donderdag 30 oktober 2025

Arresten Hof van Cassatie - invoerdatum 29 oktober 2025

Bron


Arresten Hof van Cassatie – invoerdatum Juportal 29 oktober 2025

Lijst trefwoorden Juportal

Samenavttingen AI na deze lijst

Lijst trefwoorden Juportal

BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht ; CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.3

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.3_NL.pdf


Texte    Jugement/arrêt du 22 octobre 2025 ; LASTER EN EERROOF

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.5

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.5_NL.pdf

ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Algemeen ; OPENBAAR MINISTERIE

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.1

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.1_NL.pdf

VREEMDELINGEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.16

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.16_NL.pdf

VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.19

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.19_NL.pdf

EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26_NL.pdf

VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.99

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.99_NL.pdf

STRAFUITVOERING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98_NL.pdf

ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Algemeen

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.17

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.17_NL.pdf

DIEREN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.10

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.10_NL.pdf

POLITIE

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.13

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.13_NL.pdf

BANKBREUK EN BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.11

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.11_NL.pdf

HOF VAN ASSISEN - EINDARREST

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.5

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.5_NL.pdf

DESKUNDIGENONDERZOEK ; REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen)

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.4

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.4_NL.pdf

DRUKPERS (POLITIE OVER DE)

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3_NL.pdf

BURGERLIJKE RECHTSVORDERING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.12

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.12_NL.pdf

HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter ; RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9_NL.pdf

DOUANE EN ACCIJNZEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.20

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.20_NL.pdf

ONSPLITSBAARHEID (GESCHIL) ; EIGENDOM

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.10

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.10_NL.pdf

DWANGSOM ; ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.2

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.2_NL.pdf

ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.6

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.6_NL.pdf

BEWIJS - ALGEMEEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8_NL.pdf

VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing ; STRAFVORDERING ; CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei ; CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.2

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.2_NL.pdf

CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Tussenkomende partij

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.14

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.14_NL.pdf

RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei ; RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.12

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.12_NL.pdf

OMKOPING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.7

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.7_NL.pdf

STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN ; STRAF - VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN. VERSCHONINGSGRONDEN ; HERHALING ; GRONDWETTELIJK HOF ; PREJUDICIEEL GESCHIL ; RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.13

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.13_NL.pdf

STRAFUITVOERING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.15

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.15_NL.pdf

VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing ; STRAFVORDERING ; CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.18

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.18_NL.pdf

 


ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.12

RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN

Trefwoord AI: Non bis in idem, sepotbeslissing, misbruik van vennootschapsgoederen, witwassen, verbeurdverklaring, gelijkheid van wapens, motiveringsplicht van straffen

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.12  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.12_NL.pdf

15 OKTOBER 2025

P.25.0954.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het tweede cassatieberoep van de eiser (A. M.). De eiser werd veroordeeld voor meervoudige valsheid in geschrifte en gebruik daarvan, valsheid in jaarrekeningen, misbruik van vennootschapsgoederen, witwassen en andere feiten.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Het beginsel non bis in idem (Art. 14.7 IVBPR en Art. 4.1 Protocol nr. 7 EVRM) vereist een definitieve vrijspraak of veroordeling. Een sepotbeslissing (classement sans suite) voldoet niet aan deze voorwaarde, waardoor de vervolging in België ontvankelijk blijft. De rechter was niet gehouden te antwoorden op een middel dat irrelevant was voor de oplossing van het geschil.
  2. De rechter is niet verplicht partijen te volgen in de details van hun argumentatie. Het argument dat de gelijkheid van wapens geschonden was door het verdwijnen van ontlastende stukken wegens tijdsverloop, faalt omdat de eiser geen schending van de onpartijdigheidsplicht aantoont.
  3. Een middel tegen de schuldigverklaring voor bepaalde inbreuken (valsheid A) is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang wanneer de opgelegde straffen reeds wettelijk gerechtvaardigd zijn door andere bewezen geachte inbreuken (B, C.1, C.2, C.4 en D.1) en de strafmaat niet specifiek door de bekritiseerde inbreuken is gemotiveerd.
  4. De beoordeling door de appelrechters dat de onttrekkingen schadelijk waren voor de vennootschap en haar schuldeisers, op basis van feitelijke vaststellingen zoals wanbetalingen en beslagen, is wettelijk verantwoord.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verklaart het eerste beroep nietig wegens afstand en verwerpt het tweede cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.13

STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN STRAF - VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN. VERSCHONINGSGRONDEN HERHALING GRONDWETTELIJK HOF PREJUDICIEEL GESCHIL RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1

Trefwoord AI: Confiscatie bij equivalent, onredelijk zware straf, drugshandel, criminele organisatie, recht op eerlijk proces, toegang tot strafdossier, ontsleutelde communicatie, proportionaliteit bewijsvergaring

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.13  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.13_NL.pdf

15 OKTOBER 2025

P.25.1156.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen van acht eisers. De eisers werden veroordeeld voor inbreuken, waaronder leiding geven aan een collectief misdrijf (drugshandel).

Principes die het Hof hanteert:

  1. Confiscatie en Proportionaliteit: Het Hof oordeelt dat confiscatie niet als een onredelijk zware straf wordt beschouwd wanneer de appelrechters vaststellen dat de confiscatie slechts de juiste ontneming van de vruchten van de drugshandel betreft, en zij dit motiveren op basis van de vermogenstoestand van de dader en zijn positie in de criminele hiërarchie.
  2. Toegang tot Dossier en Rechten van Verdediging: De rechter oordeelt soeverein welke informatie (verkregen via een gemeenschappelijk onderzoeksteam met Frankrijk en Nederland, inclusief ontcijferde communicatie) aan het strafdossier moet worden toegevoegd om de rechten van verdediging te respecteren. De rechter kan weigeren om integrale toegang te verlenen tot dossiers die gegevens bevatten over andere personen wiens recht op het vermoeden van onschuld en het geheim van het onderzoek gerespecteerd moeten worden.
  3. Bewijswaardering: De beoordeling van de feitelijke elementen (zoals de rol van de eiser binnen de criminele organisatie, de wetenschap van illegale activiteiten, en de afleiding van schuld uit concrete feiten) behoort tot de soevereine beoordeling van de bodemrechter en kan in cassatie niet worden aangevochten.
  4. Opzet en Winstlogica: De vaststelling dat de eiser handelde in een logica van winst (logique de profit) is op zich geen schending van de onpartijdigheidsplicht of strijdig met de personaliteit van de straffen.
  5. Confiscatie bij Equivalent: De confiscatie bij equivalent is gerelateerd aan de bewezen verklaarde witwaspreventies en aan een schatting in billijkheid van de witgewassen gelden.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt alle cassatieberoepen.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.14

CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Tussenkomende partij

Trefwoord AI: Noodtoestand, overmacht, feitelijk vermoeden, afstand van cassatieberoep, burgerlijke actie

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.14  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.14_NL.pdf

15 OKTOBER 2025

P.25.1040.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen voor het overige, nadat de eisers afstand deden van hun beroep voor zover dit gericht was tegen de beslissing over de burgerlijke vorderingen. Het beroep was gericht tegen een vonnis van de correctionele rechtbank, gewezen in graad van appel.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Noodtoestand en Overmacht (Eerste middel): Het middel klaagt over schending van artikel 71 Strafwetboek (dat de beginselen van noodtoestand en overmacht omvat) en de miskenning van het wettelijk begrip feitelijk vermoeden.
  2. Feitelijke Beoordeling: De controle van de naleving van substantiële formaliteiten of formaliteiten op straffe van nietigheid is door het Hof uitgevoerd.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof decreet de afstand van de beroepen gericht tegen de beslissing over de burgerlijke vorderingen en verwerpt de beroepen voor het surplus.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.15

STRAFUITVOERING

Trefwoord AI: Strafuitvoering, voorlopige invrijheidstelling, verwijdering van het grondgebied, Dienst Vreemdelingenzaken, advies, motiveringsplicht

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.15  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.15_NL.pdf

15 OKTOBER 2025

P.25.1252.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie vernietigt het vonnis van de strafuitvoeringsrechter van Brussel. Het vonnis betrof de voorlopige invrijheidstelling van een veroordeelde met het oog op de verwijdering van het grondgebied.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Wettelijke Vereisten voor Invrijheidstelling: Artikel 98/11 van de wet van 17 mei 2006 vereist dat de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering enkel wordt toegekend aan de veroordeelde voor wie uit een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan.
  2. Motiveringsplicht: Het vonnis stelde vast dat de eiser geen verblijfsrecht in België had. Het Hof oordeelt dat het vonnis niet de akte aangeeft waarop deze vaststelling is gebaseerd, waardoor het Hof niet kan controleren of die akte voldoet aan de wettelijke eis van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken.
  3. Controle door Cassatie: Wanneer de motivering van een vonnis ontoereikend is om het Hof van Cassatie zijn controle te laten uitoefenen, is het middel gegrond.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter van Brussel.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.18

VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing STRAFVORDERING CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei

Trefwoord AI: Voorlopige hechtenis, cassatieberoep, bevoegdheid, handhaving of invrijheidstelling, niet-ontvankelijkheid

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.18  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.18_NL.pdf

15 OKTOBER 2025

P.25.1308.F

Samenvatting AI:

Het cassatieberoep is ingesteld door de Procureur des Konings tegen een beschikking die de voorlopige invrijheidstelling van de beklaagde beveelt.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Toelaatbaarheid Cassatieberoep: Artikel 31 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis machtigt cassatieberoep enkel tegen beslissingen waarbij de hechtenis wordt gehandhaafd.
  2. Beslissing over Invrijheidstelling: Een beslissing die de invrijheidstelling beveelt, kan niet het voorwerp uitmaken van een cassatieberoep op grond van deze wet.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk en verwerpt het.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.2

VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing STRAFVORDERING CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei

Trefwoord AI: Verjaring strafvordering, buitengewoon verzet, schorsing verjaring, minnelijke schikking, fraus omnia corrumpit, burgerlijk belang

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.2  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.2_NL.pdf

15 OKTOBER 2025

P.25.0653.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de eiser (F. B.), die veroordeeld werd voor diverse financiële en economische misdrijven.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Controle op Feitelijke Vaststellingen (Verjaring): De beoordeling of de verjaring van de strafvordering al dan niet geschorst werd tijdens de buitengewone verzetstermijn is in beginsel aan de feitenrechter. Het Hof van Cassatie kan dit niet controleren wanneer het arrest zich beperkt tot de vaststelling dat de betekening van het verstekvonnis niet aan de persoon gebeurde, zonder de plaats van betekening te preciseren, aangezien dit een onderzoek naar feiten vereist.
  2. Minnelijke Schikking (Transactie): Het Hof stelt vast dat de appelrechters wettig konden oordelen dat het voorwerp van de ingeroepen minnelijke schikking niet identiek was aan de burgerlijke schade die voortvloeide uit de bewezen geachte misdrijven. De rechter beslist niet dat de wet transigeren verbiedt, maar dat er geen identiteit van voorwerp is, waardoor artikel 2046 oud Burgerlijk Wetboek niet geschonden is.
  3. Fraus Omnia Corrumpit: De rechter moet enkel antwoorden op verweren die in de conclusies voor de bodemrechter zijn aangevoerd. Een verweer op basis van het algemene rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit, dat voor het eerst voor het Hof van Cassatie wordt opgeworpen, hoeft niet beantwoord te worden.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.7

OMKOPING

Trefwoord AI: Omkoping, bestanddelen van het misdrijf, overeenkomst tot omkoping (pacte de corruption), feitelijke beoordeling

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.7  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.7_NL.pdf

15 OKTOBER 2025

P.25.1017.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de Procureur-Generaal tegen de vrijspraak van de beklaagden voor de tenlasteleggingen D en E (omkoping).

