woensdag 26 november 2025

Wetsontwerp tot uitvoering van een versterkt terug naar werk-beleid in geval van arbeidsongeschiktheid

Bron

Dit wetsontwerp, officieel getiteld "WETSONTWERP tot uitvoering van een versterkt terug naar werk-beleid in geval van arbeidsongeschiktheid", werd door de regering ingediend op 20 november 2025. Het algemene doel van de wetgeving is het uitwerken van een allesomvattend plan voor de preventie en re-integratie van langdurig zieken, waarbij de verantwoordelijkheid ("responsabilisering") van de verschillende betrokken actoren wordt versterkt.

Hieronder volgt een gedetailleerde en overzichtelijke bespreking van de belangrijkste voorstellen, met een specifieke focus op wat dit concreet betekent voor de burger.


Overzicht van het Wetsontwerp

Het wetsontwerp omvat bepalingen uit de sociale zaken (Titel 2) en het arbeidsrecht (Titel 3). De maatregelen in Titel 2 treden grotendeels in werking op 1 januari 2026.

Titel 2: Sociale Zaken

De focus ligt hier op het versterken van de verantwoordelijkheid van gerechtigden (burgers), verzekeringsinstellingen en artsen, met als doel een hogere terugkeer naar werk.

1. Versterkte Responsabilisering van de Arbeidsongeschikte Gerechtigden (H1)

Een centrale wijziging is de vervanging van de notie "restcapaciteiten" door het meer positieve begrip "arbeidspotentieel" in de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

Wat dit concreet betekent voor de burger (de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde):

  • Definitie van Arbeidspotentieel: Dit is het vermogen van een arbeidsongeschikt erkende gerechtigde om passend werk te verrichten, waarbij rekening wordt gehouden met de huidige gezondheidstoestand én de mogelijkheden voor de toekomst.
  • Terug Naar Werk-traject (TNW): Indien re-integratie kan worden overwogen op basis van het arbeidspotentieel, start de adviserend arts, de medewerker van het multidisciplinaire team of de TNW-coördinator binnen het ziekenfonds een "Terug Naar Werk-traject" op, in samenspraak met de gerechtigde.
  • Sancties: De gerechtigde is verplicht om gevolg te geven aan de uitnodiging voor een fysiek contact van de adviserend arts of het multidisciplinaire team, of om de nodige gegevens te bezorgen voor de inschatting van hun arbeidspotentieel.
    • Wanneer de gerechtigde zonder geldige rechtvaardiging afwezig is op het eerste of een later contactmoment, wordt het dagbedrag van de uitkering met 10 procent verminderd.

2. Versterkte Responsabilisering van de Verzekeringsinstellingen (H2)

Het wetsontwerp beoogt de verzekeringsinstellingen (landsbonden) financieel te responsabiliseren om effectief in te zetten op re-integratieacties.

  • Impact: Een percentage van het totale bedrag aan administratiekosten dat jaarlijks aan de vijf landsbonden wordt toegekend, zal afhangen van de mate waarin zij erin slagen langdurig zieken te re-integreren op de arbeidsmarkt.
  • Stijgende Drempel: Dit percentage bedraagt 5% voor 2026, 7,5% voor 2027, 10% voor 2028 en 15% vanaf 2029.

3. Kennisverzameling over Arbeidsongeschiktheid (H3)

Er wordt een nieuwe GAOCIT-databank opgericht binnen het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV).

  • Doel: Kennis verzamelen over het aantal, de duur, de diagnose/pathologie, en het voorschrijfgedrag van behandelend artsen bij het uitschrijven van arbeidsongeschiktheidscertificaten.
  • Voor de arts: Behandelend artsen moeten voor het eerst een verplicht elektronisch circuit gebruiken voor de verzending van getuigschriften van arbeidsongeschiktheid (voor periodes langer dan 14 dagen of verlengingen).
    • Het RIZIV zal datamining uitvoeren op deze gegevens en rapporten opstellen voor de behandelende artsen om hen te informeren over hun voorschrijfgedrag en hen te ondersteunen met "zelfbeheertools en richtlijnen".

4. Responsabilisering van Werkgevers (H4 & H5)

Het beleid richt zich ook op het financieel responsabiliseren van werkgevers ten aanzien van langdurige ziekte.

  • Solidariteitsbijdrage (H4): Een nieuwe trimestriële solidariteitsbijdrage wordt ingevoerd voor werkgevers inzake primaire arbeidsongeschiktheid. Deze treedt in werking op 1 januari 2026.
  • Opheffing Oude Bijdrage (H5): De huidige trimestriële responsabiliseringsbijdrage inzake invaliditeit (voor werkgevers met een bovenmaatse instroom van werknemers in invaliditeit) wordt vervangen. De laatste berekening en inning gebeurt met de bijdragen voor het vierde kwartaal van 2025, en de betreffende artikelen worden opgeheven op 1 april 2026.

Titel 3: Werk (Arbeidsrechtelijke Maatregelen)

Deze titel bevat maatregelen die gericht zijn op het verminderen van langdurige afwezigheden.

1. Geneeskundig Getuigschrift

Wat dit concreet betekent voor de burger:

  • De bepaling in de Wet op de Arbeidsovereenkomsten betreffende de frequentie waarmee een werkgever om een medisch getuigschrift mag vragen, wordt gewijzigd: het woord "driemaal" wordt vervangen door "tweemaal". Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.

2. Gewaarborgd Loon en Arbeidsongeschiktheid

Deze wijzigingen hebben invloed op de rechten van de werknemer bij werkhervatting en herval:

  • Verlenging Hervaltermijn: Het gewaarborgd loon van de werkgever is in beginsel niet opnieuw verschuldigd wanneer een nieuwe arbeidsongeschiktheid zich voordoet binnen de eerste acht weken (in plaats van de huidige veertien dagen) na het einde van een periode waarvoor gewaarborgd loon werd betaald. Dit is van toepassing op arbeidsongeschiktheden die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.
  • Neutralisatie Gewaarborgd Loon bij Toegelaten Werk: De regeling waarbij het gewaarborgd loon wordt geneutraliseerd in geval van arbeidsongeschiktheid tijdens de uitvoering van aangepast of ander werk (met toestemming van de adviserend arts) wordt uitgebreid van "tijdens een periode van twintig weken" naar "tijdens de periode van uitvoering" van dat werk.
    • Door deze wijziging wordt de wettelijke regeling inzake de toekenning van de toeslag op de uitkering (na de periode van gewaarborgd loon) afgeschaft, aangezien deze toeslag geen bestaansreden meer heeft.

3. Strafbaarstelling Werkgevers bij Re-integratie (H2)

  • Verplichting: Er wordt een sanctie van niveau 2 ingesteld voor werkgevers die twintig of meer werknemers tewerkstellen en die niet aan de preventieadviseur-arbeidsarts hebben gevraagd om een re-integratietraject op te starten voor een arbeidsongeschikte werknemer met arbeidspotentieel, en dit uiterlijk zes maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid. De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. Deze maatregel treedt in werking op 1 januari 2026.