Het arrest gaat over een nieuwe wet die een specifiek Individueel Bijzonder Veiligheidsregime (IBVR) invoert voor gedetineerden met banden met de georganiseerde drugscriminaliteit. De Liga voor Mensenrechten vocht deze wet aan omdat zij vond dat de grondrechten van gedetineerden werden geschonden.
1. Waar gaat de nieuwe wet over?
De wet voert een strenger regime in voor gedetineerden (zowel veroordeelden als verdachten) die een ernstig gevaar vormen voor de veiligheid wegens hun banden met de georganiseerde misdaad (specifiek drugshandel). Naast de bestaande veiligheidsmaatregelen kunnen bij hen twee extra, zware maatregelen worden opgelegd:
- Permanente camera-observatie in de cel.
- Verbod op (ongestoord) bezoek.
2. Het oordeel: Wat is vernietigd?
Het Hof heeft één specifiek onderdeel van de wet vernietigd: de beperking van de macht van de Beroepscommissie.
- Het probleem: De wetgever had bepaald dat de Beroepscommissie (de rechter in beroep) een beslissing van de directeur-generaal enkel mocht vernietigen (terugsturen om over te doen), maar niet zelf een nieuwe beslissing in de plaats mocht stellen.
- Het oordeel: Het Hof vond dit ongrondwettig. Omdat de maatregelen zo ingrijpend zijn (camera's, isolatie), moet de gedetineerde toegang hebben tot een rechter die snel en effectief kan ingrijpen om een einde te maken aan een schending van rechten. De mogelijkheid om de beslissing zelf te vervangen is een noodzakelijke waarborg.
- Gevolg: Artikel 158, § 3/1 van de Basiswet is vernietigd. De Beroepscommissie mag dus wél haar eigen beslissing in de plaats stellen van die van het bestuur.
3. Het oordeel: Wat blijft overeind (maar met strenge voorwaarden)?
De rest van het regime blijft bestaan, maar het Hof heeft wel een aantal belangrijke interpretaties vastgelegd. De wet is alleen grondwettig als men zich aan deze regels houdt:
A. Camera-observatie en privacy
De Liga klaagde aan dat camera's in de cel de menselijke waardigheid schenden. Het Hof oordeelt dat camera's mogen, maar onder strikte voorwaarden:
- Privacy op het toilet: De camerabewaking moet worden onderbroken (niet gefilmd) wanneer de gedetineerde zich wast of naar het toilet gaat. Het simpelweg "verpixelen" of afschermen op een scherm is niet genoeg; er mag niet gefilmd worden.
- Geen opnames: De beelden mogen enkel live bekeken worden ("monitoring"); er mag geen registratie (opname) van de beelden plaatsvinden.
B. Toepassing op verdachten
De maatregelen mogen ook worden toegepast op mensen die nog niet veroordeeld zijn (verdachten in voorlopige hechtenis).
- Reden: Het Hof stelt dat dit geen straf is, maar een veiligheidsmaatregel. Het risico dat iemand vanuit de gevangenis zijn criminele netwerk aanstuurt, is bij een verdachte even groot als bij een veroordeelde. Daarom is dit niet in strijd met het vermoeden van onschuld.
C. Procedure en Verdediging
De beslissing om iemand in dit zware regime te plaatsen wordt genomen door de directeur-generaal (het hoofd van het gevangeniswezen), en niet door de lokale gevangenisdirecteur.
- Reden: De informatie over het gevaar komt vaak van inlichtingendiensten en het federaal parket, niet van het gedrag in de gevangenis zelf.
- Rechten: De gedetineerde moet wel gehoord worden door de lokale directeur, en dit verslag moet naar de directeur-generaal gaan. Ook moet de motivering duidelijk maken welke concrete omstandigheden het gevaar aantonen.
Samenvatting
Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat de staat wél een zeer streng regime mag opleggen aan kopstukken van de drugsmaffia om te voorkomen dat zij vanuit de cel verder werken.
Echter, er zijn drie cruciale correcties:
- Beroep: De beroepsrechter krijgt zijn volledige macht terug om in te grijpen (vernietiging van de beperking).
- Toiletbezoek: Er mag absoluut niet gefilmd worden tijdens toiletbezoek of wassen.
- Opnames: Camerabeelden mogen niet worden opgeslagen.
Met deze aanpassingen blijft de wet van kracht.
Hier zijn de details over hoe het Hof oordeelt over de beroepsmogelijkheid:
1. Het beroep is een noodzakelijke waarborg Het Hof benadrukt dat inmengingen in het privéleven (zoals cameratoezicht of bezoekverbod) niet willekeurig mogen zijn. Er moet een wettelijke basis zijn die voorziet in een "daadwerkelijke jurisdictionele toetsing".
- Concreet betekent dit dat de gedetineerde het recht heeft om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de directeur-generaal bij de Beroepscommissie van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.
- Het Hof merkt op dat deze Beroepscommissie functioneert als een administratief rechtscollege en dat er bovendien cassatieberoep mogelijk is bij de Raad van State.
2. De nuance van het Hof: Het beroep moet 'volledig' zijn Hier zit de cruciale nuance waar je waarschijnlijk op doelt. De wetgever had in de nieuwe wet (artikel 158, § 3/1 van de Basiswet) geprobeerd om de macht van de Beroepscommissie in deze specifieke zware dossiers in te perken.
- De beperking: De wetgever wilde dat de Beroepscommissie een beslissing enkel kon vernietigen (waarna de directeur-generaal een nieuwe moest nemen), maar niet haar eigen beslissing in de plaats mocht stellen van die van de directeur-generaal.
- Het oordeel: Het Hof vond dit niet gerechtvaardigd. Het oordeelde dat de Beroepscommissie, die bestaat uit deskundigen en wordt voorgezeten door een rechter, juist wel in staat moet zijn om zelf een beslissing te nemen.
- De reden: Gezien de zware impact van de maatregelen (zoals isolatie en camerabewaking), moet een gedetineerde beschikken over een rechtsmiddel dat snel en effectief een einde kan maken aan een eventuele schending van zijn rechten. De mogelijkheid voor de rechter om zijn beslissing in de plaats te stellen van die van het bestuur, is daarbij een essentiële waarborg,.
Conclusie: De vernietiging Omdat de wetgever deze mogelijkheid tot 'plaatsvervanging' had uitgesloten voor dit specifieke regime, heeft het Grondwettelijk Hof dat specifieke wetsartikel (artikel 107 van de wet van 15 mei 2024) vernietigd.
Kortom: Er moet niet alleen beroep mogelijk zijn, maar de beroepsrechter (de Beroepscommissie) moet de volledige bevoegdheid behouden om in te grijpen en zelf een beslissing te nemen als dat nodig is.