Principes die het Hof hanteert:

  1. Vrijspraak en Motivering: Het middel bekritiseert de vrijspraak op basis van de motivering dat de verleende gunsten niet gelijktijdig waren met de uitingen van welwillendheid, of dat het pacte de corruption ten onrechte als constitutief bestanddeel werd beschouwd.
  2. Feitelijke Grondslag: Het Hof stelt vast dat de vrijspraken in de essentie niet gefundeerd zijn op de bekritiseerde motieven (gelijktijdigheid of aard van het pact). Daardoor mist het middel feitelijke grondslag.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.10

ONSPLITSBAARHEID (GESCHIL) EIGENDOM

Trefwoord AI: Onsplitsbaar geschil, hoger beroep, mede-eigendom, vereniging van mede-eigenaars (VME), vernietiging besluit algemene vergadering, ontvankelijkheid hoger beroep

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.10  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.10_NL.pdf

16 OKTOBER 2025

C.24.0199.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De zaak betreft de ontvankelijkheid van het hoger beroep van een mede-eigenaar tegen de afwijzing van een vordering tot vernietiging van een VME-besluit, waarbij de mede-eigenaar vergeten was de andere mede-eiser uit eerste aanleg in het hoger beroep te betrekken.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Onsplitsbaar Geschil (Art. 31 Ger. W.): Een geschil is onsplitsbaar wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen materieel onmogelijk zou zijn.
  2. Hoger Beroep bij Onsplitsbaarheid (Art. 1053 Ger. W.): Wanneer het geschil onsplitsbaar is, moet de eiser in hoger beroep alle partijen wier belang strijdig is met het zijne, in het geding betrekken, op straffe van niet-toelating van het hoger beroep.
  3. VME Besluiten: De rechterlijke beslissing over de vernietiging van een beslissing van de algemene vergadering (Art. 577-9, § 2, Oud B.W.) geldt ten aanzien van alle mede-eigenaars.
  4. Toepassing: Een hoger beroep is niet toegelaten indien een mede-eigenaar nalaat de andere mede-eigenaar die samen met hem de oorspronkelijke vordering tot vernietiging instelde, in het hoger beroep te betrekken. Een beslissing tot afwijzing van de vordering in eerste aanleg kan immers niet gezamenlijk worden uitgevoerd met een beslissing in hoger beroep waarbij die beslissing wordt vernietigd. Het geschil is dus onsplitsbaar.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.2

DWANGSOM ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER

Trefwoord AI: Dwangsom, opheffing dwangsom, feitelijke onmogelijkheid, eigendomsoverdracht, verkoop van goed, toestemming van derde/koper, artikel 1615 Oud B.W.

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.2  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.2_NL.pdf

16 OKTOBER 2025

C.24.0270.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De eiser betwist de beslissing van de appelrechter om een dwangsom op te heffen met ingang van de datum van eigendomsoverdracht van zijn perceel, omdat de verweerders (de veroordeelden) in de feitelijke onmogelijkheid verkeerden om de omheining te verwijderen wegens verzet van de nieuwe koper.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Overdracht van Rechten (Art. 1615 Oud B.W.): De overdracht van een zaak strekt zich, behoudens andersluidend beding, uit tot de voor overdracht vatbare rechten die zodanig nauw verbonden zijn met de zaak dat het belang bij die rechten afhankelijk is van de eigendom ervan. De uitvoering van een rechterlijke uitspraak (zoals verwijdering van de omheining) kan dan in beginsel alleen door de koper worden uitgeoefend.
  2. Opheffing Dwangsom (Art. 1385quinquies Ger. W.): De rechter kan een dwangsom opheffen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.
  3. Bevoegdheid Hof van Cassatie: De vraag of de uitvoering afhankelijk is van de toestemming van de koper, of dat de onmogelijkheid de veroordeelde toerekenbaar is, vereist een onderzoek van feiten, in het bijzonder de inhoud van de contractuele afspraken, waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is in die mate niet-ontvankelijk.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.6

ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE

Trefwoord AI: Onteigening, billijke schadeloosstelling, planneutraliteit (Art. 63 Vlaams Onteigeningsdecreet), doelneutraliteit (Art. 62 Vlaams Onteigeningsdecreet), RUP, termijnoverschrijding, rechtsgrondslag

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.6  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.6_NL.pdf

16 OKTOBER 2025

C.24.0370.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie vernietigt het vonnis in hoger beroep. De zaak betreft de bepaling van de onteigeningsvergoeding en de toepassing van de principes van plan- en doelneutraliteit.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Planneutraliteit (Art. 63 VOD): Bij onteigening ter verwezenlijking van een RUP wordt geen rekening gehouden met de waarde(vermeerdering of -vermindering) die voortvloeit uit dat RUP.
  2. Tijdsbeperking (Art. 63, § 2 VOD): Planneutraliteit geldt enkel indien het RUP niet meer dan vijf jaar voor het definitief onteigeningsbesluit definitief is vastgesteld. Deze termijn dient om te voorkomen dat de overheid talmt.
  3. Doelneutraliteit (Art. 62 VOD): Hierbij wordt geen rekening gehouden met de waarde(vermeerdering of -vermindering) die voortvloeit uit het concrete doel of de concrete werken waarvoor de onteigening is toegestaan. Dit laat niet toe om abstractie te maken van de geldende planbestemming.
  4. Verhouding Art. 62 en 63: Planneutraliteit (Art. 63) is een specifieke verschijningsvorm van doelneutraliteit. Het Hof oordeelt dat, wanneer de vijfjaarstermijn voor planneutraliteit is overschreden (Art. 63, § 2), dit een sanctie is voor de overheid. Het verstrijken van deze termijn heeft niet tot gevolg dat automatisch teruggevallen moet worden op de algemene doelneutraliteit (Art. 62). Indien de termijn is verstreken, moet de billijke vergoeding (Art. 16 GW) bepaald worden zonder rekening te houden met plan- of doelneutraliteit.

Uiteindelijke beslissing: Door te oordelen dat na overschrijding van de vijfjaarstermijn de doelneutraliteit van toepassing is op een waardevermeerdering die voortvloeit uit het RUP, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het Hof vernietigt het vonnis.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8

BEWIJS - ALGEMEEN

Trefwoord AI: Bewijs door derden, bevel tot overlegging van stukken, repertorium van gerechtsdeurwaarder, ernstige en bepaalde aanwijzingen, redelijke mate van zekerheid (bewijsstandaard), fishing expedition, herroeping van gewijsde

