 108 geregistreerde asiel- en migratiedossiers bij binnenkomstcontroles resulteerden in een daadwerkelijke vasthouding door Justitie?

Antwoord: Dit vraagstuk behoort tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken, waarnaar de vraag werd doorverwezen.

Vraag 896 (Alexander Van Hoecke): Hoe vaak faalde het transport van gedetineerden naar de rechtbank waardoor de strafvordering in het gedrang kwam, en wat zijn hiervan de oorzaken?

Antwoord: In 2024 konden 3.055 transferopdrachten (6,9%) niet worden uitgevoerd, in 2025 liep dit op tot 3.721 (7,2%). Dit wijt men aan de hoge capaciteitsdruk bij de Directie van Beveiliging (DAB) en de algemene overbevolking. Men probeert de gegevens- en informatiestromen te verbeteren om dergelijke problemen in de toekomst scherper op te volgen.

Vraag 897 (François De Smet): Hoe wordt er omgegaan met de bezorgdheden van penitentiair beambten inzake hun geblokkeerde loonschalen (sinds 2008), de zware belastingen op overuren en tekorten in werkuitrusting?

Antwoord: Een recent sociaal plan (2026-2029) voorziet in een financiële opwaardering en aanpassing van de weddeschalen uit 2009. Overuren worden inderdaad belast, wat voor alle federale ambtenaren geldt. Qua kledijvergoeding ontvangt men nog enkele uniformstukken plus een toelage; mankementen in de levering worden in een gezamenlijke werkgroep met vakbonden opgevolgd.

Vraag 898 (Kristien Van Vaerenbergh): Hoe en hoe vaak wordt het snelrecht toegepast per gerechtelijk arrondissement (met name bij rellen en geweld), en hoe worden deze procedures versterkt?

Antwoord: Het uitgebreide cijfermateriaal werd wegens de omvang rechtstreeks aan de vragensteller bezorgd en de details zijn niet opgenomen in de openbare documenten.

Vraag 899 (Werner Somers): Hoe vaak, en op welke gronden, hebben de FOD's en POD's onder de bevoegdheid van Justitie in 2025 verzoeken tot openbaarheid van bestuur afgewezen?

Antwoord: In 2025 werden vier verzoeken stilzwijgend geweigerd en vier expliciet (wegens het geheime karakter van beraadslagingen of omdat de vragen kennelijk onredelijk waren). Er waren zes verzoeken tot heroverweging. Uiteindelijk belandden er twee dossiers bij de Raad van State, waarbij één beroep werd verworpen en het andere nog in behandeling is.

Vraag 900 (Werner Somers): Hoe vaak en op welke gronden heeft het kabinet / ambt van de Minister zelf in 2025 geweigerd om overheidsdocumenten openbaar te maken op basis van de wet op de openbaarheid van bestuur?

Antwoord: Voor de cijfers en motiveringen over dit onderwerp verwijst de minister integraal naar het antwoord dat op de identieke eerdere vraag (vraag nr. 899) is gegeven.

Vraag 901 (Alexia Bertrand): Welke budgetten spendeerden overheidsdiensten en zelfstandige overheidsbedrijven de afgelopen jaren aan teambuildings (naar aanleiding van dure VIP-tickets voor Infrabel-managers), en komen er striktere richtlijnen?

Antwoord: Het gedetailleerde (budgettaire) document werd wegens zijn documentair karakter rechtstreeks bezorgd aan het Kamerlid en is niet gepubliceerd.

Vraag 902 (François De Smet): Klopt het dat de opleiding van gevangenbewaarders gebrekkig verloopt door personeelstekorten, en hoever staat het met de oprichting van de centrale penitentiaire opleidingsdienst?

Antwoord: Om achterstanden (veroorzaakt door personeelstekort op de werkvloer) te verhelpen, worden de drie opleidingsmodules voor nieuwe krachten sinds september 2025 in één aaneengesloten periode gegeven. Er is bovendien een nieuwe campus geopend in Haren. De formele penitentiaire school is intussen bij koninklijk besluit geïntegreerd in de Academie FOD Justitie.

Vraag 903 (François De Smet): Hoe reageert Justitie op de kritiek van het Rekenhof op de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO), met name aangaande het beloofde centrale bestand van uitvoerbare vonnissen?

Antwoord: Justitie gaat geen globaal, nieuw centraal register opzetten, maar zorgt voor automatische inzage voor de DAVO in bestaande of geplande databanken: 'JustJudgment' voor de gerechtelijke vonnissen en 'NABAN' voor notariële akten. Justitie bekijkt het juridische kader voor dit inzagerecht; andere kritieken van het Rekenhof behoren tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

Vraag 904 (Sophie De Wit): Wat zijn de oorzaken van de oplopende mislukkingen bij gedetineerdentransporten door de DAB, en wordt de techniek van de videoconferentie (om transport te vermijden) intussen vaker uitgerold?

Antwoord: Er was in 2025 een uitval van 7,2% in de transportopdrachten (3721 gemiste ritten), wat veroorzaakt wordt door te weinig operationeel personeel (849 vte), beperkte voertuigen (120 celvoertuigen) en overbevolking in de gevangenissen. Wat de videoconferenties aangaat: in enkele afdelingen (Brugge, Oudenaarde, Tongeren en Antwerpen) is inmiddels speciale apparatuur in de raadkamers geïnstalleerd.

Vraag 905 (Sophie De Wit): Wat zijn de exacte vervolgings- en seponeringscijfers inzake geweld tegen personen met een maatschappelijke functie, zoals ambulanciers en leerkrachten, gezien de belofte van een nultolerantiebeleid?

Antwoord: Voor deze precieze cijfers over vervolgingen en seponeringen wees de minister opnieuw integraal naar de antwoorden verstrekt in een eerdere, gelijkaardige parlementaire vraag (vraag nr. 774).