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8_NL.pdf

16 OKTOBER 2025

C.24.0195.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie vernietigt het vonnis van de ondernemingsrechtbank. De eiseres (Telenet) vorderde de overlegging van het repertorium van een gerechtsdeurwaarder om te bewijzen dat haar tegenpartij (Flow Tech Industries) loog over het aantal opgestelde processen-verbaal van vaststelling in een dwangsommenprocedure, met het oog op een procedure tot herroeping van gewijsde wegens persoonlijk bedrog.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Overlegging Stukken (Art. 877 Ger. W.): De rechter kan de overlegging van een stuk bevelen indien er ernstige en bepaalde aanwijzingen bestaan dat een partij of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt van een ter zake dienend feit.
  2. Bewijslast bij Overlegging: De partij die de overlegging vordert, moet niet het bewijs leveren dat het stuk daadwerkelijk het bewijs van het feit inhoudt. Zij moet enkel aanwijzingen aandragen. Het Hof benadrukt dat het verzoek tot overlegging juist dient om het bewijs van het feit te kunnen leveren.
  3. Schending van Recht op Bewijs: De ondernemingsrechtbank had de vordering afgewezen omdat niet met een redelijke mate van zekerheid (90%) was aangetoond dat de geclaimde processen-verbaal bestonden. Het Hof oordeelt dat de rechtbank haar beslissing niet naar recht verantwoordt door te eisen dat de eiseres het bestaan van de processen-verbaal met redelijke mate van zekerheid bewijst om het repertorium te mogen overleggen. Dit miskent het recht op bewijs.
  4. Fishing Expedition: De motivering dat de vordering een fishing expedition zou zijn, is onwettig wanneer de rechter daarmee bedoelt dat de eiseres niet bewijst dat de stukken bestaan.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar de ondernemingsrechtbank Antwerpen.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.10

DIEREN

Trefwoord AI: Dierenwelzijn, veiligheidsmaatregelen, verbod om dieren te houden, ambtshalve oplegging, Art. 2 Strafwetboek, non-retroactiviteit, redelijke termijn, dwangsom, strafmaat

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.10  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.10_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.1014.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen. De eisers werden veroordeeld en kregen een verbod opgelegd om (bepaalde) dieren te houden.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Aard van de Maatregel: De verboden en beperkingen om dieren te houden (Art. 68 Vlaamse Codex Dierenwelzijn) zijn veiligheidsmaatregelen en geen bijkomende straffen.
  2. Toepassing in de Tijd: Aangezien het veiligheidsmaatregelen zijn, is het non-retroactiviteitsbeginsel (Art. 2 Strafwetboek) niet van toepassing. De rechter kan ze opleggen voor feiten die werden gepleegd vóór de inwerkingtreding van de wet.
  3. Oplegging: De rechter kan deze veiligheidsmaatregelen ambtshalve opleggen, ook zonder vordering van het openbaar ministerie.
  4. Motivering: Het Hof acht de motivering van het verbod voldoende, omdat het is gebaseerd op het belang van de openbare veiligheid en de vaststelling dat de eisers de situatie niet meester waren (leidend tot ontsnapping en schade). De maatregel schendt noch het vermoeden van onschuld, noch artikel 8 EVRM.
  5. Dwangsommen: Het arrest motiveert de noodzaak van de aan de veiligheidsmaatregelen gekoppelde dwangsommen.
  6. Strafmaat: Het middel dat opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de strafmaat is niet-ontvankelijk.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt de cassatieberoepen.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.11

BANKBREUK EN BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN

Trefwoord AI: Bedrieglijk onvermogen (Art. 490bis Sw.), voltooiing misdrijf, bedrieglijk opzet, uitwinningsmogelijkheden schuldeiser, niet-uitkering bezoldiging/dividend, vermogensopbouw

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.11  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.11_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.0971.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De eiser werd schuldig bevonden aan het bedrieglijk bewerken van zijn onvermogen.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Bedrieglijk Onvermogen (Art. 490bis Sw.): Dit misdrijf is voltooid zodra de dader, met het vereiste bedrieglijk opzet, zijn vermogen geheel of gedeeltelijk bewust en bedrieglijk wegmaakt, verbergt of onbeschikbaar maakt. Dit omvat ook het bedrieglijk tegengaan van de aangroei van het vermogen.
  2. Opeisbare Schuld: Het misdrijf is voltrokken op het moment dat de schuld opeisbaar wordt, ongeacht of de handelingen van onvermogensorganisatie reeds daarvoor werden gesteld.
  3. Uitwinningsmogelijkheden: Het bestaan van het misdrijf vereist niet dat de schuldeiser overgaat tot gedwongen tenuitvoerlegging of alle beschikbare mogelijkheden heeft uitgeput. De rechter bepaalt het onvermogen op basis van de werkelijke mogelijkheid tot inning.
  4. Organisatie van Onvermogen: De rechter kan schuldigverklaren wanneer de dader zijn onvermogen veinst door zichzelf slechts een beperkte verloning uit te keren (die niet in verhouding staat tot zijn verantwoordelijkheden of de winsten van de vennootschappen) of door bedrieglijk te beslissen geen dividenden uit te keren. De rechter hoeft geen rekening te houden met activa waarover de dader slechts in theorie beschikte omdat ze verborgen waren voor normaal handelende schuldeisers.

Uiteindelijke beslissing: Het arrest kon wettig oordelen dat de eiser bedrieglijk zijn onvermogen heeft georganiseerd. Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.12

BURGERLIJKE RECHTSVORDERING

Trefwoord AI: Burgerlijke vordering, verval strafvordering, bewijslast, rechtvaardigingsgrond, onvoorzienbare hindernis

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.12  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.12_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.0356.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie vernietigt het vonnis in hoger beroep gedeeltelijk. De zaak betreft de bewijslast met betrekking tot de burgerlijke aansprakelijkheid nadat de strafvordering was vervallen.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Bewijslast na Verval Strafvordering: Wanneer de burgerlijke vordering ontvankelijk wordt ingesteld na het verval van de strafvordering, en de verweerders (beklaagde of burgerrechtelijk aansprakelijke partij) een rechtvaardigings- of schuldontheffingsgrond aanvoeren die niet van alle geloofwaardigheid is verstoken, dan rust de bewijslast dat die grond niet bestaat op de burgerlijke partij.
  2. Toepassing: Het vonnis van de appelrechter had ten onrechte geoordeeld dat de eiseressen (burgerrechtelijk aansprakelijke partij en verzekeraar) de bewijslast droegen om aan te tonen dat de burgerlijke partij een onvoorzienbare hindernis vormde. Door de bewijslast verkeerd te leggen, werd de beslissing niet naar recht verantwoord.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verklaart het eerste onderdeel gegrond en vernietigt het vonnis, behalve in zoverre het beslist over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de burgerlijke vordering.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.13

POLITIE

Trefwoord AI: Doorzoeking van voertuig, Art. 29 Wet Politieambt, redelijke gronden, materiële aanwijzingen, proactieve bestuurlijke zoeking, gerechtelijke zoeking, vaststelling op heterdaad, bewijswaardering

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.13  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.13_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.0986.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De eiser bekritiseert de legaliteit van de doorzoeking van zijn voertuig door politieambtenaren.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Vereisten voor Doorzoeking (Art. 29 Wet Politieambt): Politieambtenaren mogen overgaan tot doorzoeking van een voertuig indien zij op grond van gedragingen, materiële aanwijzingen of omstandigheden van tijd of plaats redelijke gronden hebben om te denken dat het voertuig gebruikt werd voor misdrijven of om bewijsmateriaal op te slaan.
  2. Motivering en Controle: De verbalisanten moeten de gronden voor de doorzoeking vermelden in hun proces-verbaal, zodat de rechter de legaliteit kan controleren. De rechter oordeelt onaantastbaar of de gegevens een voldoende materiële aanwijzing opleveren.
  3. Toepassing in de Zaak: Het Hof bekrachtigt dat het arrest wettig kon oordelen dat de combinatie van concrete elementen (gehaaste rijstijl, gsm-gebruik, bekendheid van de eiser voor drugverkoop, rijverbod, snelheidsovertredingen) voldoende was om de zoeking te rechtvaardigen.
  4. Aard van Zoeking: De appelrechter maakt een onderscheid tussen de aanvankelijk proactieve bestuurlijke zoeking en de gerechtelijke zoeking die van aard veranderde na de vaststelling op heterdaad (lezing van druggerelateerde berichten op de gsm). Vanaf de vaststelling op heterdaad is de maximale duur van één uur voor bestuurlijke zoekingen niet langer van toepassing.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.17

ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Algemeen

Trefwoord AI: Territoriale bevoegdheid Procureur des Konings, opsporingsonderzoek, bevoegdheidsbepaling, overleg Procureurs, gerechtelijk onderzoek, Kamer van Inbeschuldigingstelling

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.17  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.17_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.1203.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De eiser (M. A.) betwist de territoriale bevoegdheid van de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) te Antwerpen.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Bevoegdheidsbepaling (Art. 23 WvSv): De territoriale bevoegdheid van de Procureur des Konings wordt bepaald door de plaats van het misdrijf, de verblijfplaats van de verdachte, de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon of de plaats waar de verdachte kan worden gevonden.
  2. Moment van Bepaling: De territoriale bevoegdheid wordt niet enkel bepaald op basis van de gegevens die gekend zijn bij de aanvang van het onderzoek. Deze kan op elk moment in de loop van het opsporingsonderzoek opnieuw beoordeeld worden naar aanleiding van nieuwe feitelijke gegevens.
  3. Meerdere Bevoegde Procureurs: Wanneer meerdere Procureurs bevoegd zijn of worden, staat het hen na overleg vrij om te bepalen wie het onderzoek verderzet. Dit overleg is niet onderworpen aan enige formaliteit en hoeft niet uit het dossier te blijken.
  4. Bevoegdheid KI: Het onderzoeksgerecht (KI) van hetzelfde arrondissement als de onderzoeksrechter die het gerechtelijk onderzoek heeft gevoerd, is territoriaal bevoegd om de rechtspleging te regelen.

Uiteindelijke beslissing: Het middel faalt naar recht omdat het uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting dat de bevoegdheid niet later op basis van nieuwe feiten kan worden bepaald. Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.20

DOUANE EN ACCIJNZEN

Trefwoord AI: Accijnsfraude, mededaderschap, kennis en opzet, smeerolie als motorbrandstof, accijnsschuld, verbeurdverklaring van goederen, tegenwaarde, manifest onevenwicht, onredelijk zware straf, eigendomsrecht, proportionaliteit

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.20  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.20_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.23.0785.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie vernietigt het arrest gedeeltelijk. De eisers werden veroordeeld als mededaders aan accijnsmisdrijven, met name door de verkoop en aanwending van onbelaste smeerolie als motorbrandstof.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Mededaderschap en Kennis: De schuldigverklaring aan accijnsmisdrijven is wettig wanneer het arrest motiveert dat de eisers wel degelijk kennis hadden van de fraudeconstellatie, bijvoorbeeld door hun effectieve rol in het vervoer, lossen en de administratieve omzetting van smeerolie naar diesel. Er is geen sprake van handelen uit louter onachtzaamheid.
  2. Ontstaan Accijnsschuld: De accijnsschuld ontstaat bij de aanwending van het product als motorbrandstof. Het arrest kon wettig oordelen dat er sprake was van een fraudemechanisme omdat de ontstane accijnsschuld nooit werd betaald, ook al waren er op facturen accijnzen vermeld die nog niet verschuldigd waren.
  3. Proportionaliteit van Verbeurdverklaring (Ambtshalve): De verbeurdverklaring van accijnsproducten (Art. 436, derde lid, Programmawet 27 december 2004) is een bijkomende vermogensstraf met verplicht karakter.
  4. Eigendomsrecht: Dit verplicht karakter schendt het eigendomsrecht (Art. 1 EAP EVRM) indien de straf een onredelijk zware last op de veroordeelde legt, wat het geval is bij een manifest onevenwicht tussen de omvang van de verbeurdverklaring en de gepleegde inbreuk.
  5. Verplichting Rechter: De rechter is gehouden om na te gaan of de verbeurdverklaring niet leidt tot een onredelijk zware straf. Indien de rechter ervan afziet, rust op de beklaagde ook niet de verplichting de goederen voor te brengen. Er kan dan geen veroordeling tot betaling van de tegenwaarde van de goederen volgen.

Uiteindelijke beslissing: Het arrest veroordeelde de eisers solidair tot de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde energieproducten (in totaal meer dan 11 miljoen euro) zonder na te gaan of dit een onredelijk zware straf zou opleveren. Het Hof vernietigt het arrest in zoverre het de verbeurdverklaring en de veroordeling tot de betaling van de tegenwaarde beveelt.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26

EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL

Trefwoord AI: Europees Aanhoudingsbevel (EAB), weigering van tenuitvoerlegging, Art. 3 EVRM, fundamentele rechten, ernstig en persoonlijk risico, detentieomstandigheden

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.1344.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De zaak betreft de tenuitvoerlegging van een Frans Europees Aanhoudingsbevel (EAB), waarbij de eiser (M. A.) stelde dat er een risico was op onmenselijke behandeling of foltering in Frankrijk.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Weigering Tenuitvoerlegging (Art. 4, 5°, Wet EAB): De tenuitvoerlegging wordt enkel geweigerd indien er ernstige en concrete gegevens zijn die doen aannemen dat er een ernstig, persoonlijk en direct risico is op miskenning van de fundamentele rechten (Art. 3 EVRM) van de betrokkene in de uitvaardigende staat.
  2. Oordeel Onderzoeksgerecht: Het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar over de aanwezigheid van dergelijke gegevens.
  3. Binding door Buitenlandse Beslissingen: Het onderzoeksgerecht is niet gebonden door wat een rechter uit een andere lidstaat (Nederland) heeft beslist over een eerder overleveringsverzoek tegen dezelfde persoon.
  4. Toepassing: Het arrest oordeelde dat de eiser niet aannemelijk maakte dat hij na overlevering aan Frankrijk zou worden blootgesteld aan een risico op onmenselijke behandeling.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3

DRUKPERS (POLITIE OVER DE)

Trefwoord AI: Drukpersmisdrijf (Art. 150 GW), digitale verspreiding, sociale media (Twitter/X), strafbare meningsuiting, laster, samenhang van feiten, bevoegdheid Hof van Assisen, burgerlijke vordering

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.0605.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de eiser, burgerlijke partij. De appelrechters hadden zich onbevoegd verklaard wegens de samenhang van de feiten met een potentieel drukpersmisdrijf.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Drukpersmisdrijf en Digitale Media: De digitale verspreiding van teksten (publiek toegankelijke berichten op sociale media zoals Twitter/X) wordt beschouwd als een aan de drukpers gelijkaardig procedé.
  2. Inhoudelijke Vereisten: Essentieel is dat er sprake is van een strafbare meningsuiting in een geschrift. Een eenvoudige lasterlijke aantijging (zoals het omschrijven van een persoon als "oplichter") kan een drukpersmisdrijf uitmaken. Het is niet vereist dat de meningsuiting maatschappelijke relevantie heeft of dat het opzet de publicatie was.
  3. Samenhang: Wanneer de telastleggingen (valsheid, belaging, laster) onlosmakelijk verbonden zijn met de berichten die een drukpersmisdrijf kunnen uitmaken, is het hof van beroep onbevoegd en moeten de feiten gezamenlijk door het Hof van Assisen worden beoordeeld.
  4. Toegang tot Rechter (Burgerlijke Vordering): De bevoegdheidsverdeling (Art. 150 GW) belemmert de toegang tot de rechter van de burgerlijke partij niet onevenredig, aangezien deze haar vordering ook voor de burgerlijke rechter kan instellen.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.4

DESKUNDIGENONDERZOEK REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen)

Trefwoord AI: Deskundigenverslag, bewijswaardering, vrijheid van de rechter, valsheid in geschrifte, moreel bestanddeel/opzet, witwassen, misbruik van vertrouwen, strafrechtelijke verantwoordelijkheid rechtspersoon (Art. 5 Sw.)

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.4  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.4_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.0620.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen van de natuurlijke persoon (B. G.) en de rechtspersoon (CHRISTY bv). Beiden werden schuldig bevonden aan diverse misdrijven, waaronder vermogensmisdrijven en witwassen.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Vrijheid van Bewijswaardering: De rechter in strafzaken beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de hem voorgelegde feitelijke gegevens. De rechter mag de bevindingen van een technisch raadsman verwerpen en zijn overtuiging gronden op het verslag van de gerechtsdeskundige, mits toereikende motivering en in samenhang met de overige feitelijke vaststellingen.
  2. Moreel Bestanddeel / Opzet: Bij afwezigheid van specifiek verweer over het opzet, hoeft de rechter het bedrieglijk opzet bij valsheid, oplichting, misbruik van vertrouwen of witwassen niet uitdrukkelijk vast te stellen wanneer het misdrijf in de bewoordingen van de strafwet is omschreven. Het opzet kan impliciet volgen uit het geheel van de redenen en het verband tussen de feiten (bijvoorbeeld: het toe-eigenen en verhullen van gelden).
  3. Rechtspersoonlijkheid (Witwassen): Bij afwezigheid van specifiek verweer over de toerekenbaarheid (Art. 5 Sw.) hoeft de strafrechter de morele toerekenbaarheid niet in het bijzonder te motiveren. De rechter kan dit afleiden uit de vaststelling dat de natuurlijke persoon (de dader) controle had over de rechtspersoon en de ontvangen illegale gelden met kennis van zaken werden aangewend voor bedrijfsdoeleinden.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt de cassatieberoepen.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.5

HOF VAN ASSISEN - EINDARREST

Trefwoord AI: Hof van Assisen, straftoemeting, verzachtende omstandigheden, Art. 344 WvSv, Art. 79/80 Sw., terugwerkende kracht van mildere strafwet, gelijkheidsbeginsel, recht op eerlijk proces, uitstel, rechten van verdediging

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.5  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.5_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.0857.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen. De eisers werden door het Hof van Assisen veroordeeld tot zware gevangenisstraffen voor de misdaad van gijzeling van een minderjarige.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Motivering Strafmaat (Assisen): Het Hof van Assisen moet bij de straftoemeting, wanneer meerdere verzachtende omstandigheden worden ingeroepen, de beslissing motiveren op basis van welbepaalde verzachtende omstandigheden die worden weerhouden, zonder dat alle ingeroepen omstandigheden moeten worden behandeld. De opgelegde straf (29 jaar) is voldoende gemotiveerd op basis van de cruciale rol van de eiser en de ernst van de feiten.
  2. Terugwerkende Kracht Mildere Wet: Het beginsel van de terugwerkende kracht van de mildere strafwet geldt enkel wanneer die wet reeds in werking is getreden. De rechter hoeft geen rekening te houden met een toekomstige, mildere strafwet (hier: het nieuwe Strafwetboek van 8 april 2026) bij de straftoemeting. Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel van de billijkheid dat dit zou vereisen.
  3. Weigering Uitstel (Medebeschuldigde): De afwijzing van een verzoek tot uitstel van een medebeschuldigde (zelfs als deze cruciale onthullingen beloofde) miskent het recht op een eerlijk proces van een andere eiser niet, vooral als deze zich enkel "niet had verzet" tegen het uitstel, maar het niet zelf vorderde. De assisenjury kan de schuldigverklaring mede baseren op gegevens over een versteklatende medebeschuldigde.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt de cassatieberoepen.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9

HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1

Trefwoord AI: Ontvankelijkheid cassatieberoep, einde beslissing, recht van verdediging, inzage boekhouding, hoger beroep burgerlijke partij, nauwkeurige grief (Art. 204 WvSv), overschrijding redelijke termijn, rechtsherstel

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.24.1390.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen. De eisers werden veroordeeld wegens fraude met groenestroomcertificaten.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Ontvankelijkheid Cassatieberoep: Een cassatieberoep tegen de beslissingen over de omvang van schadevergoedingen is voorbarig en niet-ontvankelijk indien de beslissing de uitspraak over de vergoedende intresten aanhoudt, aangezien dit geen eindbeslissing is.
  2. Inzage Boekhouding (Recht van Verdediging): De onderzoeksrechter kan een burgerlijke partij inzage geven in de in beslag genomen boekhouding. Dit houdt op zich geen onherstelbare miskenning van het recht van verdediging in, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat stukken verdwenen of gemanipuleerd zijn.
  3. Nauwkeurige Grief (Hoger Beroep): Een burgerlijke partij die hoger beroep instelt tegen een vrijspraak, heeft een voldoende nauwkeurige grief (Art. 204 WvSv) ingediend wanneer zij in het grievenschrift vermeldt dat de feiten ten onrechte niet bewezen zijn verklaard en dat de rechter zich ten onrechte zonder rechtsmacht verklaarde over de burgerlijke vordering die op die feiten is gebaseerd.
  4. Overschrijding Redelijke Termijn: De overschrijding van de redelijke termijn van de strafvervolging (Art. 6.1 EVRM) leidt niet tot de onontvankelijkheid of verval van de burgerlijke vordering tot schadevergoeding, indien dit geen invloed heeft gehad op het bewijsmateriaal of de rechten van verdediging. De beklaagde kan zich voor eventueel rechtsherstel wenden tot de burgerlijke rechter.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt de cassatieberoepen.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98

STRAFUITVOERING

Trefwoord AI: Strafuitvoeringsmodaliteit, elektronisch toezicht, herroeping, non bis in idem, strafvordering

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.1275.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De eiser betwistte de herroeping van het elektronisch toezicht op grond van het non bis in idem-beginsel, omdat het openbaar ministerie een tweede, gewijzigde vordering tot herroeping had ingediend.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Non bis in idem (Art. 14.7 IVBPR): Dit beginsel is van toepassing op een nieuwe berechting of bestraffing voor een strafbaar feit.
  2. Vordering tot Herroeping: De vordering tot herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit betreft geen nieuwe berechting of bestraffing voor een strafbaar feit. Het beginsel non bis in idem is niet van toepassing op deze procedure.
  3. Rol Openbaar Ministerie: Het openbaar ministerie oefent voor de strafuitvoeringsrechtbank de strafvordering niet uit, maar slechts de bevoegdheden in het kader van de strafuitvoering.

Uiteindelijke beslissing: Het beginsel non bis in idem kan niet verhinderen dat het openbaar ministerie, nadat een eerdere herroepingsvordering werd afgewezen, een nieuwe herroepingsvordering aanhangig maakt. Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.99

VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP

Trefwoord AI: Voorlopige hechtenis, cassatieberoep, termijn voor cassatieberoep (24 uur), betekening, sluitingsuren griffie, niet-ontvankelijkheid

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.99  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.99_NL.pdf

21 OKTOBER 2025

P.25.1277.N

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De zaak betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen een beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Termijn Cassatieberoep (Art. 31, § 2, VHW): Het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren, te rekenen vanaf de dag van betekening.
  2. Berekening Termijn: Dit betekent de dag van betekening zelf en de daarop volgende dag. De termijn eindigt de daarop volgende dag, zelfs als de betekening buiten de sluitingsuren van de griffie geschiedde; de termijn wordt niet van uur tot uur gerekend.
  3. Toepassing: Aangezien het arrest op donderdag 25 september 2025 werd betekend, eindigde de termijn op vrijdag 26 september 2025. Het beroep dat op maandag 29 september 2025 werd ingesteld, is laattijdig.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens laattijdigheid en verwerpt het.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.1

ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Algemeen OPENBAAR MINISTERIE

Trefwoord AI: Burgerlijke partijstelling, persoonlijk nadeel, juridische persoonlijkheid van de Staat, action populaire, Europees Openbaar Ministerie (EOM), bevoegdheidscontrole rechter, ontvankelijkheid

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.1  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.1_NL.pdf

22 OKTOBER 2025

P.25.0864.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen. De zaak betreft de ontvankelijkheid van de burgerlijke partijstelling en de controle op de beslissing van de Gedelegeerd Europees Aanklager om de strafvordering op te nemen.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Ontvankelijkheid Burgerlijke Partijstelling: De burgerlijke partij moet een persoonlijk nadeel aantonen. Een eventuele aantasting van de financiën van de Belgische Staat betreft niet het vermogen van een individuele burger.
  2. Juridische Persoonlijkheid van de Staat: Het Hof oordeelt dat het middel faalt naar recht indien het stelt dat schade aan de Staat noodzakelijkerwijs schade aan de burgers inhoudt, omdat dit neerkomt op het ontkennen van de juridische persoonlijkheid van de Staat. De action populaire (het aanklagen van schade aan de samenleving als geheel) is niet toelaatbaar.
  3. Europees Openbaar Ministerie (EOM): De Gedelegeerd Europese Procureurs oefenen alle functies van het Openbaar Ministerie uit. De rechter is niet bevoegd om de beslissing van de Gedelegeerd Europees Aanklager om de actie over te nemen, te censureren. Hoewel EOM-beslissingen die rechtsgevolgen hebben ten aanzien van derden onder nationale rechterlijke controle staan, is het de rechter niet toegestaan de beslissing tot overname te censureren.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt de cassatieberoepen.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.16

VREEMDELINGEN

Trefwoord AI: Vreemdelingen, vrijheidsbeneming (detentie), bevel om grondgebied te verlaten, legaliteit van detentie, Art. 3 EVRM, risico op onmenselijke behandeling, gezag van gewijsde

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.16  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.16_NL.pdf

22 OKTOBER 2025

P.25.1268.F - P.25.1283.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie voegt de twee zaken samen en verwerpt de cassatieberoepen van de Belgische Staat. De Staat betwist de beslissingen tot onmiddellijke vrijlating van een vreemdeling wegens illegaliteit van de vrijheidsbeneming.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Controle Legaliteit Detentie: Een rechterlijke instantie die de legaliteit van een vrijheidsbenemende maatregel controleert (Art. 5.4 EVRM) overschrijdt haar mandaat niet door de legaliteit van een vervangende, nieuwe detentiemaatregel te controleren.
  2. Bewijskracht van Akten: De grief dat de rechter de bewijskracht van het administratieve dossier schond door een beslissing te motiveren met een stuk dat niet in het dossier zat op het moment van de administratieve beslissing, is geen schending van de bewijskracht (foi due aux actes).
  3. Gezag van Gewijsde: Wanneer het Hof het beroep tegen het eerste arrest (dat de illegaliteit van de eerste én de tweede detentiemaatregel vaststelt) verwerpt, verkrijgt dat arrest gezag van gewijsde. Het beroep tegen het tweede arrest (dat dezelfde illegaliteit vaststelde) wordt dan zonder voorwerp.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt de cassatieberoepen.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.19

VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING

Trefwoord AI: Voorlopige hechtenis, handhaving, detentieomstandigheden, Art. 3 EVRM, motiveringsplicht (Art. 149 GW), antwoord op conclusies

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.19  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.19_NL.pdf

22 OKTOBER 2025

P.25.1317.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie vernietigt het arrest van de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI). De KI had de voorlopige hechtenis gehandhaafd zonder te antwoorden op het verweer van de eiser (F. A.) inzake de detentieomstandigheden.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Motiveringsplicht (Art. 149 GW): De rechter moet antwoorden op de conclusies van de partijen.
  2. Detentieomstandigheden (Art. 3 EVRM): Het verweer dat de slechte detentieomstandigheden in de gevangenis (waar de eiser ten onrechte was opgesloten in plaats van de aangewezen gevangenis) een schending van Art. 3 EVRM (verbod op onmenselijke of vernederende behandeling) opleverden, is een essentieel verweer waarop de rechter moet antwoorden.

Uiteindelijke beslissing: Het arrest van de KI beantwoordde de conclusies van de eiser over de schending van Art. 3 EVRM niet. Het Hof vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een anders samengestelde KI.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.3

BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei

Trefwoord AI: Bewijskracht van akten, feitelijke beoordeling, weerlegbaar vermoeden, bestuurder van voertuig, Wet Politie over het wegverkeer

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.3  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.3_NL.pdf

22 OKTOBER 2025

P.25.0679.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep. De eiser (M. N.) werd veroordeeld door de correctionele rechtbank.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Kritiek op Feitelijke Beoordeling: Het middel dat de rechter verwijt een stuk uit het dossier verkeerd te interpreteren of er een onjuist ontlastend effect aan te ontzeggen, behelst een kritiek op de soevereine feitelijke beoordeling van de bodemrechter. Dit middel, gemengd met feiten, is niet-ontvankelijk.
  2. Vrije Bewijswaardering: De kritiek op de beoordeling van het bewijs dat de eiser het voertuig bestuurde, valt onder de vrije bewijswaardering door de feitenrechter en is in cassatie niet-ontvankelijk.
  3. Motivering van Schuld: De rechter motiveert wettig de schuld door vast te stellen dat de leasingmaatschappij de eiser als gebruiker aanwees, hij de gewoonlijke bestuurder was, en de door hem aangeduide alternatieve bestuurder dit niet bevestigde.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.5

LASTER EN EERROOF

Trefwoord AI: Laster en eerroof, burgerlijke partij, feitelijke beoordeling, afwezigheid van kwaadwilligheid, Orde van Geneesheren

http://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.5  http://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.5_NL.pdf

22 OKTOBER 2025

P.25.1009.F

Samenvatting AI:

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de eiseres, burgerlijke partij. Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling.

Principes die het Hof hanteert:

  1. Feitelijke Beoordeling: De appelrechters konden wettig uit de feiten afleiden dat er sprake was van een gebrek aan kwaadwilligheid (méchanceté) in de intentie van de auteurs bij de hen ten laste gelegde feiten.
  2. Bewijskracht Ordebeslissing: De stelling dat een gunstige uitspraak van de Orde van Geneesheren de valsheid van de ten laste gelegde feiten zou moeten bewijzen, is een kritiek op de feitelijke beoordeling. De beslissing is regelmatig gemotiveerd en wettelijk gerechtvaardigd.

Uiteindelijke beslissing: Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

 

Lijst trefwoorden Juportal

BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht ; CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.3

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.3_NL.pdf

Texte    Jugement/arrêt du 22 octobre 2025 ; LASTER EN EERROOF

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.5

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.5_NL.pdf

ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Algemeen ; OPENBAAR MINISTERIE

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.1

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.1_NL.pdf

VREEMDELINGEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.16

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.16_NL.pdf

VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.19

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251022.2F.19_NL.pdf

EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26_NL.pdf

VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.99

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.99_NL.pdf

STRAFUITVOERING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98_NL.pdf

ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Algemeen

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.17

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.17_NL.pdf

DIEREN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.10

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.10_NL.pdf

POLITIE

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.13

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.13_NL.pdf

BANKBREUK EN BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.11

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.11_NL.pdf

HOF VAN ASSISEN - EINDARREST

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.5

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.5_NL.pdf

DESKUNDIGENONDERZOEK ; REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen)

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.4

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.4_NL.pdf

DRUKPERS (POLITIE OVER DE)

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3_NL.pdf

BURGERLIJKE RECHTSVORDERING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.12

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.12_NL.pdf

HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter ; RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9_NL.pdf

DOUANE EN ACCIJNZEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.20

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.20_NL.pdf

ONSPLITSBAARHEID (GESCHIL) ; EIGENDOM

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.10

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.10_NL.pdf

DWANGSOM ; ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.2

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.2_NL.pdf

ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.6

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.6_NL.pdf

BEWIJS - ALGEMEEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8_NL.pdf

VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing ; STRAFVORDERING ; CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei ; CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.2

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.2_NL.pdf

CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Tussenkomende partij

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.14

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.14_NL.pdf

RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei ; RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.12

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.12_NL.pdf

OMKOPING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.7

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.7_NL.pdf

STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN ; STRAF - VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN. VERSCHONINGSGRONDEN ; HERHALING ; GRONDWETTELIJK HOF ; PREJUDICIEEL GESCHIL ; RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.13

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.13_NL.pdf

STRAFUITVOERING

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.15

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.15_NL.pdf

VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing ; STRAFVORDERING ; CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Allerlei

URL content: https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.18

URL pdf: https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251015.2F.18_NL.pdf